**//sticky ads code//**
Zin en onzin over ADHD

Zin en onzin over ADHD

Kinderen met ADHD ervaren problemen bij het concentreren, het vasthouden van aandacht en of  het beheersen van gedrag. Soms zijn kinderen hyperactief.  Wat leven met ADHD soms nog moeilijker maakt is de hoeveelheid verkeerde informatie en negatieve stereotypen over de diagnose. ADHD’ers worden vaak omschreven als over-gediagnosticeerd, ongedisciplineerd, of gewoon lui. Onzin. Enkele feiten, fabels en misvattingen over ADHD .

1. ADHD is een stoornis

ADHD wordt door psychologen een ‘stoornis’ genoemd.  Een vervelend woord, omdat het suggereert dat een kind ‘gestoord is’, niet helemaal goed.  Dit is echter niet wat psychologen bedoelen met ‘stoornis’. Met dat woord geven ze aan dat kinderen met ADHD anders zijn dan anderen. Niet beter of slechter, niet meer of minder, maar anders. En dat anders-zijn levert vaak problemen op.

2. ADHD zit ‘tussen je oren’

Op een bepaalde manier, zit ADHD inderdaad ‘tussen je oren’ of beter gezegd in de hersenen. Onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde gebieden van de hersenen niet goed gesynchroniseerd zijn bij kinderen met ADHD. De opbouw van het brein is anders dan mensen die het niet hebben. Hoewel veel mensen geloven dat ADHD iets is dat kinderen of ouders gebruiken als een excuus is dit ADHD aantoonbaar.

3. Alleen kinderen hebben ADHD

De aandoening komt vaker voor bij kinderen en tieners maar veel volwassenen hebben het ook. Je hebt meer kans als een kind te worden gediagnosticeerd, maar veel volwassenen worden in de leeftijd van 30 of zelfs ouder gediagnosticeerd. Als kind ondervindt je vaak meer last van ADHD. Naar mate kinderen ouder worden, kunnen ze er beter mee overweg of het inzetten als hun kracht.

4. ADHD ‘ers zijn lui en niet slim.

Een van de misvattingen over ADHD  is dat kinderen lui en dom zouden zijn. Luiheid impliceert dat iemand iets kon doen,  maar er geen energie in wil steken. Kinderen met ADHD zijn juist het tegenovergestelde van lui.  Een diagnose heeft verder niets te maken met het verstandelijke vermogen. Door concentratie problemen, lopen ze niet altijd voorop qua ontwikkeling op school. Mensen met ADHD zijn zeer slim en creatief. Ze werken alleen anders dan anderen.

5. Moeite om zich te concentreren betekent dat je ADHD hebt.

Als je problemen hebt met concentratie, heb je niet automatisch ADHD. Iedereen heeft in meer of mindere mate wel eens last van concentratieproblemen. Er zijn een aantal factoren die daar aan bij kunnen dragen – zoals stress, angst, depressie, gebrek aan slaap of gebrek aan lichamelijke activiteiten.
Een kind moet zes of meer symptomen van onoplettendheid vertonen, wil er een diagnose ADHD gesteld kunnen worden. Hierbij moet je denken aan,  geen aandacht voor details, aandachtsproblemen op school, niet luisteren als je direct wordt aangesproken of het geregeld verstoren van bezigheden van anderen.

6. ADHD kan worden genezen met goede ouderwetse discipline.

Het idee dat ADHD wordt veroorzaakt door slecht ouderschap is een fabel. Discipline kan helpen voor diegene die zich wel kunnen concentreren, maar het is zeker niet het antwoord voor ADHD. Ouders die proberen om de discipline te versterken, zonder het probleem van hun kind goed te begrijpen, kunnen de situatie nog erger te maken. Kinderen met ADHD hebben de neiging om zeer emotioneel en gevoelig te reageren op spanningen.

7. Als je ADHD hebt, heb je medicatie nodig

Kinderen met ADHD krijgen vaak medicatie voorgeschreven. Het gaat hierbij om stimulerende middelen, als Concerta of Ritalin.  Maar behandeling is meer dan een pilletje. Meestal is een combinatie met gedragstherapie de meest effectieve manier voor de behandeling van ADHD.

