**//sticky ads code//**
Fantasy killers

Fantasy killers

Dit weekend hebben mijn echtgenote en ik een moeilijke en ondankbare mededeling moeten doen. “Sinterklaas bestaat niet, jongen. Wij doen dat.” De boodschap was iets meer ingekleed en genuanceerd. Maar hoe dan ook, dat maakte zijn gezicht niet minder triest en teleurgesteld.

Herkenning

Vage herinneringen kwamen plots weer boven. Zowel voor mijn echtgenote als voor mezelf. Ook voor ons was het lang geleden een ontnuchtering. En dat is waarschijnlijk zo voor heel wat kinderen. Fantasie moet plaats ruimen voor logica. Want, inderdaad, als je er over nadenkt: hoe kan een stokoude vent op zo’n korte tijd iedereen ‘bedienen’? En hoe komt een paard op een spekglad dak? En als het daar dan wonderbaarlijk is beland. Hoe kan de schimmel dan zijn evenwicht bewaren?  Zodra de puzzelstukjes in elkaar vallen, voel je jezelf stom. Voor mij is de ontnuchtering blijkbaar in mijn geheugen gegrift. Want als puber heb ik er een gedicht over geschreven.

Ik weet nog            
dat ik op die dag                                                                                                                                                     gespannen                                                                                                                                                             lang te wroeten lag                                                                                                                                               enkel naar het dak kon staren                                                                                                                                                                  hoopte op een glimp                                                                                                                                               van zwart vel en witte haren
ik weet nog
dat ik minder sliep
en bloednerveus
de trap afliep
om de oogst te inspecteren
om me ziek te consumeren                                                                                                                                     terwijl ik op m’n ouders riep

Nu lach ik erom
krijg pakjes zomaar en van hen
wat nu gelabeld koopwaar is
waarbij ik fantasie wat mis k
inderen worden groot ratio moet er zijn
want alle Sint gaat dood

Vertwijfeld gezicht

Hoewel onze zoon zei dat hij een vermoeden had en tevreden was nu zeker te zijn, vertelde zijn gezicht helemaal wat anders. Het leek wel alsof hij plots uit de kindertijd was getrapt. Het is alsof iemand die niet al te best kan zwemmen en een hekel heeft aan koud water, onverwacht in een zwembad wordt geduwd. Hij moest er even van bekomen. Het moest even doordringen, dat koude water.

Je kon zien dat hij liever aan de kant was blijven staan. Aan de kant waar kinderlijke dromen zijn toegestaan. Op enkele minuten tijd was hij in een andere levensfase beland. In een zwembad waar kleine kinderen niet zijn toegelaten. En je mee moet drijven op een serieuze stroming. Een stroming die in rechte lijn leidt naar volwassenheid. En de Sint kan niet zwemmen. Wist hij dat dan nog niet? Dom!

Stilaan tijd

Het is net die ‘bespotting’ die we hem wilden besparen. Hij is nu 10 en, voor zover wij weten, een van de weinigen die het nog niet wisten. Die nog niet in de serieuze stroming was terechtgekomen. Natuurlijk wil je als ouder niet dat er met je kind zou gelachen worden. En je wil evenmin dat hij het van een klasgenoot te weten zou komen. Die zou de mededeling ongetwijfeld heel wat minder voorzichtig en ingekleed gebracht hebben. En dat is ook niet leuk.

Daarnaast speelde ook wel een zekere vorm van opportunisme een rol. Nu hij het weet, nu hij weet dat het speelgoed niet kosteloos vanuit Spanje wordt geleverd, kan ook wel eens gesproken worden over de prijs. Hij krijgt nog altijd iets – het zou anders niet eerlijk zijn, want zijn jongere zusje blijft nog wel even ‘Sint believer’-, maar hij ziet nu wel in dat december vaak een dure maand is. En dat zijn brief (die maakt hij nog opdat zijn zusje geen vragen zou stellen) geen collage moet zijn van het duurste speelgoed. Vroeger kwam het immers uit een bodemloze put, de zak van Sinterklaas.

