**//sticky ads code//**

Communicatie met baby´s

Het eerste deel van het drieluik communicatie, gaat over de communicatie met baby’s. Ik zal hierbij vooral ingaan op de invloed die wij hebben op de taalontwikkeling en op welke manier wij dagelijks bezig zijn met het bewust én onbewust communiceren met ons kind. Tot wanneer je baby een baby is, is bij elk kind anders. Hier houdt ik de grens aan van 18 maanden.

De foetus Vanaf een week of 20 in je zwangerschap kan je foetus jou en de omgeving horen. Verloskundigen raden zelfs aan om vanaf dat moment op te passen met harde geluiden, zoals bij concerten, omdat de foetus daarvan kan schrikken. Hier begint dus al een stukje communicatie. Vanaf het moment dat de foetus jou hoort en wellicht jouw stem zelfs gaat herkennen. Van veel zwangere vrouwen hoor je dat hun foetus reageert op verschillende soorten muziek, stemmen en andere geluiden. Het is dus zo’n gek idee nog niet om af en toe eens tegen je zwangere buik te praten!

De eerste paar maanden Zodra je baby geboren is, gaan wij bewust en onbewust met hem communiceren. Communicatie met baby door te lachen naar hem, aaien hem, geven hem een kusje. En je baby communiceert ook met jou. In het begin voornamelijk door te huilen. De drie belangrijkste dingen die je baby in het begin aan je wil vertellen, zijn: ‘ik heb honger’, ‘ik ben moe’, ‘ik heb een vieze luier’. Vanaf het moment dat je baby met jou communiceert, is het aan het leren. De manier waarop jij reageert op je baby is daarbij enorm belangrijk. Geef je het te eten als hij honger heeft? Krijgt hij een schone luier als hij heeft gepoept? Zodra je dit doet, leert je baby dat er een reactie van jou komt als hij communiceert (huilt in dit geval). Dit zal hem stimuleren om dit een volgende keer weer zo te doen. En dat is precies wat je wilt!

Naast huilen, vindt je baby ook al snel andere manieren om te communiceren. Vanaf ongeveer 6 weken, zul je merken dat je baby naar jou lacht. In eerste instantie kan hij lachen naar iedereen, maar tegen een week of 6 kan hij dat gaan beperken tot zijn voornaamste opvoeders.

Laten huilen of niet? Soms is het lastig om er precies achter te komen, waarom je baby huilt. Je baby moet jou leren kennen, maar jij zeker ook je baby. Je zult al snel doorkrijgen wat je baby met elk huiltje bedoelt.  Waarschijnlijk zul je merken dat het ‘ik heb honger’-huiltje heel anders klinkt dan het ‘ik heb een vieze luier’-huiltje.

Of je een baby soms moet laten huilen, lijkt een moeilijke vraag voor veel ouders. Je wilt hem niet verwennen, maar als er iets is, wil je hem natuurlijk troosten. Als stelregel kun je heel goed aanhouden dat je een baby eigenlijk niet kunt verwennen de eerste 6 maanden. Deze tijd heeft het nodig om erop te gaan vertrouwen dat je komt als er iets is. Bovendien zal het de eerste 6 maanden over het algemeen alleen huilen als er ook echt iets is. Vergeet daarbij niet dat huilen ook kan aangeven dat het je baby niet lukt om in slaap te vallen, dat het buikkrampjes heeft of dat het gewoon even geknuffeld wil worden.

Je baby even laten huilen, kan echter ook zeker geen kwaad. Sommige baby’s huilen altijd even voor ze in slaap vallen. Je kunt aanhouden dat 10 minuten huilen mag. Daarna ga je even kijken, troosten en probeer je het opnieuw.

Interactie Kind (6 maanden) ligt op een kleedje te kijken naar een ander kind (6 maanden). Steeds als het ene kindje wegkijkt, kijkt het andere kindje ook weg. Als ze weer terug kijken naar elkaar, beginnen ze allebei te lachen. Dit gaat een tijdje zo door. Na die eerste 6 maanden wordt je baby slimmer. Hij gaat ontdekken dat huilen en aandacht krijgen bij elkaar horen. Vanaf 6 maanden mag je de tijd diie je je baby laat huilen af en toe best een beetje rekken, mits je zeker weet dat er niet echt iets is. Daarbij, huilen omdat je aandacht wilt, is niet verkeerd! Je baby kan nog niet praten en huilen is nog steeds zijn voornaamste communicatiemiddel. Aandacht krijgen, geknuffeld worden en liefde voelen, zijn naast eten en slapen, de voornaamste levensbehoeften van je baby. Aandacht geven, is een van de belangrijkste taken van jou als opvoeder. Denk dus niet te snel dat je baby ‘zomaar’ om aandacht vraagt. Aandacht vragen én krijgen, mag!

