**//sticky ads code//**

Ouders flippen

Hebben jullie hem ook al een keer te logeren gehad? Flip de Beer. Het lijkt er onschuldig als je zoontje of dochtertje thuis komt met ene Flip de Beer. Je zou natuurlijk zeggen: “Wie kent hem niet?”. Zo alom bekend in onderwijsland dankzij zijn optreden in Koekeloere. Logeerbeer Flip heeft al een aardige reputatie opgebouwd tijdens zijn logeerpartijen.

Onderzoek

In het deftige Groot- Brittannië heeft men zelfs onderzoek gedaan naar de bijverschijnselen van een logeerpartij bij allerlei kleuters en hun ouders. Heel bijzonder is wel dat het nogal veel stress geeft vanwege de competitiedrang, die het veroorzaakt bij de gastouders. Veel ouders willen namelijk niet onderdoen voor de voorgaande gastouders van Flip de Beer. Alles wordt tijdens zo’n logeerpartij genoteerd in een schriftje, zodat iedereen kan lezen wat Flip het  weekend ervoor heeft gedaan. Maar ook kan de juffrouw van de kleuters hierdoor een aardig beeld krijgen van wat er allemaal gebeurt in de gezinnen van haar kinderen. Maar of dat nou de bedoeling is?

Doel

Flip de Beer heeft op zich een keurig doel. Doordat de kleuter hem enige dagen verzorgt en meeneemt kan het kind zich oriënteren op zichzelf en op de wereld. Althans dat stellen de bedenkers van deze knuffel. Hieraan gekoppeld hoort natuurlijk het tv-programma van Koekeloere, waarin Flip regelmatig van alles meemaakt. Zo gaat hij naar de dokter, voert hij eendjes, speelt hij winkeltje, trekt een jeep uit de modder en gaat hij naar de bieb. Ja, wat dat betreft is het een hele slimme beer (daarom ook de uitdrukking berenslim). Zelf ben ik toch wel een beetje sceptisch. Want waarom zou een speelgoedbeest naar een dokter of winkel gaan? Mijn knuffel konijn ging vroeger nooit naar de dierenarts, de speeltuin of uit logeren bij een vriendje. Ik heb hem wel eens aan een totempaal vastgebonden, toen ik cowboy en indiaantje speelde met m’n vriendjes.

Problemen 

Dat Flip de Beer problemen en stress veroorzaakt bij menig ouder blijkt wel uit eerder genoemd onderzoek. Zelfs in een gerenommeerd blad als HP-De Tijd wordt aandacht aan dit fenomeen besteed. Na een beetje googlen kom je veel meer te weten over Flip de Beer. Op diverse fora wordt geklaagd over deze schijnbaar aardige pluche vriend.
Een ouder zuchtte opgelucht: “ik krijg een logé, Flip de Beer. Gelukkig is het geen grote eter.”
Een ander: “Als ’t pakjesavond zou zijn, dan zou ik ‘m verloten, wat een engerd.”
“Mijn dochtertje heeft er van genoten. We zijn naar de Mac geweest en beiden genoten van hun Happy Meal”, gaf weer een andere ouder aan.
Een vierde moeder kon dat beamen: “We zijn met Flip naar Disneyland Parijs geweest. Och, wat hebben dat beertje en mijn zoontje genoten. Elke keer drong Flip aan om nog een keer in de wildwaterbaan te gaan. Dat heeft ons heel wat gekost.”

