**//sticky ads code//**
Kinderen hebben meer nodig dan Rust, regelmaat en reinheid!

Kinderen hebben meer nodig dan Rust, regelmaat en reinheid!

Rust, regelmaat en reinheid waren voor onze moeders en oma’s de standvastige basis in de opvoeding. De overtuiging van het succes van de driemaal R zorgde voor een vertrouwen in dat jouw zoon/dochter zou opgroeien tot een “gezonde” volwassene.

Door de jaren heen is er heel wat discussie ontstaan over de waarde en betekenis van de driemaal R. De één vindt het achterhaald en meent dat kinderen niet te beschermd opgevoed zouden moeten worden. De ander blijft het belang van de driemaal R, rust, regelmaat en reinheid, benadrukken.

Al 16 jaar word ik mama genoemd. Ik ben een mama van 3 fantastisch prachtige kinderen. Maar ook een mama van drie kinderen met een diagnose en een behoorlijke rugzak. Tijdens mijn zoektocht naar het kunnen aansluiten in de behoeften van mijn kinderen. Ben ik gevallen en weer opgestaan, heb ik onzekerheden en angsten over het welzijn van hen doorstaan en mijn eigen twijfels in de ogen gekeken. Ik heb ondervonden dat de driemaal R zeker wel een belangrijke basis kunnen vormen, maar dat daarnaast Respect, Ruimte en Richting onmisbaar zijn.

Respect, Ruimte en Richting

Respect voelen voor jezelf als mens en moeder, dat je valt, opstaat en weer doorgaat, dat jij voelt wat goed is voor jou en je kinderen. Respect voor de unieke persoonlijkheid van jouw prachtige kinderen, voor hoe zij de wereld zien en jou de mooie details van het leven laten zien.

Een gebrek aan Ruimte veroorzaakt verstikking. Je hebt ruimte nodig om fouten te mogen maken, om even op adem te komen, om inzichten te kunnen krijgen en je eigen grenzen te kunnen bepalen. De Ruimte is er, om groei mogelijk te maken.

De Richting die op bepaalde momenten niet te vinden is, een eeuwige rotonde zonder afslag. Wanneer je je snelheid remt en je je oriëntatie vindt, zal daar de afslag verschijnen met daarmee de richting. Het is onvermijdelijk dat je tijdens jouw reis weer een rotonde tegenkomt, maar heb vertrouwen dat de richting altijd weer te vinden is.

Je bent niet je gedrag!

Je bent niet je gedrag!

Het gedrag van een kind, zegt niets over wie het kind in werkelijkheid is.
Wel zegt het iets over de manier waarop een kind met prikkels en invloeden van buitenaf om gaat.

Hoe werkt dat precies?

Als een kind bijvoorbeeld (hoog) gevoelig is, dan heeft het een extra grote ‘antenne’ of ‘voelspriet’, waarmee het kind meer kan voelen dan anderen.
Zo kunnen (hoog) gevoelige kinderen sneller geprikkeld raken als ze samen met andere mensen zijn. Of als er dingen om hun heen gebeuren.
Doordat ze meer openstaan, kunnen al deze ‘prikkels’ een kind van binnen ‘raken’ en een bepaalde reactie bij het kind losmaken.
Deze reactie past niet altijd bij ‘wie het kind écht is’.
Een kind kan dus door de prikkels anders gaan reageren en zich ook anders gaan gedragen. Anders dan hoe hij of zij zich normaal zou gedragen.

Je bent niet je gedrag

Het is daarom handig om te weten, dat ‘het gedrag van een kind niets zegt over wie hij of zij werkelijk is’.Het gedrag is dus slechts een reactie op iets.

Wanneer een kind vaker geprikkeld is, dan lijkt het voor de mensen in zijn of haar omgeving, dat dit gedrag wel het normale gedrag van het kind is. En dat het kind ‘zo is’.
Er kan dan verwarring bij het kind ontstaan, omdat het geen passende reactie krijgt op wie hij of zij werkelijk is en wat het van binnen voelt.

Want mensen in de omgeving reageren vaak op het gedrag, dat ze ‘aan de buitenkant’ zien of meemaken. Ze begrijpen een kind niet altijd goed en gaan dan zelf ‘raden’ wat er met een kind zou kunnen zijn. Eigenlijk vaak zonder het ‘gewoon’ zelf aan een kind te vragen.
Ook kan een kind hierdoor een onnodig ‘etiket’ opgeplakt krijgen, als het bijvoorbeeld een situatie op school betreft.

