**//sticky ads code//**
Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Elk kind kan wel eens druk zijn. Maar sommige kinderen zijn wel heel vaak druk. Ze zijn beweeglijk,  impulsief, snel geprikkeld en snel afgeleid. Hoe ontstaat druk gedrag bij kinderen?

Druk gedrag

Wat verstaan we nou eigenlijk onder druk gedrag? Ieder kind kan wel eens druk doen, gewoon omdat een kind enthousiast of juist moe is, er iets spannends gaat gebeuren of het kind gewoon niet zo lekker in zijn vel zit.

Bij kinderen die steeds druk zijn zien we dat een kind voortdurend beweegt en echt moeite heeft met stil zitten. Een kind is voortdurend onrustig, maakt vaak veel lawaai. Deze kinderen kunnen zich vaak moeilijk concentreren en zijn snel afgeleid.

Waardoor ontstaat druk gedrag?

Druk gedrag kan door vele verschillende factoren beïnvloed worden. De volgende factoren kunnen van invloed zijn op het gedrag van drukke kinderen

  • het karakter van het kind, het ene kind is nu eenmaal veel drukker dan het andere kind.
  • de omgeving, veel drukte en prikkels zorgen eerder voor druk gedrag, dan een rustige omgeving.
  • de opvoedingssituatie, wanneer er weinig structuur is zal een kind eerder druk gedrag laten zien dan in een opvoedingssituatie waarbij er duidelijke grenzen en regelmaat is.
  • gebeurtenissen in het leven van een kind, zoals ziekte, verhuizing, geboorte van een  broertje of zusje, verlies van geliefd persoon of huisdier.
  • drukke periode, zoals in decembermaand
  • situatie op school, als een kind niet goed mee kan komen in de klas, gepest wordt of het kind zit in een (grote) drukke klas kan hierdoor druk gedrag ontstaan.
  • welbevinden, wanneer een kind te weinig slaapt en hierdoor moe is, kan dit zorgen voor druk gedrag.

Al deze bovenstaande zaken hebben invloed op het gedrag van het kind. En vaak is er sprake van een combinatie zoals karakter, omgeving en gevoeligheid voor gebeurtenissen.

Wat kun je doen aan (te) druk gedrag!

Het beste is om de oorzaak van druk gedrag weg te nemen. Zorg voor meer slaap, structuur of het welbevinden van kinderen. Maar dit is niet altijd mogelijk of heeft niet het gewenste effect.

Drukke kinderen hebben veel baat bij structuur en regelmaat in hun dagelijks leven. Ieder kind heeft deze behoefte wel, maar vooral drukke kinderen hebben hier veel baat bij.
Drukke kinderen hebben dan vaak ook moeite met periodes in het jaar dat er wat meer onrust en minder regelmaat is, zoals in de decembermaand.
Een kind kan ook rust geboden worden door de omgeving van het kind opgeruimd en rustig te houden. Door te kiezen voor gesloten kasten en zo min mogelijk speelgoed op de vloer kan een druk kind geholpen worden bij het spelen. Houdt de slaapkamer van een kind rustig, kies voor rustig behang en zorg voor zo min mogelijk rondslingerend speelgoed.

Wanneer een kind zich rustig gedraagt, geef hiervoor veel complimenten. Een kind zal hierdoor gestimuleerd worden meer rustig gedrag te laten zien

Probeer de leefwereld van een kind voorspelbaar te houden. Door een kind van te voren te vertellen wat er gaat gebeuren, houdt een kind meer grip op de situatie. Hierbij gaat het niet alleen om het aankondigen van uitstapjes en dergelijke maar ook om het aankondigen van de dagelijkse dingen. Bijvoorbeeld: Je mag nu nog even buitenspelen terwijl ik de tafel dek voor het eten.

Probeer als ouders ook zelf rust uit te stralen. Wanneer jezelf rust in je gedrag weet te brengen geeft dit een kind ook minder onrust, omdat onrustig gedrag van de ouders extra effect heeft op een druk kind.
Zorg ervoor dat een kind de gelegenheid krijgt zijn drukke gedrag te uiten. Door te rennen en buiten te spelen.

Thuis onderwijs aan dyslectische kinderen

Thuis onderwijs aan dyslectische kinderen

Nu kinderen niet naar school kunnen vanwege het corona virus, zijn kinderen aangewezen op thuis onderwijs. Door leerkrachten worden programma’s in elkaar gedraaid voor thuis. Ook op sociale media worden veel tips gedeeld om ouders te ondersteunen in deze tijd. Maar er is minder geregeld en beschikbaar voor kinderen die een extra ondersteuningsbehoefte hebben? Welke kennis en tools zijn er die je kunt inzetten om je thuis onderwijs aan dyslectische kinderen optimaal te ondersteunen.

