Iedereen is geniaal. Hoe is een kind intelligent?

Iedereen is geniaal. Hoe is een kind intelligent?

Hoe intelligent is een kind? Of hoe is een kind intelligent? Een zin die ik twee keer moest lezen, maar die zo de essentie raakt! Iedereen is geniaal.

Er was eens…
Nee, er waren eens…
Dieren in de dierenwereld die vonden dat ze iets moesten doen aan het onderwijs. Ze besloten een school op te richten. Ze stelden een lesprogramma samen dat bestond uit hardlopen, klimmen, zwemmen en vliegen. En om het voor iedereen gemakkelijk te maken kregen alle dieren hetzelfde vakkenpakket.

De eend kon geweldig zwemmen; beter zelfs dan zijn leraar. Maar in hardlopen was hij slecht. Om dat bij te spijkeren kreeg hij hardlopen tijdens de zwemuren en moest hij na blijven voor extra looplessen. Tenslotte waren zijn poten zo toegetakeld dat hij ook met zwemmen niet verder kwam dan een 6. De schoolleiding vond dat echter acceptabel dus niemand maakte zich daar zorgen over, behalve de eend zelf.

Het konijn begon met hardlopen als beste van de klas, maar kreeg een zenuwinzinking omdat hij bij het zwemmen nog zoveel te leren had.

De eekhoorn kon geweldig klimmen, totdat het verkeerd ging met vliegen, omdat haar leraar perse wilde dat ze op de grond landde in plaats van op een andere tak. Ze kreeg gebroken nagels omdat ze teveel oefende en had uiteindelijk een 6 voor klimmen en een 5 voor vliegen.

De adelaar was een probleemkind en werd streng aangepakt. Bij de klimlessen was hij steeds als eerste in de top van de boom, maar hij stond erop dat op zijn eigen manier te doen.

Aan het eind van het schooljaar was het hoogste gemiddelde cijfer voor de vliegende bergaap, die redelijk kon klimmen, aardig kon hardlopen en ook nog een beetje kon zwemmen en vliegen. Hij mocht namens de leerlingen de ouders en docenten toespreken. De andere dieren zaten er bedrukt bij. De meesten waren gezakt in twee van de vakken en in de overige waren hun prestaties achteruit gegaan…

Dit verhaal heb ik niet zelf verzonnen. Het komt uit de syllabus van een opleiding die ik jaren geleden heb gedaan, namelijk ‘De kunst van kindercoaching’.

De moraal van dit verhaal is natuurlijk: benut het talent van een kind, en kijk niet naar wat het NIET kan.

Iedereen is geniaal

Is het: hoe intelligent is een kind? Of: Hoe is een kind intelligent? Ik pleit voor het laatste, niet in de minste plaats omdat we juist verschillende talenten nodig hebben voor onze toekomst. En omdat we hiermee gemotiveerde kinderen krijgen, die met plezier leren. Voor onze toekomst.

Ben je geïnspireerd door dit verhaal? Kijk dan eens op brain-base Of op Elk kind een u!tblinker in de gaten. www.elkkindeenuitblinker.nl

Wil je een kind stimuleren en motiveren? werk aan een groei mindset!

 

 

Wat heeft prikkelgevoeligheid met een “stoornis” te maken?

Wat heeft prikkelgevoeligheid met een “stoornis” te maken?

Als moeder van een hooggevoelig en strong-willed meisje schrok ik me wezenloos, toen ze de diagnose ‘ADHD met autistische kenmerken’ opgelegd kreeg. We kregen het verzoek van de school van mijn dochter (5 jaar) om verder onderzoek te laten doen, omdat ze erg prikkelgevoelig is en moeite heeft met haar spraak. In dit blog meer over prikkelgevoeligheid

Dat dit zou resulteren een diagnose: ADHD met autistische kenmerken (en een ernstige TOS) wekte een enorme weerstand in mij op. Hoe kan het zijn dat een kleuter van 5 deze diagnose krijgt, terwijl er mijn inziens helemaal geen sprake is van een stoornis, maar gewoon een simpele ondersteuningsbehoefte.

Tegenwoordig worden steeds meer jonge kinderen gediagnosticeerd met een psychiatrische stoornis. Dat klinkt heel zwaar en dat is het eigenlijk ook, want ADHD en ASS zijn vormen van een psychiatrische stoornis die zijn opgenomen in de DSMV; het diagnostisch manual dat wereldwijd gebruikt wordt door de psychiatrie.

