**//sticky ads code//**
Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie?

Sommige geluksvogels onder ons lukt het om enorm succesvol te worden ondanks het hebben van een beperking als dyslexie. De Britse zakenman Richard Branson bijvoorbeeld wist een imperium op te bouwen en gigantische rijkdom met o.a. een platenlabel en een vliegtuigmaatschappij. Jamie Oliver, idem dito, ook razend succesvol. In Nederland hebben wij ook boegbeelden die staan voor ‘succes met dyslexie’; onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels, maar ook Jan des Bouvrie, zakenman Henny van der Most en Joop van den Ende. Wat heeft nu gemaakt dat ze zo succesvol zijn geworden met wat ze doen? Dit is hen niet alleen gelukt doordat ze uitblonken in hun vakgebied, maar ook op karakter.

Omgaan met dyslexie

Ouders die hun dyslectische kind helpen bij het huiswerk en leren zullen beamen dat het soms lastig is om te beschrijven hoe het nu werkelijk zit met die dyslexie. Want waar begint en eindigt nu dat ‘last hebben’ van dyslexie en neemt het karakter het over? Beïnvloedt het elkaar en zo ja, in hoeverre dan? Anders gezegd: Laat je je inpakken door je beperking of ga je het gevecht aan?

Inspirerend is ook het Britse parlementslid David Blunckett. Blind geboren in een achterstandswijk in Sheffield werd hij voor Labour één van de beste parlementsleden ooit. Blind! Iedere dag kwam hij met zijn hond naar het parlement. En wat te denken van Oscar Pistorius (voordat hij trouwens beschuldigd werd van moord op zijn vriendin) beide benen geamputeerd en toch als bladerunner een paar wereldrecords bij elkaar gelopen. Talent is niets zonder karakter.

En hoe zit dat nu bij dyslexie?

Van mensen met dyslexie wordt vaak gezegd dat ze ‘anders denken’. Niet het lineaire denken van a naar b, maar met een omweg, waardoor ze blijkbaar onderweg andere zaken tegenkomen dan anders het geval zou zijn. Ze worden daardoor vaak originele denkers genoemd, creatief en kunstzinnig. Maar hoe word je er dan succesvol mee? Waarschijnlijk vanuit een stuk frustratie en van ‘ik zal het iedereen wel eens laten zien mentaliteit’. Met veel vallen en opstaan natuurlijk. Dus toch karakter? Succes ondanks dyslexie of succes dankzij dyslexie. Ik weet het eigenlijk nog steeds niet!

Hoe is een kind intelligent?

Hoe is een kind intelligent?

Hoe intelligent is een kind? Of hoe is een kind intelligent? Een zin die ik twee keer moest lezen, maar die zo de essentie raakt! 

Er was eens…
Nee, er waren eens…
Dieren in de dierenwereld die vonden dat ze iets moesten doen aan het onderwijs. Ze besloten een school op te richten. Ze stelden een lesprogramma samen dat bestond uit hardlopen, klimmen, zwemmen en vliegen. En om het voor iedereen gemakkelijk te maken kregen alle dieren hetzelfde vakkenpakket.

De eend kon geweldig zwemmen; beter zelfs dan zijn leraar. Maar in hardlopen was hij slecht. Om dat bij te spijkeren kreeg hij hardlopen tijdens de zwemuren en moest hij na blijven voor extra looplessen. Tenslotte waren zijn poten zo toegetakeld dat hij ook met zwemmen niet verder kwam dan een 6. De schoolleiding vond dat echter acceptabel dus niemand maakte zich daar zorgen over, behalve de eend zelf.

Het konijn begon met hardlopen als beste van de klas, maar kreeg een zenuwinzinking omdat hij bij het zwemmen nog zoveel te leren had.

De eekhoorn kon geweldig klimmen, totdat het verkeerd ging met vliegen, omdat haar leraar perse wilde dat ze op de grond landde in plaats van op een andere tak. Ze kreeg gebroken nagels omdat ze teveel oefende en had uiteindelijk een 6 voor klimmen en een 5 voor vliegen.