Binnenkort nieuwe zwemlessen?

De ernstige boodschap moeten we dus nog eens brengen, voor zijn zus. Maar we hebben nu dus al eens kunnen oefenen. En we vermoeden dat onze dochter sneller zal meezwemmen en al zeker niet van de kant geduwd moet worden. Ze is iets nuchterder. Misschien in die mate dat zij zelf haar conclusies zal trekken. Dat zou het voor ons alleszins makkelijker maken. Want het is echt niet leuk om de Sint te moeten ontmaskeren.

Zwarte vegen dan maar?

Tot slot wou ik nog even iets zeggen over de heisa van tegenwoordig rond de helper van de Sint. In het gedicht heb ik het over ‘een glimp van zwart vel’. Toen was dat nog geen probleem, was er geen haan die er naar kraaide. Persoonlijk vind ik het fel overdreven. Er is denk ik niet een kind dat de allusie met racisme maakt. Voor de meeste kinderen is Zwarte Piet de evenwaardige helper van Sinterklaas en geen onderdanige knecht. Met helpen is niks mis.

In eigen land is er een compromis gemaakt: zijn rechterhand verschijnt met roetvegen op het gelaat. En dat is perfect uit te leggen aan een kind. Dat komt immers door de schoorsteen. Wat moet je zeggen als een gele, oranje of blauwe Piet op straat verschijnt? Er is een of ander giftig chemisch product verbrand? Mensen die het er echt moeilijk mee hebben, zijn jammer genoeg hun kindertijd vergeten, denk ik. De paashaas is toch je reinste seksisme. Hoe kan een haas eieren leggen? Vervang dat beest eens door het Paaskonijn! Waarom is de Sint trouwens blank en heeft hij geen getaande huidskleur? Want oorspronkelijk komt hij uit Myra (Turkije).

 

 

.

 

(Jonge) kinderen en ramadan

(Jonge) kinderen en ramadan

De ramadan is begonnen. Soms willen erg jonge kinderen al mee vasten, of anderen zijn zo religieus dat ze niet willen meedoen aan de les muziek, omdat dat haram (‘verboden’),  zou zijn . (het tegenovergestelde van halal, ‘toegestaan’) Anderen weigeren mee te zwemmen omdat ze dan een slok water kunnen inslikken. Maar dat gebeurt per ongeluk en is daarom niet haram.

Nog niet voor kinderen

In elk geval: het moge duidelijk zijn dat jonge kinderen van het vasten zijn vrijgesteld. Ik kan me wel voorstellen waarom sommige kinderen toch met lege broodtrommels op school verschijnen. Ze horen graag bij de gemeenschap en willen graag doen wat de anderen ook doen. En helaas wordt dat toegejuicht door sommige ouders. Onterecht, dus. (Vaak worden deze kinderen ook ‘geïndoctrineerd’ op schimmige, kleine koranschooltjes)

De islamitische wetgeving is op kinderen nog niet van toepassing. Kinderen hoeven nog niet te bidden of te vasten. Van de meeste islamitische verplichtingen zijn ze vrijgesteld. Tot ze de volwassen leeftijd hebben bereikt.

Wie is volwassen?

In Nederland en Vlaanderen wordt een kind volwassen wanneer het 18 jaar wordt. Of wordt het toch als dusdanig beschouwd… Niet volgens de islamitische wetgeving. Kinderen worden als volwassene beschouwd bij een eerste menstruatie, een eerste zaadlozing, de groei van schaamharen of sowieso wanneer ze 15 worden.

Hij of zij is vanaf dat moment verplicht om islamitische verplichtingen na te komen, zoals het vasten tijdens de Ramadan. De jongvolwassene is voor alle duidelijkheid niet verplicht om vastendagen in te halen van voor het bereiken van de volwassenheid.

