**//sticky ads code//**
Beelddenken en het avondritueel

Beelddenken en het avondritueel

Bij Tijs is alles zwart of wit. De kleur grijs kent hij niet. Tijs moet duidelijke, afgebakende opdrachten mee krijgen. Het liefst één opdracht tegelijk. De eerste weet hij nog wel, maar de andere opdrachten worden niet opgeslagen in zijn hoofd óf hij heeft de opdrachten in zijn hoofd al gedaan en worden vergeten om echt uitgevoerd te worden. Nu we dit weten, kunnen we hierop anticiperen. Denken we.

Elke avond moet Tijs douchen. Toch vraagt hij elke avond weer: ‘Mama, moet ik douchen?’
‘Ja schat, zoals elke avond’, zucht ik regelmatig. Wanneer hij de trap oploopt, wacht ik al op de volgende vraag  die op tree twee, drie en vier volgen: ‘Wat moet in de was?’

‘Je onderbroek, shirt en sokken’,  roep ik hem na. Op de bovenste tree komt de volgende vraag: ‘Wat moet ook al weer in de was?’

Ik word hier best moe van. Wil dat Tijs ook zelf gaat nadenken en dat hem niet  alles voorgekauwd hoeft te worden. Hoe moet dat later dan als hij ooit op zich zelf woont? Ik wil Tijs zo zelfstandig mogelijk opvoeden en hem niet tot op zijn achttiende blijven pamperen. Het is mijn grote schrikbeeld dat onze, nu al,  grote en lange slungel tot zijn dertigste bij ons blijft wonen, omdat het wel lekker makkelijk is.

Mijn man en ik proberen een systeem te bedenken dat Tijs kan helpen om zelfstandig te douchen, zonder elke avond weer dezelfde vragen om onze oren te krijgen. We denken aan een check lijst die we ophangen in de douche, zodat Tijs kan afstrepen wat ie moet doen. Maar de ene dag moet zijn broek in de was omdat deze vies is,  de andere dag is zijn shirt aan de beurt en hij hoeft ook niet elke dag zijn haar te wassen. De check lijst wordt op deze manier niet overzichtelijk. Dus dat gaat niet werken. Omdat Tijs heel erg van de duidelijkheid is en het liefst alles wat hij doet volgens een vast patroon aanpakt, hebben we dé oplossing gevonden. Denken we.

Elke avond moet alles in de was en op de dagen dat Tijs voetbalt (maandag, woensdag en zaterdag) wast hij standaard zijn haren. De eerste avonden na deze ingestelde regel vraagt Tijs nog op tree vijf en zes of écht alles in de was moet. Wanneer hij op de laatste tree belandt is, roep ik al ‘Nee, je hebt niet gevoetbald vandaag’, want dan komt de vraag of zijn haren gewassen moeten worden.

Na twee weken wordt het een gewoonte. We zijn trots op onze genereuze oplossing en we zijn trots op Tijs die zonder onze hulp en zonder te vragen zijn gedragen kleding in de wasmand doet, schone kleding pakt voor de volgende ochtend en zelfstandig douchet.

Dan gaat er iets mis op de voetbaltraining. Tijs verrekt zijn achillespees en is een paar weken uitgeschakeld. Op een avond zit hij gezellig tegen me aan op de bank. ‘Jeetje’, denk ik, ‘wat ruik je sterk!’ Ik probeer er onopvallend achter te komen waar de lucht vandaan komt. Het zit niet in zijn shirt. Het is ook geen zweet lucht. Ik krijg visioenen van natte honden. Dan weet ik waar de walm vandaan komt: Zijn haar! Een bang vermoeden maakt zich van me meester.

‘Wanneer heb jij je haar voor het laatst gewassen?’
Tijs kijkt me verbaasd aan: ‘Na de voetbaltraining toch!’
‘Welke voetbaltraining?’, vraag ik voor de zekerheid.
‘Toen mijn achillespees pijn deed. Hoezo?’
Ik reken snel uit dat dit twee weken geleden was.
‘Heb je er niet over nagedacht om je haar eens te wassen vorige week?’ vraag ik geschrokken.
‘Nee’, zegt Tijs en ik zie aan zijn ogen dat dit idee ook écht niet in zijn hoofd is opgekomen.
‘Hoezo niet?’
‘Ik moet toch alleen mijn haar wassen na het voetballen?’

