**//sticky ads code//**
Het moet je maar opvallen!

Het moet je maar opvallen!

Voor kinderen kan het soms lastig zijn als ze enorm veel waarnemen. Een voorbeeld is dat zij zich vaak lastig kunnen concentreren. Gelukkig levert het soms ook bijzondere, grappige momenten op. Zo’n moment had ik met mijn zoontje Ties.

Ties heeft nog al iets met lengtes van mensen. Zelf is hij niet klein maar, ondanks zijn Fries bloed, ook niet de grootste. Op school houdt hij nauwlettend in de gaten wie er al een grotere stoel mag en wie nog op een kleine stoel moet zitten. Waar deze obsessie, want zo kun je het bijna wel noemen, vandaan komt? Ik heb geen idee.

Zijn scherpe observatie of fascinatie werd  ons op vakantie al duidelijk.

Tijdens het picknicken maakten we huizen van grote stenen. De dikke stenen gebruikten we als muren, de platte stenen vormden het dak. De eikels die om ons heen lagen waren de mensen. Kleine eikels waren kinderen en grote eikels de papa’s en mama’s.  Toen we al een paar huizen voorzien hadden van een gezin en we bijna weer een gezin compleet hadden, hield Ties een dennenappel omhoog: “wie is dit?”.Dat is de papa, want dat is de grootste eikel,” antwoordde ik. Waarop Ties op zijn beurt weer reageerde dat de papa echt niet altijd het grootst is. Hij had allang gezien dat bij onze campingburen de mama groter was dan de papa. Ik dacht aan onze buren maar kon dit niet gelijk plaatsen. Hij had natuurlijk wel gelijk: soms is een mama groter dan een papa.

’s Avonds op de camping was er een minidisco, ook onze campingburen van de partij. Ties herkende hen en kletste enthousiast wat met ze. Ik keek naar de dansende kinderen toen Ties mij riep: “kijk mam, de mama is groter dan de papa”. Daar stonden mijn buren, keurig in een rijtje van klein naar groot. Het was mijn zoon die dit geregeld had! De dochter van het gezin was het kleinst, de zoon het grootst …en inderdaad: vader was iets kleiner dan moeder. Iedereen (de betreffende vader trouwens iets minder) kon er wel om lachen!

De belevingswereld van een kind

Het is prachtig om je bewust te zijn van de belevingswereld van een kind. De manier waarop een kind de wereld beleeft.

De belevingswereld van een kind is afhankelijk van zijn ontwikkelingsleeftijd. Een kleuter kijkt heel anders tegen de wereld aan dan een kind van twaalf jaar.

Recent werd ik hier weer op leuke manier mee geconfronteerd!
Rosa, onze dochter vertelde dat Isis haar vader echt een hele kleine auto heeft. Isis, die gewoon naast haar staat, wordt hier een beetje boos over.
“Nou,” zegt ik tegen Rosa, “dat is niet zo leuk om te zeggen, het maakt toch helemaal niet uit hoe groot een auto is”.
“Ja maar mam!,” gaat Rosa verder, “hij was echt heel klein”.
Isis kijkt nog steeds beteuterd.
“Rosa, nu moet je echt ophouden, dit is niet leuk,” probeer ik nog een keer.
“Ja maar hij was zo klein, je kon bijna niet achterin zitten, zo klein”.

Als we Isis thuis brengen, geef ik aan dat Isis, Rosa’s opmerkingen over de auto van haar vader niet zo leuk vond. De vader van Isis neemt het luchtig op. “Ach, zo zijn kinderen”.

De volgende ochtend breng ik Rosa naar school. Op datzelfde moment komt er een prachtige Porsche Boxter voor rijden…met daarin Isis en haar vader! 

porch

 

Hoe gaat een vakantie met jonge kinderen?

Hoe gaat een vakantie met jonge kinderen?

Hoe was je vakantie? Ja leuk,
ja het was leuk maar het is wel anders dan vroeger…

Op vakantie! Heerlijk, vroeger konden we lekker uitrusten, bijkomen, een boek lezen.  De wekker zetten om niet te laat te zijn voor het ontbijt en nog wat aan je dag te hebben. Rustig op een terrasje zitten. Steden bekijken en musea bezoeken. Een leuk restaurantje zoeken met prachtig uitzicht om heerlijk te genieten van al dat lekkere eten.

Tegenwoordig bestaat er geen angst meer dat we het ontbijt missen. Nee, het is eerder wachten totdat het buffet opent.

Dan eerst de benodigde cafeïne halen en melk voor de kinderen. Heerlijk een kopje koffie proberen te drinken terwijl de kinderen lief spelen in de speeltuin of in een minder rooskleurig scenario ruzie maken met elkaar over wie er naast mama mag zitten of wie er met de opblaas krokodil mag spelen.

