**//sticky ads code//**
Vette pech!

Vette pech!


Wat Paul van Loon, J.K. Rowling en vele anderen niet is gelukt, lukte Jeff Kinney wel: Osmo blééf 
lezen in

Het leven van een loser

– Vette pech!, oftewel deel 2 van Het leven van een loser. Al de eerste dag liet hij weten ook deel 1 te willen lezen. De derde dag legde hij het uitgelezen boek zuchtend neer en zei: ‘Hopelijk komt er snel een deel 3, maar gelukkig ken ik het eerste boek (deel 1) nog niet.’
Dit deel 1 is in bezit genomen door zijn dyslectische stiefbroer. Die leest beduidend langzamer, dus is het maar afwachten wanneer Osmo kan dóórlezen.
Het lukte mij het boek van 223 pagina’s in 2,5 uur uit te lezen. Maar het was geen onverdeeld genoegen. Op tijdrovender wijze had ik me ooit door de eerste twee Harry Potterboeken geploegd. Nieuwsgierigheid naar het waarom van hun populariteit was in beide gevallen mijn drijfveer. Ook nu wilde ik proberen te bevatten wat er zo bijzonder was aan dit boek, en ook dit keer werd ik teleurgesteld. Alle publicitaire aanbevelingen (‘Hilarisch’, ‘Verdient het om populair te worden’, Buikpijn van het lachen’) ten spijt vond ik het een slap aftreksel van Sue Townsends Adrian Mole-serie.

De schrijver maakt namelijk ook gebruik van de dagboekformule. Het lettertype is daar zelfs op aangepast. De ik-persoon (Abraham) ambieert stripschrijver te worden, dus staan er veel toelichtende strips in. Zijn zelfspottende verteltrant mist echter nou net dat noodzakelijke zuchtje ironie, waardoor veel van wat hij opschrijft zo zelfingenomen overkomt.  Ik begrijp mijn zoon niet. Hoe kan Osmo, en blijkbaar een groot deel van Amerika, dit leuk vinden? Het boek heeft nummer één gestaan in de New York Times!  Ik vrees dat als alles uit Amerika blijft overwaaien mij nog velerlei ernstige misverstanden in het verschiet liggen. Niet op z’n minst die met Osmo.

 

 

Nationale Voorleesdagen

Begin februari werden de nationale voorleesdagen afgerond. Het doel van deze door de CPNB georganiseerde dagen is om het voorlezen aan kinderen die nog niet leesvaardig zijn te bevorderen. Volgens mensen die er voor hebben doorgestudeerd kan je feitelijk bijna direct na de geboorte van je kind al beginnen met voorlezen. Voordeel is dat het heel jonge kind (tot ongeveer zeven maanden) er geen jota van hoeft te begrijpen. De interactie tussen ouder/verzorger en kind is waar het dan vooral om gaat. Ik heb destijds aan Osmo mijn schriftelijke studie (een cursus aan de NTI) voorgedragen. Gegarandeerd slaapverwekkend!
Daarna (vanaf 7 maanden) kan voorlezen een gunstige uitwerking hebben op de leervaardigheid van het kind. Mits je dan natuurlijk wel je voorleesliteratuur enigszins hebt aangepast aan de belevingswereld van het kind. Dus legde ik de studie opzij om me te gaan verdiepen in zíjn belevingswereld. Omdat de Nationale Voorleesdagen pas in 2004 geïntroduceerd werden moest ik afgaan op mijn intuïtie. Ik kocht Het schaampaard van Kees van Kooten en heb daar nooit spijt van gehad. En in de ramsj Heksenbal bij volle maan. Een uitgave van 1993 in rijm over heksen lang voordat tovenaarskind Harry Potter het licht had gezien. Uitspraken in hoeverre deze eerste twee titels Osmo’s leervaardigheid hebben beïnvloed, laat ik over aan zijn juf. Als moeder beperk ik me tot mijn eigen observaties; Osmo is een van die zeldzame jongens die paardrijdt en zich daarover nog steeds laat voorlezen. Zo lees ik nu Het paardenboek van Hans en Monique Hagen aan hem voor. Een compleet non-fictie werk over paarden.
Boektitel twee verklaart, wanneer het op voorlezen aankomt, Osmo’s inschikkelijkheid. Ongeacht de maanstand heks ik me letterlijk door diverse voorleesboeken heen om deze tweewekelijkse column te verzorgen. Hij uit nooit bezwaren, zolang ik maar niet op bezems vlieg.

Niet raar

“raar” een jongensboek met een politiek correct tintje dat, door het geplande bezoek aan Sotsji, spraakmakend actueel is. Want reken maar dat net als veel Russen kinderen vaak ook aarts conservatief zijn als het op homo’s aankomt.
Natuurlijk hoop ik op een sociaal wenselijk antwoord als ik Osmo’s mening vraag over het homohuwelijk. Voor jongens van zijn leeftijd is dat een heel gevoelig onderwerp. Dat bleek wel toen hij een klassikale boekbespreking hield over Raar!, van de Belgische auteur Tine Mortier.
De vragen uit de instructie hoe een boekbespreking voor te bereiden, liep Osmo braaf door. Daardoor zag hij zich voor de taak gesteld te verwoorden wat dit boek de moeite waard maakte er een bespreking aan te wijden. Dat het antwoord ‘omdat het een leuk boek is’ in dit geval niet volstond, begreep hij goed genoeg om met een keurig politiek correcte motivatie te komen: ‘Ik vond het een goed boek omdat het niet raar is dat mensen anders zijn’. En dat zonder dat ik hem daarbij souffleerde!
Mijn nieuwsgierigheid was dan ook groot naar hoe hij het er vanaf had gebracht. ‘Er is in de klas wel drie kwartier over homo’s gepraat.’
Zelfs de laatste berichtgeving dat homo’s toch weer wel uit het Amerikaanse leger worden geweerd, was onderwerp geweest. Het boek gaf daar eigenlijk geen directe aanleiding toe. De homo’s die erin figureren, zijn de adoptieouders van iemand met wie de hoofdpersoon, Paco, bevriend raakt. De andere jongen met wie Paco in het boek bevriend raakt, dankt zijn afwijkende status ook aan zijn – deels ontbrekende – ouders. Hij is kermisklant, ofwel de zoon van een te jonge kermismoeder.