Bij de groep willen horen

De directie van enkele lagere scholen heeft (terecht) aan de alarmbel getrokken omdat enkele kinderen moe en suf in de klas zitten en zich moeilijk kunnen concentreren. En dat hoeft niet te verbazen. Dit jaar en de komende jaren valt de ramadan namelijk in de zomer. Kinderen die mee vasten, eten dus heel vroeg voor zonsopgang en heel laat tijdens de ‘iftar maaltijd’ (na zonsondergang). Nogal logisch dat een kind in de klas dan wat afwezig is.

Heel wat islam leerkrachten raden aan om respect en begrip op te brengen voor de wens van het kind om zich bij de gemeenschap te willen aansluiten. Maar om hen ook te zeggen dat vasten nog niet moet. Als alternatief kan een kind bijvoorbeeld alleen in het weekend vasten of nadrukkelijk stilgestaan bij de bedoeling van het vasten.

Wat meer informatie over ramadan:

Iedereen heeft er wel van gehoord of heeft er (in)direct mee te maken. Een collega die gedurende een maand alleen maar toekijkt tijdens het eten. Of een kennis die ondanks de hitte niet drinkt overdag. Moslims die deze tekst zouden lezen, mogen zeker aanvullen…

De islamitische kalender

De verhuizing van Mohammed van Mekka naar de stad Medina (622 n. Chr) is het begin van de islamitische jaartelling. In het Arabisch wordt deze emigratie hidjra genoemd. De islamitische kalender wordt ook wel Hidjri-kalender genoemd. De internationale, westerse kalender is een zonnekalender. Moslims volgen echter een maankalender. Bij de nieuwe maan begint een nieuwe maand. Het moslimjaar telt 12 maanden van afwisselend 29 en 30 dagen. Het islamitische jaar is daarmee 11 dagen korter dan het zonnejaar. De islamitische jaartelling loopt wel langzaam in op de westerse. De ramadan, ook het suikerfeest en het offerfeest, vallen ieder jaar anderhalve week vroeger in het zonnejaar. ‘Langzaam’ moet benadrukt worden. In het jaar 20874 zal de islamitische telling de christelijke inhalen.

De negende maand, ook wel ramadan genoemd, begint wanneer twee orthodoxe moslims de nieuwe maansikkel aan de hemel zien. Dat is in elk land en elke streek verschillend, daarom gaan sommigen voort op de waarneming in Saoedi-Arabië. Vanaf dat moment mogen volwassen moslims de gehele maand, tussen zonsopgang en zonsondergang, niet eten, drinken, roken of seksuele omgang hebben. Bij zonsondergang eindigt het vasten van die dag en mag er gegeten en gedronken worden.

Nog enkele weetjes:

Kinderen, zieken, ongestelde of zwangere vrouwen hoeven niet te vasten. Wie ziek wordt tijdens de ramadan, mag het vasten onderbreken en de gemiste dagen later inhalen. Ook wie aan het reizen is, mag het vasten onderbreken en later de gemiste tijd inhalen. Als toerist in een moslimland hoef je niet mee te vasten, maar een zekere discretie tijdens het eten of drinken wordt wel op prijs gesteld.

Op het einde van de ramadan wordt, meestal in familiekring, het Suikerfeest gevierd. Heel wat zoetigheden worden verorberd en cadeautjes uitgewisseld.

Het vasten is één van de vijf zuilen van de islam, bestaande uit:

  • De geloofsbelijdenis
  • De rituele gebeden
  • Het geven van aalmoezen
  • Het vasten tijdens ramadan
  • De pelgrimstocht naar Mekka

De belangrijkste vraag : waarom wordt er eigenlijk gevast?

Tijdens het vasten staan bezinning en reflectie centraal. Vasten vergroot ook de solidariteit met de armen en minderbedeelden. Niet zomaar wordt bijvoorbeeld de ramadan – alle wereldreligies kennen een vastenperiode – afgesloten met een schenking of aalmoes.

