Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken:
    vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken:
    braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Wees je ervan bewust dat niet elk compliment leidt tot meer zelfvertrouwen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Drie grote problemen van dyslectische kinderen

Drie grote problemen van dyslectische kinderen

Enige tijd geleden las ik een artikel van Leoniek van LefDyslexie De titel trigger de mij gelijk: de drie grote problemen die de meeste kinderen en volwassenen met dyslexie hinderen. Drie problemen die soms nog te weinig bekend zijn. Dyslexie gaat vaak gepaard met meer dan alleen de uitdaging met lezen en schrijven.  Leoniek heeft de afgelopen jaren veel kinderen succesvol mogen begeleiden en zag drie gemeenschappelijke problemen waar veel kinderen last van hadden. 

Onzekerheid

De meeste dyslectici voelen zich anders, hebben het idee dat ze dom zijn. Iedereen is anders en je bent zeker niet dom als je dyslectisch bent. Je verwerkt op een andere manier informatie en leert dus anders. Geen goed of fout!

Als je van je onzekerheid af wilt komen MOET je gaan ontdekken waar jouw kwaliteiten liggen. Niet meer focussen op de ander en wat hij of zij wel kan. Maar het heft in eigen handen nemen en kijken waar jij blij van wordt, waar jouw hart sneller van gaat kloppen én naar waar jouw kwaliteiten en valkuilen liggen.

Faalangst

De meeste dyslectici hebben zoveel faalervaringen opgedaan in hun leven dat ze zijn gaan geloven dat ze dingen niet kunnen. Hun gedachten zijn negatief, beperkend! Dit is wat hun tegenhoudt om volgende stappen te kunnen maken. Deze gedachten zijn wel waar maar niet de waarheid!

Als je naar de happy versie van jezelf wilt gaan dan MOET je weten hoe je jouw gedachten om kunt gaan draaien naar positieve en helpende gedachten. Om rust en ontspanning te krijgen en een nieuwe waarheid te creëren.

Hoe herken je faalangst?

Frustratie

De meeste dyslectici ervaren frustratie, deze komt er meestal thuis uit. Frustratie omdat ze ontzettend hard leren én toch een laag cijfer halen, hard oefenen voor de dyslexiebehandeling en weinig vooruitgaan, zij huiswerk zitten te maken en andere kinderen buiten zien spelen, andere kinderen al leuke werkjes mogen maken en zij nog aan de opdrachten of de toets zitten. Oneerlijk zo voelt het! Bij volwassenen zie ik dat deze frustratie zich uit in schaamte. Schaamte omdat je niet durft te zeggen dat je dyslectisch bent. Als gevolg van de schaamte gaat ontwijken en/of uit gaat stellen. Hetzelfde werk blijven doen terwijl je voelt dat je meer in je mars hebt.

Als je als dyslect, of je nu een (jong)volwassene of een kind bent, ontspanning en rust wilt voelen in plaats van frustratie en/of schaamte dan MOET je teruggaan naar de basis. De oorzaak van dyslexie zit hem in de andere werking van de oren, ogen en hersenen. Wedden dat er dan veel kwartjes gaan vallen!

Herken je één of meerdere van deze problemen?

Dan is het essentieel dat je daar nú verandering in aan gaat brengen. Hopen op beter is geen strategie. Door het heft in eigen handen te nemen, houd je regie en kun je toe gaan werken naar zelfvertrouwen, lekker in je vel zitten, rust en ontspanning en dus leren om te gaan met de dyslexie. Dyslectisch ben je je hele leven. Als je open staat voor verandering en de successen wilt boeken die je mijn coachees ziet boeken, dan heb ik goed nieuws voor je!

In de afgelopen jaren heb ik mijn dyslexie kunnen omarmen en ben ik van een onzeker meisje naar een happy dame gegaan, vol zelfvertrouwen. In de praktijk LefDyslexie heb ik andere kinderen en volwassenen met dyslexie geleerd hoe zij hetzelfde kunnen doen .

Wil jij ontdekken:
1). Hoe je/jouw kind groeit in zelfvertrouwen en lekker in je/zijn/haar vel komt te zitten
2). Hoe je/jouw kind om kunt gaan met dyslexie vanuit rust en ontspanning
3). Hoe je/jouw kind ontdekt wat jouw/zijn of haar kwaliteiten zijn en hoe je deze effectief in kunt zetten.