Aan de eettafel, achter de computer, zie ik de schouders van mijn man bewegen. Dan hoor ik een ingehouden snik. Daarna is het hek van de dam: De tranen stromen ons over de wangen. We kunnen niet meer stoppen en mijn buik doet zeer. Tijs kijkt ons eerst verbaasd aan en begint dan mee te lachen. Hij vindt het ook wel een bak dat zijn haar twee weken niet gewassen is. Mijn man en ik beseffen allebei dat we nog heel veel moeten leren hoe we met ons beelddenkertje om kunnen gaan. Maar wat is het fijn om dit leerproces met zijn drieën met humor aan te gaan!

 

 

Ik Leer Anders methode

Ik Leer Anders methode

Op de dinsdagochtenden zal beelddenkjuf met Tijs aan de slag gaan volgens de ‘Ik Leer Anders’ methode. Ze vraagt aan mij of ik er ook bij wil zitten zodat ik Tijs thuis kan begeleiden met de tafels, klokkijken en spelling. Graag! En zo zitten we dan in een klein kamertje van school.

Tijs zal eerst zijn hoofd visueel moeten inrichten in kamers: een rekenkamer, een taalkamer, een ideeënkamer en een chillkamer. Elke kamer krijgt zijn eigen kleur en vaste plek in zijn hoofd. Zo kan hij naar elke kamer toegaan die hij nodig heeft en al zijn andere gedachten uit die kamer houden. Ik merk aan Tijs dat hij deze opdracht moeilijk vindt en de noodzaak er ook niet zo van inziet. Alles wat nieuw en anders is vindt hij niet leuk; daar moet hij aan wennen. En dat merk ik aan zijn hele houding.

Het analoge klokkijken krijgt voorrang. Want Tijs bakt nog steeds niets van het klokkijken. Hij roept maar een tijd om er van af te zijn. Ik ben benieuwd!

Juf vraagt of Tijs naar zijn rekenkamer wil gaan. Welke kleur had deze ook al weer?

De klok wordt in vieren gedeeld. Een streep door het hele en halve uur en een streep door de kwartieren. Boven de 12 komt ‘uur’ te staan, onder de 6 ‘half’, naast de 3 ‘kwart over’ en naast de 9 ‘kwart voor’. Ook worden alle kwart vlakken van de klok ingekleurd.

‘De grote wijzer vertelt altijd het verhaal’, begint juf.  ‘Let daarom altijd eerst op de grote wijzer. De kleine wijzer vertelt alleen aan het eind welk uur het is.’

Juf zet de wijzers van de klok op vijf over twee. ‘Waar staat de grote wijzer?’
‘Op de twee’, zegt Tijs automatisch. Tijs moet omschakelen naar een andere volgorde.
‘Eerst is de grote wijzer aan de beurt. Tel de minuten maar.’
‘Vijf’, zegt Tijs aarzelend.
‘Helemaal goed’, zegt juf. ‘En is het dan vijf minuten OVER of vijf minuten VOOR. Kijk maar naar de klok.’
‘Over’, zegt hij.
‘Waar staat de kleine wijzer?’
‘Op de twee’, zegt Tijs.
‘Hoe laat is het dan? De grote wijzer vertelt het verhaal.’
‘Vijf over twee!’ roept Tijs enthousiast uit.
Hij krijgt er schik in en ik zie en merk aan hem dat dit wel bij hem aankomt. Juf oefent nog een aantal tijden en ik merk dat Tijs het écht door krijgt.

