**//sticky ads code//**
Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Het verschil tussen beelddenken en ADHD

Beelddenken en ADHD hebben veel dezelfde kenmerken. Interessant,  maar vooral goed om je van bewust te zijn, om zo een kind beter te kunnen ondersteunen.   Heeft een kind ADHD of is een kind een beelddenker? Zo laten beelddenkers net als kinderen met ADHD een zwakke concentratie zien.

Een andere manier van informatie verwerken

De zwakke concentratie bij beelddenkers wordt veroorzaakt door een andere manier van informatie verwerken. Beelddenkers werken vanuit het geheel, al associërend naar de kern. Zij krijgen het ene associatie beeld over het ander associatiebeeld. Deze beeldenstroom gaat heel snel!

Informatie associërend verwerken

Een beelddenker verwerkt een probleem vanuit het overzicht. Vanuit dit overzicht komen zij al associërend naar een antwoord. Dit gebeurt niet netjes op tijd en volgorde. Hij krijgt veel associatiebeelden die elkaar zelfs overlappen.

Wat gebeurt er bij de Beelddenker als de leerkracht lesstof uitlegt voor het bord?
Stel een kind krijgt uitleg van de leerkracht over breuken. De leerkracht legt de breuken uit aan de hand van een pizza. Hij tekent een hele pizza. Het beelddenkende kind hoort het woord ‘pizza’ en krijgt meteen associatiebeelden die elkaar razendsnel opvolgen:
beeld van de pizzeria met opa op zijn verjaardag ⇒ hele lekkere salami op vakantie in Spanje ⇒lekker zwemmen elke dag in de zee ⇒ zwemles thuis ⇒ nieuwe joggingpak is lekker warm …
De beelddenker ziet dan op eens een pizza in drie stukken getekend op het bord. Hij heeft de eerdere uitleg gemist. Oei, hij snapt nu niet wat de leerkracht zegt. De Beelddenker ziet in zijn ooghoek een kind dat zogenaamd een pizza zit te eten. Hij lijkt wel een aap. En… daar gaan zijn associaties weer. De Beelddenker denkt aan Artis met zijn neef ⇒ het ijs was zo lekker in Artis ⇒ met name aardbeienijs ⇒ oma had altijd van die lekkere aardbeien op een beschuit, enz…

De uitleg van de breuken is compleet aan de beelddenker voorbij gegaan door zijn associatiebeelden. Het lijkt of de beelddenker niet oplet, maar hij verwerkt veel associatiebeelden. Hij droomt weg. En de leerkrachten zeggen dan: `Sven is een dromer!`

Per minuut 1500 visuele waarnemingen

Een kind die zijn informatie voornamelijk via beelden verwerkt, neemt al snel 1500 prikkels per minuut waar.
Wat gebeurt er als de beelddenker naar de leerkracht luistert? Terwijl de beelddenker naar de leerkracht kijkt, neemt hij het volgende waar:
• de blik in de ogen van de leerkracht
• gel in het haar van de meester
• de rekenposter naast het bord

Maar het kind neemt ook vanuit de ooghoeken waar wat er naast hem gebeurt en krijgt impulsen als:
• zijn buurvrouw die met haar vlechten speelt
• Sarah heeft vandaag een super leuk rokje aan
• er vliegt een vogel naast het raam
• Tom kauwt op zijn potlood
• en ga zo maar door!

In tegenstelling tot de 1500 prikkels van visuele waarnemingen, kan een persoon maar 200 woorden in een minuut uitspreken of denken.
Probeer het zelf maar eens.

Omschrijf nu eens een beeld dat we laten zien, terwijl je begint, laten we het volgende beeld al weer zien, terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien. terwijl je begint, laten we weer een volgend beeld zien.
Dit zijn associaties. Best lastig!

De associatiebeelden geven onrust en chaos in het hoofd van een kind.
De zwakke concentratie van een beelddenker is dus vooral toe te schrijven aan de associatieve informatieverwerking en het feit dat de ogen eerst informatie willen zien! Dus naar geluid wordt ook gekeken!

