**//sticky ads code//**
Vermoeden van dyslexie bij kinderen

Vermoeden van dyslexie bij kinderen

Mijn dochters hebben beiden dyslexie. Toen er bij mijn oudste dochter een leesachterstand werd geconstateerd, heb ik ondanks het duidelijk maken van mijn vermoedens, veel zelf uit moeten zoeken. Terugdenkend waren dit ervaringen met niet al te mooie randjes.  Wat te doen bij vermoeden van dyslexie bij kinderen

Deze ervaringen hebben mij wel gereedschappen gegeven, waarmee ik bij mijn jongste dochter wist waarop ik moest letten en welke wegen ik moest bewandelen.  Ervaringen op het gebied van ondersteuning gebruik ik nu natuurlijk in mijn praktijk ‘Stella KinderJeugdCoach’.  Graag deel ik wat informatie en iets van mijn bevindingen.

Wat zijn mogelijke signalen? 

Wanneer je kind een leesachterstand heeft, dan hoeft dit niet direct te betekenen dat je kind dyslexie heeft.
Kinderen ondergaan de fases binnen hun ontwikkeling op geheel eigen en unieke wijze. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat jouw kind volop binnen de fase van het ontwikkelen van zijn/haar sociale cognities bevindt, waarbij de cognities die nodig zijn op het gebied van taal en lezen wat achter kunnen blijven.

Vanaf groep 3 leert je kind lezen. Vaststellen van een vermoeden van dyslexie bij kinderen kan (op zijn vroegst) vanaf 1 tot anderhalf jaar leesonderwijs.

Je kunt jezelf als ouder de volgende vragen stellen:

  • Kent mijn kind de letters van het alfabet?
  • Kan mijn kind namen van kleuren, dagen van de week, cijfers of reeksen onthouden?
  • Constateerden het consultatiebureau of de schoolarts, hoorproblemen of spraak-/taalproblemen?
  • Hoe verliep de ogentest?
  • Heeft mijn kind het naar zijn zin op school?
  • Zoekt mijn kind uitvluchten om naar school te gaan?
  • Heeft mijn kind vaak lichamelijke problemen? Denk aan hoofdpijn en/of buikpijn.
  • Zijn er gedragsproblemen?
  • Komt dyslexie in de familie voor?

Wanneer je iets opvalt bij de taal- of leesontwikkeling van je kind, wanneer je vindt dat je kind een leesachterstand heeft, bespreek dit dan met de leerkracht.

Je kunt de volgende vragen stellen:

  • Herkent de leerkracht dat wat jou bij je kind opvalt?
  • Heeft de leerkracht signalen van leesachterstand opgepikt bij het leren lezen van je kind?
  • Welke toetsen/observatielijsten gebruikt de school om de (taal-/lees) ontwikkeling van je kind te volgen?
  • Wat zijn de resultaten van je kind?
  • Werkt de school volgens het Protocol Leesproblemen en Dyslexie? Waaruit blijkt dat?
  • Wat biedt de school aan (extra) begeleiding?
  • Is er een remedial teacher of leesspecialist binnen de school?
  • Wordt de begeleiding vastgelegd in een handelingsplan? (Vraag naar dit plan!)
  • Is onderzoek door een deskundige buiten de school (al) nodig?

De leerkracht kan mede door drukte tekortschieten in de communicatie naar ouders. Houd contact, maak afspraken! Onthoud in je communicatie met de leerkracht dat hij/zij en de school ook het beste voor je kind willen. Zo zorg je er ‘mede’ als ouder(s) voor dat jullie niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Het beste voor jouw kind!

Bij vermoeden van dyslexie

Om een kind te kunnen aanmelden voor diagnose en behandeling dyslexie, moet de school een leerling dossier (leesdossier) aanleveren.

Het is belangrijk dat het leerling dossier goed op orde is. Er zijn instanties die alleen maar dit dossier te zien krijgen en niet de leerling zelf. Als ouder heb je recht op inzage in het leerling dossier van je kind. Het is goed om te bekijken of het dossier geen onvolledige, onjuiste, overbodige of suggestieve informatie over je kind en jou bevat.

Voor meer informatie betreffende het leerling dossier: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/onderwijs/leerlingdossiers

Men gaat er vanuit dat kinderen met niet al te ernstige dyslexie voldoende geholpen kunnen worden op school.  Ouders kunnen aanspraak maken op vergoeding van diagnostiek en behandeling bij ernstige dyslexie. De school  moet het leerling dossier aanleveren waarmee het vermoeden van (ernstige) dyslexie wordt onderbouwd.

