Executieve functies en het effect van ADHD hierop

Executieve functies en het effect van ADHD hierop

Waarom is het voor sommige kinderen lastig om dingen te plannen, huiswerk te maken. Om geduld te hebben, hun emoties te beheersen, prioriteiten te stellen, taken te starten en af te maken. Voor kinderen met ADHD is vaak geen kwestie van niet willen, maar van niet kunnen! Wat hebben Executieve functies en ADHD met elkaar te maken.

Het brein van kinderen met ADHD of ADD werkt anders. In meer medische termen: de prefrontale cortex is kleiner en er is minder activiteit. In dit hersengedeelte worden de executieve functies geregeld. De executieve functies helpen bij het richten van de aandacht, het beheersen van emoties, het vaststellen van prioriteiten, het plannen van activiteiten, organiseren en het verbeteren van het geheugen. Hierdoor ontstaan dus de problemen waar veel kinderen met ADHD mee worstelen.

In dit deel van de hersenen is een sterkere doorbloeding op bij moeilijkere taken. Bij iemand met ADHD is die doorbloeding minder. Dit verklaart waarom iemand met ADHD meer gestimuleerd moet worden (extra prikkels nodig heeft) om taken uit te voeren. Daarom werken deadlines  goed of even bewegen.

ADHD is meer dan alleen gebrek aan concentratie of te veel hyperactiviteit.  ADHD beïnvloedt ook de manier waarop informatie wordt verwerkt, waardoor het voor een kind soms lastig is te voldoen aan de verwachten die worden gesteld. Zoals stil zitten en luisteren in de klas.

Wat doen executieve functies?

De executieve functies zijn aansturend en controlerend voor het hele doen en laten. Ze beïnvloeden het gedrag van een kind, hoe een kind leert. Die aansturing gebeurt grotendeels onbewust.  Je gebruikt  executieve functies vooral in nieuwe situaties en minder in situaties die je vaak meemaakt.

De belangrijkste executieve functies zijn cognitieve flexibiliteit, zelfbeheersing, planning, werkgeheugen en zelfbewustzijn.

Cognitieve flexibiliteit

Dit is een verzamelterm voor meerdere activiteiten. Het gaat om zowel de vaardigheid om anders te denken, en om het veranderen van perspectief, als ook om het aanpassen aan een omgeving die continu verandert.

Cognitieve flexibiliteit is belangrijk voor het functioneren in het dagelijks leven. Het zorgt ervoor dat kinderen zich kunnen aanpassen als de routines ineens even anders is. Bijvoorbeeld wanneer een kind met de auto naar school gebracht wordt in plaats van op de fiets omdat het regent.

Zelfbeheersing

Zelfbeheersing geeft ons de mogelijkheid om eerst na te denken en vervolgens te doen wat nodig of passend is, in plaats van impulsief te handelen. Het zorgt ervoor dat kinderen aandachtig en gedisciplineerd met een opdracht bezig kunnen zijn. Ook als de verleiding er is om iets anders te doen. Je niet laten afleiden door emoties en externe prikkels.

Planning

Het vermogen taakgericht te werken en om verleidingen te weerstaan. De basis van het maken van een planning en de uitvoering ervan. Plannen houdt ook in dat we anticiperen op toekomstige ontwikkelingen, doelen stellen en door logisch te redeneren een strategie uitstippelen.

Werkgeheugen

We gebruiken ons werkgeheugen onder andere om aanwijzingen op te volgen en dingen in de juiste volgorde te doen. We gebruiken ons werkgeheugen om dingen te onthouden en aan elkaar te relateren. Het stelt ons in staat te kunnen praten en tegelijkertijd te onthouden wat we willen zeggen.

