**//sticky ads code//**
Van rekenramp naar rekenwonder

Van rekenramp naar rekenwonder

Goed… Ik geef het maar gewoon toe: ik kan sommetjes zoals 7+8 eigenlijk gewoon helemaal niet uitrekenen! Althans: tot een jaar geleden had ik hier grote moeite mee… Op de Pabo wilden ze ons door middel van ‘Het Land Van Okt’ laten ervaren hoe het is om moeite te hebben met sommen ‘door het tiental’. Nou, die ervaring had ik al, want ik heb dit soort sommen nooit geautomatiseerd.

Redactiesommen

In mijn eigen basisschooltijd, de jaren ’90, werd er gerekend met de zogenaamde ‘bussommen’, waarvan ik nooit begreep waarom de buschauffeur maar niet mee mocht doen! Voor mij niet echt een handige methode om sommen te automatiseren dus. Gelukkig heb ik mijn gebrek aan automatiseren tot mijn 30ste goed weten te verbloemen. Bovendien met veel meer onderdelen moeite op gebied van rekenen. Uiteindelijk viel bij mij het kwartje aan het einde van de middelbare school, door een geweldige wiskunde docent. Dit deed mij destijds besluiten om de Pabo te gaan doen: ik weet immers hoe het is als je niet kunt rekenen en kon ik het die kinderen waarschijnlijk goed uitleggen, en dat was ook zo! Later ben ik mijn eigen praktijk gestart en wilde ik kinderen met rekenproblemen helpen. Ik zocht naar een goede methode die bepaalde onderdelen, zoals metriek stelsel of breuken/procenten/kommagetallen goed uit kon leggen. Wat bleek…. Dit bestaat helemaal niet! Daardoor ben ik de materialen zelf maar gaan ontwikkelen en verbeterde dit telkens als bleek dat een kind een andere manier beter op pikte.

Automatiseringsprobleem

Maar even terug naar mijn automatiseringsprobleem… Toen ik materialen aan het ontwikkelen was om kinderen te leren automatiseren ging ik eens heel goed nadenken hoe ik sommen die ik wèl had geautomatiseerd had opgeslagen. Ik kwam tot de ontdekking dat als ik het getal ’24’ zag, ik daar een ‘6’ en een ‘4’ bij dacht. Dus als je dat nu op een goede manier in je hoofd krijgt… Dan heb je dus sommen geautomatiseerd èn heb je meer inzicht in getallen, wat je bij breuken en procenten weer goed van pas komt! Dus ik heb rekenkaartjes gemaakt en had mezelf als proefpersoon… Binnen een paar weken had ik ineens wèl alle sommen van 1 t/m 20 paraat! En met die informatie was het ook veel makkelijker om grotere sommen uit te rekenen. Dit heb ik bij mijn kinderen geïntroduceerd en wat bleek: ook zij leerden automatiseren in no time! keersommen, deelsommen, de omgekeerde versie… Het was gewoon geen probleem meer! „Als ze dit eens op de school zouden doen… Dat zou een hoop frustratie bij een hoop kinderen schelen!” Zei een moeder eens tegen me. En inderdaad, ze had gelijk!

Ik ging terug denken aan mijn eigen rekencarrière… Hoe ben ik nu van rekenramp naar zogenaamd ‘rekenwonder’ gekomen?

Er waren voor mij 4 zaken die hier aan hebben bijgedragen: informatie beeldend opslaan, het gebruik van kladpapier (je wil niet weten hoe weinig dit wordt gebruikt in de klas), stapsgewijs tot een uitkomst komen en slechts één manier van uitrekenen aanleren om verwarring te voorkomen. Dit nam ik mee, samen met mijn materialen uit de afgelopen jaren en heb er een methode van ontwikkeld, de methode ‘Reken Remedie’.

En nu is dan de tijd aangebroken om het te delen met al mijn collega’s… Ik ben er trots op, maar vind het reuze spannend! Die onzekerheid over rekenen blijft toch latent aanwezig. Maar ik weet dat het werkt: ik heb het zelf ervaren en de kids uit mijn praktijk ook! Meer weten kijk dan op rekenremedie.nl

7 Tips voor een gelukkige opvoeding!

7 Tips voor een gelukkige opvoeding!

Als ouder geeft niets je een beter gevoel dan je kinderen gelukkig zien! Ouders maken zich dan ook vaak zorgen om het welzijn van hun kinderen. De prestatiedruk is enorm, maar hoe zorg je er nu voor dat je kinderen bovenal ook gelukkig opgroeien?

Christine Carter, socioloog aan de universiteit van Californië, schreef onlangs het boek ‘Raising Happiness’ met wetenschappelijk onderbouwde tips voor meer geluk bij je kinderen. Hier onder 7 (geluksgetal!) tips die je kunnen helpen in een ‘gelukkige opvoeding’:

  1. Je eigen geluk

Onderzoek toont aan dat er een link is tussen de gemoedstoestand van moeders en die van hun kinderen. Ben je zelf gelukkig, dan ziet en voelt je kind dat direct waardoor ze minder gedragsproblemen vertonen. Cijfer jezelf dus niet helemaal weg en ga gewoon lekker een keer een uur naar de sportschool terwijl partner-lief met afwas en nog niet gedouchte kinderen achterblijft ;-).

