Begrijpend leren?

Begrijpend leren?

 

Deze week kreeg ik Sanne, een nieuwe leerling,  bij mij in de praktijk. Mijn eerste vraag bij een nieuwe leerling is altijd: “wat zou je willen leren bij mij?”

Het antwoord dat ik kreeg was als volgt:
“Ik wil heel graag leren op een manier die ik begrijp.
Want de juf begrijpt mij niet en ik begrijp de juf niet”

Hetzelfde doel

Au, zowel voor het kind als voor de juf. Want beiden hebben hetzelfde doel.

Er is bij Sanne een test gedaan en Sanne blijkt dyslectisch en hoogbegaafd. En ze denken dat Sanne op een ruimtelijk-visuele manier denkt en leert. De juf weet niet zoveel af van deze manier van denken en leren, en daarom komt Sanne nu bij mij.

Maar zeggen we nu dat Sanne op een andere manier leert (dus anders dan “normaal”) of zeggen we dat er breinvriendelijk les gegeven moet worden? Let wel: dit is GEEN aanval op de juffen en meesters! Zeker niet! Maar zou het niet fijn zijn als ook de juffen en meesters meer kennis krijgen van breinvriendelijk leren?

Jelle Jolles, neuropsycholoog, is een bekend pleitbezorger voor meer kennis van het brein in het onderwijs.
“Heeft het onderwijs baat bij kennis over de hersenen? Nee, werd er gezegd in 1997. Ja, wordt er in 2016 gezegd door Jelle Jolles.

Jolles geeft aan:
“Het is van groot belang om kinderen in de breedte te stimuleren. Waarom? Om banen in je brein te ontwikkelen die je straks nodig hebt voor rekenen en taal. Waardoor je dus beter rekenen en taal kunt leren.

Stimuleren

Stimuleren in de breedte betekent: Niet alleen luisteren naar de juf en daarna werkbladen maken. Nee, handelen, doen, bewegen, muziek maken, strategiespel, knutsels maken en daarna aan de andere kinderen uitleggen wat ze gemaakt hebben… Spellen puzzels, scrabble met niet bestaande woorden, bouwen, kleien, boeken en toneelspel…”

Lesvormen die heus wel gebruikt worden op school, maar die niet als kernactiviteit gezien worden.
En laat dit nu juist de lesvormen zijn die ik gebruik in mijn praktijk. En laat het nu zo zijn dat de kinderen die bij mij komen zeggen:” Ah, ik begrijp het nu!

Dus dan toch niet “anders leren”, maar “breinvriendelijk leren”? En dat voor ALLE kinderen?

Als jij als ouder denkt:”dit vind ik ook belangrijk, voor mijzelf of voor de juffen of meesters bij mijn kind op school”, dan kun je dit aangeven via mijn site www.brightbrain.nl. Bellen kan ook altijd. Ik denk graag met je mee wat de mogelijkheden zijn.

Want onze kinderen zijn de toekomst!

Een verhaal over zelfkennis van een 12 jarige jongen!

Een verhaal over zelfkennis van een 12 jarige jongen!

“Wanneer ga je me leren plannen? ¨Want dat kan ik echt niet”

Een vraag van Coen, een jongen van 12 die al een tijdje bij me zit. Voor dyslexie wel te verstaan, en niet voor een cursus plannen.

Maar hoe komt Coen bij de vraag of ik hem plannen wil leren?

Met 10 jaar komt Coen bij me in de praktijk. Hij heeft een zware vorm van dyslexie en alle extra hulp op school heeft niet geholpen. School heeft het opgegeven en ook Coen lijkt alle vertrouwen in zichzelf verloren te hebben. Gelukkig is zijn moeder ervan overtuigd dat Coen over veel kwaliteiten beschikt en dat hij met die kwaliteiten echt wel verder kan komen dan waar hij nu is.

Dus wij gaan aan de slag met de Davis Methode. Focuspunt aanleggen, alfabetten kleien, grammaticaregels kleien, lezen… Maar ook uitkleien wat Coen nodig heeft om verder te komen op school. Wat kan hij zelf inzetten aan kwaliteiten en wat heeft hij nodig?