Zelfbewustzijn

Zelfbewustzijn gaat om het vermogen om je eigen prestaties te monitoren, zodat indien nodig gedragingen aangepast kunnen worden. Het vormt de basis voor het reguleren van emoties en gedrag. Het zelfbewustzijn houdt ons een spiegel voor, zodat we realistische verwachtingen van onszelf hebben. Het maakt dat we kunnen leren van onze ervaringen.

Verstoorde ontwikkeling van executieve functies bij ADHD

Elk kind heeft wel eens last van licht verstoorde executieve functies. Kinderen met ADHD ondervinden hier in het dagelijks leven echter veel meer hinder van dan hun leeftijdsgenoten zonder AD(H)D. Bij activiteiten waar kinderen interesse in hebben, werken hun  executieve functies goed wel goed.
Dit verschijnsel ‘ik kan het soms wel, maar meestal niet’ wekt de indruk dat ADHD een gebrek aan doorzettingsvermogen zou zijn. Wat dus absoluut niet het geval is.

Lees meer over de geheimen van een ADHD brein

 

 

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is?

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is?

In Nederland heeft ongeveer tien procent van de leerlingen op de basisschool moeite met lezen. Ongeveer drie tot vijf procent van de kinderen heeft dyslexie. Dyslexie beïnvloedt naast het leren en ook het sociaal
functioneren van een kind. Een kind met dyslexie is niet minder intelligent dan zijn klasgenoten. Toch zal een kind dit vaak zo ervaren. Hoe kun je kind helpen begrijpen wat dyslexie is?

Begrijpen wat dyslexie is

Het is van groot belang voor de algehele ontwikkeling van een kind dat het begrijpt wat dyslexie inhoudt. Het is eveneens cruciaal dat een kind beseft en voelt dat het niet minderwaardig is, maar simpelweg anders functioneert. Hoe kun je een kind helpen om dit te begrijpen en te accepteren?

Je kunt aan een kind uitleggen dat dyslexie een speciale manier is waarop de hersenen letters en klanken verwerken. Je zou kunnen zeggen dat bij mensen met dyslexie de verbinding tussen letters en klanken soms een beetje in de war raakt, waardoor lezen en schrijven moeilijker kunnen zijn.

Wanneer een kind worstelt met leesproblemen of dyslexie, heeft dit vrijwel altijd impact op zijn gevoel van welzijn en zelfbeeld. Vaak gaat er een periode van stress aan vooraf, tot het moment waarop dyslexie wordt vastgesteld. Het kan ook helpen om te benadrukken dat dyslexie helemaal niet betekent dat het kind minder slim is. Integendeel, veel mensen met dyslexie zijn juist heel slim en hebben allerlei talenten. Het is gewoon een manier waarop de hersenen anders werken, net zoals sommige mensen goed zijn in sport en anderen goed zijn in tekenen. Het belangrijkste is dat het kind begrijpt dat dyslexie niet iets is om je voor te schamen, maar gewoon een deel van wie hij of zij is. En dat er ook positieve kanten zitten aan een dyslectisch brein!

Hulp bij begrijpen wat dyslexie is

Er is veel informatie te vinden hoe je als ouders of docent met dyslexie kan omgaan. Hoe je een kind kan ondersteunen. Over hoe je kind helpt in de acceptatie is minder informatie te vinden. Hieronder een drietal boeken die jonge kinderen kunnen helpen in dit proces.

Boekentips dyslexie

ik heb dyslexie nou enIk heb dyslexie, nou en ! Ilonka de Groot

Dit is een boek met een overzichtelijke uitleg over wat dyslexie kan inhouden. Ik heb dyslexie, nou en maakt de vertaalslag van theorie naar praktijk. Dit prentenboek vertelt het verhaal van een aantal kinderen met dyslexie en de verschillende uitdagingen waarvoor ze staan. Het schildert op overzichtelijke wijze wat dyslexie kan inhouden; waar kinderen (of volwassenen) met dyslexie tegenaan kunnen lopen. Steeds verheldert een tekening het geschrevene in een oogopslag. Voor kinderen vanaf 7 jaar en hun ouders en/of verzorgers.

