**//sticky ads code//**
Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Elk kind kan wel eens druk zijn. Maar sommige kinderen zijn wel heel vaak druk. Ze zijn beweeglijk,  impulsief, snel geprikkeld en snel afgeleid. Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Druk gedrag

Wat verstaan we nou eigenlijk onder druk gedrag? Ieder kind kan wel eens druk doen, gewoon omdat een kind enthousiast of juist moe is, er iets spannends gaat gebeuren of het kind gewoon niet zo lekker in zijn vel zit.

Bij kinderen die steeds druk zijn zien we dat een kind voortdurend beweegt en echt moeite heeft met stil zitten. Een kind is voortdurend onrustig, maken vaak veel lawaai. Deze kinderen kunnen zich vaak moeilijk concentreren en zijn snel afgeleid.

Waardoor ontstaat druk gedrag?

Druk gedrag kan door vele verschillende factoren beïnvloed worden. De volgende factoren kunnen van invloed zijn op het gedrag van drukke kinderen

  • het karakter van het kind, het ene kind is nu eenmaal veel drukker dan het andere kind.
  • de omgeving, veel drukte en prikkels zorgen eerder voor druk gedrag, dan een rustige omgeving.
  • de opvoedingssituatie, wanneer er weinig structuur is zal een kind eerder druk gedrag laten zien dan in een opvoedingssituatie waarbij er duidelijke grenzen en regelmaat is.
  • gebeurtenissen in het leven van een kind, zoals ziekte, verhuizing, geboorte van een  broertje of zusje, verlies van geliefd persoon of huisdier.
  • drukke periode, zoals in decembermaand
  • situatie op school, als een kind niet goed mee kan komen in de klas, gepest wordt of het kind zit in een (grote) drukke klas kan hierdoor druk gedrag ontstaan.
  • welbevinden, wanneer een kind te weinig slaapt en hierdoor moe is, kan dit zorgen voor druk gedrag.

Al deze bovenstaande zaken hebben invloed op het gedrag van het kind. En vaak is er sprake van een combinatie zoals karakter, omgeving en gevoeligheid voor gebeurtenissen.

Wat kun je doen aan (te) druk gedrag!

Het beste is om de oorzaak van druk gedrag weg te nemen. Zorg voor meer slaap, structuur of het welbevinden van kinderen. Maar dit is niet altijd mogelijk of heeft niet het gewenste effect.

Drukke kinderen hebben veel baat bij structuur en regelmaat in hun dagelijks leven. Ieder kind heeft deze behoefte wel, maar vooral drukke kinderen hebben hier veel baat bij.
Drukke kinderen hebben dan vaak ook moeite met periodes in het jaar dat er wat meer onrust en minder regelmaat is, zoals in de decembermaand.
Een kind kan ook rust geboden worden door de omgeving van het kind opgeruimd en rustig te houden. Door te kiezen voor gesloten kasten en zo min mogelijk speelgoed op de vloer kan een druk kind geholpen worden bij het spelen. Houdt de slaapkamer van een kind rustig, kies voor rustig behang en zorg voor zo min mogelijk rondslingerend speelgoed.

Wanneer een kind zich rustig gedraagt, geef hiervoor veel complimenten. Een kind zal hierdoor gestimuleerd worden meer rustig gedrag te laten zien

Probeer de leefwereld van een kind voorspelbaar te houden. Door een kind van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren, houdt een kind meer grip op de situatie. Hierbij gaat het niet alleen om het aankondigen van uitstapjes en dergelijke maar ook om het aankondigen van de dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld: Je mag nu nog even buitenspelen terwijl ik de tafel dek voor het eten.

Probeer als ouders ook zelf rust uit te stralen. Wanneer jezelf rust in je gedrag weet te brengen geeft dit een kind ook minder onrust, omdat onrustig gedrag van de ouders extra effect heeft op een druk kind.
Zorg ervoor dat een kind de gelegenheid krijgt zijn drukke gedrag te uiten. Door te rennen en buiten te spelen.

Onnodige diagnose ADHD of ADD

Onnodige diagnose ADHD of ADD

Steeds vaker wordt er bij kinderen de diagnose ADHD of ADD gesteld. Waarbij het soms de vraag is of dit wel terecht is. Soms denkt een kind anders, verwerkt hij informatie op een andere manier. Wat kan leiden tot de onnodige diagnose ADHD of ADD

Er zijn veel beelddenkers met ADHD, bijna alle ADHD-ers hebben een voorkeur voor het denken met de rechter hersenhelft. De zwakke linker hersenhelft zorgt namelijk voor de ADHD. Het gevolg is dat ADHD-ers bij voorkeur in beelden denken.

