Het verband tussen ADHD en angst

Het verband tussen ADHD en angst

Angst komt veel voor bij kinderen met een ADHD brein. Veel van de uitdagingen die gepaard gaan met ADHD kunnen kinderen angstig maken. Kinderen met een ADHD brein hebben ook meer kans op een angststoornis dan andere kinderen. Het kan moeilijk zijn om te zeggen of een kind ADHD of angst heeft omdat er veel van de kenmerken overlappen.  Lees meer over het verband tussen ADHD en angst en hoe je kinderen kunt helpen.

Het verband tussen ADHD en angst

Kinderen met ADHD hebben moeite met executieve functies. Dit zijn de vaardigheden die ons helpen ons te organiseren, plannen, tijd te beheren en dagelijkse routines te volgen. Elke dag worstelen met deze vaardigheden kan stressvol zijn. En chronische stress kan leiden tot angst.

Een kind met een adhd brein heeft vaak meer moeite om met stress om te gaan dan andere kinderen  Dat komt omdat ADHD van invloed is op hoe kinderen omgaan met hun emoties. Kinderen met een ADHD brein kunnen enorm overspoeld worden door emoties, wat maakt dat ze moeite hebben met helder na te denken over hoe ze met de situatie moeten omgaan.

Het hebben van een ADHD brein kan dus sneller leiden tot angst. Een kind heeft tot drie keer meer kans op een angststoornis dan andere kinderen.

Hoe een angstig kind met ADHD eruit kan zien

Problemen met het omgaan met emoties kunnen het gedrag van kinderen op verschillende manieren beïnvloeden. Sommige kinderen gedragen zich en vestigen de aandacht op zichzelf. Anderen zitten stil en proberen niet opgemerkt te worden. Het volgende gedrag kan een teken van angst zijn:

  • Clownesk gedrag in en buiten de klas
  • Lijkt prikkelbaar of heeft veel commentaar
  • Leugens over schoolwerk of andere verantwoordelijkheden die niet zijn nagekomen
  • Trekt zich terug van mensen, misschien door zich terug te trekken in de slaapkamer of badkamer
  • Speelt videogames of kijkt non-stop tv

Waarom angst soms verkeerd wordt gediagnosticeerd als ADHD?

Soms kunnen kinderen met angst een verkeerde diagnose krijgen van ADHD, of omgekeerd. Dat komt omdat de twee op het eerste gezicht op elkaar kunnen lijken. Hier zijn enkele voorbeelden van gedrag van een kind, welke op meer manieren kan worden uitgelegd:

  • Moeite hebben met opletten.
    Kinderen met angstgevoelens lijken misschien afwezig, maar ze worden echt afgeleid door zorgen. Kinderen met ADHD zijn onoplettend vanwege verschillen in de hersenen die de focus beïnvloeden.
  • Constant friemel
    Kinderen met angst kunnen tijdens de les non-stop op hun voet tikken vanwege nerveuze energie. Kinderen met ADHD friemelen vanwege hyperactiviteit of problemen met impulscontrole.
  • Langzaam werken.
    Kinderen met angst kunnen langzaam werken omdat ze het gevoel hebben dat ze iets perfect moeten doen. Kinderen met ADHD doen er lang over om dingen voor elkaar te krijgen, omdat ze moeite hebben met het starten van taken en zich daarop concentreren.
  • Geen opdrachten in leveren.
    Kinderen met angst kunnen vastlopen bij een taak en te angstig zijn om om hulp te vragen. Kinderen met ADHD leveren vaak geen opdrachten in vanwege slechte planningsvaardigheden en vergeetachtigheid.
  • Moeite om vrienden te maken.
    Kinderen met sociale angst zijn misschien te bang voor sociale situaties om vrienden te maken. Kinderen met ADHD kunnen moeite hebben met  het oppikken van sociale signalen omdat ze moeite hebben met focus. Of hun impulsieve gedrag kan andere kinderen irriteren of vervreemden.

