**//sticky ads code//**
De keuze van Tijs

De keuze van Tijs

Regelmatig mail ik met Maarten Smit over de vorderingen van Tijs. Mijn mailtjes worden steeds minder enthousiast, want ik heb het gevoel dat Tijs zich langzaam aan afzet tegen alles wat met beelddenken te maken heeft.

Hij vindt de kamers visualiseren en ordenen in zijn hoofd maar onzin, want het helpt toch niet. Hij vindt de tafelsommen automatiseren maar stom, want hij zal het toch nooit leren. En als hij op zijn vingers telt lukt het toch ook? Woorden visualiseren en opslaan in zijn taalkamer slaat ook nergens op. Zijn kamers in zijn hoofd gebruikt hij niet, want die bestaan toch niet.

Ik leg Tijs uit dat het wel degelijk werkt, want zijn cijfers zijn flink omhoog gegaan. Ik begrijp ook best dat het extra oefenen thuis niet altijd leuk is, maar het lijkt of ik tegen een dikke muur aan praat in de vorm van een slungelige, bijna puber die onderuitgezakt op de bank hangt.

Elke keer probeer ik weer wanneer we oefenen mijn geduld te bewaren, maar die begint écht op te raken. Hij moet er zelf achterstaan en ervan overtuigd zijn dat de oefeningen en de ‘Ik leer anders’ methode werkt.

Een sessie met Maarten

Ik vraag Maarten Smit of hij nog één intensieve sessie kan geven aan Tijs. Misschien kan hij hem bereiken?
Tijs ziet het helemaal zitten. Een dagje niet naar school en deze gezellig met Maarten doorbrengen. Spelletjes doen en uiteraard veel lachen.

Maarten zit weer op hetzelfde plekje op de bank. Tijs ook. Dit vindt ie fijn. Vooral niet te veel afwijken van de vorige keer.

‘Zo, jongen, hoe gaat het met je?’ vraagt Maarten.
‘Goed’, zegt mijn kind vrolijk.
‘Je ziet er ook goed uit’, zegt Maarten. ‘Je kijk anders de wereld in en komt zekerder over.’
Mijn kind straalt en kijkt even naar mij met een bik van: ‘Zie je wel, je maakt je druk om niets.’
‘Hoe gaat het met je kamers in je hoofd? Heeft alles al een vast plekje en kom je er elke dag?’ vraagt Maarten verder.

Tijs knikt. Mijn mond gaat al open om mijn kind te zeggen dat hij wel de waarheid moet spreken, maar dan hoor ik de rustige stem van Maarten die mij vraagt om even weg te gaan. Ik begrijp dat hij serieus wil praten met Tijs en dat dit het beste kan als ik, zijn moeder, er niet bij is. Tijs houdt nog steeds te veel rekening met mij en vergeet daarom wat hij zelf wil.

Zelf keuzen maken

Ik  zonder mij af en besef dat dit het omslagpunt wordt: Of Tijs kapt er mee of hij kiest er voor om op deze weg verder te gaan. Maar wat zijn keuze wordt, deze zal hij dan ZELF gemaakt hebben.

Na een eeuwigheid, lijkt het wel, roept Tijs dat ik weer mag komen. Met lood in mijn schoenen loop ik naar beneden en kijk mijn kind vragend aan.

‘Ik doe het!’ zegt hij.
‘Wat doe je?’ vraag ik, want dat is mij niet duidelijk.
‘Ik ga serieus werken aan de oefeningen van rekenen en spelling en ook mijn kamers ga ik weer gebruiken. ‘
‘Oke’, zeg ik nog niet helemaal overtuigd, ‘besef je dan wel wat dit allemaal inhoudt? Dat het weer keihard werken wordt?’
Tijs knikt: ‘Maarten heeft dit ook allemaal gezegd. Ook dat ik het zelf moet willen en moet geloven in mezelf en in de kamers in mijn hoofd. Niet denken aan jou, maar moest ZELF de keuze maken. Ik ben nu eenmaal beelddenker en ben daar ook eigenlijk best een beetje trots op.’
Ik zie mijn kind groeien door de keuze die hij, zonder mij, gemaakt heeft. Hij voelt en weet wat de consequenties zijn: hard werken, maar de beloning zal groot zijn.

Sprakeloos

Ik ben sprakeloos en besef nu nog meer dat Maarten een gave heeft: in het hoofd van een kind kunnen kijken.

Ik geef Tijs een dikke knuffel en zeg dat ik blij ben, maar dat ik ook geaccepteerd zou hebben als hij niet verder had willen gaan.

De rest van de dag wordt druk geoefend en Tijs heeft er veel lol in en zet zich voor honderd procent in.

