12 Tips om je brein te stimuleren

12 Tips om je brein te stimuleren

We willen allemaal onze hersenen en die van onze kinderen in optimale conditie houden. Dit doen we door bewust met voeding om te gaan. Gezond te eten en voor voldoende beweging te zorgen. Onze hersenen zijn gebaat bij uitdagingen, zodat er nieuwe neuronetwerken ontwikkeld kunnen worden. Het is van belang deze netwerken te onderhouden, anders zullen de verbindingen steeds minder sterk worden.  Het brein stimuleren is leuk en niet heel lastig. 12 tips van dingen die je kunt doen samen met je kind

Het brein stimuleren

  1. Vaak neem je elke dag dezelfde weg naar school. Kies eens voor een andere route naar school.
  2. Start de dag met braingames. Dit zijn oefeningen die de samenwerking tussen je hersenhelften stimuleert en zorgen voor een beter concentratie. Bewegen om beter te functioneren en beter te leren
  3. Doe ademhalingsoefeningen. Door een betere ademhaling voorzie je je  hersenen van meer zuurstof.
  4. Leer een muziekinstrument te bespelen. Door het bespelen van een instrument verbeter je de coördinatie en de verbinding tussen de linker en rechter hersenhelft.
  5. Zing samen een liedje.  Het is goed voor je longen, je hart en je humeur.  Als je zingt moet je veel dingen tegelijk doen, de tekst reproduceren, de juiste toon houden en in de maat blijven. Je kunt er ook nog bij dansen.
  6. Zet eens  klassieke muziek op. Dit brengt een positieve veranderingen te weeg brengt in de hersengolven. Daarnaast is het erg rustgevend.
  7. Doe elke week iets nieuws. Nieuwe dingen prikkelen je hersenen. Ze moeten zich aan passen en flexibel worden.
  8. Laat je kinderen eens met een ander hand hun tanden poetsen. Dit lijkt gemakkelijk maar is lastiger dan je denkt.
  9. Maak samen een wandeling. Dagelijks wandelen is goede voor de doorbloeding van je hersenen, hetgeen van essentieel belang voor een goede hersenwerking.
  10. Het brein stimuleren door een boek te lezen. Met het lezen van boeken of verhalen, laat je het brein kennis maken met nieuwe inzichten en ideeën.
  11. Neem een power nap. Ga even vijf minuten liggen en sluit samen je ogen. Probeer nergens aan te denken. Zet een wekker als je bang bent echt in slaap te vallen.
  12. Zorg voor voldoende nachtrust. De hoeveelheid benodigde slaap is mede afhankelijk van de leeftijd van je kind. Ook heeft het ene kind meer slaap nodig dan het andere.

Je brein stimuleren is dus best gemakkelijk. Succes

De drie grote problemen die de meeste kinderen met dyslexie hinderen

De drie grote problemen die de meeste kinderen met dyslexie hinderen

Afgelopen week las ik een artikel van Leoniek van LefDyslexie De titel trigger de mij gelijk: de drie grote problemen die de meeste kinderen en volwassenen met dyslexie hinderen. Drie problemen die soms nog te weinig bekend zijn. Dyslexie gaat vaak gepaard met meer dan alleen de uitdaging met lezen en schrijven.  Leoniek heeft de afgelopen jaren veel kinderen succesvol mogen begeleiden en zag drie gemeenschappelijke problemen waar veel kinderen last van hadden. 

Onzekerheid

De meeste dyslectici voelen zich anders, hebben het idee dat ze dom zijn. Iedereen is anders en je bent zeker niet dom als je dyslectisch bent. Je verwerkt op een andere manier informatie en leert dus anders. Geen goed of fout!

Als je van je onzekerheid af wilt komen MOET je gaan ontdekken waar jouw kwaliteiten liggen. Niet meer focussen op de ander en wat hij of zij wel kan. Maar het heft in eigen handen nemen en kijken waar jij blij van wordt, waar jouw hart sneller van gaat kloppen én naar waar jouw kwaliteiten en valkuilen liggen.