Er zijn veel overlappende symptomen tussen ADHD en angst. Maar er zijn ook belangrijke verschillen:

  • Kinderen met angststoornissen vertonen vaak dwangmatig of perfectionistisch gedrag. Dit zie je minder vaak bij kinderen met een ADHD brein
  • In geval van ADHD hebben kinderen moeite met het organiseren van dingen. Dit komt niet zo vaak voor bij kinderen met angst.
  • Kinderen met angst hebben de neiging zich meer zorgen te maken over sociale contacten dan kinderen met ADHD.
  • Kinderen met angst kunnen ook lichamelijke symptomen krijgen, zoals zweethanden, snelle ademhaling en buikpijn.

5 inzichten die leiden tot het beter omgaan met ADHD

Hoe kan je een kind helpen

Hier zijn enkele andere manieren om te helpen:

  • Kijk goed naar je kind. Probeer het niet allemaal toe te schrijven aan ADHD.  Signaleer het vlucht of angst gedrag, vraag of hij zich zorgen maakt over iets of zich ergens ongemakkelijk over voelt.
  • Als een kind over angst praat, erken en bevestig die gevoelens dan. In plaats van een kind te vertellen “rustig” te zijn, is het goed om samen te kijken hoe je hiermee om kunt gaan.
  • Houd rekening met je eigen angst. Sommige ouders van angstige kinderen worstelen zelf met angst. Onthoud dat een kind leert te reageren op stressvolle situaties door te kijken hoe jij erop reageert. Kinderen kunnen vaak gemakkelijker met angst omgaan als hun ouders kalm en positief blijven.
  • Probeer dingen niet persoonlijk op te vatten. Het kan verontrustend zijn als een kind thuiskomt van school en iets grofs of beledigends zegt. Maar als kinderen dit doen, zijn ze vaak bezig met stoom afblazen na een stressvolle dag. Als de zaken zijn gekalmeerd, brainstorm dan over manieren om te decomprimeren, zoals rust bieden voordat je naar school gaat vragen.
  • Help een kind het grote geheel te zien. Als een kind ontploft bij het maken van wiskundehuiswerk, wacht dan tot de dingen zijn gekalmeerd. Moedig een kind vervolgens aan om na te denken over de oorzaak van die gevoelens. Praat over wat jullie beiden de volgende keer zouden kunnen doen om wat van die angst te verlichten.
  • Denk aan hulp van buitenaf. Als de angst van je kind het functioneren of genieten van het leven in de weg staat, neem dan contact op met de huisarts.

bron: understood.org

 

Hoe stimuleer je het leesplezier van kinderen?

Hoe stimuleer je het leesplezier van kinderen?

We hebben er in de media veel over kunnen lezen, de leesachterstanden van kinderen, mede door de sluiting van scholen in verband met corona. Het maken van leeskilometers is altijd al belangrijk, maar nu helemaal. Laat kinderen zien dat lezen vooral heel léuk is! Hoe doe je dit als ouder? Squla deed onderzoek naar leesplezier bij kinderen.

De voordelen van lezen

Lezen is voor kinderen van alle leeftijden van onschatbare waarde. Door te lezen groeit het kinderbrein, de woordenschat en leert een kind verbanden leggen.
Een lezend kind heeft een veel grotere woordenschat. Hierdoor kan een kind zich beter uiten en begrijpt hij de wereld om zich heen beter. De woordenschat werkt eigenlijk als een kapstok! Hoe meer woorden een kind kent, hoe meer haakjes hij heeft om nieuwe woorden aan op te hangen.
Door te lezen leert een kind ook veel over grammatica, zin opbouw en spelling. Tevens vergroot het zijn concentratievermogen.

Lezen is ook goed voor de sociale ontwikkeling. Onderzoek wijst uit dat een kind dat leest vaak verbanden legt tussen het gelezen boek en de eigen identiteit. Door het lezen ervaren kinderen ook verschillende kanten van een verhaal. Ze maken kennis met verschillende emoties en leren zich in te leven in (hoofd) personen. Dat werkt weer positief door in de manier waarop ze met anderen omgaan. Het (voor)lezen van een verhaal kan daarnaast helpen een lastig onderwerp bespreekbaar te maken.

