**//sticky ads code//**
Hoogstimulatieve kinderen | gevoelig en druk te gelijk

Hoogstimulatieve kinderen | gevoelig en druk te gelijk

Hooggevoelige kinderen verwerken informatie diepgaander, beleven emoties intenser en hebben gevoelige zintuigen. Vaak zijn kinderen hierdoor rustiger en meer observerend.  Er is echter ook een groep gevoelige kinderen die niet behoedzaam en afwachtend is. Deze kinderen gaan vol energie en nieuwsgierig op alles af wat ze in hun omgeving zien. Ze zijn vaak beweeglijk en druk en hebben behoefte aan afwisseling en nieuwe ervaringen, hoogstimulatieve kinderen

Wat is hoogstimulatief

Hoogstimulatieve kinderen hebben de neiging op onderzoek uit te gaan. Ze wil nieuwe ervaringen op doen en zich ontwikkelen. Ze verwelkomen situaties en personen en gaan erop af. Het biedt ze de mogelijkheid tot groei en het opdoen van kennis. Kernwoorden die passen bij hoogstimulatieve kinderen zijn:  beweeglijk, intens, intuïtief, onderzoekend, aandacht vragend en soms tegendraads of agressief

Kenmerken van hoogstimulatieve kinderen

Naast de kenmerken van hooggevoelig of hoogsensitief zie je bij kinderen die hoogstimulatief zijn het volgende 

  • ze zijn gevoelig voor stimulansen
    Zodra een kind iets waarneemt dat nieuw, leuk of interessant is, gaat hij erop af.
  • staat erg open
    Een kind is gevoelig voor sferen en stemmingen. Hij heeft de neiging sterk mee te bewegen met de dynamiek om hem heen.
  • kent intense emoties
    Ze kunnen uitbundig blij en betrokken zijn, maar heeft ook regelmatig boze buien en kan zeer explosief reageren.
  • wil de ander krachtig ervaren
    Een kind probeert andere uit om te zien of ze stevig staan. Door over grenzen te gaan, regels niet te accepteren en niet te luisteren bij een terechtwijzing. 
  • heeft behoefte aan ruimte en vrijheid
    Experimenteren en improviseren daar houd een kind van. Hij heeft beweging nodig om zijn aandacht en concentratie vast te houden.
  • is visueel ingesteld
    Een kind heeft daardoor moeite met planning en structuur, op tijd op school zijn is vaak een probleem. Op school zijn er vaak leerproblemen vanwege het beelddenken.

 

Gedragsproblemen bij hoogstimulatieve kinderen

Een hoogstimulatief kind laat vaak “gedragsproblemen” zien.  Thuis, woedeaanvallen, druk zijn, geen nee accepteren, slaan, schoppen, regels overtreden, schreeuwen, anderen de schuld geven en de baas in huis willen zijn.  Op school uit dit zich vaak door rondlopen in de klas, druk zijn, niet luisteren, niet te corrigeren, met spullen gooien, woedeaanvallen, voortdurend praten, het lokaal uitgaan of clownesk gedrag. Er zijn verschillende interpretaties voor dergelijk gedrag, namelijk overprikkeling, ‘hij wil niet luisteren’ of ‘hij heeft een sterke wil’.  Het is belangrijk dat een kind zijn kwaliteiten positief inzet. Dit vraagt veel sturing, vaak zijn hun vaardigheden op jonge leeftijd ontoereikend, waardoor er probleemgedrag optreedt. Een hoogstimulatief kind wil wel voldoen aan wat ouders en leerkrachten van hem vragen, maar het lukt hem vaak niet omdat hij de vaardigheden mist. En omgaan met overprikkeling kun je leren – als je vaardigheden goed ontwikkeld zijn.

bron: lihsk.nl

Lees meer over hoogstimulatieve kinderen

 

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Op scholen proberen leerkrachten door middel van herhaling kinderen te laten automatiseren. Het idee hierachter is, dat wanneer je iets maar vaak genoeg herhaalt, het vanzelf in het lange termijn geheugen terechtkomt. Helaas werkt dit niet bij alle kinderen. Er ontstaan leerproblemen bij kinderen wanneer dit automatiseringsproces door gedachtestromen en associaties wordt verstoord.

Er zijn veel kinderen, die behoorlijk slim zijn, maar waarbij dit er op school toch niet echt uitkomt. Kinderen waarvan de resultaten achterblijven en de leerkracht aangeeft dat het kind ‘het’ niet kan.