Juf maakt ook een beginnetje met het visueel opslaan van woorden. De bedoeling is dat elk woord dat verkeerd gespeld wordt, op een apart blaadje geschreven wordt. Bijvoorbeeld het woord ‘geit’. Dit woord moet dan visueel op de muur van de taalkamer gezet worden. Het woord wordt gespeld, daarna wordt het briefje omgedraaid en zal de beelddenker het woord, indien goed opgeslagen, achterstevoren kunnen spellen. Dus: t-i-e-g

Ik ben benieuwd en heb, om eerlijk te zijn, niet veel vertrouwen in deze methode. Juf vraagt aan Tijs om naar zijn taalkamer te gaan.  Al vrij snel schrijft Tijs een woord verkeerd: ‘fals’. Het woord moet hij doorstrepen (visueel opruimen) en op een leeg blaadje schrijft hij het woord ‘vals’ over.

‘Zit je nog in je taalkamer?’ vraagt juf. Tijs knikt.
‘Spel het woord nu eens en zie het woord voor je op de muur.’
‘V-A-L-S’, spelt Tijs geconcentreerd. Het briefje wordt omgedraaid.
‘En nu achterste voren’. Zonder aarzelen spelt Tijs: ’S-L-A-V’.

Ik sta perplex. Dit werkt dus echt voor beelddenkers. Tijs is er nuchterder onder en vindt het allemaal maar saai. Ook baalt hij een beetje dat hij ‘anders’ is dan de anderen. Al benadrukken wij steeds dat hij bijzonder is. Ik heb hele goede hoop dat we op de juiste koers zitten en ben op dit moment heel blij dat ik mijn hart heb durven volgen!

 

Wat is beelddenken nu eigenlijk?

Wat is beelddenken nu eigenlijk?

Thuis pak ik het werkboek ‘Ik leer anders’, geschreven door Agnes Oosterveen-Hess. Er gaat een wereld voor me open en wat beschrijft ze alles duidelijk. Ik herken zo veel in Tijs!

Ik lees bijvoorbeeld het volgende:

Alle mensen worden geboren met een dominante rechter hersenhelft. Deze helft maakt geen gebruik van taal. Baby’s lezen lichaamstaal. Door het bewegen van de armen en benen verkennen zij de ruimte om zich heen. Met klanken (huilen) maken zijn duidelijk dat ze iets willen. Alles is gericht op het direct vervullen van een behoefte: primair denkproces. Dan leert een kind praten. Taal gaat overheersen en kinderen gaan de wereld ‘beredeneren’. Rond het derde, vierde jaar gaat een kind in woorden denken: secondair denkproces. Een kleine groep kinderen maakt deze overstap niet. Zij blijven in beelden denken. De rechter hersenhelft blijft dominant. (zoals grote belevingswereld, gevoel voor ritme, ruimtelijk inzicht, het geheel kunnen overzien, verbeelding, beleving, dagdromen en kleur) De linker hersenhelft kan dan een achterstand gaan vertonen. Dit kan leerproblemen veroorzaken. (zoals niet goed kunnen beredeneren, informatie niet goed in zich op kunnen nemen,  moeite hebben met planning en organisatie, geen of weinig tijdsbesef, details niet zien, moeite met taal en rekenen)

Kinderen die primair in beelden denken, mogen vaak langer kleuteren omdat ze het ‘taalbesef’ nog missen. Als beelddenken de oorzaak is, heeft langer kleuteren geen zin omdat het omslagpunt rond het derde, vierde levensjaar plaats vindt.

Bijna altijd herkent één van de ouders deze manier van denken. Beelddenken lijkt dan ook wel erfelijk.

Beelddenken heeft veel voordelen. Het wordt ook gezien als gave. Deze leerlingen zijn vaak heel creatief. De één kan mooi tekenen, de ander maakt prachtige bouwwerken of is muzikaal. Het hoofd is vaak net een flipperkast Er hoeft maar iets gezegd te worden en er verschijnen allemaal mooie plaatjes in het hoofd of er worden zelfs hele films afgedraaid in het hoofd. Op latere leeftijd zie je de groep beelddenkers terug in creatieve beroepen: architecten, ontwerpers, aannemers, monteurs, kunstenaars, muzikanten, cabaretiers, ICT-ers enz.

Waarom hebben beelddenkers vaak leerproblemen?

Beelddenkers leren vanuit een totaalbeeld. Een beelddenker wil eerst het totaal plaatje zien en dan zelf de stukjes leerstof invullen (denk aan een legpuzzel). Op school wordt de leerstof beetje bij beetje gegeven om zo naar het totaal plaatje te gaan.

