**//sticky ads code//**

Als ze eenmaal op school zitten….

School. We hebben er eerlijk gezegd best naar uitgekeken. “Als ze eenmaal op school zitten, wordt het makkelijker”, heb ik talloze keren gehoord van ervaringsdeskundige vriendinnen en collega’s, als ik weer eens lekker aan het klagen was over mijn drukke leven met kleine kinderen.

“Dan worden ze zelfstandiger en krijg je meer tijd voor jezelf”. Bovendien scheelt het bakken met geld als ze niet meer naar de crèche gaan.

Een paar weken geleden was het zover. Mijn oudste kleine meid werd 4 jaar en mocht naar school. Zenuwachtig kwamen we, natuurlijk veel te vroeg, aan bij haar lokaal. Even het jassen- en tassenproces afkijken van de andere ouders en hop, de klas in. Bij de ingang stond de juffrouw en gaf ieder kind dat binnenkwam een hand.

Ik had wel 1000 dingen in mijn hoofd die ik wilde zeggen en vragen, zoals ‘wat gaan jullie doen vandaag’, of ‘wil je in de gaten houden dat ze eet, drinkt en naar de wc gaat’

En vooral ‘ik wil helemaal niet dat ze naar school gaat want ik kan het zelf eigenlijk nog niet aanmaar er kwam behalve een ‘Zo, Nina’s eerste dag he!’, niets zinnigs uit. Achter me stonden namelijk nog vijf kinderen in de rijom naar binnen te gaan en drie andere ouders waren ook tegen de juf aan aan het praten.

Nina ging braaf op haar stoeltje zitten en we namen afscheid. Op de terugweg langs de juf vertraagde ik weer mijn pas en zocht contact, maar die was nog druk bezig met handenschudden. Het bleef bij een wederzijdse glimlach. Een beetje beduusd liep ik naar buiten. Hoe moest ik dit volgende keer aanpakken? Nog vroeger komen? Of juist later? Of zou er bij het ophalen meer tijd zijn om dingen te vragen en en informatie uit te wisselen?

Ophalen

‘s Middags stond ik, weer 10 minuten te vroeg en vastberaden, bij het lokaal. Nu zou ik mijn vragen wel eens gaan stellen. Ik somde ze nog eens op in mijn hoofd. Wat heeft Nina gedaan vandaag, speelde ze met andere kinderen, is de naar de wc geweest, durft ze al iets te zeggen in de kring, wanneer is de Engelse les ook alweer?

De deur van het lokaal gaat open. De juf staat in dezelfde positie als in de ochtend. De ouders in een groepje voor de ingang. Één voor één roept ze de kinderen naar buiten, groet hen en geeft hen een hand. “Nina!” Mijn kleine meid komt de klas uit en ik geef haar een dikke knuffel. Ik probeer contact te maken met de juf en moet dit heel goed timen, want elke 5 seconden roept ze weer een kind de klas uit. Vlak nadat ze een naam geroepen heeft zoek ik oogcontact en gooi ik er ‘ging het goed vandaag?’ uit. “Jelle! Ja hoor, ging heel goed!”antwoordt de juf vriendelijk en vervolgt haar proces. “Sarah!”. We lopen de school uit zonder antwoord op mijn vragen.

Loslaten

Uit de check die ik doe in mijn omgeving blijkt dit normaal te zijn. Zolang de juf niet aan de bel trekt mag je er vanuit gaan dat het goed gaat met je kind. Verder is je kind oud genoeg om zelf te vertellen over zijn ervaringen op school en zijn erdrie keer per jaar de 10-minutengesprekken om de ontwikkeling van je kind met de juf te bespreken. Pardon, 10 minuten?!?Dag controle, dag details van de dag, hallo loslaten!

Gelukkig heb ik er meer moeite mee dan Nina. Sterker nog, ze vindt het naar eigen zeggen heel leuk op school. Godzijdank heb ik er nog eentje op het kinderdagverblijf, waarbij het ophalen in geuren en kleuren verteld wordt over wat ze gegeten heeft, hoe het slaapje ging, hoeveel poepluiers ze had en hoe vaak ze buitengespeeld hebben. Die hoge rekening iedere maand nemen we wel voor lief.En die tijd voor mijzelf, die komt later wel.

Als ze eenmaal op school zitten, wordt het makkelijker. Yeah right.

