**//sticky ads code//**

Auto gesprekken

Je kent het wel. Je zit in de auto met je koters op de achterbank.

Om ze een beetje te vermaken op tijdens de rit maak je ze attent op wat er zoal te zien is op de route van A naar B. Voor mij is het een automatisme geworden. ‘Kijk jongens, paardjes!’ Mijn achterbankpassagiers hebben de leeftijd bereikt dat ze daar niet meer van op of om kijken maar het zit er bij mij nog steeds ingebakken.

Bij ons in de buurt staat een huis dat helemaal paars met roze is geverfd. En met helemaal bedoel ik ook écht he-le-maal. De meiden noemden dat altijd het Barbiehuis als we er langs reden. Mijn oudste heeft inmiddels de leeftijd bereikt dat ze vraagt ‘Er is toch welstandscommissie in het leven geroepen, ik vraag me af of iedereen zijn huis zo maar in allerlei kleuren mag schilderen’, dus je snapt dat die niet meer geattendeerd hoeft te worden op paardjes en koetjes in de wei langs de kant van de weg.

In de afgelopen weken heb ik mijn vader verhuisd. Zijn gezondheid laat het niet langer toe om op zijn schip te wonen en dus komt hij nu in een huisje dichter bij ons wonen. Om de route te verkennen van ons huis naar zijn huis noem ik in de auto steeds de herkenningspunten op zodat hij binnenkort met zijn 45 km-autootje door de polders kan toeren. En dan gebeurt het. Zonder dat ik er erg in heb wijs ik naar rechts en zeg ik over-enthousiast tegen mijn 81-jarige vader: ‘Kijk, koetjes!’ In plaats van naar rechts te kijken draait hij zijn hoofd naar links en kijkt me aan met een blik die vraagt of ik een steekje los heb zitten in mijn bovenkamer….
We moeten er allebei om lachen.
We besluiten om een zijweggetje te nemen om zo de hele buurt eens goed te verkennen. Ik wijs wat naar links en rechts vertel honderduit over wat er te zien is en mijn vader luistert zwijgzaam. En dan gebeurt het. Hij wijst naar links. ‘Kijk een flitspaal!’
Ai, die wist ik nog niet te staan!

Vakantie

De grote vakantie is aangebroken. Steevast betekent dat in onze buurt dat we een week feest met elkaar vieren.

Op de parkeerplaats staat een grote tent en dagelijks is het programma gevuld met activiteiten voor zowel de kinderen als voor de volwassenen. De maandagavond is altijd gereserveerd voor een bingo. Ab-so-luut niét mijn ding maar de kinderen vinden het haast magisch om de cijfertjes weg te strepen in de hoop dat ze keihard ‘Bingo’ kunnen schallen door die overvolle tent. Deze keer had zoonlief prijs. Hij won een kookboekstandaard met daarop een boekje met bakrecepten voor cupcakes. En dat was het moment waarop ik door de mand viel. Mijn kinderen trakteren namelijk altijd op school op hun verjaardag op een creatie met cupcakes, en die zijn inmiddels wereldberoemd in Willemstad. ‘Die moeder van de Joostens bakt de lekkerste cupcakes van de hele wereld’. Menig moeder kan dat in d’r zak steken en ik lach er altijd hartelijk om. Ik heb namelijk een geheimpje. Hoewel menig kok jaloers is op mijn keuken weet ik namelijk niet eens hoe de oven echt werkt!  Koken en bakken is niet aan mij besteed. Ik heb een man die graag in de keuken staat, ook na een dag hard werken. Als ik sporadisch een keer moet koken dan wordt er door de pubers al gegrapt wat mama vandaag weer gaat ontdooien en opwarmen dus dan weet je het wel…

Terug naar de bingo. Op het moment dat mijn zoon me de prijs in mijn handen duwde reageerde er een alerte koter van amper 7 jaar aan onze tafel. ‘Oh, dat receptenboek heb jij niet nodig want jij kan echt heel goed cupcakes bakken’…
Mijn vriendinnen tegenover mij keken met een verbaasde blik op van hun bingokaartje. ‘Jij, bakken?’
Dat kon ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan en de volgende avond heb ik met een grote pokerface op één van m’n kunsten getrakteerd. Verbazing alom! Een cupcake in een ijshoorntje, parapluutje er op en klaar. Leuk, en ze smaken nog ook. ‘Dát is een leuk idee, mag ik het recept van je?’, vroeg een andere moeder uit de straat. Nog voor ik naar adem kon happen mengde dochterlief van amper twee turf hoog zich in het gesprek.’Die cupcakes koopt mama altijd gewoon bij de Jumbo en die doet ze dan zelf in het ijshoorntje’. Au, ontmakserd voor het leven. Om de lachsalvo’s compleet te maken kreeg ik nog een koekje van eigen deeg. ‘En dan zegt mama altijd: Een hoop lol en het kost geen drol’…

Opvoeden en het gebruik van scheldwoorden

Social Media barstte uit haar voegen vandaag. De reden? De ouders van een negenjarige jongen hebben hun zoontje tien cent als ‘boete’ laten overmaken aan COC Nederland, de belangenvereniging voor homoseksuelen.