Hoe kan jij hier als ouder of begeleider het beste mee omgaan?

Er is altijd een reden, waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt.

Probeer eens samen met het kind na te gaan, op welk moment en in bijzijn van wie, zijn of haar gedrag verandert. Vaak kan een kind hier zelf ook een ‘gevoel’ bij benoemen, zoals dat iemand of iets fijn voor het kind voelt, of juist niet.

Het gevoel bij kinderen is vaak feilloos en daar mag je als ouder of begeleider echt op vertrouwen. Net als op je eigen gevoel als ouder.  Jij ‘kent’ je kind vaak het best en voelt hem of haar het beste aan. Welk ‘etiket’ anderen ook op het kind willen plakken!

Samen kunnen jullie wellicht tot meer waardevolle inzichten komen. Zoals bijvoorbeeld: voelt het kind misschien aan, dat iemand niet oprecht is? Of voelt het kind de energie van iemand, die (herhaaldelijk) niet lekker in zijn vel zit? Of dat de energie van een ruimte vaak niet goed voelt?

Afsluiten voor de energieën van anderen en afsluiten in bepaalde ruimtes kan heel waardevol zijn.

Een kind beter ‘zien’

Maar laten we vooral ook de kinderen beter gaan ‘zien’ en hen hierbij helpen.
En ons verdiepen in het waarom een kind zich op een bepaalde manier gedraagt. En wat hij of zij werkelijk nodig heeft in de begeleiding.

Als iets of iemand niet goed voor een kind voelt, dan zijn er vast andere oplossingen te bedenken. Anders dan het kind te (blijven) vertellen, dat het hier maar ‘gewoon mee om moet leren gaan’.

Enkele voorbeelden kunnen zijn: een andere groepje in de klas, een andere leerkracht of school, niet meer mee naar de verjaardag van iemand die niet goed voelt of niet meer naar een bepaald(e) clubgebouw of ruimte etc. Er zijn genoeg creatieve oplossingen samen met het kind te bedenken.

Want hoe minder prikkels, hoe fijner kinderen in hun vel komen te zitten. En kinderen meer hun ‘echte ik’ kunnen laten zien. Wij kunnen hier zelf de randvoorwaarden voor (helpen) scheppen, is dat niet mooi?

Succes : )

Barbara Veer

 

Dammen en omgaan met tegenslagen

Dammen en omgaan met tegenslagen

“jaaaa, nou heb ik weer een rotdag!” roept mijn zoon (6 jaar). Boos rent hij naar zijn kamer. Iedere keer wanneer hij een tegenslag krijgt, verliest met een spelletje of niet krijgt wat hij graag wil, zien we dit gedrag bij hem. Ik heb het met hem te doen. Hoe leer ik hem omgaan met tegenslagen.

Ik vind het vervelend voor hem dat zijn beleving over de hele dag negatief is door een teleurstelling aan het eind van de dag. Is het alleen een uitspraak om zijn frustratie te uiten of dat zijn beleving over de hele dag vervelend is?

Ik begrijp heel goed hoe het komt. Negatieve momenten voelen veel groter dan positieve momenten. Aan dat gevoel kan ik niet zo veel veranderen. Wel zijn gedachten erover. Ik besluit dat we hem gaan helpen door voortaan ’s avonds bij het naar bed gaan de dag te evalueren. Dat we allebei dingen gaan noemen die niet fijn waren die dag en daarna dingen gaan noemen die wel fijn waren. Mijn insteek is hem te laten zien dat er op een dag veel meer dingen gebeuren die wel leuk zijn dan die niet leuk zijn. Oefenen in dankbaarheid. Ik geef hem daarvoor een klein schriftje. Elke dag schrijven we aan de linkerkant wat niet fijn was en aan de rechterkant wat wel fijn was. En ik zorg er voor dat er elke dag meer dingen aan de rechterkant staan dan aan de linkerkant.

Hoe leren omgaan met tegenslagen

De weken er na zien we nog weinig verschil in zijn gedrag. Ik merk dat mijn zorgen een beetje groter beginnen te worden. Ik zou het zo fijn voor hem vinden als zijn glas wat vaker half vol voelt in plaats van half leeg. En dat zou ook verschil maken voor de sfeer in huis… en voor mijn gemoed. Ik begin me nu ook zorgen te maken voor later. Hoe zal hij dan om kunnen gaan met grotere teleurstellingen en hoe uit zich dat dan?