Verschil tussen ADHD en beelddenken

ADHD is een neurobiologische stoornis en beelddenken is een manier van denken en leren. ADHD en beelddenken hebben een grote overlap.  Wanneer beelddenkers informatie op een voor hun passende manier tot zich kunnen nemen, kunnen de ADHD verschijnselen afnemen. Kinderen worden minder druk en voelen meer rust in hun hoofd. Het doet ze goed hun hersens te gebruiken op een manier die bij ze past. Daar kunnen ze veel energie in kwijt.

Overeenkomsten tussen ADHD en beelddenken zijn, aandachtsproblemen, snel afgeleid zijn, moeite met details, hyperfocus, hyperactiviteit, vergeetachtigheid, weinig tijdsbesef, onrustig en drukte in het hoofd. 

Het verschil tussen ADHD en beelddenken, zit hem de in de mate van extreme drukte en impulsiviteit.

Ontwikkeling kinderen

Iedereen wordt geboren als beelddenker. Als baby kun je niet praten en als klein kind denk je in plaatjes. Of iemand beelddenker is wordt rond het zevende levensjaar bepaald, als kinderen in groep drie leren lezen en schrijven.

Kinderen kunnen zich als ze ouder worden prima verstaanbaar maken. In hun hoofd zien ze nog wel steeds veel plaatjes. Bij het leren lezen en schrijven wordt er in de hersenen onbewust een keuze gemaakt,  sommige kinderen blijven primair in plaatjes denken, anderen schakelen over naar talig denken. Uit onderzoek blijkt dat 53% van de kinderen in meer of mindere mate in beelden denkt. Daarvan kan ongeveer 30% prima meekomen op school, hun hersenen hebben voldoende compensatiemogelijkheden. Bij circa 20% is de rechterhersenhelft zo dominant dat ze vastlopen op school.

Hoe denkt een beelddenker

Beelddenkers zien ongeveer 32 beelden per seconde, tegenover twee woorden per seconde van een taaldenker. Ter vergelijking: op televisie zien we ongeveer 25 beelden per seconde.  Bij die beelden horen de echte beelddenkers vaak ook geluid en voelen ze van alles. Het is dus een complete chaos in hun hoofd

Gedrag in de klas

Een beelddenker valt op in de klas omdat het leren lezen traag en radend gaat. Ze lezen mama terwijl er moeder staat bijvoorbeeld. In hun werk zijn ze chaotisch, kunnen zich maar moeilijk concentreren, kijken naar het geheel, missen veel details.  Ze zijn in hun hoofd constant aan het associëren. Waardoor ze gemakkelijk afgeleid zijn. Er wordt bijvoorbeeld een rekensom uitgelegd aan de hand van koekjes. Een kind denkt aan zijn favoriete koekje, die hij laatst samen met zijn moeder in de supermarkt had gekocht. Onderweg daarheen hadden ze een mooie sportwagen zien rijden. En weg is de aandacht en concentratie!

Alle woorden die de beelddenker ontvangt worden in hun hoofd vertaald naar beelden om te kunnen begrijpen wat er gezegd is. Als ze een vraag moeten beantwoorden zal ook het antwoord weer vertaald moeten worden van beeld naar woord. Het vertalen en formuleren kost tijd en ze reageren hierdoor trager.

Onnodige diagnose ADHD of ADD

Dat beelddenkers het wel snappen, maar merken dat andere kinderen sneller zijn, kan ze onzeker en faalangstig maken en soms zorgen voor een negatief zelfbeeld. Leerkrachten denken vaak in eerste instantie aan dyslexie en vanwege het onrustige gedrag aan ADHD of ADD.

Beelddenkers vallen tegenwoordig meer op dan vroeger omdat het onderwijs taliger is geworden. Veel rekensommen worden met een verhaaltje uitgelegd. Daarnaast staan er nu veel meer vrouwen voor de klas. Zij geven vaak een langere mondelinge uitleg en bij zo’n waterval aan woorden haken beelddenkers af. Mannen zijn over het algemeen wat bondiger en hebben vaak minder moeite met druk gedrag.