Als opvoeder zul je steeds beter worden in het ontdekken wat er met je baby is en wat er van jou wordt verwacht.

Daarnaast zul je gaan merken dat je baby ook andere manieren vindt om met jou te communiceren wat leidt tot steeds meer interactie tussen jou en je baby. Het lachen was al even genoemd. Wat wij vrijwel automatisch doen als een baby naar ons lacht, is terug lachen. Als een baby wat ouder wordt, zal hij ook weer gaan reageren op jouw lach. Na een paar maanden kun je zelfs al de eerste spelletjes met hem spelen, zoals ‘kiekeboe’.

Intonatie en spiegelen Naast lachen, is er nog iets wat wij volledig automatisch lijken te doen als we communiceren met onze baby. We gaan hoog en een beetje gek praten met onze baby. Waarom doen we dit eigenlijk? Dit is een mooi, bijna instinctief, automatisme en we moeten ook echt ons best doen om het anders te doen. Maar, dit is niet voor niets zo! Het blijkt dat baby’s ons beter kunnen horen als wij zo raar en hoog praten. De manier van intoneren, de hoogte, onze gezichtsuitdrukking, ze zijn allemaal bedoelt om ervoor te zorgen dat onze baby ons zo goed mogelijk begrijpt. Verder doen wij ook, bijna volautomatisch, onze baby na. Als hij een geluidje maakt, doen wij dit na en lachen we naar hem. Hiermee stimuleren wij zijn drang om te ‘brabbelen’. Baby’s krijgen zo ook door dat er op hen gereageerd wordt en leren zo over actie – reactie. Mijn neefje van 1,5 vindt het geweldig als hij in zijn handen klapt en wij doen dat dan na. Met z’n allen klappen we enthousiast in onze handen en hij kan er geen genoeg van krijgen! Dus, niet alleen doen wij onze baby na, onze baby doet ons ook graag na.

Benoemen Veel ouders zijn erg bezig met het eerste woordje van hun kind. Wanneer gaat hij nu praten? Kan ik dat stimuleren? Elk brabbeltje wordt geïnterpreteerd als een mogelijk eerste woord. In de praktijk varieert het enorm wanneer een kind zijn eerste woordje zegt. Toch zijn er zeker wel manieren om de taalontwikkeling te stimuleren. Een van de voornaamste dingen die wij kunnen doen, is onze baby zo veel mogelijk ‘omringen’ met taal. Als je alleen met je baby thuis bent, is de kans groot dat je helemaal niet zo veel met hem ‘praat’. Hij snapt jouw woorden toch niet… Toch? Nee, inderdaad de inhoud van wat jij zegt, zal hem nog niet zo veel doen, maar de manier waarop je iets zegt wel! Een goede manier van ‘praten’ met je baby is, naast het imiteren van zijn geluidjes, het benoemen van wat jij met hem doet en de emotie die je bij jouw baby ervaart: ‘Ik haal je nu uit bed’ ‘Zullen we gaan aankleden?’ Oh, je hebt een vieze luier. Zal ik die even verschonen?’ ‘Dat is niet zo leuk, he?’ ‘Moet je een beetje huilen?’

Door veel met je baby te praten, stel je hem steeds opnieuw gerust van het feit dat de handelingen die je met hem uitvoert, goed zijn. Daarnaast hoort je baby herhaaldelijk dezelfde woorden. Woorden die hij veel hoort, zal hij eerder gaan herhalen.

Een andere mooie bijkomstigheid van het benoemen van wat je doet, is dat je handelingen daardoor minder snel gaan. Je neemt meer de tijd, wat je baby ook meer rust geeft.

Waarom dit erg belangrijk is, zal in de volgende blog over communicatie met je dreumes aanbod komen.

Communicatie met peuters

Een peutergrapje:
Kind 1 grapt dat kind 2 in plaats van pasta, hondenpoep op zijn brood heeft. “Hondenpoep, hondenpoep!”, schreeuwen de kinderen vrolijk. Kind 3 (3 jaar) aanschouwt dit alles en zegt: “Hondenpoep? Honderdpoep! Duizendpoep!”                        

In de communicatie met peuters zijn er een hoop dingen die hetzelfde gaan als in de communicatie met je dreumes. Maar, er zijn zeker ook verschillen. Deze verschillen hebben er voornamelijk mee te maken dat een peuter meer verbaal communiceert (meer praat) en dat hij meer begrijpt dan een dreumes. Hieronder zal vooral op deze punten worden ingegaan. Als peuterleeftijd houd ik aan: 2,5 tot 4 jaar.

Uitleggen, uitleggen, uitleggen
Iedereen kent wel de peuter die de hele dag door vraagt: ‘waarom?’ Als ouder geef je geduldig antwoord, maar soms weet je het ook niet of ben je het zat. Je peuter moet het dan bekopen met een ‘daarom’ of ‘omdat het zo is’. Waar komt dit eigenlijk vandaan? Waarom willen die peuters toch alles snappen en begrijpen?