Een kennis van me, een Marokkaanse, zei me onlangs dat ze al na twee dagen vasten spontaan begint na te denken. Over hoe zij al na twee dagen moeilijkheden ervaart, terwijl het voor anderen maanden soms jaren noodgedwongen vasten is. En voor kinderen is het al heel wat om daar gewoon over na te denken, om er eens bij stil te staan.

Tot slot

‘God heeft het niet nodig dat iemand, die zich niet onthoudt van leugenachtige praatjes en het er bijhorend gedrag, zich onthoudt van voedsel’

(uit de Hadieth: het leven van de Profeet Mohammed)

(P.S. Ik ben zelf geen moslim – niet dat het er toe doet – maar heb godsdienstwetenschappen gestudeerd)

Ik ga logeren en neem mee… Mijn iPad.

Ik ga logeren en neem mee… Mijn iPad.

Onze zoon had een vriendje uitgenodigd om een nachtje te komen logeren. De kameraad had twee tassen bij, een grote en een kleine. In de ene zat een pyjama, een kussen, een toiletzak en een knuffelbeer. In de kleine, die werd gedragen als een kind, zat het belangrijkste. Ook een soort knuffel genaamd iPad.

Spelen en praten tot in de late uurtjes

Ik weet nog, redelijk vaag intussen, dat ik als kind genoeg had aan allerlei spelletjes. Vaak spelletjes die niet voorgekauwd uit een doos kwamen, maar uniek uit mijn hoofd. Of uit het hoofd van de kameraad die kwam logeren. Mijn ouders hadden met de grootste zorg een bed voor de logé klaargemaakt. Want hij moest toch goed kunnen slapen na een dag spelen.

Maar veel belangstelling voor slapen was er niet. We hadden nu eens de kans om wat langer op te blijven en dus lieten we die kans niet onbenut. We praatten en lachten tot in de late uurtjes. Tot mijn vader of moeder kwam zeggen dat het echt wel tijd was om te slapen. “Het is bijna middernacht!”   En dat was voor ons dan eerder een aanmoediging om nog even door te gaan. Want zo laat was het zelden. En middernacht had iets magisch. Zelden zagen we de twee wijzers van de klok als versmolten verticaal omhoog wijzen. ‘s Morgens hadden we kleine oogjes en heel wat minder te vertellen. Maar we had van ons toch geamuseerd.

Vroeger is (helaas?) voorbij

Ik had in mijn hoofd enkele spelletjes uitgedacht, terugdenkend aan lang geleden. Maar dat was dus totaal nutteloos. En het was ook wel een erg duidelijke, misschien te duidelijke, bewustwording dat vroeger voorbij is. Mijn spelletjes waren overbodig, want er was de iPad. Die zat vol spelletjes die ik niet kon en niet wou bedenken. In mijn versie kreeg je een punt wanneer je de ander aan het lachen kon brengen. Niet wanneer je de alien kon doden.

We hebben een hele hoop gezelschapsspelletjes. Maar die werden met gefronste wenkbrauwen bekeken door de gast. Hoewel, om volledig te zijn, een doos mocht wel geopend worden. ‘Schattenjacht’. Een persoon moet dan een batterij met een schatkist rond verstoppen in huis. De ander krijgt een ‘zoeker’. Dat ding, ook een batterijvreter, begint te piepen en piept met een hogere frequentie naarmate je dichter bij de schatkist komt. Dat wilde hij wel even proberen. Omdat het piepte, veronderstel ik.

Generatiekloof

Ik weet wel, het is een normale gang van zaken. Noem het de generatiekloof. Maar ik kan het niet laten om op zoek te gaan naar bruggen over die kloof. En sommigen willen soms mee oversteken en anderen hebben er helemaal geen zin in. Aan de andere kant is het volgens hen saai, vervelend of ouderwets. Zij blijven liever aan de moderne multimedia-kant. Waar het piept.

