**//sticky ads code//**
Zes manieren om je kind te motiveren

Zes manieren om je kind te motiveren

Het kan soms ontzettend lastig zijn om een kind te motiveren. Bijvoorbeeld voor het opruimen van zijn kamer, het maken van huiswerk of het uitruimen van de afwasmachine. Taken die niet leuk of juist lastig zijn om te doen, worden nou eenmaal liever niet gedaan.  Er zijn een aantal manieren of dingen die kunnen helpen je kind te motiveren om taken wél gedaan te krijgen!

1. Denk kritisch na over beloningen

Wanneer je je kind vaak beloningen geeft ter motivatie, kan dat snel in jouw nadeel gaan werken. Je kind wil op een gegeven moment alleen maar iets doen als er iets tegenover staat, want alleen dan raakt hij enthousiast. Kinderen motiveert je maar kort met een beloning, omdat ze er na een tijd gewend aan raken. Je kunt ze beter motiveren door te vertellen dat ze tevreden moeten zijn met de dingen die ze kunnen bereiken. Zo blijven ze op langere termijn geprikkeld en zijn ze trots op datgene wat ze hebben bereikt. Zo is een kind die leert om te fietsen gemotiveerd om door te blijven gaan, omdat hij hoe dan ook zelfstandig wil fietsen.   

2. Voer zinvolle gesprekken

Een-op-een gesprekken zijn enorm belangrijk om je kind op een intrinsieke manier te motiveren. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en doen iets sneller wanneer je uitlegt waarom ze iets moeten doen. Geef levenslessen mee om hen te motiveren. Wanneer je kind bijvoorbeeld zijn kamer heeft opgeruimd, vertel hem dan hoe netjes de kamer is en hoe belangrijk het voor volwassen mensen is om netjes en opgeruimd te zijn. Wanneer je kind al meteen ongemotiveerd is, kijk dan eens door zijn ogen. Vermijd ‘moeten’ en ‘zullen’ en vraag of je hem kan helpen met iets. Zo sta je niet tegenover je kind, maar denk je met hem mee en dat alleen al motiveert een kind om iets toch te doen. Vraag in het een-op-een gesprek ook hoe je kind iets zou aanpakken. Misschien kom je dan wel op een betere oplossing dan jezelf had bedacht. 

3. Omhels hun imperfecties

Wees niet te kritisch op je kinderen als ze iets voor je moeten doen. Ze zijn tenslotte nog jong en doen alles op hun eigen manier. Verwacht niet iets van een kind wat eigenlijk te hoog gegrepen is voor hem. Wanneer je kind binnen tien minuten zijn kamer opgeruimd moet hebben, maar je weet dat hij niet al te snel is. Geef hem dan de tijd die hij nodig heeft. Zo blijft hij gemotiveerd, omdat hij weet dat hij de tijd krijgt. Hij verliest anders een deel van zijn motivatie. Geef je kind daarnaast ook taken die hij leuk vindt. Vindt je kind het leuk om te doen alsof hij in een keuken werkt? Laat hem dan de vaat in- of uitruimen. Dat is een win-win situatie voor jullie allebei. Als je kind een taak absoluut niet leuk vindt om te doen, kun je best een beetje creativiteit gebruiken. Zo kun je een wedstrijdelement toevoegen of je kind laten kiezen wat hij eerst wil doen. Zo heeft hij het heft in eigen hand.

4. Kijk naar hun capaciteiten om kind te motiveren

Bedenk goed waarom je kind niet gemotiveerd is. Is het omdat hij het niet leuk vindt, of omdat hij iets niet goed kan? Bij het laatste geval is het heel moeilijk om een kind te motiveren. Het is heel moeilijk om gemotiveerd te raken als het steeds niet lukt. Bedenk daarom samen met hem hoe hij de taak op zijn eigen manier kan uitvoeren en zo een stuk gemotiveerder raakt.

5. Uit je waardering

Uit je waardering wanneer je kind een taak heeft volbracht of iets goeds uit zichzelf heeft gedaan. Maak duidelijk dat je enorm trots bent op de dingen die hij doet. Kinderen willen graag dat hun ouders trots op hen kunnen zijn, dat geeft hen juist de motivatie om iets te doen. Maar geef je kind niet constant complimenten en zeg het alleen als je het echt meent.

6. Geef het goede voorbeeld

Het is heel simpel, maar wordt vaak snel vergeten: zien doet volgen. Om kinderen te laten herinneren aan hun manieren, moet je het zelf ook laten zien. Zeg daarom zelf ook een welgemeend ‘dankjewel’ of ‘alsjeblieft’ tegen je kinderen. Wanneer je aan de telefoon zit en je kind wilt aandacht, zeg dan niet dat je zo klaar bent met bellen als dit nog niet het geval is. Houd je aan je woord, dan doet je kind dit in de meeste gevallen ook. Zeg wat je meent, dat motiveert je kind het beste. 

Bron: Parents.com

 
Het hoe en waarom van sommen automatiseren!

Het hoe en waarom van sommen automatiseren!

