**//sticky ads code//**
Existentiële angst

Existentiële angst

Napraten. Ik heb er zó’n hekel aan als Pippa dat doet. Natuurlijk is het een vorm van aandacht vragen maar wel een heel erg irritante vorm.

Op een zeurderig toontje zegt ze alles na wat je zegt. En ik probeer haar dan op een ander spoor te zetten door iets aan haar te vragen. Of tongbrekers als ‘De kat krabt de krullen van de trap’ in de strijd te gooien.

Maar als niets meer helpt, ze blijft me napraten, als je alles geprobeerd hebt, moet je het hogerop zoeken. Bij nóg moeilijkere woorden uit de Nederlandse taal. Zo is mijn keus gevallen op: existentiële angst. En existentiële angst zorgde een tijd lang voor het snel ophouden van het papegaaien, voor een boze blik en armen over elkaar bij een vierjarig meisje. Ze leek het steeds sneller op te geven. In een poging op een andere manier  mijn aandacht te krijgen als ik aan het werk was, volgde daarop een kleine ‘klikklakken-met-de-tong’-periode. (‘Pippa, ik probeer me te concentreren” – “Ja en ik probeer een paard na te doen, mama!”) maar dat was lang niet zo erg. Het napraat-stadium was voorbij. Eindelijk!

Tot afgelopen week mijn moeder belde. En zoals altijd wil Pippa dan ook even met haar oma praten. “Oma, kun jij ‘ex-is-ten-ti-ë-le angst’ zeggen?” Whaaaa!! Oma kon het helaas het woord niet meteen vlekkeloos uitbrengen, wat zorgde voor een harde lach en een enorme zelfingenomenheid bij mijn kleine meisje. Mhmm…ik ben bang dat ik op zoek moet gaan naar een ander woord. Ik denk dat ik ga voor een van de meest ironische woorden in de Nederlandse taal, namelijk: ‘hippopotomonstrosesquippedaliofobie’ – oftewel: de (existentiële?) angst voor lange woorden.

Hallo piet

Het hele jaar door hoor ik Pippa Sinterklaasliedjes zingen, als de mussen in augustus van het dak vallen dan nog hoor ik een “Hoor de wind waait door de bomen..” of een “Zie ginds komt de stoomboot..” voorbij komen. Ongelooflijk hoeveel toewijding ze heeft voor de man die ze amper een paar keer heeft ontmoet.

En daar waar half Nederland een mening heeft over het al dan niet herschrijven van liedjes waarin zwarte pieten en/of knechten voorkomen, heeft Pippa zo haar eigen aanpassingen op het repertoire.

Zo verbeterde ze zichzelf laatst met “..voordat u weer naar Spanje vááááárt”. Want, zo zegt Pippa, met een boot váár je terug, niet rijden. Ook heeft ze zo haar eigen technieken om de Sint weer zo snel mogelijk in Nederland te krijgen. Het ‘Dag Sinterklaasje” heeft ze vervangen met “Hallo Sinterklaasje, hallo, hallooo hallooo..” in de hoop dat de goede oude man wat eerder ons huisje bezoekt.

Laatst kwam ze echter thuis met een voor mij onbekend Sinterklaasliedje. Ze kijkt bij haarvader vaak via YouTube naar Sinterklaasfilmjes. YouTube komt altijd na het zien van je filmpje met een suggestie, een volgend filmpje dat op je interesse moet aansluiten. Blijkbaar was daar een bijzonder liedje voorbijgekomen dat was blijven hangen want ineens hoorde ik haar zingen: “Ik ben een zwarte P maar heb een witte L, en als jij hem niet wil, dan lust je moeder hem wel”.

Van schrik viel ik zowat aan de grond maar deed ontzettend mijn best om mijn verbazing te verbergen. Immers; hoe vreemder ik reageer, hoe interessanter zij het vindt en ik zeker nooit meer van dat liedje af kom! Hallo Piet! Ehm… Laten we het er maar ophouden dat ik dit jaar een hazelnootbruine E in mijn schoen verwacht en Pippa voorlopig ook blij mag zijn met een fijne melkchocolade P in haar laarsje..Dahaag Sinterklaasje!

