**//sticky ads code//**

Moederdag

Moederdag ligt in ’t verschiet en ineens denk ik met enige weemoed terug aan alle zelf geplakte, geknipte, gevouwen, gevlochten of beschilderde cadeaus waar mijn kinderen vroeger vol trots mee thuis kwam van school.

Een beschilderde dakpan, een beschilderde bloempot compleet met plantje, noem het maar op, ik heb het allemaal gehad, maar een kado sprong er toch wel heel erg uit. Dat kwam van dochterlief die in de Tina waar zij destijds lid van was een moederdagtip ontdekte die in de praktijk diende te worden gebracht teneinde mij de moederdag van het jaar te geven: Ontbijt in Bad. Nu was er een klein probleempje: wij hadden en hebben nog steeds: geen bad. Wat we wel hadden was een zwarte ronde kunststof cementbak die door de kinderen als poedelplaats kon worden gebruikt bij gebrek aan beter. Een bak waar de kinderen dan wel in konden rond spetteren maar die voor mij toch iets krapper…
Geen punt voor dochterlief die de bak die zondag vulde, rozenblaadjes op het water strooide en mij te kennen gaf dat ik erin mocht plaatsnemen, dan ging zij het ontbijt even halen beneden.
Even later zat ik (na me voorzichtig in het water te hebben laten zakken, waarbij de helft inclusief rozenblaadjes al over de rand gulpten) met opgetrokken knieën waarop een dienblad met eigengemaakte moederdag ontbijt balanceerde, klemvast in mijn cementbak te genieten van het gekookte eitje, de ietwat donkerbruin geroosterde boterham en het glas jus d’ orange terwijl dochterlief trots en manlief schaterend toekeken vanuit de deuropening.
Moederdag. Misschien is het inderdaad commerciële onzin, maar het levert wel leuke herinneringen op.

We hebben geen haast…

We stonden in een hebbedingenwinkeltje voor kinderen vol met van alles en nog wat en bovendien naast de kassa een soort van enorm kaartenmolen achtig ding met bakken waarin allerlei plastic miniaturen lagen.

Van ridders met wapperende capes, met of zonder steigerend ros onder de plastic bipsjes, vuuspuwende draken in allerlei kleuren en eenhoorns met weelderige manen en dito staarten, tot elfjes met libelle- of vlindervleugeltjes in lichtroze jurkjes en schattige snoetjes en prinsesjes met lange blonde haren en bolle jurkjes die eruit zagen als taartjes.

Bij de molen stonden twee broertjes van een jaar of vier, vijf die iets mochten uitzoeken van hun vader, die de molen uitnodigend ronddraaide voor hun vier nieuwsgierige oogjes. Broertje nr 1 had al snel een keuze gemaakt en hield een stoer riddertje met een lansje in de aanslag op een even zo stoer zwart hengstje omhoog. Broertje nr 2 had wat meer tijd nodig en liet de inhoud van verschillende bakken een paar keer langzaam voorbij draaien. Toen hij zijn keuze uiteindelijk gemaakt had kwam de vader, die een plichtmatig rondje door de winkel had gelopen, net weer aangelopen, zijn portemonnee al in de aanslag.
‘ En heb je al iets uitgekozen? ‘ vroeg hij.
Het jongetje hield een met een verheugde glimlach één van de roze sprookjesprinsesjes omhoog.
De vader knikte langzaam. Ik had het idee dat hij een keer slikte. Toen zei hij bemoedigend: ‘ Kijk anders nog maar een keertje rustig rond. We hebben geen haast… ‘