Achteraf besef ik dat Tijs en ik dit omslagpunt nodig hadden. Voor Tijs was het heel belangrijk dat hij echt gehoord werd, dat hij de ruimte kreeg om ZELF de keuze te maken. Voor mij was het heel belangrijk om in te zien dat ik niet alles onder controle kan hebben, dat ik meer rekening moet houden met de gevoelens en gedachten van mijn kind. Maar de belangrijkste les was wel dat luisteren alleen niet genoeg is, maar dat ik mijn kind voortaan ook echt hóór!

Mijn missie deel 2 | het verschil maken voor beelddenkers

Mijn missie deel 2 | het verschil maken voor beelddenkers

‘Vind je het leuk hier?’, vraag ik aan Tijmen. We praten wat over koetjes en kalfjes. Het is een open en gezellige jongen. Dan vraag ik hem of het eten in het resort lekker is. Hij knikt.

‘Weet je nog wat je gisteravond allemaal voor lekkers op je bord had liggen?’
Tijmen kijkt van me weg naar een plek boven mijn hoofd en beschrijft tot in detail wat hij op zijn bord had liggen en waar het op zijn bord lag.

‘Wat had je gisteren voor kleding aan?’  Met veel bombarie en handgebaren omschrijft hij zijn nieuwe korte broek met streepjes en veel kleuren. Hij ziet de broek ‘ergens’ tussen onze hoofden op een plek waar alleen hij het helemaal voor zich ziet.

Dan vraag ik hoe het op school gaat en of hij het naar zijn zin heeft op school. En het lijkt of ik mijn eigen kind hoor praten. De juf begrijpt hem niet en wordt soms boos. Dan vraagt hij iets wat dan, volgens de juf, niet over het onderwerp gaat. Maar hij vindt van wel en wil dat dan weten. Hij kan zich moeilijk concentreren want zijn hoofd zit altijd zo vol en dan denkt hij alleen aan alle dingen die in zijn hoofd zitten. De juf wordt dan boos, omdat hij niet oplet. Maar dat probeert hij wel. Vaak weet hij niet welke oefeningen hij moet maken en kijkt dan bij een ander kindje. Wordt de juf weer boos omdat ze denkt dat ie aan het spieken is. Tijmen zucht diep en ik zie een jongen die zo graag wil maar niet begrepen en aangevoeld wordt. Ik word er treurig van en herinneringen van Tijs toen hij in groep drie en groep vier zat komen bij mij in alle hevigheid naar boven.

Beelddenken

‘Heb jij wel eens van beelddenken gehoord?’, vraag ik Tijmen. Hij knikt. Een coach, die hem een tijdje geholpen heeft, had het ook over beelddenken.

‘Mama is dit toen op school gaan vertellen. Maar school zegt dat ik ADHD heb en geen beelddenker ben. Ik heb pillen om rustig te blijven.’

Ik leg een hand op de arm van Tijmen.
‘Weet je Tijmen, volgens mij ben jij een beelddenker. Je bent bijzonder man!’ Een grote glimlach breekt door op zijn gezicht.
‘Ben jij beelddenker?’ vraagt Tijmen. Ik knik.
‘En Tijs ook?’ Ik knik weer.
‘Cool.’ Ze geven elkaar een high five en rennen naar het zwembad. Genoeg gepraat!

En nu? Denk ik. Moet ik zomaar naar de ouders van Tijmen toe stappen? Moet ik me er überhaupt mee bemoeien? Hoe zullen ze reageren? De ouders zitten aan de andere kant van het terras. De moeder kijkt mijn kant op. Zal ze aanvoelen dat ik niet zomaar met haar kind zat te babbelen?

Op mijn gevoel af!

‘Ik ga met ze praten’, zeg ik tegen man en schoonouders. ‘zie wel of ze er open voor staan en hoe het gesprek verloopt. Ik ga gewoon af op mijn gevoel.’
‘Stoor ik? Vraag ik wanneer ik aan hun tafeltje sta.
‘Ik vroeg me al waarover je aan het praten was met Tijmen’, zegt de moeder.
Zo voorzichtig mogelijk leg ik de ouders uit waarom ik denk dat Tijmen wel eens een beelddenker zou kunnen zijn. De wat gereserveerde houding van moeder verdwijnt wanneer ik voorbeelden en kenmerken over beelddenken aankaart. Ze herkent haar kind in heel veel voorbeelden.

Verder leg ik uit dat er coaches zijn die met de ‘Ik leer anders’ methode Tijmen kunnen helpen om zijn volle hoofd te ordenen en om hem te leren op een andere manier de lesstof tot zich te nemen.

