**//sticky ads code//**

Studiedag: iedereen wijzer

Onlangs was het studiedag en had mijn kleuter een hele maandag vrij. Omdat het mij niet zo’n goed idee leek om thuis te blijven hangen, zocht ik een uitje. Maar ja, wat is er open op een maandag? Het Rijksmuseum.

De kleuter wilde niet naar een museum en als het dan toch moest, dan met de trein. Maar gelet op de aanwezigheid van de dreumes en het feit dat ik dan meer dan een uur onderweg zou zijn, schoot ik dat idee af: we gingen gewoon met de auto. Het museum opent haar deuren om 9 uur, en dan wilde ik er ook zijn. Het werd tien voor tien, want uiteraard lag de halve binnenstad opgebroken en met het Rijks in zicht, bleken we nog vele omleidingen te moeten volgen. We parkeerden ondergronds. De lift was defect.

Direct na de garderobe gingen we op zoek naar de Nachtwacht. Niet wetend hoe lang de concentratieboog van mijn beiden kinderen zou zijn, leek het me een goed plan om die maar gelijk af te vinken. De kleuter leek onder de indruk van het formaat van het origineel. Daarna gingen we op zoek naar kunst waarvan ik dacht dat zij het zou waarderen. En ja hoor, we bekeken serviezen, kristallen karaffen, luxueuze nachtjaponnetjes, oude muziekinstrumenten, en toverlampen. Na een consumptie en sanitaire stop namen we nog wat klassiekers tot ons, waaronder ‘het melkmeisje’ en ‘winterlandschap met schaatsers’. Daarna nog even naar boven voor de moderne kunst: Karel Appel, een heus vliegtuig en een gigantische vulva van kunstbont.

Daarna volgde het echte hoogtepunt: de museumwinkel. De kleuter koos na lang twijfelen een roze ganzenveerpen. De dreumes kreeg een magneetje van Nijntje met penselen, dat binnen een minuut na aankoop viel en brak. Daarna haalden we onze jassen, betaalden een godsvermogen aan de parkeergarage en reden naar huis.

Natuurlijk is er gehuild om liften die niet wilden komen terwijl er echt heel erg geplast moest worden. Natuurlijk is er gejengeld om gebakjes in het restaurant die we niet kochten. Natuurlijk is er gezeurd om sneller door te lopen als ik ook even ergens wilde kijken. Maar er is ook veel gefantaseerd, gehuppeld, gevraagd en gelachen. Eigenlijk heb ik de leukste studiedag in jaren gehad. En de volgende keer gaan we naar het Van Gogh.

We hebben geen haast…

We stonden in een hebbedingenwinkeltje voor kinderen vol met van alles en nog wat en bovendien naast de kassa een soort van enorm kaartenmolen achtig ding met bakken waarin allerlei plastic miniaturen lagen.

Van ridders met wapperende capes, met of zonder steigerend ros onder de plastic bipsjes, vuuspuwende draken in allerlei kleuren en eenhoorns met weelderige manen en dito staarten, tot elfjes met libelle- of vlindervleugeltjes in lichtroze jurkjes en schattige snoetjes en prinsesjes met lange blonde haren en bolle jurkjes die eruit zagen als taartjes.

Bij de molen stonden twee broertjes van een jaar of vier, vijf die iets mochten uitzoeken van hun vader, die de molen uitnodigend ronddraaide voor hun vier nieuwsgierige oogjes. Broertje nr 1 had al snel een keuze gemaakt en hield een stoer riddertje met een lansje in de aanslag op een even zo stoer zwart hengstje omhoog. Broertje nr 2 had wat meer tijd nodig en liet de inhoud van verschillende bakken een paar keer langzaam voorbij draaien. Toen hij zijn keuze uiteindelijk gemaakt had kwam de vader, die een plichtmatig rondje door de winkel had gelopen, net weer aangelopen, zijn portemonnee al in de aanslag.
‘ En heb je al iets uitgekozen? ‘ vroeg hij.
Het jongetje hield een met een verheugde glimlach één van de roze sprookjesprinsesjes omhoog.
De vader knikte langzaam. Ik had het idee dat hij een keer slikte. Toen zei hij bemoedigend: ‘ Kijk anders nog maar een keertje rustig rond. We hebben geen haast… ‘

Aardig zijn

Afgelopen week kwam Sira, mijn jongste dochter thuis met een sip gezicht. Ze was boos want ze had op haar kop gekregen. Een vriendinnetje van haar had een knutselwerkje gemaakt en gevraagd aan mijn dochter wat zij daar van vond. Waarop zij had gezegd; ‘Eerlijk gezegd lijkt het een beetje mislukt.’