Waar herken je beelddenkers aan

  • Snel van begrip, goed in puzzels en blokpatronen.
  • Werkt en vertelt chaotisch.
  • Sterk ruimtelijk inzicht.
  • Heeft tijd nodig voor werkjes.
  • Herinnert zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  • Grote woordenschat, maar dit komt er niet altijd uit op school.
  • Veel fantasie.
  • Scoort lager bij opdrachten zonder plaatje.
  • Lijkt vaak slecht te luisteren.
  • Werkt vanuit het grote geheel en laat details achterwege.
  • Haalt wisselende cijfers.
  • Is creatief en gevoelig.
  • Heeft moeite met spelling, dictee en tafels.

 

Lees meer over communiceren met beelddenker

 

Heeft mijn kind ADHD of is hij gewoon druk?

Heeft mijn kind ADHD of is hij gewoon druk?

Het algemene beeld van kinderen met ADHD is dat ze druk zijn. Alle dagen heel druk! Maar niet elk kind wat druk is heeft, heeft ADHD een aandachtsdeficiëntie-/ hyperactiviteitsstoornis

Als belangrijkste kenmerken van kinderen ADHD worden genoemd, erg druk zijn (hyperactief), snel afgeleid en dingen doen zonder na te denken (impulsief).
Door het gedrag van een kind zijn er problemen op meerdere plaatsen, zoals thuis, op school, op sportverenigingen en/of in het omgaan met andere kinderen. Een richtlijn is dat deze problemen die worden ervaren dienen minimaal een half jaar voortduren en zich te uiten voordat een kind 12 jaar is.
Bij jongens wordt ADHD vaker vastgesteld dan bij meisjes. Of ADHD ook echt meer voorkomt bij jongens, is niet duidelijk.

Kenmerken kinderen met ADHD nader bekeken

Kenmerken van ADHD,  onoplettend, erg druk, hyperactief en impulsief zijn, niet denken maar gelijk doen. Dit gedrag zorgt vaak voor problemen, bijvoorbeeld een gespannen sfeer in het gezin, op school gaat het niet goed en een kind heeft vaak niet veel vriendjes.

Wat is hyperactief en impulsief zijn?

  • onrustig bewegen met handen en voeten,
  • niet kunnen blijven zitten
  • rondrennen en overal opklimmen als dit niet de bedoeling is
  • steeds bezig blijven, geen rust kunnen nemen
  • bij oudere kinderen: een gevoel van onrust, moeilijk kunnen ontspannen
  • moeilijk rustig kunnen spelen
  • erg veel praten
  • vaak al antwoord geven voordat iemand klaar is met een vraag
  • moeite hebben om op de beurt te wachten
  • anderen vaak storen

Hoe uit onoplettendheid zich?

  • vaak niet genoeg aandacht geven aan iets en zo makkelijk fouten maken, bijvoorbeeld bij het werk op school
  • moeite hebben met het bedenken en uitvoeren van een opdracht,
  • moeite om de aandacht bij een spel of taak te houden
  • het lukt vaak niet om iets af te maken
  • het lijkt alsof een kind vaak niet luistert, lees hier meer over
  • vaak niet doen wat anderen vragen
  • vaak iets kwijt zijn
  • snel afgeleid zijn
  • vaak iets vergeten

Diagnose

Voor de diagnose ADHD moeten de problemen dus langer dan een half jaar bestaan, zich niet beperken tot alleen school of thuis, voor het zevende jaar zijn begonnen en het algemeen functioneren ernstig bemoeilijken. De diagnose ADHD wordt gesteld door een medisch specialist: meestal is dit een (kinder- en jeugd)psychiater.

ADHD en hoogbegaafdheid

ADHD en hoogbegaafdheid

ADHD en hoogbegaafdheid gaan vaak samen, al is het niet het niet zo dat iedereen met ADHD ook hoogbegaafd is, of dat alle hoogbegaafden ook ADHD hebben. Het komt echter wel veel voor dat kinderen  zowel hoogbegaafd zijn als ADHD hebben. Dit vraagt om een goede begeleiding omdat het leven niet altijd even makkelijk is.

Hoogbegaafdheid en ADHD in hokjes

We denken in onze maatschappij vaak in hokjes, we vinden het prettig om overal een naam aan te geven. Of dit wenselijk is of niet, daar gaan we nu niet op in, maar het maakt het soms lastig om om ‘out of the box’ te denken. Wanneer een kind hoogbegaafd is en ADHD heeft is er sprake van twee aparte hokjes.

Deskundige of hulpverleners vinden het lastig om een hoogbegaafd kind met ADHD in een hokje te plaatsen, en hier ligt ook vaak het probleem. Het is namelijk zo dat veel symptomen van ADHD ook symptomen van hoogbegaafdheid zijn, en andersom uiteraard. Dit betekent dat, wanneer een kind beide heeft, het niet mogelijk is om de twee zaken te ontrafelen. Het is onmogelijk om te bepalen welke symptomen afkomstig zijn van de hoogbegaafdheid en welke symptomen toegeschreven kunnen worden aan ADHD.

