**//sticky ads code//**
Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld! 

Je vraagt je af wat er aan de hand kan zijn?  Wat zou kunnen is dat je kind in meer of mindere mate hooggevoelig is.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Onderbreek een kind niet tijdens deze fase, de grote druk gaat hierdoor van de ketel waardoor hij na die tijd beter in staat is om zijn gevoelens te verwoorden.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek en loop je de kans dat een kind zich voor je afsluit en je er niet achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen reageren vaak verbaasd en moeten er om lachen dat jij ook zoiets hebt meegemaakt. Dit breekt het ijs waardoor een kind open staat voor wat je wil vertellen. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijv juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem”gedrag vertonen.
  5. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.
Zichtwoorden oefenen om sneller te leren lezen!

Zichtwoorden oefenen om sneller te leren lezen!

Kinderen met dyslexie hebben veel extra oefening nodig om een goed technisch leesniveau te bereiken waar ze verder mee kunnen komen in het onderwijs. Dat betekent dus veel en vaak oefenen. Je kunt een kind daarbij helpen door veel voor te lezen en samen te lezen. Daarnaast is er ook nog andere manier om een kind te helpen sneller te kunnen leren lezen.

Sommige woorden worden in het Nederlands meer gebruikt dan anderen. Neem bijvoorbeeld het woordje mijn. Je ziet dat woordje heel vaak terug komen. Dit is een woord dat een kind al vroeg moet leren kennen. Deze veel voorkomende woorden worden vaak aangeduid als zichtwoorden. Aangezien een kind ze op het eerste gezicht dient te herkennen.  Als een kind veel zichtwoorden ogenblikkelijk kan herkennen, kan hij sneller lezen. Kinderen met dyslexie hebben moeten met het leren van deze zichtwoorden .

Zichtwoorden oefenen

Een manier om kinderen nieuwe woorden te leren lezen of schrijven is door ze het heel veel keren te laten doen. Dit kun je op een leuke manier oefenen met een kind! Neem tien veel voorkomende woorden en doe het volgende:

Pak tien stukjes papier en schrijf op elke papiertje één van de tien zichtwoorden (bijv. mijn, haar, in, op, dus, dan e.d.). Laat een kind ze uitspreiden en omgekeerd neerleggen. Vraag hem daarna om een papiertje om te draaien, het woord te lezen en dat woord vervolgens (zonder het nog een keer te bekijken) op een nieuwe vel papier te schrijven.

Je kunt de papiertjes voor de afwisseling ook een keer op een stapel leggen of in een waaiervorm vasthouden. Bewaar de woorden in een enveloppe en oefen de woorden meerdere keren per week. Deze oefening neem slecht vijf tot tien minuten in beslag. Tegen het einde van de week is een kind veelal vertrouwd met de woorden. Als dat toch niet het geval mocht zijn, stop de woorden waarmee hij nog steeds worstelt gewoon terug in de envelop en laat ze deel uitmaken van de tien van de week erop.

Enkele voorbeelden van zichtwoorden lees je hier

De “problemen” van een beelddenker!

De “problemen” van een beelddenker!

We worden allemaal geboren als beelddenkers. Veelal rond het vijfde levensjaar krijgt taal de voorkeur bij kinderen. Maar dit geldt niet voor ieder kind. Sommige kinderen blijven beelddenken. Wat betekent dit en waar loopt een kind tegen aan?

Een kind dat in beelden denkt, denkt in beelden vanuit het geheel. Op school krijgt een kind de leerstof niet op deze manier aangeboden. Het is als het maken van een legpuzzel, zonder dat je het voorbeeld te zien krijgt. Beelddenken kan een kind verschillende problemen opleveren:

1. Woorden (taal); mogelijk dyslexie

Beelddenkers zien letters als losse plaatjes. Beelddenkers zien de letters b, d, p  en q als hetzelfde. Het is maar net van welke kant je hem bekijkt. De klanken worden daarom niet op juiste wijze aan deze plaatjes gekoppeld. Het filmpje over het dyslexielettertype illustreert op een mooi en eenvoudige manier hoe lastig het herkennen van de letters voor sommige kinderen is.

