**//sticky ads code//**
Onnodige diagnose ADHD of ADD

Onnodige diagnose ADHD of ADD

Steeds vaker wordt er bij kinderen de diagnose ADHD of ADD gesteld. Waarbij het soms de vraag is of dit wel terecht is. Soms denkt een kind anders, verwerkt hij informatie op een andere manier. Wat kan leiden tot de onnodige diagnose ADHD of ADD

Er zijn veel beelddenkers met ADHD, bijna alle ADHD-ers hebben een voorkeur voor het denken met de rechter hersenhelft. De zwakke linker hersenhelft zorgt namelijk voor de ADHD. Het gevolg is dat ADHD-ers bij voorkeur in beelden denken.

Verschil tussen ADHD en beelddenken

ADHD is een neurobiologische stoornis en beelddenken is een manier van denken en leren. ADHD en beelddenken hebben een grote overlap.  Wanneer beelddenkers informatie op een voor hun passende manier tot zich kunnen nemen, kunnen de ADHD verschijnselen afnemen. Kinderen worden minder druk en voelen meer rust in hun hoofd. Het doet ze goed hun hersens te gebruiken op een manier die bij ze past. Daar kunnen ze veel energie in kwijt.

Overeenkomsten tussen ADHD en beelddenken zijn, aandachtsproblemen, snel afgeleid zijn, moeite met details, hyperfocus, hyperactiviteit, vergeetachtigheid, weinig tijdsbesef, onrustig en drukte in het hoofd. 

Het verschil tussen ADHD en beelddenken, zit hem de in de mate van extreme drukte en impulsiviteit.

Ontwikkeling kinderen

Iedereen wordt geboren als beelddenker. Als baby kun je niet praten en als klein kind denk je in plaatjes. Of iemand beelddenker is wordt rond het zevende levensjaar bepaald, als kinderen in groep drie leren lezen en schrijven.

Kinderen kunnen zich als ze ouder worden prima verstaanbaar maken. In hun hoofd zien ze nog wel steeds veel plaatjes. Bij het leren lezen en schrijven wordt er in de hersenen onbewust een keuze gemaakt,  sommige kinderen blijven primair in plaatjes denken, anderen schakelen over naar talig denken. Uit onderzoek blijkt dat 53% van de kinderen in meer of mindere mate in beelden denkt. Daarvan kan ongeveer 30% prima meekomen op school, hun hersenen hebben voldoende compensatiemogelijkheden. Bij circa 20% is de rechterhersenhelft zo dominant dat ze vastlopen op school.

Hoe denkt een beelddenker

Beelddenkers zien ongeveer 32 beelden per seconde, tegenover twee woorden per seconde van een taaldenker. Ter vergelijking: op televisie zien we ongeveer 25 beelden per seconde.  Bij die beelden horen de echte beelddenkers vaak ook geluid en voelen ze van alles. Het is dus een complete chaos in hun hoofd

Gedrag in de klas

Een beelddenker valt op in de klas omdat het leren lezen traag en radend gaat. Ze lezen mama terwijl er moeder staat bijvoorbeeld. In hun werk zijn ze chaotisch, kunnen zich maar moeilijk concentreren, kijken naar het geheel, missen veel details.  Ze zijn in hun hoofd constant aan het associëren. Waardoor ze gemakkelijk afgeleid zijn. Er wordt bijvoorbeeld een rekensom uitgelegd aan de hand van koekjes. Een kind denkt aan zijn favoriete koekje, die hij laatst samen met zijn moeder in de supermarkt had gekocht. Onderweg daarheen hadden ze een mooie sportwagen zien rijden. En weg is de aandacht en concentratie!

Alle woorden die de beelddenker ontvangt worden in hun hoofd vertaald naar beelden om te kunnen begrijpen wat er gezegd is. Als ze een vraag moeten beantwoorden zal ook het antwoord weer vertaald moeten worden van beeld naar woord. Het vertalen en formuleren kost tijd en ze reageren hierdoor trager.

Onnodige diagnose ADHD of ADD

Dat beelddenkers het wel snappen, maar merken dat andere kinderen sneller zijn, kan ze onzeker en faalangstig maken en soms zorgen voor een negatief zelfbeeld. Leerkrachten denken vaak in eerste instantie aan dyslexie en vanwege het onrustige gedrag aan ADHD of ADD.

