**//sticky ads code//**
Lianne Vader-Wattel

Lianne Vader-Wattel

Lianne Vader-Wattel woont met haar partner en hun twee dochters in het mooie Domburg.

Ze werkt als Professional Kind en Educatie in haar praktijk WIJS. Lianne begeleidt kinderen op school en in haar praktijk op leergebied en help kinderen o.a. met het bouwen aan zelfvertrouwen en het leegmaken van hun ‘volle hoofd’ ook is ze vraagbaak voor ouders. Daarnaast is ze bezig met het ontwikkelen van trainingen voor leerlingen in het basisonderwijs.

Lianne leest zelf letterlijk alles wat los en vast zit. Naast de nodige thrillers, veelal boeken of artikelen gerelateerd aan haar werk en is ze altijd opzoek naar spannende, mooie of originele kinderboeken. Ze hoopt hier in haar eigen stijl met een laagje humor haar kennis en tips met ons te delen, want het ouderschap is soms best een avontuur!

Doe je wel voorzichtig?

Doe je wel voorzichtig?

Voorzichtig hoor, kijk uit, pas op, denk erom! ….  allemaal goedbedoelde waarschuwingen voor………ja voor wat? Gevaar?  Echt gevaar? Of dénk je dat alleen maar?  En valt het allemaal toch wel mee? Wat is gevaar eigenlijk?

Van nature kent een kind geen gevaar……tot men het kind hier op wijst, vaak genoeg dan leert het wel wat gevaar is en als het maar vaak genoeg wordt benadrukt zal er zelfs ook een angst kunnen ontstaan en krijg je een kind die overal bang voor is……  Een kind wat angstig over straat loopt en denkt oei een scheve stoeptegel, straks struikel ik erover en rol ik op de weg en rijdt er een bus over mij heen

Willen we dit soort kinderen met deze angststoornissen of gaan we ze helpen beter om te gaan met mogelijke gevaren?

Op de peuterspeelzaal moet alles volgens regels en wetgevingen van de GGD.  Zoveel mogelijk zónder gevaar.  Als kinderen dan toch vallen dan graag op zachte noppen tegels of kunstgras wat zachter is en de mogelijke klap of kapotte knie beperkt tot een lichte schrikreactie en waar een kroel van de juf de schrik verzacht en dus geen halve EHBO/doos aan te pas hoeft te komen……hhmm ik snap het wel, lekker goedkoop zo deze manier van groot brengen

Op vakantie

In Frankrijk op de camping was een hele gave skelterbaan voor de kinderen gemaakt met verschillende routes, makkelijk en moeilijk, waar ze heerlijk kunnen ravotten. De baan was echt voor jong en oud.  Iedereen racet hier dagelijks luidkeels zijn of haar rondje. Als er op een avond een jongen door zijn vader wordt opgehaald vraagt de jongen of hij nog 1 rondje mag. Vader vindt het goed en wil eigenlijk wel meedoen. Hij pakt een step en rolt voorzichtig over een pad wat soepel gaat. Dan staat hij ineens met de step op een steile helling en kijkt angstig naar beneden, hij twijfelt……Ik durf niet, hoor ik hem zeggen. Dan vraagt hij zijn zoon of hij deze helling wel eens neemt. Oh ja zegt zoon stoer, zo vaak…….kijk zo doe je dat. Hij scheurt naar beneden en onderaan roept hij richting vader is helemaal niet moeilijk hoor, gewoon doen! Vader kijkt naar zoon en denkt er het zijne van, wil zich niet laten kennen en zet zich schrap bij de rand……maar haakt toch weer af met knikkende knieën. Dan galmt er opeens een stem kom je nou nog? En voor hij het zelf doorheeft is vader met step naar beneden gereden richting zoon die hem trots opwacht niks aan toch??!! zegt ie en klopt zijn vader op zijn schouder. Ze scheuren nog drie rondjes rond het moeilijke parcours en gaan daarna voldaan tandenpoetsen.

De volgende dag zit er een andere vader op een tweepersoons skelter samen met zijn zoontje, een peuter van 2. Met de grootste lol scheuren ze over de baan tot moeder komt zeg, ga je nu niet te hard? Moet dat zo hard? Kijk je wel uit? Dat ziet er best eng uit hoor, hou je je wel goed vast? Vader en zoon negeren moeder volledig en gaan onvermoeid door met hun rondjes. ´s Avonds gaat deze moeder zelf met een andere oudere zoon over de baan en nu staat deze zoon dus met angst bovenaan de helling zijn moeder gade te slaan. Hij zet beide handen aan zijn mond en schreeuwt MAM, doe je wel voorzichtig?! Uitkijken hoor!………van wie zou hij dat toch hebben??