Eerlijk is eerlijk, makkelijk was het niet. Maar Coen kent nu zijn kwaliteiten: doorzettingsvermogen, een groot ruimtelijk inzicht, een enorm goede bouwer, en nog een aantal mooie kwaliteiten. Coen weet ook dat hij nooit een excellent schrijver zal worden, of dat hij op de universiteit talen zal gaan studeren.

Maar Coen weet wel dat hij ondernemer wil worden. Hij wil zijn eigen bedrijf in boten hebben en zelf boten maken. En hij weet ook wat hij daarvoor nodig heeft: eerst zijn middelbare schooldiploma halen en daarna een beroepsopleiding. En om deze diploma’s te halen weet hij 1 ding zeker. Hij zal zijn huiswerk moeten leren plannen. En wel op een manier die bij hem past. En dat is plannen op een visuele manier.

Coen weet toevallig dat ik cursussen geef om huiswerk te leren plannen. Dus of ik hem dat dan maar wil leren.

Met heel veel plezier Coen.

Ps. Coen gaat het nog ver brengen.

Concentratieproblemen? Concentreren kun je leren!

Concentratieproblemen? Concentreren kun je leren!

Concentratieproblemen? Met een leuk spel een kind helpen om zijn concentratie te verbeteren.

“Concentratieproblemen? Ik snap het niet, mijn kind kan urenlang zitten gamen!”

Komt deze kreet jou bekend voor?
En ja het klopt, want je hebt concentratie en concentratie. Beter gezegd: vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie.

Vrijwillig en gedwongen concentratie

En hierin zit een groot verschil: als het gaat om vrijwillige concentratie -gamen, skaten, vissen- dan kan een kind het vaak urenlang volhouden. Gaat het om gedwongen concentratie -huiswerk maken, opletten in de klas- dan is de hoeveelheid tijd waarin een kind geconcentreerd kan werken beperkt en erg afhankelijk van de leeftijd.

Als richtlijn geldt het volgende:
6 jaar: 10 minuten
10 jaar: 20 minuten
13 jaar en ouder: 30 minuten

Goed nieuws en slecht nieuws
Eerst maar het slechte nieuws: ongeacht de leeftijd is het voor het ene kind makkelijker om langere tijd zijn aandacht op één ding te richten dan voor het andere kind. De oorzaak hiervoor is erfelijk bepaald.

Het goede en meest recente nieuws is dat concentratie verbeterd kan worden. Je kunt jouw kind dus helpen zijn concentratie te verbeteren.

“We ontmoeten kinderen in het autistisch spectrum of met leerproblemen als ADHD. Met hen worden specifieke oefeningen gedaan waarmee het brein gestimuleerd en veranderd wordt. Hiermee is enorme winst te behalen.” (The brain’s way of healing, Norman Doidge)

Tot slot een leuk en simpel spel waarmee je de concentratie van een kind kunt verbeteren:

The Coin Game helpt bij concentratieproblemen

Ouders vinden dit spel leuk omdat het het geheugen- en volgordespel is, en kinderen genieten ervan omdat het snel is en omdat het gewoon een leuk spel is. Je hebt nodig: een stapeltje verschillende munten (bijv. 1 euromunten, 2 euromunten, 20 eurocent munten etc.), een kartonnetje, en een stopwatch. Kies vijf munten van de stapel (zeg 2 munten van 1 euro en 3 munten van 20 eurocent) en leg ze op een rij in een bepaalde volgorde. Zeg dan tegen je kind:”kijk goed naar de munten die op tafel liggen.” Bedek dan de munten met het kartonnetje. Start de stopwatch en vraag het kind om met de munten uit de stapel dezelfde rij met dezelfde volgorde te maken.Als ze klaar zijn, schrijf je de tijd op en kijken jullie of het goed was. Als het niet goed was, ga je door doordat ze het wel goed hebben. Natuurlijk kun je het spel altijd moeilijker maken door er meer (verschillende) munten aan toe te voegen. Als je het spel vaker speelt, zul je merken dat de concentratie van jouw kind verbetert, wat een mooie stimulans is voor zowel jouw kind als jijzelf.

