Hooggevoelige kinderen beter begrijpen

Hooggevoelige kinderen beter begrijpen

Een hoogsensitief of hooggevoelig kind neemt meer en intenser waar dan andere kinderen. Hooggevoelige kinderen kunnen omschreven worden als kinderen die binnenkomende prikkels minder filteren  dan anderen kinderen.

Het zenuwstelsel van hooggevoelige kinderen werkt bijzonder goed en intensief. Voor niet hooggevoelige personen komt het hooggevoelig kind vaak over als een aansteller of een zeurpiet. Het is belangrijk dat deze kinderen begrepen worden. We willen daarom stil staan bij de relevante kenmerken van een hooggevoelig kind.

Oog voor detail

Hooggevoelige kinderen hebben een oog voor detail. Ze merken meer op van wat er om hen heen gebeurt, dan andere kinderen. Kinderen voelen dingen sneller aan, ze zijn zich sterk bewust van andermans gevoelens. Ze zijn zorgzaam en empatisch.

Kinderen die hooggevoelig zijn,  denken meer na over wat ze zien en horen. Dit kan ervoor zorgen dat ze veel zitten te piekeren over waarom een kind een ander kind pestte of sociale dilemma’s. Een kind kan dan faalangstig reageren doordat hij teveel prikkels ervaart.
Onderstaand filmpje illustreert hoe een kind te veel prikkels kan ervaren.

De fantasie van hooggevoelige kinderen

Aan fantasie ontbreekt het vaak niet bij hooggevoelige kinderen. Ze hebben een sterke fantasie en ze zijn zeer gewetensvol voor hun leeftijd. Ze beginnen met praten en lopen op het normale tijdstip, maar het zindelijk worden of het opgeven van bepaalde gewoontes zoals duimzuigen of een knuffel beer overal mee naartoe nemen gebeurt vaak later. Hoogsensitieve kinderen denken dikwijls in beelden.

Diversiteit

Ondanks de algemene kenmerken kunnen hooggevoelige kinderen onderling sterk verschillen. Het ene kind voelt vooral stemmingen en emoties van anderen aan, terwijl het andere kind zich erg bewust is van het onrecht in de wereld.
Er kan onderscheid worden gemaakt in vier categorieën van hooggevoeligheid.

  • Lichamelijk: het fysieke lichaam, inclusief de zintuigen.
  • Emotioneel: gevoelens en de omgang met anderen
  • Mentaal: denken, leren en informatieverwerking
  • Spiritueel: het besef van een zingevende context, eventueel vallend buiten de grenzen van het direct waarneembare

Op school

Wanneer een hooggevoelig kind zich veilig voelt in de klas en het onderwijssysteem aansluit bij hun leersysteem, is vaak sprake van een goede, vlotte en leergierige kind. Voelt een kind zich echter onveilig of sluit het onderwijs niet aan bij hun vaak visuele leersysteem, dan komt er vaak niet uit wat erin zit, zijn ze onzeker of lijken ze ongeïnteresseerd.

Lees meer over het bespreken van hooggevoeligheid op school

 

Je kind maakt het je niet moeilijk!  Je kind heeft het moeilijk!

Je kind maakt het je niet moeilijk! Je kind heeft het moeilijk!

Wanneer je kind niet luistert of anderszins ongehoorzaam is, is een straf een begrijpelijk gevolg. Ook al is dit niet altijd even effectief. Om soortgelijk gedrag in de toekomst te voorkomen, is het goed om verder te kijken.  We denken vaak niet genoeg na over de manier waarop we het gedrag van kinderen beschrijven. Als je een kind opvoedt met een adhd brein of autisme beoordeel je vaak gedrag veelal op gelijke wijze als van een (neurotypisch) kind. Je kind maakt het je niet moeilijk! Je kind heeft het moeilijk!

