**//sticky ads code//**

Verjaardagstress

Elke jaar weer die stress. Een kleine maand voordat het kind jarig is, schiet ik erin. De keuzes die gemaakt moeten worden, de spullen, de datums. Verjaardagstress!

Er moet worden uitgedeeld op school en, op donderdag jarig dit jaar, ook op ballet. Haastig struin ik Pinterest af op zoek naar leuke ideeën. Maar de eisen die ik stel maken het er niet makkelijker op: gezond, niet duur en vooral eenvoudig. Dochterlief heeft zo haar eigen wensen. Meestal iets met verse aardbeien. Kom daar maar eens om half februari.

Dan haar partijtje. Op woensdag of liever op zaterdag? Gewoon thuis ouderwets koekhappen en spelletjes doen, zoals voorgaande jaren? Of naar de Paardenkamp (wie is er bang voor paarden?), het zwembad (heeft iedereen een diploma?) of toch maar iets creatiefs in één of ander atelier?

Dan de familie. Wie en wanneer? Bak ik taart of laat ik er een maken? Zouden de opa’s en oma’s gezamenlijk een duur cadeau willen aanschaffen? Wat vragen we aan de andere gasten? Niet nóg meer knuffeltjes en prullaria graag.

stressed-womanWat geven wij zelf eigenlijk? Na Sinterklaas en Kerst is mijn cadeau-ideeënstroom wel een beetje opgedroogd. Oké, dit jaar mag ze dan ein-de-lijk oorbellen. Maar één klein cadeautje vind ik ook wat treurig. Haar verlanglijstje is verder niet heel reëel: naast de Lego Friends Cruiser (€ 60) wil ze de Lego Friends Toerbus (€ 50), een Spacescooter (vanaf € 100) en nog wat van dien aard.

Maar weet je, naast alle stress heb ik er ook gewoon heel veel zin in. Mijn baby van weleer wordt zeven. Ik kan niet wachten om haar stralende gezichtje (mét enorm fietsenrek dit jaar) te zien als ze beneden komt en alle slingers en ballonnen ziet hangen. Om haar de cadeaus te zien openscheuren. Om haar naar school te brengen met een mand vol kleurige traktaties. En om haar zeven vriendinnen na het partijtje weer naar huis te brengen en de rust in mijn huis te ervaren. Daarna heb ik elf maanden om me weer op te laden.

“Verjaardagstress valt in het niet, als je verjaardagpretogen ziet”

Stroopwafels bij het graf

Afgelopen zomer bleek één van mijn katten een slechte nierfunctie te hebben. Hij was toen net 12. Vorige week ging het plotseling erg slecht. Hij at niet meer, was wankel op zijn benen en keek waterig uit zijn ogen. Een driedaagse kuur om de uitdroging tegen te gaan sloeg niet aan.

Nou ben ik nogal verknocht aan mijn katten, dus ik zag het met lede ogen aan. Ik wist dat hij niet lang meer had maar ik was nog geenszins bereid hem te laten gaan. Toch hakte ik uiteindelijk dinsdag, huilend, de knoop door. Donderdagochtend zou de dierenarts komen om hem in te laten slapen. Woensdag was gelet op zijn gezondheid beter maar mijn oudste dochter had juist die dag twee balletvoorstellingen.

’s Avonds, tijdens het avondeten, vertelde ik het haar. Dat ze wist dat Timo al langer ziek was, dat ze wist dat we vorige week nog hadden geprobeerd hem wat op te lappen, maar dat Timo nu zo veel pijn had dat het leven een te zware last voor hem was geworden. Ik hield het niet droog toen ik het haar vertelde. Met haar grote ronde ogen keek ze me aan. Ze was boos, en vroeg waarom ik het haar niet eerder had verteld. “Ik weet het ook pas vanaf vandaag”, huilde ik.

Die avond, en de volgende avond, sliep Minke bij mij in bed. Op het voeteneinde lag, op een dikke deken, de kat. Op donderdag hield ik Minke thuis. Ik had haar namelijk gevraagd of zij er bij wilde zijn als hij stierf en zij wilde dat. Daarna zouden we hem begraven in de tuin van het huis waar ik ooit met hem woonde.

