**//sticky ads code//**
Vervelende opmerkingen die kinderen met ADHD te horen krijgen

Vervelende opmerkingen die kinderen met ADHD te horen krijgen

“Mijn juf is zo gemeen. Ze mag me niet. ‘Als je kind ADHD heeft, weet je dat’ gemene juffen’ zelden expres wreed zijn. Maar soms betekent hun gebrek aan kennis en training over ADHD dat ze verwachtingen – en opmerkingen – hebben die volkomen ongepast en / of nutteloos zijn voor kinderen. 7 onbehulpzame opmerkingen welke kinderen vaak te horen, maar waar ze niks mee kunnen.

 1: “Als je alleen maar harder zou proberen, zou je …”

Kinderen proberen zo hard als ze kunnen. “Harder proberen” is geen optie. Kinderen met ADHD verwerken informatie anders. Hun leerstijl is veelal anders dan de lesmethoden, of ze kunnen gewoon problemen hebben om aandacht te schenken aan wat er in de klas gebeurt . Het idee dat ze “harder moeten proberen” maakt dat ze zich gaan schamen voor hun manier van denken en informatie verwerken.

2: “Als je eens iets netter zou werken, maak je minder fouten”

Ja, kinderen met ADHD maken vaak ‘achteloze fouten’. Die fouten komen echter niet voort uit een gebrek aan zorg. Ze komen voort uit hun anders denken (neurodivergentie). Ze denken vaak sneller dan ze schrijven. Ze interpreteren informatie te snel. Ze vergeten te controleren.

3: “Hoe vaak moet ik u vertellen?!?”

Het antwoord: Steeds opnieuw, omdat we ADHD hebben. Die eerste twee letters staan ​​voor ‘aandachtstekort’, en ze betekenen dat ze moeite hebben om aandacht te besteden aan dingen die andere mensen niet volgen, vooral als ze die dingen saai vinden. Dus ze de klas rond kijken voor amusement. Wat zich buiten dat venster bevindt, is vaak interessanter voor ons dan wat er in de klas gebeurt.

4.Je bent slim. Je zou het beter moeten doen in deze klas. ”

Ja, ze zijn slim, maar ook neurodivergent in een wereld en een schoolsysteem exclusief ontworpen voor het gemiddelde talig denkende kind. Dus hoe ‘slim’ ze ook zijn, ze werken ook met een aanzienlijke handicap. Hoe kunnen ze het “beter” doen in een klas die niet voor hen ontworpen is? Ze doen altijd ons best. Deze opmerking maakt dat ze zich schamen en zich alleen maar dom voelen. Ze krijgen het gevoel dat ADHD hun schuld is.  Ze gaan geloven dat ze lui zijn. 

5 Stop met drummen op je potlood / tikken op je been / schoppen tegen de stoel van je buurman.”

ADHD-lichamen zijn bedoeld om te bewegen. Ze zijn niet geprogrammeerd om stil te zitten: hun hersenen werken gewoon niet op die manier. Het moderne klaslokaal is ontworpen voor neurotypische kinderen, die urenlang gelukkig op hun achterste kunnen zitten. Kinderen met ADHD kunnen dat niet. Dus nemen ze hun toevlucht tot dingen zoals steeds opnieuw klikken op pennen of met potloden drummen omdat ze behoorlijk wanhopig op zoek zijn stimulatie.

6 “Nee, je mag niet meer naar het toilet gaan.” Of “Nee, je hoeft uw potlood niet opnieuw te slijpen.” 

Sommige kinderen met ADHD nemen hun toevlucht tot het toilet of het slijpen van hun potlood om de broodnodige stimulatie te krijgen. Ze moeten opstaan ​​en hun benen strekken, en naar het toilet gaan of hun potlood slijpen is de enige manier waarop ze hun stoel mogen verlaten. 

7  Stop met tekenen over je papieren.”

Veel kinderen, vooral degenen onder ons met het onoplettende type ADHD , proberen hun neurodivergentie te maskeren door aandachtig naar hun bureau te staren, terwijl ze dingen doen zoals kleuren in alle o’s, a’s, e’s, enz. Op een pagina, tekenen in plaats van nemen notities, papieren voetballen enzovoort. 

bron: additudemag.com

Een “label” is geen oplossing!

Een “label” is geen oplossing!

