**//sticky ads code//**
Je kind bewust leren omgaan met social media!

Je kind bewust leren omgaan met social media!

Social media is niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Het is zo goed als zeker dat ook jouw kind zich online zal (gaan) begeven op een of meerdere platformen.

De leeftijd waarop kinderen online gaan komt ieder jaar lager te liggen. Op dit moment zetten kinderen gemiddeld op 9-jarige leeftijd hun eerste stappen online.

Weet jij met wie jouw kind contact online heeft?
Weet jij wie jouw kind online ziet?

Bovenstaande vragen zul je vaker met ‘NEE’ beantwoorden naarmate je kind ouder wordt en zich meer gaat losmaken. Hoe ouder je kind wordt, hoe minder zicht je zult hebben op wat je kind online doet.

Door je kind op tijd voor te lichten en te begeleiden leer je je kind zo verstandig mogelijk om te gaan met social media. Hierdoor is je kind weerbaar en leert hij/zij zichzelf te beschermen tegen mogelijke risico’s. Zo creëren kinderen voor zichzelf een veilige en positieve sociale online omgeving.

Het is belangrijk dat je als ouder zelf begrijpt hoe het (ongeveer) werkt en dat je je bewust bent van mogelijke risico’s van social media gebruik.

Jezelf voorbereiden is ook belangrijk wanneer je zelf al gebruik maakt van social media: kinderen gebruiken social media op een andere manier en gebruiken andere platformen dan volwassenen.

Zit jij bijvoorbeeld op Snapchat of Instagram? Dit zijn momenteel de meest gebruikte social media platformen door jongeren.

Het is dus belangrijk dat je je kind tijdig voorlicht over het gebruik van social media en dat je ook zelf goed op de hoogte en voorbereid bent.

Dat is wat Bewust Social Media doet: ouders voorbereiden op social media gebruik door hun kind. Dat doen we middels ouderavonden en het E-book ‘Bewust Social Media Voor Ouders’ dat via onze site te downloaden is.
Het e-book leert ouders hoe ze hun kind kunnen helpen veilig online te zijn om een veilig sociaal online klimaat te waarborgen. Ook cyberpesten komt aan bod.

Het beschermen van privacy speelt een belangrijke rol in de veiligheid van kinderen online. Het e-book ‘Bewust Social Media Voor Ouders’ geeft je stap voor stap de privacyinstellingen van de vier meest gebruikte platformen. Daarnaast staan er tips in over hoe jij je kind kunt begeleiden.

Je kind online? Wij hebben de basisregels en alle veiligheidsinstellingen voor je op een rij gezet!

Leer je kind bewust om te gaan met social media!
Het e-book download je voor slechts € 4,95 via de website: www.bewustsocialmedia.nl

Van een geschrokken moeder.

Mijn hart bonkt nog door in mijn keel. Ik ga zitten en kijk de meisjes indringend aan. In mijn hoofd gaat het razendsnel. Als ik nu boos word terwijl ik met ze wil praten kunnen ze niet goed luisteren. Ik wil dat ze me horen. Dat ze me heel erg goed begrijpen. Juist nu.

Als ik het uitstel tot later, om zelf even van de schrik te bekomen, is het moment voorbij. Het moet nu meteen. Kalm en duidelijk.
Godsamme, wat vergt dat moeder zijn toch af en toe een Olympische prestatie aan het onder controle houden van emoties!

Bij de sportvereniging houden ze loten verkoop. Voor het Goede Doel. Het is de eerste keer dat mijn dochter aan zoiets meedoet. Dit jaar kun je als loten verkoper zelf ook iets verdienen. Geen speldje of een ander aardigheidje, maar contant geld. Als ze vijfentwintig loten verkopen krijgen ze maar liefst zeven euro. Dat is super interessant voor die jonge meiden natuurlijk.“OMG! Dat is een hele maand zakgeld!”
Ze heeft al lootjes verkocht aan opa en oma, aan ons en aan de buren, maar het zijn er nog geen vijfentwintig. Daarom wilde ze samen met haar bonuszus langs de deuren in onze straat.
Ach, waarom niet. Het is net zoiets als bij Kinderpostzegels: Er hoeft niets betaald te worden aan de deur. Ze lopen niet met geld of loten over straat. De koper schrijft aan de deur zijn naam en gegevens op en de rest gaat automatisch.