Als iedereen angst nu eens achterwege zou kunnen laten en we elkaar hier iets minder vaak op zouden wijzen, dan kunnen we zien en ervaren dat er weinig redenen zijn voor paniek en dat we veel meer in staat zijn in dingen te doen!!!!

Ga ervoor!!!! Laat je niet afremmen xxx

Tine’s nieuwe school

Tine’s nieuwe school

Kijk, daar loopt Tine. Tine is 8 en gaat sinds kort naar een nieuwe school. Niet dat ze verhuisd is of zo, maar haar ouders vonden dat haar oude school haar onvoldoende kon stimuleren. Tine is namelijk hoogbegaafd. Althans, dat heeft een test uitgewezen, want zelf heeft ze helemaal niet het idee dat ze slim is.

Integendeel, Tine vindt heel erg veel heel erg lastig. Zoals begrijpen wat de kinderen in haar klas bedoelen. Of direct antwoord geven als er iets gevraagd wordt. Tine vindt namelijk, dat er op heel veel vragen meer goede antwoorden zijn. En hoe weet ze dan, of ze het juiste goede antwoord kiest? Het kost toch even tijd om dat te bedenken. Maar anderen denken op zo’n moment, dat ze het antwoord niet weet. Of dat ze gewoon geen zin heeft om antwoord te geven. Zoals laatst, toen ze voor het eerst met haar nieuwe groep naar de gymles liep. “Vind jij gymles leuk?”, vroeg een meisje aan haar. Tine wist werkelijk niet wat ze moest zeggen. Want ze liep nu toch voor het eerst mee naar gym? Hoe kon ze dan weten of ze de gymles leuk zou vinden? Dan moest ze toch minstens één les gehad hebben! Dus had ze maar niets geantwoord. Het meisje had heel vreemd gekeken, misschien vond ze haar nu al niet leuk. De tranen sprongen Tine in de ogen. Daar had ze vaker last van, die rottranen…

Overstappen

Kijk, daar is juf Elze. Elze heeft goed nagedacht hoe ze Tine kan helpen wat makkelijker over te stappen. Geen grootse entree, want dan durft Tine vast helemaal niets te zeggen. Wel de klas alvast een beetje inlichten. Toen ze vertelde dat er een nieuw meisje zou komen, hebben ze het ook gehad over hoe je je kunt voelen als je ergens naar toe moet waar je niemand kent. De kinderen waren heel open. Sommigen vertelden dat ze dan een tijdje vooral rondkijken, anderen dat ze juist heel stoer gaan doen zodat iedereen denkt dat ze dat ook echt zijn. Iedereen wist weer, dat ze het superspannend vonden als ze in zo’n situatie kwamen. En ze hoorden van elkaar, dat niet iedereen daar hetzelfde op reageert.

Elze ziet Tine in de klas zitten, een tenger meisje met halflang haar, dat meestal voor het gezicht hangt. Alsof ze er eigenlijk niet wil zijn. Tine huilt vaak in de klas. Elze gaat dan naar Tine toe en benadrukt, dat ze altijd iets mag vragen als ze iets niet weet of kan. Elze heeft Tine in een groepje gezet met meisjes die veel oog hebben voor hun omgeving, en ze kiest werkvormen waarbij Tine voorlopig alleen maar in haar eigen groepje hoeft te praten. Ze vertelt Tine, dat vakken misschien anders gaan dan op haar vorige school. Ook vertelt ze, dat de resultaten helemaal niet zo belangrijk zijn nu, dat ze het veel belangrijker vindt dat Tine het fijn gaat vinden op school.

Niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen!

Tine voelt zich de eerste dagen helemaal niet fijn op school. Alles is nieuw en ze wordt doodmoe van steeds bedenken wat er van haar verwacht wordt. Gelukkig is de juf er. Steeds als de spannende gedachten als tranen naar buiten komen, komt de juf even naar haar toe. Maar de juf vindt haar niet zielig, ze zegt gewoon “niemand weet direct alles, je mag altijd vragen of dingen niet kunnen”. Ze heeft het nu al zo vaak gezegd, dat Tine het soms zelfs in haar hoofd hoort als de juf er niet bij is. Dat is best handig, want daardoor wordt het huilen ook minder.

