**//sticky ads code//**

Zwart met witte Piet

‘Zeg mam?’
Ik kijk op. ‘Ja schat?’
Mijn zoon houdt zijn hoofd scheef als een vogeltje dat iets interessants ziet.
‘Ik heb een niet helemaal zwarte Piet gezien….’
Hij heeft direct mijn volle aandacht.
‘Sorry maar wat zei je?’ vraag ik om tijd te kopen…want had hij nou echt gezegd wat ik dacht? Ja, natuurlijk had hij dat!
Ik ga verzitten. De laatste tijd had hij vaker vragen gesteld over Sinterklaas en Piet die ik liever ontweek dan met een leugen wilde beantwoorden. Maar ja, hij is 6 en gelooft onvoorwaardelijk, net als de 28 andere kinderen in zijn klas.
Mijn zoon fronst en wijst met zijn wijsvinger naar de zijkant van zijn hoofd.
‘Nou…hierrrrr….’ Zijn vingers grijpen zijn rechteroor en trekken het wat hardhandig naar voren. ‘Daarachter zag ik een witte streep.’
‘Een witte streep…achter het oor van zwarte Piet,’ papegaai ik onnozel.
‘Ja…het was ook een beetje wit in zijn nek,’ vervolgt mijn kind.
‘Oké…’ Ik trek hem wat naar me toe en hij kijk me recht aan.
‘En wat zegt dat dan?’ vraag ik aan hèm, de makkelijkste uitweg zoekend.
‘Nou….dat sommige Pieten geschminkt zijn natuurlijk!’ roept mijn zoon uit alsof hij niet kan begrijpen dat bij mij het kwartje niet valt.

‘Ooooh ja…ik snap het…’ prevel ik.
Maar mijn zoon luistert niet, hij is er vol van en vervolgt: ‘Het was een dikke Piet (hij spreidt zijn armen megawijd uit) met een gouden fluit, blauw met zwart jasje aan en ook zo’n broek en zwarte benen en gouden knopen hier en hier en hier…’ En zijn vingers stippen op zijn eigen borst de knopen aan waar hij ze bij Piet had gezien.
En nadat hij de bewuste Piet goed heeft beschreven kijkt hij mij vol verwachting aan en vraagt: ‘Weet je nou dan welke ik bedoel?’
Tja, ik houd mij niet meer goed en helaas gebeurt wat ik al die tijd zo hard onderdruk. Mijn schaterlach borrelt diep vanuit mijn borst omhoog waar hij al die tijd al heen en weer klotst en ik verbijt me zo krampachtig dat de tranen uit mijn ogen springen. Ik hik het uit.

‘Daar hoef je niet om te huilen mama!’ Mijn zoon slaat zijn arm om me heen.
Mijn grote, lieve schat, denk ik. Ik herstel mezelf en veeg mijn lachtranen direct weg.

‘Ik heb geen idee welke Piet je bedoelt lieverd…het zijn er ook zoveel.’
‘Ja…wel honderden….nee wel duizenden…nee miljoenen Pieten zijn er mama!’
Ik knuffel mijn Pietenteller.

‘Nou ja….dan weten we het nu hè mama?!’ bevestigt mijn kind zichzelf daarbij schouderophalend. ‘Sommige Pieten zijn zwart, sommige Pieten zijn wit en sommige Pieten zijn dus zwart met wit…’
En hiermee was de kous af waarna ik toch wel wat opgelucht adem heb gehaald.

Winterse momenten

Sinds het nieuwe jaar is begonnen heeft de winter niet echt doorgezet.
Tenminste dat vindt mijn zoon en hij heeft gelijk. Het heeft hard geregend en gewaaid maar daar houdt het mee op. Heel vaak vraagt hij nu wanneer het gaat sneeuwen, want die ene dag sneeuw in december was toch wel helemaal te gek.
‘Het zal vast nog wel gaan sneeuwen, deze winter,’ brom ik want ik ben niet zo van de sneeuw en ijs. Geef mij maar een warm strand, een kleurrijke bikini, de lauwe zee en een goed boek en je hoort me voorlopig niet meer.