De basisschool heeft een beperkt budget om leerlingen te laten testen. Ze zal ervoor kiezen dit te besteden aan de leerlingen waarvoor een onderzoek het meest nodig is. Als jouw kind niet tot die groep behoort, maar je wilt toch een onderzoek, dan kun je je kind op eigen kosten laten onderzoeken op dyslexie.

Dyslexie in het basisonderwijs

Kinderen krijgen met leesproblemen gerichte ondersteuning. Bijna alle scholen hebben een dyslexieprotocol waarin staat hoe zij omgaan met dyslexie. In het zorgplan van de basisschool staat welke methoden en hulpmiddelen de school gebruikt voor dyslectische leerlingen.

Dyslexie in het voortgezet onderwijs
Een middelbare school kan op verschillende manieren rekening houden met dyslectische leerlingen.
De school kan diverse specifieke hulpmiddelen en faciliteiten toestaan uit het deskundigenrapport die vermeld staan op de dyslexieverklaring. De faciliteiten worden vermeld op een dyslexiepas of dyslexiekaart.

Meer informatie over dyslexieverklaring en dyslexiekaar

Vanaf 1 januari 2015 is de vergoede dyslexiezorg overgeheveld naar de gemeenten. Transitie jeugdzorg.
Lees je kind en laat je gevoel spreken
Bron: Masterplan dyslexie; Steunpunt Dyslexie; Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW); Autoriteit persoonsgegevens.

 

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Niet elk compliment zorgt voor meer zelfvertrouwen bij een kind!

Als ouder kun je denken dat je je kind zelfvertrouwen geeft door hun verstand en talent te prijzen. Dit kan echter een tegenovergestelde effect in de hand werken, want kinderen kunnen aan zichzelf gaan twijfelen als iets moeilijk is of fout gaat. Je kind kan vervolgens het gevoel krijgen niet te voldoen en faalangst en het ontwikkelen van een vaste mindset liggen op de loer. Terwijl een groei-mindset zoveel meer biedt.

Als ouder kun je je kind beter leren om te genieten van de inspanning, houden van uitdagingen, nieuwsgierig te zijn naar fouten en dit als wijze te zien om te blijven groeien. Hiermee geef je namelijk mee onafhankelijk te worden van beloningen en leer je je kind het eigen zelfvertrouwen te versterken en herstellen.
Nu hoor ik je denken; ’ik mag toch wel complimenten of beloningen geven?’ Natuurlijk mag dat! Van complimentjes en zo nu en dan een beloning geniet immers iedereen (gever en ontvanger) en daar groei je ook van. Het gaat er hierbij om wat je beloond. Het is namelijk beter om complimenten te geven over het proces in plaats van het resultaat. Hiermee bedoel ik het proces dat gaat over het oefenen en de weg naar het behaalde resultaat toe. Door je complimenten te richten op het proces en de weg ergens naar toe stimuleer je de groei-mindset. Dit principe, hoe het werkt en het belang hiervan, leg ik graag uit.

“Een mindset is een verzameling innerlijke overtuigingen, een manier van denken die van invloed is op je gedrag en houding ten opzichte van jezelf en anderen.”
Prof. Carol Dweck ontdekte dat een vaste-mindset ontwikkeling belemmert, terwijl een groei-mindset zorgt voor motivatie, doorzettingsvermogen en een passie voor ontwikkeling en leren.

Kenmerken van een vaste-mindset en groei-mindset

Vaste-mindset

Met deze mindset ga je ervan uit dat intelligentie vast staat. Dit zorgt ervoor dat je graag slim wil over komen. Je vermijdt uitdagingen, want dan kun je fouten maken. Je zoekt steeds bevestiging op basis van intelligentie, persoonlijkheid of karakter. Het draait om succes hebben, slim overkomen, geaccepteerd worden en een winnaar voelen. De grote angst is falen, dom overkomen, afgewezen worden en een verliezer voelen. Je gedraagt je defensief bij belemmeringen en geeft het al gauw op.
Inspanning is zinloos, want als je echt een genie bent, dan hoef je je toch niet in te zetten? Kritiek komt over als een bedreiging, daarom negeer je leerzame negatieve feedback. Het succes van anderen zie je als een bedreiging. Het resultaat van de vaste-mindset is dat je je niet echt ontwikkelt en dus minder bereikt dan mogelijk is.
De vaste-mindset beperkt de prestaties van je kind. Het werkt destructief op de gedachten en leidt tot slechte leermethoden.
“Gelukkig kun je een vaste mindset veranderen naar een op groei gerichte mindset.”

