**//sticky ads code//**

Een stationwagen met plakplaatjes op het raam, op zaterdagmiddag naar de Ikea, de Blokker-kaarsendriehoek voor het raam met Kerstmis, het nieuwbouwhuis… Ik lachte me er vroeger slap om en verzette mij er hevig tegen.

Terwijl mijn burgerlijke volksgenoten op zaterdagochtend al hun burgerlijke activiteiten uitvoerden, lag ik nog brak op bed. Voldaan en uitgeteld van het meest trendy feestje van Amsterdam de avond ervoor. Ik zou nooit, maar dan ook nooit burgerlijk worden. Beloofde ik mijzelf tien jaar geleden.
Nu, terugkijkend op de afgelopen jaren, is die belofte flink afgezwakt. Het begon met het verlaten van de stad. Gehorigheid, slechte parkeergelegenheid, drukte, agressie en arrogantie: ik moest en zou de stad uit. Mijn wederhelft volgde getrouw en zo belandden we in een piepklein dorp… in een nieuwbouwhuis. Pal naast het station waar vandaan de trein ons binnen een kwartier de stad in bracht, dat dan weer wel. En ‘net een beetje anders’, want de grote woonkeuken ligt een verdieping onder de woonkamer. Dat elke dag de trap op en neer met kinderen ons later vreselijk zou gaan irriteren, daar stonden we toen geen moment bij stil.

De kinderen werden geboren. Ons mobiele stadsautootje ruilden we in voor een ruime vijfdeurs. Ik, autoliefhebber met een stationcarallergie, stond erop dat hij vooral mooi moest zijn. Robert vond snelheid een belangrijk punt, en zo kwamen we uit bij een auto die lekker laag op de weg lag en eigenlijk in zijn geheel erg laag uitgevoerd was. Dat we inmiddels elke verkeersdrempel in het dorp hebben geschampt en onze rug verrekt en hoofd gestoten hebben bij het tillen en vastmaken van de kinderen in hun autostoeltjes, nemen we voor lief.

Bij een nieuwbouwhuis hoort natuurlijk een tuin. ‘Zo heerlijk voor de kinderen’, zegt iedereen. En waar wij begonnen met prikkende rozenstruiken en een trap naar de achterliggende sloot, is die tuin nu langzaam omgetoverd tot een waar speelparadijs. De rozen hebben plaatsgemaakt voor een speelplaatsje met glijbaan en zandbak. De trap is vervangen door een stevig hek. Er is geen plekje zon meer te bekennen vanwege het zonnescherm en de parasol.

Tegenwoordig gaan we op zaterdagochtend naar de supermarkt, eten we elke avond samen om zes uur en dit jaar zijn we zelfs voor het eerst naar een camping gegaan. Kortom, ik voldoe aan alle kenmerken waaraan ik vroeger het label ‘burgerlijk’ had gehangen. Gelukkig heb ik intussen geleerd dat een gelukkig leven voor mij niet draait om feestjes en wegvluchten van het dagelijks leven. Voor mij betekent het nu: dankbaarheid voor mijn lieve man en twee kinderen, met een goede gezondheid en genieten van fijne alledaagse momenten en elkaar als belangrijkste ingrediënten. Als dit de definitie van burgerlijk is, dan ben ik dat graag. Ik had alleen even wat tijd nodig om eraan te wennen.