En ook de meisjes in haar groepje zijn eigenlijk heel aardig, ze geven haar tenminste tijd om even na te denken als ze een vraag stellen. Niet altijd natuurlijk, maar ze kijken niet meer zo raar als ze even niks zegt. En Linne had haar zelfs gevraagd of ze samen met haar op juffendag iets wilde organiseren! Dat vond ze doodeng, maar toch had ze ja gezegd. Ze ging het proberen, want op deze school mag je tenslotte altijd iets niet kunnen…

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Vanuit het perspectief van een hooggevoelig kind

Hoe beleeft een hooggevoelig kind een dag?  In haar praktijk Twinkelster begeleidt Maureen van de Lustgraaf vele kinderen waarvan de hoofdjes vol zitten. Voor deze kinderen is het vaak moeilijk om goed te functioneren in de dagelijkse situaties thuis en op school.

In deze column deelt ze een verhaal welke een duidelijk beeld geeft van de ervaringen van de eerste ochtenduren van een hooggevoelig kind.

Het is maandagochtend 07.00 uur.

Tijd om op te staan. Ik word gewekt, maar eigenlijk wil ik nog even blijven liggen. Ik kan niet ineens opstaan, heb tijd nodig om wakker te worden. Bovendien willen mijn ogen gewoon niet open. Ik blijf nog even liggen.

Ineens hoor ik hard mijn naam. Oeps, nou is het menens. Ik moet er nu uit. Ik was me, kleed me snel aan en ga naar beneden. Mijn ontbijt staat klaar, maar ik krijg geen hap door mijn keel. Ik laat het staan, tot grote frustratie van mijn moeder. Even word ik onzeker en bang.

Samen met mijn zus loop ik naar school. Op het schoolplein ga ik nog even buiten spelen totdat we naar binnen mogen. Om 8.30 uur precies lopen we met z’n allen de klas in. Er zijn een aantal kinderen die haast hebben. Ik word gewoon aan de kant geduwd! Ik begrijp niet waarom deze kinderen zo doen. Het is toch niet aardig….ze kunnen toch gewoon op hun beurt wachten? Ik laat ze maar voor.

Wanneer ik de klas in loop, hoor ik de juf schreeuwen tegen de “gehaaste” jongens. Ik schrik en doe mijn handen op mijn oren. Ik wil dit niet horen. Tegelijkertijd krijg ik een raar gevoel in mijn buik. Ik probeer zo onopvallend en rustig mogelijk te gaan zitten. Ik houd me gedeisd en ben bang. Die gehaaste jongens lachen de juf gewoon uit. Wat akelig!

Wanneer ik goed naar de juf kijk, zie ik dat ze een knalrood hoofd heeft en een verdrietige blik in haar ogen. De juf is zenuwachtig en weet even niet wat ze moet doen volgens mij. Om haar heen zie ik allemaal felle kleuren. Ik vind het heel naar om te zien en kijk maar even de andere kant op. Ik voel me ongemakkelijk en krijg buikpijn.

Vol hoofd

Mijn hoofd zit nu al vol merk ik. Vol met woorden, boosheid, frustratie van anderen, kleuren, haasten, bah! Ik ga in gedachten even proberen om in mijn hoofd te zoeken, hoe ik alles een plekje ga geven, zodat het rustiger wordt. Terwijl ik alles aan het ‘parkeren’ ben, hoor ik opeens mijn naam. Ik schrik….o jee…had ik iets niet gehoord? Ik kijk om me heen. Iedereen heeft zijn leesboek voor zich, behalve ik. Snel open ik mijn kastje, pak mijn leesboek en open het. Ik begin te lezen, maar hoe ik ook mijn best doe, ik weet niet wat ik lees. Mijn hoofd zit nog steeds vol, er kan niets meer bij. Ik ga nog harder mijn best doen, want ik wil de juf niet teleurstellen. Ze ziet er namelijk nog steeds boos en verdrietig uit.

Wat ik ook probeer, het lukt niet. Ik zit zo vol. Zal ik even naar de wc gaan, dat helpt meestal wel. Zachtjes sta ik op en loop naar het stoplicht en zet het op rood. Terwijl ik de deurklink omlaag doe, hoor ik ineens…” Wat ga jij doen?” . Zachtjes antwoord ik dat ik naar de wc moet. Ik krijg te horen dat het niet mag omdat ik net op school ben, dus ga ik maar weer zitten. Wat voel ik me vervelend. Mijn hoofd begint te bonken en mijn buikpijn is nog erger geworden. Stilletjes hoop ik dat het snel pauze is.