Crèche

Zaterdagochtend, 7.00. Opgewekt komt onze oudste dochter van 3,5 onze slaapkamer binnengehuppeld en klimt op ons bed. Het vroege tijdstip blijft iets waar ik niet aan kan wennen, maar de dikke knuffels en haar aanstekelijke lach maken een hoop goed.

Terwijl ze lekker bij ons onder de dekens ligt, mijmer ik over welke leuke dingen we kunnen gaan doen vandaag met zijn viertjes. Ik wil net voorstellen om naar Artis te gaan, als ze vraagt: “Mama, ga ik vandaag naar de Walvis?” (zo heet de crèche). “Nee schat, we zijn gezellig thuis vandaag. Gaan we leuke dingen doen samen, oké?” antwoord ik. Haar gezichtje betrekt. “Maar ik wil naar de Wálvis”, jammert ze. In eerste instantie denk ik, vindt ze het niet leuk thuis? Doen we iets niet goed? Dan bedenk ik me dat het niets met thuis te maken heeft. Ze heeft het gewoon heel erg naar haar zin daar. Heel de dag spelen met vriendjes en vriendinnetjes, knutselen, klimmen, spelletjes doen, samen eten…en dat alles onder begeleiding van liefdevolle en enthousiaste leidsters. Natuurlijk vindt ze dat leuk!

Ik zal het nooit vergeten, de eerste keer dat ik haar achterliet op de crèche. 5 maanden oud. Wat voelde dat onnatuurlijk. Ondanks mijn vertrouwen in de leidsters. Ik wilde haar het liefst zélf verzorgen, verschonen en voeden. Wat kon mij dat werk nou schelen? Haar karakter maakte het de eerste maanden niet makkelijker op. Ze bleek een echte kat-uit-de-boom-kijker, was vreselijk eenkennig, huilde vaak als ik wegbracht én als ik ophaalde…alsof ze wilde zeggen: haal me zo snel mogelijk weg uit deze ellende! Mijn hart brak. Maar de leidsters vertelden dat ze het gedurende de dag enorm naar haar zin had. Het waren alleen de breng- en haalmomenten waarop er traantjes kwamen. Ik denk dat ze zodra ze mij zag zowel haar verdrietige als blije emoties helemaal kon laten gaan. Ze hebben zelfs gedurende de dag stiekem een filmopname van haar gemaakt om mij gerust te stellen. En het klopte…ik kreeg meer vertrouwen en het ging daarna al snel bergopwaarts. Alsof ze aanvoelde dat ik er nu vrede mee had.

Die vrede heb ik nog steeds. Helemaal omdat onze crèche kleinschalig is met een stabiel en fijn team. Hierdoor is het contact heel persoonlijk en heeft ze van begin af aan dezelfde leidsters om zich heen met wie ze een geweldige band opgebouwd heeft. Ze maakt enorme sprongen in haar ontwikkeling. Ze leert veel van de andere kinderen en de groepsdynamiek. Ze leert op haar beurt wachten, speelgoed delen, knutselen, vriendjes maken en ’s avonds worden wij getrakteerd op de mooiste liedjes en verhalen…ik ben fan!

Burgerlijk

Een stationwagen met plakplaatjes op het raam, op zaterdagmiddag naar de Ikea, de Blokker-kaarsendriehoek voor het raam met Kerstmis, het nieuwbouwhuis… Ik lachte me er vroeger slap om en verzette mij er hevig tegen.

Terwijl mijn burgerlijke volksgenoten op zaterdagochtend al hun burgerlijke activiteiten uitvoerden, lag ik nog brak op bed. Voldaan en uitgeteld van het meest trendy feestje van Amsterdam de avond ervoor. Ik zou nooit, maar dan ook nooit burgerlijk worden. Beloofde ik mijzelf tien jaar geleden.
Nu, terugkijkend op de afgelopen jaren, is die belofte flink afgezwakt. Het begon met het verlaten van de stad. Gehorigheid, slechte parkeergelegenheid, drukte, agressie en arrogantie: ik moest en zou de stad uit. Mijn wederhelft volgde getrouw en zo belandden we in een piepklein dorp… in een nieuwbouwhuis. Pal naast het station waar vandaan de trein ons binnen een kwartier de stad in bracht, dat dan weer wel. En ‘net een beetje anders’, want de grote woonkeuken ligt een verdieping onder de woonkamer. Dat elke dag de trap op en neer met kinderen ons later vreselijk zou gaan irriteren, daar stonden we toen geen moment bij stil.