8. ADHD is een modeverschijnsel

Heel wat mensen vinden ADHD een modeverschijnsel. Omdat er zoveel aandacht voor is, beweren ze, wordt het etiket ‘ADHD’ veel te vaak gebruikt. Wie vroeger ‘druk’ of ‘lastig’ werd genoemd, krijgt nu de diagnose ADHD. Wie vroeger van het type ‘twaalf ambachten, dertien ongelukken’ was, heeft tegenwoordig ADHD. Met andere woorden: ADHD zou volgens deze mensen overdreven worden, niet meer dan een modegril zijn, iets dat wel weer overwaait.

De diagnose ADHD wordt tegenwoordig inderdaad vaker gesteld dan vijftien, twintig jaar geleden. Maar wil dat zeggen dat de diagnose onzin is? Absoluut niet. De diagnose ADHD moet aan strenge voorwaarden voldoen. Psychiaters, psychologen en kinderartsen gaan daar serieus mee om. Het is onzinnig om te beweren dat u wordt bestempeld als iemand met ADHD louter omdat u druk en impulsief bent.

Dat de diagnose vaker wordt gesteld komt omdat er tegenwoordig een diagnose is. Wat vroeger niet – of heel vaag – werd beschreven, kan nu duidelijk en helder onder woorden worden gebracht. Dat maakt ADHD niet tot een modeverschijnsel, maar tot een aandoening waar kinderen en volwassenen met ADHD, ouder(s) en partners, en leerkrachten en ook (kinder)artsen en psychologen eindelijk een beetje greep op beginnen te krijgen.

9. Alleen jongens hebben ADHD.

Het kan zeker lijken dat jongens eerder hyperactief en makkelijker afgeleid zijn dan meisjes. Uit een enquête bleek dat 82 procent van de leraren geloofden dat ADHD vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes, en dat het moeilijk was om de symptomen bij meisjes te herkennen. Maar ADHD wordt zowel bij jongens als meisjes gediagnosticeerd, hoewel het aandeel hoger is bij jongens (13,2 procent) in vergelijking met meisjes (5,6 procent),

10. Criminele aanleg

Een ander misverstand is dat mensen met ADHD een ‘criminele aanleg’ hebben. Dat is onzin. Mensen met ADHD hebben vaak problemen met hun gedrag, ze kunnen agressief zijn, irritant, maar dat maakt ze niet tot criminelen. Het misverstand is misschien ontstaan omdat blijkt dat relatief veel veroordeelde jongeren ADHD hebben. Er is dus wel een verband tussen ADHD en crimineel gedrag. Dat is echter geen direct verband: er zitten stappen tussen.
Een voorbeeld hiervan is dat mensen met ADHD relatief vaak drank en drugs gebruiken. Dat leidt ook vaker dan bij anderen tot een verslaving. Een verslaving kan vervolgens leiden tot geldnood en ten slotte tot diefstal en ander crimineel gedrag. (Let wel, dit is een voorbeeld: zo gaat het lang niet altijd!)
Er is dus een verband tussen ADHD en crimineel gedrag, maar dat is geen rechtstreeks verband. Van een criminele aanleg is bij mensen met ADHD is geen sprake.

11. Als je ADHD hebt, dan ben je hyperactief.

Het is niet zo dat je hyperactief gedrag moet vertonen om te worden gediagnosticeerd. Dit kan ook als je alleen concentratieproblemen hebt. En niet alle mensen met veel energie en die over-actief zijn hebben ADHD.

Bron: dokter bosman en adhdblog

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.   Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van AD(H)D en Beelddenken komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

bron beeld en brein

Hoe leg je een kind uit wat ADHD is?

Hoe leg je een kind uit wat ADHD is?

De biologische oorzaak van ADHD ligt waarschijnlijk bij problemen met communicatie tussen hersengebieden. Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven door chemische boodschappers. Ook wel neurotransmitters genoemd. Dit  stofje zorgt ervoor dat wanneer er iets gebeurt, we eerst gaan nadenken wat we moeten doen. Het stofje helpt ons om goede keuzes te maken.  Wanneer je te weinig hebt van dit stofje, heb je ADHD

Wat gebeurt er dan? Je doet eerst iets en daarna denk je pas na. Mensen zonder ADHD doen dit andersom. Daardoor maken zij minder foutjes of ongelukjes. Je bent ongeremd. Hierdoor hoor je en zie je alles wat er in je omgeving gebeurt.

je bent bijvoorbeeld een tekening aan het maken. Tijdens het tekenen doe je allerlei andere activiteiten:  tussendoor heb je iemand gezien die zijn pen opgeraapt welke is gevallen, hoor je buiten lawaai, zie je dat een ander kind verdrietig is, reageer je op grapjes van anderen enz. Je wordt dus steeds afgeleid terwijl je met iets bezig bent. Kinderen zonder ADHD horen al deze dingen ook, maar reageren hier veel minder op.