De meiden zijn negen jaar en hebben hun zegje klaar.

Moet kunnen. Ze gaan met zijn tweeën giechelend op pad. Ik loop een stukje mee en sta op afstand te kijken en luisteren. Het duo pakt iedereen die de deur opendoet meteen in. Mijn dochter doet het verkooppraatje, terwijl haar bonuszus de bewoner complimenteert met de mooie voordeur, gordijnen of kokosmat. De ene na de andere krabbel gaat op papier en de zegeltjes vliegen de map uit. Ze vragen me of ze de laatste huizen alleen mogen doen. Ik vind het prima zolang ze in de straat blijven. Dat beloven ze en ze rennen richting het laatste blok. Ik ga de hoek om, een rondje lopen met de hond.

Als ik na een minuut of tien terugkom verwacht ik de dames eigenlijk al thuis. Ze zijn er nog niet. Ik wacht een paar minuten en doe dan mijn jas weer aan. Net wanneer ik de voordeur uitloop komen ze de voortuin ingestormd.
‘Hey, ik kwam jullie net halen.’
‘Mam, er was een meneer, die was echt zooo aardig, echt hè?’ Haar bonuszus knikt bevestigend, terwijl ze koekkruimels van haar wang veegt.
‘Hij kon de enveloppe niet invullen aan de deur, dus hij vroeg of we binnen kwamen. We hebben stroopwafels gekregen!’

Ze zijn vrijwillig mee naar binnen gegaan.

De aardige meneer heeft ze meegenomen, heeft de voordeur achter ze dichtgedaan en heeft ze naar binnen geleid waar ze koek hebben gegeten aan tafel, terwijl hij het formulier invulde. M’n hart slaat even over en ik krijg fout kippenvel.
Honderd keer heb ik het gezegd! Nou ja, vaak in ieder geval. Niets aannemen van vreemde mensen. Niet met vreemden meegaan. Nooit ergens naar binnen gaan of in een auto stappen als je diegene niet kent. Ook niet als hij zegt dat hij jou of je familie kent. Ook niet als hij je allerlei leuke dingen belooft. Ik heb het gezegd! Maar niet net vlak voor ze gingen lopen…

Ik lever de Olympische prestatie (vind van mezelf dat ik minstens een podiumplek verdien) en ga rustig het gesprek aan met de meiden. Ik vraag ze wat er gebeurd is. Wat er niet goed is gegaan. Wat ze vergeten zijn. Ze kijken beduusd en ook enigszins geschrokken.

Dan doen we een rollenspel. Ik open de deur en beeld allerlei verschillende types uit. Ik probeer ze naar binnen te krijgen met de mooiste verhalen. Ik bied snoep aan, jonge poesjes, kadootjes, doe zielig en vraag om hulp, ik zeg dat het mag van hun vader en moeder en nog veel meer. Ze gaan helemaal op in hun spel, slap van het lachen en ik krijg ze niet naar binnen.

Natuurlijk weet ik dat het maar een rollenspel is. Maar de oefening draagt in ieder geval bij aan het verwerken van de schrik en de broodnodige herhaling.

Van een geschrokken moeder aan alle andere vaders en moeders: blijf je herhalen! Beter een keer te vaak dan te weinig.

OMG!

Ik ben voor het eerst echt een middagje gaan shoppen met mijn dochter. Ze is al acht dus, ja zeg, het mocht wel eens gebeuren.
Naast een outfit voor de kinderdisco van haar dansclub mocht ze nieuwe sneakers uitzoeken. Natuurlijk hebben we de H&M bezocht waar het gekrioel met kleine meisjes op zoek naar de hipste outfit bijzonder te noemen was.