Deze kinderen hebben vaak een voorkeur om met hun rechterhersenhelft te denken. Ze zijn visueel en gevoelsmatig ingesteld, denken meer in beelden dan in woorden. Ze associëren heel sterk met wat zij visueel en gevoelsmatig waarnemen en zijn hierdoor nog al eens ‘afwezig’ of ‘afgeleid’.

Hoe zorgt dit voor een leerprobleem?

De hersenen bestaan uit twee verschillende helften die onderling verbonden zijn. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren maar werken ook vaak samen. Bij het leren van nieuwe dingen, gebruik je de meest dominante hersenhelft.

De rechter hersenhelft denkt in beelden, deze hersenhelft “voelt en weet”. Veel zaken die we nodig hebben om praktisch te kunnen functioneren vinden we terug in de rechterhersenhelft zoals emotie, verbeelding, ruimtelijk inzicht, overzicht, muziek & ritme, kleurherkenning en dergelijk.

Terwijl de linker hersenhelft “denkt” en theoretiseert. De logica vindt plaats in deze hersenhelft , letters, woorden, cijfers, volgordes en analyses.

Linksgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een linksgeoriënteerde leerstijl leren stapje voor stapje en werken zo naar een oplossing toe.

taaldenkers

Rechtsgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl, beelddenkers  doen direct een poging om tot een oplossing te komen, daarna gaan ze pas kijken of het goed is uitgevoerd.

beelddenkers

Hoe ontstaat nu een leerprobleem?

Op school willen leerkrachten – door middel van een spellingsregel – kinderen laten beredeneren hoe een woord geschreven moet worden. Op deze manier moet een “woordbeeld”  ontstaan. Deze manier van leren is linksgeoriënteerde. Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl haken vaak halverwege af bij deze uitleg. Ze willen direct naar de oplossing: het woordbeeld.
Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl worden in deze dus gehinderd door de linksgeoriënteerde manier van werken. Op de meeste leesmethode op school kennen deze opbouw van de leerstof.

De manier van lesgeven op de school is vaak gericht op een verbale manier van informatie verwerken. Een leerkracht vertelt en kinderen luisteren.

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl  verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.  Beelddenkers willen liever zien en doen. Daar ligt dus ruimte voor de leerkracht om het beste te halen uit deze kinderen. Met een computer of een tablet bijvoorbeeld, kunnen kinderen aan de slag met leermateriaal dat past bij hun leerstijl. Op deze manier is de kans op leerprobleem kleiner.

bron: kernvisiemethode.nl

Wat is het Makkelijk Lezen Plein in de bibliotheek.

Wat is het Makkelijk Lezen Plein in de bibliotheek.

Leren lezen gaat niet bij iedereen even gemakkelijk. Zeker als het moeizaam gaat is meters maken ontzettend belangrijk. Naar mate kinderen ouderen worden, wordt het vinden van leuke boeken lastiger. Mede hiervoor is er het makkelijk lezen plein in de bibliotheek. Hier is de kans groot dat een kind wel het boek vind wat aansluit bij zijn beleveniswereld 

Wat is het Makkelijk lezen plein?

Een Makkelijk Lezen Plein (MLP) is een speciale voorziening op de jeugdafdeling van de bibliotheek voor kinderen die niet zo van lezen houden of daar moeite mee hebben. Bijna elke bibliotheek in Nederland heeft er een. 
De boeken die er staan zijn uitgezocht op een aantrekkelijke omslag en op spannende, makkelijk te lezen tekst. Er zijn ook luisterboeken, informatieve dvd’s en soms ook verfilmde leesboeken te vinden. Het materiaal staat zo gepresenteerd dat het makkelijker wordt om leuk leesmateriaal te vinden en het leesplezier te vergroten. 

Voor Wie is het Makkelijk Lezen plein?

Het MLP is er voor kinderen vanaf 8 t/m 12 jaar met leesproblemen. De grootste groep bestaat uit kinderen met dyslexie. Maar ook kinderen met concentratieproblemen, zoals ADHD, of kinderen met een taalachterstand, kunnen moeite hebben met lezen. Al deze kinderen hebben baat bij de media op het MLP.

De MLP-collectie bestaat uit een gevarieerd aanbod van verschillende materialen. Deze zijn speciaal uitgezocht om het leesplezier van een kind te bevorderen. De boeken en materialen zijn op een aantrekkelijke manier gepresenteerd. Niet in rijen op alfabetische volgorde, maar op onderwerp bij elkaar met de voorkant duidelijk zichtbaar naar voren. 