Waar heb je last van als je ADHD hebt? 

Als je veel dingen hoort en ziet wil je ook weten wat het is. Dan moet je dus bewegen om alles in de gaten te houden. Wat je ziet en/of hoort, onthoudt jou hoofd. Je hoofd wil ook nadenken over wat je gezien of gehoord hebt. Wanneer je dus veel ziet en hoort, is het bij jou weleens te druk in je hoofd.

Als je bewegelijk bent, maak je wel eens onbedoeld ongelukjes: je stoot een beker om bijvoorbeeld, of je valt van je stoel. Andere mensen die geen ADHD hebben kunnen zich afsluiten voor andere geluiden wanneer zij aan een werkje werken. Voor jou is dit moeilijk. Mensen zonder ADHD bewegen dus minder en vinden jou soms te druk. En weet je wat nu zo leuk is?  Jijzelf hebt hier helemaal geen problemen mee.

Concentratie

Het is voor jou moeilijk om langer te werken aan één opdracht. Vooral als het iets is wat je niet snapt.  Dan gaat je aandacht al snel naar iets wat veel leuker of gemakkelijker is. Hierdoor kan het zijn dat je werkjes niet af krijgt en de stof ook niet leert begrijpen. Dan kan het zijn dat je steeds verder gaat achterlopen terwijl je eigenlijk net zo slim bent als de ander.

Soms vind je het moeilijk om netjes te schrijven. Vooral als je veel drukte voelt in je hoofd.
Zo kan het ook zijn met lezen. Er zijn zoveel letters, en geen plaatjes soms dat je jezelf niet de tijd gunt om het goed te lezen. Soms ga je het verhaaltje leuker maken, door er zelf iets  er omheen te verzinnen.

De juf verteld een lang verhaal. Zo lang luisteren zonder iets anders te doen? Pfft, nee daar is niks aan. Je gaat daarom andere dingen zoeken die leuker zijn.

Impulsief

Tijdens het spelen kan het zijn dat andere kinderen jou niet begrijpen. Ze vinden je te druk, ze vinden dat jij je bemoeit met dingen waar jij eigenlijk niets mee te maken hebt. Jij vindt dit heel raar. Wanneer iemand in de problemen zit ga jij helpen. Je wacht niet af. Je laat nooit iemand aan zijn lot over. Kinderen zonder ADHD  wachten af. Zij kijken eerst om zich heen of anderen wel zouden helpen. Als die niks doen? doen zij ook niks. Een soort van “kuddegedrag”.  Zij vinden het knap dat jij wel direct iemand helpt. Zij schamen zich dat zij dit niet kunnen, maar durven dit vaak niet toe te geven. Ze gaan je dan uitdagen of zij geven jou negatieve kritiek op iets wat je juist heel goed hebt gedaan.

Thuis valt het je  op dat je vader of moeder je vaak zegt wat je wel en niet moet doen. Bijvoorbeeld: kleed je eerst eens aan voordat je naar beneden komt, hang je jas eens op? , Ben je nu nog niet in de douche geweest? Schiet eens op je moet over vijf minuten naar school. Dat komt omdat je vaak niet één ding tegelijk doet en niet kan kiezen wat kan wachten of wat echt noodzakelijk is.

Het is niet leuk als er vaak op je gemopperd wordt. En verdrietig wanneer je het heel anders bedoeld dan je ouders of leerkracht zeggen! Grote mensen vinden vaak dat jij iets moet doen omdat het zo hoort. Jij doet het misschien op jou manier maar dat vinden de mensen zonder ADHD raar. Jij moet je dus heel vaak aanpassen aan de mensen die geen ADHD hebben.