Beelddenkers denken in beelden, terwijl onderwijs in woorden gegeven wordt. Bij elk woord ziet een beelddenker eerst het beeld en dan moet het woord erbij gezocht worden. Dit kost tijd en de beelddenker loopt al snel achter de feiten aan.

Beelddenker beleven de wereld heel sterk. Ze kunnen heftig en emotioneel reageren op hun omgeving. Alle indrukken komen ongefilterd binnen en dan kan dit teveel worden. Daarom zie je dat veel beelddenkers eerst (lang) de kat uit de boom kijken voordat ze zich ergens instorten. Te veel invloeden van buitenaf en gebrek aan overzicht, kunnen uiteindelijk angsten veroorzaken. Een beelddenker heeft rustmomenten nodig om zich weer te kunnen opladen.

In de klas reageren beelddenkers op onverwachte bewegingen of geluiden. Ze zijn heel snel afgeleid. Oordopjes, koptelefoon die geluid dempt kan helpen.

Beelddenkers zijn erg impulsief. Ze willen altijd DIRECT hun behoefte vervullen.  Straks is nu! Beelddenkers kunnen extreem hyperfocussen op een onderwerp wat hun interesse heeft. Het laat ze niet los.

Beelddenkers hebben geen tijdsbesef en hebben daardoor moeite met planning en organisatie.

Ik leg het leerboek ‘Ik leer anders’ opzij en moet even bijkomen van alle informatie die ik binnen krijg. Bij mij vallen ook heel veel puzzelstukjes in elkaar. Ik zie situaties voor me waarin ik Tijs niet begrijp, dat ik weer eens diep zucht omdat  ik tegen hem praat en hij binnen twee tellen al afgeleid is en mij een heel ander antwoord geeft omdat zijn gedachten al weer elders zijn.

Heel veel leerkrachten zijn al bekend met beelddenken en de  ‘ik leer anders’ methode. Jammer genoeg zijn er ook nog veel scholen die hier niets of weinig mee doen. De tijd ontbreekt, er zijn al zoveel zorgenkindjes in elke klas etc. Toch is het mijn grote droom dat er op elke school een beelddenkcoach of leerkracht aanwezig is die zich gespecialiseerd heeft in beelddenken om deze bijzondere kinderen te kunnen ondersteunen en te helpen.  De school waar Tijs op zit (OBS De Bonte Tol) is een goed voorbeeld hoe het kan! Ik gun dit elk kind en ouder. Op dit moment is mijn grote uitdaging om een brug te bouwen. Een brug tussen onderwijs, leerkrachten, beelddenkers en ouders. Elke reactie die ik krijg is voor mij een nieuwe steen om de brug te bouwen!

Hij is een beelddenker!

Hij is een beelddenker!

Olav houdt woord en zorgt er voor dat Tijs naast hem mag zitten, want dan kan hij Tijs helpen met rekenen. Natuurlijk wist ik voor de zomervakantie al dat de twee vriendjes naast elkaar mochten zitten. De juf is ook niet gek en wil Tijs direct een veilig gevoel geven zo naast zijn vriendje. Alleen hoeft Olav dit niet te weten.

Wat onwennig maakt Tijs zijn entree in een groep van 23 kinderen. De meeste kinderen vinden het wel cool. Een paar jongens ruiken hun kans om de nieuweling eens goed uit te proberen. Tijs ontwijkt ze en laat ze zoveel mogelijk links liggen. Af en toe zie ik een hunkerende blik van mijn kind naar het lokaal gaan waar zijn oude groep zit. Regelmatig staat hij, met zijn neus tegen het raam gedrukt, te kijken naar zijn vriendjes waar hij een paar jaar lief en leed mee gedeeld heeft. Tijs voelt zich ook wel stoer en groot. Omdat hij letterlijk en figuurlijk de grootste is kijken de meeste kinderen tegen hem op. En dat bevalt hem wel. Hij loopt opeens voorop en is een natuurlijke leider geworden in plaats van dat hij achter de feiten aanloopt.