Het plakken van labels op kinderen hoeft niet verkeert te zijn. Belangrijk is wat je doet nadat er een diagnose is gesteld. Helpt het een kind of werkt het stigmatiserend. Er zijn situaties waarin het zeker een kind helpt, maar helaas is het ook vaak het “eind station”. De diagnose is gesteld en daarmee moet een kind het doen.

Een praktijk voorbeeld

Meester Marcel vertelt:
Er was iets niet helemaal in orde met de jongen. Dat vond de school. En dat merkten zijn ouders ook. In de klas was hij er niet helemaal bij. Afwezig, vaak. Ongeconcentreerd. De school en de ouders vonden het een goed plan, als hij eens onderzocht werd. Zo kwam het tot een diagnose: ADD, attention deficit disorder. ADHD zonder de hyperactiviteit, dus. Opeens begreep de school het. En ook de ouders waren opgelucht, omdat ze daarmee te horen hadden gekregen dat het niet aan hen lag. Ritalin of een aanverwant medicijn werd deel van de dagelijkse routine.

Marcel heeft contact gehouden met dit jongetje en zijn ouders, omdat hij schrok van hoe we ons in korte tijd een compleet psychiatrisch jargon hebben eigen gemaakt en hoe normaal we dat zijn gaan vinden. ‘Ons kind slaapt heel laat. Dat is een kenmerk van ADD’, vertelden de ouders me. Ik draaide het om: ‘Als je iedere dag laat in slaap valt, zou je best wel eens wat focusverlies overdag kunnen ondervinden.’ Dat vond hun huisarts een steekhoudende hypothese. Hij schreef een lichte dosis van een natuurlijk slaaphormoon voor. Sindsdien slaapt de jongen om 20:00u en vertoont hij amper nog de symptomen van ADD.

Niet goed slapen als kenmerk van ADD of moeite om geconcentreerd te blijven, omdat je niet goed slaapt.

Het is een fundamenteel andere manier van kijken.
Een grote valkuil in de “hulpverlening” kenmerkt zich door niet meer naar het kind te kijken, maar naar het gedrag. Een kind is meer dan een zak competenties of een set gedragskenmerken. Er zijn kinderen die op basis van hun gedrag op school en in de klas, wel drie keer het label ADHD zouden kunnen krijgen. Maar wanneer ze rustig thuis zijn, kruipen ze heerlijk bij je op de bank voor een verhaaltje. Zijn ze de rust zelve. Een gevalletje van deeltijd-ADHD?

Hoe ver we gegaan we in labelen

Wat betekent het om te denken in labels in plaats van in kinderen. De Amsterdamse hoogleraar opvoedkunde Jo Hermanns presenteerde tijdens zijn NIVOZ-voordracht ‘Een pedagogisch antwoord op passend onderwijs’. Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat tussen de 2 en 5 procent van de kinderen een leer of gedragsprobleem heeft. Maximaal 1 op de 20 kinderen heeft speciale hulp nodig. Dit is decennia lang een redelijk vaststaand cijfer geweest. Echter, in onze tijd krijgt maar liefst 1 op de 6 kinderen een diagnose.

De bijwerkingen van medicalisering

Medicijnen hebben bijwerkingen. Medicaliseren heeft ook z’n bijwerkingen, vaak ernstige. Je loopt een verhoogd risico te gaan leven, je te gaan gedragen naar de taal en de logica van het medicaliserende model. Er zijn ouders die zeggen dat ze blij zijn met een diagnose, omdat het daarmee ‘niet aan hen ligt’, maar aan ‘stofjes’ in ‘de hersenen’, die te veel of te weinig aanwezig zijn. En daar zijn medicijnen voor. Die neiging is al te menselijk en goed te snappen. Maar wat je als ouder eigenlijk moet begrijpen, is dat je weliswaar een geweldige invloed hebt op de ontwikkeling van je kind, maar dat je geen ‘factor’ bent die schuld draagt.

Explanation stopper

Datzelfde geldt voor leraren, die een diagnose gebruiken als een explanation stopper, zo’n uitleg die iedere verdere gedachte overbodig maakt: ‘Tja, hij heeft ADHD. Dan weet je het wel.’ Wat weet ik dan wel? Hoe ontslaat dat je ervan het kind achter het label te blijven zien? Ook in administratieve zin zijn er bijwerkingen voor scholen.  Als men extra geld nodig heeft voor de begeleiding van een kind, moeten er een goede sterke diagnose liggen.