‘Wanneer is de winter eigenlijk klaar?’ vraagt hij, terwijl hij uit het raam naar buiten kijkt.
‘Als de lente begint’ zeg ik.
‘Wanneer begint de lente?’
Ja, die vraag had ik kunnen zien aankomen. ‘Eh…’
Als ik een datum noem zegt hem dat nog steeds niet veel, dus zeg ik: ‘Als er weer nieuwe knoppen aan de bomen  groeien, dan begint de lente.’
Mijn zoon zwijgt en staart. Dan slaakt hij een kreet. ‘Mama, mama! Kijk er zitten nieuwe knoppen aan die takken daar!’ Hij springt om me heen en trekt me uit de bank.
‘De lente begint!’ roept hij enthousiast. En vervolgens zakt hij in de bank met zijn armen over elkaar en een nors gezicht: ‘Dan gaat het dus niet meer sneeuwen, bah!’
‘Kom, kom,’ mompel ik en tuur naar buiten. Ik zie dat hij warempel nog gelijk heeft ook. Aan de winterse takken zitten echt kleine groene punten. Ik zucht.  De natuur is in de war. De Hortensia denkt dat het lente wordt. Klaar ben ik ermee.

‘Die knoppen zeggen helemaal niets,’ begin ik.
‘Maar je zei toch dat het lente is als er knoppen komen?’
‘Ja, maar het kan nu geen lente worden. Het is januari…halverwege maart wordt het pas voorjaar!’
Ik strijk hem door zijn haren en hij wipt van de bank af. Hij staart weer door het raam en kijkt omhoog naar de grijze lucht.
‘Ik begrijp er helemaal nietssss meer van’ verzucht hij met een scherpe S. En dat snap ik wel, niets is zo mysterieus en ongrijpbaar als de natuur.

Een paar dagen later luister ik naar het weerbericht en hoor dat in de loop van de week de temperatuur zakt en de langverwachte winter zich aandient.
En vanmorgen was het zover. Terwijl mijn zoon langzaam wakker wordt en ik me aankleed zijn de daken wit bevroren en staat het temperatuurmetertje 3 graden onder nul.
Ik hoor een kreet van plezier uit de kamer van mijn jongen. ‘De auto’s zijn helemaal wit, mama!’
‘Ja, ik heb het ook gezien en het vriest nog steeds!’
‘Komt er dan ook sneeuw?’ jubelt hij en drukt zijn neus plat tegen het koude raam.
‘Dat weet ik niet, maar het zou heel goed kunnen!’
‘Joepieieieie!!

Wat later trekken we onze jassen aan en wil hij persé zijn sneeuwlaarzen dragen. Ze zijn brandnieuw en op die ene dag sneeuw in december, had hij ze nog niet. Popelend van verlangen trekt hij de ritsen omhoog.
Op school aangekomen stapt hij met een rode neus van de kou en glanzende ogen van opwinding de klas binnen. Na nog een laatste kus zit ik weer op de fiets.
En als ik een goede drie kwartier later dikke droge sneeuwvlokken naar beneden zie dwarrelen denk aan mijn kind. Gelukkiger dan dit kan de natuur hem niet maken.

Niet gek voor een nepperd!

Vorig jaar stond ik bij een welbekend tuinwarenhuis te blauwbekken van de kou om samen met mijn zoon de kerstbomen te keuren. Niet dat mijn kind het koud had, welnee, hij huppelde warm rond me heen en vond ze allemaal even mooi. Maar  wat schrok ik van die prijzen! Ik besloot direct voor een kleinere te gaan dan vorig jaar.  Ik zet hem wel op een kastje met een mooi kerstkleed eronder, dacht ik wat grimmig. Zoals altijd legden de ‘tuinmannen’ de boom in de auto, dat moet gezegd worden. Niettemin was ik weer opgelucht dat de klep dicht kon. Helaas moest ik de stekeligheid nog van de auto het huis in krijgen en voordat we goed en wel met versieren konden beginnen zat ik weer helemaal onder de rode kriebelbultjes door de hars en naalden, ken je dat?
Ook dit jaar breekt de grote kerstboom versierdag aan. Tijdens het ontbijt zeg ik tegen mijn jongen dat we een nep kerstboom in de gangkast hebben. Maar mijn zoon hoort het woordje ‘nep’ niet. Met enige achterdocht vraagt hij: ‘Staat er een kerstboom in de kast?!’

