Kinderlogica
Je kind ontploft om iets kleins.
Je hebt het al zo vaak gezegd.
Je weet even niet meer wat wel helpt.
Veel opvoedadviezen zeggen: beloon gedrag dat je wilt zien en straf gedrag dat je niet wilt. Soms lijkt dat te werken. Vaak is het niet meer dan een pleister. Het echte probleem blijft onopgelost.
Uitdagend gedrag vertelt ons namelijk iets anders. Het laat zien dat een kind vastloopt. Dat er verwachtingen zijn waar het moeite mee heeft. Niet omdat het niet wil, maar omdat het niet lukt.
Gedrag is geen probleem op zich
Gedrag is een signaal. Een manier van communiceren.
Een uitbarsting zegt eigenlijk: “Ik zit vast. Dit is te moeilijk voor mij.”
Net zoals koorts geen ziekte is, maar een teken dat er ergens in het lichaam iets speelt.
Als je alleen de koorts probeert te onderdrukken, komt die vaak terug.
Zo werkt het ook bij gedrag. Verander je alleen het gedrag, zonder te kijken naar wat eronder zit, dan zal de volgende uitbarsting niet uitblijven.
De vraag is dus niet: hoe stop ik dit gedrag?
Maar: wat maakt dit zo lastig voor mijn kind?
Problemen los je samen op
Niet voor je kind, maar mét je kind.
Volwassenen bedenken vaak snel een oplossing en leggen die op. Zeker als gedrag moet stoppen. Maar kinderen denken graag mee, als ze zich veilig en serieus genomen voelen.
Samen zoeken naar oplossingen geeft een kind invloed, vertrouwen en motivatie.
Je staat niet tegenover elkaar, maar naast elkaar.
Wacht niet tot het misgaat
Goede timing maakt het verschil.
Uitdagend gedrag los je niet op in de hitte van het moment. Dan is de spanning te hoog. Het vraagt om een rustig moment, vooraf.
Kinderen worden niet zomaar boos. Er is bijna altijd een patroon.
Wanneer loopt het vast?
In welke situaties?
Wat wordt er dan van het kind gevraagd?
Die vragen helpen je om te begrijpen wat er speelt, nog vóórdat het misgaat.
Begrip komt vóór helpen
Kinderen laten hun frustratie op verschillende manieren zien.
Een kind dat huilt of zich terugtrekt, krijgt vaak meer begrip dan een kind dat schreeuwt, schopt of bijt. Toch zeggen ze hetzelfde: “Ik kan dit niet.”
Uitdagend gedrag ontstaat niet door onwil, maar door een gebrek aan vaardigheden.
Het kind weet simpelweg nog niet hoe het zich anders kan uiten.
Begrip is geen toegeven.
Het is de basis om samen te leren.
Anders kijken verandert alles
Alle kinderen willen het goed doen.
En ze doen het goed, als dat lukt.
Als het niet lukt, zit er iets in de weg. Dan heeft een kind nog iets te leren, niet iets af te leren.
Sommige kinderen zijn zo vaak gecorrigeerd of gestraft dat ze het vertrouwen verliezen. Ze besluiten dat het toch nooit goed genoeg zal zijn.
Juist deze kinderen hebben volwassenen nodig die blijven kijken, blijven vragen en blijven geloven.
Onder alle gedragsuitdagingen zit een kind dat het goed wil doen, maar het heel moeilijk heeft om daar te komen.
En dat kind verdient geen straf.
Dat kind verdient begrip, samenwerking en begeleiding.
ADHD, Kinderlogica
Je ziet het al dagen aankomen.
Aan de manier waarop hij stiller wordt.
Aan hoe zijn schouders net iets lager hangen.
Aan de zucht als het woord school valt.
Mijn zoon is een tiener. Hij heeft ADHD.
En hoe ouder hij wordt, hoe beter hij het zelf probeert te dragen.
Maar zo vlak voor de vakantie… dan loopt zijn emmer over.
De kerstvakantie zou voor hem eigenlijk een paar dagen eerder moeten beginnen.
Niet omdat hij lui is.
Maar omdat zijn hoofd al weken op standje overleven staat.
De ochtend waarop alles zwaarder voelde
Vanmorgen wilde hij echt niet.
Ik motiveerde, duwde zachtjes, zoals ouders dat doen.
Met lood in zijn schoenen fietste hij weg.
Ik zwaaide, met een knoop in mijn maag.
Nog geen drie uur later ging de telefoon.
School. Hij is ziek. Hij komt naar huis.
Het verbaast me niet.
Thuis ligt hij op bed. Leeg. Moe.
Niet het soort moe dat je uitslaapt.