Eén jongen, Jeremy, is opeens van zijn troon gevallen. Dit vindt hij niet leuk en dat laat hij merken ook, door flauwe opmerkingen en af en toe een duw. Wij zeggen tegen Tijs dat het pesten wel over gaat zodra Jeremy beseft dat Tijs zich niet laat overhalen tot een tegen reactie. We raden Tijs aan om naar de juf te gaan als er iets gebeurd is. Ik baal hier goed van. Tijs is geen vechtersbaasje en heeft een hekel aan ruzie. Wij houden het in ieder geval ook in de gaten en hopen op een snelle wapenstilstand van Jeremy.

In deze eerste, wat onwennige,  weken van het nieuwe schooljaar laat De Remedial Teacher me weten dat beelddenkjuf Tijs apart zal nemen om te kijken of Tijs beelddenker zou kunnen zijn. Door middel van vragen, letten op lichaamstaal en wat oefeningen zal ze kunnen zien of hij visueel is ingesteld en in beelden denkt. Ik blijf het allemaal ‘vaag’ vinden en zou het liefst willen dat er bijvoorbeeld door middel van een bloedproef kon worden getest of je een beelddenker bent. Ik hou van zekerheid!

Op de dag dat Tijs bij haar zit, sta ik tussen de middag op het schoolplein om hem op te vangen. Normaal loopt hij het kleine stukje naar huis. Verbaast ziet hij me staan. Hij huppelt, vliegt bijna, over het schoolplein naar me toen. Zijn gezicht één en al glimlach van oor tot oor.

‘Mama,’ gilt hij over het schoolplein heen, ‘Ik ben bijzonder! Ik ben een beelddenker!’ Een rilling gaat door mijn hele lijf. Een rilling van liefde voor mijn kind en voor school. In zijn haast om bij me te komen verliest Tijs een boek dat hij eerder in zijn hand geklemd had. Hij merkt het niet eens en valt me in mijn armen. Ik knijp mijn zoon bijna fijn en besef dat ik hem in een hele lange tijd niet zo blij, vrolijk en trots meegemaakt heb.

‘Dank je wel school, dank je wel lieve leerkrachten’, prevel ik boven zijn met gel vastgeplakte kuif uit. Een aantal moeders kijken vertederend en verbaasd toe. Een moeder komt het boek brengen dat als oud vuil op de straat lag. ‘Ik leer anders’ zie ik op de kaft staan.

‘Tja, lieve schat’, denk ik als ik de titel lees. ‘Dat je ‘anders’ leert, ‘anders’ bent dan hoe de maatschappij iedereen het liefst ziet en dat je ‘bijzonder’ bent, daar kan ik niet meer om heen.’

En ik ben er trots op dat ik een kind mag en kan grootbrengen dat zoveel, nog verborgen, talenten heeft die we nu gaan ontwikkelen en tot bloei laten komen!

Beelddenken bespreken op school!

Beelddenken bespreken op school!

Na de schoolvakantie wil ik zo snel mogelijk gaan praten met de rt’er (Remedial Teacher) van school. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat Tijs een beelddenker is. Het is een onderbuik gevoel dat ik niet kan uitleggen aan anderen. En daar ligt ook het probleem voor mij. Ik zie me al zitten tegenover de rt’er: ‘Ik denk dat mijn kind beelddenker is. Kunnen jullie hier iets mee?’ Ik zie haar verbaasde gezicht al voor me. In de ergste gevallen heeft ze nooit van beelddenken gehoord of veegt ze het beelddenken direct van tafel. En dan haar vraag hoe ik erbij kom dat Tijs beelddenker is.

Ik wil dus goed beslagen ten ijs komen en maak een heel dossier aan met zo veel informatie over beelddenken dat ik kan vinden op internet. En daar ligt ook een probleem op de loer. Er zijn, als je eenmaal gaat zoeken, zoveel sites en links over dit onderwerp dat ik op een gegeven ogenblik door de bomen écht het bos niet meer zie. Soms klik ik een link aan, waardoor ik opeens informatie voor mijn neus heb over autisme of hoog sensitiviteit. Ik word daar onzeker van want van een aantal kenmerken van zowel autisme als hoog sensitiviteit herken ik Tijs ook in. Is hij dan misschien toch autistisch?

