**//sticky ads code//**
Zelf richting geven…

Zelf richting geven…

Mama, jij mag niet naar me kijken, oké?, zegt mijn oudste. Ze heeft net besloten dat ze toch maar gaat optreden met de club waar ze op zit. In eerste instantie besloot ze het niet te willen, maar later na oefenen en anderen enthousiast erover horen vertellen, besloot ze toch mee te doen.
Ik vroeg haar wat ze bedoelde. Het antwoord was duidelijk: zij ging optreden en ik was niet welkom.

Oei. Dat was wel even slikken als moeder, dat ik niet mocht komen kijken. Maar tegelijkertijd bedacht ik me wat belangrijker was: zij, met haar gevoelens en dat wat zij nodig had om het te kunnen, of mijn gevoelens die wel weer over zouden waaien? Ik besloot tot het eerste. En om mijn eigen gevoelens op een ander moment even aandacht te geven.

Dag van het optreden

De dag kwam eraan, dat ze mocht optreden. Mooie kleding aan, haren netjes en daar gingen we dan. Ik alleen om haar weg te brengen en op te halen.

Een man, en twee vrouwen stonden bij de balie. Ze vroegen of we ook voor het optreden kwamen, om te komen kijken. Ik benoemde dat mijn dochter zelf moest optreden en er nu alvast was om te repeteren. De man wilde me vanzelfsprekend richting stoel begeleiden, zodat ik kon kijken. Ik benoemde dat ik niet ging kijken. De man wisselde een blik, met de vrouw achter de balie. Ik benoemde hem, dat ik niet mocht kijken van mijn dochter. Hij wilde wat goedbedoelde tips en info geven. Zei: maar zij bepaald toch niet, dat jij niet komt kijken? Jij bent toch de baas? Jij bepaald toch?

Ik benoemde, de korte versie van wat ik zelf had gehoord van mijn dochter, en dat ik daar graag aan toegaf op dit moment. Hij knikte, dacht na, en noemde toen goedbedoeld vertalend: ah, perfectionistisch zeker?! Aha, nee ik begrijp het. Het is om 20 uur afgelopen. Tot straks.

Schouderophalend en hoofdschuddend, liep hij verder, om de volgende te helpen. De vrouw vroeg nog: kun je niet stiekem achterin de zaal gaan zitten? Ikzelf twijfelde even, maar besloot toch echt gehoor te geven aan mijn dochters’ wens.

Net toen ik naar buiten wilde lopen, kwamen we een vriendinnetje tegen, en haar moeder, Haar moeder vroeg of we ook gingen kijken naar het optreden, en ik benoemde dat dit niet zou gaan. Ook zij wilde me van goede tips voorzien, en begreep even niet zo goed waarom ik een andere keuze maakte. Ik benoemde haar, hoe en wat. Dat mijn dochter het zelf had bedacht en ik er graag gehoor aan wilde geven. Dat ik een andere keer wel zou komen kijken.

Na het optreden

Na het optreden, zag ik de duim van de moeder al omhooggaan. Ook vertelde de juf hoe goed het was gegaan.

Ik bedacht me hoe lief het was, dat ze dat deden. Ikzelf vroeg aan mijn dochter hoe het optreden was gegaan en met rode wangen, vertelde ze me enthousiast hoe goed het was gegaan. En dat ze nog een keer zelf wilde oefenen, en dan daarna bij een derde keer mensen wilde gaan uitnodigen. ‘’dan heb ik wel genoeg geoefend, mama’’. Ik vond het een goed idee. En genoot van haar enthousiasme over de activiteit en haar eigen aandeel daarin.

Ik vroeg haar, hoe ze het vond zo zonder publiek van haarzelf. Ze gaf aan, dat ze het fijn vond. Maar dat het wel dubbel was, want ze vond het ook wat saai dat zij geen publiek van haarzelf bij zich had gehad, en andere kinderen wel. Toch was ze het nog wel eens met zichzelf, en blij met hoe het was gegaan. Enkele keren later, was ze eraan toe om wel met eigen publiek erbij op te treden.

Tips:

  • Help je kind, om bij zijn/ haar eigen gevoel te blijven
  • Probeer dit op jouw eigen manier te volgen, passend bij jouw kind
  • Daarmee leer je je kind: vertrouw op jezelf
Omgaan met verlies

Omgaan met verlies

Overlijden: neem je wel of niet je kinderen mee, naar een begrafenis? Wat zijn je eigen overtuigingen daarbij, en kijk je daarin ook naar wat je kind nodig heeft?