Een herkenbaar voorbeeld is een kind die uit school komt en zijn schoenen uit schopt en ze laat liggen, daar waar ze terecht komen. Je vraagt een kind zijn schoenen op te ruimen maar hij doet dit niet. Weigert hij dan eigenlijk? Het lijkt hier wel op!
Gedragsdeskundige, Ross Greene, leert ons dat kinderen het goed doen als ze dat kunnen. Kinderen doen het goed als ze kunnen niet “wanneer ze willen”, maar wanneer ze kunnen. Wanneer je begint om door deze bril het ongewenste gedrag van een kind te zien, heb je de instelling om het probleemgedrag op te lossen . Zoals de meeste opvoedingsaanpassingen, is het verre van eenvoudig om alles door deze bril te zien.

Je kind heeft het moeilijk

Stop met je af te vragen waar een kind last van heeft om niet te doen wat je vraagt. Waarom weigert hij te doen wat er van hem wordt verwacht? Was je niet duidelijk genoeg of worstelt hij met iets?
Mogelijk had je zijn aandacht niet. Misschien heeft hij niet verwerkt wat je zei, of niet snel genoeg. Of was hij met iets anders bezig toen je iets vroeg en heeft hij moeite met de overgang naar die taak. Als je erachter komt waarom een kind je instructies niet opvolgt, kun je zijn gedrag juist beschrijven, en dat maakt een enorm verschil.
De manier waarop je het gedrag van een kind beschrijft, is van belang omdat het je manier van denken over een kind bepaalt. Als je denk dat een kind weigert – dat hij opzettelijk ongehoorzaam is – brengt je dit in een negatieve stemming en denkproces. Aan de andere kant, als je tegen jezelf zegt: “Ok, de hersenen van dit kind verwerken informatie anders; een kind ziet niet dat zijn schoenen niet op de juiste plek liggen. Wat kan ik doen om hem te helpen zodat hij dingen gaat opbergen wanneer hij ze niet gebruikt. Dat zijn verschillende denkprocessen. Vanuit dat laatste perspectief kan je met compassie reageren, vanuit begrip en de wil om te helpen.

Wanneer je jezelf betrapt op het gebruik van woorden als ‘weigert’, ‘onbeleefd’, ‘lui’ en ‘ongemotiveerd’, pauzeer dan even en neem even de tijd om je af te vragen: wat is er aan de hand? Wat is de bedoeling van een kind ? Weigert een kind echt? Of is dit zijn adhd brein? Zo kun je behulpzaam zijn en kun je dingen doen die een positieve invloed hebben op dit gedrag, in plaats van dingen te zeggen en te doen waardoor kinderen een slecht gevoel over zichzelf krijgen en het gedrag niet zal verbeteren.

Wat is het alternatief?

Je kan gewoon zeggen: “Wauw, hij weigert gewoon elke keer zijn schoenen op te ruimen. Hij krijgt straf. ” Maar denk je dat het wegnemen van zijn schermpje hem in de toekomst zal helpen herinneren dat hij zijn schoenen moet opbergen? Misschien herinnert hij zich dit morgen, en misschien de dag erna, als het nog steeds vervelend genoeg was. Maar daarna kun je het vergeten. Een kind gaat terug naar hetzelfde gedragspatroon omdat je hem niet de vaardigheden, strategieën en oplossingen hebt gegeven die bij zijn unieke brein passen. Je hebt de kern van het probleem niet aangepakt. Bovendien ben je waarschijnlijk gefrustreerd en boos, wat de stemming en emotionele regulatie van een kind beïnvloedt.