Beelddenkers vallen tegenwoordig meer op dan vroeger omdat het onderwijs taliger is geworden. Veel rekensommen worden met een verhaaltje uitgelegd. Daarnaast staan er nu veel meer vrouwen voor de klas. Zij geven vaak een langere mondelinge uitleg en bij zo’n waterval aan woorden haken beelddenkers af. Mannen zijn over het algemeen wat bondiger en hebben vaak minder moeite met druk gedrag.

Waar herken je beelddenkers aan

  • Snel van begrip, goed in puzzels en blokpatronen.
  • Werkt en vertelt chaotisch.
  • Sterk ruimtelijk inzicht.
  • Heeft tijd nodig voor werkjes.
  • Herinnert zich gebeurtenissen gedetailleerd (zelfs van jaren geleden)?
  • Grote woordenschat, maar dit komt er niet altijd uit op school.
  • Veel fantasie.
  • Scoort lager bij opdrachten zonder plaatje.
  • Lijkt vaak slecht te luisteren.
  • Werkt vanuit het grote geheel en laat details achterwege.
  • Haalt wisselende cijfers.
  • Is creatief en gevoelig.
  • Heeft moeite met spelling, dictee en tafels.

 

Lees meer over communiceren met beelddenker

 

Het opruimboek voor mijn gezin!

Het opruimboek voor mijn gezin!

Op vakantie gaan en een schoon en opgeruimd huis achterlaten. En nog beter het huis opgeruimd houden. Voor de een een droom voor de andere geen probleem. Het opruimboek voor mijn gezin biedt hulp! Hoe schep je orde in je handtas, hoe haal je al die verschillende gezelschapsspellen uit elkaar. En hoe zorg je ervoor dat je koelkast en diepvriezer optimaal gebruikt worden? 

Met dit handige werkboek van Tina Favache ga je samen aan de slag met je partner of kinderen om je huis stap voor stap op te ruimen.  Van de speelhoek tot de kast met hobbymateriaal, van de lade met lege potjes tot de koelkast en de tablet.  Hoe start je aan deze opruimuitdaging, hoe hou je het vol én hoe zorg je dat je na enkele weken niet opnieuw moet beginnen?

Het opruimboek

In dit praktische werkboek vind je het antwoord op al jouw opruimvragen om met het hele gezin het huis netjes te houden. In ieder hoofdstuk wordt een andere woonruimte onder handen genomen. Om de moed halverwege niet te verliezen is het goed om de eerste vraag van een hoofdstuk te beantwoorden: Waarom doen wij dit?

Het doel van het boek is om je samen met je kinderen en partner op te ruimen. En geloof me dat kan echt!

Het boek helpt je met een goede voorbereiding, hoe ga je tot actie. Hoeveel tijd kost het en wat kunnen de kinderen voor hun rekening nemen?
In 12 hoofdstukken maak je van je thuis opnieuw een aangename en overzichtelijk plaats om te wonen! 

Tina Favache

Opruim- en Routinecoach Tina Favache is het gezicht achter Quali-time. Ze is een structuurfanaat in hart en nieren en maakt het haar missie om alles beter, mooier en gemakkelijker te organiseren. Ze schrijft voor Mama Baasen Goed Gevoel en richtte de Facebookpagina 365 x opruimen en 365 x opruimen – kinderspullen op. Een facebook groep waar mensen elkaar motiveren om de opruimuitdaging aan te gaan. Sinds 2019 heeft ze ook groep specifiek gericht op het aanleren en onderhouden van routines in het huishouden 365 x opruimen – limited.

Ik ga beginnen met de keuken, laat me weten hoe het jouw vergaat!
Succes

 

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Veel klachten bij kinderen door verstoorde primaire reflexen

Primaire reflexen zijn de basis voor een goede ontwikkeling van een kind. Ze vormen als het ware een stevige ondergrond waar weer nieuwe ontwikkelingsfases op gebouwd kunnen worden.
Een reflex is een onwillekeurige, automatische beweging als reactie op een prikkel. We hebben verschillende reflexen actief in ons leven, ook wel de levenslange reflexen genoemd. Als we bijv. onze vinger branden gaat er een seintje naar de hersenen en is de reactie daarop dat we onze hand zo snel mogelijk terugtrekken!

Daarentegen behoren primaire reflexen zich rond de leeftijd van ca. 2 jaar volledig volgens een bepaald patroon in het lichaam te hebben geïntegreerd en zijn dus niet meer actief.