Maar het moe dat in je botten zit.
Na wat vragen vertelt hij het.
Een paar jongens die hem uitdagen.
Hij weet dat hij er niet op in moet gaan.
Want hij weet ook: als hij reageert, wordt híj gezien als het probleem.
Het zijn niet eens jongens uit zijn klas. Hij kent hun namen niet eens.
Wat doe je als moeder?
Mijn hart breekt.
Want wat doe je als moeder?
Bel je de mentor?
Of laat je hem eerst zelf sterker worden?
Wat helpt echt, en wat maakt het groter?
Ik moet naar mijn werk.
Met tegenzin ga ik weg.
En als ik later thuiskom, zie ik het.
De kerstboom.
Ik had alleen de lampjes erin gehangen.
Maar nu staat hij daar.
Mooi. Met ballen. Met zorg. Met aandacht.
Hij heeft dit gedaan!
Mijn hart breekt opnieuw.
Maar dit keer anders.
Omdat een kind dat zich leeg voelt…
dat zich verdrietig voelt…
dat het zwaar heeft in zijn hoofd…
toch de ruimte vindt om iets te geven.
Om bij te dragen.
Om licht te maken.
Dit is ADHD.
Niet alleen drukte.
Niet alleen chaos.
Maar ook gevoeligheid. Zorg. Oog voor sfeer.
De behoefte om iets goeds achter te laten, zelfs als je zelf wankelt.
Voor alle ouders die hun kind elke dag met een volle emmer naar school zien gaan:
Zie dit.
Zie hoe bijzonder ze zijn.
Ook – of juist – op de dagen dat het moeilijk is.
Soms hangt de kerstgedachte niet in perfecte plaatjes.
Maar in een boom, versierd door een kind
dat zelf even geen licht voelt,
maar het wél kan geven.
Adhd
Kinderlogica
Vapen onder de 18 jaar is verboden, ongeacht of er nicotine in de e-sigaret zit. Toch gebeurt het op grote schaal. Het krachtige effect van de nicotine in een e-sigaret op de ADHD-hersenen maakt stoppen bijzonder moeilijk.
De meeste ouders zijn zich terdege bewust van de gevaren van vapen. Na tientallen jaren van afname van het roken door tieners, vindt nicotine opnieuw zijn weg naar tieners en jonge volwassenen. In tegenstelling tot stinkende sigaretten stoten vape-apparaten bijna geurloze damp uit, en ze zijn klein en gemakkelijk te verbergen. Lees meer over vapen en adhd
Wat is vapen?
Een vape is een e-sigaret. Dit is een elektronisch apparaat dat de werking van een sigaret nadoet. In plaats van tabak zit er een vloeistof in (‘e-liquid’). Door verwarming van de vloeistof komt er damp vanaf. Het inademen van de damp wordt vapen genoemd. Het is dus een andere manier van roken.
Vapen en ADHD
Het vapenprobleem is erger voor tieners met ADHD, omdat nicotine een stimulerend middel is en dezelfde dopamine aanmaakt als ADHD medicatie. Dopamine is een neurotransmitter, een chemische boodschapper die signalen van de ene zenuwcel in de hersenen naar de andere stuurt. Nicotine activeert dopamine in hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het produceren van ons gevoel van voldoening. De hersenen leren, onthouden en zoeken deze positieve sensaties op. De invloed van nicotine op het gebied van de hersenen dat cognitief functioneren, plezier, motivatie en beloning regelt – produceert een gevoel dat vergelijkbaar is met het plezier dat we voelen als we eten.
In het emotionele controlecentrum van de hersenen – vermindert nicotine angst, verbetert de motivatie en verscherpt het geheugen. Dat klinkt geweldig voor kinderen met een ADHD-brein, maar dat is het niet. Het effect van nicotine is namelijk heel kort, waardoor de hersenen hunkeren naar verbeterde cognitie en meer van de stof die het met zich meebrengt. De afwezigheid ervan zorgt ervoor dat gebruikers zich cognitief gehandicapt voelen als ze niet vapen. Dit is de reden waarom mensen met een ADHD-brein een groter risico lopen op nicotineverslaving. Ze houden van de manier waarop hun hersenen voelen wanneer nicotine aanwezig is.
Goede voorlichting
Het is dus ontzettend belangrijk kinderen goed te informeren over de effecten van vapen in het algemeen en in het bijzonder in relatie tot hun ADHD brein.