De collectie bevat:

  • Voorleesboeken
  • Luisterboeken en daisyroms
  • Spannende en leuke leesboeken
  • Verfilmde boeken op DVD
  • Makkelijk te lezen informatieve boeken
  • Informatieve DVD’s
  • Tijdschriften
  • Informatieve boeken voor ouders en opvoeders over dyslexie en andere leesproblemen

Alle het MLP-materialen herken je aan de MLP sticker.

Op de site www.makkelijklezenplein.nl kun je meer informatie vinden over de boeken die je zoals kunt vinden op deze afdeling in de bibliotheek. 

 

De onbekende kenmerken van hoogbegaafdheid

De onbekende kenmerken van hoogbegaafdheid

De emotionele intensiteit en de overweldigende energie van hoogbegaafde kinderen is groot. Ze hebben een speciale manier waarop zij de wereld beschouwen, kwalitatief, kwantitatief of allebei tegelijk. Ook verwerken ze ervaringen anders. Dit maakt hoogbegaafde kinderen vaak intenser, sensitiever. Ze schieten makkelijk in extreme gemoedstoestanden van heel erg gelukkig tot vol wanhoop. Deze kenmerken van hoogbegaafdheid zijn vaak minder bekend bij mensen.

Kenmerken van hoogbegaafdheid

Het gedrag van hoogbegaafde kinderen wijkt vaak af van “de norm”, dit kan ook op veel onbegrip rekenen. Hun opwinding wordt gezien als excessief, hun niet stil kunnen zitten van opwinding wordt gezien als ADHD gedrag. Het eeuwig doorvragen wordt gezien als zeuren of als ondermijnen van de autoriteit. Hun verbeeldingskracht wordt gezien als gebrek aan realiteitszin. De passie wordt gezien als obsessief gedrag of syndroom van Asperger. De sterke emoties worden gezien als kinderachtig. En hun creatieve eigenzinnigheid wordt gezien als tegendraads. Hoogbegaafden maken veelal een ontwikkeling door die sterk afwijkt van de ‘normale’ ontwikkeling van kinderen.

Bijna elk hoogbegaafd kind is op één of meerdere vlakken zeer prikkelgevoelig. Deze gevoeligheid is een van de kenmerken van hoogbegaafdheid die niet altijd even bekend zijn.  Hoe gevoeliger een kind is hoe meer problemen er ontstaan in de omgeving. Ze sluiten op onbegrip en kunnen moeilijk aansluiting vinden.

  • Lichamelijk

    Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een hoog energieniveau wat zich uit in een grote beweeglijkheid, opgewondenheid en snel praten. Maar ook lichamelijke onrust, bezig willen zijn, gedrevenheid en competitiviteit. Het gaat hierbij om de capaciteit actief en energiek te zijn. Bij emotionele spanningen kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door overdreven veel praten, impulsieve acties, zenuwachtig gedrag (nagelbijten of trommelen) of ‘de clown uithangen’.
  • Zintuiglijk gevoelig vermogen 

    Kinderen genieten intens van zintuiglijke waarnemingen, zoals schoonheid, beeldende kunst, literatuur en muziek. Het kan zich tevens uiten door een drang naar comfort, luxe en behoefte aan bewondering en aandacht. Maar ook de gevoeligheid voor labels aan kleren of de naden van sokken zijn moeilijk te verdragen. Kinderen met deze prikkelgevoeligheid hebben over het algemeen plezier in zien, ruiken, proeven, aanraken en horen. Ze worden blij van mooie woorden, muziek, vormen, kleuren, harmonie en evenwicht. Bij emotionele spanning kan deze hoge prikkelgevoeligheid leiden tot veel en lekker eten, al jong seksueel gretig zijn en een grote behoefde aan aandacht hebben.
  • Intellectueel, intense activiteit van de geest

    Hoogbegaafde kinderen hebben veelal de neiging diepzinnige vragen te stellen, problemen op te lossen en te zoeken naar de waarheid. Dit kan zich uiten door van alles te willen analyseren, door logica en theoretische problemen, scherp observatievermogen. Kritisch zijn, symbolisch denken, ontwikkelen van nieuwe ideeën en concepten en denken over het eigen denken. Hierdoor ontstaat als het ware een intellectuele honger. Ze zijn onverzadigbaar nieuwsgierig, geconcentreerd, vaak gretige lezers. Ze kunnen scherp observeren, zich dingen gedetailleerd herinneren, gedetailleerde plannen maken en hebben het vermogen tot aanhoudende intellectuele inspanning. Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door te kritisch zijn naar zichzelf en anderen, perfectionisme en betweterigheid. Tevens kan de focus op morele vraagstukken een kind tot wanhoop drijven door zijn hulpeloosheid.
  • Verbeelding 