Je bent vaak je spulletjes kwijt terwijl je ervan overtuigt bent, dat jij je fietssleutel toch echt in het bakje hebt gelegd.
Het is niet leuk als andere laten voelen dat je anders bent terwijl jij je heel normaal voelt.

Je bent vaak druk in het hoofd. Je vraagt je af waarom doet die zo, of waarom huilt het kind, waarom was mama boos op mij? Je kan makkelijk piekeren over dingen die je gezien of meegemaakt hebt. Dit piekeren gebeurt gewoon tijdens de les, of wanneer je in je bed ligt. Kinderen zonder ADHD hebben hier veel minder last van.

Slapen

Sommige kinderen, met AD(H)D, kunnen moeilijk inslapen. Het kan liggen aan een stofje in ons lichaam die wordt aangemaakt als wij gaan slapen. Dat stofje heet Melatonine. Sommige kinderen met AD(H)D hebben een tekort van dit stofje. Wat gebeurt er dan? Bijvoorbeeld: Je moet van je ouders naar bed, maar je kan de slaap niet vatten, je voelt de slaap niet. Je gaat dus iets anders doen: je ligt naar het plafond te staren of je gaat spelen in je bed omdat jij je toch maar ligt te vervelen.

Is ADHD alleen maar lastig? 

Welnee! Jij weet wel beter!!
Als je ADHD hebt ben je juist in bepaalde dingen veel beter!

  • Je overziet dingen sneller.
  • Je bent soms de snelste van de klas.
  • Je kan goed inschatten of iemand verdriet heeft, of zich niet lekker voelt.
  • Je kan heel goed voor de ander zorgen. (daarvoor heb je veel geduld).
  • De manier van omgaan met mensen komt recht uit je hart. Je ziet echt waar ze behoefte aan hebben.Terwijl mensen zonder ADHD vaak doen zoals ze denken dat het hoort, zonder rekening te houden met de ander.
  • Je bent goed in teamsport zoals voetbal of hockey . Veel kinderen met ADHD zijn keeper omdat zij verhoogde reflexen hebben en omdat mensen met AD(H)D ook kijken met hun gezichtsveld: Je reageert sneller en je ziet dingen sneller in je ooghoek dan iemand zonder AD(H)D.
  • Het is heel fijn om bij jou te zijn omdat je fijn jezelf mag zijn.
  • Jij laat andere lachen.
  • Jou enthousiasme geeft de ander energie.
  • Je bent eerlijk, ( soms zo eerlijk dat de ander zonder ADHD er van schrikt! En wordt soms boos ! tja en dat is weer zoo oneerlijk!! )
  • Waar de ander het niet meer weet, weet jij soms nog wel een manier te bedenken dat het toch nog kan worden opgelost.
  • Je hebt aandacht voor detail: dat wil zeggen: wanneer mama nieuwe oorbellen heeft, zie je dat meteen. Of wanneer iemand lang verdrietig is geweest valt het jou op wanneer die persoon weer lacht.
  • Jij wilt graag dat iedereen het goed maakt en dat is een prachtige eigenschap.
  • Je kan soms dingen echt goed : bijvoorbeeld tekenen, zomaar uit je zelf terwijl iemand zonder ADHD daar les voor moet volgen. Zo zijn er ook veel kinderen met ADHD die zomaar liedjes op een instrument kunnen spelen zonder ooit les te hebben gehad.
  • Je kunt genieten van kleine dingen: er is hier een spreekwoord van: “Geniet van kleine dingen en je zult gelukkig zijn!!”
  • Kinderen met ADHD zullen zelden andere kinderen opzettelijk pijn doen of pesten. Je broertje of zusje uitdagen is wat anders. Kinderen zonder ADHD pesten veel vaker andere kinderen dan kinderen Met ADHD.
  • Bijna alle kinderen met ADHD kunnen het gevoel van de ander goed begrijpen en houden hier ook rekening mee. Kinderen zonder ADHD kunnen dit minder goed en houden niet altijd rekening met andermans gevoel, dus ook niet met dat van jou.
  • Een kind dat een ander kind niet goed begrijpt, kan zich onzeker gaan voelen. Om die onzekerheid weg te halen, kan het kind de ander gaan uitdagen. Door het uitdagen leert het kind het andere kind beter begrijpen. Kinderen met ADHD zien het uitdagen niet als een leerspel, maar hebben het gevoel dat ze gepest worden. Dit kan één van de oorzaken zijn, dat je heel boos kunt worden wanneer je wordt uitgedaagd.
  • Wanneer je wordt uitgedaagd, en je vindt dit niet leuk? Dan kun je het uitdagen stoppen door gewoon antwoord te geven. Bijvoorbeeld: hé durf jij over die sloot te springen? “ja hoor, dat durf ik wel, maar daar heb ik nu geen zin in”. Of: iemand zegt: “wat schrijf jij slordig! “ Och” zeg je dan, “als ik het maar kan lezen”. Ben eerlijk en zeg wat je vindt. Doe de ander niet na: “nee jou handschrift ziet er nog lelijker uit! Je geeft dan geen antwoord maar je doet  de ander na. Je was namelijk helemaal niet van plan om iets over het handschrift van de ander te zeggen.
  • Omdat je hoog gevoelig bent kan het zijn dat je liever met jongere of met oudere kinderen speelt of omgaat. Je bent dus op sociaal gebied een beetje slimmer. Het is belangrijk dat je dit weet. Voel je nooit minder als de ander want jij  hebt juist iets extra’s wat kinderen zonder ADHD niet hebben