Peuters zijn slimmer dan dreumesen. Dit gaat nu eenmaal zo. Ze praten steeds meer, weten steeds meer, snappen steeds meer en weten ook dat er dingen zijn die zij niet snappen of niet (mogen) weten.

Peuters zijn ook nieuwsgierig. Ik krijg van ‘mijn’ peuters de hele dag door vragen als: ‘Wat zei die juf?’, ‘Wat ga jij doen?’, ‘Waar ga jij heen?’ en ‘Wie is dat?’ Peuters krijgen door dat de volwassenen om hen heen veel meer lijken te weten dan zij. Dat maakt ze bijzonder nieuwsgierig.

En terecht. Wat mij hiermee moeten doen, is heel simpel: antwoorden. Er is niets zo frustrerend voor een peuter, en kind in het algemeen, als iets niet begrijpen. Zeker, als je doorhebt dat anderen het wel begrijpen. Vragen komen niet uit het niets en zijn zeker niet zomaar een middel om aandacht te vragen. Beantwoord ze naar alle eerlijkheid en leg zo nodig uit.

Ook als je peuter er niet naar vraagt, kan het heel belangrijk zijn om dingen uit te leggen. Het kwam al even ter sprake bij de communicatie met dreumesen,  bij het apart zetten van je peuter, is uitleggen noodzakelijk. Als je peuter herhaaldelijk iets doet wat niet mag, kan het zijn dat je hem even uit de situatie haalt en apart zet. Het is dan erg belangrijk dat je aangeeft waarom je dit doet. Gebruik ook bij de peuter nog korte en duidelijke zinnen. Vertel niet alleen dat hij iets heeft gedaan wat je niet goed vindt, maar vertel ook waarom je dit niet goed vind. In een volgend blog zal ik verder ingaan op juiste manieren van corrigeren en afleren.

Benoemen van emoties
Bij een baby en een dreumes was aan bod gekomen dat het erg belangrijk is om veel te benoemen. Vooral benoemen wat je doet en wat je baby en dreumes ziet waren aan bod gekomen. Bij een peuter blijft dit belangrijk, maar komt hier nog iets bij: het benoemen van emoties.

Peuters hebben vaak nog duidelijke hevige emoties die de hele dag door aanwezig zijn. Het kan zomaar zijn dat je peuter in een paar uur een rollercoaster van emoties doormaakt: blij, verdrietig, boos, enthousiast, alles passeert de revue. Van veel emoties snappen ze zelf nog weinig. Zeker het begrijpen van waar die emoties vandaan komen, is vaak erg lastig voor een peuter.

Door de emoties van je peuter te benoemen (‘Je bent erg boos’, ‘Je moet huilen, je bent verdrietig’, ‘Jij komt vrolijk je bed uit!’), leert je peuter welk woord bij welke emotie hoort. Hierdoor kan hij, zoals met alle woorden die hij leert, de dingen makkelijker structureren en zo begrijpen. Bij boos hoort slaan, bij slaan hoort pijn, bij pijn hoort huilen en bij huilen hoort verdrietig. Als peuters leren begrijpen dat ze slaan omdat ze boos zijn en dat een ander kind dan gaat huilen omdat het pijn heeft en zo verdriet uit, wordt het oplossen en voorkomen van zo’n situatie stukken makkelijker. Simpelweg zeggen dat slaan niet mag, helpt misschien, maar niet afdoende. Waarom slaat deze peuter immers? Omdat hij boos is! Waarom is hij boos? Misschien omdat zijn speelgoed is afgepakt? Dan kun je een peuter leren dat als hij boos ‘voelt’ dat hij dan andere manieren kan verzinnen om hiermee om te gaan. Door de emotie ‘boos’ te benoemen, kan een kind in een volgende situatie zijn doosje ‘boos’ opmaken in zijn hoofd en dan komen automatisch de dingen die daarbij horen naar boven, evenals de wetenschap dat een ander kind slaan niet mag om deze boosheid te uiten.
Uiteraard gaat dit niet over een nacht ijs, maar zul je herhaaldelijk en intensief met je peuter bezig moeten gaan in het benoemen van emoties.