Het ergst is het ongetwijfeld voor de kinderen zelf. Wat betekent het om ‘gelabeld’ te zijn? Hoe word je benaderd? En hoe verhoud je je zelf tot een diagnose? Sommigen zeggen: ‘Ik kan er niks aan doen, want ik heb ADHD.’ Als je een diagnose gebruikt om begrip te krijgen van je situatie, is dat prima. Maar als je gaat wonen in je diagnose, als het een reden wordt om je te blijven gedragen zoals je doet, is zo’n label eerder een katalysator die het probleem in stand houdt. Zorg dat een label een route naar een oplossing is.

Achteraf zijn ze geen kinderen meer!

Achteraf vinden we het mooi dat Leonardo Da Vinci, Albert Einstein, Pablo Picasso, Roald Dahl, Steven Spielberg, Bill Gates en Jan des Bouvrie dyslectisch bleken te zijn. Als we terug kijken wordt het deel van hun sucess storyMaar ‘achteraf’ zijn ze geen kinderen meer. Kinderen willen nú laten zien wat ze kunnen.

En het is aan de leerkracht om deze kinderen de de ruimte te bieden: ‘Laat maar zien wat je kunt. Doe het maar. En trouwens, ik heb ook verwachtingen: wat jij kunt, moet je me ook laten zien.’
Een pilletje is vaak als een punt aan het eind van de zin: het verhaal is af, met een medische diagnose kan het denken stoppen. Kijken voorbij het gedrag naar het kind zelf is eerder een uitroepteken. Of beter: een krachtig vraagteken. Omdat je nooit zeker weet waar je uitkomt.

bron:het kind

Voeding om ADHD-hersenen te stimuleren

Voeding om ADHD-hersenen te stimuleren

De juiste voeding speelt een belangrijke rol in hoe goed “ADHD-hersenen” werken. Slechte voeding kan ertoe leiden dat een kind met ADHD sneller wordt afgeleid, impulsiever en rusteloos is. Het juiste voedsel daarentegen kan die symptomen verminderen.

Eiwitten voor ADHD-controle

Voedingsmiddelen rijk aan eiwit  worden gebruikt door het lichaam om neurotransmitters te maken, de chemische stoffen die vrijkomen door hersencellen met elkaar te laten communiceren. Eiwitten zitten veel in mager rundvlees, varkensvlees, gevogelte, vis, eieren, bonen, noten, soja en zuivelproducten. Eiwit kan schommelingen in de bloedsuikerspiegel voorkomen, welke de hyperactiviteit verhogen.

Voor een goede start van de dag zijn eiwitten dan ook heel belangrijk. Maar ook gedurende de dag is het goed om voldoende magere eiwitten binnen te krijgen.

Evenwichtige maaltijden voor ADHD

Een evenwichtige maaltijd is goed voor iedereen. We eten vaak te veel koolhydraten terwijl we meer groente zouden moeten eten. Een evenwichtige lunch of avondmaaltijd bestaat voor de helft uit groente. Voor een vierde uit eiwit en de resterende vierde uit koolhydraat, bij voorkeur een vezelrijke – volkoren pasta , volkorenbrood of bruine rijst.

Deze combinatie van voedingsmiddelen minimaliseert schommelingen in gedrag veroorzaakt door honger of door een tekort aan een bepaalde voedingsstof. Vezels voorkomen dat de bloedsuikerspiegel stijgt en daalt, wat de aandacht bij mensen met ADD kan verhogen.

Vitamine

Het nemen van extra vitamine kan een kind helpen bij zijn cognitieve ontwikkelingen. Zelf ben ik daar niet zo’n voorstander van en probeer juist verste producten te kiezen die rijk zijn aan goede vitamine. Als je kind een moeilijke eter is kun je er een lekkere smoothie van maken, zo krijgt hij gemakkelijk veel goede voedingstoffen binnen.. 