Gelukkig zijn er altijd uitzonderingen. En gelukkig is onze zoon een van hen. Uiteraard vertoeft hij ook wel eens graag aan de moderne kant van de kloof, hij is een kind van zijn tijd en wil niet onderdoen. Maar hij steekt af en toe de brug wel eens over. Ik kan hem nog bekoren met fantasie. Fantasie uit mijn hoofd in de vorm van verhalen of spelletjes. En ik denk dat zoiets wordt overgedragen.

Terwijl ik deze tekst schrijf is hij ridder aan het spelen. Om zijn kleine zus te beschermen. Want zij is prinses. Daar had zijn kameraad waarschijnlijk hartelijk om gelachen.

Elementaire beleefdheid en de rol van ouders

De kloof buiten beschouwing gelaten: is het niet onbeleefd, getuigt het niet van weinig respect of interesse in wat de andere -in dit geval onze zoon- wil doen of leuk vindt? Mijn echtgenote is met de twee knapen richting bowling getrokken. Zodat onze zoon toch even iets anders kon doen dan toekijken hoe de ander zijn iPad knuffelde. Misschien heeft zijn kameraad zich ginds ingebeeld dat de kegels aliens waren? Zou kunnen.

Ouders spelen in heel deze kloof-historie een tamelijk grote rol. Ouders met een erg drukke baan of ouders zonder enige fantasie, vinden het waarschijnlijk makkelijk en vanzelfsprekend dat hun kind een ‘schermplakker’ wordt. En wat de beleefdheid betreft: er zijn maar weinig kinderen die dat zichzelf aanleren. Ik wil zeker niet beweren dat wij perfecte ouders zijn. Maar toch: onze zoon vindt zelf dat zijn kameraad weinig belangstelling toonde. “Ik zou nooit een iPad meenemen als ik ga logeren.” Liever een gezelschapsspel? Zou kunnen.

Tot slot

Om te eindigen een tekstje dat ik schreef als zestienjarige.
‘Later als ik groot ben, dan… Vroeger was het beter.’

Kneed je kind niet

Kneed je kind niet

Heel wat ouders vinden het blijkbaar nodig dat hun kind uitblinkt op een bepaald gebied. Of dat het doet, en liefst wel zo goed mogelijk, wat zij ook hebben gedaan. Of, wat misschien nog erger is, ze willen dat hun kind doet wat zij als kind nooit hebben mogen doen. En de mening van dat kind wordt dan zelden gevraagd. Gewoon doen en geen vragen stellen.

Niet te kiezen

Om een voorbeeld te geven waar we als ouder zelf mee zijn geconfronteerd. Een vriendinnetje van ons dochtertje, net als zij vier jaar oud, wordt wekelijks, soms met heel wat tegenzin, richting tennisclub gebracht. Want papa had immers ook getennist. Maar zoals hij zelf toegaf: “ik kon er eigenlijk niet echt veel van. Dat is omdat ik er veel te laat mee ben ik gestart.” En dus moet de dochter die fout van haar grootouders maar rechtzetten. Het is zielig om te zien. Dat kind heeft al meermaals met traantjes achter het net gestaan. Met een racket in de handjes die haast even groot was…

Een bekender voorbeeld is wel dat van de zusters Williams. Papa had jaren geleden op televisie gehoord wat met tennis te verdienen was. Hij kende de sport misschien niet echt goed, was misschien meer thuis in American football, maar tennis was de voorbestemde toekomst voor zijn dochters. Want die man had geluk. Hij had twee stuks om te kneden. En het resultaat is gekend en bekend. Het kneden was zeer succesvol. Misschien hadden ze beiden of één van twee zussen liever wat anders gedaan. Maar dat is van geen tel. Tel maar eens hoeveel ze al hebben verdiend.

“Je kinderen zijn je kinderen niet.”

Ooit gehoord van Khalil Gibran? Deze artiest, dichter en schrijver is in 1883 geboren in Libanon maar het grootste deel van zijn productieve leven bracht hij door in de VS. Het bekendste poëtische werk van hem is De Profeet. In de Arabische wereld is hij bekend als een vrije denker en schrijver. Hij schreef als een van de weinigen van zijn tijd met een liefde voor het kijken over grenzen en verschillen heen. Zijn werk is erg toegankelijk voor zowel religieuzen als atheïsten.