Verder kan het voor een kind ook heel duidelijk zijn waarom jij op een bepaalde manier handelt. Zo was er een keer een peuter op mijn groep die erg boos en overstuur was, omdat zijn mama wegging. Het kind kwam naar mij toe, maar zodra ik het aandacht gaf, sloeg hij mij. Hij wilde niet getroost worden. Hij was erg hard aan het huilen en schreeuwen. Op het moment dat hij ook een ander kind sloeg, nam ik het kind apart. Ik uitte mijn boosheid jegens het kind. Boos zijn mag, maar andere kinderen slaan niet. Ik zette het kind apart van de andere kinderen en gaf duidelijk aan: ‘Naam, jij bent nu erg boos en verdrietig. Jij slaat andere kinderen en dat mag  niet. Ik mag jou niet troosten. Ik kan nu niets voor je doen. Je mag hier even blijven zitten om rustig te worden. Ik kom zo bij je kijken.’ Het kind was zo overstuur dat niets meer hielp. Het was nu heel belangrijk dat ik aangaf waarom ik dit kind even apart zette. Hij was boos en verdrietig en dit had tot gevolg dat hij andere kinderen sloeg en ik kon hem niet troosten. Door deze emoties te benoemen, ontstond er rust. Het kind wist nu niet alleen: ik mag niet slaan, maar ook: ik sla, omdat ik boos ben. Het was dus vooral belangrijk om de boosheid kwijt te raken. Zeggen: ‘wordt hier maar even rustig’, is heel lastig voor een kind wat niet begrijpt waarom hij onrustig is.

Tot slot is het HEEL BELANGRIJK niet de emotie van de peuter af te keuren, maar enkel zijn gedrag!!! Emoties mag, en zal, hij voelen. Wat de peuter moet leren is hoe hiermee om te gaan. Je wilt niet dat je peuter zich afgewezen voelt, je wilt enkel dat hij begrijpt dat je zijn gedrag afkeurt.

Praten over je peuter
Het gebeurt erg veel: praten over je peuter (en kind in het algemeen) waar hij bij is. Het beste is dit vanaf dag 1 af te leren. Je baby zal nog niet snappen wat je over hem zegt, een dreumes zal misschien al wel voelen dat het over hem gaat, maar een peuter begrijpt echt veel meer dan je denkt!

Van een ouder kreeg ik een keer te horen dat haar kind thuis had vertelt dat de juffen het toch wel lekker rustig vonden zonder kind A wat die dag er niet was. Tja, dat had de peuter toch even opgevangen toen de juffen de dag doornamen…

Over je peuter praten waar hij bij is, moet je zo veel mogelijk voorkomen. Vaak doe je dit heel onopgemerkt toch. Aan het einde van de dag bespreekt mama met papa dat zoon A zoon B weer heeft geslagen of dat de kinderen maar niet wilde luisteren. Dit soort situaties kun je makkelijk voorkomen: bespreek dit soort dingen pas als de kinderen in bed liggen.

Soms kom je er echter niet onderuit om te praten over je peuter waar hij bij is. Bij een overdracht-moment op de crèche met de juf, op het consultatiebureau, bij de huisarts. In zo’n geval is het belangrijk dat je je peuter bij het gesprek betrekt. Zo wordt praten over je peuter, praten met je peuter. Ook als anderen dit niet doen (de crèche-juf of de consultatiebureau-arts), kun jij dit wel doen. Zegt de juf dat je peuter vandaag zo leuk aan het kleuren was, dan kun jij je peuter bij dit gesprek betrekken door aan hem een vraag te stellen. Bijvoorbeeld: ‘Oja, heb je vandaag gekleurd? Wat heb je gemaakt?’

Mocht je op de crèche merken dat je vaak een negatieve boodschap meekrijgt over je peuter aan het einde van de dag, dan kan het vervelend zijn dat je peuter dit ook steeds hoort. In zo’n geval kun je ervoor kiezen om allereerst met de juf af te spreken dat er ook altijd een positief punt genoemd wordt. Je kunt daarnaast ook afspreken om de negatieve punten niet mondeling over te dragen, maar schriftelijk.

Luisteren!
Bij dit kopje zul je wellicht denken dat het belangrijk is dat je peuter naar jou luistert. Maar nee, het gaat er hier juist om dat JIJ leert luisteren naar je peuter!
Heel belangrijk bij communiceren met een peuter is luisteren! Peuters willen vaak heel graag van alles vertellen en gaan taal steeds meer gebruiken als voornaamste communicatiemiddel. Veelal vertellen ze graag over hun dag, wat ze hebben gedaan, met wie ze hebben gespeeld, wat ze hebben gegeten. Maar ook vertellen ze informatie die erg belangrijk kan zijn.

Zo was er een peuter op de crèche die net zindelijk was en mij duidelijk wilde maken dat ze moest plassen. We speelden buiten en ineens komt ze naar me toe en zegt: ‘Er komt een plasje aan.’ Ik verstond haar niet goed, maar ze bleef volhouden. Uiteindelijk begreep ik de boodschap en kon ik snel met haar naar de wc gaan.

Of jouw peuter een kletskous is (of wordt) of niet, zul je vanzelf merken. Sommige peuters kletsen honderduit met weinig inhoud, anderen vertellen alleen iets als ze ook echt iets te melden hebben. Het gevaar is bij beide ‘soorten’ peuters dat wij vaak onderschatten dat de boodschap die ze over willen brengen voor hen voor grote waarde kan zijn. Het is daarom belangrijk om goed te luisteren naar je peuter. Zo leer je hem immers ook goed kennen. Heb je een keer niet zo veel tijd om te luisteren, zeg dit dan eerlijk tegen je peuter.