Flip zelf

Al deze verhalen verbaasden me toch wel. Ik had altijd gedacht dat Flip de Beer weliswaar een bekend, maar onschuldig fenomeen was. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en ging bij Flip de Beer op bezoek. Overigens was zijn adres moeilijk te achterhalen. Uiteindelijk trof ik hem op een rustige woensdagmiddag aan in een verlaten lokaal in de poppenhoek tussen allerlei andere metgezellen, zoals Knabbel het Konijn, Otje de Okapi en Dikkie Dik. Toen ze mij hoorden, legden ze snel hun pokerkaarten neer en vroeg Dikkie Dik: “Zo, pensionado, wat kom jij hier doen?”
Een beetje beteuterd antwoordde ik, dat ik voor Flip kwam.
Flip keek op en zei: “’t Is goed, jongens. Hij komt voor mij, hij gaat me namelijk interviewen voor Compassie.”
“Welke Bassie?”, vroeg Otje de Okapi.
“Nee, voor mij”, reageerde Flip alert, “Kom, dan gaan we daar even zitten.”
Flip trok z’n das recht en nam plaats op de stoel van zijn juf.
Al snel waren we in een goed gesprek verwikkeld. Flip praatte honderduit. U begrijpt natuurlijk wel, dat ik in verband met de privacy niet te diep in kan gaan op alles wat ik hoorde. Maar enkele details wil ik toch wel prijsgeven.
Zo stoort Flip zich behoorlijk aan het overdreven geknuffel door bepaalde kinderen, vooral die erg verkouden zijn.
“Het gaat zo plakken in m’n vacht”, zei Flip aan, terwijl hij een vies gezicht trok.
“En al dat gesleep naar de Efteling, Plopsaland, Bobbejaanland of Kabouterland is zelfs voor een beer teveel op één dag.” 
“Ze houden er geen eens rekening mee, dat ik vier maand met winterslaap moet”, reageerde hij fel.
Flip bleef door gaan: “En wat je soms te eten krijgt. Dat is vaak echt niet te pruimen. Nee, het wordt tijd dat men een andere zool zoekt voor deze logeerpartijen, ik heb er geen zin meer an.”
Abrupt stond hij op, smeet z’n rugzak in de hoek van de klas en ging weer naar zijn kornuiten om onder het genot van een pilsje nog een potje poker te spelen.
Ik wenste hen nog een fijne dag en ging met het verkregen materiaal naar huis om er een artikel van te schrijven.

Tenslotte

Terwijl ik naar huis fietste, zonder Flip natuurlijk, bleven mijn gedachten wel bij hem. Je zult maar zo’n beer zijn en overal naar toe gesleept worden en van alles zien, zelfs wat je niet wil zien. Daarnaast vond ik de verplichting dat alle kinderen Flip een weekend mee naar huis moeten nemen overdreven, ja zelfs onderdrukkend. Zoiets moet een vrije keuze zijn, want we leven in een democratisch land. Of je nu een mens, dier of knuffel bent, dat maakt niets uit. Of zou er toch meer achter zitten, of liever in Flip?
Toch misschien de NSA, of de AIVD die gewoon in heel Nederland Flip de Beer laat rondgaan, volgestopt met hi-tech, om ieders gangen na te gaan?
Ik denk, dat ik al aardig begin te flippen.Peter van Heiningen, ©2014

Peter van Heiningen

en een   voet_flip                van Flip

Kinderdag opvang

Kinderdag opvang

Als het aan de PO-Raad ligt, gaan alle baby’s naar de opvang. De koepelorganisatie voor het basisonderwijs komt afgelopen week, samen met de brancheorganisatie kinderopvang en verschillende gemeenten, met een voorstel.

Opmerkelijk nieuws vanuit de hoek van de PO-Raad en de overkoepelende organisatie van Kinderopvang. Eigenlijk wel logisch en te verwachten. Nadat het huidige kabinet de kinderopvang beduidend duurder heeft gemaakt en toeslagen aanmerkelijk heeft verlaagd, daalden de inkomsten van de Kinderopvangorganisaties met tientallen procenten.
Oneigenlijk de argumenten die men nu gebruikt om de politiek en de maatschappij te bewerken.

Doel

Naar alle waarschijnlijkheid een verplichte opvang voor alle kinderen vanaf het moment dat een kind is geboren.
Onder het mom van de te verwachten ontwikkelingsachterstand acht men het rechtmatig om alle kinderen vanaf hun geboorte buitenshuis op te vangen. Het komt bij mij over als een principe uit een grijs verleden van een communistische maatschappij.