Mijn dochter heeft haar eigen ideeën over de vulling van haar kledingkast. Dat klinkt voor veel moeders met een dochter wellicht super logisch, maar ik heb daar wel even aan moeten wennen in het begin. Mijn zoon deed nooit zo ingewikkeld over zijn kleding. Inmiddels heeft hij wel een mening over wat hij wel en niet aan wil, dat mag ook wel als je in de brugklas zit, maar tot een jaar of negen trok hij gewoon aan wat ik voor hem klaarlegde.

Het dametje daarentegen heeft al een heel duidelijk idee van wat ze aan wil vanaf een jaar of twee. Als het niet eerder was. Ze zat dan op de commode waar het stapeltje kleertjes dat ik neergelegd had uitgebreid werd geïnspecteerd. Wat haar niet beviel gooide ze doodleuk op de grond: “Nee, niet die. Die!” En wees vervolgens met dat stronteigenwijze vingertje richting de kast naar iets anders.

Inmiddels heeft ze haar eigen stijl, al jaren. Dat betekent: GEEN rokjes en jurken, heel soms een lange broek maar eigenlijk het liefst altijd een korte broek. In de zomer zonder en in winter met legging.
Met daaronder hoge sneakers. Geen laarzen en al helemaal geen flatjes. Dus op onze winkelmiddag scoren we Adidas sneakers. Wit-roze-paars, dat dan weer wel.
So far so good…
Tot we langs de Coolcat lopen.
Nou hoop ik dat ik niemand beledig, anders mijn excuses, maar ik vind de CoolCat voor meisjes echt vreselijk! Heel misschien voor meisjes van dertien of veertien…Of nou ja, eigenlijk, sorry…
Maar ze wilde er heel graag heen. Dus gingen we.
En kreeg ik de ultieme bevestiging: ik word oud, ben oud aan het worden, of al geworden eigenlijk. De muziek knetterhard, de rekken stampvol. Het duizelde me. Nog veel erger dan bij H&M.
Voor me uit huppelde mijn meiske:
“O My God!!!!, mam! Tis hier zo cool!”
Ze toonde een knalroze muts met grote zwarte letters: OMG. Een shirt met lange mouwen, maar het shirt zelf niet langer dan ver boven haar navel. En een hemdje in doorzichtige stof met tijgerprint. Mijn reactie in volgorde van kledingstuk:
Muts: “Hij is grappig ja, leg maar terug…”
Shirt: “Enig! Ik dacht het niet, schat”
Tijgerhemd: “Wat dacht je zelf? ”

Ze heeft humor en kon er dus wel om lachen. Uiteindelijk heeft ze sokken uitgezocht. Met een hondje. Dat was gewoon weer mijn meisje:
” Aaaah mam, zo schattig! ”
Er zit geen enkele pasvorm in de sokken dus zijn ze nu al overgedragen aan haar beer. Afijn, zij blij, Beer blij en vooral ik blij, ik heb genoten van onze middag!

Floddertje

Floddertje

Mijn dochter komt aanrennen over het schoolplein.
‘ Mama, mag Renske bij mij spelen?’
‘ Ja hoor lieverd, waar is Renske?’
‘ Die staat daar.’
We lopen het schoolplein over naar Renske en haar moeder. Intussen rukt onze hond mijn arm zowat uit de kom. Zoveel ballen en andere rondvliegende voorwerpen. Hij vliegt van links naar rechts en is nauwelijks te houden.
Renskes moeder doet een stapje achteruit als we bij ze aankomen. Ze vindt de hond wel leuk, maar heeft een witte broek aan en moet zo nog naar een afspraak. Witte broeken zijn een ‘no go’ met onze onstuimige, langharige lobbes met modderpoten en kwijlbek.
Renske lijkt op haar moeder. Ze ziet er altijd heel netjes uit: zwarte college schoenen en een lichte broek met een jasje. Renske heeft rood haar, in een keurige bob geknipt, sproeten en groene ogen die altijd lijken te lachen. Renske en mijn dochter zijn heel verschillend, maar kunnen het goed vinden samen. Ze hebben dezelfde humor en liggen constant in een deuk.
Mijn dochter lijkt ook op haar moeder, maar die heeft meer weg van Floddertje…
We gaan schoon en fris op pad maar het lukt vaak niet erg lang om zo te blijven. Bij ons thuis is het liedje uit de musical: ‘Ja ik ben Floddertje en ik ben altijd viehiehies!’ dan ook lange tijd favoriet geweest.
De dametjes staan nu ook alweer te giechelen en ik spreek met Renskes moeder af dat ze haar om vijf uur komt halen.
Eenmaal thuis gaan de meiden boven spelen. Een hoop gegil en gelach. Tot ze samen de tuin in komen lopen.
‘ Mam..eeeh… Milan had kauwgom getrakteerd. Enne dat mochten we niet opeten van juf, dus hebben we dat net gedaan. We moesten het natuurlijk eerst vragen, maar dat waren we vergeten.’
‘ En toen lagen we dus op de grond. En toen moesten we heeeel hard lachen. En toen viel het bij Renske dus uit haar mond in haar haar.’
Ze kijken allebei zo onschuldig mogelijk en proesten het dan uit.
Renske staat voor me. Eén kant van haar boblijn zit tegen haar hoofd geplakt met een enorm bonk roze kauwgom.
In een reflex kijk ik op de klok in de keuken. Kwart over vier. Ik heb nog drie kwartier.