  1. Beloon het proces, in plaats van het resultaat

Wie heeft er hier het meeste geleerd: een kind dat op zijn rapport van een 9 naar een 8 is gegaan, of een kind die van een 5 naar een 6 is gegaan…

Zo zie je maar dat een cijfer op school lang niet altijd alles zegt, het gaat vaak om de groei die een kind doormaakt. Het eerste kind haalt een 8 wat een mooi punt is, maar is in ontwikkeling eerder terug gezakt dan gegroeid. Het tweede kind heeft echter wel een prachtige ontwikkeling doorgemaakt en juist dàt moet je benoemen en belonen!

  1. Leer wat optimisme is

Bovengenoemde sociologe Christine Carer heeft aangetoond dat optimisten meer succes boeken op school, op het werk en in sport. Ze zijn ook gezonder, leven langer en hebben een grotere kans op een gelukkig huwelijk. Dus hup: het is uit met het ge ’niet’, wat heb je wel? Probeer dit eens vaker te gebruiken in gesprekken met je kind.

  1. Verhoog het EQ (Emotionele Intelligentie)

“Hoe zou jij het vinden als je geslagen wordt?’ Dat is vrij lastig voor een jong kind om te bepalen. Help je kind als eerste zijn eigen emoties te herkennen en te benoemen. Dit kun je al doen op hele jonge leeftijd: als je kind huilt, weet jij als ouder vaak wel waarom: boosheid, verdriet… benoem het ook naar je kind! Zo leert je kind wat ‘verdriet’ is, net zoals je je kind laat zien wat een ‘appel’ is. Pas als hij of zij de eigen gevoelens goed herkent, zullen ze dit ook bij anderen herkennen zodat het zogenoemde EQ ook hoger wordt.

  1. Zelfdiscipline

De mate van zelfdiscipline voorspelt toekomstig succes beter dan intelligentie. Met andere woorden: je komt er meestal niet alleen met een goed stel hersens, je bereikt vaak meer als je ergens moeite voor doet. Maar hoe leer je je kind dan om door te zetten? Ten eerste is het belangrijk om het proces te belonen (zoals hierboven staat) en je kind in te laten zien dat het succes komt doordat het proces zo goed is gegaan. Daarbij kun je je kind laten zien dat verleidingen makkelijker te weerstaan zijn als er genoeg afleiding is: waarom een zak snoep mee naar de Efteling nemen, terwijl de kinderen daar de hele dag worden afgeleid en er niet eens mee bezig zijn? Als het er niet is, kun je beter weerstand bieden tegen verleidingen… Een open deur, maar ernaar handelen is een tweede.

  1. Meer speeltijd

Lekker buiten ravotten, hutten bouwen en knutselen… Tegenwoordig hebben we de behoefte om er allerlei mooie woorden voor te verzinnen zoals Mindfullness enzo… Ik ben daar niet zo van: kinderen die lekker mogen spelen genieten namelijk al met volle teugen van het ‘nu’ en leven al ‘in het moment’: geef ze daarom ook de ruimte om vrij, spontaan en creatief te zijn.

  1. Zit ‘s avonds samen aan tafel

Tja, die opa’s en oma’s van ons waren zo gek nog niet… Met het hele gezin aan tafel is belangrijk: het zorgt voor familiaire binding en emotioneel stabielere kinderen. Maar bovenal: het is erg gezellig en geeft je de kans om leuke gesprekken te voeren met je kinderen!

Pokémon!

Pokémon!

Als orthopedagoog word ik soms op scholen ingezet. Sinds een paar weken begeleid ik een groepje kinderen uit groep 5 die moeite hebben met spellen. Ik heb van de leerkracht een mooi pakketje gekregen met werkbladeren die mij telkens weer ‘verrassen’, zoals ze dat zo mooi kunnen zeggen.

Ook nu weer een werkblad over woorden met een enkele of dubbele medeklinker, altijd lastig. Zodra ik de werkbladeren uitdeel, hoor ik achter me al een enthousiaste uitroep: “Hé, Pokémons!” roept Tijs glunderend. Inderdaad, het hele werkblad was druk bezaaid met diverse figuren uit de Pokémon serie en Tijs was direct eboeid. “Goed gezien Tijs, dat ziet er gezellig uit!” Fijn dat het blad hem in ieder geval aanspreekt, hopelijk ziet hij tussen die figuren ook nog ergens een paar zinnen die hij goed moet aanvullen.