Groei-mindset

Met deze mindset ga je ervanuit dat je jouw basiskwaliteiten kunt ontwikkelen door er moeite voor te doen. Intelligentie is te ontwikkelen. Dit zorgt ervoor dat je graag wil leren. Het geloof dat kwaliteiten ontwikkeld kunnen worden kan een intrinsieke motivatie tot leren geven.
Een kind met een op groei gerichte mindset is blij met uitdagingen en geeft niet op bij tegenslag. Inspanning is de weg tot meesterschap. Met de intrinsieke motivatie om zich volledig in te zetten en vol te houden, is je kind in staat om zichzelf door moeilijke perioden van het leven heen te slaan.

Zo leer je je kind uitdagingen te omarmen en te zien als mogelijkheden om te groeien.

  • Leer je kind dat iedereen mogelijkheden heeft ergens beter in te worden.
  • Leer doorzetten als iets moeilijk is; vertel over eigen ervaringen.
  • Leer dat fouten als filter werken en als inspirator dienen om te groeien
  • Geef kans nieuwe dingen te proberen, ruim obstakels niet uit de weg.
  • Geef complimenten over het proces; hoe heeft je kind het aangepakt?
  • Benadruk de inzet; je ziet en beloond de inspanning die je kind geleverd heeft.
  • Laat je kind ervaren dat hard werken een voorwaarde is om iets te bereiken.
  • Maak je kind bewust van zijn mindset.
  • Leg uit dat het brein verbindingen aanlegt met oefenen (bijv. fietsen, lopen).
  • Creëer leerzame momenten.

Voordelen voor je kind.

  • Meer vertrouwen in eigen kunnen.
  • Meer open voor ‘negatieve’ feedback.
  • Laat zich minder ontmoedigen door tegenslagen
  • Meer doorzettingsvermogen.
  • Meer plezier in wat ze doen.

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Wat je als ouder moet weten over faalangst!

Spanning hoort bij het leveren van prestaties. Te weinig of te veel spanning zorgt voor een slechte prestatie, een goed spanningsniveau zorgt voor een goede prestatie. Sommige kinderen hebben hun spanning niet onder controle. Het gebrek aan zelfvertrouwen dat daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat hun geloof in het ‘eigen’ kunnen wordt vertroebeld.

Faalangst is angst om te falen. Een kind met faalangst heeft angst om fouten te maken of iets niet goed te doen in situaties waarin ze beoordeeld worden, of waarin zij zichzelf beoordelen.

Hoe kan faalangst ontstaan?

Faalangst is angst dat vaak gekoppeld is aan schoolprestaties en beoordeeld worden. De sociale omgeving die invloed heeft op je kind (met faalangst) zijn voornamelijk leerkrachten, ouders, vrienden en klasgenoten.
Door gedrag van een specifiek persoon (bijvoorbeeld de leerkracht) kan faalangst ontstaan. De manier waarop een leerkracht prestaties van leerlingen beoordeelt, speelt een belangrijke rol.
Een competitieve sfeer onder klasgenoten zorgt voor meer druk om te presteren.
Ook de thuissituatie kan invloed hebben op faalangst bij je kind. Wanneer je als ouder(s) prestatiegericht bent, hoge verwachtingen hebt van je kind en je kind onder druk zet om te presteren kan dit tot faalangst leiden.
Een andere mogelijkheid is wanneer je als ouder zelf faalangst hebt. Je kind kan jou als model zien, waardoor de faalangst van je kind wordt versterkt.

Kinderen schamen zich er vaak voor dat ze angstig zijn voor bepaalde situaties en praten er daarom niet makkelijk thuis over. Daarom is het voor jou als ouder niet altijd makkelijk te herkennen.

Hoe kun je faalangst herkennen?

Je hebt 3 soorten faalangst.

  • Cognitief: Angst om ‘slechte’ leerprestaties te laten zien (toetsen, huiswerk)
  • Sociaal: Angst om afgewezen of slecht beoordeeld te worden (spreekbeurt, voorlezen, vrienden maken)
  • Motorisch: Angst om fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijk handelen (sport, gymnastiekles, tekenen)

Deze kunnen afzonderlijk bestaan, maar meestal overlappen ze elkaar.

✩Bij jongeren kan ook het eigen uiterlijk aanleiding zijn tot faalangst.

