**//sticky ads code//**
App van de week | Fun English | Engels leren

App van de week | Fun English | Engels leren

De Engelse taal is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Voor kinderen is dus belangrijk zich deze taal eigen te maken. Hoe jonger je begint, hoe beter, wordt vaak gezegd. Maar kinderen moeten al zoveel. Met de app Fun Englisch leren kinderen spellender wijs Engelse woorden.

De app Fun English is vooral geschikt voor kinderen tussen de 3 en 8 jaar. Fun English combineert een gestructureerde cursus Engels met leuke en onderhoudende spelletjes.

Fun English gebruikt mannen- en vrouwenstemmen met zowel een Amerikaans als een Engels accent. De stemmen gebruiken verschillende intonaties en dicties, zodat de leerlingen de subtiliteiten in de uitspraak op kunnen pikken.

Een kind speelt het met veel plezier en leert steeds meer van de Engelse taal. Er zijn verschillende lessen in de app. De eerste twee kleuren en dieren zijn gratis. Een extra les kost € 3,49. Vijf lessen koop je voor €10,99 en alle spelletjes kosten €17,99

• Kleuren – Zeg en spel de belangrijkste kleuren.
• Dieren – Ontmoet veel dieren alleen en in kuddes.
• Getallen – Leer te tellen.
• Het lichaam – Leer de belangrijkste lichaamsdelen.
• Fruit – Praat over fruit dat je lekker vindt.
• Voedsel – Leer hoe je moet zeggen wat je wilt eten.
• Kleding – Beschrijf de kleren die mensen dragen.
• Voertuigen – Beschrijf dingen, zoals auto’s en fietsen.
• Het huis – Leer namen van meubels, kamers en waar ze zijn.
• Zeedieren – Vergelijk dingen, zoals haaien en schildpadden.
• Schooltas Les – Leer objecten in klaslokaal en van wie ze zijn.
• Acties – Leer hoe je actieve werkwoorden moet gebruiken

fun engels

Fun Englisch presenteert elk onderwerp via een aantal humoristische spelletjes. Elke les biedt nieuwe woorden en grammatica. Elk spelletjes traint een vaardigheid, zoals luisteren, begrip, spreken of spellen.

Voor jonge kinderen

De afwisselende spelletjes, uitdagingen en verschillende manieren van interactiviteit kunnen  kinderen ook op andere gebieden van hun ontwikkeling helpen:

• Spel is een belangrijk element in de ontwikkeling van je kind
• Helpt je kind om motorische vaardigheden en concentratie te ontwikkelen
• De hand-oog coördinatie wordt gedurende onderhoudende activiteiten versterkt
• Onmiddellijke feedback helpt je kind begrijpen hoe goed de opdrachten zijn uitgevoerd
• Helpt je kind om technologie op een nuttige en effectieve manier te gebruiken

De app is ontworpen om jonge kinderen een grotere variëteit aan spelletjes te bieden om hun natuurlijke aanleg voor talen te stimuleren. Spelers testen hun vaardigheden terwijl ze alle bouwstenen van de taal leren.

gratis app google play prietpraat app

 

9 tips voor het opvoeden van een hoogsensitief kind

9 tips voor het opvoeden van een hoogsensitief kind

Rekening houden met hoogsensitiviteit in de opvoeding, hoe doe je dat?
Hét hoogsensitieve kind bestaat niet, maar voor alle ouders van een hoogsensitief kind geldt dat het veel vraagt van ouders.

Kant-en-klare tips die voor elke ouder werken, zijn er helaas niet. Wel zijn er aan aantal  basis bouwstenen waar alle ouders baat bij kunnen hebben bij het opvoeden van een hoogsensitief kind

Word je bewust van de hoogsensitiviteit van een kind

Zoek het juiste ritme van een kind. Zo zal het zich aanvaard een prettig voelen. Forceer dingen niet en benader hoogsensitiviteit niet als een ziekte of stoornis. Het is een eigenschap die ook veel mooie kanten heeft

Geeft een hoogsensitief kind voldoende tijd

Een hoogsensitief kind heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken.
Een geduldige en ontspannen houding naar een kind werkt stimulerend. Een harde stem, straf of een ongeduldige blik werken averechts. Daarnaast tast dit het zelfvertrouwen van een hooggevoelig kind aan.