Na het ontbijt zoeken we het zwembad op. Omdat we  bij het ondiepe gedeelte van het zwembad willen liggen, net als vele andere gasten, hebben we ons laten verleiden om ’s ochtends voor het ontbijt alvast snel onze handdoek op een strandstoel te leggen. Dus we hebben een goede plek, nabij het water…
Vanaf de waterkant kunnen we alles goed in de gaten houden. Net als je even zit, wil  zoonlief voetballen, zijn kleine broertje wil liever zwemmen, en dan natuurlijk in het diepe water, hij is tenslotte al anderhalf. OK, we splitsen… een van ons gaat voetballen, de ander zwemmen. Dan komt dochter lief, met de mededeling dat ze naar het toilet moet. Papa gaat voetballen bij de waterkant en mama gaat mee naar het toilet. De zon schijnt en de kids hebben bedacht dat ze wel een ijsje willen. Zelf gaat een bakkie koffie er ook wel in. Iedereen krijgt een shirt aan, schoenen weer aan en hop, naar de ijscoman. Kinders genieten heerlijk van het ijsjes, tot dat de jongste enorm verdrietig is, omdat zijn ijsjes is gevallen. Snel afspoelen en koffie opdrinken. Volgende activiteit wacht! De speeltuin. Tegen lunchtijd lopen we via het zwembad weer terug naar het restaurant.

Daar zitten twee mensen ontspannen en nog steeds verliefd. Hun kinderen (intussen 6, 7 en 9 jaar vernemen wij later) zijn heerlijk aan het spelen. Ze lezen allebei een boek en af en toe praten ze in alle rust met elkaar!  Dit schept hoop. JA de tijd van ontspannen en lekker uitrusten komt weer terug. Al zal deze nooit meer hetzelfde zijn als vroeger,  een oog in het zeil houden blijft altijd nodig. Maar een groot geluk is er ook bijgekomen, we kunnen genieten van drie prachtige kinderen.

Wat een dag! Te laat bij de BSO en pannenkoeken van chocolademelk.

Mijn man zou van de week de kinderen ophalen bij de naschoolse opvang. Althans dat hadden we afgesproken. Iets over half zes gaat mijn telefoon. Het is mijn man, hij gaat het niet redden. Hij staat in de file en zijn navigatie geeft aan dat hij er pas kwart voor zeven zal zijn.

Zo snel als mogelijk stap ik ook in de auto. Vanuit Rotterdam is het ook nog 40 minuten rijden. Iets over half zeven  kan ik er zijn, zegt de navigatie. Ik loop misschien nog wel iets in, denk ik positief als ik ben. Wat een ellende om de stad uit te komen. In plaats van inlopen, loopt de tijd iets verder op. Ik bel nog even met mijn man. Hij geeft aan intussen 100 meter verder te zijn. Dit schiet niet op. Ik zie dat mijn navigatie nog rekening houdt met veel file, terwijl ik door kan rijden. Voor de zekerheid bel ik met de opvang. Mogelijk zijn er nog vriendjes en vriendinnetjes met wie ze mee kunnen. Het is intussen zes uur.
Een vrolijke begeleidster neemt op en samen komen we tot de conclusie dat iedereen al weg is. Intussen sta ook ik stil op de snelweg. Plan B, mijn ouders bellen. Geen gehoor! Dan maar een paar ouders van vriendjes proberen. Helaas ook geen gehoor! Mijn man nog eens bellen. Intussen verwacht hij er echt na zevenen pas te zijn en bij mij staat de teller op tien voor zeven en we rijden stapvoets. Dan nog maar een keer mijn ouders. Gelukkig ze nemen op. Zo snel als mogelijk stapt mijn moeder in de auto.
Ik weet dat ze vijf minuten te laat zal komen, gezien de afstand, maar dat is nog altijd eerder dan dat ik er ben. Ik bel de naschoolse opvang en geef door dat oma er aan komt.

Even rust. Gelukkig rijdt het verkeer weer en rij ik om tien voor zeven ons dorp in, als de telefoon gaat. Het is de leidster van de BSO. Er is nog niemand geweest om de kinderen op te halen.
Ik geef aan dat ik er met twee minuten ben. Daar aangekomen lopen de kinderen enthousiast en een beetje boos op mij af: “Je bent te laat, mam”. Ja, dat wist ik ook wel. Ik bied de leidster mijn verontschuldigingen aan, als mijn moeder komt aanrijden. Ze stond bij de verkeerde BSO.

We gaan allemaal naar huis en onderweg vertel ik de kinderen dat zij mogen zeggen wat ze willen eten. Dit ondanks dat ik gisteren het eten voor vandaag al had klaargemaakt. Maar ik voel me toch wel schuldig dat het al zo laat is. Het wordt pizza en twee keer pannenkoeken.