Veel mensen lijken bepaalde overtuigingen te zien als vaststaand feit. Wat hierin soms jammer kan zijn, is dat je hiermee volledig over de wensen en behoeften van je kind heen kan stappen. En op die manier een keuze maakt, die niet handig is voor je kinderen. Ook zij hebben recht op verwerking van het verlies, en hebben de ruimte nodig om dit te kunnen doen op een manier die bij hen past. Ook voelen ze het verdriet van jou en andere volwassenen, aan ook als ze niet betrokken worden. Dit maakt dat kinderen hun eigen verhalen gaan maken over de dood.

Maar hoe maak je dan de juiste keuze in het al dan niet meenemen, van je kinderen. Een voordeel: de juiste keuze, bestaat niet. Je kunt wel rekening houden met de volgende punten:

Jij:

  • Hoe sta je er zelf in? En wat heb jij nodig op de begrafenis? (bijv.: ben je heel erg bezig met je eigen verdriet, en kun je eigenlijk weinig ruimte maken voor je kind, of kun je er wel zijn en toch ook afscheid nemen?)
  • Kun je hulp vragen aan je partner, een vriend(in), familielid of iemand anders, om er samen voor je kind te zijn, als jij het zelf even moeilijk hebt en tijd voor jezelf nodig hebt?

Jouw kind:

  • Hoe was de band die je kind had, met degene die is overleden?
  • Wat weet je kind al, over een begrafenis of crematie om mee te kunnen beslissen in al dan niet meegaan? Kun je je kind bijv. voorbereiden op wat er komt en meenemen in het besluit?
  • Waar heeft je kind steun aan bij een moeilijke of verdrietige gebeurtenis? Bedenk dit van tevoren en kijk of je hierin iets kunt doen
  • En kijk wat je zou kunnen doen, om het verlies te verwerken zonder naar de begrafenis te gaan, en doe dit in plaats van wanneer je denkt dat de begrafenis niet geschikt is voor jouw kind
  • Maak in elk geval ruimte, om verdrietig te mogen zijn, erover te praten met elkaar of met iemand waarmee jouw kind goed kan praten, maak ruimte voor verwerking op zijn eigen manier
  • Leg uit, wat dood betekent. Pas daarmee op dat je niet dingen zegt als dat iemand nu heel lang gaat slapen o.i.d. omdat een kind hiermee aan de haal kan gaan, en hele andere dingen gaat denken. Waardoor er bijv. een angst kan ontstaan om te gaan slapen
  • Bespreek samen eens, wat je kind wil. Ook jonge kinderen kun je hierin betrekken, passend bij hun belevingswereld

En tenslotte kies dat wat bij jou en jouw kind past, niet wat bij je omgeving past.

Veel mensen denken dat kinderen te jong zijn om bij zoiets als een begrafenis of een condoleance aanwezig te zijn, en vullen dit alvast in voor hen. Dit hoeft echter niet zo te zijn. Wij hebben ervaren, dat het heel waardevol kan zijn voor iedereen, als een kind toch mee mag. Leeftijd is niet wat bepaald of iemand wel of niet mee kan. Elk kind is anders, en juist een stukje eigen keuze geeft aan dat jij jouw kind serieus neemt, en de ruimte laat om het verdriet er te mogen laten zijn. Daardoor creëer je een open sfeer, en kan jouw kind erover praten of spelen zoals past bij hem zelf. Een mogelijkheid om op eigen manier te verwerken, en te leren dat iemand verliezen ook een onderdeel uitmaakt van het leven.

Toen wij later nog eens iemand uit onze omgeving verloren, was de eerste keuze van mijn dochter meegaan. Maar na er vaker over te kletsen, bedoelde ze dat ze meewilde, omdat ze wist dat ze dan bij het uitvaartcentrum een knuffeltje als herinnering kreeg. Dit vond ik niet direct een reden om de hele middag erbij te zijn. Pas later bleek het besef te komen, van verdriet, en bedacht ze dat ze niet meewilde, maar wel een ster wilde uitzoeken ter herinnering. Ook wilde ze graag een tekening maken, die dan in de kist meekon. Dit had ze bij haar grootoma ook gedaan, en vond ze een fijn idee.

Verantwoordelijkheid- Leer mij om het zelf te doen

Verantwoordelijkheid- Leer mij om het zelf te doen

We denken voor de ander, bijvoorbeeld voor kinderen, in plaats van vanuit vertrouwen kinderen zelf verantwoordelijkheid te laten nemen. We vergeten soms ook, dat dat wat je kind vorig jaar nog niet kon, misschien volgend jaar al wel kan. En soms geven we kinderen schijnveiligheid.