De adelaar was een probleemkind en werd streng aangepakt. Bij de klimlessen was hij steeds als eerste in de top van de boom, maar hij stond erop dat op zijn eigen manier te doen.

Aan het eind van het schooljaar was het hoogste gemiddelde cijfer voor de vliegende bergaap, die redelijk kon klimmen, aardig kon hardlopen en ook nog een beetje kon zwemmen en vliegen. Hij mocht namens de leerlingen de ouders en docenten toespreken. De andere dieren zaten er bedrukt bij. De meesten waren gezakt in twee van de vakken en in de overige waren hun prestaties achteruit gegaan…

Dit verhaal heb ik niet zelf verzonnen. Het komt uit de syllabus van een opleiding die ik jaren geleden heb gedaan, namelijk ‘De kunst van kindercoaching’.

De moraal van dit verhaal is natuurlijk: benut het talent van een kind, en kijk niet naar wat het NIET kan.

Is het: hoe intelligent is een kind? Of: Hoe is een kind intelligent? Ik pleit voor het laatste, niet in de minste plaats omdat we juist verschillende talenten nodig hebben voor onze toekomst. En omdat we hiermee gemotiveerde kinderen krijgen, die met plezier leren. Voor onze toekomst.

Ben je geïnspireerd door dit verhaal? Kijk dan eens op www.brightbrain.nl Of houd de campagne Elk kind een u!tblinker in de gaten. www.elkkindeenuitblinker.nl

Manon Meijer is trainer en coach bij The Bright Brain -voor het anders lerende kind. Zij begeleidt kinderen en jongeren in hun zoektocht naar hun unieke manier van leren.  Ook is zij, oa met Monique Tetteroo, initiatiefnemer van de campagne Elk kind een U!tblinker.

 

 

Je krijgt niet altijd wat je geeft

Je krijgt niet altijd wat je geeft

Kinderen kunnen soms mooie discussie met elkaar hebben. Discussie die ze ook tot mooi inzichten laat komen. Dit geldt ook voor de zoon en dochter van Nicole. Ze schreef er een mooie blog over, je krijgt niet altijd wat je geeft.

Stress had ie. Stress om op tijd op school te komen. Ze hadden het heel gezellig die ochtend toen ze vlak voor het opstaan in mijn bed kropen. En toen ik ging douchen, gingen zij door met plezier maken. Toen ik aangekleed was en naar beneden ging, hadden zij nog steeds plezier. En nu had hij stress, want hij kwam wat tijd te kort.

Gelukkig voor hem bood zijn zus aan om de konijnen eten te geven. Dat is immers hun taak. Ze hebben deze taak eerlijk verdeeld door om de dag voor de konijnen te zorgen. Het was zijn beurt vandaag. Maar omdat zijn zus zag dat hij het niet ging redden, deed zij het voor hem.

De volgende dag

Een dag later begon de discussie vlak na het opstaan. Hij vond dat zij ook deze dag de konijnen eten moest geven, het was immers haar dag. Maar zij vond dat hij ze eten moest geven, want zij had het gisteren immers voor hem gedaan. Ik besloot me eens even niet met deze discussie te bemoeien. “Ik ga de konijnen echt geen eten geven vandaag, het is jouw taak!” riep hij vanaf zijn kamer naar die van haar. “Ja maar, ik heb het gisteren voor jou gedaan, dan kun je het nu toch wel voor mij doen?” riep zij terug. Ze deed een beroep op zijn redelijkheid. Maar hij riep er overheen “Tja, als je iets doet voor een ander kun je nou eenmaal niet altijd verwachten dat iemand hetzelfde terug doet!” Zo. Ik stond enorm te kijken van deze laatste opmerking. Daar sloeg hij toch wel even de spijker op zijn kop.

Ik vond dat ze beiden een punt hadden en was blij dat ik me er niet in gemengd had. Toen hij naar beneden was gaf ik haar de tip dat ze misschien de volgende keer dat ze hem wil helpen duidelijke afspraken kan maken als ze iets terug verwacht. En beneden fluisterde ik hem in dat ik niet zeker weet of zijn zus hem de volgende keer nog gaat helpen. Hij was nog in een bozige bui en ik kreeg een “Nou en” als reactie.