Faalangst

De meeste dyslectici hebben zoveel faalervaringen opgedaan in hun leven dat ze zijn gaan geloven dat ze dingen niet kunnen. Hun gedachten zijn negatief, beperkend! Dit is wat hun tegenhoudt om volgende stappen te kunnen maken. Deze gedachten zijn wel waar maar niet de waarheid!

Als je naar de happy versie van jezelf wilt gaan dan MOET je weten hoe je jouw gedachten om kunt gaan draaien naar positieve en helpende gedachten. Om rust en ontspanning te krijgen en een nieuwe waarheid te creëren.

Hoe herken je faalangst?

Frustratie

De meeste dyslectici ervaren frustratie, deze komt er meestal thuis uit. Frustratie omdat ze ontzettend hard leren én toch een laag cijfer halen, hard oefenen voor de dyslexiebehandeling en weinig vooruitgaan, zij huiswerk zitten te maken en andere kinderen buiten zien spelen, andere kinderen al leuke werkjes mogen maken en zij nog aan de opdrachten of de toets zitten. Oneerlijk zo voelt het! Bij volwassenen zie ik dat deze frustratie zich uit in schaamte. Schaamte omdat je niet durft te zeggen dat je dyslectisch bent. Als gevolg van de schaamte gaat ontwijken en/of uit gaat stellen. Hetzelfde werk blijven doen terwijl je voelt dat je meer in je mars hebt.

Als je als dyslect, of je nu een (jong)volwassene of een kind bent, ontspanning en rust wilt voelen in plaats van frustratie en/of schaamte dan MOET je teruggaan naar de basis. De oorzaak van dyslexie zit hem in de andere werking van de oren, ogen en hersenen. Wedden dat er dan veel kwartjes gaan vallen!

Herken je één of meerdere van deze problemen?

Dan is het essentieel dat je daar nú verandering in aan gaat brengen. Hopen op beter is geen strategie. Door het heft in eigen handen te nemen, houd je regie en kun je toe gaan werken naar zelfvertrouwen, lekker in je vel zitten, rust en ontspanning en dus leren om te gaan met de dyslexie. Dyslectisch ben je je hele leven. Als je open staat voor verandering en de successen wilt boeken die je mijn coachees ziet boeken, dan heb ik goed nieuws voor je!

In de afgelopen jaren heb ik mijn dyslexie kunnen omarmen en ben ik van een onzeker meisje naar een happy dame gegaan, vol zelfvertrouwen. In de praktijk LefDyslexie heb ik andere kinderen en volwassenen met dyslexie geleerd hoe zij hetzelfde kunnen doen .

Wil jij ontdekken:
1). Hoe je/jouw kind groeit in zelfvertrouwen en lekker in je/zijn/haar vel komt te zitten
2). Hoe je/jouw kind om kunt gaan met dyslexie vanuit rust en ontspanning
3). Hoe je/jouw kind ontdekt wat jouw/zijn of haar kwaliteiten zijn en hoe je deze effectief in kunt zetten.

Kijk voor meer informatie op de site van LefDyslexie

Communicatie met een dreumes | hoe kun je dit het beste doen?

Communicatie met een dreumes | hoe kun je dit het beste doen?

Kind (2 jaar) ligt in bed en wil maar niet gaan slapen. Ze roept heel hard een ander kindje dat in bed ligt. Ik zeg streng tegen het kind dat ze stil moet zijn. Dan zegt het kind zacht: ‘Peta… Peta boos.’
Bij communicatie met een dreumes komt alweer meer kijken dan bij communicatie met baby’s. Dreumesen kunnen meer en praten meer wat een groot verschil maakt voor de communicatie. Er zijn heel veel dingen om op te letten en heel veel manieren om het minder goed, maar vooral ook goed te doen. Als je een paar belangrijke tips in je achterhoofd houdt en je dreumes met liefde benadert, zal het prima gaan!
Als leeftijdsgrens houd ik voor een dreumes 18 tot 30 maanden aan (1,5 tot 2,5 jaar).

Kind hoogte

De meeste dreumesen kunnen staan en vaak ook al lopen. Dit is een groot verschil met baby’s, die dit nog niet kunnen. Bij een baby is het belangrijk om hem aan te kijken als je tegen hem praat en bij een dreumes is dit des te meer het geval.