De PO-raad stelt eveneens dat het versnipperde stelsel van oppas en opvang slecht is voor de ontwikkeling van het kind. Je zou ook kunnen zeggen, dat het onderwijs en/of de kinderopvang niet in staat is voldoende aan te sluiten bij de individuele ontwikkeling van elk kind. Dus moet het kind er aan geloven. Niet alleen is dat jammer, maar ook slecht.

Zorgen

Ik maak me oprecht zorgen en ben blij dat mijn eigen kinderen al lange tijd volwassen zijn en zelf prima kunnen bepalen hoe ze omgaan met de ontwikkeling van en zorg aan hun kinderen.
Daarnaast werden we de laatste jaren getrakteerd op voorbeelden van slechte kinderopvang met alle traumatische ervaringen voor kinderen en ouders .
Of gaat het er om dat de Overheid nog meer invloed wenst te hebben over de opvoeding van onze kinderen?

Je suis un parent aimant

Wat is het toch mooi als je als jonge ouders een nieuw leven mag ontvangen. Wat is het geweldig om zo’n peutertje van alles te leren en dat je er samen van kunt genieten. De openheid en ongereptheid van zo’n jong mensje kan je vertederen en zelfs soms met de mond vol tanden laten staan. Zie ook de prachtige uitspraken van kinderen in de rubriek “Kinderlogica”.

Wat me dan vooral opvalt dat kinderen die openheid en eerlijkheid na enkele jaren basisschool voor een deel of soms helemaal kwijt zijn. Hoezo verrijking van het onderwijs?
Opvoeden is een zaak van ouders. Het is iets wat je vanuit je verantwoordelijkheid doet en bovenal vanuit de liefde voor je kind(eren). En hoe meer je investeert in je kind, des te meer krijg je terug. En dat is onbetaalbaar.

Van de wieg tot het graf

Als we dergelijke organisaties hun gang laten gaan, dan is de vrijwilligheid, waar men nu over spreekt, gauw verdwenen en wordt het een plicht, of althans een morele verplichting. En over een jaar of tien zal het zo zijn dat de Kinderopvang al bij de bevalling staat om direct daarna het kind in ontvangst te nemen en te plaatsen in een kamertje met tien andere baby’s.
“Want”, zoals deze deskundigen stellen”, voor deze eeuw zijn er andere capaciteiten nodig. De samenleving vraagt om andere vaardigheden van de burgers om de toekomst aan te kunnen. Dat begint van 0 tot 4 jaar.”

Ik zou zeggen, bekijk het met je zorg van het wieg tot het graf. Laat het opvoeden over aan de ouders en zorg er in ieder geval voor dat er minder geld gaat naar overheadkosten en meer terecht komt bij de kinderen zelf.

 

English requierd!

Twaalf Nederlandse basisscholen zijn dit schooljaar gestart met volledig tweetalig onderwijs. Jonge leerlingen krijgen dan vanaf de kleutergroepen maximaal de helft van hun lestijd instructie in het Engels.

Doel

Staatssecretaris Dekker is duidelijk: “Nederlandse kinderen zullen hun brood later verdienen in een wereld waarin het meer dan ooit van belang is dat ze naast Nederlands ook goed Engels spreken. Juist als ze jong zijn pikken ze taal met speels gemak op”.

Kinderen die op de basisschool al geruime tijd Engels als tweede taal aangeboden krijgen zullen op de middelbare school gemakkelijker alles oppikken.
Engels is tegenwoordig de voertaal op de sociale media en in allerlei games. Kijkend naar de reacties in ons land staan de scholen in de rij om mee te doen. Niet in het minst voor de extra toegekende middelen waar men dan recht op heeft. Tenslotte staat het goed op je PR-lijst, als je als school kunt zeggen, dat je school ‘Tweetalig’ is.