De kinderen werden geboren. Ons mobiele stadsautootje ruilden we in voor een ruime vijfdeurs. Ik, autoliefhebber met een stationcarallergie, stond erop dat hij vooral mooi moest zijn. Robert vond snelheid een belangrijk punt, en zo kwamen we uit bij een auto die lekker laag op de weg lag en eigenlijk in zijn geheel erg laag uitgevoerd was. Dat we inmiddels elke verkeersdrempel in het dorp hebben geschampt en onze rug verrekt en hoofd gestoten hebben bij het tillen en vastmaken van de kinderen in hun autostoeltjes, nemen we voor lief.

Bij een nieuwbouwhuis hoort natuurlijk een tuin. ‘Zo heerlijk voor de kinderen’, zegt iedereen. En waar wij begonnen met prikkende rozenstruiken en een trap naar de achterliggende sloot, is die tuin nu langzaam omgetoverd tot een waar speelparadijs. De rozen hebben plaatsgemaakt voor een speelplaatsje met glijbaan en zandbak. De trap is vervangen door een stevig hek. Er is geen plekje zon meer te bekennen vanwege het zonnescherm en de parasol.

Tegenwoordig gaan we op zaterdagochtend naar de supermarkt, eten we elke avond samen om zes uur en dit jaar zijn we zelfs voor het eerst naar een camping gegaan. Kortom, ik voldoe aan alle kenmerken waaraan ik vroeger het label ‘burgerlijk’ had gehangen. Gelukkig heb ik intussen geleerd dat een gelukkig leven voor mij niet draait om feestjes en wegvluchten van het dagelijks leven. Voor mij betekent het nu: dankbaarheid voor mijn lieve man en twee kinderen, met een goede gezondheid en genieten van fijne alledaagse momenten en elkaar als belangrijkste ingrediënten. Als dit de definitie van burgerlijk is, dan ben ik dat graag. Ik had alleen even wat tijd nodig om eraan te wennen.

Pizza met frikandel

“Ehm, please, doet u voor haar maar number 6 from the kindermenu. Yes, ehm, the pizza met frikandel, with patat and mayonaise. And a Fristi.”, hoor ik aan de tafel naast mij.

Ik kijk opzij, omdat deze bestelling in een Toscaans restaurant in Italië mij wat vreemd in de oren klinkt. Ik zie een jonge Nederlandse vader en moeder samen met hun dochtertje van een jaar of 4 aan tafel zitten. De vader gaat door met de bestelling en bestelt voor zijn vrouw en zichzelf een lekker stuk vis met salade en frietjes. Waarom ontzegt hij zijn dochter deze lekkernijen en moet zij genoegen nemen met een staaf afvalvlees, zonder groenten, aangevuld met een pakje kunstmatige zuiveldrank met suikers en kleurstof?

We zijn weer terug uit Italië. Er waren zoveel Nederlandse gezinnen op de camping, tussen wie wij elke dag zaten te eten, dat ik eigenlijk continu geconfronteerd werd met de eetgewoontes van de Nederlandse kinderen, aangeleerd door Nederlandse ouders. En ik viel van de ene verbazing in de andere. Met soms het plaatsvervangend schaamrood op mijn kaken. Het feit alleen al dat een Italiaans campingrestaurant zijn menu aanpast aan zijn jongste Nederlandse bezoekers, zegt al heel veel over de smaak en eetgewoontes van ons volk. De Italiaanse keuken is wereldberoemd om zijn eenvoud, pure smaken en de heerlijke verse groenten en fruit. Bovendien zijn de smaken erg toegankelijk. Ook voor kinderen. Wie houdt er nu niet van tomaat, kaas, pasta en frisse kruiden; de basis van de Italiaanse keuken waarmee talloze variaties mogelijk zijn. Verse vis in overvloed en heerlijke vleesgerechten. Met op z’n tijd een knapperige pizza.  Nee, voor onze Nederlandse koters moet dit plaatselijke aanbod wel even aangepast worden. Even het culinaire niveau een paar tandjes omlaag schroeven, en snel een beetje! Voor de kinderen frikandellen, pizza met patat erop (ja echt waar!), afgemaakt met appelmoes.

Het feit dat er een apart kindermenu speciaal voor Nederlandse kinderen ingericht moet worden, is al bijzonder.