Teksten voorlezen

Uiteraard kun je alles wat je kind moet lezen samen doen en voorlezen. Maar met meerdere kinderen, is het schipperen met het verdelen van je aandacht en daarnaast moeten velen van ons zelf ook nog (thuis)werken. 
Als je niet beschikt over voorlees software thuis, gebruik dan Google Translate. Kopieer de tekst die gelezen moet worden naar Google Translate en klik op het voorlees icoon. Je kunt kinderen dit zelf ook leren, waardoor ze sommige onderdelen zelfstandiger kunnen maken.

Extra luisterboeken voor iedereen

Er zijn verschillende manieren waarop luisterboeken kinderen kunnen helpen en ondersteunen bij het (leren) lezen. Zij hebben vaak houvast aan een luisterboek terwijl zij tegelijkertijd meelezen met een fysiek exemplaar van het verhaal.  Luisteren naar verhalen stimuleert net als lezen de taalontwikkeling, kinderen leren het verschil tussen verschillende tekstsoorten en omdat er geen beelden zijn moeten zij het eigen voorstellingsvermogen inschakelen. 
De LuisterBieb heeft meer dan 4.000 luisterboeken. Van romans tot hoorcolleges. Ze hebben alle titels voor je op een rij gezet. Titels met een (g) zijn gratis titels, die iedereen kan luisteren. Ook als je geen Bibliotheeklid bent.

Spellingprof

Hoe zat het ook al weer met die spellingsregel. Nu je kinderen thuis wat meer moet ondersteunen komen ook deze vragen op je af. Zeker bij dyslectische kinderen zijn spellingsregels soms een kriem. En als je kinderen dyslectisch zijn, is de kans groot dat je dat zelf ook bent. Hoe ga je ze dan helpen met alle spellingregels. SpellingProf biedt uitkomst.  Zo lang de scholen gesloten zijn vanwege het Coronavirus openen ze  de mogelijkheid om gratis gebruik te maken van SpellingProf.

HOI foundation

Ook HOI helpt bij thuis onderwijs aan dyslectische kinderen.  Is je dyslectische kind niet aan het werk te krijgen nu het (zelf) thuis aan de slag moet? Gefrustreerd, boos, onzeker, ongemotiveerd en/of verdrietig? 
HOI hoopt dat met hun webinar jullie wat houvast en nieuwe inzichten geven, zodat deze periode ook als een KANS kan worden gezien! 
Een KANS om de positieve kanten van dyslexie te gaan ontdekken en te gaan inzetten in het schoolwerk. Het kan echt! 
In de webinar geven ze je nieuwe kennis en tips en kan je in de chat je vragen kwijt.

Anders denken

Anders denken

Mensen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan mensen zonder dyslexie. Dyslectici denken anders.

Goede lezers

Via functionele MRI-scans is aangetoond dat mensen meestal voor het lezen en schrijven drie gebieden in het linkerdeel van de hersenen gebruiken.
Deze gebieden staan in directe verbinding met elkaar en zijn elk voor een deel van de taalverwerking verantwoordelijk.
In het Centrum van Broca, vindt o.a. de analyse van woorden plaats, maar ook de articulatie en het spreken. Achterin, in het Centrum van Wernicke en het Woordvormgebied, komt alle informatie samen en wordt o.a. opgeslagen hoe een woord eruitziet, hoe het klinkt en wat het betekent.  Deze gebieden worden bij lezen en informatie verwerken geactiveerd.

Dyslectische lezers

Voor dyslectici geldt dit niet. Wetenschapper Shaywitz toonde aan dat de verbindingen tussen deze 3 gebieden in de linkerhersenhelft bij dyslectici niet werken. Zelfs niet bij dyslectische kinderen van vier jaar. Alleen het Centrum van Broca, waar de woordanalyse en spraak is gelokaliseerd, wordt geactiveerd. Het Centrum van Wernicke en het woordvormgebied vertonen geen enkele activiteit. Bij dyslectici ontstaat een alternatieve route in de hersenen voor het opslaan en terugvinden van de betekenis van woorden die vooral via de rechterhersenhelft loopt. De oorzaak hiervan is dat de rechterhersenhelft van dyslectici in het denken, in het verwerken van informatie, dominant is.