Voor ik hem kan tegenhouden schiet hij uit zijn stoel en rent naar de gang.
‘Waar dan mama?’
Inmiddels sta ik naast hem en knip het licht in de kast aan. ‘De doos ligt daar!’
Hij tuurt en kruipt de kast in. ‘Het ruikt hier raaaaaar,’ roept hij.
Ik glimlach. ‘Ja, een beetje muf,’ bevestig ik.
‘Ik zie hem niet hoor!’ Mijn zoon klinkt verhit.
‘Dat komt omdat hij in een doos zit en ik hem eerst in elkaar moet zetten,’ leg ik uit. ‘In elkaar zetten?’ herhaalt hij en kijkt hoe ik andere spullen uit de kast sjouw om daarna de grote kartonnen doos te pakken waar het om gaat.
‘Zit ie daar in?’ vraagt hij ongelovig als er even later een kei van een doos tevoorschijn komt.
‘Ja, lach ik, hier zit ie in, maf he?’ Ik veeg de druppeltjes zweet van mijn bovenlip. Bloedheet is het in de gangkast omdat daar ook alle verwarmingsleidingen langs de muren naar boven lopen. En eerlijk gezegd ben allang blij dat ik geen nest met van die monsterlijke zilvervisjes ben tegengekomen.

Wanneer ga je de nep kerstboom in elkaar zetten mama?’ vraagt mijn zoon en toen: ‘En mag ik eens voelen?’
‘Nou, als ik je zo naar school heb gebracht ga ik eraan beginnen en ja voel maar hoor.’
‘Aaaaach….mag ik er niet bijzijn?’ Hij stort zich op de stoffige doos en voelt met zijn vingers aan een paar neptakken. ‘Ieuw! Wat vies en hij stinkt!’ Met opgetrokken neus is zijn interesse voor de nep kerstboom direct weg. Komt wel goed, denk ik berustend.
Wat later neurie ik met de kerstmuziek mee, de boom in elkaar. Het gaat lekker en als laatste hang ik er een slinger gekleurde lichtjes in. Tevreden bekijk ik het eindresultaat.
Niet gek voor een nepperd, denk ik.

Als mijn zoon uit school komt moet ik bijna zijn onderkaak opvangen omdat deze anders tot op de grond openvalt. ‘Mama!!’ roept hij. ‘Ik dacht dat ie heel anders zou zijn!’
‘Hoe dan?’ vraag ik met ingehouden lach.
‘Nou…veel kleiner….en stinkend en niet mooi…ooooh die lichtjes, zooooo mooi!’
Verrukt loopt hij erom heen en begint vervolgens enthousiast in de kerstdozen te zoeken.
Hij bekijkt de ballen, sterren, kerstmannetjes, engeltjes en de andere versiersels uitgebreid voordat hij voor al het moois een plekje in de boom zoekt.  Dat de boom van kunst is, lijkt hem niets meer te kunnen schelen. Want het is bijna kerst! En we hebben een kerstboom die hij gaat versieren. Dat is voor hem het enige dat nu telt. En zo is dat.

Zachtjes gaan de paardenvoetjes

Mijn zoon praat vandaag aan één stuk door over Sinterklaas en kijkt regelmatig uit het raam om zichzelf er van te verzekeren dat zwarte Piet daar niet staat. Want hij heeft zich al wel tien keer afgevraagd hoe Sinterklaas toch wist dat hij gisteravond inderdaad vergeten was een tekening in zijn schoen te doen.