Echter, maak ook tijd om te luisteren. Laat zien dat je echt geïnteresseerd bent in wat je peuter te vertellen heeft, stel vragen. Je zult verstelt staan over de leuke gesprekken die zo kunnen ontstaan!

Om af te sluiten, twee leuke gesprekjes met peuters:
Ik oefen met een kind (3 jaar) de namen van de vingers. De duim en de pink waren al bekend. “En dit is je wijsvinger”, vertel ik, “daar kan je mee wijzen.” We lopen alle vingers nog eens na. Ik: “En hoe heet deze vinger ook alweer?” Kind: “De aanwijsvinger!”
Ik tel samen met een kind (2,5) zijn tenen. “1, 2, 3 …. 10!” en vraag: “Hoeveel tenen heb je nu?” Kind: “Uuuuh… veel!”

Communicatie met een dreumes

Kind (2 jaar) ligt in bed en wil maar niet gaan slapen. Ze roept heel hard een ander kindje dat in bed ligt. Ik zeg streng tegen het kind dat ze stil moet zijn. Dan zegt het kind zacht: ‘Peta… Peta boos.’                        

Bij communicatie met een dreumes komt alweer meer kijken dan bij communicatie met baby’s. Dreumesen kunnen meer en praten meer wat een groot verschil maakt voor de communicatie. Er zijn heel veel dingen om op te letten en heel veel manieren om het minder goed, maar vooral ook goed te doen. Als je een paar belangrijke tips in je achterhoofd houdt en je dreumes met liefde benadert, zal het prima gaan!

Als leeftijdsgrens houd ik voor een dreumes 18 tot 30 maanden aan (1,5 tot 2,5 jaar).

Kind hoogte
De meeste dreumesen kunnen staan en vaak ook al lopen. Dit is een groot verschil met baby’s, die dit nog niet kunnen. Bij een baby is het belangrijk om hem aan te kijken als je tegen hem praat en bij een dreumes is dit des te meer het geval.

Ten eerste halen dreumesen heel veel informatie uit je gezichtsuitdrukking. Te meer, omdat ze de inhoud van wat je zegt niet altijd volledig begrijpen. De toon en je gezichtsuitdrukking zijn dan belangrijke informatiebronnen. Door op kind hoogte (dat wil zeggen ooghoogte) met je dreumes te praten, kan hij jouw gezichtsuitdrukking het beste lezen.

Daarnaast kan het heel bedreigend overkomen als je vanaf grote hoogte naar beneden kijkend met je dreumes praat. Stel je zelf maar eens voor dat er iemand die drie keer zo groot is als jij met je praat, zonder dat deze persoon even door zijn knieën gaat. Naast dat het voor beide partijen heel vermoeiend is om zo met elkaar te praten, ontstaat er gelijk een gevoel van ongelijkheid waardoor je niet als gelijkwaardige gesprekspartners met elkaar kunt praten.

Duidelijke, korte zinnen
Een dreumes is nog volop bezig met zijn taalontwikkeling. Hij zit in een stadium waarin hij nog lang niet alle woorden begrijpt. In de communicatie met je dreumes is het erg belangrijk dat je hier rekening mee houdt. Gebruik duidelijke taal en korte zinnen. Wil je je dreumes bijvoorbeeld afleren om zijn brood op de grond te gooien? Dan is een korte en duidelijke: ‘Naam, nee!’ voldoende.
Het uitleggen van waarom dat dan niet mag, is uiteraard ook belangrijk. Maar, in de dreumesfase houdt een kind zich eerst vooral bezig met de basale regels. Pas in een later stadium komen de waarom-vragen en wordt het belangrijk om veel uitleg te geven.
Echter, mocht je een kind apart willen zetten, omdat hij iets herhaaldelijk blijft doen wat niet mag, dan is het ALTIJD belangrijk om uit te leggen waarom je dit doet! Bij een dreumes gebruik je dan woorden die hij begrijpt. In een volgende column zal ik verder ingaan op juiste manieren van corrigeren en afleren.
Andere voorbeelden van duidelijke, korte zinnen, zijn: ‘We gaan eten’, ‘Kom je aan tafel?’, ‘Je gaat slapen’,’ Ik ga werken’, ‘Is dat leuk?’
Tot slot is het belangrijk om bij veel dingen die je tegen je dreumes zegt, zijn naam erbij te noemen: ‘Naam, je gaat slapen.’ Dit leert een kind dat zijn naam bij hem hoort, maar het geeft ook veel duidelijkheid. De communicatie wordt duidelijk naar hem gericht.