Toen de dierenarts kwam wilde ze het zetten van de prik niet zien. Timo hield vast aan het leven en bleef nog lang ademen. Ik riep haar er weer bij, en samen hebben we hem geaaid, tot hij uiteindelijk stierf. Ik legde hem in de doos waar zij de door haarzelf uitgekozen handdoek had ingelegd. Zij vouwde de deken dicht.

Toen we allemaal klaar waren om te vertrekken zette ik de doos met Timo erin op de voorstoel van de auto. O, wat had hij altijd een hekel aan autorijden. Hard miauwend en krabbelend aan de reismand, hijgend als een oude herdershond liet hij zich vervoeren. Nu lag hij stilletjes naast mij.

Vanaf de achterbank hoorde ik een redelijk opgewekte kinderstem precies dat zeggen wat ik dacht:

“Hij krijst tenminste niet meer zo.”

Opgelucht en met een eerste lachje reed ik weg. In de tuin van mijn oom en tante vonden we de juiste plek. Mijn oom groef een kuil, ik legde Timo erin en Minke gaf hem nog een speelgoedmuisje mee. Daarna legden we er nog twee platte stenen op. Binnen aten we voldaan een stroopwafel.

Aanrader om te lezen:
Dat is heel wat voor een kat, door Judith Viorst en Fleur van der Weel

Oma’s lot

De vrouw naast mij op het terras is overduidelijk oud maar heeft daar nog helemaal geen zin in. Zwaar gerimpeld maar deftig opgemaakt zit ze met haar kleindochter en achterkleindochter aan het kleine tafeltje. Ze gaan lunchen. De achterkleindochter kirt in haar wandelwagen als zij alvast een boterham krijgt.

Ook mijn dochter had een overgrootmoeder. Wel gerimpeld maar niet deftig opgemaakt. De laatste jaren zag ik mijn oma niet meer zo vaak.

Juist toen ik in Amsterdam ging studeren verhuisden mijn grootouders van hun statige grachtenpand met de eindeloze trappen naar een eenvoudige eengezinswoning in Almere. Een zuurstofapparaat stond naast opa’s bed. Ik was ontroostbaar toen hij stierf.

Ik kreeg een baan en vestigde me in Amersfoort. Ik werkte hard en was zoekend naar wie ik wilde zijn. Mijn oma woonde alleen in het huis in de Kruidenwijk, tot het niet meer ging. Er werd omgekeken naar een andere woning. De keuze viel op een verzorgingsflat in Amsterdam Slotermeer. Het huis in Almere moest leeg. Ik kreeg opa’s stoel.

Toen kwam de vaste verkering en ik ging samenwonen. We werkten en deden leuke dingen. Oma werd vergeetachtiger. Ze brak haar heup. Ik was 8 maanden in verwachting en was bang dat ze mijn dochter nooit zou ontmoeten. Maar ze knapte op en met vier generaties gingen we op de foto. Oma. Papa. Ik en mijn baby. Oma zat op opa’s stoel.

Als werkende moeder had ik een hectisch leven. Oma verhuisde opnieuw. Ze had meer verzorging nodig. Moest aan de hand genomen worden. Slechts af en toe kwam ik langs. Altijd nam ik haar achterkleinkind mee. Dan hadden we tenminste iets om over te praten, om naar te kijken.

Toen mijn dochter anderhalf was, stierf mijn oma.

Nu kijk ik met weemoed naar mijn dochtertjes met hun eigen oma’s. Wat hebben zij een plezier samen en liefde voor elkaar. Ze knuffelen, spelen eindeloos en genieten van logeerpartijen. Ooit groeien ook zij uit elkaar. Zullen hun oma’s teleurgesteld zijn, en bedroefd? Of accepteren ze het, omdat zij het eerder zagen: bij zichzelf, bij hun kinderen? En wat als ik zelf oma word – denk ik dan terug aan mijn eigen grootmoeder?

Voor mijn gemoedsrust hoop ik dat ik me verzoen met hoe het waarschijnlijk al generatie ging en nog generaties zal gaan.

beeld: Instagram Nicolette

BOOM ROOS VIS

Mijn oudste dochter is maandag gestart in groep 3. Om de hooggespannen verwachtingen van de kinderen (lezen en schrijven!) tegemoet te komen, leerde de juf haar klas schrijven. Eén klein woordje. In schrijfletters, zoals mijn dochter mij haarfijn wist uit te leggen. “Geef me maar een potlood en papier”, sprak zij monter. Even later keek ik verbaasd naar dat kleine woordje met de nog wat houterige letters. Daar stond het.