Moeder begint te vertellen. Via een kindercoach had zij al gehoord dat haar zoon misschien een beelddenker was. Op school heeft ze hier een gesprek over gehad. Maar school veegde alles wat zij inbracht van tafel. Ze heeft het daarbij gelaten. Wat moest ze dan? Zonder medewerking van school en ook haar twijfels, want hoe ‘test’ je nou iemand op beelddenken, stond ze er alleen voor.

Ik stel haar gerust en vertel dat ik heel veel geluk heb gehad met de school waar Tijs op zit. Dat ik óók niet weet wat ik gedaan had, als school niet open had gestaan voor het anders lerende kind. Dat ik ook zo vaak twijfels heb gehad of ik wel op de goede weg zat.

Op dat moment voel ik een verbondenheid tussen twee moeders, die elkaar een half uur eerder nog niet kenden.

‘Jeetje’, zegt ze tegen me, ‘je maakt wel heel veel los bij me hoor! Moet dit allemaal laten bezinken.’
Ik knik en voel me een beetje schuldig. Wie ben ik om ongevraagd hun leventje binnen te stappen.
Dan zie ik Tijmen voor me. Een mooi, bijzonder kind waar zoveel talent in schuilt, wat er alleen nog uit moet komen. En dat is de belangrijkste reden waarom ik ongevraagd een half uur hun leventje ben binnen gestapt.

Mijn missie: beelddenkers helpen!

Mijn missie: beelddenkers helpen!

Zittend op het terras, in een resort op Kreta, met man en schoonouders geniet ik van de warme wind die met de haartjes op mijn armen spelen. Af en toe neem ik een slokje witte wijn en laat alle geluiden langs me heen glijden. Na drie dagen Kreta ben ik redelijk tot rust gekomen en ik merk dat ik weer meer ruimte in mijn hoofd heb voor het hier en nu. Ook Tijs geniet zichtbaar. Na een drukke periode met veel oefeningen om zijn linker hersenhelft te trainen en hard werken om de leermethode ‘Ik leer anders’ onder de knie te krijgen, heeft hij deze vakantie zo verdiend.

Hij heeft al snel een vriendje. Tijmen. Ik kijk hoe ze samen in het water duiken en zelfbedachte spelletjes spelen. Ze hebben duidelijk een klik en begrijpen elkaar zonder veel woorden. Af en toe komt Tijs met rode konen naar ons toe hollen met hele verhalen die ik maar voor de helft begrijp, zo onsamenhangend. Maar zij begrijpen elkaar.

Dan zijn ze uitgespeeld en komt Tijs bij ons zitten.
‘Weet je, mam. Tijmen is ook beelddenker’, zegt hij tussen twee slokken Fanta door.
‘O, hoe weet je dat? Zei hij dat tegen jou?’
Tijs schudt zijn hoofd. ‘Tijmen zegt dat ie ADHD heeft en krijgt medicijnen omdat ie zo druk is. Ja.. in zijn hoofd. Maar hij vindt dezelfde dingen moeilijk als ik. Ik weet gewoon dat hij beelddenker is’, zegt mijn kind gedecideerd. ‘Kun jij niet eens met hem praten? Dan kun je hem ook helpen.’

Mijn lieve tienjarige zoon die (nog) in een wereld leeft waar voor alles heel simpel een oplossing is. En ik, zijn moeder, vertrouwt hij blindelings om dit ‘probleem’ op te lossen. Ik geef Tijs een dikke kus op zijn door de zon verbrande wang en beloof hem met Tijmen te praten als het zo uitkomt.

Tijs rent weer weg mij achterlatend met een verward gevoel. En dan wordt het mij ineens allemaal zó duidelijk. Alle losse puzzelstukjes die ik in de afgelopen jaren verzameld heb passen in een keer in elkaar en ik zie het totaalplaatje heel duidelijk voor me.

‘Ik weet wat ik moet doen’, roep ik enthousiast en iets te luid naar mijn man en schoonouders. Verbaasd kijken ze mij aan.

‘Weten jullie nog dat ik zo boos was op de politiek en op school over passend onderwijs en de bezuinigingen? Dat ik me zó in de steek gelaten voelde? Op dat moment heeft zich een zaadje in mijn hoofd genesteld.

En daarna de beelddenkjuf die een half jaar later de opmerking maakte dat ik zóveel van beelddenken afwist en mij aanraadde om de opleiding te volgen tot gecertificeerd coach van de ‘Ik leer anders’ methode. Het zaadje is toen langzaam gaan groeien.

En net heeft Tijs met zijn onvoorwaardelijke vertrouwen in mij het bloemetje geoogst. Ik ga naast het schrijven van blogs over beelddenken óók visueel ingestelde kinderen coachen, ouders begeleiden en leerkrachten informeren over beelddenken. Ik ga bruggen bouwen tussen onderwijs en beelddenkers! Dát is mijn missie.’