Ten eerste halen dreumesen heel veel informatie uit je gezichtsuitdrukking. Te meer, omdat ze de inhoud van wat je zegt niet altijd volledig begrijpen. De toon en je gezichtsuitdrukking zijn dan belangrijke informatiebronnen. Door op kind hoogte (dat wil zeggen ooghoogte) met je dreumes te praten, kan hij jouw gezichtsuitdrukking het beste lezen.

Daarnaast kan het heel bedreigend overkomen als je vanaf grote hoogte naar beneden kijkend met je dreumes praat. Stel je zelf maar eens voor dat er iemand die drie keer zo groot is als jij met je praat, zonder dat deze persoon even door zijn knieën gaat. Naast dat het voor beide partijen heel vermoeiend is om zo met elkaar te praten, ontstaat er gelijk een gevoel van ongelijkheid waardoor je niet als gelijkwaardige gesprekspartners met elkaar kunt praten.

Duidelijke, korte zinnen bij communicatie met een dreumes

Een dreumes is nog volop bezig met zijn taalontwikkeling. Hij zit in een stadium waarin hij nog lang niet alle woorden begrijpt. In de communicatie met je dreumes is het erg belangrijk dat je hier rekening mee houdt. Gebruik duidelijke taal en korte zinnen. Wil je je dreumes bijvoorbeeld afleren om zijn brood op de grond te gooien? Dan is een korte en duidelijke: ‘Naam, nee!’ voldoende.
Het uitleggen van waarom dat dan niet mag, is uiteraard ook belangrijk. Maar, in de dreumesfase houdt een kind zich eerst vooral bezig met de basale regels. Pas in een later stadium komen de waarom-vragen en wordt het belangrijk om veel uitleg te geven.
Echter, mocht je een kind apart willen zetten, omdat hij iets herhaaldelijk blijft doen wat niet mag, dan is het ALTIJD belangrijk om uit te leggen waarom je dit doet! Bij een dreumes gebruik je dan woorden die hij begrijpt. In een volgende column zal ik verder ingaan op juiste manieren van corrigeren en afleren.
Andere voorbeelden van duidelijke, korte zinnen, zijn: ‘We gaan eten’, ‘Kom je aan tafel?’, ‘Je gaat slapen’,’ Ik ga werken’, ‘Is dat leuk?’
Tot slot is het belangrijk om bij veel dingen die je tegen je dreumes zegt, zijn naam erbij te noemen: ‘Naam, je gaat slapen.’ Dit leert een kind dat zijn naam bij hem hoort, maar het geeft ook veel duidelijkheid. De communicatie wordt duidelijk naar hem gericht.

Intonatie en stemgebruik

Zoals hierboven al beschreven, begrijpt een dreumes nog niet alles van wat je zegt. Hij gebruikt daarom ook veel andere middelen om jou toch zo goed mogelijk te begrijpen. Hij let op je houding, je gezichtsuitdrukking, maar vooral ook op je stemgebruik.

De manier waarop je iets zegt, is voor een dreumes minstens zo belangrijk als wat je zegt. Ben je boos op je dreumes? Laat je stem dan ook boos klinken. Ben je blij of enthousiast? Laat je stem dan vrolijk en blij klinken. Je zult merken dat het weinig effect heeft als je met een hele lieve en hoge stem je dreumes boos toespreekt. Ook al straalt de inhoud van de boodschap wel duidelijk ontevredenheid uit, als je stem dat niet doet, zal je dreumes er weinig van begrijpen.
Daarnaast zul je merken dat je dreumes ook erg geneigd is om je na te doen. Wil je dat hij iets stiller en rustiger doet? Roep dan niet hard en boos dat hij op moet houden, maar praat zacht en rustig tegen hem en stel op die manier voor dat hij bijvoorbeeld kan gaan kleuren aan tafel.

Verder wordt het bij een dreumes belangrijk dat je op een gewone en volwassen manier met hem gaat praten. Bij een babyzul je automatisch je stem verheffen, wat prima is, omdat hij je zo beter hoort. Bij een dreumes is het van belang dit langzaam te gaan afleren. Een dreumes wordt steeds meer een gelijkwaardige gesprekspartner en wil serieus genomen worden. Daarnaast wil jij ook door je dreumes serieus genomen worden als je wat zegt. Door op een gewone manier te praten (zoals je dat ook met de volwassenen in je omgeving doet), merkt de dreumes dat hij serieus genomen wordt. Hij zal jou dan ook serieus nemen.