Essentieel verschil tussen beelddenken en ADHD

Als een beelddenker een duidelijk, korte, gestructureerde opdracht krijgt, zal hij aan het werk gaan. Een beelddenker zal dus bij de juiste opdrachten geconcentreerd de opdracht doen. Een kind met ADHD laat na dezelfde duidelijke opdracht nog steeds een zwakke concentratie zien.

Relatief veel mensen met AD(H)D zijn ook beelddenkers. En een aantal kenmerken van AD(H)D en Beelddenken komen met elkaar overeen. Er is echter ook een verschil. Beelddenkers kunnen bij een duidelijke (dat wil zeggen door hen goed begrepen) instructie geconcentreerd werken.

Iemand met ADHD kan vaak moeilijk omgaan met alle geluiden die op hem afkomen. De informatie wordt niet op de juiste manier verwerkt. Deze kinderen zullen proberen om iedere prikkel aandacht te geven en kunnen geen onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken. De informatie dringt echter niet goed door, omdat de aandacht alweer verlegd is naar een nieuwe prikkel.

Een kind wordt dus volledig overspoeld met informatie waardoor zij ‘stoppen’ met luisteren. Dit uit zich vervolgens vaak in hyperactieve gedragingen of het juist volledig afsluiten voor de buitenwereld.

bron beeld en brein

Leesproblemen anders bekeken

Leesproblemen anders bekeken

Als een kind moeite heeft met leren lezen, is het goed om te kijken of een kind mogelijk letters en klanken door elkaar haalt. Wat is de oorzaak van zijn of haar leesproblemen.

Als leren lezen moeilijk gaat heeft het niet altijd zin om maar op dezelfde wijze de lesstof te herhalen. Om maar thuis te blijven oefenen met het lezen van boekjes en woordbladen.
Een kind die moeite heeft met leren lezen en schrijven heeft vaak een andere benadering nodig. Leg een kind uit dat er een verschil is tussen de letters die hij leest en schrijf en de bijbehorende klanken.
Letters zijn namelijk niet hetzelfde als klanken! Onderstaand filmpje legt dit heel goed uit.

Maak een einde aan de verwarring!

Je ziet een kind worstelt met lesstof waar andere kinderen geen of veel minder problemen mee hebben. Een kind heeft vragen en is gefrustreerd. Hij snapt niet wat hij fout doet.

Voor dit kind is iedere letter tegelijk een klank. Hij snapt dus niet waarom hij – als hij keurig al die klanken achter elkaar plakt – de verkeerde letters op papier heeft staan.

In groep 3 en 4 krijgen de letters een ‘klanknaam’. Daardoor vervaagt voor een kind het verschil tussen een klank en een letter.
Hoe vaster een kind ervan overtuigd raakt – door alle lesstof nog een keer te herhalen – dat een klank hetzelfde is als een letter, hoe moeilijker hij straks zal inzien dat klanken en letters juist niet hetzelfde zijn. Hij zal dan blijven verklanken en verklanken is geen veilige en effectieve manier om te weten hoe je een woord moet schrijven!

Wat helpt?

Leer een kind het alfabet en leer hem dat een letter niet hetzelfde is als een klank.
Je mag best praten over de klank van een letter, maar vertel bijvoorbeeld ook dat je sommige klanken (bijvoorbeeld ij/ei, g/ch, t/d) op meer manieren kunt schrijven of dat letter verschillende klanken kunnen hebben.

Bron: taalkanjer | voor ouders van kinderen die tobben met taal.

Een hooggevoelig kind dat prikkels opzoekt: waarom?

Een hooggevoelig kind dat prikkels opzoekt: waarom?

Hooggevoelige kinderen verschillen in de mate waarin ze gevoelig zijn en ook in de mate waarin ze wilskrachtig zijn. Een kind dat in hoge mate wilskrachtig is, wordt ook wel strong-willed genoemd. In de literatuur wordt gesproken over de high sensation seeker (hss) of sensatiezoekers.

Uit onderzoek blijkt dat 30% van de hooggevoelige mensen ook een grote wilskracht heeft,  sensatie zoekers zijn. De overige 70% van de hooggevoelige mensen zijn rustzoekers.