Dat betekent dat dyslectici anders denken. Ze hebben een sterke voorkeur voor het denken via de rechterhersenhelft. Een voorkeur die zo sterk is, dat taal moeilijk wordt geautomatiseerd naar de linkerhersenhelft.

Dat is niet de enige oorzaak van dyslexie. Iemand die dyslectisch is, heeft een natuurlijke zwakte voor het verwerken van taal, net zoals andere mensen moeilijk kunnen tekenen of rekenen. Alleen valt dat vaak minder op in onze talige maatschappij.

Wat doen de beide hersenhelften?

Van de rechterhersenhelft is bekend dat deze verantwoordelijk is voor o.a. onze verbeelding, de intuïtie, het onderbewustzijn en onze creativiteit. Maar ook het leggen van verbanden en meerdere dingen tegelijk kunnen doen. Het snel kunnen scannen en verwerken van informatie en van het omgaan met nieuwe situaties. Dat zijn hele andere eigenschappen dan die eigenschappen waarvoor de linkerhersenhelft verantwoordelijk is. Namelijk het logisch redeneren, het analyseren van situaties, systematiek aanbrengen. Het stap voor stap iets aanpakken en het aanbrengen van routine in dagelijkse vaardigheden.

De linkerhersenhelft is ook verantwoordelijk voor de taal. Wanneer iemand voor één van beide hersenhelften dominant is in het denken, bepalen deze functies de manier van informatie verwerken. Dominantie van de linkerhersenhelft in het denken, noemen wij lijndenken. Dominantie van de rechterhersenhelft in het denken, noemen wij conceptueel denken. Niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch, andersom geldt dat wel. Alle dyslectici zijn conceptueel denkers, wat overigens niet betekent dat ze helemaal niet logisch kunnen denken.

Gevolgen voor het dyslectische denken

Een niet-dyslecticus heeft dus direct toegang tot de vorm, betekenis en uitspraak van woorden. De dyslecticus heeft dat niet en moet daar via zijn rechterhersenhelft achterkomen, dus via het maken van beelden, het leggen van verbanden en structuren, het hebben van allerlei associaties. Dit toont ook de voorliefde van dyslectici voor het uitgebreid redeneren, het denken in beelden, het leggen van verbanden, het probleemoplossende en kritische denken. Omdat er in korte tijd zoveel (bijkomende) informatie wordt verwerkt, hebben dyslectici in het algemeen vaak moeite om in een paar zinnen te vertellen wat zij bijv. hebben gelezen

Vermoed je dat je kind dyslectisch is vraag dan een dyslexietest aan.

bron: www.werkendyslexie.nl

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Een goede nachtrust krijgen kan een groot probleem zijn voor kinderen met ADHD of ADD. Uit onderzoek is gebleken dat 20 procent van deze kinderen moeite heeft met vallen of slapen. Dat is drie keer meer dan gemiddeld. 

Een onderzoek uit Engeland heeft uitgewezen dat slaapproblemen ook veel voorkomen bij ouders van kinderen met ADHD . In het onderzoek , waarbij 100 ouders van kinderen van 5 tot en met 17 jaar betrokken waren, sliep 57% van de ouders zes uur of minder, terwijl 27%  minder dan vijf uur slaap kreeg.  Meer dan de helft van de kinderen stond ’s nachts minstens vier keer op. 22%  van de kinderen werd voor 06.00 uur wakker. 
Als kinderen veel wakker zijn is het voor ouders ook moeilijk om voldoende nachtrust te krijgen.  Slaapgebrek heeft op volwassenen en kinderen invloed. Het maakt je prikkelbaar (en soms depressief ), ongeduldig en minder efficiënt bij zo ongeveer alles wat je doet. 

De oorzaak van een minder goede nachtrust

Er is een biologische reden waarom kinderen met ADHD minder slapen dan gemiddeld. Veel van dezelfde hersengebieden reguleren zowel aandacht als slaap. Een kind met aandachtsproblemen heeft waarschijnlijk ook slaapproblemen.
Je kunt de biologie van je kind niet veranderen. Maar er zijn ADHD-vriendelijke strategieën om kinderen te helpen hun slaapproblemen te overwinnen. 

Stel een realistische bedtijd in

Accepteer het feit dat een kind mogelijk minder slaap nodig heeft dan andere kinderen van zijn leeftijd. Als je hem te vroeg naar bed brengt, is de kans groot  dat een kind lang wakker ligt.  Dat kan heel vervelend zijn, Het maakt hem misschien angstig, wat de kans weer vergroot dat hij uit bed komt.