Bovenstaand citaat is afkomstig uit De Profeet.

“En hij zei: Je kinderen zijn je kinderen niet. Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf. Zij komen door je, maar zijn niet van je en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.          Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten, want zij hebben hun eigen gedachten. Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen, want hun zielen toeven in het huis van morgen, dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen. Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken. Want het leven gaat niet terug, noch blijft het dralen bij gisteren. Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten. De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige, en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen snel en ver zullen gaan. Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter een vreugde voor je zijn: want zoals hij de vliegende pijl liefheeft, zo mint hij ook de boog die standvastig is.”

Verloren lopen is soms nodig

Deze tekst zou een leidraad kunnen zijn voor ouders. Kinderen zijn als klei die door hun ouders is gemaakt en bevochtigd. Maar kneed hen niet naar een beeld dat je voor ogen hebt. Of dat beeld een tennisser, een leraar, een tandarts of een lasser wordt, bepalen zij uiteindelijk vooral zelf. Ouders mogen helpen bijsturen. Maar het stuur niet opdringerig overnemen. Ik weet uit ondervinding dat je soms de weg moet verliezen om de juiste weg te vinden.

Akelig dichtbij – wat zeg je de kinderen?

Het valt me op dat het de voorbije dagen opvallend stil is in de straten. Lang niet iedereen zal het toegeven, maar toch zijn de mensen wat schichtig. Misschien wat achterdochtig? Parijs was al dicht bij maar Brussel is van waar wij wonen nog geen halfuur verwijderd. En heel wat plaatsen zijn herkenbaar of gekend. Mijn echtgenote nam de geviseerde metro vroeger vaak. En Zaventem is sowieso bekend.

Als het regent in Parijs druppelt het in Brussel

Om het even over de feiten te hebben. Na de arrestatie van Abdeslam (die was nog op de loop na de aanslagen in Parijs) zijn enkele kompanen van hem in actie geschoten. Met de gekende gevolgen. De aanslag in Zaventem was de eerste grote  aanslag in een Europese luchthaven. En het is momenteel nog tamelijk onduidelijk wanneer die weer normaal zal kunnen functioneren.

De aanslag in de metro was misschien nog angstaanjagender. Waar moet je heen? Er zijn heel wat beelden van vluchtende mensen op de sporen. Gillend, rennend in het donker, de rook en de stank. En je hoort de meest aangrijpende getuigenissen. Een man vertelde hoe hij op de een of andere manier is buiten geraakt. En onderweg, kermend op de grond, een vrouw zag wiens benen waren afgerukt. Dat blijft de man voor de rest van zijn leven bij.

De daders zijn vanuit Schaarbeek vertrokken met een taxi richting luchthaven. De taxichauffeur vertelde hoe ze zich kwaad maakten. De taxi was te klein. Niet alle koffers met bompakketten konden in de auto. Indien er een grotere wagen was gekomen, had het dus nog erger kunnen zijn.

In de luchthaven zijn drie verdachten gefilmd. Twee daarvan bliezen zichzelf op in de vertrekhal. De derde is nog niet gekend en op de vlucht. Hij heeft zijn zware bompakket achtergelaten. Dat is wat later onschadelijk gemaakt. In de metro blies nog een vierde persoon zich op. Hij was de broer van een van de zelfmoordterroristen in Zaventem die zijn gekend. Tot nu toe zijn 32 personen overleden en nog een aantal in kritieke toestand.

Nog niet het leven van alledag

Net omdat er dus nog wat onduidelijkheid en risico is, is het terreurniveau voor het hele land 4 op een schaal van 4. En dat is aan den lijve te ondervinden. De school van onze kinderen heeft twee ingangen. De ene wordt hermetisch gesloten en voor de andere staat een militair. Gelukkig is er voor gezorgd dat de kinderen alleen de gesloten poort te zien krijgen.