Red Light Words

‘Weigert’ is niet het enige Red Light Word. Lui, onbeleefd, ongemotiveerd, uitdagend, egoïstisch en wil niet, zijn andere woorden die je beter niet kunt gebruiken.
Sommige van deze Red Light Words impliceren een karakterfout. Als je iemand onbeleefd noemt, val je hun persoonlijkheid en medeleven met anderen aan. Je insinueert dat ze een ‘slecht’ persoon zijn. Je bestempelt het gedrag als een karakterfout in plaats van te accepteren dat het voortkomt uit wie deze kinderen zijn. Ze worstelen op dat moment waarschijnlijk met iets wat ze moeilijk vinden. Een kind maakt het je niet moeilijk, een kind heeft het moeilijk.
Je denkt nu misschien: dit zijn maar woorden. Wat voor verschil kunnen ze echt maken? Nou, het zijn niet alleen woorden voor kinderen en het zijn niet alleen woorden in de manier waarop onze geest verwerkt wat er gebeurt. Deze Red Light Words zijn niet nuttig. Ze zijn negatief, en ze trekken je naar het negatieve.

Je gedachten, je optimisme beïnvloeden je succes als ouder van een kind met speciale behoeften. Dit gaat niet van zelf en het kost tijd om in de juiste mindset te komen en te blijven. Het verbannen van de Red Light Words helpt je in een positieve mindset te komen.
Na verloop van tijd zul je merken dat hoe meer je je woorden hardop verandert, hoe meer het verhaal van dat stemmetje in je hoofd zal veranderen. Het is niet altijd makkelijk, maar zeker de moeite waard.

Ontwikkelingsleeftijd

Bedenk ook dat de ontwikkelingsleeftijd van een kind met een adhd brein twee tot drie jaar achterloopt op zijn leeftijdsgenoten Als je een 10-jarige opvoedt, is dat kind meer als 7 of 8 jaar oud – qua ontwikkeling gesproken. Dit vereist een andere opvoedingsaanpak en bijstelling van je verwachtingen. Als je wilt zeggen tegen een kind dat hij zich niet gedraagt naar zijn leeft tijd, denk dan goed na hoe je dit anders kunt zeggen. Formuleer dit op een manier die eert wie een kind is en waar hij nu is, zodat je hem echt kunt helpen.
Wanneer je het gedrag van een kind op deze manier begint te herkaderen – als je een kind begint te zien voor wie hij is en niet voor wie hij is in vergelijking met leeftijdsgenoten, is dat bevrijdend. Het is verbazingwekkend krachtig, gedeeltelijk omdat je kunt zien dat een kind er niet voor kiest om iets te doen wat niet mag . Je herinnert jezelf er ook effectief aan dat dit het brein is waarmee hij werkt.

Bron: additudemag.com

Diversiteit en inclusie onderwijs? Niet voor dyslecten!

Diversiteit en inclusie onderwijs? Niet voor dyslecten!

Bij de termen diversiteit en inclusie wordt al snel gedacht aan vrouwenquota’s of jong talent versus oudere werknemers. Maar diversiteit gaat om meer. Het gaat om alle kenmerken waarop verschillen kunnen bestaan. Ook om op het eerste gezicht minder zichtbare kenmerken als persoonlijkheid en manieren van denken.

Diversiteit gaat over de mix van verschillen. Inclusie gaat over hoe we met deze mix van verschillen omgaan. In een inclusieve cultuur kan iedereen zichzelf zijn en haalt men het beste uit zichzelf en anderen, ongeacht culturele, etnische achtergrond of geslacht.

Diversiteit en inclusie

Eén aspect in deze discussie wordt vrijwel nooit genoemd, anders leren en anders denken.
Eén van de minder zichtbare verschillen tussen mensen is dyslexie. Mensen met een dyslectisch brein verwerken informatie in hun hersenen anders dan de meeste mensen. De bekendste uiting hiervan is moeite met leren lezen. Jonge kinderen hebben op school meer moeite met taal, spelling en automatiseren, dan hun leeftijdsgenoten. Deze andere wijze van denken, brengt naast diverse uitdagingen ook kwaliteiten met zich mee. Zoals ruimtelijk inzicht, creativiteit en het vermogen om verschillen vanuit meerdere perspectieven te bezien.