Ik neem een grote slok wijn en kijk verwachtingsvol naar de vertrouwde gezichten.  Mijn man pakt mijn hand en zegt: ‘Ga er voor! Je hebt niets te verliezen, alleen maar te winnen.’

‘Het ontbreekt je in ieder geval niet aan doorzettingsvermogen’, zegt schoonma. ‘Hoeveel energie en tijd jij de laatste periode hebt gestopt om Tijs te begeleiden vind ik heel knap.’

Schoonvader knikt en zegt: ‘Gewoon doen.’

Ik ben helemaal hyper en bestel nog een drankje voor ons allemaal om te proosten op de toekomst. Terwijl we filosoferen over mijn missie, duiken er constant beren op mijn nieuwe af te leggen weg. Ik wil minder gaan werken bij TNO. Maar kan dat wel? Mijn collega’s zullen dan nog harder moeten werken. Hoe gaan ze daar op reageren? Ik moet naar de KvK om mijn bedrijfje op te richten. Want als ik het doe, dan doe ik het goed en officieel. Ik moet een administratie gaan bijhouden. Help! Ik moet mezelf en mijn missie gaan verkopen en promoten. Doodeng! Maar als eerste moet ik de opleiding volgen tot gecertificeerd coach van de ‘Ik leer anders’ methode. De onzekerheid slaat toe. Ik wil al bijna zeggen dat dit allemaal maar een geintje was, maar dan voel ik een natte hand op mijn schouder.

Serieus kijkt Tijs me aan: ‘Dit is Tijmen, mam. En Tijmen, mam wil jouw wat dingen vragen!’
Ik kijk in de ogen van het vriendje. Ogen die veel zien en nieuwsgierig de wereld inkijken. Voor ik het besef ben ik met mijn eerste intake gesprekje bezig met een jongen die wel eens beelddenker zou kunnen zijn. (wordt vervolgd)

 

Braingym een goede start van de dag!

Braingym een goede start van de dag!

Mijn man komt thuis op het moment dat Maarten de laatste oefening laat zien om de linker hersenhelft meer te trainen. Hij valt met zijn neus in de boter en kan meteen aan de slag, want we proberen het braingym onder de knie te krijgen. Elke oefening is zo opgebouwd dat de linkerarm en rechterbeen, de rechterarm en linkerbeen tegelijkertijd een oefening moeten doen. En wat zijn we alle drie stijf en harkerig. Regelmatig verliest één van ons zijn evenwicht, tot grote hilariteit van Tijs.

Deze oefeningen moeten we elke ochtend doen. Dit stimuleert namelijk ook de zuurstof in de hersenen en uiteraard de linker hersenhelft. Dat dit een probleem gaat worden, weet ik meteen. Ik ben ’s morgens, zachtjes uitgedrukt, écht niet op mijn best. Ik moet rustig bijkomen en zie mezelf nou niet vrolijk staan braingymen. Tijs heeft het ’s morgens ook al druk genoeg met de verzorging van zijn konijntjes. Mijn man is de enige die in aanmerking zou komen om het braingym op zich te nemen, maar hij is ’s morgens al vaak vroeg de deur uit.

Tijs rent, na het seintje dat we klaar zijn, direct naar buiten om met zijn vriendjes te voetballen. Wij praten nog even na met Maarten. Hij benadrukt nog eens dat het heel belangrijk is om elke dag de oefeningen (braingym, luie acht (liggende acht)) te oefenen. Verder de kamers in zijn hoofd te blijven benoemen, te lezen, de woorden van het woordpakket uit het werkboek ‘Ik leer anders’ te visualiseren en te blijven oefenen met het automatiseren van rekensommen en het honderdveld. Mijn hoofd bonst op dit moment bijna uit elkaar en dat ik blij ben dat Maarten is langs geweest, ben ik ook even niet meer.

‘O ja’, zegt hij op de valreep. ‘Het kan zijn dat Tijs hoofdpijn krijgt vandaag. Dat komt door het intensieve gebruik van zijn linkerhersenhelft. Die moet ook wennen dat ie aan de bak moet.’

Ik ben blij wanneer ik de deur achter Maarten dichttrek. Ik pak een dekentje en ga op de bank liggen. Ik ben doodop en mijn hoofd loopt over van alle gedachten, ideeën en beelden. Ik heb het gevoel dat het allemaal even te veel is. Weet écht niet hoe ik alle oefeningen en opdrachten in de spaarzame tijd die we hebben moet proppen, zonder mezelf te vergeten. Liggend op de bank ben ik er van overtuigd dat dit een mission impossible wordt.