Het vriendinnetje in dikke tranen en direct naar de juf. Wijzend naar mijn dochter zei ze: ‘Zij zegt dat ik mislukt ben!’  Met als gevolg Sira op de gang.
Terwijl ik naar haar sippe snoet kijk begint de oudste een relaas af te steken. ‘Je weet toch wel dat je af en toe moet slijmen?’ Sira kijkt vragend door de spleetjes van haar ogen. Ella lacht hard.

‘In dit soort gevallen zeg je gewoon altijd: Mooi hoor, heel knap van jou. En zo hard dat de juf het ook hoort.

Vriendinnetje blij, juffrouw blij, jij blij!’
Sira kijkt boos. ‘Dat is helemaal niet lief, dat is liegen, want het was écht lelijk.’
Ella zucht diep. ‘Luister, met wat slijmen kom je heel ver. Weet je nog dat wij die voetbalplaatjes spaarden bij de supermarkt? Ik hielp de mensen die iets zochten en weet je nog in de rij voor de kassa? Daar complimenteerde ik die ene vrouw met haar mooie bloemetjes jas. Waarom denk je dat ik zoveel meer plaatjes had?’
Ze kijkt trots. ‘Slijmen werkt! Toch mama?’
Ik sta met verbazing te kijken en weet even niet wat pedagogisch verantwoord is om te zeggen.

Iets aardigs

Dus ik stel voor om eerst een kopje thee te drinken en vorm ondertussen een antwoord.
‘Nou, er is altijd wel iets aardigs te zeggen, Sira. Er was toch vast wel iets mooi aan het werkje?  Het materiaal, de kleur, de vorm?’ Terwijl ze lang nadenkt, denk ik aan mijn eigen ervaringen. We willen allemaal gewaardeerd worden, maar wel oprecht. Als ik in een kledingzaak iets pas en vervolgens overladen wordt met complimenten terwijl het echt niet staat, kom ik daar nooit meer terug. Gladde verkopers aan de telefoon? Pas nog. ‘Maar mevrouw u verdient toch een weekendabonnement op de krant. Elk weekend even relaxen na een drukke werkweek, dat zal u goed doen.’ Nee, bah werkt averechts.

Ik recht mijn schouders. ‘Nou, meiden complimentjes geven dat werkt, als ze oprecht zijn. Dus Sira kijk de volgende keer net wat langer of je iets moois ziet en anders kun je nog altijd zeggen.
Goh, ik zie dat je er wel erg je best op hebt gedaan.’ Ze knikt enthousiast. ‘En Ella, niet slijmen om te slijmen hoor, als mensen daar achter komen is dat niet fijn.’ Ze haalt haar schouders op. ‘Ben toevallig wel een hele goede slijmbal hoor,’ ze lacht, ‘trouwens echt een leuke jurk die je aanhebt.
Staat je supergoed mam!’ Ik lach, wat heb ik toch een lieve dochters.
Ik kijk naar mijn jurk waar ik zelf over twijfelde, maar het zal dan wel goed zijn. Wacht even… ‘Sira wat vind jij?’ Sira kijkt naar mij, dan naar Ella, dan naar de grond, dan weer naar mij en lacht.. ‘Ik zie dat je er echt je best op hebt gedaan mama!’
Shit…

De routinecontrole bij de arts die helemaal niet routine was…

We moesten naar de kinderarts.  Een routine  controle dus. Dacht ik…., er was één ding iets anders. We zijn verhuisd.

Een nieuwe kinderarts.
Het ziekenhuis en artsen betekenen stress voor pleegkind. Omdat hij het moeilijk vindt om dat te zeggen uit zich dat meestal in het vragen om aandacht op een niet zo leuke manier. Dat weten we en we begrijpen zijn gedrag. Het is voor hem al moeilijk genoeg.  Sommige dingen kunnen alleen niet en als het om gedrag gaat wat ervoor zorgt dat iets stuk gaat dan leggen we hem uit dat we dat niet accepteren.  Dit blijft ingewikkeld.