IK

Mijn gedachten dwaalden af naar mijn lagere school. De eerste klas, bij juf Kok. Ik zag een zandtafel, grijze letterbakken met minuscule plaatjes met groen-gelige letters die er zo nu en dan allemaal uit vielen. Ik zag mijn oma voorbij lopen op woensdagmiddag. Ik zag het kleine plein met het muurtje. Maar vooral zag ik de vierkante bordjes voor de ramen hangen met daarop afbeeldingen en het woord eronder.

BOOM ROOS VIS

Ik ging op onderzoek uit en appte een vriend. Hij is rond de vijftig. Wat was zijn eerste woord? Hij antwoordde direct: AN. MOE. En de volzin: AN EN MOE. Mijn vader, halverwege de zestig, wist het niet meer. Ik vermoed dat het AAP NOOT MIES was.

aapnootmies1Dus opa begon met een dier. Een enigszins exotisch exemplaar, maar toch. Daarna gingen we naar het meisje An en haar moeder. De focus op het gezin. Begin jaren tachtig leerde ikzelf over de natuur om me heen, dichtbij genoeg voor een zesjarige. Maar nu, anno 2015? De focus op de eigen persoon.

Wilde ideeën over veranderingen in de maatschappij schoten door mijn hoofd. Waar moet het heen met de wereld? Niemand denkt meer aan een ander, maar is egocentrisch. Vanaf dag één. Waar vroeger dieren en de nabije natuur centraal stonden, draait het nu al bij de jongste leerlingen om zichzelf. Dat wordt natuurlijk nooit wat met die participatiemaatschappij op deze manier. Het schoolsysteem moet onze kinderen toch leren wat écht belangrijk is? Voorbereiden op een leven met anderen, met respect voor flora en fauna! Terwijl de gedachten over elkaar heen tuimelden zocht ik op welk woord mijn dochter hierna zou leren. Het was snel gevonden.

MAAN ROOS VIS SOK

Opgelucht haalde ik adem. Het komt toch nog goed met deze nieuwe generatie.

Opvoeden: een vak apart

Opvoeden: een vak apart

Vorig jaar volgde ik een training door een communicatiespecialist. Terloops vertelde hij dat hij en zijn vrouw wel eens een pedagoog bezochten, om weer even scherp te zijn bij het opvoeden. Het verbaasde me. Hij leek me nogal zeker van zichzelf, en daarbij de rust zelve. Waarom zou hij hulp nodig hebben? Het zette me aan het denken. Mijn oudste dochter en ik kunnen namelijk flink ruzie hebben. Ik voel me daarbij heel machteloos en verdrietig. Ik heb het idee dan alle aansluiting met haar te missen. Het voelt alsof ik faal.

Tijdens een periode met veel ruzie met gesmijt van deuren als dieptepunt, hakte ik de knoop door. Ik wilde grip hebben om de situatie dus maakte ik een afspraak bij een pedagoog.
Samen met mijn man verscheen ik op het eerste consult. Ik spuide mijn onzekerheden en verdriet. Ik huilde. Soms zei mijn man ook iets. Het was de pedagoog al snel duidelijk dat ik degene was die hulp nodig had, dus gisteren zat ik er in mijn eentje. Waar het over ging? Uiteraard: over mij. Mijn eigen opvoeding, zelfbeeld en ideeën over wat goed opvoeden is.

Nou ben ik niet onbekend met psychologenbezoek, maar dit was anders. Hoewel het wéér over mij ging, raakte het nu iets veel belangrijkers: de relatie met mijn dochter en háár geluk.
Ik durfde nu wel na te denken en te praten over mijn eigen jeugd. Het drong tot me door hoezeer ik mijn eigen opvoeding meeneem in mijn opvoedstijl. Daar heb ik last van. De pedagoog zei dat dat mag. Dat ik daarmee niet mijn ouders tekort doe. Ze raadde me aan een boek te lezen: ‘Oplossingsgericht opvoeden’. Het leert je te focussen op al aanwezige kwaliteiten en het benadrukken van positieve gebeurtenissen. In plaats van te kijken naar obstakels word je gestimuleerd om te denken in mogelijkheden. Het zal een andere mindset vergen en ik zal moeten leren dat een aantal in mijn brein verankerde ideeën over opvoeden niet per se waar is.