Ondertussen is Tijs, na een half uur, ook weer thuis. Hij ziet wit en klaagt over, jawel, hoofdpijn! Ik leg hem op de andere bank en sta met moeite mijn inmiddels opgewarmde deken af aan mijn kind dat het vandaag zo goed heeft gedaan.

Ik besluit ’s avonds Maarten te mailen. Mijn hoofd zit zo vol met gedachten en die moeten eruit. Ik schrijf hem eerlijk en uitgebreid over mijn bedenkingen of het allemaal wel gaat lukken. Ik zie zoveel beren op de weg. Wanneer ik een taak op me neem dan wil ik daar ook honderd procent voor gaan en ik weet op dit moment niet of ik dat wel wil en kan.

Ik krijg een kort maar mooi beeldend antwoord terug:

‘Jij staat nu midden in een sneeuwbol, die net door mij flink door elkaar geschud is. De sneeuwvlokjes moeten nog dalen. Die gaan alle kanten op. Geef de vlokjes de tijd hun plek te vinden, zodat alles weer rustig wordt.’

De dagen erna geef ik de vlokjes de kans om te dalen. En dan opeens zie ik dat de sneeuwvlokjes sereen en rustig op de grond liggen. Ze zijn gedaald!

Ik weet dat dit de tijd is om plannen te maken hoe we in onze dagelijkse, drukke leven Tijs kunnen helpen en begeleiden. Mijn man neemt een paar taken op zich.  Mijn schoonmoeder, Patricia, die elke woensdagmiddag bij Tijs is biedt aan om te helpen met de woorden uit het woordpakket. Ze zal helemaal, volgens mijn instructies, deze taak op zich nemen en vindt het fijn om zo haar kleinkind en ons te helpen. Rekenen, braingym en de luie acht zal ik met Tijs oefenen. Ik maak een strak schema, zodat we allemaal weten waar we aan toe zijn. Duidelijkheid werkt voor Tijs het beste. Uiteraard blijft er genoeg tijd over voor leuke dingen.

Na dag twee merk ik dat braingym ’s morgens echt niet ons ding is. Chagrijnig en zonder veel animo doen we de oefeningen na van het filmpje op Youtube.

’s Avonds op bed lig ik te piekeren hoe we het braingym kunnen opleuken. En dan krijg ik een geweldig idee!  Braingym is voor elk kind goed. Kinderen die in kakken na geconcentreerd te zijn bezig geweest , krijgen door de oefeningen meer energie. Kinderen die juist druk zijn kunnen hun energie kwijt. Ik besluit om mijn plan aan de meester voor te leggen. Ik weet dat hij open staat voor ideeën. Ik zie het al helemaal voor me. Ik geen braingym meer ’s morgens vroeg. In plaats daarvan de meester en 29 kinderen die dit, als het mogelijk is, elke dag gaan doen. Met een glimlach val ik in slaap.

Maartens beelddenk coaching

Maartens beelddenk coaching

De lunch doet Tijs goed. Hij krijgt weer kleur op zijn wangen en oogt niet meer zo lusteloos.

‘Kun je eens tien lepels pakken?’ vraagt Maarten. Tijs rent naar de keuken en komt terug met twee handen vol.
‘Dit is jouw energie als je ’s morgens uitgerust wakker wordt’, legt Maarten uit. ‘Je hebt dan tien lepels energie. Best veel he?’

Tijs knikt.
‘Hoeveel lepels heb je over om twaalf uur, wanneer jij je brood eet op school?’
Tijs haalt er zonder twijfelen zes weg.
‘En hoeveel heb je er over als je om half drie thuis komt uit school?’
Twee zielige lepels blijven liggen.
‘ Waar krijg je energie van?’ vraagt Maarten.
‘Even niets doen, hangen op de bank, voetballen buiten, FIFA spelen.’

En dat herken ik. Tijs komt regelmatig wit en doodop thuis. Ik laat hem dan ook met rust, want ik weet uit ervaring dat hij na een half uurtje is bijgetrokken.

Weinig energie

‘Voelt het prettig dat je ’s middags zo weinig energie hebt?’
Tijs schudt zijn hoofd en staart naar de twee overgebleven lepels.
‘Hoeveel lepels zou je uit school willen over hebben?’
Tijs denkt na: ‘Zes of zeven?’
‘Waarom niet tien?’

‘Dat lukt toch niet? Ik moet toch opletten en veel opdrachten vind ik moeilijk. Die begrijp ik niet en dan ben ik heel moe als ik klaar ben. Maar als ik thuis kom, heeft mama altijd iets lekkers voor me en dan heb ik na een tijdje weer negen lepels.’