Uiteindelijk gaf zij de konijnen die ochtend eten. En ik had het toch ook wel met haar te doen. Ik vroeg me af wat maakte dat zij nu toch de konijnen eten geeft? Daar zou ze allerlei redenen voor kunnen hebben. Het raakte me omdat ik hierin ook mezelf herkende. Toen ze weer binnen kwam gaf ik haar een knipoog en daarnaast als reactie “ik denk dat de konijnen blij zijn dat ze eten hebben gekregen vandaag”.

Een dag later

En vandaag is zij aan de late kant. Het is zijn beurt voor de konijnen. Hij geeft de konijnen eten en ik zie dat hij zowel zijn eigen fiets als haar fiets uit de schuur haalt. Om niet te laat te komen pakt hij binnen zijn tas en vertrekt alvast naar school. Zij is een beetje in de stress omdat ze ook op tijd wil komen. Gauw doet ze haar jas aan, pakt haar tas en stormt naar buiten. Daar botst ze tegen haar eigen fiets op. Ze komt weer binnen en zegt “Ik denk dat hij dit heeft terug gedaan omdat ik van de week voor hem de konijnen eten had gegeven” “Ik denk het ook schatje. Je kunt niet altijd hetzelfde terug verwachten als wat jij een ander geeft. Maar ik weet zeker dat hij je van de week dankbaar was voor wat je voor hem hebt gedaan. En misschien heeft hij daarom nu jouw fiets buiten gezet omdat hij zag dat hij jou daar nu mee kon helpen”.    

Op school zien ze elkaar en bedankt zij hem voor het buiten zetten van haar fiets.

Problemen die van de kinderen zijn wil ik zo veel mogelijk bij de kinderen laten. Ik wil ze hier en daar wat influisteren om na te denken over hun eigen gedrag en wat dat kan doen met de ander. En dan laat ik het los en hoop ik dat het geweten zijn werk doet. Want ik geloof er helemaal in dat tussen zijn “nou en” en het buiten zetten van haar fiets, hij echt wel nagedacht heeft over deze discussie, zijn aandeel hierin en de mogelijke gevolgen. Hier hebben kinderen alleen wel even wat tijd voor nodig… en misschien niet alleen kinderen….

Je krijgt niet altijd wat je geeft. En zeker niet in dezelfde vorm of op eenzelfde moment. Maar durf te zien wat de ander je geeft en laat je verrassen op een moment dat je het niet verwacht….

de blog “Je krijgt niet altijd wat je geeft” verscheen eerder op Juffrouwmama 

Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Als volwassenen willen we graag dingen gedaan krijgen. Werk, gezin, huishouden en tijd om te sporten, te ontspannen en ga zo maar door. Om dit allemaal gedaan te krijgen, maken we keuzes. Plannen en organiseren zijn denkprocessen die nodig zijn om dingen gedaan te krijgen. Je denkt na over wat je wilt doen en hoe je dat gaat doen. Dat kan iets zijn op korte termijn (spullen pakken om te gaan schoonmaken) of op langere termijn (een vakantie plannen).

Hoe zit dat nou met kinderen? Hoe ver is hun ontwikkeling hierin? Afgelopen week zag ik zowel thuis als in mijn klas voorbeelden waarvan ik dacht: “Oei, hierin valt nog winst te boeken!”.

Planning

Het maken en uitvoeren van een efficiënte planning is iets dat je moet leren. Door het vaak te doen, train je je brein en zal het in de loop van de tijd steeds makkelijker worden. Zo is het bij ons standaard dat we in de loop van de zondagmorgen met de huiswerkmappen en agenda’s aan tafel zitten. De planning tot dat moment wordt bekeken, bijgesteld en aangevuld. Het maakwerk wordt gemaakt. Ook al hoeft het huiswerk van onze jongste pas op donderdag ingeleverd te worden. Af is af en dat vindt ze zelf ook wel fijn na die ene keer dat ze vol stress op donderdagochtend om 7 uur aan haar breukenhuiswerk zat. Het was geen prettig ontbijt die ochtend zullen we maar zeggen… J