Ik baal van mijn, bijna, obsessieve gedrag om mijn kind in een hokje te willen plaatsen.

Waar ik ergens wel een hekel aan heb is het hokjes denken. Ik wil ook niet dat mijn kind een etiket op zijn voorhoofd geplakt krijgt. Maar ondertussen ben ik dat wel aan het doen omdat ik wil dat mijn kind passend onderwijs krijgt. Onderricht op een manier wat wel bij hem binnenkomt. En als dat niet lukt op deze school, dan wordt het een andere school die Tijs wel op de juiste manier kan begeleiden.

Mijn zoektocht

Ik kom mezelf in deze zoektocht heel erg tegen: twijfels, onzekerheid en constant dat stemmetje in mijn hoofd dat treiterend zegt dat ik van alles verzin wat er niet is. Toch zet ik door, juist door het onderbuik gevoel wat ik niet kan negeren.

Op de dag dat ik met de rt’er van school heb afgesproken loop ik met een knoop in mijn maag rond. Steeds neem ik de map met alle verzamelde informatie in mijn handen en lees, herlees en oefen mijn verhaal dat ik vol vuur wil afsteken bij de rt’er om haar maar vooral te overtuigen.

Wanneer ik de voordeur achter me dicht trek, voelt het of ik naar de slachtbank geleid wordt. Met bonkend hart zit ik tegenover haar. Ik probeer mijn ademhaling te controleren door diep uit mijn buik te ademen. Ze kijkt me vriendelijk aan en haar open houding stelt me een beetje gerust. Mijn vechtersmentaliteit komt dan ook naar boven. Dit is mijn kans om haar te overtuigen  en dat ga ik doen ook. Ik heb me niet voor niets zo goed voorbereid, denk ik als ik mijn map met informatie voor me op de tafel zie liggen. Ik haal nog één keer diep adem en begin dan vol vuur aan mijn zo goed voorbereide verhaal. Wanneer ik halverwege ben, zie ik haar gezicht veranderen van vriendelijk neutraal naar licht geamuseerd. Ze legt haar hand op mijn gebalde vuist .

Ik weet wat beelddenken is!

‘Voordat jij jouw verhaal afmaakt, wil ik je wel duidelijk maken dat ik weet wat beelddenken is. We hebben toevallig een juf die hier in gespecialiseerd is. Net voor de zomervakantie heeft ze een coach-opleiding gevolgd volgens de Ik leer anders methode. Ik wil jou en Tijs met haar in contact brengen.’

Verbouwereerd staar ik haar aan. Hoor ik het nu goed? Hoef ik niet te vechten om serieus genomen te worden? Ik kijk naar de map. De map waar zoveel werk, tijd ,onzekerheid en twijfels in verstopt zitten. Dan ontspant mijn lichaam. Ik kan de rt’er wel zoenen!

We spreken af dat beelddenkjuf over een week met Tijs gaat zitten en door middel van een paar ‘testjes’ gaat kijken of Tijs beelddenker is. Als dit positief uitvalt, dan gaan we een plan van aanpak maken. Hij zal dan extra les krijgen van beelddenkjuf met behulp van het werkboek Ik leer anders.

Kilo’s lichter en bijna huppelend loop ik naar huis. Het is bijna te mooi om waar te zijn!

Hoe vertel je een kind dat hij blijft zitten?

Hoe vertel je een kind dat hij blijft zitten?

Mijn man en ik zien er allebei ontzettend tegenop om ons kind te moeten vertellen dat hij niet mee gaat naar groep vijf. Wij zijn bang dat als we het niet op de juiste manier brengen, Tijs hier best een behoorlijke knauw aan kan overhouden. Zijn zelfvertrouwen is op dit moment toch al niet zo groot. We nemen allerlei scenario’s door. We willen het zo luchtig mogelijk brengen. Uiteindelijk besluiten we dat mijn man het nieuws in etappes tegen Tijs gaat vertellen tijdens een balletje over trappen. Het lijkt ons echt beter dat ik deze taak niet op me neem omdat mijn emoties nogal zichtbaar zijn. Het is laf van me, maar wat ben ik opgelucht dat mijn man de slecht nieuws brenger wordt.