Ze geven elkaar een high-five. Het principe is snel tot mijn kind doorgedrongen. En ik besef dat de lepels energie ook op mij van toepassing is. Ik kan me ook vol storten op iets. Er keihard tegen aan gaan om na een tijdje te beseffen dat ik doodop ben. De energie niet goed over een dag verdelen. Ik neem me voor om hier aan te werken en ook regelmatig mijn rustmomenten te pakken. Ik hoef alleen maar aan de lepels op tafel te denken. Ik hoop dat Tijs dit beeld ook voor zich blijft zien, wanneer hij voelt dat het teveel wordt.

‘Als jij later groot bent en je hebt een tuin. Hoe zou die er en dan uitzien?’ schakelt Maarten moeiteloos over. Oké; van lepels naar tuinen….

Ik ben niet de enige die in de war is. Tijs snapt de vraag niet zo goed en blijft maar staren naar de lepels die nog op tafel liggen.

‘Leg ze maar weer terug’, zegt Maarten zacht.

Eigen tuin

Focussen is lastig voor mijn kind. Nu de lepels weg zijn kan hij zich richten op zijn allermooiste tuin: veel zonnebloemen, appelbomen, perenbomen en een moestuin zodat hij veel komkommers, tomaten en aardbeien kan eten.

‘Heeft jouw tuin ook een schutting of zo?’ vraagt Maarten.
‘Ja natuurlijk! En een deur uiteraard.’
‘Mag iedereen zomaar, zonder kloppen, in jouw tuin komen?’
‘Nee. Echt niet! Nou ja, papa en mama wel.’
‘En kun jij zomaar in de tuin van de buren komen?’
‘Wel als ik over de schutting klim.’

Ik zie het al helemaal voor me. Een volwassen Tijs, van bijna twee meter, die niet echt soepeltjes over de schutting klautert om in de tuin van de buren te komen.

Op dit moment staat Tijs ook werkelijk in zijn ideale tuin. Hij omschrijft tot in detail waar hij zijn groenten wil hebben.

‘Deze tuin ben jij, Tijs. Dit zijn jouw gevoelens en emoties. Die heb jij lekker afgeschermd met een grote, hoge schutting en een deur. Je verzorgt zelf de bloemen en planten door ze regelmatig water te geven. Jij kunt zelf aangeven wanneer je iemand wilt toelaten in je tuintje. Maar jij moet ook leren om niet zomaar in de tuintjes van anderen rond te lopen. Zorg er voor dat jij jouw tuintje netjes houdt. Alle andere mensen moeten voor hun eigen plantjes en bloemen zorgen. Je hoeft niet alle problemen van anderen op te lossen. Oke?’

Een diepe rimpel verschijnt op zijn voorhoofd.
‘Ik mag toch wel in het tuintje van mama komen?’
‘Je moeder kan heel goed zelf voor haar tuintje zorgen hoor. Als je in haar tuintje wilt, dan klop je eerst aan.’

Wie houdt Maarten nu eigenlijk een spiegel voor? Mijn kind? Mij? Of ons beiden? Dit is het moment dat bij mij alle puzzelstukjes razendsnel op zijn plek vallen. Ik besef dat ik ook hoog sensitief ben en een rasechte beelddenker. Ik voelde me altijd anders, voelde me regelmatig een buitenbeentje, voelde me vaak niet begrepen, terwijl het voor mij allemaal zo duidelijk was. Ik besef dat ik mijn intuïtieve kant veel te lang heb genegeerd, om maar zo gewoon mogelijk over te komen. Om maar niet constant de emoties van anderen te voelen. Om maar zo sterk mogelijk over te komen, want je bent al snel labiel als je emoties niet onder controle hebt.

Maarten voelt dat ik worstel en geeft Tijs de opdracht om in de achtertuin de voetbal tien keer hoog te houden.

‘Bijzonder he? Drie beelddenkers in één ruimte.’

‘Ik moet nog even wennen hoor!’ zeg ik zacht en wrijf over mijn hoofd, dat op dit moment overvol zit. Een barstende hoofdpijn komt dan ook opzetten.

‘Je wist het al toen je erachter kwam dat Tijs wel eens beelddenker kon zijn. Jullie houden elkaar steeds spiegels voor. Tijs spiegelt zich heel erg aan jou, wil constant jouw goedkeuring en voelt jouw emoties haarscherp aan. Jij weet en voelt wat er in Tijs omgaat en jij wil hem, misschien te krampachtig, laten weten dat jij hem begrijpt en aanvoelt. Geef elkaar de ruimte en zorg allebei vanaf nu voor jullie eigen tuintjes, oké?