Tot slot werkt lezen ook nog eens enorm ontspannend en stimuleert het de fantasie. Kinderen die lezen, krijgen toegang tot een compleet andere wereld waarin alles mogelijk is. Niets zo lekker als
helemaal wegdromen bij een goed boek, toch?

Waarom leesvaardigheid en leesplezier hand in hand gaan

Lezen is goed voor kinderen, dat is duidelijk. Maar hoe stimuleer je dat?  Dat valt of staat met twee dingen: leesvaardigheid en leesplezier.  Deze twee kunnen niet zonder elkaar. Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt dat kinderen die voor hun plezier in hun vrije tijd lezen, over het algemeen leesvaardiger zijn.

Hoe motiveer je je kind om te lezen?

Om nog meer plezier in lezen te krijgen, is het belangrijk om veel leeskilometers te maken. In een ideale wereld lezen kinderen op de basisschool elke dag een half uur in hun vrije tijd.
Lezen alleen omdat het moet leidt niet tot betere prestaties
Uit onderzoek van Stichting Lezen blijkt ook dat kinderen die in hun vrije tijd een sterke autonome (intrinsieke) motivatie hebben om te lezen, vaker lezen en leesvaardiger te zijn. Dit gaat dus om lezen uit eigen beweging, bijvoorbeeld omdat het plezier geeft of de nieuwsgierigheid bevredigt.

Lees meer over de intrinsieke motivatie

Het verband tussen de gecontroleerde (extrinsieke) leesmotivatie en de leesvaardigheid is negatief.  Kinderen die vooral lezen omdat andere mensen dit graag van hen willen, bijvoorbeeld ouders of
leerkracht, presteren minder op lezen. De sleutel tot meer leesplezier is dus om de intrinsieke motivatie van je kind te stimuleren. Dit kun je als volgt doen:

Geef zelf het goede voorbeeld

Goed voorbeeld doet goed volgen.  Weinig dingen zijn zo motiverend als ouders die zelf regelmatig met een boek op de bank kruipen en aan tafel vertellen over hoe leuk, mooi of spannend het verhaal is. Kinderen die hun ouders geregeld zien lezen, grijpen zelf ook sneller naar een boek.
Samen lezen is een favoriete bezigheid van 43 procent van de ondervraagde ouders en kinderen.

Het juiste boek voor het juiste kind

Het juiste boek maakt het verschil. Dat komt duidelijk naar voren uit het onderzoek en de gesprekken met de experts. Zowel jongens (30 procent) als meisjes (32 procent) geven aan meer te lezen als ze leukere boeken zouden hebben.
Kinderpsychologe Tischa Neve benadrukt hoe belangrijk het is om die zoektocht zorgvuldig aan te pakken. “Het juiste boek uitzoeken vraagt tijd en aandacht. Ga met je kind in gesprek. ‘Wat vind je echt leuk om te lezen? Van welke verhalen word je blij? Als je dat weet, kun je samen heel gericht op zoek gaan. Qua niveau kun je altijd de leerkracht om advies vragen.”
En daarna: hop, naar de bibliotheek of boekwinkel.

Het maakt niet uit wát je kind leest, áls hij maar leest

Vergeet niet dat meerdere wegen naar Rome leiden. Een ‘traditioneel’ boek is niet de enige manier. Houdt je kind van stripboeken of leest hij
liever een tijdschrift? Beide zijn goed!
Het maakt niet uit wát je kind leest, áls hij maar iets leest dat hem interesseert. Zodra een kind graag stripboeken of tijdschriften leest, is de stap naar een boek bovendien kleiner. Laat je kind dus
zelf bepalen. Kijk bijvoorbeeld ook eens naar toneelboeken (waarin elke lezer een eigen rol speelt) en samenleesboeken.