B Vitaminen voor ADHD

Studies 1 suggereren dat lage B-vitamines de IQ-scores verbeterde en agressie en antisociaal gedrag verminderde. Vitamine B-6 lijkt het dopaminegehalte in de hersenen te verhogen, wat de alertheid verbetert

Zink, ijzer en magnesium voor ADHD

Lage zink niveaus houden verband met onoplettendheid. Evenals het ijzer gehalte verband houdt met cognitieve tekorten en ernstige ADHD.
Een goede magnesiumspiegel heeft een kalmerend effect op de hersenen

Omega-3’s voor ADHD

Omega 6 vormt samen met omega 3 een groep essentiële vetzuren.  Ze heten ‘essentieel’ omdat ons lichaam deze vetzuren niet zelf kan aanmaken en we ze via onze voeding moeten binnenkrijgen.
Vis en schaal- en schelpdieren zijn de belangrijkste bronnen van omega 3-vetzuren. Uit onderzoek blijkt dat kinderen met ADHD beduidend minder van deze vetzuren in hun lichaam hebben, vooral van de omega 3-vetzuren.3

Meer weten over voeding voor je hersenen

 

Waar herken je een beelddenker aan?

Waar herken je een beelddenker aan?

Iedereen wordt geboren als beelddenker, een baby kent immers geen woorden.  Langzaam ontwikkelt het taaldenken zich en wordt het beelddenken kleiner.
Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers.

Het lijkt wel of er steeds meer beelddenkers komen. In iedere klas zitten er wel een paar. Deze kinderen het vaak moeilijk op school. “Het zit er wel in maar het komt er niet uit” is een veel gehoorde uitspraak.
Niet elke beelddenker is gelijk, maar er zijn wel verschillende kenmerken te benoemen die jonge beelddenkers in de klas laten zien.
Hoewel beelddenkers een voorkeur hebben voor het in beelden denken, zijn ook beelddenkers die een goed gevoel voor taal hebben. Daarnaast zijn er ook die dat helemaal niet hebben. Vooral deze groep beelddenkers krijgt vaak lees- en/of spellingproblemen op school.

Algemene kenmerken beelddenkers.

  • Afwezige indruk
    Een beelddenker kan een trage, soms afwezige indruk maken, doordat ze een naar binnen gekeerd gedrag vertonen.
  • Werktempo
    Het werktempo van een beelddenkend kind is vaak lager dan gemiddeld, omdat hij steeds weer van taal naar beeld en andersom moet vertalen in zijn hoofd.  Het werktempo bij handelen en reageren zijn vaak weer wel hoog.
  • Zwakke concentratie
    Beelddenkers hebben een zwakke concentratie, omdat zij alle geluiden om hen heen willen ‘zien’.
  • Dromerig
    Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen verhaal/beeld. Het lijkt of zij niet opletten, maar het overkomt hen gewoon.
  • Regels
    Een beelddenker heeft moeite om zich aan regels te houden.
  • Zoeken naar woorden
    Je ziet vaak woordvindingsmoeilijkheden bij beelddenkers. Dit komt omdat ze het woord niet bij het beeld kunnen vinden. Daardoor vervallen ze vaak in het gebruik van woorden als:  je-weet-wel, dinges, of die/dat. Beelddenkers gebruiken vaak synoniemen voor het woord dat ze zoeken. Hoewel het dan niet helemaal klopt wat ze vertellen, kunnen andere mensen het wel begrijpen.
  • Woordenschat
    Een beelddenker wordt vaak niet begrepen door andere mensen. Dit komt door de woordenschat die beelddenkers gebruiken. Zij hebben hun eigen, vaak beperkte, woordenschat. Een beelddenker zal bijvoorbeeld over een boot praten en niet over een schip, over mama en niet over moeder. Beelddenkers gebruiken weinig `moeilijke` woorden. Dit wordt veroorzaakt door het vertalen van de beelden (ordening van tijd). Er zit geen begin en einde aan een verhaal.
  • Kinderlijk
    Een beelddenker komt vaak kinderlijk over. Ze zijn langer afhankelijk van hun ouders, omdat deze hen wegwijs moeten maken in de wereld buiten hun denkwereld.
  • Tijdbesef
    Beelddenkers hebben moeite met volgorde en tijd, omdat in hun hoofd altijd alles tegelijkertijd aanwezig is. Volgorde is daarbij niet van toepassing.
  • Links-rechts
    De beelddenker kan moeilijk de begrippen links en rechts onderscheiden.
  • Taalontwikkeling
    Beelddenkers hebben vaak een taalachterstand opgebouwd. Taal is voor hen niet het communicatiemiddel. Door gebaren, wijzen, voordoen of tekenen kunnen zij zich makkelijker uiten. Daar vloeit uit voort dat ze zwijgzaam kunnen zijn.
  • Weinig woorden
    Een beelddenker gebruikt vaak weinig woorden om iets te vertellen. In hun hoofd hebben ze alles al gezien en voor sommige woorden hebben kennen ze niet geen beeld, dus deze worden niet benoemd. Ze maken korte onvolledige zinnen. Sommige stukken van hun verhaal zullen ze weglaten, omdat ze denken het al verteld te hebben.
  • Gedachten verwoorden
    Het is voor een beelddenker lastig om zijn gedachten te verwoorden. De hoeveelheid informatie in hun hoofd is niet altijd even snel te vertalen in spreektaal. Antwoorden laten daardoor vaak langer op zich wachten en de kinderen komen stil en verlegen over.
  • Instructies opvolgen
    Beelddenkers hebben problemen met het opvolgen van instructies. Vaak heeft het kind geen beeld bij wat er van hem wordt verwacht en begrijpt hij het niet. Deze kinderen krijgen ook vaak te veel informatie in één keer, waarbij bij de verwerking in hun hoofd het idee ontstaat dat ze alles wat ze gezien hebben ook al gedaan hebben. Na één ding gedaan te hebben, menen ze met alles al klaar te zijn. Ook is het moeilijk alle informatie te ordenen en op volgorde van tijd uit te voeren.
  • Letterlijk nemen
    Beelddenkers nemen de informatie die hen verteld wordt of die ze lezen vaak letterlijk op. Ook al is de betekenis er van niet letterlijk. Ze zien dingen precies zo voor zich als ze verteld worden. Spreekwoorden, uitdrukkingen en overdrachtelijk taalgebruik zijn vaak een probleem voor hen!
  • Zwak in analyse
    Een beelddenker kan een probleem niet goed analyseren. Zij vinden het lastig om zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten en/of structuur aan te brengen. Denk aan agenda invullen, huiswerk plannen.