Het is dan ook belangrijk dat de combinatie van hoogbegaafdheid met ADHD wordt gezien als één. Voor een goede begeleiding is het belangrijk dat de begeleider in beide is gespecialiseerd. Hoogbegaafdheid uit zich niet altijd zoals we dat zouden willen. De hoge creativiteit die gepaard gaat met hoogbegaafdheid kan zich soms uiten in chaotisch en druk gedrag.

Hoogbegaafdheid en ADHD kenmerken

Onderstaand een overzicht van een aantal specifieke kenmerken van een kind met ADHD en hoogbegaafdheid:

  • Heeft weinig geduld en is snel gefrustreerd  (een kort lontje).
  • Heeft concentratie problemen, is erg gemakkelijk afgeleid. Droomt bijvoorbeeld weg tijdens een gesprek.
  • Kan niet goed plannen of organiseren. Wil veel taken tegelijkertijd starten, maar maakt dit vervolgens vaak niet af of stelt dit uit.
  • Heeft moeite met veranderingen.
  • Hoog activiteitsniveau.
  • Heeft moeite met gezag.
  • Is (erg) impulsief

 

bron: zobegaafd

Zin en onzin over ADHD

Zin en onzin over ADHD

Kinderen met ADHD ervaren problemen bij het concentreren, het vasthouden van aandacht en of  het beheersen van gedrag. Soms zijn kinderen hyperactief.  Wat leven met ADHD soms nog moeilijker maakt is de hoeveelheid verkeerde informatie en negatieve stereotypen over de diagnose. ADHD’ers worden vaak omschreven als over-gediagnosticeerd, ongedisciplineerd, of gewoon lui. Onzin. Enkele feiten, fabels en misvattingen over ADHD .

1. ADHD is een stoornis

ADHD wordt door psychologen een ‘stoornis’ genoemd.  Een vervelend woord, omdat het suggereert dat een kind ‘gestoord is’, niet helemaal goed.  Dit is echter niet wat psychologen bedoelen met ‘stoornis’. Met dat woord geven ze aan dat kinderen met ADHD anders zijn dan anderen. Niet beter of slechter, niet meer of minder, maar anders. En dat anders-zijn levert vaak problemen op.

2. ADHD zit ‘tussen je oren’

Op een bepaalde manier, zit ADHD inderdaad ‘tussen je oren’ of beter gezegd in de hersenen. Onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde gebieden van de hersenen niet goed gesynchroniseerd zijn bij kinderen met ADHD. De opbouw van het brein is anders dan mensen die het niet hebben. Hoewel veel mensen geloven dat ADHD iets is dat kinderen of ouders gebruiken als een excuus is dit ADHD aantoonbaar.

3. Alleen kinderen hebben ADHD

De aandoening komt vaker voor bij kinderen en tieners maar veel volwassenen hebben het ook. Je hebt meer kans als een kind te worden gediagnosticeerd, maar veel volwassenen worden in de leeftijd van 30 of zelfs ouder gediagnosticeerd. Als kind ondervindt je vaak meer last van ADHD. Naar mate kinderen ouder worden, kunnen ze er beter mee overweg of het inzetten als hun kracht.

4. ADHD ‘ers zijn lui en niet slim.

Een van de misvattingen over ADHD  is dat kinderen lui en dom zouden zijn. Luiheid impliceert dat iemand iets kon doen,  maar er geen energie in wil steken. Kinderen met ADHD zijn juist het tegenovergestelde van lui.  Een diagnose heeft verder niets te maken met het verstandelijke vermogen. Door concentratie problemen, lopen ze niet altijd voorop qua ontwikkeling op school. Mensen met ADHD zijn zeer slim en creatief. Ze werken alleen anders dan anderen.

5. Moeite om zich te concentreren betekent dat je ADHD hebt.

Als je problemen hebt met concentratie, heb je niet automatisch ADHD. Iedereen heeft in meer of mindere mate wel eens last van concentratieproblemen. Er zijn een aantal factoren die daar aan bij kunnen dragen – zoals stress, angst, depressie, gebrek aan slaap of gebrek aan lichamelijke activiteiten.
Een kind moet zes of meer symptomen van onoplettendheid vertonen, wil er een diagnose ADHD gesteld kunnen worden. Hierbij moet je denken aan,  geen aandacht voor details, aandachtsproblemen op school, niet luisteren als je direct wordt aangesproken of het geregeld verstoren van bezigheden van anderen.