Voorkom een lees dip tijdens de vakantie

Valkuil én kans voor ouders

Hoe mooi het ook klinkt, ouders hebben vaak niet de rust en tijd om echt samen met hun kind op de bank een boek te lezen.
Willemse ziet daar een grote kans voor ouders om het leesplezier te vergroten. Maar dat vraagt wel een investering van tijd.
“Zorg dat je als ouder tijd inruimt om samen dat kwartier of halve uur op de bank te lezen. Dus niet als je zelf eigenlijk iets anders
moet doen, maak er voor jezelf ook een rustmoment van.”
Neem het samen lezen op in je dagelijkse routine. Elke dag voor het slapengaan bijvoorbeeld. Begin klein met 10 minuten en verhoog langzaam naar een half uur. Routines geven duidelijkheid voor iedereen. Zo wordt samen lezen al snel een leuke gewoonte.

Meer tips en informatie over leesplezier, kun je vinden op de onderwijsmonitor van Squla

Wat heeft goed bewegen en lezen te maken met primaire reflexen? 

Wat heeft goed bewegen en lezen te maken met primaire reflexen? 

Ooit gehoord van verstoorde primaire reflexen?  Een hoop kinderen op de basis- en middelbare school zijn neuromotorisch onrijp en hebben een instabiele lichaamshouding. Deze onrijpheid heeft vaak te maken met een groep niet goed geïntegreerde primaire reflexen.

Normaal gesproken komen deze reflexen onder controle in de babytijd. Wanneer een aantal reflexen onvoldoende zijn geïntegreerd, blijven ze op de voorgrond aanwezig wat voor verschillende problemen kan zorgen. Zo bestaat er een verband bestaat tussen neuromotorische onrijpheid en de prestaties op school en leerproblemen. Door de neuromotorische onrijpheid bij kinderen te herkennen, kunnen kinderen op de juiste manier geholpen worden. Ook kunnen reflexen in de loop van het leven weer gaan storen door bijvoorbeeld trauma of ziekte 
Met behulp van reflexintegratie kan gewerkt worden aan het verhelpen van verstoorde reflexen.  

Algemene kenmerken van verstoorde reflexen zijn:

Er zijn diverse algemene kenmerken van verstoorde reflexen. Deze verschillen soms nagelang hoe oud een kind is. 

Verstoorde primaire reflexen bij een baby

Een van de kenmerken bij baby’s is het niet of nauwelijks kruipen. Maar ook een houterige motoriek of op tenen lopen is een kenmerk. Een kind stoot zich vaak en als ze iets ouders worden kunnen ze moeilijk stil zitten. Je ziet tot slot vaak een iets verkrampte fijne motoriek.

Verstoorde primaire reflexen na de acht jaar

Als kinderen wat ouder worden zie je vaak onderstaande kenmerken. 

  • Hyperactief of oververmoeid gedrag
  • Veel ongecoördineerde bewegingen, ook bij gymnastiek
  • Het hoofd draait mee tijdens het lezen
  • Tong- en mondbewegingen tijdens bezigheden met de handen
  • Trillende oogleden, heen-en-weer schietende ogen
  • Is gauw afgeleid
  • Overgevoelig voor geluiden, lichtprikkels
  • Kan niet goed focussen, richt de ogen verkeerd (oogsamenwerkingsproblemen en fixatie disparatie).
  • Benen achter stoelpoot gehaakt tijdens schrijven of lezen
  • Op een of beide benen zitten
  • Kan niet of moeilijk
    • Zwemmen, fietsen, huppelen
    • Gedifferentieerde (verschillende) bewegingen (achter elkaar) doen
    • Touwtjespringen, evenwichtsspelletjes
    • Meerdere dingen tegelijk doen

Op school

Kinderen met verstoorde effecten hebben op school moeite met automatiseren en kunnen zich moeilijk concentreren. Ze spiegelen vaak cijfers en letters om en hebben een zwak ruimtelijk inzicht. Hun performale vaardigheden en performale intelligentie is vaak minder goed. Bij de verschillende vakken op school vallen de volgende punten op:

Schrijven

  • Problemen met fijne motoriek
  • Slecht leesbaar handschrift, handschrift buigt naar boven of beneden toe af
  • Hoofd wordt ondersteund met niet-schrijvende hand, hoofd ligt bijna op de tafel bij het schrijven
  • Moeite met op de lijn (tussen lijntjes) schrijven
  • Moeite met overschrijven van het bord (tempo ligt erg laag)
  • Verkrampte/slechte pen greep