Hoe gaan we op school om met deze vorm van diversiteit

Op scholen wordt conform standaardmethodes les gegeven. Wanneer een kind moeite heeft met lesstof krijgt hij extra ondersteuning. Een kind krijgt een verlengde instructie. In kleinere groepjes wordt de lesstof nogmaals uitgelegd. Een dyslectisch kind mag vaak langer doorgaan om een toets af te maken. Daarnaast zijn er hulpmiddelen die gebruikt mogen worden, zoals voorleesprogramma’s. Op deze manier wordt geprobeerd om kinderen eenzelfde ontwikkeling door te laten maken.

Hoe goed bedoeld ook, dit draagt niet bij aan inclusie in het onderwijs. Integendeel, het benadrukt bij eenieder dat anders denken minder is. Een kind moet meer oefenen of beter zijn best doen om aan de standaard te voldoen. We stellen aan elk kind dezelfde (eenzijdige) eisen en beoordelen elk kind op eenzelfde manier.

Een mooie parallel is hier te trekken naar het dierenrijk. Je moet een vis niet beoordelen op hoe goed hij in een boom kan klimmen.

Een inclusie omgeving

Opgroeien in een inclusieve omgeving is waardevol voor de toekomst. Het stelt mensen in staat om elkaars talenten te zien en te benutten.
Op school gaat vaak nog iets mis. Er wordt extra tijd besteed om een kind op dezelfde manier nogmaals hetzelfde te leren. Bij een groeiend aantal kinderen sluit de methode of wijze waarop iets geleerd moet worden niet aan bij de denkstijl van een kind. Door op dezelfde manier, mogelijk langzamer, hetzelfde te herhalen, bereik je veelal niet het gewenste resultaat. Een andere manier van uitleggen doet dit mogelijk wel.

Het is niet zo dat een kind extra ondersteuning nodig heeft, maar andere ondersteuning. Een kind leert anders, hij vraagt dan ook om een andere instructie. Niet om meer van hetzelfde.

Tevens gaat de extra tijd ten koste, van tijd die aan iets anders kan worden besteed. Het motiveert een kind niet, omdat alle aandacht gaat na wat niet goed gaat, waardoor er minder aandacht is voor wat wel goed gaat.
Door je te richten op gestandaardiseerde leerdoelen, krijg je middelmatige prestaties in plaats van uitmuntende prestaties op basis van persoonlijke talenten.

Binnen de groep wordt de norm gesteld dat als je ergens moeite mee hebt, je meer moet oefenen om een vaardigheid te ontwikkelen.  Aandacht voor andere kwaliteiten is er onvoldoende, waardoor deze niet tot bloei komen.

Hoe kun je meer inclusie tot stand brengen in de klas

Het allerbelangrijkste is dat kinderen anders niet zien als minder. En dit lijkt misschien niet iets groots maar is van cruciaal belang.
Zowel voor het kind zelf dat uitdagingen ervaart als voor andere kinderen is dit bewustzijn belangrijk. Oprechte waardering dat een kind met zichtbare uitdagingen ook belangrijke talenten heeft.

Kijk verder dan de uitdagingen en zie dat dyslexie meer is dan alleen moeite met leren lezen. Dyslectische kinderen verschillen onderling uiteraard ook. Maar als groep hebben ze statistisch gezien meer kans om bepaalde vaardigheden te hebben die heel waardevol zijn. Bijvoorbeeld door het grote geheel te zien en te voorkomen dat je verdwaalt in details, kunnen veel dyslectici floreren in de zakenwereld.

Maak dus ook gebruik van deze belangrijke talenten.

Schaamte en onzekerheid komt veel voor bij dyslectische kinderen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Maak er in de klas een prioriteit van om ervoor te zorgen dat kinderen met een “handicaplabel” en hun leeftijdsgenoten de voordelen van neurodiverse teams begrijpen.
Zorg dat kinderen kunnen deelnemen aan gemeenschappelijke opdrachten op school en niet eerst een individuele taak moeten afmaken waar ze iets meer tijd voor nodig hebben.
Geef kinderen bij de samenwerking een rol die de nadruk legt op redeneren en creativiteit, in plaats van tekstverwerking.

Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat dyslectische kinderen een rol krijgen, waar ze de leiding kunnen nemen bij taken die verband houden met interpretatie en probleemoplossing. In plaats van hen te vragen hardop te lezen of op te treden als schrijvers.

Anders leren en anders denken is een belangrijk onderdeel van inclusie en diversiteit.

 

Overprikkeld op school!

Overprikkeld op school!

Je kind komt steeds vaker boos, verdrietig of moe uit school. Je vraagt hoe het was op school en krijgt als antwoord: saai of stom. De resultaten van je kind vallen wat tegen en hij vertoont teruggetrokken of juist explosief gedrag. Mogelijk is een kind overprikkeld!

Wat is er aan de hand? Mogelijk is je kind in meer of mindere mate hooggevoelig.  Hooggevoelige kinderen horen, zien en voelen veel meer dan andere kinderen. Ze denken hier diep en associërend over na, beleven  indrukken zeer intens. Daarnaast hebben ze een voorkeur voor visuele informatieverwerking.  Veel van deze kinderen worden vaak onterecht gediagnosticeerd met gedragsstoornissen als AD(H)D en PDD-Nos.

Hooggevoelige kinderen staan op school vaak onder druk. Het is rumoerig in de klas en er gebeurt van alles. Deze prikkels komen allemaal binnen en ze hebben geen idee hoe ze de vele prikkels kunnen filteren. Met als gevolg dat een kind overprikkeld raakt. Daarnaast worden er van een kind ook bepaalde resultaten verwacht.

Tips om een overprikkeld kinderen te helpen:

  1. Zorg ervoor dat een kind een eigen veilige omgeving heeft waarin het zich kan terugtrekken. Een plek waar hij in alle rust kan bijkomen en alle emoties onbeperkt tot uiting kunnen komen. Laat een kind ook echt even met rust. De grootste spanning wordt zo minder en een kind is daarna beter in staat om zijn gevoelens onder worden te brengen.
  2. Wordt niet boos, een kind raakt hierdoor nog meer van streek. Met als mogelijk gevolg dat een kind zich nog meer gaat afsluiten en je er nog moeilijker achter komt wat er in hem omgaat.
  3. Wees begripvol. Haal ervaringen van jezelf erbij om op die manier duidelijk te maken dat jij daar ook mee hebt gezeten en dat je die situatie ook heel moeilijk vond. Kinderen zijn vaak heel verbaasd dat jij dit ook hebt mee gemaakt. Veelal maakt dit het makkelijker voor een kind om te praten over wat hij voelt. De tips die je vervolgens geeft komen nu beter binnen.
  4. Praat met de leerkracht om zo de juiste basisvoorwaarde in de klas te kunnen creëren, bijvoorbeeld juiste plek in de klas, extra ontspanningsmoment. Een (hooggevoelig) kind dat zich veilig en op zijn plekt voelt durft zichzelf te zijn en zijn talent te uiten en zal over het algemeen minder “probleem” gedrag vertonen.
  5. Praat met een kind. Ga aan het eind van de dag even bij een kind in bed liggen en vraag naar de leuke en minder leuke dingen van die er die dag. Hierdoor kun je uitbarstingen door opgekropte frustraties en emoties een stapje voor zijn.

Meer tips om hooggevoelige kinderen te helpen

Overprikkeld

Wat je moet weten over een langzame verwerkingssnelheid

Wat je moet weten over een langzame verwerkingssnelheid

Als iemand iets tegen je zegt, hoe lang duurt het dan om de informatie te verwerken en te reageren? Je hebt er misschien nog nooit over nagedacht. Maar die reactietijd is het resultaat van iets dat verwerkingssnelheid wordt genoemd.