Gelukkig is er Google.
Kauwgom uit haar’  levert ‘pindakaas’ op als resultaat.

Dat heb ik in huis.
Als drie kwartier later de bel gaat lever ik Renske af aan haar moeder. Haar haar is kauwgomvrij. Het hangt in vette slierten langs haar gezicht en het ruikt naar pindakaas. Met warme wangen van het kauwgom pulken leg ik luchtig uit wat er gebeurd is. En dat ik geen tijd meer had om het te wassen.

Geen probleem.
Giechelend nemen de dames afscheid.
Opgelucht doe ik de deur dicht en kijk mijn dochter quasi boos aan. Ze kan haar glimlach niet onderdrukken als ze zegt: ‘ Nu moeten we zeker even praten, hè mam..?’

 

Hulpouders gevraagd

‘Zal mama meegaan naar Zorgvrij?’ vraag ik aan mijn 8-jarige dochter. Groep 5 gaat naar de Zorgboerderij en juf vraagt in een mailtje om hulp.

Grote verbaasde ogen gevolgd door een zeer enthousiast: “Jaaaaaa!” bezorgen me naast een lach ook een licht schuldgevoel. Ouderparticipatie noemen ze het. Oftewel hulpouder zijn: een groepje kinderen toegewezen krijgen om te begeleiden tijdens een uitje. Ik vind het doodeng. En doodvermoeiend. Meestal wanneer er zo’n hulpvraag binnenkomt heb ik dus helaas geen tijd. Althans, dat zeg ik dan tegen mezelf. En soms ook tegen de kinderen of de juf. Voor andere dingen heb ik wel tijd. Assisteren bij het kerstontbijt bijvoorbeeld of foto’s maken tijdens uitvoeringen. Dingen waarbij we op school blijven. Met z’n allen bij elkaar. Zonder attracties of klimrekken of beesten. Maar met een groepje op stap… 

Het lijkt andere ouders zo makkelijk af te gaan. Om over de juffen en meesters maar te zwijgen.

Ik ben er niet goed in. Ben bang dat ze kwijtraken. Dat we verdwalen, op de heenweg al. Of dat ze, als we wel aankomen, ergens tussen of onder komen. Dat ze ergens uitvallen. Of geprikt worden. Of gebeten. Of dat ze stikken in hun raketje. Het zweet breekt me al uit bij de gedachte. Ik denk echter dat ik er dit keer maar aan moet geloven als ik die blije toet zo voor me zie.Om kwart voor negen meld ik me in de klas. De moed die ik mezelf heb ingepraat zakt me enigszins in de schoenen wanneer ik de “uitrusting” van twee van de hulpmoeders zie. Heb ik weer eens niet goed gelezen? Een bijlage vergeten te openen met een keurig lijstje? Ik weet (bijna) zeker van niet want ik heb gisterenavond nog de route gecheckt en daar stonden verder geen instructies bij.
Moeder 1 heeft een enorme rugtas mee waar enkele handdoeken aan bungelen.
Moeder 2 een plastic tas met bekers en een grote thermoskan, ik vermoed met limonade.
Er is ook een vader bij. Hij lijkt niets bij zich te hebben. Daar put ik hoop uit.