In de wachtkamer begon pleegkind zoals ik eigenlijk al een beetje  gewend ben met het hardhandig bekijken en gebruiken van het aanwezige speelgoed. Niets nieuws onder de zon.

De kinderarts is een vrouw. We praten en ze vraagt pleegkind tot zijn grote vreugde hoe zijn poep er uit ziet. Hij praat graag de hele dag over poep, elke scheet wordt met veel gelach en poeha benaderd en besproken,  maar nu weet hij het niet. Hij gaat liever verder met herrie maken met het aanwezige speelgoed. Met regelmaat vraag ik hem op neutrale toon of hij daarmee wil stoppen. Ik kan zo de kinderarts niet verstaan.

artsDan wil de kinderarts pleegkind onderzoeken.  De kinderarts vraagt pleegkind of hij zijn broek en trui uit wil doen. Hij reageert geïrriteerd en ik ben eigenlijk een beetje verbaasd. Dit is meestal geen probleem.  Hij vraagt: ” kan jij dat niet doen?”  Ik leg hem uit dat ik geen arts ben en dat de dokter er jaren voor geleerd heeft.

Ik vraag hem nogmaals zich uit te kleden. Hij weigert. Vastbesloten geeft hij aan dat een broek uitdoen privé is. Hij is het niet van plan.  De arts legt hem duidelijk uit wat de bedoeling is en vraagt hem ook op neutrale toon zich uit te kleden. Hij blijft in de weigerstand. Het lukt me om hem zelf  zijn trui uit te laten doen. De broek blijft privé. En we komen  in een soort impasse terecht.

Ik weet niet hoe ik ervoor ga zorgen dat de dokter haar onderzoek kan doen.  Ik merk dat ik een klein beetje onderschat heb hoeveel impact iets nieuws of iets anders  heeft op pleegkind… Toegegeven ons leven is geen moment meer saai sinds dit mannetje ons leven verrijkt heeft en wij voor hem mogen zorgen.

Als de stoom bijna uit mijn oren komt terwijl ik  uiterlijk zo kalm mogelijk probeer te blijven zegt de kinderarts. Laten we maar beginnen met je lengte meten. Pleegkind zegt,: ” ok maar het moet niet langer dan 3 minuten duren”.  Als hij op de bank moet liggen gaat hij theatraal op zijn zij in foetushouding liggen. Zowel de kinderarts als ik zijn ontdaan van de voorstelling van pleegkind.

We gaan weer aan tafel zitten om de groeicurve te bespreken. De kinderarts besluit dat we nog even langs het lab moeten… Ze vult het formulier in en zegt wanneer je straks bij de gyneacoloog bent geweest moeten we nog een keer afspreken. Ik kijk haar aan en zeg: ” Als je wilt dat ik met pleegkind ook nog naar de gyneacoloog  ga dan haak ik echt af…. ” We moeten er  samen heel hard om lachen. Pleegkind meldt dat het absoluut niet grappig is en we zijn gelijk weer terug in de realiteit. Dan zegt kinderarts om de chaos compleet te maken  echo in plaats van lab. En tot mijn geluk merk ik dat ik niet de enige ben die echt van slag is.

We nemen afscheid, en met het labformulier in mijn hand weet ik dat deze dag er weer een wordt om een stukkie over te schrijven.. want bloedprikken, Dat is pas echt geen routine….

Taalontwikkeling: opperdekkerbus

Mijn dochter ontwikkelde als klein meisje eerst haar motoriek. Grof en fijn, het kostte haar geen enkele moeite. Praten leek ze niet zo belangrijk te vinden. Heel hard deez en die roepen, beetje wijzen of gewoon blèren.

Jarenlang was ik ook papa. De poes was bauw en zowel boven als beneden werd aangeduid met boov. Uiteraard kwam het dik in orde met haar taal, zoals het met de meeste dingen meestal vanzelf in orde komt. Toch zijn er een paar mooie woorden in haar vocabulaire gebleven.