6. ADHD kan worden genezen met goede ouderwetse discipline.

Het idee dat ADHD wordt veroorzaakt door slecht ouderschap is een fabel. Discipline kan helpen voor diegene die zich wel kunnen concentreren, maar het is zeker niet het antwoord voor ADHD. Ouders die proberen om de discipline te versterken, zonder het probleem van hun kind goed te begrijpen, kunnen de situatie nog erger te maken. Kinderen met ADHD hebben de neiging om zeer emotioneel en gevoelig te reageren op spanningen.

7. Als je ADHD hebt, heb je medicatie nodig

Kinderen met ADHD krijgen vaak medicatie voorgeschreven. Het gaat hierbij om stimulerende middelen, als Concerta of Ritalin.  Maar behandeling is meer dan een pilletje. Meestal is een combinatie met gedragstherapie de meest effectieve manier voor de behandeling van ADHD.

8. ADHD is een modeverschijnsel

Heel wat mensen vinden ADHD een modeverschijnsel. Omdat er zoveel aandacht voor is, beweren ze, wordt het etiket ‘ADHD’ veel te vaak gebruikt. Wie vroeger ‘druk’ of ‘lastig’ werd genoemd, krijgt nu de diagnose ADHD. Wie vroeger van het type ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’ was, heeft tegenwoordig ADHD. Met andere woorden: ADHD zou volgens deze mensen overdreven worden, niet meer dan een modegril zijn, iets dat wel weer overwaait.

De diagnose ADHD wordt tegenwoordig inderdaad vaker gesteld dan vijftien, twintig jaar geleden. Maar wil dat zeggen dat de diagnose onzin is? Absoluut niet. De diagnose ADHD moet aan strenge voorwaarden voldoen. Psychiaters, psychologen en kinderartsen gaan daar serieus mee om. Het is onzinnig om te beweren dat u wordt bestempeld als iemand met ADHD louter omdat u druk en impulsief bent.

Dat de diagnose vaker wordt gesteld komt omdat er tegenwoordig een diagnose is. Wat vroeger niet – of heel vaag – werd beschreven, kan nu duidelijk en helder onder woorden worden gebracht. Dat maakt ADHD niet tot een modeverschijnsel, maar tot een aandoening waar kinderen en volwassenen met ADHD, ouder(s) en partners, en leerkrachten en ook (kinder)artsen en psychologen eindelijk een beetje greep op beginnen te krijgen.

9. Alleen jongens hebben ADHD.

Het kan zeker lijken dat jongens eerder hyperactief en makkelijker afgeleid zijn dan meisjes. Uit een enquête bleek dat 82 procent van de leraren geloofden dat ADHD vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes, en dat het moeilijk was om de symptomen bij meisjes te herkennen. Maar ADHD wordt zowel bij jongens als meisjes gediagnosticeerd, hoewel het aandeel hoger is bij jongens (13,2 procent) in vergelijking met meisjes (5,6 procent),

10. Criminele aanleg

Een ander misverstand is dat mensen met ADHD een ‘criminele aanleg’ hebben. Dat is onzin. Mensen met ADHD hebben vaak problemen met hun gedrag, ze kunnen agressief zijn, irritant, maar dat maakt ze niet tot criminelen. Het misverstand is misschien ontstaan omdat blijkt dat relatief veel veroordeelde jongeren ADHD hebben. Er is dus wel een verband tussen ADHD en crimineel gedrag. Dat is echter geen direct verband: er zitten stappen tussen.
Een voorbeeld hiervan is dat mensen met ADHD relatief vaak drank en drugs gebruiken. Dat leidt ook vaker dan bij anderen tot een verslaving. Een verslaving kan vervolgens leiden tot geldnood en ten slotte tot diefstal en ander crimineel gedrag. (Let wel, dit is een voorbeeld: zo gaat het lang niet altijd!)
Er is dus een verband tussen ADHD en crimineel gedrag, maar dat is geen rechtstreeks verband. Van een criminele aanleg is bij mensen met ADHD is geen sprake.

11. Als je ADHD hebt, dan ben je hyperactief.

Het is niet zo dat je hyperactief gedrag moet vertonen om te worden gediagnosticeerd. Dit kan ook als je alleen concentratieproblemen hebt. En niet alle mensen met veel energie en die over-actief zijn hebben ADHD.

Bron: dokter bosman en adhdblog

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.   Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van AD(H)D en Beelddenken komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

bron beeld en brein