Esther Kuiperij

Esther Kuiperij

Esther Kuiperij woont samen met haar dochter Pippa  in Kilder. Ze heeft haar eigen bedrijf. Of het nu gaat om het schrijven van teksten en columns, het begeleiden van reclamecampagnes en het in de markt zetten van nieuwe initiatieven met bij Mez11 zorgt ze voor toegevoegde waarde. Er gebeurt veel in haar leven en dat van haar dochter. Hoe gaat een wijs, super vrolijk, gezellig en lief meisje om met veranderingen?  Voldoende stof om mooie columns voor De Leukste Kinderen te schrijven.

Tjoeketjoeke

Pippa, mijn allerliefste meisje van ruim 2,5 jaar is een echte kletstante, al heel vroeg begon ze met praten en is sindsdien eigenlijk niet opgehouden. Leuk voor een moeder zoals ik, die zelf altijd pleitte op taalgebied een ‘mierenneuker met dubbel n’ te zijn om te zien dat je dochter ook zo snel taal oppikt en erover nadenkt wat woorden kunnen betekenen.
Zo vroeg ze me al eens waarom er geen ‘mamagaaien’ zijn en zei ze onlangs dat ze altijd ‘ketsup’ zegt omdat ze het echte woord zo’n moeilijk woord vindt.

Ik ben ervan overtuigd dat zij, doordat ik altijd op een normale manier met haar heb gepraat – en niet in termen van ‘doet het auwa?’ als ze pijn heeft – de taal sneller leert en juist toepast.
Woorden die in mijn jeugd niet eens bestonden zijn voor haar aan de orde van de dag, zo leert ze haar oma op de tablet zoeken naar haar favoriete tv-programma’s op YouTube. En als oma dan vraagt of ze zelf ook YouTube heeft, antwoordt ze wijselijk: Ik heb niet eens een eigen iPad!
En natuurlijk zijn er ook momenten dat je meegaat in haar eigen wereldje, als ze met haar fantasie vriendje Ilja speelt of wanneer de knuffel tegen haar praat. Het is belangrijk dat een kind, kind mag zijn en denken dat figuren zoals Nijntje en Bobo daadwerkelijk in de schouwburg wonen waar we ze laatst hebben gezien. Maar teveel meegaan in de fantasie wordt ook afgestraft. Zo fietsten we laatst langs het treinstation en tot haar grote geluk verliet er net een trein het perron. Enthousiast zwaaiden we de trein uit. “Kijk Pippa, die trein gaat naar Chuggington!” Een diepe zucht volgde. “Neehee mama, die trein gaat naar Arnhem!”
En ze had nog gelijk ook.

 

Wat jij wilt

lPippa is er heilig van overtuigd dat Josje van K3 eigenlijk Kristel heet. Nu weet ik onderhand meer dan goed voor me is van K3 maar het verschil tussen Kristel en Karen wist ik tot voor kort niet. Wél wie Josje is. Josje is die blonde. Die Nederlandse die van K2 weer K3 heeft gemaakt. En dus weet ik dat die blonde Josje heet. Niet Kristel. Maar  daar zijn dus de meningen over verdeeld. Menig discussie hebben we gehad waarin Pippa stug blijft volhouden dat Josje Kristel is. Tot ik er op een gegeven moment zo moe van word en zeg: “Pfff..prima. Dan noemen we haar Kristel. Wat jij wilt.”. Met haar armen over elkaar ontdek ik iets van een triomfantelijke glimlach op haar gezicht.