Kijk voor meer informatie op de site van LefDyslexie

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Slimme voeding voor betere concentratie bij kinderen

Het is voor mijn kinderen niet altijd gemakkelijk om zich de hele dag te concentreren op school. Ze zijn snel afgeleid als er iets beurt in de klas. Of ze vinden hetgeen een buurman of buurvrouw aan het doen is net interessanter dan wat de juf staat te vertellen.

Om ze te helpen let ik goed op hun voeding. Nou volgen ze echt niet een streng dieet, maar ik probeer ze geregeld dingen te laten eten die bijdrage aan een betere concentratie. Wat je eet heeft namelijk invloed op je brein en op de mate waarin je je kunt concentreren.
Met ‘slimme’ voeding kun je de hersenen gezond houden. Wat valt er dan onder die ‘slimme voeding’ ?

1. Blauwe bessen

Blauwe bessen zitten vol met antioxidanten, welke belangrijk voor je brein. Antioxidanten helpen de doorstroming van zuurstof naar je hersenen te bevorderen. Blauwe bessen daarnaast vol met vitamine C, wat je helpt bij de concentratie.

2. Havermout

Havermout is super goed voor je kind, omdat het veel B-vitamines bevat, magnesium en boordevol vezels zit. Geef je kinderen ’s ochtends een kommetje havermoutpap en ze komen zonder knorrende maag de ochtend door.  Haver bevat relatief weinig calorieën, houdt je langer verzadigd. Het geeft je energie en helpt je gefocust te blijven. Voor optimale concentratie, voeg er een handje blauwe bessen aan toe!

3. Pure chocolade

Pure chocolade bevat magnesium en is erg gezond. Het stimuleert wederom de bloedtoevoer naar je hersenen. Wat zorgt voor een beter geheugen en concentratie. Het gaat hierbij niet om de chocolade rapen die je in supermarkt koopt. Hier zit veel suiker in en minder echte chocolade.  Geef je kind af en toe een paar stukjes pure chocolade mee in zijn of haar  broodtrommel.

4. Banaan

Bananen zijn een makkelijk tussendoortjes die je concentratie een boost geven. Ze bevatten een goede combinatie van eiwitten, suikers, vitamines en mineralen. Vooral de kalium die er inzit, is belangrijk voor de hersenen. Hoe rijper de banaan, hoe hoger het suikergehalte en hoe sneller je kind er energie door krijgt. Een verantwoord tien-uurje.

5. Avocado

De hersenen bestaan voor maar liefst zestig procent uit vetten. Deze moeten regelmatig worden aangevuld met nieuwe, gezonde vetten. Avocado’s zitten hier vol mee. Verder stimuleert avocado de bloedsomloop, wat zeer belangrijk is voor het functioneren van je brein. Avocado is rijk aan vitamine K en Kalium. Deze 2 stoffen zorgen ervoor dat de bloeddruk naar beneden gaat, en dat de zuurstof sneller en gemakkelijker de hersenen kunnen bereiken.

6. Eieren

Eieren zijn voedzaam en gemakkelijk. Er zit lecitine, vitamine B, ijzer en zink in, wat een krachtige combinatie voor de hersenen is.  Stop daarom af en toe een gekookt eitje in de broodtrommel van je kind.

 

Brainfood, voedsel voor je brein

Brainfood, voedsel voor je brein

Hoe zorg je ervoor dat het brein van je kinderen optimaal kan functioneren?  Dat ze zich optimaal kunnen concentreren op de momenten dat het nodig is.  Je hersenen gezond houden is een kwestie van een gezonde levensstijl. Dit geldt voor zowel jong als oud. Je levensstijl is een combinatie van gewoontes in de voeding en voldoende beweging.  Het lichaam van kinderen is volop in ontwikkeling, dit geld ook voor hun brein. Geef daarom het brein van het nodig heeft. Wat is goed voedsel voor je brein?

1. Vetten

Onze hersenen bestaan voor bijna 60% uit vetten. Het is belangrijk dat deze vetten in ons lichaam in de juiste verhouding beschikbaar zijn. Het type vet is namelijk van belang voor de hoeveelheid synapsen en dendrieten in je hersenen. Ook de structuur van de hersencellen is afhankelijk van de soort vet welke je in je lichaam hebt. Daarnaast zijn de neurotransmitters, de boodschappersstofjes, in je hersenen afhankelijk van de soort vetmoleculen.  Je stemming, concentratie , geheugen en je vermogen om informatie op te nemen zijn sterk afhankelijk van vetten.