“Tja, de Sint weet alles,” mompel ik binnensmonds en blader verder in het tijdschrift dat ik in mijn handen heb.  Tersluiks hou ik mijn kind in de gaten en zie hem verbeten op de achterkant van zijn potlood kauwen.
“Dit is een wigwam,” zegt hij na twee forse strepen te hebben getrokken op een velletje papier.
Hij tekent verbeten verder. Hij moet en zal een tekening maken. De brief van Sint zit hem toch niet lekker want geen tekening betekent ook geen cadeautje!

“En dit is een tafel met twee stoelen…zie je dat mama?” Hij kijkt me aan.
Ik kijk even op zijn tekening en knik. “Mooi!” bevestig ik.
“Ga je Sinterklaas nog tekenen?” vraag ik hem wat later.
Hij krabt op de achterkant van zijn hoofd. “Waarom?”
“Nou….ik denk dat Sint dat wel leuk zal vinden!”
Mijn zoon denkt na. “Oké dan.”
Een tijdje is het stil, af en toe spiek ik wat mee. Ik ontwaar een wigwam met een boven en beneden verdieping. Boven heeft hij een bedje getekend met een vreemdsoortige lamp aan het plafond en beneden staat Sinterklaas zonder neus en zonder voeten met een brede glimlach naast de tafel die fors boven zijn mijter uitsteekt. Ik grijns en kijk vertederd naar mijn kind die verder kleurt met zijn tong een stukje uit zijn mond.

Dan is hij klaar en slaakt een diepe zucht. “Vind je hem mooi, mama?”
“Prachtig, ik denk dat Sinterklaas hem ook prachtig vindt!”
Mijn zoons gezicht staat tevreden. “Nu zal Sinterklaas wel blij zijn en krijg ik een cadeautje,” zegt hij.

Dat denk ik ook.
Gisteravond was hij tot mijn verrassing erg stuurs geweest over Sinterklaas, wist geen enkel liedje te zingen en had twee schoenen neergezet in plaats van één.

Dus toen hij in bed lag dacht ik na. Ik kon natuurlijk gewoon een cadeautje in zijn schoen doen en net doen alsof zijn stuurse gedrag geen invloed had, maar dat kon toch ook niet de bedoeling zijn.

Op dat moment besloot ik wat chocoladegeld in zijn schoen te stoppen met een korte brief erbij. Ik schreef hoe jammer Sinterklaas het had gevonden dat er geen tekening voor hem bij was. En Sint had hem eigenlijk ook niet horen zingen.  Dus het schoen zetten mocht worden herhaald.
Rond een uur of half zeven in de avond rolt mijn zoon de tekening netjes op en vraagt hij om een wortel en een bakje water voor Amerigo. Daarna zingt hij welgemeend twee liedjes uit volle borst. Even later ligt hij tevreden in bed en is hij snel vertrokken.

Rond een uur of elf, ik sta zelf op het punt ook naar bed te gaan, is hij klaarwakker.
“Mama!” roept hij keihard.
“Wat is er lieverd?”
“Ik hoor paardenvoetjes…in de verte…echt waar….buiten…Sinterklaas komt eraan!”
Ik verberg een glimlach achter mijn hand. “Nou dan heeft Sinterklaas jouw liedjes gehoord!”
Er breekt een brede glimlach door op zijn gezicht en ik strijk hem door zijn haren. Hij schurkt zich dieper in zijn bed en sluit zijn ogen.
“Slaap lekker,” roep ik hem op de gang nog een keer toe maar ik hoor hem al niet meer.
Dan klinkt in de verte een soort hoefgetrappel.  Verbaasd sta ik stil en spits mijn oren.
Niets.

Nee, natuurlijk niet….Ik schud mijn hoofd om mezelf en moet oppassen dat ik niet hardop ga lachen. Paardenvoetjes! denk ik een beetje spottend.
Sinterklaas, gezellig hoor! Maar ook altijd heerlijk als de goed heiligman terug naar Spanje vaart en thuis de rust zich weer hersteld.