Wanneer is iets een stoornis?

Je zou verwachten dat een kind dat een psychiatrische stoornis gediagnosticeerd krijgt thuis én op school grote problemen heeft. Echter, als je kind afwijkt van een gemiddeld kind op school, maar waar de thuissituatie geen significante problemen geeft, kan het toch deze diagnose kan krijgen. De belangrijkste reden hiervoor is dat het anders niet de juiste hulp op school kan krijgen.
Ik ben me daarom eens gaan verdiepen in de materie en kwam tot een verbazende (niet wetenschappelijk getoetste) conclusie

Wat is nu eigenlijk het ‘probleem’ of de ‘stoornis’?

Als ik me inlees in de ‘stoornissen’ die aan kinderen worden gegeven, valt mij één ding heel erg op en dat is dat bij bijna al deze ‘stoornissen’ de gevoeligheid voor (externe of interne) prikkels heel erg groot is. Iedere dag worden onze kinderen overvoerd met allerlei soorten ‘prikkels’, maar er wordt ze niet geleerd hoe ze hiermee om moeten gaan. In deze prikkelvolle maatschappij zou daar op school meer aandacht aan moeten worden besteed, zoals het geven van ontspanningsles. Zeker een kind wat prikkelgevoelig is heeft hier baat bij.

Stoornis of spiegel?

Als we de ‘stoornis’ nu eens omdraaien… Houden deze kinderen ons niet een enorme spiegel voor? Zijn er in onze wereld niet veel teveel prikkels? Worden deze kinderen niet gewoon driftig en druk omdat ze continue overvoerd worden door prikkels?
Mijn dochter is een hooggevoelig meisje met een sterke wil, ook wel hooggevoelig en strong-willed genoemd. Ze heeft geen psychische stoornis, maar is gewoon een kleuter. Een kleuter die zichzelf probeert te beschermen door zich af te sluiten als ze teveel prikkels binnenkrijgt. Of daar heel druk door kan worden en soms zelfs een woedeaanval kan krijgen. In plaats van te kijken hoe zij alle prikkels moet verwerken, leert ze ons een hele grote les; de wereld is voor veel kinderen (en volwassenen) té prikkelvol.

Vanwege mijn hoogsensitiviteit is ons leven al heel erg ingericht op rust en structuur. Onze weekenden brengen wij graag met elkaar door en afspraken worden zorgvuldig gepland. Uitjes plannen wij nooit op een zondag want dan moet ze veel teveel prikkels verwerken terwijl de juf verwacht dat ze oplet op maandag. Ze is 5 jaar en moet dus naar school; thuisblijven voor prikkelverwerking mag in principe niet.

Prikkelgevoeligheid en balans

In onze prikkelvolle prestatiemaatschappij kampen veel mensen met een burn-out.1 Kinderen kunnen ook zeer prikkelgevoelig zijn. De balans tussen draaglast en draagkracht is weg; Alles dient altijd meer te worden. ‘Stilstand is achteruitgang’ zegt men. Maar misschien moeten we juist wat vaker stil zijn. In de stilte verwerk je. Even een pas op je plaats maken en daarna weer rustig doorgaan. Dit zou eigenlijk een vast onderdeel moeten zijn van een schooldag; ontspanning.

Hoe ontspan je eigenlijk? Welke manieren om te ontspannen zijn er? Misschien komen veel prikkelgevoelige kinderen dan niet zo overprikkeld thuis, waar overprikkeling zich vaak uit in woedeaanvallen, driftbuien en slecht slapen en de volgende dag moeten ze gewoon weer door naar nog een prikkelvolle dag.

Maar om leren gaan met prikkels is niet alleen nodig op school, maar wij als ouders hebben hier ook een enorme verantwoordelijkheid in. We grijpen zelf ook te vaak naar de smartphone. Ik betrap mezelf er regelmatig op om nog even een appje te beantwoorden, terwijl mijn dochter al meerdere malen iets aan me heeft gevraagd. Dat is niet goed, want ik ben haar voorbeeld. Wat leer ik haar op deze manier? Daarom gaat mijn smartfoon nu uit als zij thuis is, want ik ben haar voorbeeld en zij is mijn spiegel.

Lees meer over de aspecten van prikkelgevoeligheid .

Zwemles voor een hooggevoelig kind, best een ding!

Zwemles voor een hooggevoelig kind, best een ding!