ik ben niet bomIk ben niet Bom, Marion van de Coolwijk

Sander kan niet zo goed lezen en wordt daardoor gepest op school. Zijn klasgenoten hebben niet door, dat niet goed kunnen lezen helemaal niet betekent dat je dom bent! Sander weet natuurlijk wel beter, maar toch voelt hij zich een loser. Pas nadat zijn vader een bekentenis heeft gedaan en er wordt ingebroken in de school, veranderen de zaken voor Sander. Voor kinderen vanaf 10 jaar. Ik ben niet Bom

 

dyslexie servivalgidsDe dyslexie survival gids, Annemie de Bondt

De Dyslexie Survivalgids legt aan kinderen uit wat dyslexie is en hoe je ermee kunt omgaan. In het boekje vind je: wat dyslexie betekent, welke gevoelens je hierbij kunt hebben, hoe je hulp kunt zoeken; hoe je ook op school het best kunt worden geholpen; welke bekende mensen ook dyslexie hebben; het verhaal van een lotgenootje en een mama. Voor kinderen vanaf ca. 9 t/m 12 jaar

 

Wil je zelf meer weten of de talenten van dyslexie dan is dyslexie als kans een geweldig boek

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden!

Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden!

Soms kan een kind ineens boos, geïrriteerd of verdrietig worden om “niets” Of althans dat lijkt zo. Een hoogsensitief kind krijgt veel meer prikkels binnen en verwerkt deze ook diepgaander.  Hoogsensitieve kinderen krijgen dus veel binnen en denken daar diep over na. Ongeveer één op de vijf kinderen is hoogsensitief. Leren omgaan met deze gevoeligheid vermindert woedeaanvallen en huilbuien en versterkt het zelfvertrouwen. Er zijn een paar dingen die vrijwel alle hoogsensitieve kinderen vervelend vinden.

Onrecht

Op nummer één van wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden staat: onrecht. Het rechtvaardigheidsgevoel van een hoogsensitief kind is groot. Als iets oneerlijk gaat, dan onderneemt hij actie. Het maakt niet uit of dit hem zelf of andere aangaat.  Ze gaan in discussie als ze het niet eens zijn met een oneerlijke beslissing van ouder of de leerkracht. Als dit dan weggewuifd wordt, ze zich niet gehoord en begrepen voelt, ontvlamt dit in woede.

Onechte mensen

Gevoelige en empathische kinderen reageren sterk op hun omgeving en ze hebben het feilloos door als mensen niet echt zijn. Ze hebben echte en betekenisvolle relaties nodig met andere mensen en ze voelen zich helemaal niet prettig bij mensen die nep zijn. Kinderen klappen vaak dicht in de omgeving van deze mensen.

Een schoolreisje of sportdag

Alles gaat die dag anders. Geen herkenbare structuur, een ander dagritme. Niet de gebruikelijke lessen in de klas of pauzes waarin gegeten en gedronken wordt.  Iedereen is zo druk, duwen voortdurend, praten hardere dan normaal. Het verwerken van al deze nieuwe prikkels kost veel tijd. Tegen het eind van de dag, zijn kinderen vaak uitgeput en kunnen maar moeilijk van zo’n “leuke dag” genieten.

Hoe om te gaan met hooggevoeligheid op school

Spontane uitstapjes

Opeens ‘leuk’ op stap gaan, is iets Wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het bekende dagritme wordt doorbroken.  Er is veel onduidelijk over wat er gaat gebeuren, wie er zijn, hoe de omgeving eruit ziet. Dit voelt voor een kind niet prettig, waardoor hij in de weerstand schiet. Een kind houd liever vast aan het bekende en voorspelbare.

Labeltjes en naden

Door hun gevoelige huid is elk kledinglabeltje of naad in een sok aanwezig en zit dit continu te kriebelen. Ook strakke kleding of ruwe stoffen worden regelmatig als vervelend ervaren.