Het belang van primaire reflexen

Vanaf het prille begin in de baarmoeder zijn er al primaire reflexen die helpen ons brein te ontwikkelen. Een goede ontwikkeling hiervan is van enorm belang voor motoriek, leren, gedrag, communiceren, sociaal en emotioneel welzijn.

Primaire reflexen worden aangestuurd vanuit de hersenstam, het gedeelte van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de overleving. Voorbeelden van deze reflexen zijn o.a.het zuigreflex, grijpreflex en schrikreflex. Als primaire reflexen nog actief zijn (of opnieuw actief zijn geworden) wordt de hersenstam gestimuleerd en schiet het lichaam in de ‘vecht-vlucht’ stand. We reageren dan vanuit stress en overleving. Bij goed geïntegreerde reflexen geef je een reactie vanuit je prefrontale cortex waar je de informatie verwerkt en analyseert alvorens een reactie te geven.

Wat gebeurt er als een kind zijn reflexen niet of niet goed heeft kunnen integreren?

Als een kind de stevige basis van goed geïntegreerde reflexen mist, is alles wat je er verder op bouwt wankel. Het actieve reflex zal zich altijd opdringen en verstoort zo het normale functioneren. Het kind zal deze reflexen willen onderdrukken of compenseren wat enorm veel energie kost.

Een kind kan dan overreageren, helemaal niet reageren of ongecontroleerd reageren op zintuiglijke informatie.  Veel voorkomende klachten, problemen die hierdoor kunnen ontstaan zijn o.a.:
Een kind:

  • Kan niet stilzitten
  • Struikelt veel, heeft moeite met evenwicht
  • Ligt tijdens het schrijven met het hoofd bijna op de tafel.
  • Hangt onderuit in zijn stoel.
  • Heeft zijn benen om de stoelpoten geklemd of zit in een W-zit
  • Is overgevoelig voor labels in kleding, geluid en/of licht.
  • Bijt op z’n pen, nagels of duimt etc.
  • Plast nog regelmatig in zijn broek
  • Is “onhandig”, loopt tegen dingen aan, gooit dingen om.
  • Is onzeker, faalangstig
  • Wordt gepest of pest zelf
  • Loopt op zijn tenen (letterlijk en figuurlijk)
  • Heeft zijn emoties niet in balans.
  • Klaagt over hoofdpijn tijdens het lezen of tv kijken
  • Heeft een zwakke pen greep
  • Schrikt van harde geluiden
  • Slaapt slecht
  • Heeft moeite met concentreren.

Problemen met reflexen

Hoe komt het dat de reflexen soms niet, gedeeltelijk of niet goed geïntegreerd zijn?  Dit kan komen door: 

  • Problemen tijdens de zwangerschap, geboorte en/of na de geboorte, denk daarbij o.a. aan geboorte trauma (vacuumverlossing, tangverlossing) en keizersnede.
  • Emotionele stress van de moeder tijdens de zwangerschap.
  • Onvoldoende juiste beweging in de baby/peuter tijd. Maxi cosi’s, schommelstoelen, autozitjes etc beperken de bewegingen die juist zo nodig zijn voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar denk ook aan het veelvuldig en lang tv kijken, gebruik van Ipad en computers wat behalve invloed op de houding ook negatieve invloed heeft op de hersenen die nog in ontwikkeling zijn.
  • elektronische vervuiling, elektromagnetische straling (wifi)
  • ziekte, trauma en chronische stress op latere leeftijd. Hierdoor kunnen primaire reflexen weer geactiveerd worden.

Ontwikkeling Moro reflex

De Moro is een automatische reactie op een plotselinge verandering in zintuiglijke prikkels.. Bij een pasgeboren baby kun je deze herkennen wanneer er een onverwachte beweging of geluid gemaakt wordt. De baby ademt snel in en zijn vingers, armen en benen spreiden zich. In de bloedbaan komen adrenaline en cortisol vrij. Vervolgens zal de baby zijn armen over zijn borst sluiten, ademt hij uit en begint hard te huilen. Op deze manier roept de baby om hulp.

De Moro ontwikkelt zich in de 9e week na conceptie bij de foetus in de baarmoeder en maakt ons gevoelig voor gevaar.
De Moro is belangrijk bij de eerste ademhaling na de geboorte. Daarnaast is de moro ook belangrijk in de eerste strekreactie van het lichaam. De baby heeft tenslotte 9 maanden in een gebogen positie in de baarmoeder gezeten.