 

Bedenkingen

Ik vraag me dan af of zo’n ontwikkeling wenselijk en nuttig is. Tegenwoordig moeten kinderen op de basisschool al zo veel. Een ander punt is dat de vaardigheid  van de gemiddelde leraar in het basisonderwijs om goed Engels te geven onder de maat is. Daarnaast hoort men vaak de klacht van Engelse leraren, dat ze in de brugklas van het voortgezet onderwijs weer helemaal opnieuw moeten beginnen, omdat de kinderen een slechte uitspraak is aangeleerd en nauwelijks kennis hebben van de grammatica.
Verder wordt geconstateerd dat de opbrengsten van het onderwijs in de Nederlandse Taal achterblijven.
Volgens mij zijn de redenen om Engels in te voeren niet oprecht. Het is een trend om alles in het Engels te doen, te verkopen en aan te prijzen: facebook, cityring, City of Science , Voicekids, liveblog, break, design enzovoort.
Juist dat zouden juist argumenten moeten zijn om het onderwijs in het Nederlands te verbeteren. Helaas is zoiets niet modern of trendy.

Een bezoekje waard

Het is natuurlijk goed om in de praktijk te kijken, hoe leerlingen van basisscholen hier mee omgaan. Zo was ik getuige van een kringgesprek in het Engels op een basisschool in de regio, waar misses Johnson de kinderen verwelkomde: “Hello, good morning children. How are You?”
Waarop de kinderen in koor riepen: “Hello, misses Johnson, we are fine and that’s the most important!”
Ik was direct onder de indruk. Overal hingen kaartjes met engelse woorden: lavatory, window, door, chair, duster. En blijkbaar wisten de kinderen al heel goed wat al deze begrippen betekenden.

“Misses”, vroeg een pedant kleutertje, dat achter de laptop zat, “hoe sluit ik windows?”
“Close the curtains, Alie”, antwoordde misses Johnson, terwijl ze haar neus snoot.

Gym in het engels

Mijn volgende bezoek betrof een gymastiekles bij groep 7. Zij waren al redelijk ervaren in het spreken en verstaan van Engels.
Toen ik de gymzaal binnenliep, renden alle kinderen netjes rondjes door de zaal, terwijl mister Backfield op een stoel zat met een fluitje in zijn mond.
“Go on, nog een turn”, riep Backfield streng, “en You, Ringo, a little beetje faster, you run like een turtle!”
Ik mocht plaats nemen op een bank aan de kant van de zaal. Ondertussen had Backfield de kids laten stoppen en riep: “Go on the line en keep your mouth!”
Gedwee luisterden dertig kids naar de woorden van Backfield, die uitgebreid uitlegde wat de oefening in de ringen behelsde.
“Om the turn you walk to the rings en you make a birdsnest, after that you make four swings and than you spring der out and than the next kid can do it!”
Om de beurt deden de leerlingen de oefening. Het birdsnest was het moeilijkste. Niet iedereen had begrepen wat ie moest doen. Zo was Bill of Ballthrow (Willem  van Ballegooijen) aan het zoeken rond de mat, die onder de ringen lag.
“What are you doing, Bill? “vroeg Backfield.
“I search straw and twigs to make a birdsnest, sir”, antwoordde Bill.
Backfield ontplofte bijna en riep: “You stupid boy, you must hang in the rings and than flik-flak your legs over your head!”

Ik had genoeg gezien en verliet snel het gymlokaal, terwijl de kinderen begonnen te zingen “You never walk alone”.

En waarachtig, Bill of Ballthrow liep mij achterna.
“En”, vroeg ik, “wat doe jij hier?”
“Och, eindelijk een landgenoot die ook gewoon Nederlands spreekt”, zei Wim en haalde opgelucht adem. “Ik ben eruit gestuurd, ik haat tegenwoordig gym.”
Deze ontboezeming zei mij genoeg.

Engels op de basisschool? Ja, maar niet meer dan een uur in de week. Zo blijft de schade tenminste beperkt.

Ipads op school

Het gebruik van computers, tablets en smartphones onder kinderen is de afgelopen jaren enorm toegenomen. Steeds meer kinderen gebruiken vaak een tablet of iPad thuis, terwijl ze op de meeste basisscholen nog leren uit echte boeken en les krijgen van hun groepsleerkracht.