Iedereen verwerkt informatie in een ander tempo. Misschien heb je je kind een paar seconden stil zien staan ​​voordat hij op iemand reageerde, meer tijd aan huiswerk besteedde dan verwacht, of lang de tijd nam om iets uit te leggen. Dit kan te maken hebben met de verwerkingssnelheid.

Lees meer over de verwerkingssnelheid en wat er gebeurt als kinderen er lang over doen om informatie te verwerken.

Wat is verwerkingssnelheid?

Verwerkingssnelheid is het tempo waarin u informatie opneemt, begrijpt en begint te reageren. Deze informatie kan visueel zijn, zoals letters en cijfers. Het kan ook auditief zijn, zoals gesproken taal.

Sommige mensen hebben een snellere verwerkingssnelheid dan anderen. Het heeft niets te maken met hoe slim iemand is – hoe snel ze informatie opnemen en gebruiken.

Kinderen die sneller werken, zijn misschien de eersten die de vraag van een leraar beantwoorden, of zijn het kind in de klas dat altijd de grappige oneliner heeft. Aan de andere kant kunnen kinderen met een lage verwerkingssnelheid veel langer duren dan andere kinderen om dingen te doen, zowel op school als daarbuiten.

Stel je bijvoorbeeld het woord huis voor . Een kind met een lage verwerkingssnelheid weet misschien niet meteen wat die brieven zeggen. Ze moeten uitzoeken welke strategie ze moeten gebruiken om de betekenis van de letters voor hen te begrijpen. Het is niet dat ze niet kunnen lezen. Het is gewoon dat een proces dat snel en automatisch is voor andere kinderen van hun leeftijd langer duurt.

“Een lage verwerkingssnelheid heeft niets te maken met hoe slim kinderen zijn, maar met hoe snel ze informatie kunnen opnemen en gebruiken.”

Te veel dingen tegelijk zeggen kan ook een uitdaging zijn. Als je aanwijzingen in meerdere stappen geeft: ‘Als je beneden komt, neem dan je notitieboekje mee. En kun je de vuile glazen ook naar beneden halen en in de vaatwasser doen? ”- een kind met een lage verwerkingssnelheid volgt ze misschien niet allemaal. Met een lage verwerkingssnelheid is het moeilijk om al die informatie snel genoeg te verteren om te doen wat werd gevraagd.

Een lage verwerkingssnelheid kan het op alle leeftijden moeilijk maken om te leren. Het kan het voor jonge kinderen moeilijker maken om de basisprincipes van lezen, schrijven en tellen onder de knie te krijgen. En het heeft invloed op het vermogen van oudere kinderen om taken snel en nauwkeurig uit te voeren.

Kijk hoe een expert de lage verwerkingssnelheid uitlegt en hoe dit kinderen beïnvloedt.

Hoe langzame verwerkingssnelheid eruitziet

Een langzame verwerkingssnelheid kan kinderen in de klas, thuis en tijdens activiteiten zoals sporten beïnvloeden. Kinderen kunnen problemen hebben met:

  • Tests op tijd afronden
  • Huiswerk binnen een redelijke tijd afmaken
  • Luisteren of aantekeningen maken wanneer een leraar spreekt
  • Aantekeningen maken tijdens het lezen
  • Wiskundige problemen in hun hoofd oplossen
  • Geschreven projecten doen met meerdere stappen en details
  • Op de hoogte blijven van het gesprek

Gezinnen en leerkrachten kunnen opmerken dat een kind:

  • Wordt overweldigd door te veel informatie tegelijk
  • Heeft meer tijd nodig om beslissingen te nemen of antwoorden te geven
  • Moet informatie meer dan eens lezen om het te begrijpen
  • Mist nuances in een gesprek
  • Heeft moeite om aanwijzingen op te volgen, vooral als hem wordt gevraagd meer dan één ding te doen

Wat te doen als u zich zorgen maakt

Als u denkt dat een kind worstelt met de verwerkingssnelheid, is de eerste stap om de punten met elkaar te verbinden. Leraren kunnen contact opnemen met het gezin van een leerling. En gezinnen moeten contact opnemen met de leraar van hun kind. Deel uw eigen observaties en ontdek wat er thuis of in de klas gebeurt.