Maar natuurlijk, kinderen vangen wel het een en ander op. In de klassen worden onder begeleiding eventuele vragen beantwoord. En iedereen mag ook zijn of haar verhaal doen. Op scholen in het Brusselse zelf zijn traumapsychologen aanwezig. En op andere scholen draaien de zorgleerkrachten overuren.

Woede en angst

Onze dochter van vier is gelukkig nog jong en onbezorgd. Maar haar broer van negen wordt ook wel gewaar dat er wat aan de hand is. Hij heeft al wat flarden van het journaal opgevangen. En ziet dan ook wel dat het niet normaal is dat in de hoofdstad hoofdstraten hermetisch zijn afgesloten. Dat de Europese wijk min of meer belegerd is en mensen massaal pleinen vullen. Hij hoort dan ook wel beangstigende verhalen. We beantwoorden de vragen die hij heeft zonder in detail te treden. Hij geeft zelf wel aan wat hij wil weten. En wat liever niet. Ik heb de indruk dat het hele gebeuren hem momenteel boos maakt. Dat woede opborrelt maar dat hij niet goed weet hoe ze te ventileren. “Die stomme idioten! Het zijn smeerlappen!”

Het maakt onze zoon ook bang. Hij is hypersensitief en dat speelt hem nu wel parten. Gisteren kon hij niet in slaap geraken. Hij is als een spons. Hij neemt heel wat dingen op en houdt die vast. In zijn hoofd worden sommige dingen dan gereconstrueerd en andere dingen krijgen een eigen invulling en interpretatie. Ik heb al besloten om naar het journaal te kijken aan de computer. Die staat niet in de woonkamer. Ik weet wel, we kunnen hem niet volledig afschermen. Maar wel ‘censureren’ waar het kan.

Zijn angst en woede zijn begrijpelijk. Zelfs wij als ouder weten niet goed wat te denken of wat kan en niet kan. Dit weekend was een bezoekje aan het natuurhistorisch museum gepland. In Brussel. Met de trein en een stuk met de metro. Aan de ene kant denk je dan “We laten ons leven niet door hen bepalen” maar aan de andere kant… Beter voorkomen dan genezen?

Leugentjes om bestwil?

Onze zoon worstelt duidelijk met een heleboel vragen. Waar zijn ze, wie zijn ze, wat willen ze? En is het nu afgelopen? Is het veilig? Wij antwoorden dan dat er genoeg mensen zijn om alles in het oog te houden. Om alles te bewaken en ons te beveiligen. En dan lijkt hij ietwat gerustgesteld. Maar te oordelen naar zijn slaapproblemen: schijn bedriegt.

We voelen ons dan als ouder een beetje schuldig. Omdat we ook wel weten dat wat we zeggen niet helemaal klopt. En we weten ook nog niet hoe we hem zullen duidelijk maken dat de uitstap naar Brussel niet doorgaat. Misschien voel ik me niet lekker? Misschien is het museum toevallig gesloten die dag? Ach, welk ballonnetje we ook oplaten. Hij is intelligent genoeg om het te doorprikken.

beeld elzevier

Ik heb draadjes in mijn hoofd

Soms zou je als ouder overal tegelijk willen zijn. Of over vier armen willen beschikken. Airbags voor kinderen. Bestaat zoiets? Zou het mogelijk zijn? Of gaat dat net iets te ver? En toch…

Bloedend hoofd en bleke broer

Twee weken geleden is ons dochtertje gestruikeld over de benen van grote broer en op een vensterbank terechtgekomen. Met haar hoofdje, net naast de rechter wenkbrauw. En al wat daarna is gebeurd, is een versnelde en wazige film. Ik herinner me nog vaag dat ze verschrikt riep “Ik heb bloed!” En ja, dat was er zeker. Een gapende hoofdwonde bloedt meestal nogal hevig.

