**//sticky ads code//**
Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Hoe beleeft een hooggevoelig kind een dag?  In haar praktijk Twinkelster begeleidt Maureen van de Lustgraaf vele kinderen waarvan de hoofdjes vol zitten. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk om goed te functioneren in de dagelijkse situaties thuis en op school.
In deze column deelt ze een verhaal welke een duidelijk beeld geeft van de ervaringen van de eerste ochtenduren van een hooggevoelig kind.

Het is maandagochtend 07.00 uur.

Tijd om op te staan. Ik word gewekt, maar eigenlijk wil ik nog even blijven liggen. Ik kan niet ineens opstaan, heb tijd nodig om wakker te worden. Bovendien willen mijn ogen gewoon niet open. Ik blijf nog even liggen.

Ineens hoor ik hard mijn naam. Oeps, nou is het menens. Ik moet er nu uit. Ik was me, kleed me snel aan en ga naar beneden. Mijn ontbijt staat klaar, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Ik laat het staan, tot grote frustratie van mijn moeder. Even word ik onzeker en bang.

Samen met mijn zus loop ik naar school. Op het schoolplein ga ik nog even buiten spelen totdat we naar binnen mogen. Om 8.30 uur precies lopen we met z’n allen de klas in. Er zijn een aantal kinderen die haast hebben. Ik word gewoon aan de kant geduwd! Ik begrijp niet waarom deze kinderen zo doen. Het is toch niet aardig….ze kunnen toch gewoon op hun beurt wachten? Ik laat ze maar voor.

Wanneer ik de klas in loop, hoor ik de juf schreeuwen tegen de “gehaaste” jongens. Ik schrik en doe mijn handen op mijn oren. Ik wil dit niet horen. Tegelijkertijd krijg ik een raar gevoel in mijn buik. Ik probeer zo onopvallend en rustig mogelijk te gaan zitten. Ik houd me gedeisd en ben bang. Die gehaaste jongens lachen de juf gewoon uit. Wat akelig!

Wanneer ik goed naar de juf kijk, zie ik dat ze een knalrood hoofd heeft en een verdrietige blik in haar ogen. De juf is zenuwachtig en weet even niet wat ze moet doen volgens mij. Om haar heen zie ik allemaal felle kleuren. Ik vind het heel naar om te zien en kijk maar even de andere kant op. Ik voel me ongemakkelijk en krijg buikpijn.

Vol hoofd

Mijn hoofd zit nu al vol merk ik. Vol met woorden, boosheid, frustratie van anderen, kleuren, haasten, bah! Ik ga in gedachten even proberen om in mijn hoofd te zoeken, hoe ik alles een plekje ga geven, zodat het rustiger wordt. Terwijl ik alles aan het ‘parkeren’ ben, hoor ik opeens mijn naam. Ik schrik….o jee…had ik iets niet gehoord? Ik kijk om me heen. Iedereen heeft zijn leesboek voor zich, behalve ik. Snel open ik mijn kastje, pak mijn leesboek en open het. Ik begin te lezen, maar hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet wat ik lees. Mijn hoofd zit nog steeds vol, er kan niets meer bij. Ik ga nog harder mijn best doen, want ik wil de juf niet teleurstellen. Ze ziet er namelijk nog steeds boos en verdrietig uit.

Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik zit zo vol. Zal ik even naar de wc gaan, dat helpt meestal wel. Zachtjes sta ik op en loop naar het stoplicht en zet het op rood. Terwijl ik de deurklink omlaag doe, hoor ik ineens…” Wat ga jij doen?” . Zachtjes antwoord ik dat ik naar de wc moet. Ik krijg te horen dat het niet mag omdat ik net op school ben, dus ga ik maar weer zitten. Wat voel ik me vervelend. Mijn hoofd begint te bonken en mijn buikpijn is nog erger geworden. Stilletjes hoop ik dat het snel pauze is.

Wanneer een kind (hoog) gevoelig is voor omgevingsfactoren zal het snel vol kunnen lopen. Ervaring leert dat het een valkuil is om uiterlijke kenmerken van informatieverwerkingsproblemen en hooggevoeligheid als onwil te interpreteren. Er is eerder sprake van onvermogen dan van onwil.

Wat kun je als ouder doen wanneer je kind hooggevoelig is?