bron Beeldenbrein

10 prachtige eigenschappen van ADHD!

10 prachtige eigenschappen van ADHD!

ADHD is niet altijd gemakkelijk in onze hedendaagse maatschappij. Maar verwar de sterke punten van ADHD niet met symptomen! Het zijn unieke eigenschappen en vaardigheden die een kind creatiever, spontaner, zorgzamer en energieker maken dan wie dan ook. Enkele van onze favoriete voordelen van ADHD

  1. De onmisbare kracht van ADHD
    Wees trots op de aandachtstekortstoornis ( ADHD of ADD ) en al het out-of-the-box denken, de humor, drive en passie die het met zich meebrengt! 
  2. De gedrevenheid van ADHD
    De kenmerkende hyper focus van ADHD is een serieus voordeel, wanneer je deze aandacht en energie effectief kunt inzetten. Veel wetenschappers, schrijvers en kunstenaars met ADHD hebben een zeer succesvolle carrière, grotendeels vanwege hun vermogen om zich urenlang te kunnen focussen op wat ze doen.
  3. Een sprankelende persoonlijkheid
    Kinderen met ADHD zijn slim, creatief en grappig . Ze houden van lachten en hebben vaak een goed gevoel voor humor.
  4. Vrijgevigheid
    Kinderen met ADHD maken graag andere gelukkig. Dit kan zijn door het delen van een koekje of door een vriendje te troosten
  5. Vindingrijkheid
    ADHD-ers kunnen hun creativiteit op prachtige manieren benutten. Ze kunnen super snel met nieuwe ideeën komen.  Het zijn super brainstormers.
  6. Bereidheid om een ​​risico te nemen
    Een kind met ADHD, doet voor hij denkt, waardoor hij gemakkelijker dan andere kinderen risico’s neemt. Door risico’s te nemen kun je nieuwe dingen ontdekken, innoveren en vernieuwen.
  7. Boeiende gespreksvaardigheden
    Eén ding is zeker, met ADHD is er nooit een stil moment! Het constant racende brein leidt altijd naar nieuwe discussieonderwerpen en vragen. Ongemakkelijke pauzes in het gesprek bestaat vrijwel niet.
  8. Behulpzaam
    Hoewel kinderen vaak worstelen op school of in sociale situaties zonder adequate hulp, staan ​​mensen met ADHD bekend om hun medeleven met anderen en de bereidheid om een ​​handje te helpen.
  9. Doorzettingsvermogen
    Kinderen met ADHD hebben te maken met veel tegenslagen. Toch pakken ze telkens de draad weer op en gaan ze door. Dit vraagt veel doorzettingsvermogen.
  10. Creativiteit
    Beroemde mensen met ADHD zijn zanger Justin Timberlake, ondernemer Richard Brandson en cabaretier Jochem Myjer, om nog maar te zwijgen over tientallen anderen! Mensen met ADHD zijn vaak zeer intelligent en creatief. Deze beroemde gezichten bewijzen dat een diagnose je alleen tegenhoudt als je dat toestaat.