Op dit moment besef ik dat Tijs en ik door Maartens bezoek op een kruispunt staan. Gaan we lekker veilig rechtdoor en zien we deze sessie als leerzaam en leuk. Of slaan we af en gaan we echt iets doen met de handvatten die Maarten ons al heeft aangereikt en nog zal gaan aanreiken. Want dat het keihard werken wordt voor zowel Tijs als voor mij is wel duidelijk. De oefeningen, om de onderontwikkelde linkerhersenhelft te trainen,  die Maarten nog voor Tijs in petto heeft liegen er niet om. Verder zal ik heel veel tijd moeten stoppen om Tijs volgens de ‘Ik leer anders’ methode de lesstof (rekenen/spelling) aan te reiken. En dat terwijl ik dacht dat Maarten dit allemaal in een paar sessies voor elkaar zou krijgen.

Ik loop naar buiten en kijk naar mijn kind die de bal probeert hoog te houden.
‘Kijk mam, het lukt me al zeven keer.’ Zijn ogen glimmen.
‘Ik heb nog een paar leuke oefeningen voor je. En dan is het klaar voor vandaag.’ Zegt Maarten.
Tijs is er weer helemaal klaar voor. En ik? Ik zie op dit moment maar één lepel op tafel liggen.

 

 

Maartens Coaching | Beelddenken

Maartens Coaching | Beelddenken

Eindelijk gaat de voordeurbel. Wanneer ik de deur open, zie ik de man staan waar ik al bijna een jaar via facebook en mail contact mee heb. Het lijkt of ik hem jaren ken en moet me beheersen om hem niet als een oude vriend, die ik jaren niet gezien heb, te begroeten: met een stevige knuffel.

Zijn prettige donkere basstem is een aangename verassing. Tijs zit wat stijfjes en onwennig op de bank, maar voordat ik koffie heb neergezet zijn ze met zijn tweetjes lekker aan het keuvelen. Over koetjes en kalfjes, denk ik dan nog.

Ik zit wat achteraf aan de eettafel, op verzoek van Maarten. Vind het moeilijk om me er niet mee te bemoeien en Tijs niet te kunnen  aanvullen op de vragen die Maarten stelt. Dus ik observeer. En dan begrijp ik wat Maarten doet. Hij ‘test’ mijn kind door middel van vragen te stellen.

‘Wat heb je gisteravond gegeten? Welke kleren had je aan? Heb je een fiets? Hoe ziet ie er uit?’
‘De fiets staat in de schuur. Wil je hem zien?’
Maarten lacht en zegt: ‘Als we straks even een pauze nemen gaan we naar je fiets kijken. Maar vertel, hoe ziet je fiets er uit?’

En Tijs beschrijft tot in detail, zelfs de fietsbel ontbreekt niet, hoe zijn fiets er uit ziet. Ondertussen kijkt hij omhoog en wijst af en toe in de lucht aan waar de zwarte strepen op zijn fiets zitten en wat er zo bijzonder aan zijn bel is. Het lijkt of hij letterlijk de fiets voor zich ziet in de woonkamer op zo’n één meter van hem vandaan.

Maarten vraagt aan Tijs of hij het leuk vindt om beelddenker te zijn. En mijn zoon schudt hard zijn hoofd. Hij wil het liefst normaal zijn en helemaal niet bijzonder. De kamers in zijn hoofd vindt ie ook maar onzin. Het werkt toch niet. Maarten luistert alleen maar, onderbreekt Tijs niet, reageert niet, kijkt alleen maar met een neutrale vriendelijke blik. Ik zie mijn zoon ontspannen. Hij wordt gehoord zonder goed bedoelde adviezen of reacties waar ik zo goed in ben.

Maarten vraagt of Tijs veel leest. Eigenlijk niet, maar nu heeft hij wel een super cool boek. Geronimo Stilton.

‘Gaaf’, zegt Maarten. ‘Zou je eens een stukje willen voorlezen?’

Mijn kind rent met twee treeën tegelijk de trap op en springt met boek en al op de bank. Hij begint te lezen: monotoon en slordig. Af en toe kijkt hij naar Maarten voor bevestiging, maar die kijkt met zijn neutrale, vriendelijke blik naar Tijs. Dan leest hij het woord ‘bed oog.’

‘Stop eens’, vraagt Maarten, ‘Weet jij eigenlijk wat een ‘bed oog’ is?’
Tijs kijkt hem aan: ‘Ik denk dat het een oog van een bed is. Dat oog ziet alles en volgt je overal.’
‘Kijk eens goed naar dat woord? Staat er werkelijk ‘bed’?
‘O nee. Er staat ‘bet’. Dan hebben ze het verkeerd geschreven.’
Maarten glimlacht en legt uit wat het woord ‘betoog’ betekent.
‘Kijk nog eens goed naar het woord en schrijf het over op dit lege witte blaadje. Je moet spieken hoor.’
Geconcentreerd schrijft mijn kind, zo netjes mogelijk, het woord ‘betoog’ over.
‘Kijk eens goed naar het woord en spel het woord eens. En nu andersom.’
Zonder aarzelen spelt Tijs het woord betoog achterstevoren.