Neem je kind bij de hand en ga als ouder op zoek naar een manier om er achter te komen hoe het in het hoofd van je kind werkt, waardoor het vol raakt en wat het nodig heeft om het leeg te maken.
Maureen: “In mijn praktijk adviseer ik ouders en kinderen. Ik vind het belangrijk om kinderen te leren contact te maken met hun eigen lichaam, zodat ze opmerken wanneer het hoofd vol loopt. Ook geef ik ze praktische tips mee naar huis.”

Lees meer over hoe je een hooggevoelig kind kunt helpen

 

Zeven tips om je kind te steunen in de digitale jungle van ons dagelijkse leven

Zeven tips om je kind te steunen in de digitale jungle van ons dagelijkse leven

De vakantie periode is weer voorbij en het dagelijkse leven komt weer op gang. Voor sommige ouders en kinderen een opluchting, anderen moeten nog wennen aan het idee. Mijn werk is in ieder geval weer begonnen. Iedere werkdag maak ik gebruik van het openbaar vervoer. Vroeg in de ochtend en laat in de middag. Het is opvallend hoeveel mensen al vroeg in de “aan” modus staan. Pratend door een mobiel waarbij je je dan afvraagt wie op dat tijdstip al toe is aan een telefoontje, starend naar beeldschermen en (social) media bekijken al dan niet met het geluid op speaker.

Een voorbeeld voor je kind

Maar wat hoor je nu eigenlijk echt nog als je in gesprek bent met iemand? Wat zie je als je om je heen kijkt? Ben jij altijd onderweg en druk? Verandert het gedrag van jouw kind omdat je kind digitaal actief is? Geef je daarbij zelf het voorbeeld?

Mede door de digitalisering is onze manier van communiceren met elkaar veranderd en in constante beweging. Minder geduld als je niet direct geholpen wordt en snelle irritaties zijn daar voorbeelden van.

Kind zijn

Ik word dan ook oprecht blij als ik over straat loop in de multiculturele omgeving waarin ik woon en mensen zie genieten. Mensen die elkaar groeten en spontaan een praatje maken, de fluitende mensen op de fiets. Spelende kinderen op voetbalveldjes of in het park. Voetballen, verstoppertje, hinkelen of elastieken. Ieder kind begrijpt de kindertaal en de gekkigheid kan niet op. De grootste kauwgombal blazen die dan aan je neus blijft plakken, waterbommetjes maken met mooi weer en als het heeft gesneeuwd in de dekking voor de sneeuwballen die om je oren vliegen. Lekker buiten lol maken. Dat is toch wat ik in een kind bewonder, het kind zijn, iets wat je mag omarmen en waar er in het algemeen zo nu en dan misschien best iets meer de focus op zou mogen liggen. En wat is er nu een beter moment om het nieuwe jaar te beginnen met het verleggen van de focus en weer even met aandacht en een frisse blik ergens naar te kijken?

Zeven tips om je kind te steunen in de digitale jungle

  1. Kijk eens naar de lichaamshouding van je kind bij het gebruik van een digitaal apparaat om de kans op oogproblemen en nek en rugklachten te verminderen. Op de buik liggen bijvoorbeeld zorgt voor een mindere belasting van de nek dan naar beneden kijken met de tablet op schoot – en het traint de spieren;
  2. Zie je ander gedrag bij jouw kind, stel dan eens open vragen om na te gaan of er geen sprake is van pestgedrag of buitensluiting door leeftijdsgenoten;
  3. Een eetmoment met elkaar, doe dat dan echt zonder mobiel, geef hierin het goede voorbeeld;
  4. Maak afspraken over hoe lang je kind die dag van digitale apparaten gebruik mag maken;
  5. Een uurtje voor het slapen gaan geen gebruik meer maken van digitale apparaten zorgt voor een betere nachtrust;
  6. Zorg dat je kind voldoende beweging krijgt in de buitenlucht en even loskomt van digitale prikkels zoals Play Station, Fortnite, Instagram, Snapchat.   
  7. Bedenk dat overmatig gebruik van digitale apparaten een gewoonte is. Geef jij het voorbeeld? Laat een kind zien waar je zelf gelukkig van wordt zoals het lezen van een boek of muziek luisteren. Het is een cliché maar een goed voorbeeld doet volgen. 

Pauline de Boer woont in Amsterdam en heeft haar eigen coachingpraktijk Tienercoaching. Daarnaast zet zich ook in als vrijwillige mentor voor leerlingen via School’s Cool. In haar vrije tijd houdt ze van reizen, stofferen, Engelse ontbijtjes en op brokante jacht gaan.