Het knaapje had het woord ‘homo’ als scheldwoord gebruikt, en dat vonden de ouders niet oké. Een didactische aanpak die ik enorm kan waarderen. Ouders met ballen.
Met drie pubers en een nakomertje vliegen de nodige kreten hier ook met enige regelmaat door het huis. Van aangeklede nageboorte, tot dromedarisruftverzamelaar en alles wat daar tussen zit.
Mijn vocabulaire groeit met de dag sinds ik pubers heb. Schelden met serieuze taal wordt doorgaans niet in mijn buurt gebezigd want dat wordt beloond met een enkeltje eerste verdieping. De discussie daarover ga ik niet eens aan. Wat natuurlijk niet wegneemt dat ik niet weet welke woorden ze buiten mijn afwezigheid bezigen. Ik kan alleen maar hopen dat mijn opvoeding niet faalt.

Zoonlief kreeg vanmiddag een mailtje van zijn mentrix.

Ze was zo trots op hem dat hij na een periode keihard werken over is gegaan naar de derde klas. Ze hadden een weddenschap. Als hij bleef zitten moest hij een reep chocolade aan haar geven, als hij over ging kreeg hij een reep van haar. Na het lezen van de mail vloog hij de deur uit en kwam even later terug met een reep chocola. ‘Die geef ik morgen alsnog aan mijn mentrix om haar te bedanken voor haar support’, legde hij me uit. Nog voor ik er iets lovends over kon zeggen kwam er een koppie boven de Donald Duck uit. ‘Sexy hoor’, zei m’n acht-jarige dochter. Ik kon een schaterlach niet bedwingen. Pedagogisch niet erg verantwoord maar je hebt wel eens van die zwakke momenten. Waar ze die uitdrukking vandaan heeft laat zich raden; met twee grote zussen en een grote broer boven haar pakt ze het nodige op. Gelukkig kon mijn zoon er wel om lachen maar dat gaat natuurlijk niet zonder weerwoord. ‘Zo, vol gescheten palingvel, mama moet om je lachen, heb je het nu voor elkaar?’ Zonder op te kijken en quasi geconcentreerd op haar stripverhaal voert de kleine meid een lik-op-stuk-beleid: ‘Ja, en jij, wil je nu een sticker?’
Pff, opvoedkunstig gezien was het niet mijn sterkste dag vandaag…

Spraakontwikkeling

Trots liep mijn jongste de volle huiskamer in. ‘Hakkelijk feeseleteerd oma’.

Gelijktijdig toverde ze een mooie tekening met een strik er om vanachter haar rug te voorschijn. De oohhh’s en aahh’s van de overige visite vulden de huiskamer. Ze klampte zich vast aan mijn been, enigszins geschrokken door de aandacht. Het was niet de tekening die zoveel charme opriep maar de wijze waarop mijn kleine meid haar oma feliciteerde. Tja, ze heeft nog een beetje last met de moeilijke combinaties en op de één of andere manier is dat kennelijk heel vertederend. Zo haalde ze laatst ook haar zwempiloma en tijdens het kabouterpad op school zocht ze naar pannenstoelen. Enigszins bezorgd heb ik met haar een bezoek aan de logopediste gebracht. Maar de kleine werkte niet echt mee, ‘daar doen we alleen maar spelletjes’….
In groep 3 ging het opeens een stuk beter, het lees-en spellingsproces droeg bij aan haar uitspraak en inmiddels is ze in groep 4 beland en de problemen als sneeuw voor de zon opgelost. Mijn kleine meid heeft een passie voor koken ontwikkeld en op internet struint ze allerlei filmpjes af. Tijdens het maken van mijn boodschappenlijstje wilde ze daar nog wat aan toevoegen. ‘Eén doosje Pisjons’ schreef ze er bij. ‘Wat bedoel je met pisjons?’, vroeg ik voorzichtig. ‘Ja je weet wel van die dingen waar ik vroeger pannestoelen tegen zei’. ‘Maar ik weet het woord gewoon even niet zo goed’. Ze rent de trap op. Bovenaan de trap roept ze me nog na. ‘Vergeet je die champig-dingessen niet? En ik hoef niet naar de pologodiste’…

Soms is het beter iets moois te verliezen.