Welke bedtijd je ook afspreek, handhaaf deze consequent. Dit geldt  zowel in het weekend als tijdens doordeweeks. Als een kind op vrijdag- en zaterdagavond langer mag opblijven, verstoort dat zijn biologische klok. Op maandagochtend betekent dit dat hij wakker wordt met iets dat lijkt op een jetlag.

Neem rust voor het slapen gaan

Voorkom dat een kind met drukke activiteiten bezig is voor het slapen gaan.  Begin een uur voor zijn bedtijd met een rustige, ontspannende activiteit.  Heeft een kind nog honger geeft hem dan een gezonde snack. Hij kan niet slapen als hij honger heeft. Kijk geen gewelddadige tv-programma’s en zit niet meer op een schermpje. 

Diep ademhalen of naar rustgevende muziek luisteren kan het gemakkelijker maken om in slaap te vallen. Onderzoek toont aan dat kinderen die yoga doen minder hyperactief zijn.

Houd de slaapkamer helemaal donker

Een donkere slaapkamer elimineert de visuele afleiding die een kind ervan kan weerhouden in slaap te vallen. Als een kind zijn speelgoed niet kan zien, zal hij minder snel uit bed komen om ermee te spelen.  Wanneer een kind bang is in het donker zorg dan voor gedimd licht of een klein nachtlampje. Zorg ervoor dat het lampje uitgaat zodra een kind in slaap valt . Gebruik een timer of zet hem zelf uit voordat je naar bed gaat. Na middernacht een lamp aan hebben in de kamer, activeert de waakcyclus .

 

(Hoog)begaafd en dyslectisch

(Hoog)begaafd en dyslectisch

Veel mensen denken dat dyslexie betekent dat je niet of moeilijk kunt lezen. Gedeeltelijk is dit waar, maar dyslexie is meer dan dat. Iemand die dyslectisch is, is vaak een beelddenker. Een beelddenker neemt de wereld anders waar dan een woorddenker. Waar loopt een kind tegen aan als hij begaafd en dyslectisch is?

Het beeld

Een beelddenker is in staat om met zijn blik uit zijn hoofd te treden en een voorwerp van alle kanten te bekijken. Hierdoor is zijn waarneming veel intenser dan van een woorddenker. Dit geldt voor alles, dus ook voor letters. Een stoel is voor een klein kind een stoel. Of je de stoel nu rechtop of op-z’n-kop zet dat maakt niet uit: het blijft een stoel. Dit geldt ook voor beelddenkers. Een b kan net zo gemakkelijk een d zijn of een p of een q. Als je ze draait blijft het hetzelfde. Dit geldt ook voor de u en de n. Hier begint het probleem. Al die letters zijn hetzelfde, maar noem je steeds anders. Als de beelddenker of dyslect, dan de letters ontcijferd heeft, dan kan hij er een woord van maken. Dit woord wordt in zijn hoofd direct omgezet in een plaatje.

Door elkaar

Het kan ook zijn dat een beelddenker de letters allemaal leest, maar dan in zijn hoofd worden die door elkaar gehusseld en ontstaat er spontaan een ander woord. Bord kan zo brood worden of Mik wordt Kim.

Radend lezen

Of het woord wordt wel goed gelezen, maar in het hoofd wordt er een plaatje van gemaakt en dat plaatje wordt dan benoemd maar is dan toch anders dan er stond. Een kasteel wordt dan een paleis. Radend lezen wordt dit genoemd.
Woorden met meerdere betekenissen zijn daardoor voor dyslecten een groot struikelblok.

(Hoog) begaafd

Een kind wat hoog begaafd en dyslectisch is weet een heleboel van deze problemen zelf te omzeilen. Ze leren wel lezen maar het niveau ontstijgt vaak niet het gemiddelde niveau. Hierdoor weet men wel dat er een probleem is, maar er wordt vaak niet aan dyslexie gedacht. Ook met rekenen weten ze te verbloemen dat ze de tafels niet uit hun hoofd kennen. Ze kunnen namelijk wel erg snel rekenen. Op deze manier is de kans groot dat het hoogbegaafde kind een negatief zelfbeeld, en zelfs faalangst, ontwikkeld. Vanwege hun hoogbegaafdheid zijn ze vaak erg gevoelig voor kritiek en leggen voor zichzelf de lat heel hoog.

Wat kan een begaafd en dyslectisch kind helpen?

Voor een hoogbegaafd dyslectisch kind is het lastig om gemotiveerd te blijven, de talige wijze waarop onderwijs veelal wordt gegeven, maken dat hij niet optimaal gebruik kan maken van zijn capaciteiten.