Vermijd druk

We moeten vaak veel, volle agenda´s en tijdsdruk… Probeer voldoende tijd en ruimte te reserveren voor dingen zodat een kind minder druk ervaart.

Kleine stapjes

Dit is een van de grootste opgave in het opvoeden van een hoogsensitief kind. Kinderen hebben enerzijds uitdaging nodig. Anders verdwijnt motivatie als sneeuw voor de zon. Anderzijds kan te veel druk een kind uit balans brengen.
Hoogsensitieve kinderen hebben baat bij uitdagingen die haalbaar zijn. Stel daarom niet te hoge doelen, maar knip, daar waar moglijk dingen op, zodat er kleine stapjes gezet kunnen worden. Bevestiging en complimenten wanneer dit goed gaat, zijn hierbij cruciaal.

Zorg voor orde in de chaos.

Ritme en regelmaat zijn voor elk kind belangrijk! Maar zeker voor een hoogsensitief kind
Dit kan zijn op het gebied van het maken van taken of dagelijkse activiteiten. Probeer een overzichtelijke (dag)structuur aan te bieden. Wees je bewust van veranderingen of afwijkingen en bereid een kind hier op voor.

Observeer en leer.

Kijk en luister goed naar een kind. Wat zijn de elementen die een kind overprikkeld maken? Zijn ze vermijdbaar of kan je aan een hoogsensitieve kind aanleren om een situatie de volgende keer op een andere manier aan te pakken?

Leer een kind omgaan met zijn hoogsensitiviteit.

Bespreek met je kind welke activiteiten hem rustig kunnen maken. Het kan ook goed zijn om een kind aan te leren hoe ze hun wensen en behoefte aan anderen kunnen duidelijk maken.

Geef ruimte voor rust.

Een hoogsensitief kind heeft het op momenten nodig om zich te kunnen terugtrekken. Prikkels die intenser binnenkomen, vragen immers heel wat energie. Tot rust komen kan gebeuren op een rustige plek, maar dat kan ook zijn door iets rustig te doen. Zo zorg je ervoor dat een kind niet overprikkeld raakt.

Heb oog voor de kwaliteiten.

Hoogsensitieve kinderen zijn vaak heel creatief. Laat een kind doen waar het goed in is en heel belangrijk waar het zich goed bij voelt. Als een kind zich goed voelt kan hij veel meer aan.

 

Hoe leer je een kind om te gaan met verkeer?

Hoe leer je een kind om te gaan met verkeer?

Gezien de toegenomen verkeersdrukte laten we kinderen steeds later zelfstandig over straat gaan. De laatste vijfentwintig jaar is deze leeftijd omhoog gegaan van 6 jaar in 1970, naar 8 jaar in 1993 tot 9 jaar in 2001. Om kinderen te leren omgaan met verkeer is het belangrijk dat ze ervaring op doen in de praktijk. Veel oefenen dus!

Vroeg beginnen

Als kinderen jonge zijn, laten ze zich snel afleiden. Ze kunnen het verkeer niet goed overzien. Ook kunnen ze een verkeerssituatie niet goed inschatten en niet snel veilige beslissingen nemen. Door een kind te trainen, krijgt hij de kans om dit stap voor stap te leren.
Je kunt hier al vroeg mee beginnen als je samen deel neemt aan het verkeer. Zeg wat je doet: “We kijken links, rechts en weer links. Oversteken!” Geleidelijk zal een kind dit gedrag overnemen.

Gezichtsvermogen en gehoor

Jonge kinderen hebben een smal blikveld (kokerblik). Bij oversteekoefeningen moet hen geleerd worden het hoofd helemaal naar links en naar rechts te draaien, zodat ze het aankomende verkeer ook echt kunnen ZIEN.

Jonge kinderen hebben een diffuus gehoor.  Dat betekent dat ze wel geluiden horen, maar nog niet kunnen bepalen uit welke richting dat geluid komt. Kinderen kunnen daarom soms helemaal verschrikt stil blijven staan, wanneer ze harde geluiden in het verkeer horen.