Als ik wil beginnen met pannenkoeken pakken kom ik erachter dat de melk op is. “Maar mama, je hebt het beloofd” Ja helemaal waar. Ik zie een pak chocolademelk staan.

“Lust je ook chocolade pannenkoeken?”.

En zo zitten we om half acht aan de pizza en chocoladepannenkoeken als mijn man eindelijk thuis komt.

Beelddenken

Onze zoon heeft vanaf het begin van groep 3 moeite met lezen. Het gaat bij hem allemaal net wat langzamer dan bij de rest van zijn klasgenoten.

Hij zit nu in groep 4, maar leest op het niveau van halverwege groep 3. Op zich valt de achterstand dus mee, maar genoeg reden om toch wat extra “bijles” te nemen voor het lezen. Ditwordt ons aangeraden. We melden ons aan voor extra leesondersteuning. Het intakegesprek met zijn leesdocente is heel verhelderd. Bij ons is bekend dat hij veel in beelden denkt. Nooit hebben wij echter ontdektdat hij woorden als “de”, “het” en “een” zo lastig vindt omdat hij hier geen beeld bij heeft. Een beeld wat hij wel heeft bij bed, stoel, tafel of lucht.  Het verbaasde mij altijd dat hij veel moeite heeft met deze, naar mijn idee makkelijke woorden die steeds weer terugkomen in een verhaal.  Het beelddenken verklaart ook waarom hij soms leest “wolken”, terwijl er “lucht” staat.

Beelddenken hoort bij mensen. Ieder mens denkt op zijn tijd in beelden. Het relatief veel in beelden denken is in de dagelijkse praktijk moeilijk te constateren.

Het onderwijssysteem
Ons onderwijssysteem is verbaal en op volgorde ingesteld. Beelddenkers verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.

De manier van lesgeven op de basisschool is vaak gericht op een verbale manier van informatie verwerken: de leerkracht vertelt en het kind luistert. Beelddenkers willen liever zien en doen. Daar ligt dus ruimte voor de leerkracht om het beste te halen uit de beelddenkers in de klas! Met een computer of een tablet bijvoorbeeld, kan een beelddenker aan de slag met leermateriaal dat past bij zijn leerstijl.
We moeten voor de toekomst dus op zoek naar leuke apps ter ondersteuning van zijn ontwikkellingsproces.

Gemeen of gewoon eerlijk

Vorige week hadden we hier thuis verschillende vriendinnetjes te spelen. De meiden zijn gezellig aan het spelen en kletsen. Het is erg leuk om te horen hoe ze allemaal individuen zijn geworden met hun eigen mening. Er word druk gekletst over wat ze leuk vinden of wat nou echt helemaal niet leuk is. “Klokhuis, is echt leuk om te zien”, zegt een van de meiden enthousiast. “ja..” gaat een ander verder “… daar kun je heel veel van leren”. Weer een ander: “daar vind ik nou helemaal niks aan”. Zo passeren  verschillende onderwerpen de revue. Op een gegeven moment vertelt een van de meisjes uit het niets: “Ik heb thuis een hele leuke barbiepop”. Waarop een ander reageert: “Daar vroeg toch helemaal niemand naar”. Ze vond het duidelijk geen interessante mededeling.
Dit kwam op mij heel onvriendelijk over, maar het was ook wel heel eerlijk. Men zegt vaak dat kinderen gemeen kunnen zijn, maar komt dit niet door het gemis van een goed inlevingsvermogen. De kinderen zijn zes en zeven jaar. Kun je dan al verwachten dat ze gaan begrijpen dat het soms beter is iets niet te zeggen.  Ik leg aan de meiden uit dat het niet zo’n leuke opmerking is. Iedereen wil graag iets kunnen vertellen over wat hij leuk vindt. En niet iedereen vindt dezelfde dingen leuk. Het is even stil waarna begrijpend wordt geknikt.

Bij het ontwikkelen van inlevingsvermogen leren kinderen heel goed het verschil te maken tussen openhartigheid en iets zeggen alleen om uit te dagen of te kwetsen. Een kind van twee of drie dat constateert dat je dik bent, een lelijke jas aan hebt of wel erg rood haar hebt, vertelt gewoon wat het ziet en is daar eerlijk over. Een kind van acht die zo iets zegt, doet dat niet om eerlijk te zijn, maar om een reactie uit te lokken. En om deze reactie te willen uitlokken, moet je dus over inlevingsvermogen beschikken, anders weet je niet dat deze opmerking een reactie kan ontlokken. Je moet je dan in de ander kunnen verplaatsen om te begrijpen dat deze hier een gevoel bij zal hebben en een reactie zal geven.  Maar zover zijn de vriendinnen nog niet!