Wat een dag! Te laat bij de BSO en pannenkoeken van chocolademelk.

Mijn man zou van de week de kinderen ophalen bij de naschoolse opvang. Althans dat hadden we afgesproken. Iets over half zes gaat mijn telefoon. Het is mijn man, hij gaat het niet redden. Hij staat in de file en zijn navigatie geeft aan dat hij er pas kwart voor zeven zal zijn.

Zo snel als mogelijk stap ik ook in de auto. Vanuit Rotterdam is het ook nog 40 minuten rijden. Iets over half zeven  kan ik er zijn, zegt de navigatie. Ik loop misschien nog wel iets in, denk ik positief als ik ben. Wat een ellende om de stad uit te komen. In plaats van inlopen, loopt de tijd iets verder op. Ik bel nog even met mijn man. Hij geeft aan intussen 100 meter verder te zijn. Dit schiet niet op. Ik zie dat mijn navigatie nog rekening houdt met veel file, terwijl ik door kan rijden. Voor de zekerheid bel ik met de opvang. Mogelijk zijn er nog vriendjes en vriendinnetjes met wie ze mee kunnen. Het is intussen zes uur.
Een vrolijke begeleidster neemt op en samen komen we tot de conclusie dat iedereen al weg is. Intussen sta ook ik stil op de snelweg. Plan B, mijn ouders bellen. Geen gehoor! Dan maar een paar ouders van vriendjes proberen. Helaas ook geen gehoor! Mijn man nog eens bellen. Intussen verwacht hij er echt na zevenen pas te zijn en bij mij staat de teller op tien voor zeven en we rijden stapvoets. Dan nog maar een keer mijn ouders. Gelukkig ze nemen op. Zo snel als mogelijk stapt mijn moeder in de auto.
Ik weet dat ze vijf minuten te laat zal komen, gezien de afstand, maar dat is nog altijd eerder dan dat ik er ben. Ik bel de naschoolse opvang en geef door dat oma er aan komt.

Even rust. Gelukkig rijdt het verkeer weer en rij ik om tien voor zeven ons dorp in, als de telefoon gaat. Het is de leidster van de BSO. Er is nog niemand geweest om de kinderen op te halen.
Ik geef aan dat ik er met twee minuten ben. Daar aangekomen lopen de kinderen enthousiast en een beetje boos op mij af: “Je bent te laat, mam”. Ja, dat wist ik ook wel. Ik bied de leidster mijn verontschuldigingen aan, als mijn moeder komt aanrijden. Ze stond bij de verkeerde BSO.

We gaan allemaal naar huis en onderweg vertel ik de kinderen dat zij mogen zeggen wat ze willen eten. Dit ondanks dat ik gisteren het eten voor vandaag al had klaargemaakt. Maar ik voel me toch wel schuldig dat het al zo laat is. Het wordt pizza en twee keer pannenkoeken.

Als ik wil beginnen met pannenkoeken pakken kom ik erachter dat de melk op is. “Maar mama, je hebt het beloofd” Ja helemaal waar. Ik zie een pak chocolademelk staan.

“Lust je ook chocolade pannenkoeken?”.

En zo zitten we om half acht aan de pizza en chocoladepannenkoeken als mijn man eindelijk thuis komt.

Beelddenken

Onze zoon heeft vanaf het begin van groep 3 moeite met lezen. Het gaat bij hem allemaal net wat langzamer dan bij de rest van zijn klasgenoten.

Hij zit nu in groep 4, maar leest op het niveau van halverwege groep 3. Op zich valt de achterstand dus mee, maar genoeg reden om toch wat extra “bijles” te nemen voor het lezen. Ditwordt ons aangeraden. We melden ons aan voor extra leesondersteuning. Het intakegesprek met zijn leesdocente is heel verhelderd. Bij ons is bekend dat hij veel in beelden denkt. Nooit hebben wij echter ontdektdat hij woorden als “de”, “het” en “een” zo lastig vindt omdat hij hier geen beeld bij heeft. Een beeld wat hij wel heeft bij bed, stoel, tafel of lucht.  Het verbaasde mij altijd dat hij veel moeite heeft met deze, naar mijn idee makkelijke woorden die steeds weer terugkomen in een verhaal.  Het beelddenken verklaart ook waarom hij soms leest “wolken”, terwijl er “lucht” staat.

Beelddenken hoort bij mensen. Ieder mens denkt op zijn tijd in beelden. Het relatief veel in beelden denken is in de dagelijkse praktijk moeilijk te constateren.

Het onderwijssysteem
Ons onderwijssysteem is verbaal en op volgorde ingesteld. Beelddenkers verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.

De manier van lesgeven op de basisschool is vaak gericht op een verbale manier van informatie verwerken: de leerkracht vertelt en het kind luistert. Beelddenkers willen liever zien en doen. Daar ligt dus ruimte voor de leerkracht om het beste te halen uit de beelddenkers in de klas! Met een computer of een tablet bijvoorbeeld, kan een beelddenker aan de slag met leermateriaal dat past bij zijn leerstijl.
We moeten voor de toekomst dus op zoek naar leuke apps ter ondersteuning van zijn ontwikkellingsproces.

Gemeen of gewoon eerlijk

Vorige week hadden we hier thuis verschillende vriendinnetjes te spelen. De meiden zijn gezellig aan het spelen en kletsen. Het is erg leuk om te horen hoe ze allemaal individuen zijn geworden met hun eigen mening. Er word druk gekletst over wat ze leuk vinden of wat nou echt helemaal niet leuk is. “Klokhuis, is echt leuk om te zien”, zegt een van de meiden enthousiast. “ja..” gaat een ander verder “… daar kun je heel veel van leren”. Weer een ander: “daar vind ik nou helemaal niks aan”. Zo passeren  verschillende onderwerpen de revue. Op een gegeven moment vertelt een van de meisjes uit het niets: “Ik heb thuis een hele leuke barbiepop”. Waarop een ander reageert: “Daar vroeg toch helemaal niemand naar”. Ze vond het duidelijk geen interessante mededeling.
Dit kwam op mij heel onvriendelijk over, maar het was ook wel heel eerlijk. Men zegt vaak dat kinderen gemeen kunnen zijn, maar komt dit niet door het gemis van een goed inlevingsvermogen. De kinderen zijn zes en zeven jaar. Kun je dan al verwachten dat ze gaan begrijpen dat het soms beter is iets niet te zeggen.  Ik leg aan de meiden uit dat het niet zo’n leuke opmerking is. Iedereen wil graag iets kunnen vertellen over wat hij leuk vindt. En niet iedereen vindt dezelfde dingen leuk. Het is even stil waarna begrijpend wordt geknikt.

Bij het ontwikkelen van inlevingsvermogen leren kinderen heel goed het verschil te maken tussen openhartigheid en iets zeggen alleen om uit te dagen of te kwetsen. Een kind van twee of drie dat constateert dat je dik bent, een lelijke jas aan hebt of wel erg rood haar hebt, vertelt gewoon wat het ziet en is daar eerlijk over. Een kind van acht die zo iets zegt, doet dat niet om eerlijk te zijn, maar om een reactie uit te lokken. En om deze reactie te willen uitlokken, moet je dus over inlevingsvermogen beschikken, anders weet je niet dat deze opmerking een reactie kan ontlokken. Je moet je dan in de ander kunnen verplaatsen om te begrijpen dat deze hier een gevoel bij zal hebben en een reactie zal geven.  Maar zover zijn de vriendinnen nog niet!