Vorige maand was het tijd om op vakantie te gaan. Omdat het vakantie tijd was, maakten we niet veel aanstalten. Zo halverwege de ochtend werd mijn dochter onrustig en ging ze op zoek naar spullen die zij mee wilde nemen op vakantie. Ze heeft namelijk een enorme motivatie om op vakantie te gaan!

Ik reikte haar een tas aan, en zo zocht zij allerlei spullen, om mee te nemen. Sommige konden prima, anderen moesten we eerst bespreken of dat wel kon. Verder vergat ze bijvoorbeeld ondergoed en enkele andere dingen; een keer erop wijzen en ze pakte wat ze nodig had. Zo kwam het dat ze zich heel tevreden voelde over dat wat meeging op vakantie. Ik merkte ook, dat ze al goed had nagedacht over bepaalde kleding, zoals ‘’iets voor warm weer’’, en ‘’iets voor koud weer’’. Het leuke daarvan is dat je kunt zien wat ze al geleerd heeft, en wat ze nog moet leren over de taak ‘’zelf je tas/ koffer inpakken voor vakantie’’, en het zelf verzinnen wat hierin handig is om te doen.

We genoten van haar zelfredzaamheid en dat ze zich verantwoordelijk voelde om dit allemaal zelf te doen. En dat is wat we allemaal willen. Kinderen die later zelf begrijpen, hoe zij deze dingen kunnen aanpakken. Het kost tijd, maar het is de moeite waard als ze zelf weten wat ze nodig hebben om op vakantie te gaan. En dat geldt natuurlijk voor heel veel dingen.

Gek genoeg, verwachten we vaak allerlei vaardigheden van onze kinderen, op moment dat zij de leeftijd van jongere bereikt hebben. We lijken er dan ineens vanuit te gaan, dat Piet al die vaardigheden wel beheerst. Maar als we datgene wat we verwachten van hen, niet ervoor hebben (aan)geleerd, of hen daarvoor niet de ruimte hebben gegeven, om zelf te oefenen, is het voor hen erg moeilijk om dit zomaar uit het niets zelf op te pakken. Dat maakt dat ze het dan alsnog moeten gaan leren, of dat ze het gevoel krijgen in het diepe te worden gegooid. Dat ze er wat onzeker van worden. Niet weten waar te starten. Terwijl als we kinderen de ruimte geven, om van kleins af aan enige verantwoordelijkheid te dragen, ze spelenderwijs leren nadenken en doen. Dit geeft zelfvertrouwen en de moed om door te gaan met taken zelf te doen en te ontdekken over hoe de wereld in elkaar zit.

Maria Montessori zegt hierover: help een kind nooit met een taak, waarvan hij zelf het gevoel heeft dat hij dit succesvol zelf kan doen.

Kauwen op je mouwen

Kauwen op je mouwen

Dagen achter elkaar, wekenlang, maandenlang kauwde onze dochter haar mouwen stuk, en dan met name mouwen van haar shirts en truien. Kennelijk waren die het fijnst, in haar mondgebied. We hebben diverse oplossingen voor het kauwen bedacht, omdat het op een gegeven moment niet handig meer is, om steeds weer nieuwe shirts te moeten kopen.

Op school bleek dat ze zich op die momenten verveelde, of dat het er juist veel te druk was (of ‘’hoge eisen’’) waardoor het kauwen vermeerderde en zij veel op haar mouwen kauwde. Een bijtketting, zoals te koop bij online winkels i.v.m. sensorische informatieverwerking, hielp maar deels. Hij werd en veel af gedaan, en dan weer om, en uiteindelijk gaf het materiaal haar niet helemaal de voldoening in haar mond, die zij prettig vond.

Een alternatief

Uiteindelijk had ze zelf een oplossing bedacht, en dat werd bijten op haar nagels. Wat we ook probeerden, om dit af te laten nemen, niks hielp. Behalve…. rust. Op de momenten dat zij zich rustig voelt, en voldoende ruimte heeft om haar eigen denken en handelen in te zetten, kauwt ze stukken minder. Op momenten dat het erg druk is in de klas, of dat er sociaal allerlei dingen gaande zijn, kauwt ze meer. Nu ze op een leeftijd is, dat ze dit beter begrijpt, en beter begrijpt dat nagels bijten niet zo handig is, pakt ze op die momenten weleens de bijtketting. Ook zoekt ze andere prikkels op, waardoor kauwen minder nodig is.