Trend

Het lijkt een nieuwe trend te worden: leren met een iPad of tablet in plaats vanuit boeken. Er zijn al scholen waar de boeken verbannen zijn naar een naargeestig en vochtig magazijn, of gul zijn geschonken aan een arme collega-school. Daar heeft men dan voor elke leerling zo’n wonderbaarlijke iPad of tablet, ter grootte van de stoffige lei uit de vorige eeuw, aangeschaft. Volgens deskundigen beter, omdat onze maatschappij steeds meer gebruik maakt van elektronische media en dat kinderen op school nu eenmaal moeten worden voorbereid op die maatschappij.

Onze maatschappij is zeker aan het veranderen. Steeds meer boekwinkels moeten hun deuren sluiten. Bibliotheken zien hun ledenaantallen krimpen. Kranten en tijdschriften brengen tabletversies uit. Eigenlijk zijn de papieren media nu ouderwets geworden. Ze kunnen niet bieden wat de hedendaagse multimediamachines wel bieden: een mix van tekst, geluid, foto en film en een zoekfunctie die binnen seconden informatie biedt over elk denkbaar onderwerp.

Mogelijkheden

Natuurlijk moeten we onze volwassenen van straks voorbereiden op een maatschappij die bol staat van technische hulpmiddelen en die de nodige vaardigheden vragen. Daarom is het verstandig leerlingen met een dergelijk (hulp-) middel te leren werken. En zeker zitten er voordelen aan:

  • De iPad is gemakkelijk in gebruik, waardoor leren ook als laagdrempelig wordt ervaren.
  • De iPad is gemakkelijk te verplaatsen en kan dus op elk gewenst moment en op elke gewenste locatie gebruikt worden.
  • individueel werken op je eigen niveau en in je eigen tempo wordt nog makkelijker.
  • Het gebruik van iPads in de klas werkt motiverend: kinderen krijgen waarschijnlijk meer plezier in leren en zieke kinderen kunnen gewoon thuis werken.
  • Resultaten en voortgang zijn beter meetbaar, ook beter inzichtelijk voor de ouders.

Er zijn nog meer voordelen op te noemen, maar er zitten toch ook wel minder goede kanten aan dit nieuwe onderwijsmiddel.

Het blijft een redelijk kostbaar en kwetsbaar instrument. Er kan van alles mee gebeuren: het wordt gestolen, uw kind wordt onderweg beroofd, de juf of meester is een digibeet, of de wifi-verbinding van school is zo traag, dat een postduif nog sneller is. Komen er dagelijks meer pauzes omdat de accu weer eens leeg is? Waar blijven de contacten met en de relaties tussen uw kind, de leerkracht en de rest van de groep? En hoe staat het met de weerbaarheid, sociale vaardigheden en kunnen ze nog wel schrijven, knippen en knutselen?

iPad leermomenten

Om wat meer inzicht te krijgen over het gebruik van tablets of Ipads op school  en voor stof voor mijn column trok ik de stoute schoenen aan en bezocht zo’n school waar de schoolboeken niet meer gebruikt werden. Na wat googlen op mijn iPad vond ik een school waar ik eens mocht kijken. De directeur van “De Stenenhamer” in de regio Ede zag het wel zitten, dat ik eens langs kwam. Al snel was een afspraak gemaakt.

Op een doordeweekse dag, volgens mijn iPhone was het een donderdag, werd ik ’s morgens verwelkomd door Berend Zwartjes, directeur van deze middelgrote basisschool.

Allereerst nam ik een kijkje in groep 8. En werkelijk alle kinderen waren druk bezig achter of liever gezegd boven hun iPad.

De één was aan het rekenen, een volgende deed taalwerk, weer een ander maakte puzzels en nummer vier was bezig met een werkstuk. De leerkracht zelf zat gebogen achter een laptop en controleerde waar zijn leerlingen mee bezig waren. Hij had geen tijd voor mij, of de leerling, die al een kwartier met de vinger in de lucht zat.
kinderen op IpadDus ging ik naar de volgende klas, een groep 3.
De juf, Klaar van Zetten, was klassikaal bezig met Veilig Leren Lezen, maar dan via de iPad. De 26 leerlingen deden fanatiek mee.