Tijd nemen en herhalen

Een erg belangrijk onderdeel van de communicatie met dreumesen is geduld! Bij een dreumes wordt je geduld waarschijnlijk het meeste op de proef gesteld. Iedereen kent de ‘Ik ben 2, dus ik zeg nee’-fase wel. Nee zeggen en nee bedoelen zijn echter twee verschillende dingen. Je dreumes heeft geleerd dat hij een eigen wil heeft. Door ‘nee’ te zeggen, kan hij simpelweg laten wat er van hem gevraagd wordt. Een leuk kat-en-muis spel kan zo ontstaan. Grappig toch?

Af en toe mag dit ook zeker wel. Wij leren onze kinderen zelfstandig te worden en een mening te vormen, laten we dat dan vooral niet afstraffen als dat gebeurt! Echter, soms gaat het duidelijk alleen om het spelletje en zul je iets moeten verzinnen om dit te omzeilen. Snelle tip: afleiding! Wil hij zijn jas niet aan? Leidt hem even af, neem de tijd, maak er geen drama van en probeer het onopvallend opnieuw.

Terug naar de communicatie. Soms bedoelt een dreumes met ‘nee’ ook echt ‘nee’. Wil hij zijn jas echt niet aan? Dan kan dat ook goed komen doordat het veel te snel gaat. Jij hebt misschien gisteren al bedacht dat je vandaag om 11.00 boodschappen gaat doet, maar voor je dreumes is dit helemaal nieuw. Hij was lekker aan het spelen en heeft helemaal geen zin om daarmee te stoppen, zijn jas aan te trekken en naar buiten te gaan.
Ga je met je dreumes naar de supermarkt? Vertel hem ruim van te voren dat je dit van plan bent. Ruim van te voren betekent voor een dreumes 15 minuten van te voren. Herhaal de boodschap nog een aantal keer voordat het zover is. Houdt aan: om de 5 minuten. Vertel hierbij duidelijk en kort wat er gaat gebeuren: ‘We gaan zo/straks boodschappen doen. Dan doen we je jas aan. En gaan we naar buiten.’ Een dreumes heeft vaak nog een slecht besef van tijd. De woorden ‘zo’ of ‘straks’ zeggen hem weinig. Echter, je hoeft niet alle woorden te mijden die je dreumes niet kent. Hij zal uit deze boodschap wel de belangrijkste woorden halen: ‘boodschappen’, ‘jas’ en ‘buiten’. Als het dan zo ver is, herhaal je nogmaals de boodschap, laat je de jas zien en vraag je netjes: ‘Mag ik je jas aandoen?’

Benoemen belangrijk in de communicatie met een dreumes

Het benoemen is al aan bod gekomen in de vorige column over communicatie met baby’s. Ook bij dreumesen blijft het belangrijk om veel van wat je doet, van wat zij zien en horen en van wat ze voelen te benoemen. Ze zijn, net als baby’s, nog volop bezig met het begrijpen van de wereld om hen heen. Jij helpt ze een heel stuk door veel te benoemen. Benoem wat jij met ze doet: ‘Ik zet je nu aan tafel’, ‘We gaan eten’ ‘Ik ga je uitkleden’ Benoem wat zij zien en zelf nog niet kunnen benoemen: ‘Kijk, dit is je bord’, ‘Die baby is aan het huilen, hij is verdrietig’ ‘Kijk, het regent’ En benoem hun gevoel: ‘Heb je pijn?’, ‘Je moet huilen’, ‘Ben je verdrietig?’, ‘Jij bent vrolijk!’
Je zult zien dat dreumesen nog veel meer dan baby’s leren om op non-verbale manieren met jou te communiceren. Ze zullen veel aanwijzen, ze zullen jou het boekje geven wat ze graag willen lezen, ze zullen simpelweg je hand pakken en je meenemen. Stimuleer dit en ga hierin mee. Het is heel fijn voor een kind als hij begrepen wordt. Door ondertussen te benoemen wat jij waarneemt (‘Wil je een boekje lezen?’) stimuleer je ook hun taalontwikkeling!