Andere weggebruikers

Train een kind ook om aandacht te besteden aan andere weggebruikers. Jonge kinderen letten meer op zichzelf dan op anderen. Maar ze kunnen ook veel minder snel reageren op onverwachte situaties dan volwassenen.

Het is dus goed om ze te leren goed om zich heen te kijken. En te letten op wat andere mensen doen. Vraag bijvoorbeeld wat die auto gaat doen die zijn knipperlicht heeft aangezet. En wat is dat piepende geluid van die stilstaande vrachtwagen voor een signaal?

Reactievermogen

Het reactievermogen van jonge kinderen is volop in ontwikkeling. Van harde geluiden en plotseling gevaar kunnen ze erg schrikken en primitief reageren. Meestal zullen ze dan acuut stil blijven staan en om zich heen kijken. Iets wat midden op de straat heel gevaarlijk is.

Het is goed om met kinderen een noodstop te oefenen. Zodat ze snel kunnen stoppen op een veilige plaats als dat nodig is. Als je “Stop” roept, moet een kind direct snel kunnen remmen en pas als de fiets helemaal stilstaat de voeten op de grond zetten.

Alleen naar school fietsen

Er is niet een bepaalde leeftijd, waarop een kind alleen naar school kan fietsen. Het ene kind kan dit eerder dan het andere kind. De ene weg naar school is ook de andere niet. Het gaat om het gevoel dat je als ouder hierbij hebt. Over het algemeen kan een kind van 9 jaar zonder begeleiding alleen met de fiets over straat. Zelf onderweg zijn geeft een kind ruimtelijk inzicht. Dat helpt het zelfvertrouwen waardoor het kind zich sneller zelf zal kunnen redden, ook in het verkeer. Een kind dat altijd naar school wordt gebracht met de auto, zal niet ineens als het 9 jaar is zelfstandig met de fiets kunnen.

 

Vis eten met kinderen

Vis eten met kinderen

Vis is denk ik het bekendste brainfood, het bevat veel onverzadigde vetzuren, zoals omega-3. Vis eten met kinderen is soms best een uitdaging. Waarom is het toch belangrijk en wat is een lekker visrecept voor kinderen?

Vis is zeer voedzaam, daarom wordt aangeraden om ten minste eenmaal per week vis te eten.  Vis bevat veel eiwitten. Eiwit speelt een belangrijke bij de groei, het onderhoud en de reparatie van het lichaam. Vooral voor kinderen zijn eiwitten belangrijk voor de groei en ontwikkeling van hun botten.

Vis, en vooral vette vis, zoals makreel, zalm, sardientjes of haring, bevat veel omega-3-vetzuren; essentiële vetzuren die onder andere ontstekingen in ons lichaam tegengaan.  Omega-3 helpt tegen de afbraak van hersencellen en bevordert de aanmaak van nieuwe cellen. Daarmee behoort Omega-3 tot de goede vetten, die de hersenen voeden en beschermen. Omega-3 leidt tot meer leervermogen en een betere weerstand tegen stress. Met name de vette vissoorten zoals makreel, forel, haring, zalm en tonijn, zijn rijk een van omega-3 vetzuren.

Het versterkt het immuunsysteem door ontstekingsremmende eigenschappen. Tevens verhoogd het de algemene weerstand van kinderen tegen allerlei ziektes.
Tot slot wordt je van vis vrolijk. Want heb je ooit een depressieve eskimo gezien? Dit lijkt misschien een mop, maar het is echt waar. In landen waar mensen veel vis eten, zoals Japan en IJsland, komen veel minder depressies voor.