Hoe valt het te rijmen dat een kind wat niet goed tegen prikkels kan, deze zelf op zoekt. Aan de ene kant is een kind gevoelig voor labels in zijn kleding en schrikt van de strenge woorden van de juf. Aan de andere kant wil een kind van alles ondernemen en schreeuwt tegen anderen, alles om zijn zin te krijgen.

Hoe kan dit?

Om deze tegenstrijdigheid te begrijpen moeten we naar de persoonlijke eigenschappen van een kind kijken. Het probleem van een sensatie zoeker is dat hij vaak overprikkeld is, maar ook snel op dingen uitgekeken. Hij kan bruisen van de ideeën en een vol hoofd krijgen. Hij heeft regelmatig behoefte aan uitdaging en prikkels, want anders vindt hij het maar saai. Ook heeft hij behoefte aan rust en soms aan afzondering. Dit kan soms verwarrend voor hemzelf of anderen zijn.

Wanneer iemand strong willed is, heeft hij een sterk ‘innerlijk kompas’. Hij weet wat hij wel en niet wilt en wat hij moreel en ethisch goed vindt. Hij heeft een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. Mensen die strong willed zijn doen daarom niet zomaar wat een ander zegt. Ze moeten er écht van overtuigd zijn. Veranderingen juichen ze ook niet toe, tenzij ze het zelf willen.

Als iemand extravert is, krijgt hij energie van contact met anderen. Introverte mensen laden zich juist op als ze alleen zijn. Extraverte mensen staan graag in het middelpunt van de belangstelling. Als iemand ook hoogsensitief is, komen alle prikkels uit die sociale contacten wel harder binnen. Daardoor raakt iemand makkelijk overprikkeld.

Opvoeding

Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen met een sterke, vraagt soms veel van ouders. Vooral het dwingende karakter, de woedeaanvallen en de aandacht die het kind vraagt kosten veel energie. Extraverte kinderen lijken altijd wat te willen (van ouders). Ze zijn veelal zeer aanwezig en kunnen snel boos worden.

Extraverte hoogsensitieve kinderen hebben minder problemen in het afspreken met vriendjes. Hun zelfvertrouwen is vaak wat groter. Ze kunnen genieten van nieuwe dingen en gaan graag uitdagingen aan.

Slim maar…  Talenten en frustratie

Slim maar… Talenten en frustratie

Het is enorm frustrerend wanneer je ziet dat er bij een kind niet uit komt wat er in zit. Dat een slim pienter kind moeite heeft met simpele taken als opruimen, aankleden en op tijd aan huiswerk beginnen. Dit kan uiteraard vele oorzaken hebben. De executieve functies kunnen hierbij een rol spelen. Onderzoek toont aan dat bij deze kinderen hun executieve functies nog niet goed ontwikkeld zijn.

Wat zijn executieve functies?

Executieve functies zijn de functies in de hersenen die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen te beheersen en je te kunt focussen op wat belangrijk is. Er zijn verschillende vaardigheden te onderscheiden:

  1. Respons Inhibitie: het vermogen impulsen te beheersen. Om te denken voor je doet.
  2. Werkgeheugen: regelt de informatiestromen in het geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat onbelangrijk is.
  3. Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren.
  4. Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks prikkels en afleiding.
  5. Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  6. Planning/prioritering: een plan maken en beslissen wat belangrijk is.
  7. Organisatie: informatie en materialen ordenen.
  8. Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  9. Doelgericht gedrag: doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afschrikken.
  10. Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  11. Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.

Wanneer een kind een taak niet uitvoert, kan het natuurlijk zo zijn dat een taak of opdracht niet past bij een kind. Je kunt dan de taak aanpassen, maar er zijn ook dingen, zoals huiswerk maken, aankleden die moeten wel gebeuren.
Ga in deze situatie na of een kind de taak niet wil of niet kan uitvoeren. Controleer of er omgevingsfactoren zijn die een kind belemmeren en kijk welke functies een kind nodig heeft voor het uitvoeren van een taak. En of een kind deze bezit?