    Dit kan zich uiten door frequent gebruik van beelden en metaforen in de taal, poëtisch woordgebruik, sterk vermogen tot gedetailleerde en levendige visualisaties, inventiviteit fantasievolheid, het snel wegdromen bij verveling, imaginaire vriendjes hebben, het leven dramatiseren. Verbeelding kan zorgen voor vreugde en creativiteit in het dagelijks leven en helpt bij de ontwikkeling van intellectuele gaven. Zoals Einstein zei: ‘’Verbeeldingskracht is belangrijker dan kennis’’. Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door fantasie en werkelijkheid niet meer kunnen scheiden, leven in een schijnwereld,  heftige dromen en zich dingen verbeelden.
  • Emotioneel

    De hoge prikkelgevoeligheid voor emoties is vaak de eerste van de prikkelgevoeligheden die ouders opmerken. Kinderen voelen de emoties van andere sterk aan en kunnen zich hiermee identificeren. Deze kinderen kunnen erg verlegen zijn en zijn zich sterk bewust van hun eigen gevoelens en hoe ze veranderen. Bij emotionele spanning kan deze prikkelgevoeligheid zich uiten door klachten als buikpijn, hoofdpijn, slecht slapen of blozen. Kinderen zijn soms veel bezig zijn met de dood. Ze zijn angstig of hebben last van depressie. Hun mededogen en bezorgdheid voor anderen, hun focus de verbinding met anderen en de intensiteit van hun gevoelens zal regelmatig lastig zijn. Het kan irritatie opwekken bij mensen die deze prikkelgevoeligheid niet begrijpen.

Bron:  http://www.mixed-media.info/hoogbegaafd/  

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Hoe beleeft een hooggevoelig kind een dag?  In haar praktijk Twinkelster begeleidt Maureen van de Lustgraaf vele kinderen waarvan de hoofdjes vol zitten. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk om goed te functioneren in de dagelijkse situaties thuis en op school.
In deze column deelt ze een verhaal welke een duidelijk beeld geeft van de ervaringen van de eerste ochtenduren van een hooggevoelig kind.

Het is maandagochtend 07.00 uur.

Tijd om op te staan. Ik word gewekt, maar eigenlijk wil ik nog even blijven liggen. Ik kan niet ineens opstaan, heb tijd nodig om wakker te worden. Bovendien willen mijn ogen gewoon niet open. Ik blijf nog even liggen.

Ineens hoor ik hard mijn naam. Oeps, nou is het menens. Ik moet er nu uit. Ik was me, kleed me snel aan en ga naar beneden. Mijn ontbijt staat klaar, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Ik laat het staan, tot grote frustratie van mijn moeder. Even word ik onzeker en bang.

Samen met mijn zus loop ik naar school. Op het schoolplein ga ik nog even buiten spelen totdat we naar binnen mogen. Om 8.30 uur precies lopen we met z’n allen de klas in. Er zijn een aantal kinderen die haast hebben. Ik word gewoon aan de kant geduwd! Ik begrijp niet waarom deze kinderen zo doen. Het is toch niet aardig….ze kunnen toch gewoon op hun beurt wachten? Ik laat ze maar voor.

Wanneer ik de klas in loop, hoor ik de juf schreeuwen tegen de “gehaaste” jongens. Ik schrik en doe mijn handen op mijn oren. Ik wil dit niet horen. Tegelijkertijd krijg ik een raar gevoel in mijn buik. Ik probeer zo onopvallend en rustig mogelijk te gaan zitten. Ik houd me gedeisd en ben bang. Die gehaaste jongens lachen de juf gewoon uit. Wat akelig!

Wanneer ik goed naar de juf kijk, zie ik dat ze een knalrood hoofd heeft en een verdrietige blik in haar ogen. De juf is zenuwachtig en weet even niet wat ze moet doen volgens mij. Om haar heen zie ik allemaal felle kleuren. Ik vind het heel naar om te zien en kijk maar even de andere kant op. Ik voel me ongemakkelijk en krijg buikpijn.