Je hebt 2 types

  1. Passief faalangstige kinderen gaan moeilijke situaties uit de weg, zij vermijden fouten en kritiek.
    Kenmerken: vaak bevestiging vragen, twijfelen om aan iets te beginnen, antwoorden uit de weg gaan, weinig tot niet studeren (spijbelen), opstandig, rustig/teruggetrokken of druk gedrag.
  2. Actief faalangstige kinderen willen alles goed doen, maximum aan inspanning om een mislukking te voorkomen.
    Kenmerken: braaf, werken hard, perfect doen wat gevraagd wordt, krampachtig (op)volgen, weinig sociale contacten, weinig tijd voor ontspanning en/of hobby’s.

ijverig_meisje

Deze laatste groep wordt denk ik dikwijls niet (h)erkend omdat zij vaak als de ideale leerling worden gezien: gemotiveerd, hard werkend voor hoge cijfers. Bij dit type faalangst, is het belangrijk dat je, naast dat het een positief effect heeft op de prestaties, beseft dat dit een sterk negatief effect kan hebben op het welbevinden van je kind!

Faalangst uit zich ook vaak in lichamelijke klachten: hartkloppingen, zweten, maagklachten, darmklachten, hoofdpijn, slapeloosheid, hyperventilatie en trillen.

Wat kun je als ouder doen?

  • Stel geen hoge verwachtingen, kijk naar wat je kind aankan.
  • Probeer het vertrouwen in je kind over te brengen, geloven in dat hij/zij het kan.
  • Positief benaderen en leg de nadruk op wat (al wel) goed gaat.
  • Stimuleer je kind, zonder dwang, om toch datgene te doen waar het tegen opziet.
  • Maak duidelijk dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan. Van fouten leer je!
  • Bespreek de stapjes voorwaarts, maak kenbaar dat je zijn/haar inzet ziet.
  • Neem niet (te snel) dingen uit handen omdat jij denkt dat het beter of sneller kan.
  • Zorg dat je kind aan ontspanning toekomt. Maak samen een huiswerkschema.
  • Stimuleer ontspanning (sport, muziek of hobby, omgang vrienden).
  • Bespreek indien nodig met school, sportvereniging en houdt contact.
  • Maak tijd SAMEN. Creëer rust en ruimte, een gevoel van geborgenheid waarin je kind zich veilig voelt.

Keer op keer geconfronteerd worden met (faal)angst kan ervoor zorgen dat je kind in een vicieuze cirkel beland waarmee de angst om te falen zich kan uitkristalliseren op meerdere terreinen/vlakken.
Tijdige onderkenning en je kind leren ermee om te gaan is daarom belangrijk.

Hoe geef je samen invulling aan het 10 minutengesprek op school

Hoe geef je samen invulling aan het 10 minutengesprek op school

Het 10 minutengesprek is een belangrijk moment voor jou als ouder, maar ook voor de leerkracht van je kind. Het is immers een moment waarbij je samen naar de ontwikkelingen van je kind kijkt en hierover informatie aan elkaar uitwisselt. Met mijn twee opgroeiende dochters heb ik al vele gesprekken gehad en uiteenlopende ervaringen opgedaan. In het begin heb ik me wel eens laten verrassen. Zo heb ik bijvoorbeeld wel eens vol verbazing met reuze grote vraagtekens tegenover een leerkracht gezeten, mezelf afvragend; ‘Hoe kan dit?’ of ’Zijn die 10 minuten nu al voorbij?’.

Belangrijke factoren die de kans op een goed gesprek tussen leerkracht en ouder vergroten zijn; een positief betrokken houding en een goede voorbereiding van beiden. Vanuit mijn eigen ervaringen deel ik graag een paar tips zodat jij ‘als betrokken ouder’ goed voorbereid bent.

Wat wil je weten 

Wat gaat goed? en wat minder goed?
Wanneer er iets nog niet goed gaat; hoe pakt de school dit aan en wat kunnen jullie hierin betekenen?
Heb jij nog tips voor de leerkracht wat betreft de aanpak van jouw kind op school? Noteer deze

Vraag je kind
Wat wil je kind benoemt hebben in het gesprek.
Hoe voelt je kind zich op school.
Loopt je kind tegen moeilijkheden aan?
Heeft je kind zelf misschien tips voor de leerkracht?

Positief opening 10 minutengesprek

Om een gesprek positief te openen kun je bijvoorbeeld iets vertellen over de leuke dingen die je kind verteld over school.