Mariksa is de trotste oma van een prachtig, hooggevoelige kleinzoon. Zwemles voor een hooggevoelig kind, kan een hele opgave zijn. Anneke nam als oma de de zwemlessen voor haar rekening. Lees in dit blog hoe ze genoot, maar ook tegen welke dingen ze aanliepen. 

Op mijn buik laat ik mij door het woeste water meevoeren. Soms knal ik tegen de harde zijkanten aan. Inmiddels heb ik al meerdere blauwe plekken, maar toch kan dat de pret niet drukken. Ik wordt ingehaald door mijn man. Onze driejarige kleindochter heeft hij stevig in zijn armen geklemd. Zij giert het uit van de pret! Onze kleinzoon van acht zie ik al niet meer. Waarschijnlijk is hij alweer begonnen aan een volgend wildwaterbaanrondje.

Genieten als oma

Als oma geniet ik altijd van mijn kleinkinderen. Of ze nu zwaaiend vanuit de trekker, bij opa op schoot, voorbijrijden, acrobatische kunstjes uitvoeren op de trampoline, of gewoon op de bank hangen in hun pyjama met hun lievelingsknuffel op schoot. Maar in het zwembad, als ik mijn kleinzoon zó vrij ziet genieten, bereikt mijn trotsheid toch echt zijn hoogtepunt. Ik weet namelijk als geen ander wat voor strijd het is geweest om dit te bereiken.

Als dreumes merkte we al dat hij extreem gevoelig was. Iets verplaatsen in zijn kamertje veroorzaakte al onrustproblemen. Ook was hij ontzettend verlegen en bang voor alles wat nieuw was. Best zorgelijk vond ik…

In overleg met mijn dochter en schoonzoon besloot ik de zwemlessen op mij te nemen. Bij ons in het dorp zat een fijn zwembad (wat door het vele zwemmen wat ik met hem deed al vertrouwd was) met daarin een uitstekende zwemschool.

Toen kleinzoon bijna vijf jaar oud was en we bericht hadden gekregen dat hij kon starten sprak ik Hennie, de eigenaresse van de zwemschool, aan. Ik vertelde haar over mijn zorgen. Dat het in een groep met andere kinderen niets zou worden en dat ik zelf meer aan privéles zat te denken. Hennie begreep het niet zo goed. Ze zag mij en kleinzoon bijna wekelijks enthousiast plezier maken in het bad. Ik vond het ook lastig om uit te leggen waarom ik die zorgen had, maar ik wist gewoon dat het op de gewone manier niet zou gaan werken.

Zwemles voor een hooggevoelig kind

Ik liet mij overhalen het toch te proberen. De week erop startte een groepje met daarin maar vier kindertjes. Kleinzoon begon enthousiast, maar stond al na een kwartier huilend in het water. Achter het raam keek ik machteloos toe. Toen na afloop van de lessen het kleuterbad volstroomde met andere kinderen, blij, uitgelaten en wild spetterend om hun heen, raakte hij volledig in paniek. Ik wurmde mij tussen de ouders door om bij hem te komen. Drijfnat vloog hij in mijn armen. Trillend van angst. ‘Ik wil nooit meer heen!’ schreeuwde hij. Mijn hart brak in duizend stukjes. De week erop startte hij met privéles. Vijf weken later vertelde Hennie mij dat ze nu begreep wat ik toen bedoelde.

Lees meer over wat hooggevoelige kinderen vervelend vinden

Ruim anderhalf jaar lang heeft hij privéles gehad. Telkens als hij iets nieuws moest doen en ze hem na veel moeite zover hadden gekregen, konden ze weer opnieuw beginnen zodra hij datzelfde aan de andere kant van het bad moest doen. Een andere plek, dus ‘eng’.

Mijn man en ik gingen regelmatig met hem zwemmen in andere baden. Dat leek ons goed. In ieder bad had kleinzoon hetzelfde ritueel. De eerste tien minuten deed hij alles wat hij op zwemles had geleerd; op zijn buik zwemmen, op zijn rug drijven, watertrappelen… Even checken of dit water hetzelfde was. Of hij dit alles ook hier kon. Zodra hij daarmee klaar was, kon hij pas ontspannen.

Op een kalender met tekeningmagneetjes kon hij zien op welke dag hij les had. Het was belangrijk dat hij wist wanneer hij weer heen moest. Hem een uur van te voren inlichten werkte averechts, Dan raakte hij compleet in paniek. Belonen werkte juist positief. Zo had ik een mand vol met ingepakte legopoppetjes. Hij mocht een kleintje uitzoeken bij een gewone les. Een groot poppetje als hij iets nieuws (lees; engs) had moeten doen.