Mijn zoons liefde voor boeken

In ‘onze’ bieb is een ruime kinderhoek voor peuters en kleuters. Toen mijn zoon 18 maanden was snuffelde hij in de bakken vol flapjes -, geluidjes -, voel -en knuffelboeken. Dan trok hij boeken eruit, zakte door de zwaarte achterover op zijn dikke luierbillen en keek, aaide, luisterde en proefde vol bewondering. En als iets niet naar zijn zin ging zette hij gewoon zijn megafoon aan die door de hele bibliotheek schalde. Niet dat ik ver uit de buurt was, welnee, ik zat aan de andere kant van de bakken naar hem te kijken.
Nu is hij vijf en zit vaak met een boek op schoot in de grote rode bank die daar ook staat. Hij verslind stapels ‘zoek -en vind’ boeken en geniet van prentenboeken met mooie platen.
Op een middag zit ik zelf in die bank, kijk op uit m’n boek en zie hem… nergens, terwijl hij toch echt bij de prentenboeken stond! Nu kan hij de bieb niet uit maar ik heb mijn kleuter graag in het vizier, openlijk of verdekt opgesteld. Ik kijk rond me heen en zie hem al snel zitten te midden van een stapel leesboeken.

Boeken zijn fascinerend
“Hi lieverd, ik was je even kwijt,” glimlachend hurk ik naast hem. “Kijk mama….dit zijn leuke plaatjes!” Met stralende blauwe ogen kijkt hij me aan. “Eh…” Ik pak het boek van hem over en kijk op de kaft. “Sjakie en de chocoladefabriek,” lees ik hardop.  Mijn zoon wiebelt ongeduldig heen en weer en trekt het boek tussen mijn vingers vandaan. “Wat is er met haaaaar aan de hand?” Hij tikt op een plaatje van een meisje dat zo rond en dik is als een grote bal.
“Zij heeft iets gegeten wat niet mocht, geloof ik,” zeg ik aarzelend.
De ogen van mijn zoon fonkelen. “Leuk!” lacht hij, want een stout kind in een boek vindt hij geweldig interessant. “Nemen we het mee? Ja, hè?”
“Het is een dik boek hoor, weet je het zeker?” vraag ik bedenkelijk.
“Waar gaat het dan over? Gaat het over deze jongen, is dit Sjakie?” Hij drukt op een plaatje van een jongen met een mager gezicht.
Ik kijk en knik. “Klopt, dat is Sjakie, hij is erg arm en woont met al zijn opa’s, oma’s en papa en mama in een klein huisje.”
Mijn zoon zegt niets en bladert verder. “In dit huis?” Opnieuw knik ik.
“Kijk, Sjakies huis heeft een heel gek dak. Ik ben blij dat ons huis geen heel gek dak heeft,” verzucht hij opgelucht.
“Ik ook,” bevestig ik op droge toon. Dan houdt mijn zoon een tweede boek van Roald Dahl onder mijn neus. “Dit boek wil ik ook,” zegt hij.
“De Grote Vriendelijke Reus,” mompel ik en denk: Voorlezen kan toch wel?
Thuis aangekomen heb ik geen tijd om samen met hem in het boek te bladeren, ik wil met koken beginnen.
Teleurgesteld gaat hij aan de keukentafel zitten. Even hoor ik niets. Dan giechelt hij het uit: “Er liggen vier ouwe mensen in één bed!”
Die avond lees ik hem het eerste hoofdstuk voor, waarin hij Sjakie en zijn familieleden leert kennen. Nadien geeft hij mij tevreden een stevige zoen, stopt zijn duim in zijn mond, gebruikt zijn leeuw als kussen en slaapt voordat ik zijn kamer uit ben. Ongelofelijk, de uitwerking van een boek op een kind!

Schaterlachen
Een week later is het uit en weet hij alles over Sjakie. Hij heeft werkelijk schaterlachend over de grond gerold toen ik hem voorlas over Violet Bauderest. Hiklachend heeft hij geluisterd hoe ze haar kauwgom achter haar oor plakte als ze moest avondeten. Ik zal je vertellen, mijn moederhart gloeide. Wat gaat dat worden als hij straks zelf kan lezen? Ik ben benieuwd en de tijd zal het leren.