bron: adhdpraktijkgoirle.nl

Misvattingen over ADHD

Misvattingen over ADHD

Een kind met  ADHD vindt het moeilijk om zich te concentreren, zijn aandacht vast te houden, zijn gedrag te beheersen en kan hyperactief zijn. Wat leven met ADHD misschien nog moeilijker maakt is de hoeveelheid verkeerde informatie en negatieve stereotypen over de diagnose.
Een kind met ADHD is altijd heel druk, dat komt door te veel suiker, een slechte opvoeding en het lijkt alsof er steeds méér drukke kinderen zijn. Er doen zich de gekste verhalen voor over ADHD. Soms gaat het om goed bedoeld advies, een andere keer wordt de aandoening niet erkent.  Zes misvattingen over ADHD op een rij:

1. ADHD staat voor: Alle Dagen Heel Druk

Een kind dat geregeld door de klas rent, niet stil kan zitten en het ontzettend moeilijk vindt om op zijn beurt te wachten. Dit is het typische beeld van een kind met ADHD. Maar dit beeld klopt niet helemaal.
Kinderen met ADHD hebben niet allemaal dezelfde kenmerken. Er zijn verschillende typen ADHD: de één is hyperactief, de ander heeft juist moeite zich te concentreren en is helemaal niet zo druk. Weer een ander is vooral impulsief. Ook kan iemand beide hebben, hyperactief, moeite met concentratie en impulsief

2. Het ligt aan de opvoeding

Een kind wat altijd druk en hyperactief is, vraagt om aandacht omdat hij thuis aandacht tekort komt. Dit is absoluut niet waar. ADHD is geen gevolg van slechte opvoeding. Deze fabel kan erg vervelend zijn voor het kind én ouders. ADHD kent een biologische oorzaak en is daarmee dus geen direct gevolg van verkeerde opvoeding. Wel vraagt de opvoeding van een kind met ADHD meer structuur, ritme en rust.

3. Er zijn steeds meer kinderen met ADHD

Drie tot vijf procent van de mensen heeft ADHD. In een klas zit dus vaak wel een kind met ADHD.  Het lijkt alsof er steeds meer kinderen met ADHD bij komen. Maar dit heeft veel te maken met de helderde geformuleerde diagnose. Waardoor het beter herkent word. De kenmerken waren vroeger minder duidelijk omschreven. Een kind was vervelend, onhandelbaar of heel druk. Door nieuwe technieken kan nu zelfs bekeken worden wat er anders is aan de hersenen van iemand met ADHD.

4. Het is een fase

Dat ADHD een fase is, is een misverstand. Ja, kinderen kunnen een tijd wat drukker zijn dan anders door bijvoorbeeld stress. Maar bij deze kinderen houden deze kenmerken langere tijd aan. Zo niet hun hele leven. Het blijft voor hen lastig zich te concentreren, hun beurt af te wachten en zaken te plannen. Ze kunnen wel leren er beter mee om te gaan.

