**//sticky ads code//**

Schoolplein moeders

Ik kom sinds april regelmatig op het schoolplein. Het is altijd leuk om mensen te observeren, en zeker de moeders, als ik sta te wachten tot de schoolbel gaat.

Want wat een hoop soorten moeders zijn er. We hebben de vriendelijke moeder, de selectieve moeder, de arrogante moeder, de roddelmoeder. En zijn dikke, dunne, lange en korte moeders. Er zijn modieuze moeders, sportieve moeders,  nonchalante moeders, moeders die zich volgens mij met de ogen dicht hebben aangekleed ’s ochtends, moeders op naaldhakken enz. enz. Ik merk dat je heel erg groepjes moeders heb die je van top tot teen staan te beloeren en waarschijnlijk ook over je staan te roddelen. Wat ik altijd heel apart vind is dat er moeders zijn die minimaal een kwartier voordat de schoolbel gaat  al op het plein staat te “lullen” en er vervolgens een uur nadat de les is begonnen er nog staan. Diezelfde moeders staan er dan ook weer een half uur voordat de school uit is. Ik denk dan altijd spreek dan gewoon bij je thuis af, lekker warm en koffie of thee bij de hand en niet iedereen hoeft je gesprek verplicht mee te luisteren. Wat ik ook vaak meemaak is dat “goedemorgen” zeggen in de gangen echt pijn doet, bijna niemand doet het. Omdat zoonlief pas aan het einde van het schooljaar in de klas is gekomen merk je dat er al een soort hiërarchie is ontstaan in de klas. En ook wel onder de moeders die er bijna wortels staan te schieten op het schoolplein. Mijn doel is om dan zo vriendelijk en overdreven mogelijk goedemorgen te zeggen tegen die moeders die je vlak daar voor nog van top tot teen stonden te beloeren. Die moeders zie je dan even angstig kijken en dan toch voorzichtig een goedemorgen eruit te gooien. De arrogante moeder krijg ik echt de kriebels van. In zoonlief zijn klas zitten een aantal kinderen die zo’n moeder hebben. Die moeders voelen zich geweldig en te goed om je te begroeten. Ook die moeders krijgen elke keer een goedemorgen van mij, ik krijg niks terug maar dat mag de pret niet drukken. Want dat zijn de leukste op de vroege morgen. Toevallig had ik een van die kinderen in mijn groepje zitten met een uitje. Hartstikke lief kind, die echt vreselijk verdrietig was toen ze viel. Want ze had een nieuwe legging en schoenen en die mochten absoluut niet vies worden. Ik vind dat echt fascinerend dat een moeder eist van haar 4, 5 of 6 jarig kind om schoon thuis te komen. Terwijl een kind gewoon lekker moet kunne spelen zonder zich zorgen te moeten maken over haar kleren. Die arrogante moeder is echt een popje, mooie kleren dikke make-up ,  je kent ze wel. Haar kind was dus in tranen. Ik ben na schooltijd even naar moeder gelopen om te vertellen dat dochter lief was gevallen en dat ze daar verdrietig om was. Moeder schrok dat ik tegen haar begon te praten, want ze deed fanatiek haar best om mijn blik te vermijden toen ik naar haar toe liep. Dus de schrik op haar gezicht was groot. En mijn binnenpret nog groter. Haar antwoord was een zenuwachtige lach en dat het inderdaad zo was dat kindlief niet vies mocht worden. Dus ik uitgelegd dat kinderen vies worden, en dat dat natuurlijk heel normaal is en goed zelfs om vies te worden. En dat ze ondanks dat een leuke ochtend had gehad. Moeder kon er alleen een zenuwachtige giechel uitdrukken en fanatiek ja knippen op mijn verhaal. Kindlief kreeg dus niet op haar kop en moeder stond na te giebelen toen ik weg liep met een dikke glimlach op mijn gezicht.

Ja mijn strijd met de arrogante moeder is nog niet voorbij. Er gaat een dag komen dat ze uit zichzelf gedag zegt. Tot die tijd heb ik elke dag een binnenpretje.

Opvoeden: een vak apart

Opvoeden: een vak apart

Vorig jaar volgde ik een training door een communicatiespecialist. Terloops vertelde hij dat hij en zijn vrouw wel eens een pedagoog bezochten, om weer even scherp te zijn bij het opvoeden. Het verbaasde me. Hij leek me nogal zeker van zichzelf, en daarbij de rust zelve. Waarom zou hij hulp nodig hebben? Het zette me aan het denken. Mijn oudste dochter en ik kunnen namelijk flink ruzie hebben. Ik voel me daarbij heel machteloos en verdrietig. Ik heb het idee dan alle aansluiting met haar te missen. Het voelt alsof ik faal.