Zand

De meeste kinderen vinden zand geweldig. Spelen in de zandbak of op het strand. Zand is echter iets wat hoogsensitieve kinderen vervelend vinden. Het zand plakt en kriebelt, komt in schoenen terecht en maakt kleren vies.

Meteen een keuze moeten nemen

“Wat wil je op je brood?”, is één van de meest gevreesde vragen, omdat papa of mama daar graag gelijk een antwoord op verwacht. Een keuze maken is lastig, omdat er zoveel consequenties zijn. Vruchtenhagel knoeit snel, pindakaas plakt in je mond en de jam heeft pitjes. Maar als ik nu iets zoets kies, mag ik dat vanmiddag niet meer. Voordat al deze aspecten zijn afgewogen, herinnert mama alweer aan de vraag, waardoor de irritatie stijgt en een keuze maken nog moeilijker is.

Een hooggevoelig kind beter begrijpen

 

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Een goede nachtrust krijgen kan een groot probleem zijn voor kinderen met ADHD of ADD. Uit onderzoek is gebleken dat 20 procent van deze kinderen moeite heeft met vallen of slapen. Dat is drie keer meer dan gemiddeld. 

Een onderzoek uit Engeland heeft uitgewezen dat slaapproblemen ook veel voorkomen bij ouders van kinderen met ADHD . In het onderzoek , waarbij 100 ouders van kinderen van 5 tot en met 17 jaar betrokken waren, sliep 57% van de ouders zes uur of minder, terwijl 27%  minder dan vijf uur slaap kreeg.  Meer dan de helft van de kinderen stond ’s nachts minstens vier keer op. 22%  van de kinderen werd voor 06.00 uur wakker. 
Als kinderen veel wakker zijn is het voor ouders ook moeilijk om voldoende nachtrust te krijgen.  Slaapgebrek heeft op volwassenen en kinderen invloed. Het maakt je prikkelbaar (en soms depressief ), ongeduldig en minder efficiënt bij zo ongeveer alles wat je doet. 

De oorzaak van een minder goede nachtrust

Er is een biologische reden waarom kinderen met ADHD minder slapen dan gemiddeld. Veel van dezelfde hersengebieden reguleren zowel aandacht als slaap. Een kind met aandachtsproblemen heeft waarschijnlijk ook slaapproblemen.
Je kunt de biologie van je kind niet veranderen. Maar er zijn ADHD-vriendelijke strategieën om kinderen te helpen hun slaapproblemen te overwinnen. 

Stel een realistische bedtijd in

Accepteer het feit dat een kind mogelijk minder slaap nodig heeft dan andere kinderen van zijn leeftijd. Als je hem te vroeg naar bed brengt, is de kans groot  dat een kind lang wakker ligt.  Dat kan heel vervelend zijn, Het maakt hem misschien angstig, wat de kans weer vergroot dat hij uit bed komt.

Welke bedtijd je ook afspreek, handhaaf deze consequent. Dit geldt  zowel in het weekend als tijdens doordeweeks. Als een kind op vrijdag- en zaterdagavond langer mag opblijven, verstoort dat zijn biologische klok. Op maandagochtend betekent dit dat hij wakker wordt met iets dat lijkt op een jetlag.

Neem rust voor het slapen gaan

Voorkom dat een kind met drukke activiteiten bezig is voor het slapen gaan.  Begin een uur voor zijn bedtijd met een rustige, ontspannende activiteit.  Heeft een kind nog honger geeft hem dan een gezonde snack. Hij kan niet slapen als hij honger heeft. Kijk geen gewelddadige tv-programma’s en zit niet meer op een schermpje. 

Diep ademhalen of naar rustgevende muziek luisteren kan het gemakkelijker maken om in slaap te vallen. Onderzoek toont aan dat kinderen die yoga doen minder hyperactief zijn.