Slim maar…

In het boek Slim maar… geven Peg Dawson en Richard Guare praktische tips hoe je deze vaardigheden bij kinderen kunt ontwikkelen. Voor veel voorkomende problemen hebben ze aangegeven welke executieve functies je daarbij nodig hebt. De komende weken zullen we in een reeks artikelen praktische tips en voorbeelden geven over het trainen van de verschillende executieve functies.

slim maar

Kun je niet wachten lees dan het boek Slim maar.  Het is geschreven voor ouders, maar ook leerkrachten kunnen hier tips uithalen. Het is echt een aanrader voor iedereen die kinderen wil helpen met het versterken van hun executieve functies.

Hoe leg je een kind uit wat ADHD is?

Hoe leg je een kind uit wat ADHD is?

De biologische oorzaak van ADHD ligt waarschijnlijk bij problemen met communicatie tussen hersengebieden. Signalen tussen hersencellen worden doorgegeven door chemische boodschappers. Ook wel neurotransmitters genoemd. Dit  stofje zorgt ervoor dat wanneer er iets gebeurt, we eerst gaan nadenken wat we moeten doen. Het stofje helpt ons om goede keuzes te maken.  Wanneer je te weinig hebt van dit stofje, heb je ADHD

Wat gebeurt er dan? Je doet eerst iets en daarna denk je pas na. Mensen zonder ADHD doen dit andersom. Daardoor maken zij minder foutjes of ongelukjes. Je bent ongeremd. Hierdoor hoor je en zie je alles wat er in je omgeving gebeurt.

je bent bijvoorbeeld een tekening aan het maken. Tijdens het tekenen doe je allerlei andere activiteiten:  tussendoor heb je iemand gezien die zijn pen opgeraapt welke is gevallen, hoor je buiten lawaai, zie je dat een ander kind verdrietig is, reageer je op grapjes van anderen enz. Je wordt dus steeds afgeleid terwijl je met iets bezig bent. Kinderen zonder ADHD horen al deze dingen ook, maar reageren hier veel minder op.

Waar heb je last van als je ADHD hebt? 

Als je veel dingen hoort en ziet wil je ook weten wat het is. Dan moet je dus bewegen om alles in de gaten te houden. Wat je ziet en/of hoort, onthoudt jou hoofd. Je hoofd wil ook nadenken over wat je gezien of gehoord hebt. Wanneer je dus veel ziet en hoort, is het bij jou weleens te druk in je hoofd.

Als je bewegelijk bent, maak je wel eens onbedoeld ongelukjes: je stoot een beker om bijvoorbeeld, of je valt van je stoel. Andere mensen die geen ADHD hebben kunnen zich afsluiten voor andere geluiden wanneer zij aan een werkje werken. Voor jou is dit moeilijk. Mensen zonder ADHD bewegen dus minder en vinden jou soms te druk. En weet je wat nu zo leuk is?  Jijzelf hebt hier helemaal geen problemen mee.

Concentratie

Het is voor jou moeilijk om langer te werken aan één opdracht. Vooral als het iets is wat je niet snapt.  Dan gaat je aandacht al snel naar iets wat veel leuker of gemakkelijker is. Hierdoor kan het zijn dat je werkjes niet af krijgt en de stof ook niet leert begrijpen. Dan kan het zijn dat je steeds verder gaat achterlopen terwijl je eigenlijk net zo slim bent als de ander.

Soms vind je het moeilijk om netjes te schrijven. Vooral als je veel drukte voelt in je hoofd.
Zo kan het ook zijn met lezen. Er zijn zoveel letters, en geen plaatjes soms dat je jezelf niet de tijd gunt om het goed te lezen. Soms ga je het verhaaltje leuker maken, door er zelf iets  er omheen te verzinnen.

De juf verteld een lang verhaal. Zo lang luisteren zonder iets anders te doen? Pfft, nee daar is niks aan. Je gaat daarom andere dingen zoeken die leuker zijn.

Impulsief

Tijdens het spelen kan het zijn dat andere kinderen jou niet begrijpen. Ze vinden je te druk, ze vinden dat jij je bemoeit met dingen waar jij eigenlijk niets mee te maken hebt. Jij vindt dit heel raar. Wanneer iemand in de problemen zit ga jij helpen. Je wacht niet af. Je laat nooit iemand aan zijn lot over. Kinderen zonder ADHD  wachten af. Zij kijken eerst om zich heen of anderen wel zouden helpen. Als die niks doen? doen zij ook niks. Een soort van “kuddegedrag”.  Zij vinden het knap dat jij wel direct iemand helpt. Zij schamen zich dat zij dit niet kunnen, maar durven dit vaak niet toe te geven. Ze gaan je dan uitdagen of zij geven jou negatieve kritiek op iets wat je juist heel goed hebt gedaan.