Ontdek of de verwerkingssnelheid van taak tot taak kan verschillen . En kijk hoe het is om te worstelen met de verwerkingssnelheid: ontdek een dag uit het leven van een kind met een lage verwerkingssnelheid .

LinkedIn voegt ‘dyslectisch denken’ toe aan skills om te destigmatiseren

LinkedIn voegt ‘dyslectisch denken’ toe aan skills om te destigmatiseren

Richard Branson, voorvechter om dyslexie anders te framen heeft met zijn stichting Made by Dyslexie, een prachtige mijlpaal bereikt. Op het professionele netwerk LinkedIn is dyslectisch denken toegevoegd aan de lijst met erkende vaardigheden.
Dit is belangrijk omdat het deze unieke manier van denken erkent als een positieve eigenschap. En iets waar mensen trots op moeten zijn. Dyslectisch denken is een vaardigheid die je een voorsprong kan geven op het werk. Je hebt waarschijnlijk sterke probleemoplossende vaardigheden, een grote verbeeldingskracht en creatief.

Dyslectisch denken

Richard Brandson is er trots op een dyslectische denker te zijn en hij heeft het in zijn voordeel gebruikt om het merk Virgin vorm te geven. Pas toen hij op zijn zestiende met school stopte, kon hij zijn gebrek aan interesse in hoofdrekenen, zijn dwalende geest en korte aandacht spanne in een geheel nieuw licht plaatsen. Waar anderen problemen zagen, zag hij oplossingen. Onoverkomelijke uitdagingen werden eindeloze kansen. Hij was in staat om dingen gemakkelijk te vereenvoudigen en het grotere geheel te zien.
Richard stond zijn slechte spelling niet toe om de start van zijn eerste bedrijf, Student Magazine, te voorkomen. Hij leerde al vroeg delegeren en zich te omringen met mensen die hem konden helpen op de gebieden die hij lastig vond. Wiskunde is een goed voorbeeld. Tot verbazing van de mensen om hem heen heeft hij de concepten netto en bruto nooit kunnen begrijpen! Maar dat was geen belemmering voor de oprichting van de Virgin Group (gelukkig had hij een aantal briljante accountants om zich heen om hem op het goede spoor te houden!)

Een dyslectische denker zijn betekent ook dat je een mensenmens bent. Zo houd Richard Brandson ervan om de telefoon op te pakken en dingen door te praten. Dit heeft zijn stijl als leider en teamlid gevormd. Door deze manier van denken kan hij het niet laten om vragen te stellen en na te denken over oplossingen. Zonder nieuwsgierigheid zou innovatie niet bestaan.

Innovatie

Dyslectisch denken is verantwoordelijk geweest voor enkele van de grootste sprongen die de mensheid ooit heeft gemaakt. Van de gloeilamp tot de auto, het vliegtuig tot onze verkenning van de ruimte. Het wordt dus tijd dat we opnieuw definiëren waar het voor staat. Recent onderzoek van Made By Dyslexia heeft uitgewezen dat, in het licht van de opkomst van Artificial Intelligence, dyslectici de exacte vaardigheden hebben die nodig zijn voor de werkplek van morgen, zoals uiteengezet door het World Economic Forum.
Wat dat betreft, heeft Dictionary.com, in een nieuwe ongelooflijke stap voorwaarts, bevestigd dat het “Dyslectisch denken” zal toevoegen als een officiële term, die zijn “sterke punten in creatieve, probleemoplossende en communicatieve vaardigheden” beschrijft. LinkedIn en Dictionary.com geven dyslectisch denken de erkenning die het verdient

De kracht van dyslexie