Kleine vragensteller

Op een ochtend vlak voor het naar school gaan vraagt mijn zoon: ‘Is de wereld een cirkel?’ Ik leg net een dubbele knoop in zijn veters. ‘Eh, de wereld is een bol, dus ja, ook een cirkel’. Als ik overeind kom kijkt hij mij met een frons aan. Zijn hoofd zit weer vol met van alles, zie ik. Als mijn zoon nadenkt kijkt hij op een bepaalde manier. Hij houdt zijn hoofd licht schuin en fronst er diep bij. Als baby kon hij al met zo’n bedachtzaam gezichtje om zich heen kijken. Dan vroeg ik mij soms verwonderd af wat er allemaal in zijn kleine koppie omging.
‘Waarom kan ik dat niet zien?’ dringt mijn zoon volhardend aan en springt over de drempel naar buiten.
De wind rukt aan zijn haren.
‘Omdat we zelf op de aarde staan, kun je niet zien dat de aarde rond is en lijkt hij voor ons plat,’ zeg ik en frons nu zelf ook. Op deze vroege ochtend laat hij mijn hersenen alweer kraken.
Ik zie hem weer denken, de kleine vragensteller.
‘Kan ik helemaal over de aarde heen gaan zodat ik bij het eind kom?’ vraagt hij.
Hij kijkt hoe ik onze fietsen uit de schuur pak.
‘Nou, de aarde heeft eigenlijk geen eind. Het is net als bij je voetbal. En je kunt zeker naar de…eh… andere kant reizen.’
‘Met de fiets?’ vraagt hij snel en ik zie een twinkeling in zijn ogen.
Grinnikend roep ik: ‘Dat kan, maar dan ben je wel erg lang onderweg.’
Mijn zoon begint ook te lachen. ‘Je kunt beter met de bus gaan. Nee, met een luchtballon!’ roept hij uit. ‘Nee, als superman, dat is cool!’ giert hij dan gillend. We kijken elkaar lachend aan.
Dan zegt hij: ‘Wonen er aan de onderkant van de aarde ook mensen?’
Hij klikt zijn helm vast en klimt op zijn fiets.
‘Jawel,’ zeg ik.
Terwijl we richting school fietsen vraagt mijn vijfjarige rustig door.
‘Kunnen we daar dan een keertje naar toe?’
Als ik niet snel genoeg een antwoord geef, roept hij ongeduldig tegen de wind in: ‘Naar die mensen, mam, naar die mensen die daar wonen!’
Ik trek een gekke bek en mijn zoon giechelt even. Hij ziet er stoer uit op zijn stevige fiets met zijn blauwe helm op. ‘Die mensen kennen wij toch helemaal niet,’ antwoord ik dan maar.
‘Nee want eigenlijk ken ik ze ook niet, hè?’ bevestigt hij hoofdschuddend.
Als we bij school zijn zegt hij: ‘Over hoeveel nachtjes slapen gaan we toch een keertje naar de onderkant  van de aarde?’
Ik haal heel diep adem en kijk hem aan. Mijn gezicht spreekt blijkbaar boekdelen want hij trekt meteen een lipje en zegt: ‘Oké dan, maar het zou wel leuk zijn als we dat zouden doen, hè mama?’
We zetten onze fietsen weg en ik wil hem speels op zijn helm kloppen maar hij duikt opzij. Dan banen we ons tussen alle andere kinderen en ouders een weg door school.
Als hij zijn helm en jas in zijn luizenzak propt, schreeuwt hij boven het geroezemoes uit: ‘En waarom zien dan wel dat de maan rond is?’
Een zucht ontsnapt mij. ‘Vraag dat straks maar aan je juf!’ en direct voel ik me een klein beetje schuldig. Nou ja, daar is zij toch de juf voor? denk ik, mezelf snel vergevend.
Even later zwaai ik hem uit. ‘Veel plezier, schat!’ Ik geef hem een dikke smakkerd en begeef me weer naar buiten.  Dan lach ik in mezelf: Veel succes juf! Met mijn kleine vragensteller!’
En met een glimlach op mijn gezicht fiets ik terug naar huis.