Wanneer het kauwen uit gewoonte doorgaat, stoppen we haar door herinneren, waardoor ze stopt. Dit werkt op zo’n moment goed. Is er echter iets in de omgeving, waardoor er veel verwerkt moet worden, dan neemt het kauwen bij haar tijdelijk toe.

De kauwtips van ons:

  • Kauwen zorgt voor een balans in de hersenen. Door te kauwen, activeer je gebieden en breng je gebieden tot rust, waardoor je informatie beter kan verwerken. Ook zorgt het voor een prettig gevoel, en voor een betere concentratie. Kauwen op zich, is daarom een goede oplossing. Zoek samen naar geschikte materialen om op te kauwen. Voor de een een bijtketting, bijtstaafje, zeker als je kind erg veel kauwbehoefte heeft. Kijk even welk materiaal, en hoe groot de kauwbehoefte is, om daar je materiaal op aan te passen. Want er zijn diverse sterktes te krijgen, waardoor een kauwstaafje of -ketting langer mee kan als een kind erg veel kauwt
  • Denk ook eens aan andere materialen, zoals een natte washand om op te kauwen, een doekje, zuigen door een rietje (variëren in dikte van dat wat je drinkt: yoghurt, ijsdrank, milkshake etc.), kauwgum kauwen – liefst vrij veel in de mond, etc. Het kan soms voorkomen, dat een kind namelijk niet graag op een kauwketting of -staafje kauwt, maar liever ander materiaal kiest

Om kauwen te voorkomen:

  • Kijk of je de factoren in de omgeving iets aan kunt passen, waardoor het kauwen minder nodig is
  • Kijk of je korte dagelijkse activiteiten kunt inpassen, waardoor de kauwbehoefte minder aanwezig is
  • Als je kind dit begrijpt, praat er dan samen over bv over hoe hij zich voelt, waardoor kauwen ontstaat. Vaak hebben kinderen zelf ook goede oplossingen; hoe meer het een eigen oplossing is, hoe beter het werkt
Grote gevoelens bij jonge kinderen. Hoe ga je daarmee om?

Grote gevoelens bij jonge kinderen. Hoe ga je daarmee om?

Mama! Ik mag niet op de fiets van Maaike, en zij mocht wel op die van mij! Ik wil niet meer met haar spelen!

Zo begon een doodgewone zondagmiddag. Mees was erg beledigd, vooral omdat ze net daarvoor wel de fiets van Maaike droog mocht houden, door op het zadel te gaan zitten, en in opdracht van Maaike. Toen ze eenmaal zat, wilde ze natuurlijk ook wel graag een rondje fietsen. Ze vroeg het, maar dat mocht niet van Maaike, die net blij was met- en trots was op haar vrij nieuwe fiets. Mees liep kwaad weg.

Inmiddels kwam Maaike verhaal halen, over hoe Mees had gedaan, en dat ze er niks van begreep. Ze had toch gewoon nee gezegd? Waarom dan meteen zo boos, en een klap bovendien?

Grote gevoelens bij jonge kinderen. Hoe ga je daarmee om?

Weet je nog, je eigen allereerste spiksplinternieuwe fiets?  Hoe voelde dat? Hoe fietste die?

Misschien herken je dan iets van Maaike haar gevoel. Ze legde uit, dat Mees er volgend jaar best op mocht fietsen, maar op dat moment werd haar dat even teveel.

Mees daarentegen, vond het erg oneerlijk dat zij zo makkelijk deelde, en zelfs voor het zadel van Maaikes’ fiets moest zorgen, en dan niet eens even een rondje mocht fietsen. Ze maakte toch niks stuk?

Na een goed gesprek met beide meiden, met een korte uitleg hoe en wat, gaf ik ze de opdracht er zelf eens over te overleggen. Ze liepen weg. Beiden nog wat aangedaan, en boos.

Zo’n 10 minuten later, waren ze er uit: Mees mocht volgend jaar best een rondje op de fiets van Maaike fietsen. Maaike had Mees vertelt over waarom ze het nu niet wilde. Mees vond het nog steeds wel lastig om de nee te accepteren, maar begreep het beter en accepteerde het antwoord. Huppelend, gingen ze samen richting speelplaats om daar verder te spelen met elkaar. Ze fietsten nog heel wat rondjes achter elkaar aan.