Zo heeft mijn dochter het steevast over een haswand. Zittend in bad vraagt ze of je even een haswand wil aangeven. Ik verwonder me. Ze hoort dus kennelijk niet dat het een woord is dat uit twee onderdelen is opgebouwd die samen een nieuw woord vormen.
Een ander heerlijk woord, waarvan ik de oorsprong niet kan achterhalen, is de zogenaamde opperdekkerbus. Of een opperdekkertrein. Gisteren had ze het er nog over: deze week is het Engelse week op school en ze had in een heuse Engelandse opperdekkerbus gezeten. Bovenin wel te verstaan. De opperdekkerbus is inmiddels binnen ons huishouden een geaccepteerd Nederlands woord.

Soms is haar woordkeus juist heel logisch. In mijn dochters woordenboek komt het woord achterrang voor. Dat is als je geen voorrang hebt. Ooit hoorde ik haar rookpijp zeggen tegen een schoorsteen. Momenteel is ze ook heel consequent met verleden tijden. Dus ze roepte en valde. Hoewel ze nog dagelijks nieuwe woorden aan haar repertoire lijkt toe te voegen is er inmiddels een solide basis Nederlandse grammatica gelegd. Best jammer eigenlijk.

Gelukkig heb ik ook nog mijn dreumes. Ik verheug me nu al op haar taalontwikkelingsproces. Ze begrijpt al zoveel woorden zonder zelf te kunnen spreken. Maar hoe zal haar stem gaan klinken? Zal ze moeite hebben met bepaalde klanken zoals haar grote zus? Ik ben heel nieuwsgierig. Ze is nu 16 maanden. Haar woordenschat? Mama! Die! Aai*. En uiteraard een zeer luidkeels NEE!
* poes

Schoolreisjeszorgen

Dinsdag is de fijnste dag van de week. Dan breng ik ’s ochtends de dreumes naar de kinderopvang en daarna de kleuter naar school. De rest van de dagheb ik het rijk alleen. Ik werk tegenwoordig namelijk voor mezelf en in de aanloopfase betekent dat dat ik voornamelijk thuis ben. De rust. De stilte. De opgeruimdheid van mijn woonkamer. Wat zit ik te genieten. En hard te werken natuurlijk. Maar vandaag was het anders.

Mijn groep 2-er ging namelijk op schoolreis. Ze is al vaker op schoolreisje geweest, al twee keer zelfs. Net als vorig jaar was ik in de gelegenheid haar uit te zwaaien. Net als vorig jaar duurde het vertrek eindeloos. Net als vorig jaar zwaaiden we naar elkaar, gaven we kushandjes en maakten we hartjes van onze handen. Alsof ze drie maanden ging backpacken in Thailand. Maar wat was dan anders? Wat nieuw was is dat ik moest slikken toen ik haar hoofdje achter de ruit van de veel te grote bus nakeek. “Jee, als dit maar niet de allerlaatste keer is dat ik haar stralende koppie zie”, dacht ik opeens en totaal onverwacht. Ik schrok ervan. Opeens dacht ik aan nieuwsberichten over verongelukte bussen vol schoolkindertjes. Waarom liet ik mijn kind dan ook zomaar met zo’n bus meegaan? Ze zitten niet eens in gordels! Ik had mee moeten gaan. Moedeloos keek ik de bus na.

Thuis maakte ik koffie en installeerde mij achter mijn laptop. Veel te doen, maar niet vooruit te branden. Nog maar een kop koffie. Het internet was al net zo traag als mijn gedachten. Ik lummelde maar wat aan. Na de lunch kreeg ik de vaart er toch nog in: Nieuwsbrief de deur uit, persbericht naar huis-aan-huisbladen, urenstaat bijwerken.

Ik schrik op. Buiten hoor ik kinderen spelen. Half vier. Ze moet al zijn aangekomen en op de BSO zijn! Geen gillende ambulances gehoord, geen telefoontjes van school. Ik haal pas echt opgelucht adem als ik haar ophaal bij de opvang. Met een stralende glimlach en een geschminkt smoeltje vliegt ze op me af. Veilig in mijn armen.

Als ze ’s avonds in bed lig en ik nog even achter mijn computer kruip maak ik me toch wat zorgen over mijn werktempo voor als ze wèl echt gaat backpacken in Thailand…