Tijdens een periode met veel ruzie met gesmijt van deuren als dieptepunt, hakte ik de knoop door. Ik wilde grip hebben om de situatie dus maakte ik een afspraak bij een pedagoog.
Samen met mijn man verscheen ik op het eerste consult. Ik spuide mijn onzekerheden en verdriet. Ik huilde. Soms zei mijn man ook iets. Het was de pedagoog al snel duidelijk dat ik degene was die hulp nodig had, dus gisteren zat ik er in mijn eentje. Waar het over ging? Uiteraard: over mij. Mijn eigen opvoeding, zelfbeeld en ideeën over wat goed opvoeden is.

Nou ben ik niet onbekend met psychologenbezoek, maar dit was anders. Hoewel het wéér over mij ging, raakte het nu iets veel belangrijkers: de relatie met mijn dochter en háár geluk.
Ik durfde nu wel na te denken en te praten over mijn eigen jeugd. Het drong tot me door hoezeer ik mijn eigen opvoeding meeneem in mijn opvoedstijl. Daar heb ik last van. De pedagoog zei dat dat mag. Dat ik daarmee niet mijn ouders tekort doe. Ze raadde me aan een boek te lezen: ‘Oplossingsgericht opvoeden’. Het leert je te focussen op al aanwezige kwaliteiten en het benadrukken van positieve gebeurtenissen. In plaats van te kijken naar obstakels word je gestimuleerd om te denken in mogelijkheden. Het zal een andere mindset vergen en ik zal moeten leren dat een aantal in mijn brein verankerde ideeën over opvoeden niet per se waar is.

Ik probeer nu beter te luisteren naar wat mijn kind mij vraagt en te achterhalen waar haar behoefte ligt. Wat kan ik doen om haar tegemoet te komen? Ik blijf daarbij wel grenzen stellen. Dus ja, ze mag nog voor het slapen met de Kapla spelen, maar ik doe niet mee. Wel kom ik kijken als het klaar is en daarna moet ze ook echt gaan slapen. Een te autoritaire aanpak (“Nee, je mag niet meer spelen en moet nu gaan slapen”) werkt niet voor haar en ook niet voor mij.

Al na twee gesprekken en drie hoofdstukken zie ik mijn taak als opvoeder van een gezellig, grappig, lief, zeer intelligent en ook koppig kind een stuk rooskleuriger tegemoet. Na een nogal tegenvallende meivakantie heb ik nu echt zin in de zomervakantie met mijn kleuter, en die jaren daarna komen ook wel goed.

http://oplossingsgerichtopvoeden.nl/

[bol_product_links block_id=”bol_558d15feefbb6_selected-products” products=”9200000009086994″ name=”blog” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Tijd-voor-mij

Als moeder van een bijna groep-3-er die al heel zelfstandig is, en een dreumes die echt nog aandacht opslokt, moet ik dikwijls schakelen tussen ‘tijd-voor-mij’ en ‘absoluut-geen-tijd-voor-mij’. Zo ook gisteren.
Ik stond braaf om half 1 op het schoolplein om mijn dochter op te halen. Zij wilde graag afspreken en ik zag haar speuren naar een speelkameraadje. Het werd P. en ze gingen bij P. spelen. Dus met evenveel kinderen als ik kwam, ging ik ook weer weg, namelijk één dreumes op mijn heup. Nu wil het feit dat die dreumes al dagen aan mij hangt. En wat er ook hangt, maar dan aan haar kin, is een druppel. Kwijlend, knarsetandend, huilend en kauwend op haar speen slijt zij haar dagen. Pijn in haar mond en kiezen die maar niet komen. Na een lunch die voor haar bestond uit één flesje koude melk, bracht ik haar naar bed. Zo, twee uur ‘tijd-voor-mij’. En die ging ik vullen met het schuren en in de beits zetten van mijn tuinstoeltjes. Want op mijn kont zitten en een boek lezen, dat vind ik dan toch zonde van mijn schaarse vrije tijd. Maar eerst moest ik nog wat rommelen in mijn keuken, praten met de buurvrouw en opruimen van speelgoed. Daarna borstelde ik de stoeltjes schoon en ging ik schuurpapier pakken. Maar, hoorde ik daar iemand huilen? Omdat mijn meisje zo schor is, moest ik echt naar haar slaapkamerdeur om bevestigd te krijgen dat zij inderdaad lag te jammeren. Dus ging ik naar binnen, en daar lag zij: bezweet hoofdje, betraand gezichtje. Ik pakte haar op, nam haar bij me. Pas toen ik haar naast mij op het grote bed legde kalmeerde zij, en viel warempel weer in slaap. Midden op mijn bed. Ik kon geen kant op, want ik wilde niet het risico lopen dat zij van het bed zou rollen.
In mijn geestesoog zag ik de twee tuinstoelen staan. Wachtend op een schuurbeurt en een kwast met beits. Ik overwoog haar toch maar alleen op het bed te laten. De stoeltjes schreeuwden gewoon mijn naam. Maar ik ging niet. Ik legde me letterlijk bij mijn lot neer en vleide mijn lichaam naast het zachtjes ademende lijfje van mijn jongste dochter. Die stoeltjes wachten maar even. Dat doen ze immers al 10 jaar. Ik moet leren dat uitrusten met je kindje ook ‘tijd-voor-mij’ is, hoe lastig ik dat ook vind. Maar het lukte en met een uitgerust en daardoor gezellig kind vervolgde ik een uur later mijn dag.