Foto: Blake Barlow
Tekst: Pauline de Boer

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Omgaan met dyslexie

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie?

Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Hoe is een kind intelligent?

Hoe is een kind intelligent?

Hoe intelligent is een kind? Of hoe is een kind intelligent? Een zin die ik twee keer moest lezen, maar die zo de essentie raakt! 

Er was eens…
Nee, er waren eens…
Dieren in de dierenwereld die vonden dat ze iets moesten doen aan het onderwijs. Ze besloten een school op te richten. Ze stelden een lesprogramma samen dat bestond uit hardlopen, klimmen, zwemmen en vliegen. En om het voor iedereen gemakkelijk te maken kregen alle dieren hetzelfde vakkenpakket.

De eend kon geweldig zwemmen; beter zelfs dan zijn leraar. Maar in hardlopen was hij slecht. Om dat bij te spijkeren kreeg hij hardlopen tijdens de zwemuren en moest hij na blijven voor extra looplessen. Tenslotte waren zijn poten zo toegetakeld dat hij ook met zwemmen niet verder kwam dan een 6. De schoolleiding vond dat echter acceptabel dus niemand maakte zich daar zorgen over, behalve de eend zelf.

Het konijn begon met hardlopen als beste van de klas, maar kreeg een zenuwinzinking omdat hij bij het zwemmen nog zoveel te leren had.

De eekhoorn kon geweldig klimmen, totdat het verkeerd ging met vliegen, omdat haar leraar perse wilde dat ze op de grond landde in plaats van op een andere tak. Ze kreeg gebroken nagels omdat ze teveel oefende en had uiteindelijk een 6 voor klimmen en een 5 voor vliegen.

De adelaar was een probleemkind en werd streng aangepakt. Bij de klimlessen was hij steeds als eerste in de top van de boom, maar hij stond erop dat op zijn eigen manier te doen.

Aan het eind van het schooljaar was het hoogste gemiddelde cijfer voor de vliegende bergaap, die redelijk kon klimmen, aardig kon hardlopen en ook nog een beetje kon zwemmen en vliegen. Hij mocht namens de leerlingen de ouders en docenten toespreken. De andere dieren zaten er bedrukt bij. De meesten waren gezakt in twee van de vakken en in de overige waren hun prestaties achteruit gegaan…

Dit verhaal heb ik niet zelf verzonnen. Het komt uit de syllabus van een opleiding die ik jaren geleden heb gedaan, namelijk ‘De kunst van kindercoaching’.

De moraal van dit verhaal is natuurlijk: benut het talent van een kind, en kijk niet naar wat het NIET kan.

Is het: hoe intelligent is een kind? Of: Hoe is een kind intelligent? Ik pleit voor het laatste, niet in de minste plaats omdat we juist verschillende talenten nodig hebben voor onze toekomst. En omdat we hiermee gemotiveerde kinderen krijgen, die met plezier leren. Voor onze toekomst.

Ben je geïnspireerd door dit verhaal? Kijk dan eens op www.brightbrain.nl Of houd de campagne Elk kind een u!tblinker in de gaten. www.elkkindeenuitblinker.nl

Manon Meijer is trainer en coach bij The Bright Brain -voor het anders lerende kind. Zij begeleidt kinderen en jongeren in hun zoektocht naar hun unieke manier van leren.  Ook is zij, oa met Monique Tetteroo, initiatiefnemer van de campagne Elk kind een U!tblinker.

 

 

Je krijgt niet altijd wat je geeft

Je krijgt niet altijd wat je geeft

Kinderen kunnen soms mooie discussie met elkaar hebben. Discussie die ze ook tot mooi inzichten laat komen. Dit geldt ook voor de zoon en dochter van Nicole. Ze schreef er een mooie blog over, je krijgt niet altijd wat je geeft.

Stress had ie. Stress om op tijd op school te komen. Ze hadden het heel gezellig die ochtend toen ze vlak voor het opstaan in mijn bed kropen. En toen ik ging douchen, gingen zij door met plezier maken. Toen ik aangekleed was en naar beneden ging, hadden zij nog steeds plezier. En nu had hij stress, want hij kwam wat tijd te kort.