Thuis valt het je  op dat je vader of moeder je vaak zegt wat je wel en niet moet doen. Bijvoorbeeld: kleed je eerst eens aan voordat je naar beneden komt, hang je jas eens op? , Ben je nu nog niet in de douche geweest? Schiet eens op je moet over vijf minuten naar school. Dat komt omdat je vaak niet één ding tegelijk doet en niet kan kiezen wat kan wachten of wat echt noodzakelijk is.

Het is niet leuk als er vaak op je gemopperd wordt. En verdrietig wanneer je het heel anders bedoeld dan je ouders of leerkracht zeggen! Grote mensen vinden vaak dat jij iets moet doen omdat het zo hoort. Jij doet het misschien op jou manier maar dat vinden de mensen zonder ADHD raar. Jij moet je dus heel vaak aanpassen aan de mensen die geen ADHD hebben.

Je bent vaak je spulletjes kwijt terwijl je ervan overtuigt bent, dat jij je fietssleutel toch echt in het bakje hebt gelegd.
Het is niet leuk als andere laten voelen dat je anders bent terwijl jij je heel normaal voelt.

Je bent vaak druk in het hoofd. Je vraagt je af waarom doet die zo, of waarom huilt het kind, waarom was mama boos op mij? Je kan makkelijk piekeren over dingen die je gezien of meegemaakt hebt. Dit piekeren gebeurt gewoon tijdens de les, of wanneer je in je bed ligt. Kinderen zonder ADHD hebben hier veel minder last van.

Slapen

Sommige kinderen, met AD(H)D, kunnen moeilijk inslapen. Het kan liggen aan een stofje in ons lichaam die wordt aangemaakt als wij gaan slapen. Dat stofje heet Melatonine. Sommige kinderen met AD(H)D hebben een tekort van dit stofje. Wat gebeurt er dan? Bijvoorbeeld: Je moet van je ouders naar bed, maar je kan de slaap niet vatten, je voelt de slaap niet. Je gaat dus iets anders doen: je ligt naar het plafond te staren of je gaat spelen in je bed omdat jij je toch maar ligt te vervelen.

Is ADHD alleen maar lastig? 

Welnee! Jij weet wel beter!!
Als je ADHD hebt ben je juist in bepaalde dingen veel beter!