Omdat je hersenen dus voor een groot deel bestaan uit vetten is het belangrijk voor een goede aanvoer van vetten te zorgen. Dit zijn onder meer de vetten uit vette vis zoals haring, makreel, sardines of zalm. Kies hierbij voor wilde vis met het MSC logo. Verzadigde vetten als roomboter en cocosolie zijn een basis voor een goede hersenwerking in balans met de andere vetten zoals omega-3/6/9.

2. Vitaminen & mineralen

Ons brein is een heel gevoelig orgaan. Zelfs al is er maar een klein tekort aan bepaalde vitamines of mineralen, dan zullen je hersenen hier direct op reageren door slechter te functioneren. Dit gebeurt al voordat zich fysieke klachten voordoen.

Vitamines B is heel belangrijk voor een goed geheugen en magnesium voor de prikkeloverdracht tussen de zenuwen.

Magnesiumtekort verergeren klachten bij ADHD, ADD en Hoogsensitivteit

3. Antioxidanten

Vrijeradicalen ontstaan in je lichaam door de verbranding van zuurstof. Ze willen zich neutraal maken en beschadigen hierbij willekeurige cellen in het lichaam, ook in de hersenen. Antioxidanten voorkomen dit en helpen het brein jong te houden. Met name Provençaalse zoals, basilicum, tijm, oregano en rozemarijn hebben een zeer sterke antioxidantwerking, maar ook groene thee en pure chocolade, zijn goed voedsel voor je brein.

4. Water is belangrijk voedsel voor je brein 

Iedere dag water drinken zorgt ervoor dat je organen, cellen en spieren worden gehydrateerd en dus ook je hersenen.  Het drinken van water heeft een positieve invloed op je reactiesnelheid. Het drinken van 8 tot 10 kopjes water per dag kan je cognitieve vaardigheden verhogen met 30%.

Dehydratie is dé oorzaak van vermoeidheid overdag. Het is dus voor kinderen op school (of volwassene op het werk) van groot belang voldoende te drinken. Voel je je s middags wat moe, doe geen dutje, maar neem een glas water. Dit zorgt er ook voor dat je beter functioneert.  Al bij slecht 2% uitdroging  heb je meer moeite met je korte termijn geheugen en je focus .

5. Gezond darmen, gezonde hersenen

Er zijn steeds meer aanwijzingen dat er een directe relatie bestaat tussen de conditie van de darmen en de hersenen. Belangrijke basisstoffen voor de neurotransmitters worden gevormd in de darmen. De gezondheid van je darmen zijn mede bepalend voor de opname van voedingsstoffen, welke nodig voor een goede hersenwerking. Ze bepalen welke goede en slechte stoffen de bloedbaan binnenkomen.

Onze darmen zijn ons brein

 

Ik ben de moeder van ‘dat kind’

Ik ben de moeder van ‘dat kind’

Ik ben de moeder die met haar kind een verjaardagsfeestje binnenloopt – die alleen was uitgenodigd omdat de hele klas was uitgenodigd – en iedereen verbaast ziet kijken en het gefluister hoort, en mijn kind ook.

Elke ouder en opvoeder kent ‘dat kind’.

Het kind dat door de klas rent en zich zo uitdagend gedraagt dat je ervan overtuigd bent dat zijn moeder hem te veel suiker heeft gegeven bij het ontbijt. “Dat kind” wat nooit op zijn stoel kan blijven zitten, altijd andere onderbreekt, nooit zijn hand opsteekt en wat soms volledig losgeslagen over komt.
In de speeltuin is “dat kind” het luidst, het meest hectisch – het ene moment op de schommels en het andere moment op de glijbaan. Hij vraagt energiek: “Hé, jongens, mag ik meespelen?”. De andere kinderen zeggen over het algemeen nee of schrikken omdat ze dat kind “raar” vinden.
Misschien zijn ze bazig en willen ze dat het spel op een bepaalde manier wordt gespeeld. Misschien raken ze overstuur als de regels niet worden gevolgd of veranderen. Er ontstaat hierdoor een kloof tussen henzelf en de andere kinderen.

Ik ken die jongen

Ik ken er eigenlijk twee. De ene is 10, de andere is 5, en ze zijn mijn hele wereld. Ik ben de moeder van ‘dat kind’.
Ik zie het allemaal – zoals de uitgeputte blik op het gezicht van de leerkracht terwijl ze mijn kind naar me toe leidt met de kilometerslange lijst met overtredingen van de regels. Ik heb gezien hoe mijn zonen verbinding probeerden te maken in de speeltuin. Waar hun opwinding om EINDELIJK mee te mogen doen, energie creëert die hun lichaam moet vrijgeven met geschreeuw en luid gelach. Wat allemaal andere kinderen afschrikt.