We zitten in de auto als Pippa zegt dat ze dorst heeft. In de houder van het dashboard staat een 0,5 liter flesje ijsthee. “Wil je anders een slokje ijsthee?” vraag ik, terwijl ik haar het flesje aangeef. Ze bekijkt de fles en zegt resoluut: “Dat is geen ijsthee”. Zucht. Jawel, dat is het wel. “Niet! Er zit helemaal geen ijs in!”. Ok, zo had ik het nog niet bekeken en ik snap waar de verwarring vandaan komt. Dan niet. Even later begint Pippa weer over haar dorst. Ik geef haar het flesje nogmaals en laat haar een slok uit het flesje drinken. “Lekker!” is het oordeel. “Dat is nou ijsthee, Pippa.” Niet! Een welles-nietes begint weer van voren af aan totdat Pippa haar schouders ophaalt: “Ok, dan noemen we het ijsthee. Wat jij wilt..”. Prachtig hoe die kleine bengel je een spiegel voor kan houden, haha!

Gezondheid, trouwens

KinderdokterPfff…ik hoor het mezelf een paar dagen ervoor nog zeggen: “Als er maar niets gebeurt met mijn ouders, dan heb ik het ergste wel gehad..”. Na een pittig halfjaar waarin de relatie met de vader van Pippa verbroken is, het bedrijf waar ik werkte failliet is gegaan, het huis te koop is gezet voor een flink bedrag onder het bedrag waarvoor we het vijf jaar geleden gekocht hebben en de situatie met mijn ex op een punt is gekomen waarop we niet meer onder een dak kunnen leven waardoor we om beurten ‘rondzwerven’ zodat Pippa in haar huis kan blijven, leek het tij gekeerd te zijn: de bouw van mijn nieuwe huisje vordert gestaag, een nieuwe liefde kondigt zich totaal onverwacht aan en Pippa lijkt te wennen aan de situatie waarin papa en mama telkens een paar dagen ‘logeren’ zijn. Totdat ene nare telefoontje van mijn moeder: “Je vader is nu met een ambulance onderweg naar het ziekenhuis..”. De grond zakt onder mijn voeten vandaan.

Ik spoed me naar het ziekenhuis waar ik mijn moeder aan het bed van mijn vader aantref. Hij heeft een lichte herseninfarct gehad. Mijn vader is voorzien van alle toeters en bellen; hartbewaking en een camera 24 uur per dag op hem gericht, en een bloeddruk waar je ‘u’ tegen zegt. Gelukkig lijkt het mee te vallen; mijn vader is aanspreekbaar en kan het allemaal navertellen. Hij heeft geestelijk geen klap opgelopen en kan al grapjes maken over de vrouw van 90 in het bed tegenover hem die er qua bloeddruk beter aan toe is. De rechterhelft van zijn lichaam werkt echter niet zoals het zou moeten.

De volgende dag mag Pippa mee op ziekenbezoek bij opa. Ze speelt al tijden doktertje en is eigenlijk een beetje verbaasd dat opa in het ziekenhuis ligt, immers, zij is toch een goede dokter? Op de heenweg hebben we de wind tegen. Sinds kort zit ze in een fietsstoeltje achterop. Wat voor mij behoorlijk wat meer wind van voren betekent. 😉 Als ik zeg dat ik moe word van het fietsen, zegt ze: “ik help je wel duwen” en duwt me zowat van mijn zadel af. Heerlijk hoe simpel het voor een kind van drie allemaal kan zijn. Bij het ziekenhuis aangekomen, niest ze terwijl ik haar uit haar jas help. Ik zit midden in mijn verhaal en eindig mijn zin met: “Gezondheid, trouwens”. Waarop zij zegt: “ Ik heet niet Trouwens! ”.

Even is het onwennig zo’n ziekenhuis maar al gauw leert ze van opa hoe het bed op en neer kan met de afstandsbediening en deelt ze koekjes rond aan de overige kamergenoten. Pippa heeft haar Fischer Price dokterstasje meegenomen. “Voor de zekerheid, opa”. Ze doet wat testjes met haar plastic bloeddrukmeter en laat opa een paar keer zuchten voor de stethoscoop. Het komt allemaal goed volgens haar. Het gaat goed met de gezondheid van opa. Gelukkig maar.