“Wat zeg je dan

Dochterlief was een prutske van een jaar of tweeënhalf en nog in de leeftijd van plakjes worst bij de slager en een krentenbolletje bij de bakkerskraam op de markt. ‘Wat zeg je dan?’ En zij keurig geprogrammeerd als ze was: ‘Dank je wel.’
Op een dag waren we op bezoek bij mijn grootmoeder, die eigenlijk al te oud was om oma te zijn, maar niettemin gek op kinderen, al kon dat alleen nog maar vanaf haar stoel.
Dochterlief, in een plotselinge dwarse bui, want moe, of alvast aan het oefenen voor de peuterpuberteit, zette haar oostindische oortjes op en was niet van plan die af te zetten, ook niet voor mijn grootmoeder. Een optreden van mijn kant was dus nodig en ik boog me over haar heen om haar eens hartig toe te spreken, waarbij ik mijn betoog besloot met de woorden: ‘ En zeg maar eens even sorry tegen oma. ‘
Met schuin gehouden kopje keek ze van mij naar mijn grootmoeder, haar kaken stijf op elkaar, haar kleine kin koppig vooruit.
‘Nou?’ drong ik aan. ‘Wat zeg je dan?’
En zij: ‘Dank je wel

Slapen gaan

Het is kwart over zeven. De zoon van zes en de dochter van drie, staan fris gedoucht en schoon gepoetst klaar om naar bed te gaan. Vanavond hebben ze eenstemmig besloten niet hun eigen, maar ons bed te gebruiken, als springplank naar dromenland.

Ik vind het goed en dus worden knuffels, boekjes, plus het cd spelertje van de oudste, met daarin een sprookjes-cd voor nog meer sluimergenot, richting de grote slaapkamer versleept. Dan dient probleem numero één zich aan: wie gaat waar liggen? Beiden hebben de voorkeur voor ‘mama’s kant’. Er wordt wat heen en weer gekibbeld en voordat ik mijn mond open heb kunnen doen, is het al te laat. De dochter van drie zet haar scherpe tandjes in de arm van haar broer, om haar ‘slaapkantkeuze’, kracht bij te zetten. De zoon wiens adrenaline naar het hoogtepunt stijgt, na de onplezierige sensatie van twee rijen melktanden in zijn biceps, begint wat karate- en elleboogstoten uit te delen en ik kan slechts door razendsnelle actie voorkomen dat beide partijen al te gehavend uit de strijd komen. Ik dreig ze nu, dat ze ons felbegeerde lits-jumeaux op hun buik kunnen schrijven, als ze zo doorgaan en op slag wordt het rustiger.

Maar een volgend probleem staat alweer voor de deur:

Dochterlief vraagt zich af waar haar speentje is. Stampertje, haar knuffel heeft ze wel, maar het op twee na belangrijkste slaapattribuut blijkt ineens spoorloos verdwenen te zijn. Ik maan een ieder om mee te zoeken, maar de dochter heeft op haar jonge leefijd al een uitgekookte gemakzucht ontwikkeld. Met als gevolg dat zoonlief en ik als Sherlock Holmes en Watson het hele huis afspeuren, terwijl dochterlief prinsheerlijk ligt te wachten tot het ding weer boven water is. Eindelijk klinkt het verlossende woord. Zoonlief heeft het verloren voorwerp gevonden. Heeft de jongste haar speen weer in bezit, dan blijkt haar eisenpakket groter dan ze zelf is: Haar flesje moet gevuld en de dame schroomt er zelfs niet voor haar keuze: ‘limonade graag’, kenbaar te maken. Maar daar trapt moeder niet in en ik overhandig haar een flesje waarin, een mengsel van half melk, half water. Gaat ze protesteren? Nee, dit keer gelukkig niet. Een zucht van verlichting ontsnapt mij, want haar klaagzangen draait ze meestal af op volume tien en ze heeft een stem als een trompet. Het begint er eindelijk op te lijken dat het spul klaar is voor de komst van Klaas Vaak. Ik deel kusjes uit, waarbij ik hen, om het bed heenlopend van de een naar de ander, beurtelings hun deel geef. Als ik na vier rondjes op het punt sta om het licht uit te doen, herinnert zoonlief zich plotseling uiterst interessante en spannende gebeurtenissen, die op school zijn voorgevallen. Natuurlijk moeten die nu per se verteld worden. Ik luister met een hand aan de deurknop. De minuten rijgen zich aaneen. Dan is het verhaal uit. ‘Leuk hoor.’ Knik ik. ‘Nou, welterusten dan maar.’ Mijn tweede poging wordt ruw de bodem ingeslagen: ‘Mag ik nog wat water?’ De oudste. En: ‘Ik wil nog een kusje!’ De jongste. Ik sla mijn ogen in wanhoop ten hemel, haal zuchtend het gevraagde, geef de jongste haar zoveelste kus. Maar zoonlief, bang dat hij benadeeld wordt, eist ook nog een kusje en voor ik het weet, loop ik weer een aantal rondjes om het bed. ‘Zo en nu gaan we echt slapen.’ besluit ik ferm wanneer ik merk dat ik er weer ingetrapt ben. Ik klik het licht uit. ‘Slaap lekker mam.’ roepen ze zoet in koor. De deur gaat op een kier, ik luister nog even. Het blijft stil. Ik sjok naar de huiskamer en werp een blik op de klok. Kwart voor acht. Ik heb tien jaar geleefd.