Ik begrijp het

Ik begrijp de frustraties van de andere kinderen en ouders. Ik wou echter dat ze een dag in mijn schoenen konden staan. Ik wil dat ze die jongen kennen – voor wie hij werkelijk is. Ik wil dat ze weten dat mijn kind degene is die een kind zal zien als hij huilt en alles zal doen om ze aan het lachen te maken, zelfs als dit ten koste van zichzelf gaat. Mijn kind is serieus grappig en zorgt voor tranen in de ogen van mensen die hem echt leren kennen.
Hij ligt ook huilend in zijn bed en vraagt zich af waarom ‘niemand me leuk vindt’. Hij kan een LEGO-set van 750 onderdelen voltooien en dat in twee uur tijd. Hij zal het verdiende geld met zijn krantenwijk naar school brengen en iemand een traktatie kopen of de lunch betalen. Hij heeft empathie als geen ander kind, omdat hij de pijn van de wereld op zich neemt. Mijn kind is een mooie, prachtige, liefdevolle persoon.

Hij is ook een handvol

Ja, ik heb mijn destijds 4-jarige over mijn schouder gegooid om hem de winkel uit te dragen terwijl hij schreeuwt, me slaat en schopt. Ik hoor de mensen zeggen: “Ze moet haar kind beter onder controle krijgen. Ja, zelfs met een schreeuwend kind in mijn oor, hoor ik je” Wat denk je dat ik op dat moment aan het doen ben. Dit ben ik die het probeert! Ook zie ik mensen sympathiek glimlachen en knikken. Ik heb zelfs gehoord: “Je doet het geweldig” Tegen hen zeg ik: “dank je wel.” Echt, bedankt voor het begrip dat ik hier mijn best doe om een goede moeder te zijn.

Praat alsjeblieft met je kinderen over ‘dat kind’. Als je een vraag hebt over hun gedrag, vertel je kind dan niet dat je niet weet wat er mis is met ‘dat kind’. Praat met mij, de moeder.
Als je ziet dat mijn kind tegen de jouwe schreeuwt omdat hij de glijbaan op is gegaan en niet naar beneden wil. Of als hij overstuur reageert omdat een regel in het spel ineens wordt veranderd. Zeg dan alsjeblieft niet tegen je kind om weg te blijven van dit kind. Als je niet weet hoe je hem moet benaderen, praat dan met mij. Ja, hij heeft het label ADHD, maar hij is niet immuun voor zich buitengesloten voelen.
Hij is gewend aan een schema en regels. Wanneer iemand uit de pas loopt of plotseling de regels van het spel verandert, is dit een BIG DEAL voor hem. Begrijpen waarom andere kinderen de regels niet volgen, is zo moeilijk voor hem. Hij is hier lang door van streek. Tegen je kind zeggen weg te blijven, helpt beide niet om te leren omgaan met elkaar en verschillen te accepteren.

Wat ik zou wensen voor mijn kind

Ik ga dingen niet goed praten en geloof me ook ik vind het elke dag weer een uitdaging. Maar ik kan je eerlijk zeggen: voor elk slecht gedrag dat ze vertonen, zijn er tien andere die geweldig zijn.
Dus ik vraag je: neem de tijd om “dat kind” te leren kennen. Je zult er geen spijt van krijgen.

Als je jezelf of iemand in dit verhaal herkent, deel dit dan! Het is soms een eenzame wereld om de ouder van ‘dat kind’ te zijn. Maar ik wil dat je weet dat je niet ALLEEN BENT. Dit ben ik die mijn best doet voor mijn kind

Kinderen met een ADHD brein hebben positieve versterking nodig

Mary White

Jong geleerd is oud gedaan! Over ruzie en communiceren.

Jong geleerd is oud gedaan! Over ruzie en communiceren.