Lees meer over de zin en onzin over adhd
Kinderlogica
Kinderen kunnen grappige en briljante uitspraken doen. Het geeft woorden een andere betekenis en vaak kun je er nog jaren aan terugdenken als het woord in een andere context voorbij komt. Zo is het beroep makelaar in een heel ander daglicht komen te staan, naar een geweldige redernatie van dochter lief. Maar ook als ik een boterham uit de vriezer haal, moet ik nog vaak denken aan fries brood!. Kinderen kunnen dingen soms heel letterlijk nemen, heerlijke Kinderlogica. Lachen om kinderen
Makelaar
Dochter heeft een boekje met plakband weer heel gemaakt en zegt trots: “Ik kan het goed maken he? Ik ben een goede makelaar!”
Fries brood
Dat zijn Friese boterhammen, want ze komen uit de vriezer.

Wat gaan we vandaag doen?
Ik vraag aan zoon lief: “Wat ga je doen vandaag?”, waarop zoon antwoordt: “Groeien!”
Kinderlogica over inbraakbeveiliging
Dochter heeft een idee om te voorkomen dat iets wordt gestolen: dan zetten we toch gewoon een bordje neer “verboden voor boeven”
Naar de hemel
Het konijn van zoon lief is na jaren helaas overleden en we begraven hem in de tuin. We vertellen aan zoon dat het konijntje nu naar de hemel gaat. Een paar dagen later, begint zoonlief te graven in de tuin en roept verontwaardigd: “hij is nog niet naar de hemel, hij is nog hier!”
7 hilarische kinderen uitspraken, meer lachen om kinderen
Kippenvel
Ik zeg tegen zoon als hij dat hij uit het zwembad moet komen omdat hij het koud heeft: “kijk je hebt helemaal kippenvel”, zoon kijkt naar zijn huid en vraag verbaast “…maar waar zijn de veertjes dan?”
Lopend

Wil je te voet naar de winkel? Nee, lopend
Afvallen
Oma vertelt aan haar kleindochter: “Je oom is wel 10 kilo afgevallen” Waarop kleindochter reageert: “Waarvan?”
Lees meer geweldige kinderuitspraken
Heb jij nog leuke kinderlogica? Deel ze dan met ons op Facebook of twitter, gebruik de #kinderlogica of #prietpraat
Kinderlogica
Dyslexie is voor kinderen vaak heel vervelend. Kinderen ondervinden problemen in het onderwijs en voelen zich hierdoor minder of anders, met alle vervelende gevolgen van dien. Dyslexie wordt vaak een stoornis genoemd, maar het gaat om een brein dat anders werkt, wat samen gaat met voor- en nadelen. Heb je een kind met dyslexie in de klas, wat moet je dan vooral wel en niet doen.
1.Positieve feedback en complimenten
Iemand met dyslexie heeft een boost van zijn zelfvertrouwen nodig voordat hij kan leren zijn moeilijkheden te overwinnen. Ze hebben al veel teleurstellingen ervaren door dingen die niet gaan zoals ze willen. Dit maakt dat ze vaak niet geloven in staat te zijn om te leren. Om het zelfvertrouwen te herstellen, is het goed ook kleine stappen te benoemen.
Motiveer en leg nadruk op talenten!
2. Vraag een kind met dyslexie in de klas niet om voor te lezen
Woorden worden waarschijnlijk verkeerd gelezen of overgeslagen, waardoor ze in verlegenheid worden gebracht.
3. Geef geen straf voor het vergeten van boeken of gymspullen
Er wordt zoveel van een dyslectisch kind gevraagd dat zijn hoofd vaak overloopt. Het chaotische hoofd van een dyslect zie je vaak terug in andere zaken. Ook kinderen hebben moeite met het onthouden en met verwerken van talige informatie. Veel kinderen met dyslexie hebben daarom grote moeite om hun werk te structureren en te plannen. Bied positieve strategieën aan, zoals één plek om dingen op te bergen.
Lees meer over de twee kernproblemen van dyslexie
4. Gebruik het woord ‘lui’ niet
Kinderen met dyslexie moeten harder werken om een kleinere hoeveelheid te produceren. Ze hebben vaak moeite om gefocust te blijven tijdens het lezen, schrijven of luisteren. Het lijkt soms of een dyslectisch kind lui of slordig is. Niets is minder waar, een kind doet juist heel erg zijn best. Want ze willen wil graag goed leren lezen en schrijven. Dit lukt alleen niet, terwijl andere kinderen het wel kunnen. Dat geeft een vervelend gevoel.
5. Verwacht minder geschreven werk
Een kind met dyslexie kan verbaal intelligent zijn, maar heeft moeite om ideeën op schrift te stellen. Geef een kind meer tijd voor lezen, luisteren en begrijpen. Of biedt een andere mogelijkheid om een opdracht te doen. Laat een kind een filmpje maken in plaats van een geschreven werkstuk.