  • Je overziet dingen sneller.
  • Je bent soms de snelste van de klas.
  • Je kan goed inschatten of iemand verdriet heeft, of zich niet lekker voelt.
  • Je kan heel goed voor de ander zorgen. (daarvoor heb je veel geduld).
  • De manier van omgaan met mensen komt recht uit je hart. Je ziet echt waar ze behoefte aan hebben.Terwijl mensen zonder ADHD vaak doen zoals ze denken dat het hoort, zonder rekening te houden met de ander.
  • Je bent goed in teamsport zoals voetbal of hockey . Veel kinderen met ADHD zijn keeper omdat zij verhoogde reflexen hebben en omdat mensen met AD(H)D ook kijken met hun gezichtsveld: Je reageert sneller en je ziet dingen sneller in je ooghoek dan iemand zonder AD(H)D.
  • Het is heel fijn om bij jou te zijn omdat je fijn jezelf mag zijn.
  • Jij laat andere lachen.
  • Jou enthousiasme geeft de ander energie.
  • Je bent eerlijk, ( soms zo eerlijk dat de ander zonder ADHD er van schrikt! En wordt soms boos ! tja en dat is weer zoo oneerlijk!! )
  • Waar de ander het niet meer weet, weet jij soms nog wel een manier te bedenken dat het toch nog kan worden opgelost.
  • Je hebt aandacht voor detail: dat wil zeggen: wanneer mama nieuwe oorbellen heeft, zie je dat meteen. Of wanneer iemand lang verdrietig is geweest valt het jou op wanneer die persoon weer lacht.
  • Jij wilt graag dat iedereen het goed maakt en dat is een prachtige eigenschap.
  • Je kan soms dingen echt goed : bijvoorbeeld tekenen, zomaar uit je zelf terwijl iemand zonder ADHD daar les voor moet volgen. Zo zijn er ook veel kinderen met ADHD die zomaar liedjes op een instrument kunnen spelen zonder ooit les te hebben gehad.
  • Je kunt genieten van kleine dingen: er is hier een spreekwoord van: “Geniet van kleine dingen en je zult gelukkig zijn!!”
  • Kinderen met ADHD zullen zelden andere kinderen opzettelijk pijn doen of pesten. Je broertje of zusje uitdagen is wat anders. Kinderen zonder ADHD pesten veel vaker andere kinderen dan kinderen Met ADHD.
  • Bijna alle kinderen met ADHD kunnen het gevoel van de ander goed begrijpen en houden hier ook rekening mee. Kinderen zonder ADHD kunnen dit minder goed en houden niet altijd rekening met andermans gevoel, dus ook niet met dat van jou.
  • Een kind dat een ander kind niet goed begrijpt, kan zich onzeker gaan voelen. Om die onzekerheid weg te halen, kan het kind de ander gaan uitdagen. Door het uitdagen leert het kind het andere kind beter begrijpen. Kinderen met ADHD zien het uitdagen niet als een leerspel, maar hebben het gevoel dat ze gepest worden. Dit kan één van de oorzaken zijn, dat je heel boos kunt worden wanneer je wordt uitgedaagd.
  • Wanneer je wordt uitgedaagd, en je vindt dit niet leuk? Dan kun je het uitdagen stoppen door gewoon antwoord te geven. Bijvoorbeeld: hé durf jij over die sloot te springen? “ja hoor, dat durf ik wel, maar daar heb ik nu geen zin in”. Of: iemand zegt: “wat schrijf jij slordig! “ Och” zeg je dan, “als ik het maar kan lezen”. Ben eerlijk en zeg wat je vindt. Doe de ander niet na: “nee jou handschrift ziet er nog lelijker uit! Je geeft dan geen antwoord maar je doet  de ander na. Je was namelijk helemaal niet van plan om iets over het handschrift van de ander te zeggen.
  • Omdat je hoog gevoelig bent kan het zijn dat je liever met jongere of met oudere kinderen speelt of omgaat. Je bent dus op sociaal gebied een beetje slimmer. Het is belangrijk dat je dit weet. Voel je nooit minder als de ander want jij  hebt juist iets extra’s wat kinderen zonder ADHD niet hebben

bron: adhdpraktijkgoirle.nl

Vermoeden van dyslexie bij kinderen

Vermoeden van dyslexie bij kinderen

Mijn dochters hebben beiden dyslexie. Toen er bij mijn oudste dochter een leesachterstand werd geconstateerd, heb ik ondanks het duidelijk maken van mijn vermoedens, veel zelf uit moeten zoeken. Terugdenkend waren dit ervaringen met niet al te mooie randjes.  Wat te doen bij vermoeden van dyslexie bij kinderen

Deze ervaringen hebben mij wel gereedschappen gegeven, waarmee ik bij mijn jongste dochter wist waarop ik moest letten en welke wegen ik moest bewandelen.  Ervaringen op het gebied van ondersteuning gebruik ik nu natuurlijk in mijn praktijk ‘Stella KinderJeugdCoach’.  Graag deel ik wat informatie en iets van mijn bevindingen.

Wat zijn mogelijke signalen? 

Wanneer je kind een leesachterstand heeft, dan hoeft dit niet direct te betekenen dat je kind dyslexie heeft.
Kinderen ondergaan de fases binnen hun ontwikkeling op geheel eigen en unieke wijze. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat jouw kind volop binnen de fase van het ontwikkelen van zijn/haar sociale cognities bevindt, waarbij de cognities die nodig zijn op het gebied van taal en lezen wat achter kunnen blijven.

Vanaf groep 3 leert je kind lezen. Vaststellen van een vermoeden van dyslexie bij kinderen kan (op zijn vroegst) vanaf 1 tot anderhalf jaar leesonderwijs.