Als beelddenkers lezen, slaan ze vaak de woorden zonder beeld over: de, het, dat, de hulpwerkwoorden. Als ze stil lezen, kunnen ze dus heel snel lezen.

2. Probleem met rekenen; mogelijk dyscalculie

Cijfers zijn abstract, dat maakt rekenen moeilijk. Of beelddenkers blinken juist uit in rekenen, doordat ze het zien als puzzelen of ze hebben er grote problemen mee.
Veel beelddenkers leren fonetisch (op klank). Vijfentwintig, je hoort eerst de vijf en dan pas de twee. Toch schrijf je 2-5. Vaak schrijven ze eerst de vijf en dan de twee ervoor.
Cijfers staan bij beelddenkers vaak niet achter elkaar, het zijn losse plaatjes. 28 klinkt hoger dan 30 (30 is een drie met een nul, drie dus).

3. Slechte planning en weinig tijdsbesef

Veel beelddenkers staan bekend als chaotisch! Werken met visuele planborden, taken afbakenen en de dagindeling helder houden kan de nodige rust opleveren.
Bij beelddenkers draait de interne klok vaak te snel. Daarom worden er onmogelijk veel zaken op een dag gepland. Of worden taken tegelijkertijd uitgevoerd. Dit kan zeer uitputtend zijn.
Voor kleine kinderen kan je de tijd visueel maken met bijvoorbeeld een grip-op-de tijd-horloge.

4. Beelddenken, denken vanuit een totaal

Een beelddenker ziet een totaalbeeld en kan dit moeilijk opbouwen vanuit losse deeltjes. Hij is wel in staat om vanuit een geheel terug te beredeneren (omgekeerd leren). In het onderwijs wordt informatie altijd opgebouwd. Een bijna onmogelijke opgave voor een beelddenker. Aanleren om eerst het totaalbeeld te overzien om vervolgens terug te beredeneren om de lesstof in de klas te kunnen volgen.

puzzelstukje

5. Ongeduldig

Direct een behoefte willen vervullen, heeft impulsief gedrag als gevolg. Het is daarom voor beelddenkers soms moeilijk om geduld op te brengen.
Daar komt bij dat het ene beeld alweer het volgende beeld op oproept. Ook weet men vaak niet waar men moet beginnen. Beelddenkers denken associatief en overzien meer het geheel van de dingen. Ze leggen verbanden en voegen eigen ervaring en kennis toe. Omdat ze in beelden denken, moeten antwoorden worden omgezet in taal. Dit kost tijd.

Gefeliciteerd, het is ADHD

Gefeliciteerd, het is ADHD

Wat een geluk je kind heeft ADHD. Dit betekent dat hij over bijzondere eigenschappen beschikt, die hem ver kunnen brengen. De positieve kant van ADHD. 

Stel je eens voor dat ADHD de norm was!
‘Hij denkt veel te gestructureerd,’ klaagt zijn juf. Bram zit de hele tijd stil, praat nooit eens voor zijn beurt. Hij heeft alles gewoon op tijd af en komt zelden met creatieve oplossingen. De juf raadt zijn moeder dringend aan eens naar een kinderpsychiater te gaan.

Wanneer ADHD de norm was zouden kinderen die rustig zijn zoals Bram gezien worden als een kind met een stoornis. Dit syndroom zou beschreven worden in wetenschappelijke handboeken. De farmaceutische industrie zou pro ADHD-medicijnen ontwikkelen. Zodat Bram net zo energiek, beweeglijk, chaotisch en creatief wordt als pakweg 85 procent van zijn klasgenoten.