Organisatie

Sinds zijn vijfde zit onze zoon op voetbal. Een behoorlijk vast ritme: twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd. En wat zijn die wedstrijden toch altijd vroeg! Vaak is het om 7.45 uur verzamelen. Dus moet hij op vrijdagavond zijn voetbaltas al pakken van mij. Vindt hij natuurlijk onzin, want dat kan op zaterdagochtend ook wel! Helaas voor hem weet ik dat dit geen goed idee is. Het is altijd haasten om op tijd op het parkeerterrein te staan. Dus gaan we dan niet meer op zoek naar wedstrijdsokken of een handdoek. Elke vrijdagavond werkt hij zich door zijn lijstje heen en stopt hij alles in zijn tas. Ja, je leest het goed! Lijstje… ik heb alles uitgeschreven. Zo hoeft hij niet 10x aan mij te vragen wat hij allemaal nodig heeft en hopelijk heeft hij ooit dit lijstje in zijn hoofd gememoriseerd en hoef ik hem helemaal niet meer te helpen. Voor dit moment vind ik het zo ok.

Bermudadriehoek

In mijn klas zie ik grote verschillen. Ik zie meisjes die met behulp van bakjes van de Action hun laadjes organiseren, zodat ze alles kunnen organiseren tot jongens die complete werkboeken kwijtraken. Natuurlijk zijn er ook jongens in groep 8 die al goed kunnen organiseren en meisjes die enorm slordig met hun materialen omgaan. Afgelopen week kwam er een jongen naar mij toe: “juf mijn werkboek werkwoordspelling heb ik niet. Het ligt thuis!”. Een werkboek dat nooit mee naar huis gaat, altijd op school hoort te liggen omdat we er in de les uit werken, lag ineens thuis. Een verklaring kon deze leerling er niet voor geven, erg druk kon hij zich er ook niet over maken. Ik dan weer wel… helaas.

Structuur, orde en rust

Om plannen te kunnen maken en uitvoeren, moet je vooruitdenken en kunnen inspelen op wat er gaat gebeuren. Daarbij is het belangrijk je doel voor ogen te houden, ook als je wordt afgeleid. Plannen en organiseren is een beetje te vergelijken met deelnemen aan het verkeer: je moet voortdurend vooruitkijken en inspelen op veranderingen. Je kunt het beste overzicht houden als het een bekende route is, er niet te veel verkeer is en er een duidelijke structuur is (verkeersborden, belijning etc.). Onduidelijkheid in het verkeer kan leiden tot verwarring en ongelukken.

En zo is het ook met plannen en organiseren: onduidelijkheid vormt een belemmering voor het maken en uitvoeren van een plan. Een zekere mate van structuur, orde en rust is noodzakelijk om alledaagse taken en activiteiten succesvol te voltooien. Structuur, orde en rust in je omgeving en in je hoofd.

Vijf tips voor meer structuur, orde en rust:

  1. Bouw routines in
  2. Creëer vaste plekken voor spullen en materialen
  3. Werk met een planner en/of agenda
  4. Maak wekelijks tijd vrij om agenda’s en planners bij te werken
  5. Plan vrije tijd
Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

✩Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken: vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken: braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Als ouder kun je denken dat je je kind zelfvertrouwen geeft door hun verstand en talent te prijzen. Dit kan echter een tegenovergestelde effect in de hand werken, want kinderen kunnen aan zichzelf gaan twijfelen als iets moeilijk is of fout gaat. Je kind kan vervolgens het gevoel krijgen niet te voldoen en faalangst en het ontwikkelen van een vaste mindset liggen op de loer. Terwijl een groei-mindset zoveel meer biedt.