De laatste maanden voor zijn diploma leste hij in een groep. Dat ging prima. Er zaten vriendjes in van school en zijn zelfvertrouwen was ondertussen behoorlijk gegroeid. Het afzwemmen was een feest! Zo’n 150 supertrotse ouders en opa’s & oma’s zaten op klapstoeltjes rondom het bad. Op opzwepende kinderdiscomuziek liepen de kinderen in een lange rij langs hen heen. Iedereen gaf ze een aanmoedigende high-five. Tranen rolden over mijn wangen. Zó trots was ik! Toen na afloop zijn naam werd omgeroepen en ook hij zijn diploma in ontvangst mocht nemen voelde ik de grond onder me vandaan zakken. Wat een strijd. Wat een tranen. Maar toch gelukt! Bepakt met spekmedailles en snoepboeketjes liep hij stralend het bad uit. Op de boerderij hielden we feest. Met slingers, ballonnen en patatjes.

Het einde van de zwemlessen

Die avond in bed dacht ik aan al die ouders die ik de afgelopen weken sprak. Over hoe blij ze waren bijna van de zwemlessen af te zijn. Af van dat geren en gevlieg. Af van dat saaie wachten in de kantine. Maar ik voelde dat ik het juist ging missen. Het was onze strijd. Een strijd die we samen waren aangegaan. Waar we ons samen doorheen hadden geknokt. En wat we samen tot een goed einde hadden gebracht. Ik was dan ook blij verrast toen hij vertelde dat hij graag verder wilde met zwemlessen.

Als mijn man en ik even later genieten van een cappuccino zien we hoe de kleinkinderen  samen plezier maken in het golfslagbad. Hoe kleinzoon zijn zusje optilt en vervolgens neer laat plonzen in het water. Zij is heel anders. Zij leeft onder het motto van Pippi langkous; Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan! Maar mocht ze ons toch gaan verbazen. Toch ook de zwemlessen angstig gaan vinden, dan heeft zij in ieder geval een grote broer. Een broer die weet hoe ze zich dan voelt. Die haar kan geruststellen, opmonteren en naast haar kan gaan staan in de strijd die hij ooit eerder voerde. En daarmee staat zij dan in ieder geval  al met 1-0 voor!

Wil je meer over mij, mijn kleinkinderen of onze 135 koeien lezen, neem dan eens een  kijkje op mijn website: www.hippekip.com

Meer over het opvoeden van hooggevoelige kinderen

 

 

 

 

12 Tips om je brein te stimuleren

12 Tips om je brein te stimuleren

We willen allemaal onze hersenen en die van onze kinderen in optimale conditie houden. Dit doen we door bewust met voeding om te gaan. Gezond te eten en voor voldoende beweging te zorgen. Onze hersenen zijn gebaat bij uitdagingen, zodat er nieuwe neuronetwerken ontwikkeld kunnen worden. Het is van belang deze netwerken te onderhouden, anders zullen de verbindingen steeds minder sterk worden.  Het brein stimuleren is leuk en niet heel lastig. 12 tips van dingen die je kunt doen samen met je kind

Het brein stimuleren

  1. Vaak neem je elke dag dezelfde weg naar school. Kies eens voor een andere route naar school.
  2. Start de dag met braingames. Dit zijn oefeningen die de samenwerking tussen je hersenhelften stimuleert en zorgen voor een beter concentratie. Bewegen om beter te functioneren en beter te leren
  3. Doe ademhalingsoefeningen. Door een betere ademhaling voorzie je je  hersenen van meer zuurstof.
  4. Leer een muziekinstrument te bespelen. Door het bespelen van een instrument verbeter je de coördinatie en de verbinding tussen de linker en rechter hersenhelft.
  5. Zing samen een liedje.  Het is goed voor je longen, je hart en je humeur.  Als je zingt moet je veel dingen tegelijk doen, de tekst reproduceren, de juiste toon houden en in de maat blijven. Je kunt er ook nog bij dansen.
  6. Zet eens  klassieke muziek op. Dit brengt een positieve veranderingen te weeg brengt in de hersengolven. Daarnaast is het erg rustgevend.
  7. Doe elke week iets nieuws. Nieuwe dingen prikkelen je hersenen. Ze moeten zich aan passen en flexibel worden.
  8. Laat je kinderen eens met een ander hand hun tanden poetsen. Dit lijkt gemakkelijk maar is lastiger dan je denkt.
  9. Maak samen een wandeling. Dagelijks wandelen is goede voor de doorbloeding van je hersenen, hetgeen van essentieel belang voor een goede hersenwerking.
  10. Het brein stimuleren door een boek te lezen. Met het lezen van boeken of verhalen, laat je het brein kennis maken met nieuwe inzichten en ideeën.
  11. Neem een power nap. Ga even vijf minuten liggen en sluit samen je ogen. Probeer nergens aan te denken. Zet een wekker als je bang bent echt in slaap te vallen.
  12. Zorg voor voldoende nachtrust. De hoeveelheid benodigde slaap is mede afhankelijk van de leeftijd van je kind. Ook heeft het ene kind meer slaap nodig dan het andere.