Wil je meer tips en spellen?
Kijk even op The Bright Brain – -voor het anders lerende kind-

Wat als een concentratie probleem eigenlijk een motivatie probleem is?

Waarom anders leren kan leiden tot dyslexie

Waarom anders leren kan leiden tot dyslexie

Het kwam deze week  weer in het nieuws: in elke klas zitten er twee kinderen met dyslexie. Dat is veel. Zo veel dat je je kunt afvragen of dyslexie een leerstoornis genoemd kan worden.

In het reguliere wetenschappelijke onderzoek  wordt er bij dyslexie gesproken van een stoornis die zich afspeelt in de hersenen, waarbij het hersengebiedje waar klanken aan schrifttekens worden gekoppeld, te zwak is aangelegd of moeilijk bereikbaar is. Dit geeft aan dat er verschillen zijn in hersenstructuren tussen dyslectische en niet-dyslectische kinderen.

Het is belangrijk en goed dat de wetenschap deze onderzoeken doet, want dit is meetbaar bewijs.  Maar er zijn ook andere invalshoeken om dyslexie te verklaren.

Hieronder vind je een ander inzicht:

Iedere persoon heeft zijn eigen unieke manier van leren: iedere persoon heeft zijn eigen unieke kwaliteiten. Geen enkele kwaliteit is hier beter of slechter. Geen enkele persoon is hiermee dommer of slimmer.  Maar… deze kwaliteiten moeten dan wel benut worden bij het leerproces.

En dan kom ik tot de kernvraag: wordt er op school voldoende gekeken naar de unieke kwaliteiten van elk kind? Naar die kwaliteiten waarmee een kind het beste de leerstof tot zich kan nemen?

Ik denk het niet. Ik denk dat scholen in Nederland nog een grote inhaalslag kunnen maken als het gaat om innovatieve leermethoden. Nog maar al te vaak zijn de lesmethoden gebaseerd op het auditieve leren, dus leren door te luisteren.

Hoe zou het zijn als scholen wel zouden inspelen op de verschillende leerstijlen?

Al in 1970 zijn professoren Ken en Rita Dunn (St. John’s University, New York) gestart met het ontwikkelen van een model dat gebaseerd is op verschillende leerstijlen, te weten:

  • Tactiel/kinesthetisch leren (leren door te voelen en te doen)
  • Auditief leren (leren door te luisteren)
  • Visueel leren (leren door te zien)

De meeste kinderen en volwassenen hebben een combinatie van deze leerstijlen, maar hebben vaak wel een voorkeur voor 1 bepaalde leerstijl in het bijzonder. Het is bewezen dat  kinderen het meest succesvol zijn als leertaken benaderd worden via hun voorkeurleerstijl .

En als je mag leren door middel van je eigen leerstijl, dan ben ik ervan overtuigd dat er minder dyslectische kinderen zullen zijn.

Wil je meer weten wat voor soort leerstijl jouw kind heeft? Kijk eens op www.brightbrain.nl

Weetje uit Amerika: een gemiddelde klas heeft 30% visuele leerlingen, 25% auditieve leerlingen en 15% kinesthetisch/tactiele leerlingen, en de overige 30% heeft een mix van de 3 leerstijlen. (Uit:casacanada.com)

Stilzitten en koppen dicht

Stilzitten en koppen dicht

Deze week deelde ik op mijn Facebook pagina Dyslexie Delft een bericht over jongens in het onderwijs. Het artikel werd maar liefst 731 bekeken!  Ik citeer even een stukje uit het artikel:

‘De jongen’
Hij zit altijd achterin het lokaal, onderuitgezakt, heeft een handschrift dat zich niets aantrekt van de lijntjes in zijn schrift, en heeft zijn huiswerk zelden op orde- al weet je dat niet zeker- want naar eigen zeggen heeft hij het wel gemaakt, maar is hij net die dag zijn huiswerk vergeten.

Uit onderzoek is gebleken dat jongens echt niet dommer zijn dan meisjes.