Hooggevoeligheid & een vol hoofd

Wanneer een kind (hoog) gevoelig is voor omgevingsfactoren zal het snel vol kunnen lopen. Ervaring leert dat het een valkuil is om uiterlijke kenmerken van informatieverwerkingsproblemen en hooggevoeligheid als onwil te interpreteren. Er is eerder sprake van onvermogen dan van onwil.

Wat kun je als ouder doen?

Neem je kind bij de hand en ga als ouder op zoek naar een manier om er achter te komen hoe het in het hoofd van je kind werkt, waardoor het vol raakt en wat het nodig heeft om het leeg te maken.

Maureen: “In mijn praktijk adviseer ik ouders en kinderen. Ik vind het belangrijk om kinderen te leren contact te maken met hun eigen lichaam, zodat ze opmerken wanneer het hoofd vol loopt. Ook geef ik ze praktische tips mee naar huis.”

 

Help! Mijn kind is niet slecht genoeg

Help! Mijn kind is niet slecht genoeg

Je ziet dat je kind worstelt op school. Moeite met lezen, de spellingregels maar niet onder de knie krijgen, faalangst. Je wil iets doen en gaat in gesprek met de leerkracht. “Misschien is er sprake van dyslexie?”. Om dat vast te kunnen stellen, moet er een test worden gedaan. Maar voordat je kind in aanmerking komt voor een dyslexietest, moet je kind eerst 3 keer op E/V niveau scoren op de Cito. Zo zijn de regels van het dyslexieprotocol. Maar wat als je kind niet slecht genoeg is?

Afwachten dus wat het wordt bij die Cito’s… De uitslagen zijn binnen en dan krijg je te horen dat je kind ‘niet slecht genoeg’ is om in aanmerking te komen voor onderzoek. Of – een iets vriendelijkere bewoording-  ‘te goed’. Te goed dus, maar nog steeds presteert je kind onder zijn of haar kunnen en zie je dat je kind niet lekker in zijn vel zit omdat het zo moeizaam gaat op school.

Doormodderen

Je kind valt dus ‘buiten de boot’. Het haalt zwakke scores die onder het gemiddelde vallen. Maar diezelfde scores zijn te goed (D/IV niveau) om te voldoen aan de criteria voor onderzoek naar dyslexie. Wat nu? Gewoon maar veel blijven oefenen. Zó frustrerend als je al zoveel met je kind hebt gedaan en het ondanks alle inspanning niet lukt. Eigenlijk moet je dus maar een beetje doormodderen. Helaas hoor ik deze verhalen vaak van ouders en het is echt zonde.. en niet nodig….

Compenseren

De kinderen die (te) lage scores halen op lezen en spelling, terwijl ze wel een brede interesse hebben, veel van bepaalde onderwerpen weten, nieuwsgierig zijn, fantastische talenten hebben op andere vlakken.. hebben vaak goede capaciteiten en kunnen daarmee ‘compenseren’. Bovendien beschikken ze vaak over een bovengemiddelde portie doorzettingsvermogen. Hierdoor halen ze dus niet die allerzwakste scores. Terwijl hun prestaties wel een stuk lager zijn dat wat ze zouden kunnen!

Wat hebben deze kinderen nodig?

Persoonlijk maakt het mij -en veel ouders- niet uit of een kind dyslectisch is of niet. Het gaat erom dat ieder kind op de goede manier geholpen wordt. En dat kan wat mij betreft alléén door naar het kind te kijken. Wat zijn of haar sterke kanten zijn. Hoe kan dit kind wél leren. En niet door te kijken in welk ‘hokje’ dit kind past, zodat we de ‘juiste hulp’ kunnen bieden. Het kind moet leidend zijn, niet het systeem.

De oorzaak aanpakken

Wat is dan de juiste hulp? Wat ik belangrijk vind, is dat er gekeken wordt naar de werkelijke oorzaak van datgene wat niet goed gaat. Dit geldt overigens voor alles en niet alleen dyslexie of lees-spellingproblemen. Eigenlijk is dat ook heel logisch. Als je band lek is, ga je toch ook niet herhaaldelijk je band plakken, maar kijk je ook waardoor het komt en pak je die oorzaak aan… dus: je haalt de spijker eruit, als anders blijf je aan de gang. Dat is de enige échte oplossing.