De auteur laadt daardoor wel de verdenking op zich erg zwaar aangezette tegenstellingen nodig te hebben om te bewijzen wat gewoon is. Dat maakt het wat belerend, maar stoorde Osmo helemaal niet.

Mees Kees

Mees Kees

Mees Kees is bekend van de twee films, waarvan de tweede Mees Kees op Kamp uitgeroepen is tot de best bezochte Nederlandse familiefilm van 2013. Jeugdauteur Mirjam Oldenhave is de bedenker van Mees Kees, over wie ze zeven boeken heeft geschreven, waaronder ook het in 2010 verschenen boekenweekgeschenk. Toen bestond de serie nog uit vijf boeken.

Meester
Eigenlijk heb ik het niet zo op boeken waarin meesters of juffen of voor mijn part hele klassen de hoofdrol spelen. Al zou ik ze zelf wel willen schrijven. Gebaseerd op mijn ervaringen zou een en ander in schril contrast staan met de lieflijke vertellingen die nu worden uitgegeven. De huidige protagonisten volgen een betere pedagogische opleiding dan de juffen en meesters uit mijn tijd deden. Resultaat is dat verhalen over hen waarschijnlijk prettiger leesbaar zijn dan wat ik over het onderwerp op papier kwijt zou willen.
Het is misschien beter dat ik kinderen behoed te lezen over mijn juf Sperbers ontoereikendheid. Niet alleen op het gebied van lesgeven, ook op het gebied van inlevingsvermogen scoorde ze bedroevend laag. En dat boek na boek zou op iedere kinderziel een verwoestende uitwerking hebben.
Nee, dan liever series zoals Meester Jaap (Jacques Vriens) en Mees Kees (Mirjam Oldenhave), die zijn pas een weldaad voor het kind. Osmo blijkt er ook gevoelig voor. Tijdens het voorlezen van Mees Kees in de gloria, het boekenweekgeschenk van 2010, gniffelde hij regelmatig om de originele lestoepassingen van pabostagiair Kees. Waar ik genoot van de taalvondsten, kon Osmo het vooral om de originaliteit waarderen. Hij was daarom blij verrast te horen dat er nóg vijf Mees Kees verhalen bestaan. Gemakshalve gaat hij ervanuit dat ik ze allemaal ook zal gaan voorlezen.
Aan Oldenhaves schrijfkunst ligt het niet. Ik ben gewoon te ongeduldig voor kinderboekenseries, denk ik. Vermoedelijk is dat de feitelijke verklaring waarom mijn eigen erbarmelijke schoolklaservaringen het licht nog niet hebben gezien. Hoewel ik met alle liefde óók hiervan juf Sperber de schuld zou geven.

Kinderbijbel

Kinderbijbel

Osmo weet helemaal niets over Kerstmis. Dat had me niet hoeven verbazen, maar ik was toch verrast. Op mijn vraag wat er gevierd wordt met Kerst antwoordde hij onzeker: `De vakantie?’.
`Nee.’
`O ja,’ gelukkig, hij wist het weer. `Iets met Jezus.’
Inderdaad, dus ondanks mijn niet-christelijke opvoedwerk was die naam hem niet onbekend. Dat moet hem door de kant van mijn ex zijn bijgebracht. Die hebben een heuse dominee, aangetrouwd dat wel, in hun familie. Mijn kant is meer van de reïncarnatie en andere Aziatisch getinte onzin.
Na deze korte introductie las hem het verhaal van Jozef en Maria voor uit een willekeurige Kinderbijbel. Niet dat daarvan in huis verschillende exemplaren rondslingeren, maar bestaan er werkelijke grote onderlinge verschillen van een verhaal dat zijn oerversie heeft in het Nieuwe Testament? Een gedegen onderzoek daarnaar laat ik graag over aan de betere gristen.
Braaf hoort Osmo het verhaal aan van Maria die in verwachting is en Jozef vertelt dat ze moeten gaan trouwen. Ze houdt (in mijn Bijbelversie) een hele monoloog over het willen krijgen van dit Kind, want wie zegt dat het niet iemand wordt waar de mensen wat aan hebben? Jozef is totaal overrompeld, want meestal is Maria een stil meisje. Op een of andere manier doet hij me sterk denken aan Levi Johnston, de aanstaande schoonzoon van Sarah Palin.
Het tweede hoofdstuk verhaalt over de geboorte. Het Kindeke ligt in de wieg en als keizers, koningen en herders aankomen, gaan ze spontaan zingen. De laatste zin lees ik Osmo voor als een heuse cliffhanger: `De naam van dat kind was …’?
`Jezus,’ zegt Osmo.
Bingo, we gaan door voor de kruisiging.