Gelukkig voor hem bood zijn zus aan om de konijnen eten te geven. Dat is immers hun taak. Ze hebben deze taak eerlijk verdeeld door om de dag voor de konijnen te zorgen. Het was zijn beurt vandaag. Maar omdat zijn zus zag dat hij het niet ging redden, deed zij het voor hem.

De volgende dag

Een dag later begon de discussie vlak na het opstaan. Hij vond dat zij ook deze dag de konijnen eten moest geven, het was immers haar dag. Maar zij vond dat hij ze eten moest geven, want zij had het gisteren immers voor hem gedaan. Ik besloot me eens even niet met deze discussie te bemoeien. “Ik ga de konijnen echt geen eten geven vandaag, het is jouw taak!” riep hij vanaf zijn kamer naar die van haar. “Ja maar, ik heb het gisteren voor jou gedaan, dan kun je het nu toch wel voor mij doen?” riep zij terug. Ze deed een beroep op zijn redelijkheid. Maar hij riep er overheen “Tja, als je iets doet voor een ander kun je nou eenmaal niet altijd verwachten dat iemand hetzelfde terug doet!” Zo. Ik stond enorm te kijken van deze laatste opmerking. Daar sloeg hij toch wel even de spijker op zijn kop.

Ik vond dat ze beiden een punt hadden en was blij dat ik me er niet in gemengd had. Toen hij naar beneden was gaf ik haar de tip dat ze misschien de volgende keer dat ze hem wil helpen duidelijke afspraken kan maken als ze iets terug verwacht. En beneden fluisterde ik hem in dat ik niet zeker weet of zijn zus hem de volgende keer nog gaat helpen. Hij was nog in een bozige bui en ik kreeg een “Nou en” als reactie.

Uiteindelijk gaf zij de konijnen die ochtend eten. En ik had het toch ook wel met haar te doen. Ik vroeg me af wat maakte dat zij nu toch de konijnen eten geeft? Daar zou ze allerlei redenen voor kunnen hebben. Het raakte me omdat ik hierin ook mezelf herkende. Toen ze weer binnen kwam gaf ik haar een knipoog en daarnaast als reactie “ik denk dat de konijnen blij zijn dat ze eten hebben gekregen vandaag”.

Een dag later

En vandaag is zij aan de late kant. Het is zijn beurt voor de konijnen. Hij geeft de konijnen eten en ik zie dat hij zowel zijn eigen fiets als haar fiets uit de schuur haalt. Om niet te laat te komen pakt hij binnen zijn tas en vertrekt alvast naar school. Zij is een beetje in de stress omdat ze ook op tijd wil komen. Gauw doet ze haar jas aan, pakt haar tas en stormt naar buiten. Daar botst ze tegen haar eigen fiets op. Ze komt weer binnen en zegt “Ik denk dat hij dit heeft terug gedaan omdat ik van de week voor hem de konijnen eten had gegeven” “Ik denk het ook schatje. Je kunt niet altijd hetzelfde terug verwachten als wat jij een ander geeft. Maar ik weet zeker dat hij je van de week dankbaar was voor wat je voor hem hebt gedaan. En misschien heeft hij daarom nu jouw fiets buiten gezet omdat hij zag dat hij jou daar nu mee kon helpen”.    

Op school zien ze elkaar en bedankt zij hem voor het buiten zetten van haar fiets.

Problemen die van de kinderen zijn wil ik zo veel mogelijk bij de kinderen laten. Ik wil ze hier en daar wat influisteren om na te denken over hun eigen gedrag en wat dat kan doen met de ander. En dan laat ik het los en hoop ik dat het geweten zijn werk doet. Want ik geloof er helemaal in dat tussen zijn “nou en” en het buiten zetten van haar fiets, hij echt wel nagedacht heeft over deze discussie, zijn aandeel hierin en de mogelijke gevolgen. Hier hebben kinderen alleen wel even wat tijd voor nodig… en misschien niet alleen kinderen….

Je krijgt niet altijd wat je geeft. En zeker niet in dezelfde vorm of op eenzelfde moment. Maar durf te zien wat de ander je geeft en laat je verrassen op een moment dat je het niet verwacht….

de blog “Je krijgt niet altijd wat je geeft” verscheen eerder op Juffrouwmama 

Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Als volwassenen willen we graag dingen gedaan krijgen. Werk, gezin, huishouden en tijd om te sporten, te ontspannen en ga zo maar door. Om dit allemaal gedaan te krijgen, maken we keuzes. Plannen en organiseren zijn denkprocessen die nodig zijn om dingen gedaan te krijgen. Je denkt na over wat je wilt doen en hoe je dat gaat doen. Dat kan iets zijn op korte termijn (spullen pakken om te gaan schoonmaken) of op langere termijn (een vakantie plannen).