Weten wat je dreumes niet weet

Voor de communicatie met een dreumes is het tot slot belangrijk dat je ook heel goed weet wat je dreumes nog niet weet en begrijpt. Hieronder een paar voorbeelden:
Veel dreumesen snappen vragen die beginnen met ‘waarom’ nog niet. Ze zullen deze vraag, als ze hem verder wel snappen, interpreteren als ‘waar’. Als je vraagt: ‘Waarom heb je dat gedaan?’ zullen ze, als ze antwoord geven, wijzen/vertellen waar ze iets hebben gedaan. Een alternatief kan zijn te vragen: ‘Wat is er gebeurd?’

Ook zinnen en vragen met het woordje ‘of’ erin zijn erg lastig voor een dreumes. Een dreumes begint net te leren om te kiezen en hem simpelweg vragen ‘wil je dit of dat?’ is nog veel te lastig. Hij zal dan vrijwel automatisch kiezen voor dat wat jij als laatste noemt, zegt alleen ‘ja’ of ‘nee’ of hij geeft geen antwoord. Wil je je dreumes toch laten kiezen? Hartstikke goed, maar houd het simpel! Geef de keuze uit twee dingen en laat het zien. Laat de jam en hagelslag een voor een zien en vraag: ‘Wil je jam of hagelslag?’ Zet beide producten een stukje uit elkaar voor je dreumes op tafel en laat hem aanwijzen. Als aanwijzen nog niet lukt, kun je kijken waar je dreumes naar blijft kijken. Als hij heeft gekozen, laat je het gekozen product duidelijk zien en zeg je: ‘Je hebt gekozen voor jam. Ik doe nu jam op je brood.’

Tijdsbesef

Tot slot hebben dreumesen nog een erg slecht besef van tijd. Een tijdsbestek van een paar minuten tot een kwartier is nog te overzien, maar zeggen dat je dreumes over een uur naar bed moet, heeft weinig zin. Veel ouders hoor ik op de crèche tegen hun dreumes zeggen: ‘Mama komt straks weer terug.’ Vooral een geruststelling voor jezelf, want je dreumes heeft geen idee wat je met ‘straks’ bedoelt. Ook ‘vanmiddag’ is erg vaag en bovendien ver weg. Je dreumes zal vanzelf leren dat je hem elke keer gewoon weer komt halen.
Voor alles geldt: raak vooral niet gefrustreerd, besef goed wat je dreumes wel en niet kan, probeer je in te leven in zijn hoofdje en wereldje en bedenk je dan wat jij anders kan doen.
Tot slot: ook jij zult met vallen en opstaan gaan leren hoe jouw dreumes in elkaar steekt. Niet alles hoeft en kan gelijk perfect gaan!

Communiceren met een peuter

3 manieren om leerhouding van een kind te verbeteren

3 manieren om leerhouding van een kind te verbeteren

Een van de eerste herinneringen van Megan Wyk zijn de momenten met haar oma aan de keukentafel leren klokkijken. Ze gebruikte een geïmproviseerde klok die ze had gemaakt met wat papier en veel kleurpotloden. De hele dag in pyjama spelen of lezen. Volgens Megan onderschatten we deze vroege herinneringen en activiteiten, maar bij haar kwam daar de liefde voor leren en lezen vandaan – quality time. Zeer belangrijk voor een goede leerhouding van een kind.

Tegenwoordig gaan veel kinderen op jonge leeftijd al naar de crèche, waar de leidsters het ‘overnemen’ en kinderen alles leren over wat er te weten valt over het leven. Dit is niet genoeg. Het is niet uitsluitend de taak van de leidsters van de crèche of de leerkrachten op school om kinderen dingen te leren.  Het is de taak van een leraar om zijn best te doen om een kind te helpen zijn volledige potentieel te bereiken. Veel daarvan is gebaseerd op de houding van een kind ten opzichte van leren. Deze leer houding leren ze veelal thuis en bij hun leeftijdsgenootjes. Dus wat kunt je doen om te helpen?