En intussen zat het toevallige struikelblok lijkbleek verstopt achter het hoekje. Het was uiteraard zijn schuld niet, maar hij voelde zich wel schuldig en ellendig. Mijn vrouw liep als een kip zonder kop panisch naar overal en nergens. “Dit moet gehecht worden! We moeten naar het ziekenhuis!”
Het woord ‘ziekenhuis’ maakte het bloedende slachtoffer overstuur. “Ik wil niet naar het ziekenhuis!’ Toen bedacht mama dat de huisartsenpraktijk nog open was. Dat was dichter bij en je wordt sneller geholpen. Intussen vloeide het bloed nog vlot en zat bleke broer nog steeds verstopt. Dit is de samenvatting van 10 minuten. 10 minuten die schijnbaar een half uur hebben geduurd.

Pijnlijke prikactie

In de huisartsenpraktijk waren gelukkig nog twee artsen aanwezig. De ene mocht zich bekommeren om het prik- en hechtwerk en de andere hield het angstige hoofdje van ons dochtertje in bedwang,
De prik voor de verdoving was nog het pijnlijkst. Omdat de gapende wonde zich op een pijnlijke plaats bevond, was de spuit met verdoving goed gevuld. Ook dat leek schijnbaar langer te duren. 2 minuten waren er 10. De naald zat bovendien net naast de wonde en ook dat was behoorlijk pijnlijk. Denk ik.

Denk ik, want ik ben niet meer dan een verslaggever van wat bij de dokters is gebeurd. Iemand moest thuisblijven bij de toen nog steeds bleke broer. En ik ben blij dat ik dat mocht zijn. Ik ben geen held wanneer het om dit soort prikacties gaat. Dan voel ik de pijn. Dan wordt ik bleke papa. Ook al heb ik vanwege mijn chronische ziekte (ik heb al 15 jaar MS) al heel wat artsen gezien. En ben ik al vaak onderwerp van onderzoek geweest.

Trots en bewondering

Toen ze weer thuis waren, was alles gelukkig min of meer vergeten. Dochterlief leek wel een beetje trots. “Ik heb draadjes in mijn hoofd!” En mama was ook best trots op haar. Ze had zich bij de dokter tijdens
de pijnlijke prik en het hechten heel erg kranig gehouden. En ik had bewondering voor de koelbloedigheid van mijn echtgenote. Het moet niet eenvoudig zijn om je kleine spruit pijn te zien lijden. En om de dokter niet te slaan… Mijn vrouw had overigens de indruk dat de jongste dokter, die nog maar pas afgestudeerd is, het er moeilijker mee had. Hij was nogal bleek naar het schijnt. Gelukkig is hij niet achter het hoekje verdwenen.

Ons dochtertje was er van overtuigd dat de draadjes vanzelf weer zouden verdwijnen. Helaas was het niet mogelijk om op die plaats ‘verteerbare’ draadjes te gebruiken. Ik ben geen arts, het fijne weet ik er ook niet van. De volgende dag hebben we haar voorzichtig duidelijk gemaakt dat de dokter de draadjes er weer moest uithalen. Die teleurstelling heeft even voor traantjes gezorgd.
Een week later was het dan zover. Iedereen was een beetje zenuwachtig, zijzelf misschien nog het minst.
We hebben de stevige pleister er op aanraden van de dokter de hele tijd laten zitten. We wisten dus niet wat er onder te zien was… Misschien was zij wel blij om van dat vervelende gekriebel verlost te zijn?

Eind goed al goed

Nu kan ik afronden. De laatste etappe heeft niet voor pijn of problemen gezorgd. Alles ziet er in orde uit. Buiten een klein korstje is er amper nog iets aan te zien. En we hebben er allemaal een en ander uit geleerd.
Broer heeft een bloedfobie en houdt nu altijd zijn benen in het oog.
Zusje heeft een hoge pijngrens. Mijn echtgenote weet zich sterk te houden en ik… Ik hield thuis de wacht. Dat moet ook gebeuren. Toch?

Tot slot

De meeste ongelukken gebeuren thuis. Misschien moeten we verhuizen.
Auteur onbekend