‘Beter verliezen dan dat je het nooit hebt gehad’.

Dat is de eerste zin die ik neer tikte toen ik in 2008 het geboorte- en tevens rouwkaartje van mijn zoontje Guus ontwierp. Nu, zes jaar later leg ik de diepe betekenis van die woorden uit aan mijn dochter van acht jaar oud. Want een klasgenootje is overleden. De jonge held heeft zijn strijd niet mogen winnen. Het heeft een enorme impact op de kinderen uit de klas, zo ook op mijn dochter. Leg het maar eens uit, het is zó oneerlijk! Onvermijdelijk gaan de gedachten van mijn meisje terug naar de periode dat we haar broertje, en twee jaar later haar zusje moesten begraven. Als jongste van het stel kreeg ze er in die tijd -ze was twee en later vier jaar- niet bewust iets van mee. Althans dat dacht ik. In de jaren die voorbij zijn gegaan heeft ze de behoefte ontwikkeld om hun grafjes met regelmaat te bezoeken. Ze horen er binnen ons gezin als broertje en zusje gewoon bij. Het onderwerp is altijd bespreekbaar. Op haar fietsje gaat ze met ons naar de begraafplaats toe en altijd moet er een verse bloem mee. Het is een mooie gedenkplek geworden. Dat ging niet zonder slag of stoot, ik heb het wel drie keer veranderd voordat het naar mijn zin was. Vandaag fietsten we samen naar de begraafplaats. ‘Hoi Guus en Anne, ik kom even praten want er is een vriendje doodgegaan’, zo begint ze haar verhaal en ondertussen plukt ze de uitgebloeide viooltjes weg zoals ik dat altijd doe. Ik aanschouw het vanaf een bankje en laat haar even ‘haar ding’ doen. ‘Vet gemeen he, dat hij dood is, maar mama zegt dat het misschien beter is zo. Net zoals met jullie. Ik kom nog terug vandaag met mijn beste vriend en dan leggen we hier een bloem bij jullie want K* krijgt geen plaatsje hier. Ze gaan dat moeilijke woord doen en dan word je niet begraven maar dat andere. Ik mag nog kiezen of ik er heen ga met de klas maar ik denk dat ik liever bij jullie kom om aan hem te denken, oke? Doei!’ Nog twee handkusjes en ze draait weer om. ‘Zullen we gaan mam?’ Mam moet zichzelf even bij elkaar rapen en pinkt een traantje weg. Ze kijkt me met haar grote blauwe ogen aan. ‘Niet huilen mam. Soms is het beter iets moois te verliezen. Beter verliezen dan dat je het nooit hebt gehad. Dat zeg jij toch altijd?’ Ik knik en aai haar over haar bol, want er komt geen woord over mijn lippen. Maar het is goed zo. Op zulke momenten zijn woorden immers slechts een beperkte taal…

Pauline Joosten

Pauline Joosten

Pauline Joosten (41) is getrouwd en moeder van 4 kinderen en 2 engeltjes. Ze woont in Willemstad, gemeente Moerdijk. Na een aantal jaar in het onderwijs te hebben gewerkt kwam ze via-via terecht in de journalistiek. Ze schreef voor een lokale krant en is momenteel werkzaam bij de stichting Buurtlink.

Sinds maart ’14 heeft ze zitting in de gemeenteraad van Moerdijk. Daar is het geen lieverdje maar hoort wel van collega’s: “Dát is de vraag die we beantwoord willen zien”.

Pauline leidt haar leven in de vijfde versnelling, is Alle Dagen Heel Druk maar heeft naar eigen zeggen géén ADHD, hooguit een positieve variant die haar energie voor tien geeft.

Haar kinderen zijn haar alles en met liefde crosst zij van hot naar her voor de sportieve- en muzikale ontwikkeling van haar koters.
Haar moederhart loopt met regelmaat over van trots. Het is meer dan eens volle bak in Huize Joosten, er wordt bijna standaard voor meer dan 6 personen gekookt omdat er vaak iemand aanschuift. (Bijna) alles kan in Huize Joosten. Pauline heeft nog een ‘surrogaat-dochter’ van 7 maanden oud. Ze helpt de jonge ouders bij de opvoeding.
Pauline heeft een hekel aan besluiteloosheid, getreuzel en het half-bakken resultaat dat daar bij hoort.

Haar ervaringen met haar kinderen en oud-leerlingen gaat Pauline voor ons beschrijven.