1. Wees geïnteresseerd in het leven van een kind

We hebben tegenwoordig allemaal een druk leven en het vinden van tijd om quality time met je kinderen door te brengen, kan soms buitengewoon moeilijk zijn, maar het is essentieel. Vraag een kind naar hun schooldag en luister echt naar hun antwoorden. Stel vragen als:

  • “Wat heb je vandaag op school geleerd?”
  •  “Wat was het beste (of slechtste) aan je dag?”
  • Als ze een toets hadden: “Over welke vragen voel je je goed?  Welke vraag, of vragen, waren lastig? “

Neem de tijd om echt naar hun huiswerk te kijken. Ze hebben huiswerk – zelfs als ze je vertellen dat ze dat niet doen. Vraag een kind om je meer te vertellen over hun favoriete onderwerp en bied hulp waar je maar kunt.

Als je echt wilt weten hoe het was op school

2. Creëer een liefde voor leren, voor een betere leerhouding van een kind

Kinderen vinden school en leren vaak saai en als iets dat ze moeten doen. Maar als de dorst naar kennis eenmaal is gecreëerd, zal het erg moeilijk te lessen zijn!

  • Geef het goede voorbeeld . Je bent het eerste en belangrijkste rolmodel van je kind. Deel je interesses en passies met hen. Als ze kunnen zien dat je ernaar verlangt om iets meer te leren, zullen ze eerder bereid zijn hun eigen interesses en passies te verkennen.
  • Stel je kind bloot aan verschillende ervaringen. Hoe vinden ze anders hun interesses en passies? Breng ze naar de dierentuin, musea, muziekconcerten of het theater. Ga met ze naar de bibliotheek en laat ze de vele boeken en onderwerpen die bibliotheken te bieden hebben, ontdekken.
  • Lees, lees, lees ! Mijn favoriete auteur, JK Rowling, zei: “Als je niet van lezen houdt, heb je het juiste boek niet gevonden.” Lezen brengt zoveel vreugde en magie in het leven van een kind, om nog maar te zwijgen van het feit dat het ook de woordenschat vergroot, stress verlicht en de concentratie en het geheugen verbetert.
  • Wees ondersteunend en aanmoedigend.  Je vindt het misschien niet altijd leuk wat je kind interessant vindt, maar iets neerschieten omdat je er niet in geïnteresseerd bent, kan je kind enorm doen terugdeinzen. Moedig je  kind aan om steeds meer over zijn interesses te leren, zolang het niet schadelijk of ongepast is.

Moedig je  kind aan om altijd zijn best te doen en laat hem weten dat zijn best altijd goed genoeg zal zijn. Als je verwachtingen te hoog zijn, zal hun leergierigheid afnemen.

3. Leer je kind zelfstandig te werken

“Mama help het lukt niet!” is een zin die de meeste ouders vaak horen terwijl hun kinderen huiswerk maken. Omdat ons leven net zo druk is als zij, is het soms veel gemakkelijker om ze gewoon het antwoord te geven en terug te keren naar waar we eerder mee bezig waren. Dit leert een kind echter dat iemand hem uiteindelijk het juiste antwoord zal geven en dat hij zichzelf niet hoeft uit te dagen om het antwoord te vinden.

Kinderen zijn soms bang om fouten te maken en proberen het daarom niet zelf. Leer een kind dat een verkeerd antwoord een kans is om het de volgende keer goed te doen, en dat het de mensen die van hen houden het niet kan schelen als ze af en toe een onjuist antwoord geven. Moedig ze aan om het te proberen. Probeer dat vervelende wiskundige probleem op te lossen. Blijf het proberen, steeds opnieuw.

Hoe moeilijk het ook is, geef ze niet gewoon het juiste antwoord als ze erom vragen. Ga bij hen zitten en moedig hen aan om zelf het antwoord te vinden. Help ze door ze in de goede richting te duwen, maar maak het niet te gemakkelijk!

Wanneer je kind de school verlaat en doorgaat naar een vervolg opleiding of zijn eerste baan, zullen ze je bedanken voor het aanmoedigen van zelfstandigheid. Zelfstandig werken is een cruciale vaardigheid die een kind nodig heeft om succesvol te zijn.