Ik probeer nu beter te luisteren naar wat mijn kind mij vraagt en te achterhalen waar haar behoefte ligt. Wat kan ik doen om haar tegemoet te komen? Ik blijf daarbij wel grenzen stellen. Dus ja, ze mag nog voor het slapen met de Kapla spelen, maar ik doe niet mee. Wel kom ik kijken als het klaar is en daarna moet ze ook echt gaan slapen. Een te autoritaire aanpak (“Nee, je mag niet meer spelen en moet nu gaan slapen”) werkt niet voor haar en ook niet voor mij.

Al na twee gesprekken en drie hoofdstukken zie ik mijn taak als opvoeder van een gezellig, grappig, lief, zeer intelligent en ook koppig kind een stuk rooskleuriger tegemoet. Na een nogal tegenvallende meivakantie heb ik nu echt zin in de zomervakantie met mijn kleuter, en die jaren daarna komen ook wel goed.

http://oplossingsgerichtopvoeden.nl/

[bol_product_links block_id=”bol_558d15feefbb6_selected-products” products=”9200000009086994″ name=”blog” sub_id=”” link_color=”003399″ subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”009900″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]

Tijd-voor-mij

Als moeder van een bijna groep-3-er die al heel zelfstandig is, en een dreumes die echt nog aandacht opslokt, moet ik dikwijls schakelen tussen ‘tijd-voor-mij’ en ‘absoluut-geen-tijd-voor-mij’. Zo ook gisteren.
Ik stond braaf om half 1 op het schoolplein om mijn dochter op te halen. Zij wilde graag afspreken en ik zag haar speuren naar een speelkameraadje. Het werd P. en ze gingen bij P. spelen. Dus met evenveel kinderen als ik kwam, ging ik ook weer weg, namelijk één dreumes op mijn heup. Nu wil het feit dat die dreumes al dagen aan mij hangt. En wat er ook hangt, maar dan aan haar kin, is een druppel. Kwijlend, knarsetandend, huilend en kauwend op haar speen slijt zij haar dagen. Pijn in haar mond en kiezen die maar niet komen. Na een lunch die voor haar bestond uit één flesje koude melk, bracht ik haar naar bed. Zo, twee uur ‘tijd-voor-mij’. En die ging ik vullen met het schuren en in de beits zetten van mijn tuinstoeltjes. Want op mijn kont zitten en een boek lezen, dat vind ik dan toch zonde van mijn schaarse vrije tijd. Maar eerst moest ik nog wat rommelen in mijn keuken, praten met de buurvrouw en opruimen van speelgoed. Daarna borstelde ik de stoeltjes schoon en ging ik schuurpapier pakken. Maar, hoorde ik daar iemand huilen? Omdat mijn meisje zo schor is, moest ik echt naar haar slaapkamerdeur om bevestigd te krijgen dat zij inderdaad lag te jammeren. Dus ging ik naar binnen, en daar lag zij: bezweet hoofdje, betraand gezichtje. Ik pakte haar op, nam haar bij me. Pas toen ik haar naast mij op het grote bed legde kalmeerde zij, en viel warempel weer in slaap. Midden op mijn bed. Ik kon geen kant op, want ik wilde niet het risico lopen dat zij van het bed zou rollen.
In mijn geestesoog zag ik de twee tuinstoelen staan. Wachtend op een schuurbeurt en een kwast met beits. Ik overwoog haar toch maar alleen op het bed te laten. De stoeltjes schreeuwden gewoon mijn naam. Maar ik ging niet. Ik legde me letterlijk bij mijn lot neer en vleide mijn lichaam naast het zachtjes ademende lijfje van mijn jongste dochter. Die stoeltjes wachten maar even. Dat doen ze immers al 10 jaar. Ik moet leren dat uitrusten met je kindje ook ‘tijd-voor-mij’ is, hoe lastig ik dat ook vind. Maar het lukte en met een uitgerust en daardoor gezellig kind vervolgde ik een uur later mijn dag.

De stoeltjes roepen nog steeds, maar al iets minder hard.