Visrecept voor kinderen

Niet elk kind is even dol op vis, maar er zijn toch veel kind vriendelijke vis recepten,bijvoorbeeld zalm met prei pasta
Voor twee personen heb je het volgende nodig voor dit recept. Afhankelijk van het aantal kinderen dat mee eet voeg je naar verhouding meer ingrediënten toe:

  • 2 preien
  • 200 g gerookte zalm
  • 2 dl room
  • 1 dl melk
  • 1 visbouillon blokje
  • 250 g pasta
  • Olijfolie of kokosolie

Hoe te maken

  • Snijd de prei in stukje en was ze in een vergiet schoon.
  • Fruit de prei 1 minuut in de olijfolie of kokosolie
  • Voeg de room en het verkruimelde visbouillon blokje toe.
  • Laat dit zachtjes 10 minuten koken.
  • Snijd de gerookte zalm in stukjes.
  • Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking.
  • Voeg aan het einde van de kooktijd van de prei 1 dl melk toe. Pureer de saus met de staafmixer
  • Giet de pasta af en voeg de saus toe. Roer als laatste de stukjes gerookte zalm door de pasta.

 

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Hoe ontstaat een leerprobleem?

Op scholen proberen leerkrachten door middel van herhaling kinderen te laten automatiseren. Het idee hierachter is, dat wanneer je iets maar vaak genoeg herhaalt, het vanzelf in het lange termijn geheugen terechtkomt. Helaas werkt dit niet bij alle kinderen. Er ontstaan leerproblemen bij kinderen wanneer dit automatiseringsproces door gedachtestromen en associaties wordt verstoord.

Er zijn veel kinderen, die behoorlijk slim zijn, maar waarbij dit er op school toch niet echt uitkomt. Kinderen waarvan de resultaten achterblijven en de leerkracht aangeeft dat het kind ‘het’ niet kan.

Deze kinderen hebben vaak een voorkeur om met hun rechterhersenhelft te denken. Ze zijn visueel en gevoelsmatig ingesteld, denken meer in beelden dan in woorden. Ze associëren heel sterk met wat zij visueel en gevoelsmatig waarnemen en zijn hierdoor nog al eens ‘afwezig’ of ‘afgeleid’.

Hoe komt dit?

De hersenen bestaan uit twee verschillende helften die onderling verbonden zijn. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren maar werken ook vaak samen. Bij het leren van nieuwe dingen, gebruik je de meest dominante hersenhelft.

De rechter hersenhelft denkt in beelden, deze hersenhelft “voelt en weet”. Veel zaken die we nodig hebben om praktisch te kunnen functioneren vinden we terug in de rechterhersenhelft zoals emotie, verbeelding, ruimtelijk inzicht, overzicht, muziek & ritme, kleurherkenning en dergelijk.

Terwijl de linker hersenhelft “denkt” en theoretiseert. De logica vindt plaats in deze hersenhelft , letters, woorden, cijfers, volgordes en analyses.

Linksgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een linksgeoriënteerde leerstijl leren stapje voor stapje en werken zo naar een oplossing toe.

taaldenkers

Rechtsgeoriënteerde leerstijl

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl, beelddenkers  doen direct een poging om tot een oplossing te komen, daarna gaan ze pas kijken of het goed is uitgevoerd.

beelddenkers

Hoe ontstaat nu een leerprobleem?

Op school willen leerkrachten – door middel van een spellingsregel – kinderen laten beredeneren hoe een woord geschreven moet worden. Op deze manier moet een “woordbeeld”  ontstaan. Deze manier van leren is linksgeoriënteerde.  Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl haken vaak halverwege af bij deze uitleg. Ze willen direct naar de oplossing: het woordbeeld.
Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl worden in deze dus gehinderd door de linksgeoriënteerde manier van werken. Op de meeste leesmethode op school kennen deze opbouw van de leerstof.

De manier van lesgeven op de school is vaak gericht op een verbale manier van informatie verwerken. Een leerkracht vertelt en kinderen luisteren.

Kinderen met een rechtsgeoriënteerde leerstijl  verwerken de informatie met ál hun zintuigen tegelijk: horen, zien, doen, ruiken en voelen. Alleen op deze manier zijn ze in staat een beeld te vormen bij de aangeboden stof. Dit moeten ze dan nog verwerken en onthouden. Dat kost veel tijd.  Beelddenkers willen liever zien en doen. Daar ligt dus ruimte voor de leerkracht om het beste te halen uit deze kinderen. Met een computer of een tablet bijvoorbeeld, kunnen kinderen aan de slag met leermateriaal dat past bij hun leerstijl.

bron: kernvisiemethode.nl