De stoeltjes roepen nog steeds, maar al iets minder hard.

 

Komen er nog meer bij?

Menig ouders heeft de vraag wel eens gekregen. Zo laatste ook hier in huis.

“Mama!? Gaan jij en papa nog meer kinderen verzamelen?” “Verzamelen? Hoe bedoel je dat?” “Nou, of er nog meer baby’s komen hier in huis.”

En ik begrijp waar deze vraag vandaan komt. Op school hadden ze het thema “Lentekriebels”. Voor Jake bij de peuterspeelzaal heeft zo’n thema natuurlijk een heel andere betekenis dan voor Dean in groep 2. Gaat het bij Jake vooral over vriendschap en wie ze lief vinden (oma, want die maakt zo’n lekkere tosti’s), bij Dean gaat het over baby’s. Want verliefd zijn dat kennen de 5 en 6 jarige kindjes wel, en die vlinders in je buik dat is oud nieuws in groep 2. Het interessantste zijn natuurlijk die baby’s. Want als je verliefd bent krijg je baby’s, aldus mijn oudste zoon. Op het bord in de klas staan de vragen geschreven die de kleuters stellen over lentekriebels. Vragen zoals: Hoe komt een baby in de buik maar vooral ook hoe komt hij er weer uit? Volgens Dean komen baby’s in de buik als de papa en de mama knuffelen, en ze komen er weer uit als de dokter een sneetje maakt in de buik van de mama en dan hup het kind eruit haalt. Een fluitje van een cent. Zo heeft hij het geleerd op school. En ik vind het prima. Hier hoef ik tenminste geen vragenvuur over te verwachten want het is zo klaar als een klontje volgens Dean.

In mijn kinderloze tijdperk heb ik altijd geroepen: óf 1 kindje óf, heel stoer, 3! Of “rustig” aan met 1 kind of het hele huis op zijn kop met 3 kinderen. Dus eigenlijk zou er dan nog 1 moeten komen, er zijn er immers al 2. Een meisje erbij zou natuurlijk wel leuk zijn. Maar een jongen ook. Dan heb je Kwik, Kwek en Kwak. Ik probeer me voor te stellen hoe het zou zijn met 3 kindjes. Nog meer rommel in huis? Is dat überhaupt wel mogelijk? Weer ’s nachts uit bed om te voeden? Passen 3 kinderen met hun toebehoren in mijn auto? Hoe krijg je er 3 op de fiets? Moeten wij dan buiten gaan slapen? Een kind heeft immers een slaapkamer nodig. Dean en Jake dan samen op een kamer? Nee, dan slapen ze waarschijnlijk nooit meer. Krijgen we oma en opa nog een keer zo ver om op te passen als ik moet werken? Over een jaartje gaat Jake naar de kleuterschool, ergens toch wel fijn om dan na 7 jaar af en toe een heel klein beetje tijd voor jezelf te krijgen. Dat heb je dan niet als er weer een baby zou zijn. Maar het is natuurlijk wel weer leuk zo’n ukkie in huis. En hoewel het zeker ook zijn leuke kanten heeft, ben ik nu niet meer zo stoer en vind ik dat het goed zo is. We hebben 2 lieve, gezonde kinderen die tellen voor 3. Wat wil je nog meer? En ik antwoord dan ook:  “Nee, er komen waarschijnlijk geen baby’s meer hier in huis. Papa en ik zijn klaar met verzamelen.”

“Nou dan moeten jullie wel stoppen met knuffelen hoor. Want daar krijg je baby’s van.”

Ruzie

Ruzie

Gisteren ontplofte ik. Het was niet fraai.