Vol hoofd

Mijn hoofd zit nu al vol merk ik. Vol met woorden, boosheid, frustratie van anderen, kleuren, haasten, bah! Ik ga in gedachten even proberen om in mijn hoofd te zoeken, hoe ik alles een plekje ga geven, zodat het rustiger wordt. Terwijl ik alles aan het ‘parkeren’ ben, hoor ik opeens mijn naam. Ik schrik….o jee…had ik iets niet gehoord? Ik kijk om me heen. Iedereen heeft zijn leesboek voor zich, behalve ik. Snel open ik mijn kastje, pak mijn leesboek en open het. Ik begin te lezen, maar hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet wat ik lees. Mijn hoofd zit nog steeds vol, er kan niets meer bij. Ik ga nog harder mijn best doen, want ik wil de juf niet teleurstellen. Ze ziet er namelijk nog steeds boos en verdrietig uit.

Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik zit zo vol. Zal ik even naar de wc gaan, dat helpt meestal wel. Zachtjes sta ik op en loop naar het stoplicht en zet het op rood. Terwijl ik de deurklink omlaag doe, hoor ik ineens…” Wat ga jij doen?” . Zachtjes antwoord ik dat ik naar de wc moet. Ik krijg te horen dat het niet mag omdat ik net op school ben, dus ga ik maar weer zitten. Wat voel ik me vervelend. Mijn hoofd begint te bonken en mijn buikpijn is nog erger geworden. Stilletjes hoop ik dat het snel pauze is.

Wanneer een kind (hoog) gevoelig is voor omgevingsfactoren zal het snel vol kunnen lopen. Ervaring leert dat het een valkuil is om uiterlijke kenmerken van informatieverwerkingsproblemen en hooggevoeligheid als onwil te interpreteren. Er is eerder sprake van onvermogen dan van onwil.

Wat kun je als ouder doen wanneer je kind hooggevoelig is?

Neem je kind bij de hand en ga als ouder op zoek naar een manier om er achter te komen hoe het in het hoofd van je kind werkt, waardoor het vol raakt en wat het nodig heeft om het leeg te maken.
Maureen: “In mijn praktijk adviseer ik ouders en kinderen. Ik vind het belangrijk om kinderen te leren contact te maken met hun eigen lichaam, zodat ze opmerken wanneer het hoofd vol loopt. Ook geef ik ze praktische tips mee naar huis.”

Lees meer over hoe je een hooggevoelig kind kunt helpen

 

Leesproblemen anders bekeken

Leesproblemen anders bekeken

Als een kind moeite heeft met leren lezen, is het goed om te kijken of een kind mogelijk letters en klanken door elkaar haalt. Wat is de oorzaak van zijn of haar leesproblemen?

Als leren lezen moeilijk gaat heeft het niet altijd zin om maar op dezelfde wijze de lesstof te herhalen. Om maar thuis te blijven oefenen met het lezen van boekjes en woordbladen.
Een kind die moeite heeft met leren lezen en schrijven heeft vaak een andere benadering nodig. Leg een kind uit dat er een verschil is tussen de letters die hij leest en schrijf, en de bijbehorende klanken.
Letters zijn namelijk niet hetzelfde als klanken! Onderstaand filmpje legt dit heel goed uit.

Maak een einde aan de verwarring!

Je ziet een kind worstelt met lesstof waar andere kinderen geen of veel minder problemen mee hebben. Een kind heeft vragen en is gefrustreerd. Hij snapt niet wat hij fout doet.

Voor dit kind is iedere letter tegelijk een klank. Hij snapt dus niet waarom hij – als hij keurig al die klanken achter elkaar plakt – de verkeerde letters op papier heeft staan.

In groep 3 en 4 krijgen de letters een ‘klanknaam’. Daardoor vervaagt voor een kind het verschil tussen een klank en een letter.
Hoe vaster een kind ervan overtuigd raakt – door alle lesstof nog een keer te herhalen – dat een klank hetzelfde is als een letter, hoe moeilijker hij straks zal inzien dat klanken en letters juist niet hetzelfde zijn. Hij zal dan blijven verklanken en verklanken is geen veilige en effectieve manier om te weten hoe je een woord moet schrijven!

Wat helpt?

Leer een kind het alfabet en leer hem dat een letter niet hetzelfde is als een klank.
Je mag best praten over de klank van een letter, maar vertel bijvoorbeeld ook dat je sommige klanken (bijvoorbeeld ij/ei, g/ch, t/d) op meer manieren kunt schrijven of dat letter verschillende klanken kunnen hebben.

Bron: taalkanjer | voor ouders van kinderen die tobben met taal.