Hoe zie jij je kind
Benoem het karakter.
Vertel de leuke, sterke en minder sterke kanten van jouw kind.
Praat niet alleen over de prestaties, maar ook over het gedrag en het welzijn van je kind.

Vertel iets over de thuissituatie
Bijvoorbeeld; Verteld veel of juist weinig over school. Wel of geen moeite met plannen van huiswerk. Contact met gezinsleden.
Hoe is je kind thuis en hoe op school. Zit daar misschien verschil tussen?

Neem een open (positieve) houding aan
De leerkracht van je kind heeft het beste met je kind voor, daarom is het belangrijk om elkaar zo goed mogelijk te informeren en ook te begrijpen. Zo kun je samen bepalen wat er op dit moment nodig is voor je kind.
Belangrijk voor een goede ouder-leerkracht relatie is om je te kunnen verplaatsen in het perspectief van de ander. Op basis van gelijkwaardigheid!

Vertel je kind over het gesprek
Je kind is natuurlijk reuze benieuwd naar wat jullie besproken hebben! Omdat de gesprekken meestal in de avond zijn, is het misschien wijsheid om wanneer er pittige dingen zijn besproken, de details hiervan op een ander moment te bespreken. Een moment met voldoende tijd, rust en ruime aandacht.

Maak een verslagje

Vaak rijzen er tijdens een gesprek vragen op en door een kort verslagje te schrijven komen er soms nog meer vragen bovendrijven. Door deze te noteren vergeet je ze niet, zodat je er later nog op terug kunt komen.
Wanneer er afspraken worden gemaakt omtrent extra leerstof voor thuis, vraag dan naast materiaal ook naar hoe jij je kind hierin het beste kunt ondersteunen. Zorg ook voor een vervolgafspraak!
Vraag zonodig ook om kopieën van documenten m.b.t. de te volgen stappen vanuit het leerlingvolgsysteem. Noteer alle gemaakte afspraken, zet dit op papier en bevestig dit met een mailtje.

Inspirerende mogelijkheden

Met je kind, niet alleen maar over je kind
Op sommige scholen worden leerlingen en ouders samen uitgenodigd. In het voortgezet onderwijs wordt dit dikwijls uitgevoerd of aangemoedigd, maar ook in de bovenbouw van de basisschool zie je het steeds meer.
Voor je kind een mooie kans om middels vooraf gestelde vragen het gesprek voor te bereiden, zodat zijn/haar input centraal kan komen te staan. Ik denk namelijk dat wanneer deze input de basis mag zijn van het gesprek, er een compleet andere energie ontstaat dan wanneer de leerkracht of ouders een gesprek starten vanuit hun eigen -gekleurde- perspectief.

Vraag om een startgesprek!

Er zijn steeds meer scholen die een Startgesprek organiseren aan het begin van het schooljaar. Een mooie manier om samen met elkaar kennis te maken en om wederzijdse verwachtingen uit te spreken. Wanneer jouw school dit niet heeft, vraag er eens naar!
Ten slotte
Vinden er belangrijke gebeurtenissen plaats in het leven van je kind of heb je dringende vragen? Wacht niet op een 10-minuten gesprek!

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…

Tips voor een leuk en goed gesprek met je kind?

Tips voor een leuk en goed gesprek met je kind?

Het voeren van een goed gesprek met je kind kan een hele uitdaging zijn. Zeker wanneer je kind niet zo’n makkelijke prater is. In mijn praktijk en in gesprekken om mij heen geven ouders dikwijls aan hiertegen aan te lopen.
Hier een paar mogelijkheden om je te ondersteunen voor het hebben van een goed gesprek met je kind.

De start goed van een gesprek met je kind

Een start van een goed gesprek met je kind bestaat uit het maken van contact en het aannemen van een open houding. Wanneer je meteen start met het toespreken van je kind is de kans groot dat je kind zich afsluit voor het gesprek of in discussie zal willen gaan.

Het voeren van een gesprek met je kind kan een hele uitdaging zijn. Zeker wanneer je kind niet zo’n makkelijke prater is. In mijn praktijk en in gesprekken om mij heen geven ouders dikwijls aan hiertegen aan te lopen.
Hier een paar mogelijkheden om je te ondersteunen voor het hebben van een goed gesprek met je kind.

Een fijne plek

Een fijne plek voor een fijn gesprek. Een gesprek hoeft natuurlijk niet persé aan tafel plaats te vinden. Je kunt een moment creëren maar ook pakken wanneer een gelegenheid zich aandient.