Als ouder kun je je kind beter leren om te genieten van de inspanning, houden van uitdagingen, nieuwsgierig te zijn naar fouten en dit als wijze te zien om te blijven groeien. Hiermee geef je namelijk mee onafhankelijk te worden van beloningen en leer je je kind het eigen zelfvertrouwen te versterken en herstellen.
Nu hoor ik je denken; ’ik mag toch wel complimenten of beloningen geven?’ Natuurlijk mag dat! Van complimentjes en zo nu en dan een beloning geniet immers iedereen (gever en ontvanger) en daar groei je ook van. Het gaat er hierbij om wat je beloond. Het is namelijk beter om complimenten te geven over het proces in plaats van het resultaat. Hiermee bedoel ik het proces dat gaat over het oefenen en de weg naar het behaalde resultaat toe. Door je complimenten te richten op het proces en de weg ergens naar toe stimuleer je de groei-mindset. Dit principe, hoe het werkt en het belang hiervan, leg ik graag uit.

Kenmerken van een vaste-mindset en groei-mindset

“Een mindset is een verzameling innerlijke overtuigingen, een manier van denken die van invloed is op je gedrag en houding ten opzichte van jezelf en anderen.”
Prof. Carol Dweck ontdekte dat een vaste-mindset ontwikkeling belemmert, terwijl een groei-mindset zorgt voor motivatie, doorzettingsvermogen en een passie voor ontwikkeling en leren.

Vaste-mindset

Met deze mindset ga je ervan uit dat intelligentie vast staat. Dit zorgt ervoor dat je graag slim wil over komen. Je vermijdt uitdagingen, want dan kun je fouten maken. Je zoekt steeds bevestiging op basis van intelligentie, persoonlijkheid of karakter. Het draait om succes hebben, slim overkomen, geaccepteerd worden en een winnaar voelen. De grote angst is falen, dom overkomen, afgewezen worden en een verliezer voelen. Je gedraagt je defensief bij belemmeringen en geeft het al gauw op.
Inspanning is zinloos, want als je echt een genie bent, dan hoef je je toch niet in te zetten? Kritiek komt over als een bedreiging, daarom negeer je leerzame negatieve feedback. Het succes van anderen zie je als een bedreiging. Het resultaat van de vaste-mindset is dat je je niet echt ontwikkelt en dus minder bereikt dan mogelijk is.
De vaste-mindset beperkt de prestaties van je kind. Het werkt destructief op de gedachten en leidt tot slechte leermethoden.
“Gelukkig kun je een vaste mindset veranderen naar een op groei gerichte mindset.”

Groei-mindset

Met deze mindset ga je ervanuit dat je jouw basiskwaliteiten kunt ontwikkelen door er moeite voor te doen. Intelligentie is te ontwikkelen. Dit zorgt ervoor dat je graag wil leren. Het geloof dat kwaliteiten ontwikkeld kunnen worden kan een intrinsieke motivatie tot leren geven.
Een kind met een op groei gerichte mindset is blij met uitdagingen en geeft niet op bij tegenslag. Inspanning is de weg tot meesterschap. Met de intrinsieke motivatie om zich volledig in te zetten en vol te houden, is je kind in staat om zichzelf door moeilijke perioden van het leven heen te slaan.

Zo leer je je kind uitdagingen te omarmen en te zien als mogelijkheden om te groeien.

  • Leer je kind dat iedereen mogelijkheden heeft ergens beter in te worden.
  • Leer doorzetten als iets moeilijk is; vertel over eigen ervaringen.
  • Leer dat fouten als filter werken en als inspirator dienen om te groeien
  • Geef kans nieuwe dingen te proberen, ruim obstakels niet uit de weg.
  • Geef complimenten over het proces; hoe heeft je kind het aangepakt?
  • Benadruk de inzet; je ziet en beloond de inspanning die je kind geleverd heeft.
  • Laat je kind ervaren dat hard werken een voorwaarde is om iets te bereiken.
  • Maak je kind bewust van zijn mindset.
  • Leg uit dat het brein verbindingen aanlegt met oefenen (bijv. fietsen, lopen).
  • Creëer leerzame momenten.

Voordelen voor je kind.

  • Meer vertrouwen in eigen kunnen.
  • Meer open voor ‘negatieve’ feedback.
  • Laat zich minder ontmoedigen door tegenslagen
  • Meer doorzettingsvermogen.
  • Meer plezier in wat ze doen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…