Je brein stimuleren is dus best gemakkelijk. Succes

De drie grote problemen die de meeste kinderen met dyslexie hinderen

De drie grote problemen die de meeste kinderen met dyslexie hinderen

Afgelopen week las ik een artikel van Leoniek van LefDyslexie De titel trigger de mij gelijk: de drie grote problemen die de meeste kinderen en volwassenen met dyslexie hinderen. Drie problemen die soms nog te weinig bekend zijn. Dyslexie gaat vaak gepaard met meer dan alleen de uitdaging met lezen en schrijven.  Leoniek heeft de afgelopen jaren veel kinderen succesvol mogen begeleiden en zag drie gemeenschappelijke problemen waar veel kinderen last van hadden. 

Onzekerheid

De meeste dyslectici voelen zich anders, hebben het idee dat ze dom zijn. Iedereen is anders en je bent zeker niet dom als je dyslectisch bent. Je verwerkt op een andere manier informatie en leert dus anders. Geen goed of fout!

Als je van je onzekerheid af wilt komen MOET je gaan ontdekken waar jouw kwaliteiten liggen. Niet meer focussen op de ander en wat hij of zij wel kan. Maar het heft in eigen handen nemen en kijken waar jij blij van wordt, waar jouw hart sneller van gaat kloppen én naar waar jouw kwaliteiten en valkuilen liggen.

Faalangst

De meeste dyslectici hebben zoveel faalervaringen opgedaan in hun leven dat ze zijn gaan geloven dat ze dingen niet kunnen. Hun gedachten zijn negatief, beperkend! Dit is wat hun tegenhoudt om volgende stappen te kunnen maken. Deze gedachten zijn wel waar maar niet de waarheid!

Als je naar de happy versie van jezelf wilt gaan dan MOET je weten hoe je jouw gedachten om kunt gaan draaien naar positieve en helpende gedachten. Om rust en ontspanning te krijgen en een nieuwe waarheid te creëren.

Hoe herken je faalangst?

Frustratie

De meeste dyslectici ervaren frustratie, deze komt er meestal thuis uit. Frustratie omdat ze ontzettend hard leren én toch een laag cijfer halen, hard oefenen voor de dyslexiebehandeling en weinig vooruitgaan, zij huiswerk zitten te maken en andere kinderen buiten zien spelen, andere kinderen al leuke werkjes mogen maken en zij nog aan de opdrachten of de toets zitten. Oneerlijk zo voelt het! Bij volwassenen zie ik dat deze frustratie zich uit in schaamte. Schaamte omdat je niet durft te zeggen dat je dyslectisch bent. Als gevolg van de schaamte gaat ontwijken en/of uit gaat stellen. Hetzelfde werk blijven doen terwijl je voelt dat je meer in je mars hebt.

Als je als dyslect, of je nu een (jong)volwassene of een kind bent, ontspanning en rust wilt voelen in plaats van frustratie en/of schaamte dan MOET je teruggaan naar de basis. De oorzaak van dyslexie zit hem in de andere werking van de oren, ogen en hersenen. Wedden dat er dan veel kwartjes gaan vallen!

Herken je één of meerdere van deze problemen?

Dan is het essentieel dat je daar nú verandering in aan gaat brengen. Hopen op beter is geen strategie. Door het heft in eigen handen te nemen, houd je regie en kun je toe gaan werken naar zelfvertrouwen, lekker in je vel zitten, rust en ontspanning en dus leren om te gaan met de dyslexie. Dyslectisch ben je je hele leven. Als je open staat voor verandering en de successen wilt boeken die je mijn coachees ziet boeken, dan heb ik goed nieuws voor je!