Intonatie en stemgebruik
Zoals hierboven al beschreven, begrijpt een dreumes nog niet alles van wat je zegt. Hij gebruikt daarom ook veel andere middelen om jou toch zo goed mogelijk te begrijpen. Hij let op je houding, je gezichtsuitdrukking, maar vooral ook op je stemgebruik.

De manier waarop je iets zegt, is voor een dreumes minstens zo belangrijk als wat je zegt. Ben je boos op je dreumes? Laat je stem dan ook boos klinken. Ben je blij of enthousiast? Laat je stem dan vrolijk en blij klinken. Je zult merken dat het weinig effect heeft als je met een hele lieve en hoge stem je dreumes boos toespreekt. Ook al straalt de inhoud van de boodschap wel duidelijk ontevredenheid uit, als je stem dat niet doet, zal je dreumes er weinig van begrijpen.
Daarnaast zul je merken dat je dreumes ook erg geneigd is om je na te doen. Wil je dat hij iets stiller en rustiger doet? Roep dan niet hard en boos dat hij op moet houden, maar praat zacht en rustig tegen hem en stel op die manier voor dat hij bijvoorbeeld kan gaan kleuren aan tafel.

Verder wordt het bij een dreumes belangrijk dat je op een gewone en volwassen manier met hem gaat praten. Bij een babyzul je automatisch je stem verheffen, wat prima is, omdat hij je zo beter hoort. Bij een dreumes is het van belang dit langzaam te gaan afleren. Een dreumes wordt steeds meer een gelijkwaardige gesprekspartner en wil serieus genomen worden. Daarnaast wil jij ook door je dreumes serieus genomen worden als je wat zegt. Door op een gewone manier te praten (zoals je dat ook met de volwassenen in je omgeving doet), merkt de dreumes dat hij serieus genomen wordt. Hij zal jou dan ook serieus nemen.

Tijd nemen en herhalen
Een erg belangrijk onderdeel van de communicatie met dreumesen is geduld! Bij een dreumes wordt je geduld waarschijnlijk het meeste op de proef gesteld. Iedereen kent de ‘Ik ben 2, dus ik zeg nee’-fase wel. Nee zeggen en nee bedoelen zijn echter twee verschillende dingen. Je dreumes heeft geleerd dat hij een eigen wil heeft. Door ‘nee’ te zeggen, kan hij simpelweg laten wat er van hem gevraagd wordt. Een leuk kat-en-muis spel kan zo ontstaan. Grappig toch?

Af en toe mag dit ook zeker wel. Wij leren onze kinderen zelfstandig te worden en een mening te vormen, laten we dat dan vooral niet afstraffen als dat gebeurt! Echter, soms gaat het duidelijk alleen om het spelletje en zul je iets moeten verzinnen om dit te omzeilen. Snelle tip: afleiding! Wil hij zijn jas niet aan? Leidt hem even af, neem de tijd, maak er geen drama van en probeer het onopvallend opnieuw.

Terug naar de communicatie. Soms bedoelt een dreumes met ‘nee’ ook echt ‘nee’. Wil hij zijn jas echt niet aan? Dan kan dat ook goed komen doordat het veel te snel gaat. Jij hebt misschien gisteren al bedacht dat je vandaag om 11.00 boodschappen gaat doet, maar voor je dreumes is dit helemaal nieuw. Hij was lekker aan het spelen en heeft helemaal geen zin om daarmee te stoppen, zijn jas aan te trekken en naar buiten te gaan.
Ga je met je dreumes naar de supermarkt? Vertel hem ruim van te voren dat je dit van plan bent. Ruim van te voren betekent voor een dreumes 15 minuten van te voren. Herhaal de boodschap nog een aantal keer voordat het zover is. Houdt aan: om de 5 minuten. Vertel hierbij duidelijk en kort wat er gaat gebeuren: ‘We gaan zo/straks boodschappen doen. Dan doen we je jas aan. En gaan we naar buiten.’ Een dreumes heeft vaak nog een slecht besef van tijd. De woorden ‘zo’ of ‘straks’ zeggen hem weinig. Echter, je hoeft niet alle woorden te mijden die je dreumes niet kent. Hij zal uit deze boodschap wel de belangrijkste woorden halen: ‘boodschappen’, ‘jas’ en ‘buiten’. Als het dan zo ver is, herhaal je nogmaals de boodschap, laat je de jas zien en vraag je netjes: ‘Mag ik je jas aandoen?’