Lees meer over hoe je een growth mindset ontwikkelt bij je kind

door Megan van Wyk op Worksheet cloud

Brainfood, voedsel voor je brein

Brainfood, voedsel voor je brein

Hoe zorg je ervoor dat het brein van je kinderen optimaal kan functioneren?  Dat ze zich optimaal kunnen concentreren op de momenten dat het nodig is.  Je hersenen gezond houden is een kwestie van een gezonde levensstijl. Dit geldt voor zowel jong als oud. Je levensstijl is een combinatie van gewoontes in de voeding en voldoende beweging.  Het lichaam van kinderen is volop in ontwikkeling, dit geld ook voor hun brein. Geef daarom het brein van het nodig heeft. Wat is goed voedsel voor je brein?

1. Vetten

Onze hersenen bestaan voor bijna 60% uit vetten. Het is belangrijk dat deze vetten in ons lichaam in de juiste verhouding beschikbaar zijn. Het type vet is namelijk van belang voor de hoeveelheid synapsen en dendrieten in je hersenen. Ook de structuur van de hersencellen is afhankelijk van de soort vet welke je in je lichaam hebt. Daarnaast zijn de neurotransmitters, de boodschappersstofjes, in je hersenen afhankelijk van de soort vetmoleculen.  Je stemming, concentratie , geheugen en je vermogen om informatie op te nemen zijn sterk afhankelijk van vetten.

Omdat je hersenen dus voor een groot deel bestaan uit vetten is het belangrijk voor een goede aanvoer van vetten te zorgen. Dit zijn onder meer de vetten uit vette vis zoals haring, makreel, sardines of zalm. Kies hierbij voor wilde vis met het MSC logo. Verzadigde vetten als roomboter en cocosolie zijn een basis voor een goede hersenwerking in balans met de andere vetten zoals omega-3/6/9.

2. Vitaminen & mineralen

Ons brein is een heel gevoelig orgaan. Zelfs al is er maar een klein tekort aan bepaalde vitamines of mineralen, dan zullen je hersenen hier direct op reageren door slechter te functioneren. Dit gebeurt al voordat zich fysieke klachten voordoen.

Vitamines B is heel belangrijk voor een goed geheugen en magnesium voor de prikkeloverdracht tussen de zenuwen.

Magnesiumtekort verergeren klachten bij ADHD, ADD en Hoogsensitivteit

3. Antioxidanten

Vrijeradicalen ontstaan in je lichaam door de verbranding van zuurstof. Ze willen zich neutraal maken en beschadigen hierbij willekeurige cellen in het lichaam, ook in de hersenen. Antioxidanten voorkomen dit en helpen het brein jong te houden. Met name Provençaalse zoals, basilicum, tijm, oregano en rozemarijn hebben een zeer sterke antioxidantwerking, maar ook groene thee en pure chocolade, zijn goed voedsel voor je brein.

4. Water is belangrijk voedsel voor je brein 

Iedere dag water drinken zorgt ervoor dat je organen, cellen en spieren worden gehydrateerd en dus ook je hersenen.  Het drinken van water heeft een positieve invloed op je reactiesnelheid. Het drinken van 8 tot 10 kopjes water per dag kan je cognitieve vaardigheden verhogen met 30%.

Dehydratie is dé oorzaak van vermoeidheid overdag. Het is dus voor kinderen op school (of volwassene op het werk) van groot belang voldoende te drinken. Voel je je s middags wat moe, doe geen dutje, maar neem een glas water. Dit zorgt er ook voor dat je beter functioneert.  Al bij slecht 2% uitdroging  heb je meer moeite met je korte termijn geheugen en je focus .

5. Gezond darmen, gezonde hersenen

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat er een directe relatie bestaat tussen de conditie van de darmen en de hersenen. Belangrijke basisstoffen voor de neurotransmitters worden gevormd in de darmen. De gezondheid van je darmen zijn mede bepalend voor de opname van voedingsstoffen, welke nodig voor een goede hersenwerking. Ze bepalen welke goede en slechte stoffen de bloedbaan binnenkomen.

Onze darmen zijn ons brein

 

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken:
    vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken:
    braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Wees je ervan bewust dat niet elk compliment leidt tot meer zelfvertrouwen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…