In de afgelopen jaren heb ik mijn dyslexie kunnen omarmen en ben ik van een onzeker meisje naar een happy dame gegaan, vol zelfvertrouwen. In de praktijk LefDyslexie heb ik andere kinderen en volwassenen met dyslexie geleerd hoe zij hetzelfde kunnen doen .

Wil jij ontdekken:
1). Hoe je/jouw kind groeit in zelfvertrouwen en lekker in je/zijn/haar vel komt te zitten
2). Hoe je/jouw kind om kunt gaan met dyslexie vanuit rust en ontspanning
3). Hoe je/jouw kind ontdekt wat jouw/zijn of haar kwaliteiten zijn en hoe je deze effectief in kunt zetten.

Kijk voor meer informatie op de site van LefDyslexie

Communicatie met een dreumes | hoe kun je dit het beste doen?

Communicatie met een dreumes | hoe kun je dit het beste doen?

Kind (2 jaar) ligt in bed en wil maar niet gaan slapen. Ze roept heel hard een ander kindje dat in bed ligt. Ik zeg streng tegen het kind dat ze stil moet zijn. Dan zegt het kind zacht: ‘Peta… Peta boos.’
Bij communicatie met een dreumes komt alweer meer kijken dan bij communicatie met baby’s. Dreumesen kunnen meer en praten meer wat een groot verschil maakt voor de communicatie. Er zijn heel veel dingen om op te letten en heel veel manieren om het minder goed, maar vooral ook goed te doen. Als je een paar belangrijke tips in je achterhoofd houdt en je dreumes met liefde benadert, zal het prima gaan!
Als leeftijdsgrens houd ik voor een dreumes 18 tot 30 maanden aan (1,5 tot 2,5 jaar).

Kind hoogte

De meeste dreumesen kunnen staan en vaak ook al lopen. Dit is een groot verschil met baby’s, die dit nog niet kunnen. Bij een baby is het belangrijk om hem aan te kijken als je tegen hem praat en bij een dreumes is dit des te meer het geval.

Ten eerste halen dreumesen heel veel informatie uit je gezichtsuitdrukking. Te meer, omdat ze de inhoud van wat je zegt niet altijd volledig begrijpen. De toon en je gezichtsuitdrukking zijn dan belangrijke informatiebronnen. Door op kind hoogte (dat wil zeggen ooghoogte) met je dreumes te praten, kan hij jouw gezichtsuitdrukking het beste lezen.

Daarnaast kan het heel bedreigend overkomen als je vanaf grote hoogte naar beneden kijkend met je dreumes praat. Stel je zelf maar eens voor dat er iemand die drie keer zo groot is als jij met je praat, zonder dat deze persoon even door zijn knieën gaat. Naast dat het voor beide partijen heel vermoeiend is om zo met elkaar te praten, ontstaat er gelijk een gevoel van ongelijkheid waardoor je niet als gelijkwaardige gesprekspartners met elkaar kunt praten.

Duidelijke, korte zinnen bij communicatie met een dreumes

Een dreumes is nog volop bezig met zijn taalontwikkeling. Hij zit in een stadium waarin hij nog lang niet alle woorden begrijpt. In de communicatie met je dreumes is het erg belangrijk dat je hier rekening mee houdt. Gebruik duidelijke taal en korte zinnen. Wil je je dreumes bijvoorbeeld afleren om zijn brood op de grond te gooien? Dan is een korte en duidelijke: ‘Naam, nee!’ voldoende.
Het uitleggen van waarom dat dan niet mag, is uiteraard ook belangrijk. Maar, in de dreumesfase houdt een kind zich eerst vooral bezig met de basale regels. Pas in een later stadium komen de waarom-vragen en wordt het belangrijk om veel uitleg te geven.
Echter, mocht je een kind apart willen zetten, omdat hij iets herhaaldelijk blijft doen wat niet mag, dan is het ALTIJD belangrijk om uit te leggen waarom je dit doet! Bij een dreumes gebruik je dan woorden die hij begrijpt. In een volgende column zal ik verder ingaan op juiste manieren van corrigeren en afleren.
Andere voorbeelden van duidelijke, korte zinnen, zijn: ‘We gaan eten’, ‘Kom je aan tafel?’, ‘Je gaat slapen’,’ Ik ga werken’, ‘Is dat leuk?’
Tot slot is het belangrijk om bij veel dingen die je tegen je dreumes zegt, zijn naam erbij te noemen: ‘Naam, je gaat slapen.’ Dit leert een kind dat zijn naam bij hem hoort, maar het geeft ook veel duidelijkheid. De communicatie wordt duidelijk naar hem gericht.