Na een korte uitleg besloot ik met: “wie heeft er nog een vraag?” en ja hoor, Tijs had nog wel een vraag: “Zouden al die Pokémon figuren in deze tekst staan?” Het antwoord was helaas ‘nee’, er stonden dan wel Pokémons op het werkblad, maar er was werkelijk geen enkele zin die daar ook maar een beetje naar verwees. Dat stelde toch wel een beetje teleur. Afijn, de kinderen aan de slag en uiteindelijk was iedereen klaar en weer terug naar de klas, behalve Tijs. “Goh, begrijp je het niet en kan ik je misschien helpen?” vroeg ik. “Ik denk dat ik alle namen van de Pokémons weet op dit blad,” zei hij. Tja dat vergt natuurlijk ook wel enige tijd om dat te concluderen. Als je interesse meer naar Pokémon uitgaat dan naar spellen, wat vaker voorkomt bij 9-jarige jongetjes, dan snap ik dat je je werk niet af krijgt. “Dat is heel knap, want ik ken er geen één. Maar we gaan nu verder met de opdracht.”

Het kostte hem veel moeite om het werkblad af te maken. Niet vanwege de moeilijkheid, want als ik hem heel gericht instrueerde op zijn taakwerkhouding, ging het wel. Maar die Pokémons bleven hem meer boeien dan de rest en helaas voegde de plaatjes niets toe aan het spellen zelf. Typisch gevalletje goed bedoelde vrolijkheid die er eigenlijk voor zorgen dat kinderen juist afgeleid raken.

Na 10 minuten was ook Tijs klaar “Zal ik anders even vertellen welke Pokémons het allemaal zijn?” zei hij toen ik zijn blaadje oppakte en met veel interesse luisterde ik naar wat hij wèl heel goed wist!

Niét op de berreg!

Niét op de berreg!

Mijn zoon is bijna 3 en kan ontzettend goed luisteren! Hij kan precies nadoen hoe zijn juffen op de peuterspeelzaal hem aanspreken, compleet met dezelfde intonatie en handgebaren. Het wil echter niet zeggen dat meneer dan ook doet waar hij allemaal naar ‘luistert’, maar dat terzijde.

“Niét op de berreg!” hoorde ik hem laatst zeggen. “Daisy en Jens, niét op de berreg, alléén op de stoep!” op zo’n typisch ‘kleuterjuffen’ toontje. Een berg? Ik groef eens in mijn gedachten van het beeld wat ik heb van de speelplaats… Een zandbak, speelhuisje, hek… maar een berg? Ik wist het niet! Waren ze dan met een stuk of 12 peuters op stap geweest, zonder mij in te lichten? Ik kon het me niet voorstellen. Dus de ochtend erna liepen we naar school. “Goh Jens, hoe zit het nou met die berg, wie zegt dat dan?” “juf Janneke!” zei Jens, “we mogen niet op de berg en Daisy ook niet en Colin ook niet.” “Oh ok, en jij? Mag jij ook niet op de berg?” “Nee!’ zei hij. “Maar dan moet je wel luisteren naar de juf hè?” probeerde ik “Nee! Dat doe ik wel als ik thuis ben…” Tja… Daar hebben we het nog wel even over.

Op school aangekomen controleerde ik de speelplaats nog even goed, maar een berg kon ik niet ontdekken. Ik zag de juf en liep naar haar toe. “Goh, Jens had het over een berg waar hij niet op mag, waar heeft hij het over?” “Oow, de berg!” zei juf Janneke. Ze liep met me mee naar de speelplaats, naar de ‘berg’. Ik moest moeite doen om niet kei hard in lachen uit te barsten. Deze ‘voorzichtige glooiing in de speelplaats’ noemden de juffen de berg, vertelde Janneke. Sommige gemeenten plaatsen dit soort dingen op wegen om de auto’s tevergeefs te wijzen op het matigen van hun snelheid. “Ze mogen hier niet met hun fietsjes van af omdat ze dan tegen de gevel kunnen botsen.” Inderdaad, terecht dat ze niet op de ‘berg’ mogen, maar op de terugweg kon ik het toch niet laten een foto te maken en deze te verzenden naar mijn echtgenoot, met als onderschrift: ‘NIET OP DE BERREG!!’

 

Karen van der Leest

Karen van der Leest

Karen van der Leest (31) runt als orthopedagoog haar eigen praktijk in Rosmalen: Van der Leest, leerondersteuning. Karen heeft vele jaren ervaring in het (speciaal) basisonderwijs, waardoor ze ook weet hoe het in de klas gaat en wat er mogelijk is. Ze richt zich op wat het kind laat zien: de kwaliteiten die ze in zet om de zwaktes te verbeteren. Karen voert onderzoeken en behandelingen uit bij kinderen van ouders die concrete adviezen en plannen willen, specifiek voor hùn kind! Ook is ze moeder van haar twee ondernemende, praatgrage zoontjes Jens (3) en Jort (1), een hele andere tak van sport. Deze twee dingen samen zijn een geweldige inspiratiebron voor blogs die Karen graag schrijft voor De Leukste Kinderen!