De vier tips:

  • Luister wat er aan de hand is, bij beide kinderen
  • Geef ze opdracht samen op te lossen
  • Wacht af, en ze hebben een antwoord
  • Laat je eigen verhaal en eigen oplossingen los
Als een kind iets niet wil!

Als een kind iets niet wil!

‘’Ik wil niet naar zwemles!’’, roept mijn oudste verontwaardigd uit. Het gegil wordt luider en luider. Ik vraag haar of ze door wil gillen, of dat we er gewoon over kunnen praten. Gillen is nog niet over, dus verwijder ik me uit de ruimte voor mijn eigen rust. Ze wil meelopen, en blijft dan toch gillen op de plek waar ze is.

Ik pak rustig de zwemspullen, want geen haar op mijn hoofd die twijfelt over zwemles. Ook al is in de hitte zitten nu niet bepaald mijn hobby, sommige dingen horen erbij.

Dus kom ik beneden. Zwemtas gepakt, spullen erin, ja zelfs de waterschoentjes en sokken. Weg dochter. Weg. En waar ik ook roep en zoek, nergens te vinden….. grrrrr. Ik voel mezelf licht geïrriteerd raken, maar moet er ook wel een beetje om grinniken. Ik voel de lichtheid in mezelf terugkomen.

Ik loop nogmaals het huis door, nu begint papa ook mee te zoeken, en ja hoor, ze had zich onder het bed van haar zus verstopt.

Ik benoem wat mopperig wat ik ervan vind, we stappen in de auto en moeten vlot zijn, maar ik besluit me niet te haasten. Rij rustig die kant op, we praten erover. Dochter: maar ik wil echt niet naar zwemles. En wil je dan zeggen dat ik niet door het gat wil? Ja, ik wil dat best zeggen, maar benoem er ook bij, dat ze dan nog steeds naar zwemles zal moeten gaan, als ze richting een diploma wil.

We praten verder, over andere dingen nu en dan zegt ze grijnzend, met een blik naar mij: mama, als ik dan weer verstop he, voor zwemles, dan weet je nu waar je me moet zoeken! Twee ondeugende ogen kijken me aan. Ik schiet in de lach.

Op het zwembad, weigert ze te douchen. Ik vind het best, benoem wel wat de juf erover kan zeggen, en dan gaan we richting bad. Ik benoem dat ik wel ga vertellen, waarom we laat zijn. Ik noem nog even waarom er wel gedoucht wordt, en laat het bij haar.

Ik loop richting de coördinator. Geef hem korte uitleg over het te laat zijn. Hij begint te grijnzen, en zal haar wel eventjes vragen hoe het komt dat ze te laat is.

Ook mag ze het vertellen, tegen de hoofdzwemjuf na de les. Die vertelt dat ze het jammer vindt om te horen, want het gaat juist zo heerlijk goed, dat zwemmen. Ik zie haar ontspannen. Een lachje.

Ronald, de coördinator komt na de les nog even bij ons staan. Nou?! Vraagt hij. Wat vond je er zelf van? Ging goed, he? Ik vertel wat ik ervan vond, en hoe mooi ze inderdaad zwom, hoe verrast ik was van bepaalde kunsten.

En zelf vertelde ze er ook van dat het wel goed ging, maar ze vooral zin had in het stukje spelen nadien.

In de auto terug, geeft ze aan dat ze nog steeds niet naar zwemles wil. Maar, dat ik haar toch wel mag opzoeken, zodat we de volgende keer wel op tijd zijn.

De reden om er toch op in te gaan, is: ik leer haar, waarom we op tijd proberen te zijn. En ik leer haar, wat andere mensen ervan vinden, maar vooral het ”waarom”… zij kiest dan of zij erin meekan, ja of nee. En leert zo, dat het toch best een aardig idee is, om je zo af en toe te schikken in tijdsplannen of regels.

Op het moment van schrijven, gaan we lekker twee keer dit weekend. Want hoe vaker je oefent, hoe vlotter het klaar is. Zij bepaalde het tijdstip vandaag (ochtend of middag), en ik bepaalde dat ze ging.

‘’Is goed, mama. Als ik dan eerst nog even lekker mag spelen.’’ En dat is natuurlijk, geen enkel probleem. 

Na een paar weken, blijkt zwemles geen enkel probleem meer te zijn. Ze begint enthousiast te vertellen, over wat ze gedaan heeft en wat er al dan niet lukte. Ze gaat er met plezier naartoe, nu ze beter begrijpt waarom, wat en hoe en weet dat dit een van die dingen is, die erbij hoort. Maar waar ook een einde aan zit, als je het eenmaal kunt.