Een ruzie proberen op te lossen vanuit boosheid of verdriet. We hebben hier allemaal weleens mee te maken. Wanneer we reageren vanuit deze emoties heeft dit invloed op onze verbale (taal) en non-verbale (lichaamshouding) manier van communiceren. We worden niet gehoord en zo kan het zelfs agressie oproepen. Een oplossing is ver te zoeken. Over ruzie en communiceren

Kinderen hebben vaker met conflicten te maken. Zij zijn zich op cognitief en sociaal gebied volop aan het ontwikkelen. Binnen hun ontwikkeling zijn dit dan ook situaties waarvan zij veel kunnen leren.
Naast mijn eigen praktijk ben ik 1 keer in de week als vrijwilliger werkzaam als overblijf (grote pauze) op een lagere school.
Deze week kwam er een jongeman (jongen 1) van ongeveer 10 jaar, boos en verdrietig naar mij toe. Hij vertelde mij dat hij een Pokémon kaartje had geruild voor 2 kaartjes, hij had de twee kaartjes al gegeven, maar zijn klasgenootje (jongen 2) wilde dat ene kaartje niet geven.

Opties om te benaderen:

  1. Ik kan helemaal meegaan in het verhaal (inclusief boosheid) van jongen 1. Zo zou ik geen aandacht hebben voor het verhaal van jongen 2. In de ogen van beide jongens kies ik partij voor jongen 1. Kortom, een gesloten eenzijdig contact.
  2. Door met een neutraal, rustige houding de situatie te benaderen, probeer ik vertrouwen en respect uit te stralen. Dit gevoel van vertrouwen biedt kans het patroon waar zij zich in bevinden te doorbreken. Zo creëer je een open en eerlijk contact. Een bodem van waaruit de jongens samen een oplossing kunnen bedenken.

Hoe doe je dat dan ruzie en communiceren

Mijn voorkeur ging uit naar optie 2!
Ik vertelde jongen 1 dat het goed is dat hij met zijn verhaal en woede naar mij toe is gekomen, dat het vervelend is, maar dat er vast een oplossing voor gevonden kan worden. Zo zochten we samen zijn klasgenootje (jongen 2), die boos was weggelopen.
Toen we bij elkaar stonden riepen de beide jongens, boos en verontwaardigd, van alles naar elkaar.
Ik onderbrak de jongens in hun woede. Vroeg ze hoe de boosheid voelde. Beide jongens gaven aan het geen fijn gevoel te vinden.
Vervolgens legde ik aan de jongens uit dat je elkaar niet kunt verstaan als je schreeuwt.
Dus, ik liet ze om de beurt vertellen……
Zo vertelden ze o.a. dat het ene bewuste kaartje een waardevol kaartje is. Dat de jongen 1 had besloten er 2 kaartjes voor te willen geven.
Jongen 2 voelde zich voor het blok gezet omdat jongen 1 het niet goed had overlegd. Het kaartje was minstens 3 kaartjes waard!

“Oké, omdat jullie nu rustig reageren en luisteren naar elkaar, is er heel veel duidelijk geworden”, vertelde ik de jongens, en vatte het nog even voor ze samen.

Hierna vroeg ik de jongens of ze samen een oplossing zouden kunnen bedenken.
Aarzelend vertelde jongen 1 dat het speciale Pokémon kaartje inderdaad meer waard is dan twee kaartjes. Hij zou er best 1 kaartje extra voor willen geven. Ook gaf hij aan anders zijn 2 kaartjes terug te willen.
Oké, de jongens hebben samen twee opties bedacht:

  • Twee kaartjes terug en de ruil gaat niet door.
  • Een derde kaartje in plaats van 2 en de ruil gaat door.

De jongens besloten samen dat één kaartje extra een goed plan is.
Met vertrouwen liet ik de twee jongens samen om het verder op te lossen, zodat ik mijn aandacht ook weer op de andere kinderen kon richten.

Goed omgaan met de emoties van een kind

Ruzie opgelost

Een paar minuten later kwamen de jongens, die eerder elkaar niet konden verstaan van woede, samen naar mij toe om trots te vertellen dat het opgelost is.
Samen opgelost! Mijn complimenten met een dikke pluim!
Wat hebben deze twee jongens van een jaar of 10 mogen ervaren en geleerd over ruzie en communiceren?

  • Als je schreeuwt hoor je alleen jezelf.
  • Boos zijn voelt niet goed.
  • Als je elkaar hoort, kun je elkaar begrijpen.
  • Je kunt samen tot een oplossing komen.
  • Samen een oplossing bedenken voelt goed!

Even later zag ik op enig afstand de jongens nogmaals samen. Ze keken me beiden nog even aan (lief) en ik stak mijn duim naar ze op. Toppers!!

Van ervaringen leer je en JONG geleerd is OUD gedaan!

Lees meer over hoe kun je het beste omgaan met ruzie tussen kinderen

Meer over Stella Nagtegaal