Ze blijven lang weg. Is dat een goed teken? Ik loop heen en weer en kijk regelmatig uit het raam of ik ze zie lopen. Dan.. wanneer ik even op de bank zit gaat de voordeur open en mijn kind komt met een spectrum aan emoties op zijn gezicht binnen. Wanneer hij bij me staat open ik mijn armen. Hij huilt, hij is boos, hij is verdrietig. Na een tijdje wordt Tijs rustiger en komen de ‘waarom’ vragen. Wij proberen zo eerlijk mogelijk antwoord te geven en de nadruk vooral te leggen op het positieve hiervan: Hij komt in de nieuwe groep bij zijn allerbeste vriendje. Veel kinderen kent hij nog uit  groep 1/2. Hij wordt de grootste en oudste van de nieuwe groep, dus een natuurlijk overwicht heeft hij al. Hij blijft bij dezelfde juffen. En het belangrijkste is dat hij niet meer zo op zijn tenen hoeft te lopen. Dat Tijs de leerstof nog een keertje krijgt en het daardoor makkelijker gaat krijgen.

Weet de juf het al?

Tijs wordt rustiger en ik zie zijn gedachten bijna als een draaiende tol door zijn hoofd gaan.
‘Weet de juf het al?’ vraagt hij.
Wij knikken.
‘En de kinderen?’
‘Nee’, zeg ik, ‘de kinderen weten het nog niet’.
‘Wie gaat dat dan vertellen?’
Tja; daar zijn we direct beland bij een andere moeilijke opgave.
‘Dat mag jij beslissen, Tijs. De juf kan het morgen in de klas vertellen. Mama of papa kunnen morgen meegaan en dit samen met jou vertellen of je vertelt het morgen zelf aan iedereen.’
Tijs denkt een tijdje na en zegt dan beslist: ‘Ik vertel het morgen zelf!’

Ik slik even iets weg. Ben mijn emoties zo goed de baas gebleven en wil dat nog even volhouden, maar wat ben ik op dat moment trots op mijn zoon.

Opeens denkt hij aan iets. Hij schrikt en zegt dan dat Lotte, zijn beste vriendinnetje in de groep, ook nog niet weet dat hij blijft zitten. Hij begint weer te huilen omdat hij het zo zielig vindt voor Lotte, want met wie moet zij dan voetballen?

Die nacht slapen we alle drie slecht. ’s Morgens vraag ik nog een keer aan Tijs of ik mee zal gaan de klas in om het samen te vertellen, maar mijn kind heeft zijn besluit gisteravond al genomen en komt daar niet op terug.

In de klas

Zwijgend lopen we naar school. In de gang knijp ik hem nog even in zijn hand. Hij haalt diep adem en loopt de klas in naar de juf.

‘Juf, ik weet het en ik ga het zelf vertellen.’
‘Wat is er aan de hand?’
‘Wat moet je vertellen?’
De kinderen voelen dat er iets is en komen om Tijs en de juf heen staan.

‘Ik blijf zitten,’ hoor ik mijn kind zeggen. Eerst is het doodstil in de klas, daarna beginnen een paar meisjes te huilen. Van alle kanten hoor ik vragen als: ‘Maar waarom dan?’

Jongens, die normaal stoer doen, staan beteuterd in de grote kring die rond mijn kind gevormd is. Ze slaan elkaar en Tijs op de schouders.

Ik voel de warmte, betrokkenheid en eenheid die op dat moment bij alle kinderen overheerst. Terwijl ik alleen in de gang mijn emoties aan het verwerken ben, voel ik opeens een hand op mijn arm. De moeder van Lotte houdt me stevig vast, terwijl bij haar ook de tranen over haar wangen stromen. We zeggen niets en kijken alleen maar naar dit bijzondere tafereel: Kinderen die elkaar en Tijs troosten. Geen leuk moment, maar de puurheid waarop er met dit nieuws wordt omgegaan en de troost die Tijs krijgt zal ik nooit vergeten.