Lees meer over misvatting over adhd

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Soms kan een kind ineens boos, geïrriteerd of verdrietig worden om “niets” Of althans dat lijkt zo. Een hoogsensitief kind krijgt veel meer prikkels binnen en verwerkt deze ook diepgaander.  Hoogsensitieve kinderen krijgen dus veel binnen en denken daar diep over na. Ongeveer één op de vijf kinderen is hoogsensitief. Leren omgaan met deze gevoeligheid vermindert woedeaanvallen en huilbuien en versterkt het zelfvertrouwen. Er zijn een paar dingen die vrijwel alle hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Onrecht

Op nummer één van wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden staat: onrecht. Het rechtvaardigheidsgevoel van een hoogsensitief kind is groot. Als iets oneerlijk gaat, dan onderneemt hij actie. Het maakt niet uit of dit hem zelf of andere aangaat.  Ze gaan in discussie als ze het niet eens zijn met een oneerlijke beslissing van ouder of de leerkracht. Als dit dan weggewuifd wordt, ze zich niet gehoord en begrepen voelt, ontvlamt dit in woede.

Onechte mensen

Gevoelige en empathische kinderen reageren sterk op hun omgeving en ze hebben het feilloos door als mensen niet echt zijn. Ze hebben echte en betekenisvolle relaties nodig met andere mensen en ze voelen zich helemaal niet prettig bij mensen die nep zijn. Kinderen klappen vaak dicht in de omgeving van deze mensen.

Een schoolreisje of sportdag

Alles gaat die dag anders. Geen herkenbare structuur, een ander dagritme. Niet de gebruikelijke lessen in de klas of pauzes waarin gegeten en gedronken wordt.  Iedereen is zo druk, duwen voortdurend, praten hardere dan normaal. Het verwerken van al deze nieuwe prikkels kost veel tijd. Tegen het eind van de dag, zijn kinderen vaak uitgeput en kunnen maar moeilijk van zo’n “leuke dag” genieten.

Spontane uitstapjes

Opeens ‘leuk’ op stap gaan, is iets Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het bekende dagritme wordt doorbroken.  Er is veel onduidelijk over wat er gaat gebeuren, wie er zijn, hoe de omgeving eruit ziet. Dit voelt voor een kind niet prettig, waardoor hij in de weerstand schiet. Een kind houd liever vast aan het bekende en voorspelbare.

Labeltjes en naden

Door hun gevoelige huid is elk kledinglabeltje of naad in een sok aanwezig en zit dit continu te kriebelen. Ook strakke kleding of ruwe stoffen worden regelmatig als vervelend ervaren.

Zand

De meeste kinderen vinden zand geweldig. Spelen in de zandbak of op het strand. Zand is echter iets wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het zand plakt en kriebelt, komt in schoenen terecht en maakt kleren vies.

Meteen een keuze moeten nemen

“Wat wil je op je brood?”, is één van de meest gevreesde vragen, omdat papa of mama daar graag gelijk een antwoord op verwacht. Een keuze maken is lastig, omdat er zoveel consequenties zijn. Vruchtenhagel knoeit snel, pindakaas plakt in je mond en de jam heeft pitjes. Maar als ik nu iets zoets kies, mag ik dat vanmiddag niet meer. Voordat al deze aspecten zijn afgewogen, herinnert mama alweer aan de vraag, waardoor de irritatie stijgt en een keuze maken nog moeilijker is.