ADHD is stigmatiserend

ADHD is behoorlijk stigmatiserend.  Kinderen met ADHD krijgen vaak negatieve reactie uit hun omgeving “doe nu ff normaal” of “doe even rustig”. Ze slikken soms medicatie om hun spontane neigingen te onderdrukken. Je hoeft niet veel fantasie te hebben om te bedenken wat dit doet met het zelfbeeld van een jong ADHD’ertje, al doen ouders nog zo hun best om dat te compenseren. Eeuwig zonde, want de maatschappij heeft juist behoefte aan dit soort eigenzinnige talenten. Je moet er niet aan denken dat de wereld alleen maar bestaat uit punctuele cijferaars.  Het ADHD-brein is anders. Niet slechter, niet beter, maar anders. We zouden veel meer nadruk moeten leggen op de positieve kant van ADHD.

Succes volle ADHD’er

Top ondernemer Richard Branson was acht jaar en kon nog niet lezen, onder andere omdat hij geen minuut kon stilzitten in de klas. Vijftien jaar later richtte hij Virgin Records op.
ADHD’ers met voldoende zelfvertrouwen zijn over het algemeen zeer succesvolle mensen. Als verklaring wordt hiervoor vaak gegeven dat ze meer gebruik maken van hun intuïtieve rechterhersenhelft. Mensen met ADHD kunnen beter out of the box denken. Ze zijn creatiever en vaak sprankelende personen. ADHD’ers blinken uit in het ‘divergent denken’, zoals het in wetenschappelijke termen wordt genoemd. Ze komen met oplossingen en ideeën waar andere niet opkomen.  Maar je moet ze niet vragen verbanden te leggen tussen totaal verschillende dingen.

Gefeliciteerd, je hebt ADHD

Een bijzonder boek dat helpt om de positieve kant van ADHD te zien is, ‘Gefeliciteerd, je hebt ADHD!’ van Petra van der Burg-Jansen

Babs, een ‘gewoon’ meisje van negen met ADHD, die anders is dan anderen. Een zoektocht naar dat anders zijn, die menig ouder en kind doormaken, op weg naar een diagnose. Een weg waarin zij acceptatie zoekt en begrip voor haar eigen ik, met vallen en opstaan. Het verhaal van een meisje, die er achter komt dat ADHD een kracht kan zijn! Grappig, snel en met een lach en een traan vertelt Babs haar eigen verhaal, waarbij je ervaart hoe ADHD kan zijn en voelen. Lekker druk!

 

 

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Hoe vertel je een kind wat dyslexie is!

Dyslexie is een hardnekkige stoornis bij het leren lezen en spellen. Hoe kun je kind helpen begrijpen wat dyslexie is?
Wanneer iemand dyslexie heeft, verloopt de koppeling tussen letters en klanken niet goed loopt. Lezen en schrijven worden daardoor nooit geautomatiseerde processen. Dyslexie komt voor bij 3 tot 4 procent van alle mensen. Hoe vertel je een kind dat hij dyslectisch is? Hoe help je een kind dit te begrijpen en te accepteren?

Als een kind leesproblemen heeft of dyslexie, heeft dit bijna altijd invloed op het gevoel van welbevinden en op zijn zelfbeeld. Vaak gaat er bij een kind een periode van stress aan vooraf, tot het moment waarop dyslexie wordt vastgesteld.  Het is belangrijk dat een kind weet dat hij niet dom is.

Er is veel informatie te vinden hoe je als ouders of docent met dyslexie kan omgaan. Hoe je een kind kan ondersteunen. Over hoe je kind helpt in de acceptatie is minder informatie te vinden. Hieronder een drietal boeken die jonge kinderen kunnen helpen in dit proces.