Op het teken van juf rennen alle kinderen naar hun begeleider. Mijn smurf staat stralend voor me te springen om het groepje voor te stellen. Twee jongens en twee meiden. Dat valt best mee. Ze slaat haar arm om het jongetje naast haar. Hij is klein, heeft een open gezicht, ziet wat bleekjes en heeft een snotneus. ‘Mam dit is Elias, maar je mag gewoon Jas zeggen hoor dat doen wij ook, hè Jas?’ Elias grijnst. ‘Hij is voor alles allergisch, maar dan ook echt alles, hè Jas? En daarom heeft hij zijn eigen eten mee, hij mag echt niks anders eten. En hij is altijd verkouden, echt altijd mam!’ ‘Ja iew!’ zegt het lange meisje naast naar. Ze ziet er prachtig uit, haar blonde haar in een knot, een grijs colbertje, een wit strokenrokje en flatjes met glitters. ‘En dit is Kai mam’ vervolgt mijn dochter. Ze kijkt naast zich waar inderdaad net nog het andere jongetje stond. ‘ Kahaaaai!!! Dat doet ie nou altijd hè mam, ook met gym en buitenspelen, hij is echt altijd weg!’ ‘ Ja pffff ’ zucht het lange meisje terwijl ze met haar ogen rolt. Terwijl de rest van de klas al de trap afstormt gaan wij op zoek naar Kai. Ik kan dit, denk ik bij mezelf, ik kan dit echt…

Groep 8 is echt anders!

Mijn zoon heeft net groep 8 afgerond. Nu hebben alle groepen op de basisschool iets bijzonders vind ik.

Iedere ouder met een kind op de basisschool gaat de verschillende fases door: van het langzaamaan steeds een beetje meer loslaten van je kind: snotterende moeders bij het wegrijden van de eerste bus (ik zag eigenlijk nooit vaders huilen maar misschien deden zij het gewoon wat minder opvallend en dramatisch?) tot het uitzwaaien van je ‘bovenbouwer’ op de fiets op weg naar kamp (weer met een brok in je keel).
Ik zie hem zo nog staan 8 jaar geleden: bolle toet, van die heerlijke kleuterhandjes met kuiltjes en X-beentjes. In zijn blik een mix van trots: ‘ik ben nu vier jaar en dus al echt groot’ en twijfel: ‘mama laat mij hier achter in een klas vol kindjes en een hele enthousiaste vreemde mevrouw’. Gisterochtend vertrok mijn zoon. Haar in de gel, sneakers aan, iPod mee. Op weg naar z’n laatste dag op de basisschool.  ’s Avonds was de musical, dit weekend het eindfeest.

Groep 8 is echt anders. Wanneer het schooljaar begint is je kind nog echt een basisschoolkind.
Hoewel ze nu de “grootste” van de school zijn, zie je toch nog niet echt helemaal voor je hoe jouw “kleintje” over minder dan een jaar tussen de pubers door de gangen van het voorgezet onderwijs zal slenteren. En toch, wanneer je daar een schooljaar later, wederom met de tranen op je wangen (pffff we janken wat af in die 8 jaar!), staat te applaudisseren in de aula, klopt het helemaal. Hij of zij is er klaar voor.

Het is kennismakingsmiddag met de brugklas.

‘Eh…waar is de school ook al weer mam?’
‘Ik fiets wel even mee.’
‘Ja graag.’
Echter waar ik vorige week, weliswaar alleen buiten het schoolhek, nog een knuffel van een nanoseconde kreeg, roept meneer nu honderd meter voor de school over z’n schouder terwijl hij wegdemareert: ‘ja, ik zie het, doei mam!’
Knuffelen doe ik voortaan met mijn nieuwgeboren pre-puber alleen nog heel erg in het geheim vermoed ik.

Groep8