Lezen

  • Kind houdt de vinger(of liniaal) bij de regel, zonder bij wijzen kan een kind niet bij de goede regel blijven
  • Lezen gaat erg langzaam

Fysiek, psychisch

  • Misselijkheid bij beweging (wagenziek) 
  • Vaak hoofdpijn
  • Allergie
  • Lage zelfwaardering
  • Emoties zijn zeer heftig en onstabiel
  • Paniekaanvallen
  • Slecht slapen
  • Eetstoornissen
  • Fibromyalgie/Reuma
  • Bedplassen/ Stoelgang

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Bron: mindedit.nl

Een zwak werkgeheugen, oorzaak van veel leerproblemen

Een zwak werkgeheugen, oorzaak van veel leerproblemen

Problemen met het werkgeheugen worden vaak niet opgemerkt. Het wordt veelal gezien als een gebrek aan concentratie of motivatie. 
Kinderen met een zwak werkgeheugen beginnen vaak vol goede moed aan een taak, maar vergeten daarna belangrijke informatie om de taak goed af te maken. Dit in vergelijking met leeftijdsgenoten. 

Kunnen focussen, ofwel de aandachtsfunctie, hangt samen met het werkgeheugen. Aandacht wordt omschreven als de toegangspoort waardoor de informatiestroom de hersenen bereikt. Als informatie niet door de poort is gegaan, is het kwijt, niet aangekomen.  Het werkgeheugen is als het ware een tijdelijke opslagplaats in de hersenen. Alle informatie komt binnen in het werkgeheugen.

Een zwak werkgeheugen

Het werkgeheugen is niet bij iedereen hetzelfde. Gemiddeld kunnen we er zo’n 7 items (plus of min twee) kwijt. Vroeger dacht met dat het werkgeheugen statisch was, inmiddels is bekent dat door trainen het vergroot kan worden.

Over het algemeen zal een kind met een zwak werkgeheugen zal hier zijn hele schoolcarrière last van hebben. Ook zal hij soms moeite hebben om echt aansluiten vinden bij leeftijdsgenootjes.  Het werkgeheugen is een belangrijke factor in het bepalen van schoolsucces, belangrijker zelfs dan het IQ. 

Kinderen met dyslexie, dyscalculie, TOS, of ADHD hebben een zwak verbaal werkgeheugen, maar wel een gemiddeld visueel-ruimtelijk werkgeheugen.

Wat signaleren we bij een zwak werkgeheugen? 

Wat zijn signalen die kunnen duiden op een zwak werkgeheugen bij kinderen. 

  • Moeite met het houden van de aandacht bij een bepaald onderwerp. Bij te veel inspanning haken kinderen af.
  • Het kost kinderen heel veel inspanning om twee of meer dingen tegelijk te doen.
  • Kinderen die ondanks intensieve begeleiding en individuele instructie niet of nauwelijks vooruit gaan.
  • Kinderen zijn in de klas niet in staat voldoende informatie te onthouden om een taak af te maken.
  • Complexe opdrachten worden deels uitgevoerd. Lange zinnen worden niet onthouden.
  • Problemen met rekenen, lezen en spellen. De hoogte van het IQ van een kind maakt hierbij niet uit.

Problemen met het werkgeheugen blijven vaak verborgen voor familie en zelfs leerkrachten. Kinderen worden vaak gezien als lui of ongemotiveerd. Ze horen ook vaak dat ze zich beter moeten concentreren en beter moeten opletten. 

Hoe help je een kind met een zwak werkgeheugen?

Hard werken zonder aandacht voor het werkgeheugen helpt niet. Het oefenen en extra instructies maken totaal geen verschil als de capaciteiten van het werkgeheugen niet ontwikkeld en getraind worden.  Verbeteringen in het leren worden bereikt wanneer het werkgeheugen een impuls word gegeven. 