Een methode die kan helpen is de “Ik leer anders”
Deze methode gaat uit van het creatieve vermogen van beelddenkers om in hun hoofd dingen te creëren. Ze gaan “kasten” of “kamers” maken in hun hoofd waarin ze alles netjes geordend op kunnen slaan en waardoor het terug te vinden is. Van alle woorden maken we woordbeelden zodat het een tastbaar iets wordt in plaats van allemaal letters. Hierdoor kan de spelling wel onthouden worden. De training kun je als ouder samen met je kind doen. Tijdens de cursus wordt er een methode aangeleerd waarmee de een kind zelf aan de slag kan en moet gaan. De cursus bestaat uit 4 of 5 sessies.  Hierin komen aan de orde: Alfabet en woorden, Lezen, Rekenen en Klokkijken

Kijk voor meer informatie op ikleeranders.nl

Hoogstimulatieve kinderen | gevoelig en druk te gelijk

Hoogstimulatieve kinderen | gevoelig en druk te gelijk

Hooggevoelige kinderen verwerken informatie diepgaander, beleven emoties intenser en hebben gevoelige zintuigen. Vaak zijn kinderen hierdoor rustiger en meer observerend.  Er is echter ook een groep gevoelige kinderen die niet behoedzaam en afwachtend is. Deze kinderen gaan vol energie en nieuwsgierig op alles af wat ze in hun omgeving zien. Ze zijn vaak beweeglijk en druk en hebben behoefte aan afwisseling en nieuwe ervaringen, hoogstimulatieve kinderen

Wat is hoogstimulatief

Hoogstimulatieve kinderen hebben de neiging op onderzoek uit te gaan. Ze wil nieuwe ervaringen op doen en zich ontwikkelen. Ze verwelkomen situaties en personen en gaan erop af. Het biedt ze de mogelijkheid tot groei en het opdoen van kennis. Kernwoorden die passen bij hoogstimulatieve kinderen zijn:  beweeglijk, intens, intuïtief, onderzoekend, aandacht vragend en soms tegendraads of agressief

Kenmerken van hoogstimulatieve kinderen

Naast de kenmerken van hooggevoelig of hoogsensitief zie je bij kinderen die hoogstimulatief zijn het volgende 

  • ze zijn gevoelig voor stimulansen
    Zodra een kind iets waarneemt dat nieuw, leuk of interessant is, gaat hij erop af.
  • staat erg open
    Een kind is gevoelig voor sferen en stemmingen. Hij heeft de neiging sterk mee te bewegen met de dynamiek om hem heen.
  • kent intense emoties
    Ze kunnen uitbundig blij en betrokken zijn, maar heeft ook regelmatig boze buien en kan zeer explosief reageren.
  • wil de ander krachtig ervaren
    Een kind probeert andere uit om te zien of ze stevig staan. Door over grenzen te gaan, regels niet te accepteren en niet te luisteren bij een terechtwijzing. 
  • heeft behoefte aan ruimte en vrijheid
    Experimenteren en improviseren daar houd een kind van. Hij heeft beweging nodig om zijn aandacht en concentratie vast te houden.
  • is visueel ingesteld
    Een kind heeft daardoor moeite met planning en structuur, op tijd op school zijn is vaak een probleem. Op school zijn er vaak leerproblemen vanwege het beelddenken.

 

Gedragsproblemen bij hoogstimulatieve kinderen

Een hoogstimulatief kind laat vaak “gedragsproblemen” zien.  Thuis, woedeaanvallen, druk zijn, geen nee accepteren, slaan, schoppen, regels overtreden, schreeuwen, anderen de schuld geven en de baas in huis willen zijn.  Op school uit dit zich vaak door rondlopen in de klas, druk zijn, niet luisteren, niet te corrigeren, met spullen gooien, woedeaanvallen, voortdurend praten, het lokaal uitgaan of clownesk gedrag. Er zijn verschillende interpretaties voor dergelijk gedrag, namelijk overprikkeling, ‘hij wil niet luisteren’ of ‘hij heeft een sterke wil’.  Het is belangrijk dat een kind zijn kwaliteiten positief inzet. Dit vraagt veel sturing, vaak zijn hun vaardigheden op jonge leeftijd ontoereikend, waardoor er probleemgedrag optreedt. Een hoogstimulatief kind wil wel voldoen aan wat ouders en leerkrachten van hem vragen, maar het lukt hem vaak niet omdat hij de vaardigheden mist. En omgaan met overprikkeling kun je leren – als je vaardigheden goed ontwikkeld zijn.

bron: lihsk.nl

Lees meer over hoogstimulatieve kinderen