En toch is dit wel wat er veel gebeurt bij kinderen op school. De symptomen worden aangepakt, terwijl je naar de onderliggende oorzaak moet kijken. En dat is in het geval van leren vaak de manier waarop het kind leert. Dat is ook de reden waarom ik veel kinderen begeleid, die al een dyslexiebehandeling achter de rug hebben en ook op andere gebieden vastlopen. Zoals rekenen of begrijpend lezen. Of kinderen die meerdere diagnoses of ‘labels’ hebben. De wijze waarop een kind leert, automatiseert en informatie opneemt, blijft namelijk niet beperkt tot lezen en spellen, maar komt op álle leergebieden terug. Het bespaart heel veel kostbare tijd en energie wanneer we met een bredere blik naar kinderen kunnen kijken. Dus niet: ‘Wat heeft dit kind?”, maar: ‘Wat heeft dit kind nodig?” En hen die juiste ondersteuning geven, met een duurzaam resultaat op alle gebieden. Waar zij niet alleen nu, maar ook hun verdere leven profijt van hebben. Zodat hun mogelijkheden en talenten tot bloei kunnen komen.

Blijven proberen = niet leren

Blijven proberen = niet leren

‘Was ik nog maar een kind’, ik hoor het mezelf en ook anderen om mij heen regelmatig zuchten. We verlangen terug naar de onbezorgde tijd, waarin we ‘gewoon’ kind mochten zijn. Als kind hadden we immers geen dure hypotheek om te betalen of een gezin dat we moesten onderhouden. Als volwassenen zijn we geneigd om kinderen te zien als vrij, zonder zorgen en stress. Maar klopt dit wel? Is het werkelijk zo dat de kinderen die in deze tijd opgroeien een onbezorgd en zorgeloos leven leiden?

Mijn antwoord daarop is: ‘nee’.

We leven tegenwoordig in een snelle, veeleisende maatschappij. Als kind opgroeien in de wereld van nu is stressvol. Heel wat kinderen bezwijken onder de druk van school, ouders en verplichtingen. Ze doen zo goed hun best, blijven proberen, doorzetten en leggen hun lat ontzettend hoog. Niet alleen op school – waar het vaak draait om tempo en punten, maar ook bij sportclubs en verenigingen tellen voornamelijk de geleverde prestaties.

Veel kinderen krijgen vanuit hun omgeving te horen dat ze beter hun best moeten doen, ze voelen een enorme druk van buitenaf.  Echter is mijn ervaring dat het bij deze kinderen meestal niet gaat om een motivatieprobleem. Het zijn vaak de kinderen die thuis ontzettend veel tijd investeren in huiswerk en oefenen, na schooltijd nog naar therapie of bijles gaan. Ze zijn bereid om veel te investeren. Deze kinderen zijn continu aan het werk voor de goedkeuring van anderen, zetten nóg een stapje extra, waardoor er een nog veel groter, onderliggend probleem ontstaat.

Te veel druk

Gedurende een dag wordt er door deze kinderen een bepaalde mate van stress ervaren. Ze staan in een overlevingsstand en schieten in vechten, vluchten of bevriezen: een stressreactie. Het zijn de kinderen die continu in de weerstand schieten, een grote mond geven en agressief reageren. Maar ook kinderen die teruggetrokken en stil in het klaslokaal zitten. Sommige kinderen staren dromerig voor zich uit, zijn als aan de grond genageld en gaan niet over tot actie. De druk wordt bij deze kinderen vaak zo hoog dat helder en rustig nadenken niet meer lukt.

Wat er vaak gebeurd is dat we als volwassenen proberen om deze kinderen te motiveren. We spreken ze aan op hun gedrag, vragen ze om stil te zitten en bezig te gaan met hun huiswerk. Alles doen we met onze beste intenties, maar we beseffen niet dat we het hier vaak juist erger mee maken.  Een kind dat stress ervaart kan namelijk niet komen tot leren. Hierdoor houden we het probleem in stand.

Maar hoe dan wel?

De redding voor kinderen die vastlopen op het gebied van prestaties is –hoe tegenstrijd ook- loslaten en rust. Als een kind overweldigd wordt door emoties, kan het gewoon niet meer leren en ontwikkelen. Bij een kind in paniek werken de hersenen en het lichaam samen om het gevaar onder controle te krijgen. Dit gaat onbewust, het kind heeft er geen invloed op. Hierdoor kunnen ze geen nieuwe informatie meer opnemen. Blijven proberen is op zo’n moment zinloos, het kind blijft als het ware bij het ‘gevaar’ en is hierdoor extra alert. Een kind voelt allerlei emoties, is angstig, verdrietig of boos en roept: ‘het lukt me nooit’ of gooit met zijn spullen. De enige oplossing op zo’n moment is stoppen met de activiteit en iets leuks gaan doen dat zorgt voor ontspanning. Het lijkt op zo’n moment misschien tijdsverspilling, maar uiteindelijk heeft het een positieve invloed op het leervermogen van een kind.