Je kind helpen met het verwerken van alle indrukken

Houd de slaapkamer helemaal donker

Een donkere slaapkamer elimineert de visuele afleiding die een kind ervan kan weerhouden in slaap te vallen. Als een kind zijn speelgoed niet kan zien, zal hij minder snel uit bed komen om ermee te spelen.  Wanneer een kind bang is in het donker zorg dan voor gedimd licht of een klein nachtlampje. Zorg ervoor dat het lampje uitgaat zodra een kind in slaap valt . Gebruik een timer of zet hem zelf uit voordat je naar bed gaat. Na middernacht een lamp aan hebben in de kamer, activeert de waakcyclus .

 

Dyslectische talenten en de essentiële vaardigheden van de 21e eeuw

Dyslectische talenten en de essentiële vaardigheden van de 21e eeuw

Het Wereld Economisch Forum heeft in de vroege jaren van de 21e eeuw een cruciale stap gezet door de vaardigheden van de 21e eeuw te identificeren, die van essentieel belang zijn voor succes in een voortdurend veranderende wereld. Deze vaardigheden zijn voortdurend bijgewerkt en aangepast om te voldoen aan de eisen van een snel evoluerende arbeidsmarkt. Het is opmerkelijk dat veel van deze vaardigheden, zoals creativiteit, kritisch denken, samenwerking en communicatie, vaak sterk ontwikkeld zijn bij dyslectische kinderen.

Creactiviteit een vaardigheden van de 21e eeuw

Een van de vaardigheden die door het Wereld Economisch Forum wordt benadrukt, is creativiteit. Creativiteit is essentieel voor innovatie en probleemoplossing. Veel dyslectici staan bekend om hun vermogen om out-of-the-box te denken. Vanwege hun unieke manier van informatie verwerken, komen ze vaak met originele en vernieuwende ideeën. Een treffend voorbeeld hiervan is Richard Branson, oprichter van de Virgin Group. Hij is dyslectisch en staat bekend om zijn ongebruikelijke en creatieve aanpak van zakelijke uitdagingen.

Samenwerking en communicatie

Samenwerking en communicatie zijn twee aspecten die essentieel zijn in de 21e-eeuwse vaardigheden die nodig zijn in een snel veranderende wereld. Het is opvallend dat dyslectici vaak uitblinken in deze gebieden. Dyslectici hebben vaak geleerd om effectief te communiceren, zowel mondeling als schriftelijk, om hun ideeën over te brengen. Bovendien zijn ze empathisch en kunnen ze goed samenwerken met anderen, omdat ze hebben geleerd verschillende perspectieven te waarderen.

Kritisch denken een vaardigheden van de 21e eeuw

Dyslectici blinken vaak uit in kritisch denken, omdat ze regelmatig informatie grondig moeten analyseren om de betekenis van teksten te begrijpen. Dit vermogen om dieper te graven en diverse perspectieven te overwegen, is van onschatbare waarde in het onderwijs, waar complexe problemen moeten worden opgelost. Een opvallend voorbeeld hiervan is Steve Jobs, medeoprichter van Apple. Hij stond bekend om zijn kritische denkvermogen en zijn vermogen om conventionele denkwijzen uit te dagen.

Erkenning

De erkenning van deze vaardigheden door het Wereld Economisch Forum is een positieve stap richting het waarderen van diversiteit en het benutten van het volledige potentieel van alle individuen in de samenleving. Het is belangrijk dat we deze vaardigheden erkennen en ondersteunen. Dit omdat ze niet alleen cruciaal zijn voor succes in het onderwijs, maar ook bijdragen aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving. Laten we samen streven naar een onderwijssysteem dat alle talenten omarmt en benut!

 

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken:
    vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken:
    braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Wees je ervan bewust dat niet elk compliment leidt tot meer zelfvertrouwen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…