De Moro reflex hoort geïntegreerd te zijn bij 3à 4 maanden en gaat over in het gewone “volwassen schrik reflex”

Wat gebeurt er bij een actieve moro reflex?

Wanneer bij het kind deze Moro reflex niet geïntegreerd is, zal er telkens een overproductie aan cortisol en adrenaline in het lichaam worden rondgepompt wanneer het kind schrikt. Het kind heeft dan een verhoogde mate van stress in het lichaam. Het kind kan na enige tijd hypergevoelig worden in een of meer zintuigen. Hierdoor zijn deze kinderen snel afgeleid en moe. Het kan zich uiten in storend, onrustig gedrag of juist het tegenovergestelde, het kind trekt zich terug en keert in zichzelf.

Symptomen bij een actieve Moro reflex

  • Overgevoelig voor geluid en/of licht.
  • Lage eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen.
  • Extreem schrikachtig.
  • Concentratieproblemen.
  • (Faal)angst.
  • Slecht coördinatie (met name tijdens balspelen)
  • Evenwichtsproblemen
  • Houdt niet van veranderingen
  • Gemakkelijk afgeleid
  • Last van allergieën, lagere immuniteit
  • reisziekte.
  • Keel-, neus- en oorproblemen.

 De behandelmethode ‘reflexintegratie’

Onafhankelijk van leeftijd kunnen reflexen (opnieuw) geïntegreerd of verder geïntegreerd worden. Zo kan de basis voor ons zenuwnetwerk opnieuw aangelegd worden. Aan de hand van een intake en testen kan worden vastgesteld welke reflexen nog niet, niet goed, of nog niet geheel geïntegreerd zijn. De behandeling bestaat uit een reeks bewegingsoefeningen die zowel passief als actief gedaan kunnen worden. Veelal krijgen kinderen oefeningen mee voor thuis welke zo veel mogelijk op speelse wijze worden aangeboden zodat de kinderen het leuk en fijn vinden om te doen.

Door Tini Rademaker, integratief kinder- en jeugdtherapeut bij Kinderpraktijk aan de Dijk te Beusichem (Gelderland)
Kinderpraktijk aan de Dijk (www.kinderpraktijkaandedijk.nl) werkt reflex integratie methodes:

Wanneer naar groep drie?

Wanneer naar groep drie?

Kinderen die voor 1 oktober zes jaar werden, mochten tot 1986 standaard door naar de basisschool en de rest bleef op de kleuterschool. Tegenwoordig is dat anders, ouders en leerkracht bepalen samen of een kind toe is aan groep drie.

Bij sommige kinderen is het heel duidelijk. Ze kunnen al een beetje lezen, hun naam schrijven en simpele sommetjes maken. Een andere groep kinderen kan nog niet lezen en schrijven maar gaat toch ook mee naar groep drie.
Het blijkt dat  uit beide groepen kinderen zijn, die zich prima redden in groep drie, maar er zijn ook in beide groepen kinderen die het niet zo gemakkelijk hebben eenmaal in groep drie

Hoe wordt bepaald of een kind toe is aan groep drie?

Hoe een kind zich ontwikkelt wordt bepaald door de rijping van het centraal zenuwstelsel en door de stimulans van de omgeving. De ontwikkeling en groei van het centrale zenuwstelsel omvat onder andere de ontwikkeling en groei van de hersenen en het ruggenmerg.
Het moment waarop een kind over voldoende basisvaardigheden beschikt in motoriek, taal en waarneming kan per kind wel twee jaar verschillen. Het ene kind verwerft ze al rond zijn vijfde, een ander kind pas veel later op zeven jarige leeftijd.
Ieder kind volgt zijn eigen ontwikkeling en groeiproces, ouders moeten hierin een balans zien te vinden tussen stimuleren en laten groeien.

Sociaal emotionele aspecten.

Goed mee kunnen komen in groep drie, vraagt meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Ook sociaal-emotioneel moet een kind toe zijn aan groep drie. Maar wat houdt dit in?