Op een gewone zondagochtend staan we samen aan het aanrecht om een brood te bakken. Ik lever de ingrediënten aan en hij weegt alles af. Daarna mag hij alles kneden tot deeg. Het is gezellig in de keuken, ik merk dat hij in een goed humeur is. Wanneer het brood gekneed is leg ik er een theedoek overheen en geef hem de opdracht om het wekkertje aan te zetten voor de wachttijd. Terwijl hij de wekker aan zet vraagt hij: “zullen we een spelletje doen tijdens het wachten”. “Oke, als ik mag winnen” antwoord ik hem. Hij vindt het goed, pakt het dambord en de damstenen en loopt triomfantelijk naar de tafel.

Potje dammen

We zitten tegenover elkaar. Ik heb wit en hij heeft zwart. “Wie mag er beginnen?” vraagt hij. “Zwart begint en wit wint” antwoord ik. Om de beurt schuiven we één van onze stenen naar voren. Dan nadert het moment dat er wel geslagen zal moeten worden. Ik schuif een steen van mij vooruit waardoor hij die steen kan slaan. “haha, ik heb de eerste steen geslagen roept hij”. Wat er dan op het spelbord ontstaat heeft hij denk ik niet voorzien.

Ik kan door zijn slag 3 van zijn stenen weg slaan. Even twijfel ik wat ik zal doen, de sfeer is immers zo gezellig nu en dat wil ik eigenlijk graag zo houden. Zal ik maar één steen terug slaan of pak ik ze alle drie? Maar omdat ik gezegd heb dat ik wil winnen besluit ik ze alle drie te slaan. “Oh, dat wist ik niet dat dat ook kon!” roept hij. “Ik dacht dat dat alleen met een dam mocht!” Ik zie de teleurstelling op zijn gezicht. Heel eventjes maar. Daarna gaat zijn gezicht op neutraal en zegt “oke, dan ben ik nu aan de beurt”.

Deze reactie was wel de laatste die ik had verwacht. Ik vraag hem om het spel even stil te leggen. “Mag ik vragen wat er in jouw hoofd gebeurde toen ik de 3 stenen van jou sloeg?” vraag ik hem. “Ik vond het eventjes niet leuk en toen bedacht ik me dat opa en oma dadelijk bij ons komen lunchen. En dat we vanmiddag naar een feestje gaan en daar ook nog blijven eten dus dat het toch wel een leuke dag zal worden”

Ik voel trots en ontroering door me heen gaan. Ik geef hem een high five en vertel hem dat ik het zo fijn voor hem vind dat het hem gelukt is om met zijn gedachten te bedenken dat wanneer er iets vervelends gebeurt dat een vervelend gevoel geeft maar niet je hele dag verpest hoeft te zijn. Zou het schrijven in het schriftje dan nu zijn vruchten af aan het werpen zijn?

“zullen we dan nu weer verder spelen mam?”

Wat dyslexie je brengt!

Wat dyslexie je brengt!

Sommigen zien dyslexie als een gave. Dyslexie brengt een aantal vervelende eigenaardigheden met zich mee en op zoek naar een overlevingsstrategie, gelukkig ook de nodige handige compensaties. Maar ik ga hier beslist geen verhaal houden over de voordelen van het dyslectisch zijn.

Praat je over dyslexie, dan gaat het ook al gauw over sociaal-emotionele zaken zoals faalangst, snel afgeleid zijn, soms slecht aansluiting kunnen vinden bij klasgenootjes of vriendjes. En nu heb ik het woord al genoemd: ‘klas’. Want eigenlijk is deze sociaal-emotionele ellende niet iets wat echt bij dyslexie hoort maar bij school. Omdat scholen nu eenmaal kicken op statistieken, gemiddelden en voortschrijdend inzicht, wordt een leerling met o.a. dyslexie soms volledig afgebrand. Die moet nu eenmaal presteren conform die norm en dat lukt vaak niet. En dan komen er zaken boven als faalangst, soms vervelende fysieke klachten als hoofd- en buikpijn, bedplassen en een gebrek aan motivatie voor schoolse zaken.

Hopelijk gaan de komende jaren er toch eens goede stappen gezet maken met Passend Onderwijs. Eigenlijk bedoeld als een bezuiniging op het huidige onderwijs, zou Passend Onderwijs dìe handreiking moeten zijn voor alle leerlingen met een speciale ondersteuningsbehoefte. Dat zijn er heel veel. Meer nog dan wij denken. Want die onzichtbare leerlingen die ogenschijnlijk als een tierelier gaan, daar valt ook nog wel iets over te zeggen.