‘Zo, dit woord vergeet je nooit meer! En weet je wat het voordeel is van ons, beelddenkers? We kunnen zo elk woord in ons hoofd opslaan, als spiekbriefjes. Jij hebt altijd spiekbriefjes bij je. Daarom zijn de kamers in je hoofd juist zo handig, joh! Kun je alles terug vinden.

‘Ben je ook beelddenker dan?’ vraagt Tijs. Al het andere wat Maarten gezegd heeft lijkt vergeten.
‘Cool hoor!’ zegt Tijs vol ontzag.

Ik merk ondertussen dat de energie van Tijs behoorlijk afgenomen is. Witjes zit hij inééngedoken op de bank. Hij wil alles perfect doen en kijkt heel vaak naar mij voor bevestiging. Maarten voelt het ook en zoals beloofd gaan ze bij de fiets kijken en de konijntjes bewonderen.

‘Zo. Nu gaan we lekker tekenen’, zegt hij als ze weer terug zijn. Tijs lacht en voelt zich helemaal op zijn gemak.

‘Ik kan niet tekenen’, verontschuldigt Tijs zich direct.
‘Tuurlijk wel. Alles wat je zelf maakt, creëert is goed, want dat komt van jou! En het is geen wedstrijdje.’
Maarten tekent op een A4 een hoofd: ‘Dit is jouw hoofd. Teken maar wat er in je opkomt.’
Als eerste tekent Tijs een dikke lijn van onder naar boven, precies in het midden van zijn hoofd.

Een linker- en een rechterkant. Aan de rechterkant tekent hij allemaal plaatjes: een klok, een groot raam, een bed, het fantasiaboek van Geronimo Stilton en zijn fiets. De linkerkant komt er bekaaid van af: een wirwar van zwarte lijnen (spinnenwebben) en een aantal rondjes (kijkgaatjes).

‘Kun je vertellen wat je hebt getekend?’ Tijs vindt het duidelijk moeilijk. Het is zoals het is en uitleggen is niet zijn sterkste kant.

‘De klok heeft hij getekend, omdat hij altijd wil weten hoe laat het is. Het fantasiaboek, het bed (van betoog) en de fiets daar moet hij nog steeds aan denken.  De wirwar aan lijnen aan de linkerkant begrijpt hij eigenlijk ook niet. En dan voel ik dat Maarten een klein stapje in het hoofd van Tijs zet. Hand in hand gaan ze de donkere, spookachtige linkerkant verkennen. Tijs is bang om daar heen te gaan, omdat dit niet vertrouwd voor hem is. Het is een ruimte die bijna niet gebruikt wordt daardoor alle spinrag. Af en toe kijkt hij door de kijkgaatjes naar binnen. Maarten spreekt met zijn donkere, rustige stem tegen Tijs en samen komen ze weer terug.

Tijs ziet wit en is net een uitgeknepen spons. Er is weer een pauze. Hij moet duidelijk bijkomen. En ik ook, want wat was dit intens. Maarten komt bij me zitten aan de eettafel met het getekende hoofd van Tijs. Hij legt uit dat de hersenen bestaan uit een linker- en een rechter gedeelte. Beelddenkers gebruiken voornamelijk hun rechterkant (ritme, ruimtelijk inzicht, verbeelding, beleving, dagdromen, creatief, muzikaal). De linkerkant (beredeneren, tijdsbesef, taal, rekenen, planning en organiseren) wordt vaak minder gebruikt, of zoals in het geval van Tijs bijna niet. Maarten stelt voor om zijn angst weg te nemen door bruggen te bouwen tussen de rechter- en linkerhersenhelft, zodat hij makkelijker via een brug naar zijn linker helft kan gaan. Dit kan door middel van oefeningen. Deze wil hij straks na de lunch uitleggen. Verder valt hem op dat Tijs zijn energie niet goed verdeelt en dat hij zich heel erg bewust is van want anderen denken en vinden en zoekt constant bevestiging. Hij wil dat mijn kind dichter bij zichzelf blijft en leert ‘aarden’. Even baal ik, want ik had gehoopt dat hij het reken probleem zou aanpakken, maar ik begrijp ook direct dat we het ‘probleem’ bij de wortels moeten aanpakken. Inmiddels ben ik ook redelijk leeg. Het is zo intensief, maar ook heel bijzonder.

Eerst broodjes en dan gaan we verder met de sessie. Ik ben benieuwd wat er nog gaat komen!