6. Vraag een kind met dyslexie in de klas niet om teksten van een bord over te schrijven
Geef een afdruk. Stel voor dat ze belangrijke gebieden markeren en miniatuurafbeeldingen in de marge tekenen om de belangrijkste punten weer te geven.
7. Accepteer huiswerk dat op een computer is gemaakt
Lichamelijk handschrift is een marteling voor de meeste kinderen met dyslexie. Tekstverwerkers maken het leven veel gemakkelijker. Laat ze de spellingcontrole gebruiken en help met grammatica en interpunctie, zodat u de kwaliteit van de inhoud kunt zien.
Lees meer over het dyslectische brein
8. Bespreek een activiteit om er zeker van te zijn dat deze begrepen wordt
Het visualiseren van de activiteit of het koppelen aan een grappige actie kan iemand met dyslexie helpen herinneren.
Spreek een kind met dyslexie niet ten overstaan van de groep aan, doe dit altijd persoonlijk. Bespreek wel met de klas wat dyslexie is, zodat er meer begrip ontstaat bij de medeleerlingen.
9. Geef de mogelijkheid om vragen mondeling te beantwoorden
Vaak kunnen kinderen met dyslexie hun begrip tonen met een gesproken antwoord, maar kunnen ze die ideeën niet op schrift stellen.
- Blijf positief en neem dyslectische kinderen serieus. Vraag welke hulp of begeleiding nodig is.
- Ga samen op zoek naar de leerstrategie die het beste bij de leerling past. Denk bijvoorbeeld aan overhoren, een mindmap of een samenvatting maken. Neem de tijd voor extra instructie en begeleiding.
Ervaar zelf met de dyslexie simulator hoe het is om dyslexie te hebben.
Kinderlogica
Leessnelheid gaat over het aantal woorden dat iemand correct kan lezen in een bepaalde tijd. Het geeft een indicatie van het leesniveau van een kind. Het is de bedoeling dat kinderen woorden tijdens het lezen direct gaan herkennen. Hoe meer woorden ze direct herkennen, hoe minder aandacht er nodig is om de tekst te lezen. In hun hoofd ontstaat hierdoor meer ruimte om een tekst te begrijpen. Wanneer kinderen vloeiend kunnen lezen, is dat een redelijk goed teken dat ze begrijpen wat ze lezen.
Waarom vloeiend lezen belangrijk is?
Snel kunnen lezen wil niet zeggen dat een kind ook beter leest. Vloeiend lezen gaat ook over het gelijktijdig decoderen én begrijpen. De mate waarin een kind vloeiend leest, weerspiegelt het vermogen om tijdens het lezen tegelijkertijd ook betekenis te kunnen verlenen aan de tekst.
“Langzame lezers” kunnen moeite hebben om elk woord te horen. Hun leessnelheid kan het voor hen ook moeilijker maken om te begrijpen wat ze lezen.
Kinderen moeten de woorden die ze lezen lang genoeg ‘vasthouden’ om te zien hoe ze samenwerken om betekenis te geven. Hoe langer het duurt om elk woord te lezen, hoe moeilijker het is om de woorden in een zin, alinea of verhaal met elkaar te verbinden.
Zichtwoorden oefenen om sneller te kunnen leren lezen
Leessnelheid, is een “goede lezer” een snelle lezer?
Dit is niet strikt noodzakelijk. Een goede lezer zijn, gaat om meer dan het behalen van een aantal woorden per minuut. Grondiger of voorzichtig lezen, in een iets langzamer tempo, betekent niet noodzakelijk dat er een probleem is.
Goede lezers lezen met expressie. Ze lezen alsof ze praten. Hun stem gaat bijvoorbeeld aan het einde van een zin omhoog als deze eindigt met een vraagteken. Deze vaardigheid om betekenis toe te voegen door middel van intonatie wordt prosodie genoemd. Prosodie en leessnelheid zijn beide belangrijke onderdelen van vloeiend lezen.
Kinderen die goed lezen, denken ook na over wat ze lezen. Ze leggen verbanden met dingen die ze al weten, en ze denken kritisch na over de tekst om hun eigen mening of ideeën te vormen. Als kinderen deze dingen kunnen, maar iets langzamer werken dan hun leeftijdsgenoten, dan is de leessnelheid waarschijnlijk niet iets om je zorgen over te maken.
Maar het kan een probleem zijn als kinderen moeite hebben met het begrijpen van letter-klankrelaties of het combineren van geluiden om te lezen. Er zijn enkele
algemene leer- en denkverschillen die van invloed kunnen zijn op de leessnelheid van een kind.
Een lage verwerkingssnelheid kan dit ook beïnvloeden.