Je kunt jezelf als ouder de volgende vragen stellen:

  • Kent mijn kind de letters van het alfabet?
  • Kan mijn kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Constateerden het consultatiebureau of de schoolarts, hoorproblemen of spraak-/taalproblemen?
  • Hoe verliep de ogentest?
  • Heeft mijn kind het naar zijn zin op school?
  • Zoekt mijn kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft mijn kind vaak lichamelijke problemen? Denk aan hoofdpijn en/of buikpijn.
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wanneer je iets opvalt bij de taal- of leesontwikkeling van je kind, wanneer je vindt dat je kind een leesachterstand heeft, bespreek dit dan met de leerkracht.

Je kunt de volgende vragen stellen:

  • Herkent de leerkracht dat wat jou bij je kind opvalt?
  • Heeft de leerkracht signalen van leesachterstand opgepikt bij het leren lezen van je kind?
  • Welke toetsen/observatielijsten gebruikt de school om de (taal-/lees) ontwikkeling van je kind te volgen?
  • Wat zijn de resultaten van je kind?
  • Werkt de school volgens het Protocol Leesproblemen en Dyslexie? Waaruit blijkt dat?
  • Wat biedt de school aan (extra) begeleiding?
  • Is er een remedial teacher of leesspecialist binnen de school?
  • Wordt de begeleiding vastgelegd in een handelingsplan? (Vraag naar dit plan!)
  • Is onderzoek door een deskundige buiten de school (al) nodig?

De leerkracht kan mede door drukte tekortschieten in de communicatie naar ouders. Houd contact, maak afspraken! Onthoud in je communicatie met de leerkracht dat hij/zij en de school ook het beste voor je kind willen. Zo zorg je er ‘mede’ als ouder(s) voor dat jullie niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Het beste voor jouw kind!

Bij vermoeden van dyslexie

Om een kind te kunnen aanmelden voor diagnose en behandeling dyslexie, moet de school een leerling dossier (leesdossier) aanleveren.

Het is belangrijk dat het leerling dossier goed op orde is. Er zijn instanties die alleen maar dit dossier te zien krijgen en niet de leerling zelf. Als ouder heb je recht op inzage in het leerling dossier van je kind. Het is goed om te bekijken of het dossier geen onvolledige, onjuiste, overbodige of suggestieve informatie over je kind en jou bevat.

Voor meer informatie betreffende het leerling dossier: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/onderwijs/leerlingdossiers

Men gaat er vanuit dat kinderen met niet al te ernstige dyslexie voldoende geholpen kunnen worden op school.  Ouders kunnen aanspraak maken op vergoeding van diagnostiek en behandeling bij ernstige dyslexie. De school  moet het leerling dossier aanleveren waarmee het vermoeden van (ernstige) dyslexie wordt onderbouwd.

De basisschool heeft een beperkt budget om leerlingen te laten testen. Ze zal ervoor kiezen dit te besteden aan de leerlingen waarvoor een onderzoek het meest nodig is. Als jouw kind niet tot die groep behoort, maar je wilt toch een onderzoek, dan kun je je kind op eigen kosten laten onderzoeken op dyslexie.

Dyslexie in het basisonderwijs

Kinderen krijgen met leesproblemen gerichte ondersteuning. Bijna alle scholen hebben een dyslexieprotocol waarin staat hoe zij omgaan met dyslexie. In het zorgplan van de basisschool staat welke methoden en hulpmiddelen de school gebruikt voor dyslectische leerlingen.

Dyslexie in het voortgezet onderwijs
Een middelbare school kan op verschillende manieren rekening houden met dyslectische leerlingen.
De school kan diverse specifieke hulpmiddelen en faciliteiten toestaan uit het deskundigenrapport die vermeld staan op de dyslexieverklaring. De faciliteiten worden vermeld op een dyslexiepas of dyslexiekaart.

Meer informatie over dyslexieverklaring en dyslexiekaar

Vanaf 1 januari 2015 is de vergoede dyslexiezorg overgeheveld naar de gemeenten. Transitie jeugdzorg.
Lees je kind en laat je gevoel spreken
Bron: Masterplan dyslexie; Steunpunt Dyslexie; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW); Autoriteit persoonsgegevens.