Ik vind dyslexie dus beslist geen gave. Maar wat ik eigenlijk wel een kadootje vind, is de zelfkennis die een kind al jong gaat ontwikkelen, mòet ontwikkelen.  Zodra een kind uitvalt op de normale scores, dan wordt het met grote regelmaat onderworpen aan testjes, proefjes en projectjes en vaak bevraagd over het eigen functioneren. Het voordeel voor deze kinderen is, dat ze dus al heel jong min of meer genoodzaakt zijn om naar zichzelf en hun eigen vaardigheden te kijken. Een kind dat normaal presteert op school heeft die noodzaak in veel mindere mate.

Nou ja, en dààr heeft een leerling met dyslexie dus wel iets aan. Hoe leer ik, waarom gaat iets lastig? Waarom schiet ik in de stress bij een toets? Is mijn hoofd zo vol, of juist helemaal leeg en komt er niets? Over het algemeen kan een kind al heel jong vertellen waarom dat allemaal bij hem of haar zo werkt. De moeite waard dus om hier naar te luisteren.

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Als ouder kun je denken dat je je kind zelfvertrouwen geeft door hun verstand en talent te prijzen. Dit kan echter een tegenovergestelde effect in de hand werken, want kinderen kunnen aan zichzelf gaan twijfelen als iets moeilijk is of fout gaat. Je kind kan vervolgens het gevoel krijgen niet te voldoen en faalangst en het ontwikkelen van een vaste mindset liggen op de loer. Terwijl een groei-mindset zoveel meer biedt.

Als ouder kun je je kind beter leren om te genieten van de inspanning, houden van uitdagingen, nieuwsgierig te zijn naar fouten en dit als wijze te zien om te blijven groeien. Hiermee geef je namelijk mee onafhankelijk te worden van beloningen en leer je je kind het eigen zelfvertrouwen te versterken en herstellen.
Nu hoor ik je denken; ’ik mag toch wel complimenten of beloningen geven?’ Natuurlijk mag dat! Van complimentjes en zo nu en dan een beloning geniet immers iedereen (gever en ontvanger) en daar groei je ook van. Het gaat er hierbij om wat je beloond. Het is namelijk beter om complimenten te geven over het proces in plaats van het resultaat. Hiermee bedoel ik het proces dat gaat over het oefenen en de weg naar het behaalde resultaat toe. Door je complimenten te richten op het proces en de weg ergens naar toe stimuleer je de groei-mindset. Dit principe, hoe het werkt en het belang hiervan, leg ik graag uit.

“Een mindset is een verzameling innerlijke overtuigingen, een manier van denken die van invloed is op je gedrag en houding ten opzichte van jezelf en anderen.”
Prof. Carol Dweck ontdekte dat een vaste-mindset ontwikkeling belemmert, terwijl een groei-mindset zorgt voor motivatie, doorzettingsvermogen en een passie voor ontwikkeling en leren.

Kenmerken van een vaste-mindset en groei-mindset

Vaste-mindset

Met deze mindset ga je ervan uit dat intelligentie vast staat. Dit zorgt ervoor dat je graag slim wil over komen. Je vermijdt uitdagingen, want dan kun je fouten maken. Je zoekt steeds bevestiging op basis van intelligentie, persoonlijkheid of karakter. Het draait om succes hebben, slim overkomen, geaccepteerd worden en een winnaar voelen. De grote angst is falen, dom overkomen, afgewezen worden en een verliezer voelen. Je gedraagt je defensief bij belemmeringen en geeft het al gauw op.
Inspanning is zinloos, want als je echt een genie bent, dan hoef je je toch niet in te zetten? Kritiek komt over als een bedreiging, daarom negeer je leerzame negatieve feedback. Het succes van anderen zie je als een bedreiging. Het resultaat van de vaste-mindset is dat je je niet echt ontwikkelt en dus minder bereikt dan mogelijk is.
De vaste-mindset beperkt de prestaties van je kind. Het werkt destructief op de gedachten en leidt tot slechte leermethoden.
“Gelukkig kun je een vaste mindset veranderen naar een op groei gerichte mindset.”