5. Een kind met ADHD heeft een gebrek aan wilskracht en doorzettingsvermogen

Een kind met ADHD moet vaak op zijn tenen lopen om binnen de lijntjes te blijven. Over de hele linie kost het een kind met ADHD meer wilskracht en doorzettingsvermogen om te functioneren en mee te komen met de ‘normale’ mensen. Om dit te kunnen volhouden zijn creatieve en vernuftige trucs nodig, anders is het niet vol te houden. Veel kinderen met ADHD zijn creatief, intelligent en oplossingsgericht.

6. Geen suiker voor een kind met ADHD

Van suiker worden kinderen druk. Dat wordt vaak gedacht. Uit divers wetenschappelijk onderzoeken blijkt dat suikerinname niet de oorzaak van hyperactiviteit kan zijn. Kinderen krijgen vaak meer suiker op feestjes, waar ze toch al drukker waren dan normaal. Kinderen met ADHD hoeven dus zeker niet op een suikervrij dieet te worden gezet. Gezonden voeding is uiteraard belangrijk. Net als voor elk kind.

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Wat de manieren van prikkelverwerking je vertelt over het gedrag van kinderen

Vandaag de dag krijgen kinderen vaak het label autisme of adhd, als ze iets drukker zijn dan gemiddeld of zich iets anders gedragen dan hun leeftijdsgenoten. Vaak heeft het gedrag van deze kinderen te maken met hun manier van prikkelverwerking. Kinderen zijn overprikkeld of juist onderprikkeld. Wanneer je met dit in je achterhoofd naar het gedrag van kinderen kijkt, brengt je dit veelal tot hele andere inzichten en betere mogelijkheden om een kind te helpen, daar waar nodig.

Het ene kind wat gevoelig is voor prikkels en indrukken, houdt van rust. Terwijl een ander kind juist constant stuitert, friemelt, praat en geen twee seconden kan stil zitten. Een kind wat gevoelig is voor prikkels, wil na een drukke dag op school, graag even alleen zijn om tot rust te komen. Een onderprikkeld kind klimt in bomen, springt op de trampoline om extra prikkels op te doen.

Verschillende manieren om te reageren op prikkels

Er zijn twee manieren waarop kinderen kunnen reageren wanneer ze over of onderprikkeld zijn. Dit kan op een actieve en passieve manier. In het boek “wiebelen en friemelen” wordt onderscheid gemaakt in vier verschillende “prikkeltypes

Onderprikkeld en actief (actief bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels worden doorgegeven aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind blijft daardoor wat slomer of slaperiger.

Een onderprikkeld actief kind gaat zelf op zoek naar extra prikkels. Die prikkels mogen van hem langer duren, harder zijn en vaker herhaald worden dan iemand met een gemiddelde zintuiglijke prikkelverwerking. Hij krijgt dus niet snel genoeg van prikkels; want prikkels ? véél prikkels ? zijn juist fijn!

Kenmerken van overprikkeld en actief zijn:
Druk, spontaan, uitbundig/chaotisch, vraagt veel aandacht, gaat maar door.
Een kind is altijd op zoek naar nieuwe ervaringen, houd niet van routines en regels. Hij is erg enthousiast en impulsief, verveelt zich snel. Een kind zit vaak te wiebelen of loopt van zijn plek.

Onderprikkeld en passief (niet bezig om meer prikkels te krijgen)

Omdat er te weinig prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, krijgt een kind geen signalen dat er iets aan de hand is of iets gebeuren moet. Een kind wordt daardoor wat loom of dromerig .
Een onderprikkeld passief kind gaat niet zelf op zoek naar de extra prikkels die hij nodig heeft. Daardoor blijft hij slomer en mist hij informatie. Wanneer die prikkels wel op zijn pad komen, kan hij daarvan genieten.

Kenmerken van overprikkeld en passief zijn:
Flexibel en sloom, onverschillig, mist informatie, is moeilijk te bereiken
Een kind is vaak heel rustig en kan zich goed concentreren. Presteert goed onder druk, omdat hij daar niet veel van opmerkt. Lijkt soms ongeïnteresseerd, is geregeld traag en vergeetachtig. Droomt snel met zijn gedachte weg. Mist het overzicht om goed te kunnen plannen.