“A-P-P-L-E” spelde zij en de kinderen riepen in koor “Apple!”
“W-I-F-I” spelde ze vervolgens. “Wifi” riepen allen op één na luidkeels.
“Te traag”, antwoordde Sjonnie Zadelmaker, blijkbaar de pienterste van de klas.
“Nu mogen jullie de appel kleuren”, legde de juf rustig uit.
En werkelijk, bijna alle kinderen kleurden met behulp van het touchscherm de appel rood, behalve Nellie van Gisteren. Zij deed het met een rode viltstift.

Ik nam afscheid en ging nog even naar groep 1, ook altijd leuk om te zien hoe de jongsten van de school met zoiets bijzonders om zouden gaan.

Bouwen met je tablet

Toen ik de deur open deed werd ik verwelkomd door een nieuwsgierige kleuter: “Wat kom jij hier doen?”, terwijl hij het kaartje bij de deur omdraaide om naar het toilet te gaan.
“Ik kom eens kijken hoe jullie werken met de iPad”, antwoordde ik vriendelijk.

“Oh, nee, dat stomme ding”, reageerde hij, “je kunt ‘m niet eens opzetten en weg was hij.

Gezellig toch weer zo’n kleutergroep. Terwijl de juf rond liep, waren de kinderen druk aan het werk in allerlei groepjes.
Een viertal kleuters zat in de poppenhoek. Elk kind had een iPad en men nam samen de dag door voor de baby’s. Deze werden echter jammerlijk aan hun lot over gelaten.
De blauwe groep was met de iPad taalspelletjes aan het doen en waarlijk, dat ging heel leuk. Behalve bij Jaapie, zijn schermpje was helemaal zwart.
“Moet ik je even helpen?”, vroeg ik.
“Nee, hoor”, zei hij, “ik vul alles in met zwarte letters.”

In de bouwhoek waren vijf kleuters bezig aan het bouwen. Naast grote houten blokken, gebruikten ze hun iPad voor vloertjes in het bouwwerk.

“Oh, ik vind het zo geweldig”, legde juf Alie Macintosh me uit, “kijk nou toch eens, ze halen er werkelijk alles uit, die kinderen.
Terwijl ze dat zei, zag ik hoe één van de peuters in de bouwhoek met een hamer op het schermpje sloeg en de iPad ontdeed van mooie glinsterdingetjes.
“Goed zo, Ram, dat kun jij goed”, complimenteerde juf Macintosh.
“Ik moet weer verder”, verontschuldigde ik me en vluchtte snel het lokaal uit.

Mijn i-Pet

In de gang kwam ik de kleuter die naar het toilet was geweest tegen.
“Heb effen m’n pet gewassen”, legde hij me uit, terwijl hij zijn iPad druipend omhoog hield.

Ik kon het bijna niet meer droog houden en verliet snel het schoolgebouw, nadat ik nog even de directeur bedankt had en hem adviseerde niet te snel de oude schoolboeken de deur uit te doen. Je weet maar nooit.

Peter van Heiningen

Peter van Heiningen

Peter van Heiningen is in 1949 geboren in Hengelo, afkomstig uit een echte onderwijsfamilie. In 1971 ging hij het basisonderwijs in. Trouwde in dat jaar met Anke en kreeg drie dochters. Intussen is hij ook de trotse opa van tien kleinkinderen.
Vanaf 1978 is Peter werkzaam geweest als directeur aan diverse basisscholen om uiteindelijk in Veenendaal in 2013 met FPU te gaan.
Peter studeerde Onderwijskunde aan de RUG en was werkzaam als redactielid van het weekmagazine van OCNV. Momenteel is hij ook columnist bij het CPOV te Veenendaal. Zijn hobby’s zijn schrijven, dichten, wandelen, tekenen en recreatief racefietsen.