  • Lekker op de bank met een warme kop thee of choco (+koektrommel)
  • Tijdens een wandeling in het bos of op het strand
  • Op de kamer van je kind (denk ook aan het einde van de dag doornemen)
  • Tijdens een autorit
  • Tijdens een activiteit samen (koken/bakken)

Wees er ook op bedacht dat je kind er juist voor kiest om iets belangrijks te vertellen als jij eigenlijk ergens anders mee bezig bent.

Met kleine kinderen kun je het beste naast elkaar zitten, zij vinden het namelijk vaak niet zo fijn om je in de ogen te kijken als ze met je aan het praten zijn. De boodschap: ”kijk me aan als ik met je praat!” kan ervoor zorgen dat je kind zich moeilijker kan uiten. Hecht hier maar niet te veel belang aan, laat maar lekker wegkijken!

Denk bij het praten aan de toon van je stem. Rustig en kalm praten heeft een kalmerende werking (ook op jou). Hiermee versta je elkaar beter, je creëert een gevoel van betrokkenheid en geborgenheid. De rust die hieruit voortvloeit creëert een moment waardoor je kind uitgenodigd wordt om ‘ook’ te vertellen.

Vermijd vragen waar alleen met ja of nee op geantwoord kan worden (gesloten vragen). Open vragen nodigen uit. Bijvoorbeeld: ’Vertel eens, wat leuk was vandaag?’, ‘wat was minder leuk?’, ‘Wie zitten er in je vriendengroep?’, ‘Waarom heb jij zo gelachen vandaag?’……

Goede vragen

Wat, wie, wanneer, waarom en hoe zijn vraagwoorden waarmee je elk onderwerp kunt aansnijden.

Maak het gesprek niet te lang en overlaad je kind niet met vragen. Vooral kleine kinderen kunnen niet lang hun aandacht vasthouden of lang stil zitten om te praten.

Je kunt als ouder merken dat het vooral moeilijk is om met wat jongere kinderen (onder de tien jaar) te praten wanneer je echt een specifiek onderwerp wil bespreken. Je kunt ervaren dat het lastig is je kind aan het praten te krijgen en het kan ook een uitdaging zijn om je kind bij het onderwerp te houden waarover gesproken wordt. Dit is helemaal niet raar, dit komt namelijk omdat het een kind vanaf ongeveer een jaar of tien lukt om gedachten onder woorden te brengen.

Vooral emoties en gevoelens verwoorden is erg lastig voor jongere kinderen.

Wanneer kinderen in de tienerfase komen zijn vrienden belangrijker; je ziet je kind minder, ze maken zich van je los en lijken je te willen negeren.  Pubers lijken niet geïnteresseerd in een gesprek met jou. Dit is echt een misverstand. Sterker nog, jongeren geven dikwijls aan te denken dat hun ouders niet echt geïnteresseerd zijn te communiceren. Bovendien geven sommigen aan dat ouders voornamelijk belangstelling lijken te hebben voor een beperkt aantal onderwerpen: gezondheid, opruimen, school, prestaties en huiswerk. Dat wordt regelmatig als jammer en groot gemis ervaren!

De wereld van je kind

Ken de wereld van je kind en betrek deze ook in jouw wereld. Houd hierbij rekening met de leeftijd (ontwikkelingsfase) van je kind. Een gesprek openen met een onderwerp die je kind interesseert geeft je een kijk in wat hem/haar bezighoudt. Vertel ook eens wat jou bezighoudt, wat jou interesseert.

Leuke aanvulling om ervaringen uit jouw kinder- of tienertijd te delen. Van daaruit rolt een gesprek zich vaak verder uit…….

Luisteren

In een gesprek met elkaar leert je kind ook te luisteren. Met het kunnen luisteren naar elkaar leert je kind zich in te leven in de situatie van een ander. Daarnaast is luisteren naar elkaar belangrijk omdat anderen in de omgeving van je kind zich op die manier gehoord voelen. Het is fijn als je naar elkaar luistert, maar het is ook erg belangrijk om gevoelens en gedachten onder woorden te brengen.

Door zo nu en dan een fijn gesprek met je kind te hebben blijf je betrokken, verbonden en oefen je sociale vaardigheden als; Empathie, voor zichzelf opkomen, beheersen van emoties. Bouw dus regelmatig een praatmoment in om echt met je kind in gesprek te komen

Stella KinderJeugdCoach heeft ook een Facebook pagina. Hier vind je verschillende artikelen, columns van Stella, tips, leuke en handige weetjes…en meer…