Gênant

We reden met de trein van A naar B, dochterlief en ik en zij was nog in de leeftijd van: door het gangpad hollen, ik wil bij het raam, railrunners en tasjes vol knutselspullen mee. Aangezien ik dientengevolge ook een jaar vijftien jonger was konden we samen doorgaan voor die hippe jonge moeder, die er nog best mocht zijn en haar schattige dochtertje met als enig minpuntje een stem als een trompet.
Aan de andere kant van het gangpad zaten drie zeer smakelijk uitziende militairen, waarbij vooral de uniformen en dito petten, in mijn ogen extra punten scoorden.
Dochterlief zat met haar kleine neus tegen het raam geplakt en riep dat ze koeien zag, molens, schapen, een kerktoren en ik probeerde zowel geïnteresseerd als bevallig met haar mee te kijken, je wist immers maar nooit of het drietal aan de andere kant van het gangpad net mijn kant opkeek ( en ik had zelfs het idee dat ze dat al een paar keer gedaan hadden, jawel) en het uitzicht moest toch wel goed zijn vond ik.
Na een tijdje was het naar buiten kijken gedaan en ging ze op mijn schoot zitten. Ze keek me aan met twinkelende oogjes. Ineens legde ze haar kleine handjes tegen mijn wangen en bracht haar gezichtje nog dichter naar het mijne, zo dicht zelfs dat ze aan het loensen sloeg.
Dit schattige plaatje moest er voor een buitenstaander (en dan met name het drietal aan de andere kant) toch wel heel vertederend uitzien, bedacht ik mij en het enige dat nu nog ontbrak was iets in de trant van: mama jij bent de allerliefste.
En ja hoor, het leek wel of ze het aanvoelde want plotseling lachte ze me stralend toe en zei: ‘Mama…’
Ik knikte haar bemoedigend toe. ‘Ja?’
Waarop haar trompetstem door de coupé schalde: ‘Je hebt een snor!’

 

Suzette Boyer

Suzette Boyer

Suzette Boyer is geboren op 29 april 1965, ze is getrouwd en heeft twee kinderen. Al van jongs af aan houd ze van verhalen bedenken . Op school vond ze opstellen schrijven het leukst en dan liefst over avonturen die ze eigenlijk zelf wel wilde beleven.Toen de kinderen kleiner waren las Suzette  graag voor of bedacht verhaaltjes tijdens lange vervelende autoritten of verplichte wandelingen, om dingen als: ik wil een ijsje’‘ik heb pijn in mijn voeten‘, ‘ben moehoe’ en ‘mama, hij/ zij doet vervelend’ voor te blijven. Niet altijd met succes overigens.

Suzette heeft inmiddels al heel wat verhalen, stukjes, rijmpjes en zelfs een hele musical inclusief liedjesteksten geschreven.
In 2010 kwam haar eerste boek Kerstklaas uit en in 2013 en 2014 de eerste twee delen van een avonturenreeks: Het Goud van de Navajo en Mammoets in het IJS.