Boekentips dyslexie

ik heb dyslexie nou enIk heb dyslexie, nou en ! Ilonka de Groot

Dit is een boek met een overzichtelijke uitleg over wat dyslexie kan inhouden. Ik heb dyslexie, nou en maakt de vertaalslag van theorie naar praktijk. Dit prentenboek vertelt het verhaal van een aantal kinderen met dyslexie en de verschillende uitdagingen waarvoor ze staan. Het schildert op overzichtelijke wijze wat dyslexie kan inhouden; waar kinderen (of volwassenen) met dyslexie tegenaan kunnen lopen. Steeds verheldert een tekening het geschrevene in een oogopslag. Voor kinderen vanaf 7 jaar en hun ouders en/of verzorgers.

ik ben niet bomIk  ben niet Bom, Marion van de Coolwijk

Sander kan niet zo goed lezen en wordt daardoor gepest op school. Zijn klasgenoten hebben niet door, dat niet goed kunnen lezen helemaal niet betekent dat je dom bent! Sander weet natuurlijk wel beter, maar toch voelt hij zich een loser. Pas nadat zijn vader een bekentenis heeft gedaan en er wordt ingebroken in de school, veranderen de zaken voor Sander. Voor kinderen vanaf 10 jaar.

 

dyslexie servivalgidsDe dyslexie survival gids, Annemie de Bondt

De Dyslexie Survivalgids legt aan kinderen uit wat dyslexie is en hoe je ermee kunt omgaan. In het boekje vind je: wat dyslexie betekent, welke gevoelens je hierbij kunt hebben, hoe je hulp kunt zoeken; hoe je ook op school het best kunt worden geholpen; welke bekende mensen ook dyslexie hebben; het verhaal van een lotgenootje en een mama. Voor kinderen vanaf ca. 9 t/m 12 jaar

De problemen van beelddenkende kinderen op school

De problemen van beelddenkende kinderen op school

Kinderen willen vaak hun best doen, maar wanneer ze niet op hun talenten worden aangesproken kunnen ze een slechte werkhouding gaan ontwikkelen. Dit geldt vooral voor beelddenkende kinderen op school.

Het kost kinderen moeite hun aandacht bij de les te houden. Naar lange verhalen of uitleg luisteren vinden ze moeilijk. Ze worden snel afgeleid; vooral als ze niet mogen bewegen. Ze zitten te dromen of horen en zien juist alles om zich heen.

Wegdromen

Beelddenkers zijn van nature vaak nonchalant, spontaan en impulsief. De woorden die ze horen roepen allerlei beelden bij ze op. Deze beelden associëren ze weer met andere beelden, met het gevolg dat hun aandacht verzwakt, ze wegdromen en vergeten op te letten in de klas.

Wiebelen

De linker hersenhelft valt bij beelddenkende kinderen makkelijk stil. Daarom zie je dat kinderen vaak gaan zitten wiebelen om de aandacht erbij te kunnen houden. Onbewust stimuleren kinderen hiermee hun linker hersenhelft. De hersenhelft waar we onder andere woorden verwerken

Verwerkingstijd

Het duurt vaak even voor opdrachten landen bij beelddenkende kinderen en ze aan de slag gaan. Vervolgens laat ook het werktempo vaak te wensen over. Beelddenkende kinderen op school moeten alles in zijn hoofd vertalen van beeld naar woord en andersom; dat kost tijd en energie!

Nut en noodzaak

Vaak hebben beelddenkers moeite met het automatiseren van leerstof. Vaak zien ze het nut niet van de dingen die ze moeten leren. Ze willen weten waarom iets geleerd moet worden en zijn er moeilijk van te overtuigen dat iets is zoals het is.

Wat kan helpen?

  • Zorg dat een kind de opdracht begrijpt. Dit betekent dat een kind zelf actief hier nogmaals naar moet vragen of dat een docent het nogmaals kort uitlegt.
  • Zorg er voor dat een kind kan bewegen als dat nodig is voor een betere concentratie.
  • Laat beelddenkers zelf oplossingen vinden voor problemen, door informatie op te zoeken en zelf actief te zijn.
  • Laat ze associëren, dat is een leerstijl welke past bij veel beelddenkende kinderen, zo blijven ze enthousiast