Concentreren

Het is belangrijk voor een kind om zich te kunnen concentreren. Van een kind wordt verwacht dat hij zich tien minuten achter elkaar kan concentreren op een taak, ook als hij deze niet leuk vindt.
Ongedwongen kunnen kinderen zich meestal wel concentreren, bijvoorbeeld als ze spelen met hun favoriete speelgoed, dit betekent echter nog niet dat een kind zich ook kan concentreren op een moeilijke en niet zo leuke opdracht. Een kind moet enige taakgerichtheid laten zien en moet enige tijd stil kunnen zitten.

Zelfstandig en zelfvertrouwen

Kinderen in groep groep drie moeten zelfstandig kunnen werken. Na een gegeven instructie moet een kind zelfstandig aan de slag kunnen gaan met een opdracht. Een kind moet dus enig (zelf)vertrouwen hebben in het eigen kunnen.

Verbaal

Eenmaal in groep drie moeten kinderen een logisch en verstaanbaar verhaal kunnen vertellen. Daarnaast moet een kind aandachtig kunnen luisteren naar instructies en deze kunnen begrijpen en onthouden.

Weerbaar

Voor het goed kunnen functioneren in een groep is het van belang dat een kind weerbaar is. Er komen veel nieuwe dingen op een kind af, veel nieuwe leerstof. Er worden  nieuwe eisen aan een kind gesteld en een hij belandt vaak in een nieuwe groep, vanuit de combinatie groep 1/2 wordt één groep drie samengesteld
Een kind moet goed kunnen functioneren in een groep om zich prettig te voelen in groep drie.

Testje: is mijn kind eraan toe om te leren lezen?

Volgens Ewald Vervaet (Ontwikkelingspsycholoog en docent) kun je op een redelijk simpele manier bepalen of een kind klaar is voor groep 3.
Neem twee dezelfde doorzichtige flessen en vul deze met gekleurde limonade. Een van de flesjes houd je scheef onder een hoek van 45 graden. Vervolgens teken je de lege flesjes op een papier en vraagt een kind de limonade erin te tekenen. Een kind dat nog niet toe is aan lezen, zal de streep in het schuine flesje niet horizontaal maar schuin of verticaal tekenen. Een kind dat wel toe is aan lezen – de gemiddelde leeftijd is 6,5 jaar – zal de beide lijnen horizontaal tekenen.

toe aan groep 3

 

Zeven manieren om minder te schreeuwen naar je kind!

Zeven manieren om minder te schreeuwen naar je kind!

Het overkomt iedere ouder wel eens. De kinderen halen het bloed onder je nagels vandaan en voor je het weet sta je tegen je kind te schreeuwen.

Hoe meer je als ouder van streek bent, hoe meer een kind dit ook wordt.
Kinderen leren het meest van grenzen die op sympathieke wijze worden aangegeven, waarna er rustig en probleemoplossend kan worden gepraat.

Maar hoe doe je dat?

Je bent moe van een lange dag. De kinderen rennen druk heen en weer door de kamer, luisteren niet naar wat jij zegt.
Zeven manieren waarop je kunt proberen te reageren in plaats van schreeuwen, als je voelt dat je wilt gaan schreeuwen.

  1. Maak gebruik van je stem. Doet een kind iets verkeerd? Probeer dan met een lage, duidelijke en overtuigende stem te praten.
  2. Zeg bewust tegen jezelf dat je kalm moet worden – en ga bijvoorbeeld even weg bij het (zich eventueel misdragende) kind. Zeg dan wel dat je zo terug bent en gebruik te tijd om ook echt te kalmeren
  3. Loop naar een kind toe als er iets gebeurt dat niet mag. Kom op ooghoogte met hem. Ga niet van een afstand roepen!
  4. Bijt op je tong,hoe moeilijk dit ook kan zijn. Zeg tegen je zelf: ‘Dit is géén noodgeval’. Je bent namelijk zo boos dat je lichaam dénkt van wel.
  5. Doe dingen die je boosheid verminderen, zoals diep in en uit ademen, schud de spanning van je af of kijk in de spiegel
  6. Verander je gedachten, denk aan iets anders, daarmee veranderen namelijk ook je gevoelens. Denk bijvoorbeeld aan iets leuks wat eerder is gebeurt met een kind.
  7. Leer een kind hoe de situatie de volgende keer beter aangepakt kan worden. Zeg niet enkel wat je niet goed vond aan zijn gedrag, maar biedt een alternatief. Vraag een kind ook zelf een alternatieve reactie te bedenken.