Overprikkeld en actief (is zichzelf aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, wordt een kind overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn eruit te filteren.
Een overprikkeld actief kind probeert zelf de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, zodat hij niet de hele tijd overprikkeld raakt. Hij probeert onprettige prikkels te vermijden en zoekt prikkels op die hem kalmeren.

Kenmerken van een overprikkeld actief kind zijn:
Gestructureerd en besluitvaardig, met oog voor detail, snel gespannen, wil controle hebben
Een kind vindt het prettig om alleen te zijn. Hij vergeet niet snel iets, merkt alles op. Een kind is niet heel flexibel, hij bepaalt graag zelf hoe dingen gaan. Hij verzet zich tegen verandering en kan zeer emotioneel zijn.

Op school gaat een kind achter in de rij staan, als hij te veel prikkels ervaart, omdat het daar rustiger is. Of hij trekt zijn capuchon over zijn hoofd om minder last te hebben van de prikkels

Overprikkeld en passief (is zichzelf niet aan het kalmeren)

Omdat er te veel prikkels doorgegeven worden aan het bewustzijn, worden deze kinderen overspoeld door prikkels. Het is daardoor lastig om de prikkels die op dat moment belangrijk zijn er uit te filteren.
Een overprikkeld passieve kind is niet veel bezig om de hoeveelheid prikkels in zijn omgeving te beïnvloeden, waardoor hij regelmatig overprikkeld raakt.

Kenmerken van overprikkeld passief kind zijn:
Gevoelig, opmerkzaam, vindt rust prettig, nerveus, kan opeens overstuur raken
Een kind is zich heel bewust van zijn omgeving, heeft oog voor detail. Hij is snel afgeleid, is hyper en nerveus, hij schrikt van prikkels niet verwacht. Hij onthoudt wat mensen vertellen.

Bron: 7zintuigen

ADHD is geen stoornis, maar een andere manier van denken

ADHD is geen stoornis, maar een andere manier van denken

Volgens de wetenschap is ADHD (attention deficit hyperactivity disorder) een aandachtstekort-hyperactiviteitstoornis.  Een afwijking waarbij een sterk verlaagd vermogen aanwezig is om aandacht voldoende bij activiteiten te houden. Er is spaken van impulsief gedrag en rusteloosheid. Deze formulering suggereert dat ADHD een psychische stoornis is, maar het is eigenlijk een andere manier van denken.

Dat wat men ADHD noemt is vaak een voorkeur om visueel (sterk beeldend) te denken in combinatie met gevoelsdenken. Een kind (of volwassene) reageert direct op gebeurtenissen en onderneemt daar ook actie op. Dit past niet altijd in de plannen die anderen met ze hebben. In de klas op school is dit veelal niet gewenst.

De heersende opinie zegt, dat deze kinderen lastig en minder intelligent zijn, maar niets is minder waar. Omdat een kind met ADHD een andere leerstijl heeft, heeft hij moeite om de focus te houden. Op school wordt er vaak te uitgebreid uitgelegd. Een kind verliest hierdoor zijn aandacht. Juist deze kinderen zijn gebaat bij een korte en duidelijke instructie.

ADHD en prikkels

Het is eveneens een groot misverstand dat mensen met ADHD te veel prikkels krijgen en daardoor snel zijn afgeleid. Iemand met ADHD krijgt juist te weinig prikkels en gaat daarom de prikkels zelf creëren. Dit verklaart het drukke imago van kinderen met ADHD. Om er voor te zorgen dat iemand met ADHD geen prikkels gaat creëren, moet je er dus voor zorgen dat hij redenen heeft om dingen te gaan doen, dan komt de focus vanzelf.

De kernvisiemethode

De kernvisiemethode kan kinderen helpen. Deze methode leert kinderen verschillende technieken aan om lesstof zelf visueel op te slaan en blijvend te kunnen reproduceren. Zij worden zelf verantwoordelijk voor de oplossing, er wordt dus ook veel aandacht besteed aan het opbouwen van de motivatie van het kind.

Het doel van coaching met de Kernvisie methode is om een kind op een natuurlijke manier vanuit zijn eigen persoonlijke kracht te laten leren. En het resultaat hiervan is dat het kind weer plezier krijgt in leren wat natuurlijk zijn weerslag heeft op de motivatie van het kind.

bron: kernvisiemethode.nl