Intonatie en stemgebruik

Zoals hierboven al beschreven, begrijpt een dreumes nog niet alles van wat je zegt. Hij gebruikt daarom ook veel andere middelen om jou toch zo goed mogelijk te begrijpen. Hij let op je houding, je gezichtsuitdrukking, maar vooral ook op je stemgebruik.

De manier waarop je iets zegt, is voor een dreumes minstens zo belangrijk als wat je zegt. Ben je boos op je dreumes? Laat je stem dan ook boos klinken. Ben je blij of enthousiast? Laat je stem dan vrolijk en blij klinken. Je zult merken dat het weinig effect heeft als je met een hele lieve en hoge stem je dreumes boos toespreekt. Ook al straalt de inhoud van de boodschap wel duidelijk ontevredenheid uit, als je stem dat niet doet, zal je dreumes er weinig van begrijpen.
Daarnaast zul je merken dat je dreumes ook erg geneigd is om je na te doen. Wil je dat hij iets stiller en rustiger doet? Roep dan niet hard en boos dat hij op moet houden, maar praat zacht en rustig tegen hem en stel op die manier voor dat hij bijvoorbeeld kan gaan kleuren aan tafel.

Verder wordt het bij een dreumes belangrijk dat je op een gewone en volwassen manier met hem gaat praten. Bij een babyzul je automatisch je stem verheffen, wat prima is, omdat hij je zo beter hoort. Bij een dreumes is het van belang dit langzaam te gaan afleren. Een dreumes wordt steeds meer een gelijkwaardige gesprekspartner en wil serieus genomen worden. Daarnaast wil jij ook door je dreumes serieus genomen worden als je wat zegt. Door op een gewone manier te praten (zoals je dat ook met de volwassenen in je omgeving doet), merkt de dreumes dat hij serieus genomen wordt. Hij zal jou dan ook serieus nemen.

Tijd nemen en herhalen

Een erg belangrijk onderdeel van de communicatie met dreumesen is geduld! Bij een dreumes wordt je geduld waarschijnlijk het meeste op de proef gesteld. Iedereen kent de ‘Ik ben 2, dus ik zeg nee’-fase wel. Nee zeggen en nee bedoelen zijn echter twee verschillende dingen. Je dreumes heeft geleerd dat hij een eigen wil heeft. Door ‘nee’ te zeggen, kan hij simpelweg laten wat er van hem gevraagd wordt. Een leuk kat-en-muis spel kan zo ontstaan. Grappig toch?

Af en toe mag dit ook zeker wel. Wij leren onze kinderen zelfstandig te worden en een mening te vormen, laten we dat dan vooral niet afstraffen als dat gebeurt! Echter, soms gaat het duidelijk alleen om het spelletje en zul je iets moeten verzinnen om dit te omzeilen. Snelle tip: afleiding! Wil hij zijn jas niet aan? Leidt hem even af, neem de tijd, maak er geen drama van en probeer het onopvallend opnieuw.

Terug naar de communicatie. Soms bedoelt een dreumes met ‘nee’ ook echt ‘nee’. Wil hij zijn jas echt niet aan? Dan kan dat ook goed komen doordat het veel te snel gaat. Jij hebt misschien gisteren al bedacht dat je vandaag om 11.00 boodschappen gaat doet, maar voor je dreumes is dit helemaal nieuw. Hij was lekker aan het spelen en heeft helemaal geen zin om daarmee te stoppen, zijn jas aan te trekken en naar buiten te gaan.
Ga je met je dreumes naar de supermarkt? Vertel hem ruim van te voren dat je dit van plan bent. Ruim van te voren betekent voor een dreumes 15 minuten van te voren. Herhaal de boodschap nog een aantal keer voordat het zover is. Houdt aan: om de 5 minuten. Vertel hierbij duidelijk en kort wat er gaat gebeuren: ‘We gaan zo/straks boodschappen doen. Dan doen we je jas aan. En gaan we naar buiten.’ Een dreumes heeft vaak nog een slecht besef van tijd. De woorden ‘zo’ of ‘straks’ zeggen hem weinig. Echter, je hoeft niet alle woorden te mijden die je dreumes niet kent. Hij zal uit deze boodschap wel de belangrijkste woorden halen: ‘boodschappen’, ‘jas’ en ‘buiten’. Als het dan zo ver is, herhaal je nogmaals de boodschap, laat je de jas zien en vraag je netjes: ‘Mag ik je jas aandoen?’