Kinderen hebben vooral baat bij het trainen van het werkgeheugen, bijvoorbeeld door auditieve geheugen spelletjes, breinspelletjes, sudoku of memory .
Vraag aan een kind niet wat hij allemaal gaat doen,  maar wat hij als eerst gaat doen. Biedt kinderen hulp gericht op verwerken in plaats van onthouden.

Wat ook heel goed werkt is het maken van mindmaps. 

Lees meer over het stimuleren van het werkgeheugen

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Hoe zorg je ervoor dat je hyperactieve kind een goede nachtrust krijgt?

Een goede nachtrust krijgen kan een groot probleem zijn voor kinderen met ADHD of ADD. Uit onderzoek is gebleken dat 20 procent van deze kinderen moeite heeft met vallen of slapen. Dat is drie keer meer dan gemiddeld. 

Een onderzoek uit Engeland heeft uitgewezen dat slaapproblemen ook veel voorkomen bij ouders van kinderen met ADHD . In het onderzoek , waarbij 100 ouders van kinderen van 5 tot en met 17 jaar betrokken waren, sliep 57% van de ouders zes uur of minder, terwijl 27%  minder dan vijf uur slaap kreeg.  Meer dan de helft van de kinderen stond ’s nachts minstens vier keer op. 22%  van de kinderen werd voor 06.00 uur wakker. 
Als kinderen veel wakker zijn is het voor ouders ook moeilijk om voldoende nachtrust te krijgen.  Slaapgebrek heeft op volwassenen en kinderen invloed. Het maakt je prikkelbaar (en soms depressief ), ongeduldig en minder efficiënt bij zo ongeveer alles wat je doet. 

De oorzaak van een minder goede nachtrust

Er is een biologische reden waarom kinderen met ADHD minder slapen dan gemiddeld. Veel van dezelfde hersengebieden reguleren zowel aandacht als slaap. Een kind met aandachtsproblemen heeft waarschijnlijk ook slaapproblemen.
Je kunt de biologie van je kind niet veranderen. Maar er zijn ADHD-vriendelijke strategieën om kinderen te helpen hun slaapproblemen te overwinnen. 

Stel een realistische bedtijd in

Accepteer het feit dat een kind mogelijk minder slaap nodig heeft dan andere kinderen van zijn leeftijd. Als je hem te vroeg naar bed brengt, is de kans groot  dat een kind lang wakker ligt.  Dat kan heel vervelend zijn, Het maakt hem misschien angstig, wat de kans weer vergroot dat hij uit bed komt.

Welke bedtijd je ook afspreek, handhaaf deze consequent. Dit geldt  zowel in het weekend als tijdens doordeweeks. Als een kind op vrijdag- en zaterdagavond langer mag opblijven, verstoort dat zijn biologische klok. Op maandagochtend betekent dit dat hij wakker wordt met iets dat lijkt op een jetlag.

Neem rust voor het slapen gaan

Voorkom dat een kind met drukke activiteiten bezig is voor het slapen gaan.  Begin een uur voor zijn bedtijd met een rustige, ontspannende activiteit.  Heeft een kind nog honger geeft hem dan een gezonde snack. Hij kan niet slapen als hij honger heeft. Kijk geen gewelddadige tv-programma’s en zit niet meer op een schermpje. 

Diep ademhalen of naar rustgevende muziek luisteren kan het gemakkelijker maken om in slaap te vallen. Onderzoek toont aan dat kinderen die yoga doen minder hyperactief zijn.

Je kind helpen met het verwerken van alle indrukken

Houd de slaapkamer helemaal donker

Een donkere slaapkamer elimineert de visuele afleiding die een kind ervan kan weerhouden in slaap te vallen. Als een kind zijn speelgoed niet kan zien, zal hij minder snel uit bed komen om ermee te spelen.  Wanneer een kind bang is in het donker zorg dan voor gedimd licht of een klein nachtlampje. Zorg ervoor dat het lampje uitgaat zodra een kind in slaap valt . Gebruik een timer of zet hem zelf uit voordat je naar bed gaat. Na middernacht een lamp aan hebben in de kamer, activeert de waakcyclus .