Een meivakantie met slecht weer, een kleuter uit haar ritme en een zeer slecht slapende dreumes, dat hakt er in bij een mens. In ieder geval bij mij. Als de wifi dan hapert en het maar niet wil lukken dat ene document te openen, dan wordt mijn lontje wel wat kort. Voeg daarbij een gigantisch puinzooi in een kinderkamer, een kind dat weigert op te ruimen en dat al krijsend kracht bij zet, dan barst mijn bom.

Ik schreeuwde en smeet met deuren. Dat laatste mag bij ons thuis niet, dus ik gaf ook nog eens het slechte voorbeeld. Het luchtte wel op. Maar niet zoveel dat ik er na drie deuren klaar mee was. Ik overwoog om buiten in het park flink tegen wat honkballen te rammen. Maar toen ik de tuin in stapte, vond ik het toch wel koud. En jemig, dan moest ik aan de andere kant van het veld die ballen weer oprapen. Deze gedachte was genoeg om de spanning in mijn borstkas te verminderen. Ik liep terug naar binnen en verschool mij in de armen van mijn man. Hij hield mij stevig vast, en langzaam kwamen er wat tranen. Hij gaf geen blijk van zijn mening over mijn ontploffing en dat sterkte mij. Ik maakte me los uit zijn omhelzing en keek naar buiten waar ik losse bladeren in mijn tuin zag liggen. Mieren hadden bergjes zand tussen de tegels gemaakt. Ik pakte de bezem en veegde mijn tuintje aan. Toen alles buiten aan kant was, was alles in mijn hoofd dat ook. Mijn lijf was tot rust gekomen.

Ik kan niet wachten tot de volgende aanvaring met mijn dochter. Dan zal ik mijn trapkast eens flink opruimen. Is zo’n ruzie toch nog ergens echt goed voor.

Wat in de wereld….!!

Wat in de wereld….!!

Ontzettend leuk is het om te vertellen en te schrijven over de ontwikkeling van je eigen kinderen. Vooral als het allemaal heel goed gaat en ze tevreden en vrolijk zijn.

Zo ook is het hier in huize Schrama vaak het gesprek van de dag. Wat hebben ze geleerd, wat hebben ze gezegd vandaag en wat hebben ze nu weer uit zitten vreten..? Vooral dat laatste eigenlijk..
Onze kleine doerak van twee jaar en vier maanden, Jens,  is nogal van zijn gemak. Zijn zus kletste al mijn oren van mijn hoofd op die leeftijd. Deze niet.
Omdat we in het buitenland wonen, blijft taal toch het meest boeiende onderdeel van de ontwikkeling van de kinderen.

Zo was ik afgelopen week bij de zwemles. Jens loopt daar rond voordat hij aan de beurt is en komt nogal jengelend naar me toe, met zijn zakje met snack, z’n olifant, z’n pop (van z’n zus), een tas met boeken…ja, alles moet mee naar de zwemles. De hele activiteit zwemles voor twee kinderen is al een uitdaging voor moeders, laat staan ook nog eens al die spullen in de gaten houden en uiteindelijk dragen natuurlijk…

Maar goed, bleek dus dat er een Amerikaans meisje graag met Jens wilde praten en ze liep dus achter hem aan. Daar had hij blijkbaar helemaal geen zin in. Dus ze vroeg aan mij hoe hij heet, hoe oud hij is en ze vertelde ( alles in het Engels natuurlijk) dat ze ook twee jaar is. Haar moeder kwam net aanlopen, dus ik vroeg wanneer ze jarig is. 27 december. …Dat is exact dezelfde dag als Jens. Dat was vrij confronterend. Jens krijgt nog geen hele zin uit zijn mond. In ieder geval niet in een taal. Ik zei tegen Jens dat ze graag samen wil spelen. Waarop onze held zegt: ‘mij shoes uit, play nee’…en hij wijst naar het zwembad. Toch een aparte manier om een meisje af te wijzen. Zwemmen daarentegen kon hij dan weer beter…

Van de week in de auto hadden we weer even een hilarisch moment met onze oudste. Zij heeft dus nu sterk de neiging om alles te vertalen vanuit het Engels naar het Nederlands
Zo zei ze al een keer… ‘dat maakt mij huilen’ , mama.

En nu in de auto riep ze ineens .. ‘wat in de wereld doe je nu weer, mama’.

Dat is toch geweldig, die houd ik er in.
Dus toen Jens weer eens wat zat uit te vreten, de blauwe nagellak van mama over zijn hele gezicht smeren bijvoorbeeld, riep ik: WAT IN DE WERELD ..denk je dat je aan het doen bent??