Benoemen
Het benoemen is al aan bod gekomen in de vorige column over communicatie met baby’s. Ook bij dreumesen blijft het belangrijk om veel van wat je doet, van wat zij zien en horen en van wat ze voelen te benoemen. Ze zijn, net als baby’s, nog volop bezig met het begrijpen van de wereld om hen heen. Jij helpt ze een heel stuk door veel te benoemen. Benoem wat jij met ze doet: ‘Ik zet je nu aan tafel’, ‘We gaan eten’ ‘Ik ga je uitkleden’ Benoem wat zij zien en zelf nog niet kunnen benoemen: ‘Kijk, dit is je bord’, ‘Die baby is aan het huilen, hij is verdrietig’ ‘Kijk, het regent’ En benoem hun gevoel: ‘Heb je pijn?’, ‘Je moet huilen’, ‘Ben je verdrietig?’, ‘Jij bent vrolijk!’
Je zult zien dat dreumesen nog veel meer dan baby’s leren om op non-verbale manieren met jou te communiceren. Ze zullen veel aanwijzen, ze zullen jou het boekje geven wat ze graag willen lezen, ze zullen simpelweg je hand pakken en je meenemen. Stimuleer dit en ga hierin mee. Het is heel fijn voor een kind als hij begrepen wordt. Door ondertussen te benoemen wat jij waarneemt (‘Wil je een boekje lezen?’) stimuleer je ook hun taalontwikkeling!

Weten wat je dreumes niet weet
Voor de communicatie met een dreumes is het tot slot belangrijk dat je ook heel goed weet wat je dreumes nog niet weet en begrijpt. Hieronder een paar voorbeelden:
Veel dreumesen snappen vragen die beginnen met ‘waarom’ nog niet. Ze zullen deze vraag, als ze hem verder wel snappen, interpreteren als ‘waar’. Als je vraagt: ‘Waarom heb je dat gedaan?’ zullen ze, als ze antwoord geven, wijzen/vertellen waar ze iets hebben gedaan. Een alternatief kan zijn te vragen: ‘Wat is er gebeurd?’

Ook zinnen en vragen met het woordje ‘of’ erin zijn erg lastig voor een dreumes. Een dreumes begint net te leren om te kiezen en hem simpelweg vragen ‘wil je dit of dat?’ is nog veel te lastig. Hij zal dan vrijwel automatisch kiezen voor dat wat jij als laatste noemt, zegt alleen ‘ja’ of ‘nee’ of hij geeft geen antwoord. Wil je je dreumes toch laten kiezen? Hartstikke goed, maar houd het simpel! Geef de keuze uit twee dingen en laat het zien. Laat de jam en hagelslag een voor een zien en vraag: ‘Wil je jam of hagelslag?’ Zet beide producten een stukje uit elkaar voor je dreumes op tafel en laat hem aanwijzen. Als aanwijzen nog niet lukt, kun je kijken waar je dreumes naar blijft kijken. Als hij heeft gekozen, laat je het gekozen product duidelijk zien en zeg je: ‘Je hebt gekozen voor jam. Ik doe nu jam op je brood.’

Tot slot hebben dreumesen nog een erg slecht besef van tijd. Een tijdsbestek van een paar minuten tot een kwartier is nog te overzien, maar zeggen dat je dreumes over een uur naar bed moet, heeft weinig zin. Veel ouders hoor ik op de crèche tegen hun dreumes zeggen: ‘Mama komt straks weer terug.’ Vooral een geruststelling voor jezelf, want je dreumes heeft geen idee wat je met ‘straks’ bedoelt. Ook ‘vanmiddag’ is erg vaag en bovendien ver weg. Je dreumes zal vanzelf leren dat je hem elke keer gewoon weer komt halen.
Voor alles geldt: raak vooral niet gefrustreerd, besef goed wat je dreumes wel en niet kan, probeer je in te leven in zijn hoofdje en wereldje en bedenk je dan wat jij anders kan doen.
Tot slot: ook jij zult met vallen en opstaan gaan leren hoe jouw dreumes in elkaar steekt. Niet alles hoeft en kan gelijk perfect gaan!

Communicatie: verbaal en non-verbaal

Communicatie: verbaal en non-verbaal

Elk kind is uniek! Hieronder zal een korte samenvatting volgen van de taalontwikkeling bij kinderen tussen de 0-4 jaar oud. Belangrijk om te beseffen, is dat alle genoemde leeftijden gemiddelden zijn. Elk kind is anders en uniek. Een gemiddelde zegt vrij weinig over jouw kind. Het is slechts een richtlijn. Op jonge leeftijd kan er nog nauwelijks gesproken worden over een achterstand en elk kind leert en produceert in zijn eigen tempo!

Communicatie: verbaal en non-verbaal Communicatie is een van de belangrijkste facetten van het opvoeden. Je bent, zonder dat je je hier wellicht bewust van bent, de hele dag aan het communiceren met je kind. Je kind leert vooral door te imiteren en af te kijken, wat jou weer een enorm belangrijk voorbeeld maakt in de taalontwikkeling van je kind.

Belangrijk om hierbij te beseffen, is dat de communicatie tussen jou en je kind voor een groot deel non-verbaal verloopt. Dat wil zeggen, zonder woorden.  Naarmate een kind ouder wordt, begint de verbale communicatie steeds meer een rol te spelen. Echter, de non-verbale communicatie blijft ons hele leven lang sterk aanwezig.