Wat wel zo is,  is dat jongens meer drang hebben tot bewegen, meer willen experimenteren, zich meer willen laten gelden. Maar waar vroeger gezegd werd, oh dat is gewoon een jongen, wordt nu gezegd: dat is een jongen met een gedragsprobleem. Want in het onderwijs wordt gestreefd naar rust, gehoorzaamheid, samenwerken en overleg. En dat is iets waar meisjes en vrouwen sterker in zijn. En laat nu net de meerderheid van de leerkrachten een vrouw zijn.

Waarom niet naast de instructielessen wat meer beweging, competitie, en praktische werkvormen? Of, zoals een jongen zegt, ‘soms gaat het echt even niet, dan kan ik beter even weggaan, en 5 minuten later weer terugkomen, dan gaat het weer.’

Wat vind ik hier zelf van?

Ik sta zelf niet voor de klas, maar ik kan me goed voorstellen dat het moeilijk is voor de leerkracht als ze een groep luidruchtige jongens heeft en ze haar lesdoelen moet halen.

Maar waarom zou het niet mogelijk zijn om de lesstof op verschillende manieren aan te bieden? Verzin een project.  Ga bijvoorbeeld piramides bouwen met de klas en bouw hieromheen alle taal- en rekendoelen.

Misschien is dit te simpel gedacht? Ik weet het niet, maar het lijkt me zeer zinvol voor de onderwijsinspectie om hierover eens goed na te gaan denken.

Want dat er zoveel jongens zijn met gedragsproblemen, daar geloof ik niks van.

beeld: boysballet

Persoonlijk

Persoonlijk

Bijna alles wat ik lees op ‘De leukste kinderen’ brengt herkenning met zich mee bij mij. Zojuist las ik het artikel van Carola over de Davis Methode. Natuurlijk bracht dit herkenning met zich mee. Ik werk immers met de Davis Methode en weet heel goed dat een counseling het zelfvertrouwen in eigen kunnen terugbrengt bij een kind, alsmede ook het leesplezier. Bij een counseling volgt een kind zijn eigen pad, op zijn eigen manier, waarbij de counselor eigenlijk voornamelijk volgt en begeleidt.

Een treffend voorbeeld heb ik van een meisje van 12 dat ik begeleid heb met dyscalculie: “Eigenlijk snap ik deze sommen wel… Maar dat komt niet door jou hoor!” Tja, ik vond het een mooi compliment.
Maar wat niet alleen herkenning met zich meebracht, maar ook ontroering, was de site van Carola. In het stukje over zichzelf vertelt ze haar verhaal over hooggevoeligheid, en hoe ze letterlijk ziek werd van alle prikkels. Ik vond het zo herkenbaar. Ik heb mezelf ook altijd “anders gevoeld dan anderen”. Het liefst zat en zit ik thuis, met een kopje thee en een boek. En ik ben ook graag alleen, om me weer op te laden. Ik vond mezelf altijd een beetje suf, niet van deze tijd. Dus ik deed mee met uitgaan, concerten, feestjes, stedentrips.. Eigenlijk alle dingen die mensen doen als ze een leuke tijd willen hebben. Maar ik, ik zit het liefste thuis. Even voor de goede orde: ik doe echt wel leuke dingen! Maar ik kom ook heel graag weer thuis.

Het afgelopen jaar heb ik heel hard gewerkt. Op mijn werk als zorgbegeleider bij een aantal voorscholen ben ik de spin in het web. Prachtig en dankbaar werk, maar wel een baan met veel prikkels. Dus ik heb een beslissing genomen. Ik heb besloten om te stoppen met mijn werk op de voorscholen en me te richten op mijn praktijk. Ik ga mijn energie stoppen in het begeleiden van kinderen met dyslexie. Hiermee help ik mezelf en de kinderen. Want van een teveel aan prikkels, word ik heel moe en kan ik mijzelf niet meer voor 100% openstellen voor de kinderen. En dat is nodig, want alleen dan kan je maatwerk.

Ps. En ook heb ik een hond genomen!