Groei-mindset

Met deze mindset ga je ervanuit dat je jouw basiskwaliteiten kunt ontwikkelen door er moeite voor te doen. Intelligentie is te ontwikkelen. Dit zorgt ervoor dat je graag wil leren. Het geloof dat kwaliteiten ontwikkeld kunnen worden kan een intrinsieke motivatie tot leren geven.
Een kind met een op groei gerichte mindset is blij met uitdagingen en geeft niet op bij tegenslag. Inspanning is de weg tot meesterschap. Met de intrinsieke motivatie om zich volledig in te zetten en vol te houden, is je kind in staat om zichzelf door moeilijke perioden van het leven heen te slaan.

Zo leer je je kind uitdagingen te omarmen en te zien als mogelijkheden om te groeien.

  • Leer je kind dat iedereen mogelijkheden heeft ergens beter in te worden.
  • Leer doorzetten als iets moeilijk is; vertel over eigen ervaringen.
  • Leer dat fouten als filter werken en als inspirator dienen om te groeien
  • Geef kans nieuwe dingen te proberen, ruim obstakels niet uit de weg.
  • Geef complimenten over het proces; hoe heeft je kind het aangepakt?
  • Benadruk de inzet; je ziet en beloond de inspanning die je kind geleverd heeft.
  • Laat je kind ervaren dat hard werken een voorwaarde is om iets te bereiken.
  • Maak je kind bewust van zijn mindset.
  • Leg uit dat het brein verbindingen aanlegt met oefenen (bijv. fietsen, lopen).
  • Creëer leerzame momenten.

Voordelen voor je kind.

  • Meer vertrouwen in eigen kunnen.
  • Meer open voor ‘negatieve’ feedback.
  • Laat zich minder ontmoedigen door tegenslagen
  • Meer doorzettingsvermogen.
  • Meer plezier in wat ze doen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Eerste hulp bij After-Vakantie-Verhalen

Eerste hulp bij After-Vakantie-Verhalen

De eerste schooldag … In veel gezinnen moet de knop (als je hem al kunt vinden) weer om naar; brooddozen vullen, gymtassen meesjouwen -past alles nog!?- en natuurlijk… Het leven met de klok!

In veel klassen staat deze ochtend ‘Vertellen over de vakantie’ op het programma. Prima natuurlijk dat kinderen hun verhalen met elkaar delen en elkaars belevenissen horen. Overigens gebeurt dit ook steeds vaker in andere varianten. Een ansichtkaart tekenen waarin je jouw fijnste vakantiebelevenis kwijt kunt of in een spelvorm vertellen bijvoorbeeld.

Vertellen

Nu weer even terug naar het vertellen op de eerste schooldag.  Jouw verhaal vertellen is soms niet zo eenvoudig en zeker niet als je wordt uitgenodigd om over een 6 weken durende vakantie waarin je allerlei avonturen hebt beleefd te vertellen. Opeens heb je de beurt en moet je in die ene seconde beslissen wat je in 5 minuutjes tijd gaat vertellen over al die herinneringen die door jouw  hoofd flitsen! En het kan al zo spannend zijn om te vertellen terwijl er 25 kinderen naar je zitten te kijken.

Gelukkig kan je jouw kind zelf een eindje op weg helpen om vrijer te vertellen. Wat veel (jonge) kinderen namelijk helpt is van te voren thuis bespreken over welk onderwerp het graag wilt vertellen. Maak een top 3 van mooie avonturen en kies er eentje uit waarover verteld gaat worden. Misschien kan er ook iets worden meegegeven ter ondersteuning van het verhaal (een foto bijvoorbeeld), dit is meteen prettige houvast.

Bespreek dit onderwerp luchtigjes met elkaar zonder de nadruk op eventuele spanning te leggen. Het is sowieso leuk om samen nog eens terug te denken en te kletsten over de afgelopen vakantie toch?

Vind jouw kind het lastig om te vertellen en staat de vertelkring elke maandagochtend op het programma? Dan kan je deze tip blijven gebruiken natuurlijk. Vraag bij het ontbijt alvast eens: ‘Stel nu dat jij deze morgen de beurt krijgt om te vertellen over het weekend, wat zou jij dan willen vertellen?’ Of probeer samen eens uit of het helpt om voor het vertellen een paar keer diep in en uit te ademen. Wederom geldt hier; houd het gesprek luchtig.

Ik wens jullie veel plezier bij het ‘terugdromen’ naar de afgelopen vakantie en een beetje vertel-power voor degenen die dit kunnen gebruiken!