Benoemen belangrijk in de communicatie met een dreumes

Het benoemen is al aan bod gekomen in de vorige column over communicatie met baby’s. Ook bij dreumesen blijft het belangrijk om veel van wat je doet, van wat zij zien en horen en van wat ze voelen te benoemen. Ze zijn, net als baby’s, nog volop bezig met het begrijpen van de wereld om hen heen. Jij helpt ze een heel stuk door veel te benoemen. Benoem wat jij met ze doet: ‘Ik zet je nu aan tafel’, ‘We gaan eten’ ‘Ik ga je uitkleden’ Benoem wat zij zien en zelf nog niet kunnen benoemen: ‘Kijk, dit is je bord’, ‘Die baby is aan het huilen, hij is verdrietig’ ‘Kijk, het regent’ En benoem hun gevoel: ‘Heb je pijn?’, ‘Je moet huilen’, ‘Ben je verdrietig?’, ‘Jij bent vrolijk!’
Je zult zien dat dreumesen nog veel meer dan baby’s leren om op non-verbale manieren met jou te communiceren. Ze zullen veel aanwijzen, ze zullen jou het boekje geven wat ze graag willen lezen, ze zullen simpelweg je hand pakken en je meenemen. Stimuleer dit en ga hierin mee. Het is heel fijn voor een kind als hij begrepen wordt. Door ondertussen te benoemen wat jij waarneemt (‘Wil je een boekje lezen?’) stimuleer je ook hun taalontwikkeling!

Weten wat je dreumes niet weet

Voor de communicatie met een dreumes is het tot slot belangrijk dat je ook heel goed weet wat je dreumes nog niet weet en begrijpt. Hieronder een paar voorbeelden:
Veel dreumesen snappen vragen die beginnen met ‘waarom’ nog niet. Ze zullen deze vraag, als ze hem verder wel snappen, interpreteren als ‘waar’. Als je vraagt: ‘Waarom heb je dat gedaan?’ zullen ze, als ze antwoord geven, wijzen/vertellen waar ze iets hebben gedaan. Een alternatief kan zijn te vragen: ‘Wat is er gebeurd?’

Ook zinnen en vragen met het woordje ‘of’ erin zijn erg lastig voor een dreumes. Een dreumes begint net te leren om te kiezen en hem simpelweg vragen ‘wil je dit of dat?’ is nog veel te lastig. Hij zal dan vrijwel automatisch kiezen voor dat wat jij als laatste noemt, zegt alleen ‘ja’ of ‘nee’ of hij geeft geen antwoord. Wil je je dreumes toch laten kiezen? Hartstikke goed, maar houd het simpel! Geef de keuze uit twee dingen en laat het zien. Laat de jam en hagelslag een voor een zien en vraag: ‘Wil je jam of hagelslag?’ Zet beide producten een stukje uit elkaar voor je dreumes op tafel en laat hem aanwijzen. Als aanwijzen nog niet lukt, kun je kijken waar je dreumes naar blijft kijken. Als hij heeft gekozen, laat je het gekozen product duidelijk zien en zeg je: ‘Je hebt gekozen voor jam. Ik doe nu jam op je brood.’

Tijdsbesef

Tot slot hebben dreumesen nog een erg slecht besef van tijd. Een tijdsbestek van een paar minuten tot een kwartier is nog te overzien, maar zeggen dat je dreumes over een uur naar bed moet, heeft weinig zin. Veel ouders hoor ik op de crèche tegen hun dreumes zeggen: ‘Mama komt straks weer terug.’ Vooral een geruststelling voor jezelf, want je dreumes heeft geen idee wat je met ‘straks’ bedoelt. Ook ‘vanmiddag’ is erg vaag en bovendien ver weg. Je dreumes zal vanzelf leren dat je hem elke keer gewoon weer komt halen.
Voor alles geldt: raak vooral niet gefrustreerd, besef goed wat je dreumes wel en niet kan, probeer je in te leven in zijn hoofdje en wereldje en bedenk je dan wat jij anders kan doen.
Tot slot: ook jij zult met vallen en opstaan gaan leren hoe jouw dreumes in elkaar steekt. Niet alles hoeft en kan gelijk perfect gaan!

Communiceren met een peuter