Dat dit vol met ongezonde, smakeloze troep moet staan, vind ik onbegrijpelijk. In de campingwinkel kwam ik nota bene De Ruijter hagelslag en vruchtenhagel tegen. Er werd Fristi, Chocomel en Appelsientje verkocht. Rekken vol met typisch Nederlands snoep en drop. Wat is er mis met gewoon mee-eten met de volwassenen, met bijvoorbeeld een halve portie? En waarom drinkt bijna geen enkel Nederlands kind gewoon water, zodat je nog iets proeft van het eten: in plaats van een zoet zuiveldrankje dat de smaak van het eten wegneemt en bovendien de trek stilt waardoor kinderen de helft van hun bord laten staan?  Waarom worden frikandellen en ander fantasieloos ongezond voedsel geassocieerd met ‘lekker’ en ‘verwennerij ‘ en een bordje pasta met verse tomaten, basilicum, kaas en olijfolie met een glaasje water erbij niet? Ik moest op mijn lip bijten om bovenstaande vragen niet te stellen aan de Nederlandse campinggenoten bij wie ik dit gedrag spotte. Ik weet niet of ik me een volgende keer kan inhouden. Volgend jaar gaan wij daarom gewoon weer naar Italië, maar dan met als nieuw belangrijk criterium: een frikandelloze accommodatie!

Vakantie

Zwembroek, check. Zonnebril, check. Luiers, check. Opblaasbare krokodil voor in het zwembad, check. Heel veel korte broeken, jurken, rompertjes, hoedjes, zonnebrandcrème, check. Boek, niet nodig, komen we toch niet aan toe. Ik prop nog een paar enigszins elegante zomerjurken tussen de enorme hoeveelheid spullen in de koffer, die we met moeite dichtkrijgen. Mijn oog valt op mijn haarföhn, die is blijven liggen op het bed. Die past er niet meer in, ook niet in de tweede grote koffer en de 3 handbagagetassen die we nog meenemen. Dan maar mijn haren drogen aan de hopelijk warme wind, die ons wacht in Toscane, onze vakantiebestemming zomer 2014.

Thailand

Het klinkt zo vanzelfsprekend, een gezin met kinderen, dat op vakantie naar de camping naar Toscane gaat. We zullen zeker niet de enige Nederlanders zijn. Echter, hier moesten we eerst een paar psychologische drempels over voordat de knoop doorgehakt werd. Vroeger, – lees: voordat we jonge kinderen hadden – was het duidelijk. Gewoon een ver en nog onbekend land uitkiezen, een goede reisgids en een rugzak kopen, een vlucht boeken en gaan. Het moest compleet anders zijn dan thuis, avontuurlijk en ver weg. Natuurlijk boekten we geen hotels van tevoren, nee, wij leefden per dag! Ook als we later kinderen zouden hebben, zouden ze gewoon meegaan  naar Thailand, achter op de rug. Ons zou je nooit op zo’n burgerlijke camping in Frankrijk of Italië tegenkomen. En ik zou al helemaal nooit in een tent slapen.

Frankrijk

Op onze eerste vakantie met onze oudste dochter – toen 4 maanden – gingen we met het vliegtuig naar een all- inclusive resort in Zuid-Frankrijk. Dat vonden we al spannend en warm genoeg! Thailand kon wel even wachten. Ook toen ons tweede kind werd geboren zijn we dit blijven doen. Het was ideaal om het huishouden geheel uit handen te geven, wat thuis bovenop het drukke baby-peuterschema komt. Drie keer per dag wordt het eten opgediend, de kruimels achter je opgeveegd, je bed wordt opgemaakt en je hoeft slechts na te denken over de keuze tussen zwembad en strand. Je kunt alle tijd besteden aan elkaar.

En nu? Nu willen we graag eens 2 weken op vakantie, wat in een all inclusive resort te duur wordt en bovendien te saai. Thailand met 2 peuters, ik word al moe als ik eraan denk. Wij gaan dus naar de camping in Toscane. Er is een enorm zwembad, speeltuin en alles is ingericht op kleine kinderen. Kinderen blij, wij blij. Het enige principe van vroeger dat ik nog in stand heb weten te houden, is dat we niet in een tent slapen maar in een appartement in een landhuis. Nu we nog in het laagseizoen gaan, is dat nog een beetje te betalen. Maar waarschijnlijk slaap ik over een paar jaar ook gewoon in een tent in Frankrijk. En is dat gewoon ons nieuwe avontuur. Thailand kan wel even wachten.