Hieronder zal het vooral gaan over de ontwikkeling van de verbale communicatie. Welke rol de non-verbale communicatie speelt, zal in de volgende blogs duidelijk worden. Voorbeelden van non-verbale communicatie op jonge leeftijd zijn: het wijzen naar objecten, het pakken van je hand en je meenemen en het aangeven van een speeltje of een boekje. Allemaal manieren om te communiceren zonder woorden.

Klanken Kinderen leren taal door te luisteren naar de mensen in hun omgeving en hen na te doen. In de eerste tijd leren baby’s eigenlijk vooral dingen af dan bij. Al in de eerste paar dagen na de geboorte leren ze welke klanken gebruikt worden in hun eigen taal.  Een pasgeboren baby kan nog alle klanken van de wereld onderscheiden, maar een baby van een paar dagen oud, kan dit al niet meer en is al duidelijk beperkt tot de klanken van de eigen taal. Als een baby ongeveer 6 maanden oud is, let hij al niet meer op de klankpatronen die niet bij zijn eigen taal passen. Daarna gaat een baby herkennen welke woorden veel worden gebruikt en krijgt hij duidelijk gevoel voor intonatie.

Baby’s van ongeveer 2 maanden oud beginnen met het maken van ‘klinker-achtige’ klanken: ‘Ooooo’ en ‘aaaaa’. Als ze ongeveer 4 maanden zijn, gaat dit over in gebrabbel en voegen ze medeklinkers toe: ‘bababa’ en mamamama’. Rond deze leeftijd gaan we ook duidelijke interactie met de ouder zien. Dit zien we zowel in de verbale als non-verbale communicatie terug. Denk maar aan een baby die jouw woorden en geluidjes probeert na te zeggen of het lachen bij het spelletje kiekeboe.

Tussen de 7 en de 10 maanden worden duidelijk de klanken van de eigen taal kenbaar wat rond de 12 maanden kan leiden tot het eerste woordje (Dit varieert echter tussen de 8 en 18 maanden.) De eerste woordjes verwijzen over het algemeen naar belangrijke mensen (‘mama’ en ‘papa’), objecten die kunnen bewegen (‘bal’, ‘auto’) of bekende gebeurtenissen (‘dag’, ‘op’, ‘meer’).

Woorden De verbale communicatie, met name de woordenschat, bereikt een piek tussen de 18 en 24 maanden. Kinderen leren dan gemiddeld zo’n 10 à 20 nieuwe woorden per week. Ook het begrijpen van woorden die anderen zeggen neemt vanaf de 18 maanden duidelijk toe. Het begrijpen van woorden loopt duidelijk voor op het produceren van woorden.

Gedurende de volgende paar jaar, leren kinderen steeds weer nieuwe woorden en nieuwe betekenissen. Je zult zien dat kinderen woorden eerste nog verkeerd uitspreken (klanken versimpelen of weglaten bij moeilijke woorden) dat ze alles wat rond is ‘bal’ noemen, maar ook dat ze zelf woorden gaan verzinnen voor dingen waarvan ze het woord nog niet kennen. Een meisje van 3,5 op mijn groep zei laatst dat ze later graag ‘tuinvrouw’ wilde woorden. Een duidelijk zelf bedacht woord, omdat ze het woord ‘tuinier’ of  ‘hovenier’ nog niet kent. Zodra ze dit woord wel kent, zal het woord ‘tuinvrouw’ ook gelijk worden vervangen.

Grammatica Ook op jonge leeftijd zien we dat kinderen de basale regels van de grammatica aan het uitproberen zijn. In eerste instantie zul je kinderen tussen de 1,5 en 2,5 jaar veel horen praten in een soort ‘telegramstijl’: ‘Ik moe’, ‘Mama auto’, ‘Au buik’. 2- en 3-jarigen gaan hier al woorden tussen plakken: ‘Ik ben moe’, ‘Mama haar auto’, ‘Buik doet pijn’. Wel zijn ze nog erg aan het oefenen met deze regels en zullen ze hierin fouten maken, zoals: ‘Ik is moe’ en ‘Mama zijn auto’.

Tegen de tijd dat een kind 4 jaar oud is, is het redelijk tot goed in staat om op een verbale manier te communiceren. Zowel onderling met kinderen van de eigen leeftijd als met volwassenen. Kinderen kunnen goed uitleggen wat ze bedoelen en gebruiken metaforen voor de woorden die ze nog niet kennen.

In de jaren die volgen, zal de woordenschat nog verder worden uitgebreid, zullen ze de betekenis van nieuwe woorden steeds beter leren te begrijpen door naar de context te kijken en zullen ze zich de regels van de grammatica verder eigen gaan maken.