Hoe zit dat nou met kinderen? Hoe ver is hun ontwikkeling hierin? Afgelopen week zag ik zowel thuis als in mijn klas voorbeelden waarvan ik dacht: “Oei, hierin valt nog winst te boeken!”.

Planning

Het maken en uitvoeren van een efficiënte planning is iets dat je moet leren. Door het vaak te doen, train je je brein en zal het in de loop van de tijd steeds makkelijker worden. Zo is het bij ons standaard dat we in de loop van de zondagmorgen met de huiswerkmappen en agenda’s aan tafel zitten. De planning tot dat moment wordt bekeken, bijgesteld en aangevuld. Het maakwerk wordt gemaakt. Ook al hoeft het huiswerk van onze jongste pas op donderdag ingeleverd te worden. Af is af en dat vindt ze zelf ook wel fijn na die ene keer dat ze vol stress op donderdagochtend om 7 uur aan haar breukenhuiswerk zat. Het was geen prettig ontbijt die ochtend zullen we maar zeggen… J

Organisatie

Sinds zijn vijfde zit onze zoon op voetbal. Een behoorlijk vast ritme: twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd. En wat zijn die wedstrijden toch altijd vroeg! Vaak is het om 7.45 uur verzamelen. Dus moet hij op vrijdagavond zijn voetbaltas al pakken van mij. Vindt hij natuurlijk onzin, want dat kan op zaterdagochtend ook wel! Helaas voor hem weet ik dat dit geen goed idee is. Het is altijd haasten om op tijd op het parkeerterrein te staan. Dus gaan we dan niet meer op zoek naar wedstrijdsokken of een handdoek. Elke vrijdagavond werkt hij zich door zijn lijstje heen en stopt hij alles in zijn tas. Ja, je leest het goed! Lijstje… ik heb alles uitgeschreven. Zo hoeft hij niet 10x aan mij te vragen wat hij allemaal nodig heeft en hopelijk heeft hij ooit dit lijstje in zijn hoofd gememoriseerd en hoef ik hem helemaal niet meer te helpen. Voor dit moment vind ik het zo ok.

Bermudadriehoek

In mijn klas zie ik grote verschillen. Ik zie meisjes die met behulp van bakjes van de Action hun laadjes organiseren, zodat ze alles kunnen organiseren tot jongens die complete werkboeken kwijtraken. Natuurlijk zijn er ook jongens in groep 8 die al goed kunnen organiseren en meisjes die enorm slordig met hun materialen omgaan. Afgelopen week kwam er een jongen naar mij toe: “juf mijn werkboek werkwoordspelling heb ik niet. Het ligt thuis!”. Een werkboek dat nooit mee naar huis gaat, altijd op school hoort te liggen omdat we er in de les uit werken, lag ineens thuis. Een verklaring kon deze leerling er niet voor geven, erg druk kon hij zich er ook niet over maken. Ik dan weer wel… helaas.

Structuur, orde en rust

Om plannen te kunnen maken en uitvoeren, moet je vooruitdenken en kunnen inspelen op wat er gaat gebeuren. Daarbij is het belangrijk je doel voor ogen te houden, ook als je wordt afgeleid. Plannen en organiseren is een beetje te vergelijken met deelnemen aan het verkeer: je moet voortdurend vooruitkijken en inspelen op veranderingen. Je kunt het beste overzicht houden als het een bekende route is, er niet te veel verkeer is en er een duidelijke structuur is (verkeersborden, belijning etc.). Onduidelijkheid in het verkeer kan leiden tot verwarring en ongelukken.

En zo is het ook met plannen en organiseren: onduidelijkheid vormt een belemmering voor het maken en uitvoeren van een plan. Een zekere mate van structuur, orde en rust is noodzakelijk om alledaagse taken en activiteiten succesvol te voltooien. Structuur, orde en rust in je omgeving en in je hoofd.

Vijf tips voor meer structuur, orde en rust:

  1. Bouw routines in
  2. Creëer vaste plekken voor spullen en materialen
  3. Werk met een planner en/of agenda
  4. Maak wekelijks tijd vrij om agenda’s en planners bij te werken
  5. Plan vrije tijd