Het automatiseren van plussommen tot tien is soms lastig voor kinderen. Ze rekenen deze gewoon snel even uit. Om goed te kunnen rekenen is het belangrijk dat een kind sommen automatiseert. Met name voor sommen tot de tien is het belangrijk dat een kind de optellingen uit zijn hoofd kent. Dit betekent dat het kind de uitkomst van opgaven als 2+3, 3+5, 4+5 … meteen weet.
Dit kan soms lastig zijn voor kinderen, veel dyslectisch en beelddenkende kinderen hebben hier moeite mee.

Waarom is dit belangrijk en hoe kun je oefenen?

Wanneer rekensommen geautomatiseerd zijn, dan worden de rekenhandelingen bijna automatisch uitgevoerd. Bijvoorbeeld bij de som 7 + 4 = doet een  kind automatisch 7 + 3 + 1 =. Een kind kan dit dan ook makkelijk toepassen in andere situaties. Bij een geautomatiseerde som kan een kind binnen 3 seconden antwoord geven. Dit maakt rekenen natuurlijk een stuk makkelijker.

Hoe automatiseren?

Om te kunnen automatiseren is als eerste getalbegrip nodig. Er is pas getalbegrip als een kind een getal op twee manieren kent. Het getal staat in de telrij, maar bij een getal hoort ook een bepaalde hoeveelheid.

Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden, in onderwijsjargon de telrij. Als je kijkt waar het getal zeven staat. Deze staat tussen de zes en acht in.

Daarnaast is het belangrijk op om het hoeveelheidsbegrip te hebben bij een getal. Bij het getal zeven hoort een hoeveelheid van zeven eenheden. Dat kunnen zeven auto’s zijn, maar ook zeven bloemen.  Voor een beelddenker is het lastig om het beeld los te laten. Beide eenheden zijn even groot! Maar voor een beelddenker is het beeld van zeven auto’s groter.

Verschillende manieren om een plussom uit te rekenen

De Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Robert Siegler heeft onderzocht hoe kinderen uit groep 3 een plussom uit rekenen. Zij bleken vijf manieren te hanteren om tot een antwoord te komen.

  1. Alles tellen
    Er werd gevraagd aan de kinderen hoeveel 3+4 is. Bij `alles tellen` gebruikt een kind twee handen. Met de ene hand houdt hij vier vingers omhoog en met de andere hand houden zij drie vingers omhoog. Nu gaan zij alle vingers tellen en tot het antwoord 7 te komen.
  1. Doortellen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind telt door en start bij vier. Het kind telt 3 cijfers door; 5, 6 en 7. Dus het antwoord is 7.
  1. Koppelen
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind koppelt het antwoord aan wat het kind al weet. Het kind weet dat 4+4=8. Hij weet dat drie, een minder is dan vier. En dat vijf een meer is dan vier. Het kind koppelt nu 4+4 is evenveel aan 3+4. = Dus het antwoord is 7.
  1. Raden
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7 en zegt: `Dat heb ik geraden.`
  1. Weten
    We gaan weer uit van de som 3+4. Een kind geeft meteen het antwoord 7. Als je vraagt: `Hoe kom je aan het antwoord?`  Dan zegt een  kind: `Dat weet ik gewoon!`

Over de tien

Het is belangrijk dat een kind meteen het antwoord weet op de plussommen tot de tien. Dit is belangrijk om splitsingen te kunnen maken bij het rekenen boven de tien. Dit is de volgende stap: automatiseren tot twintig.

Normaal gesproken zijn de plussommen tot 20 in groep 4 geautomatiseerd Daarvoor zien we veel  kinderen rekenen met ondersteuning van de vingers.

Wat kunnen we doen als het automatiseren maar niet lukt?

Nel Ojemann heeft een leuke, effectieve oefening ontwikkeld die aansluit bij de informatieverwerking van onze beelddenkers.

Onuitspreekbare getallen

Nel Ojemann werkte met onuitspreekbare getallen die onder elkaar  worden gezet. Wij noemen dit olifantsommen.
Als het automatiseren van de plussommen niet lukt, met name bij de beelddenkers, kunnen we starten met olifantsommen.

Hoe werkt een olifantsom?

Het kind mag elke dag een olifantsom maken. Door de herhaling worden de plussommen op een leuke, effectieve manier geautomatiseerd.

Stappenplan:

  • Schrijf een rij getallen op. Maak een keuze uit de getallen 1, 2, 3, 4, of 5.
  • Schrijf precies onder deze rij getallen weer een rij getallen. Maak een keuze uit 1, 2, 3, 4 of 5.
  • Laat het kind een week elke dag dezelfde olifantsom maken.

Voorbeeldsom van een olifantsom van +tot 10

1 3 2 4 1 5 3 2 1 5 2 3 2 4 2 1 2 3 1 4

2 3 1 4 2 1 3 4 2 1 3 4 2 1 3 3 2 3 2 4 (+)

Let op: we gaan cijferend rekenen van rechts naar links! Dus we starten met 4+4 en dan 1+2, enz.
Een voorbeeld van een olifantsom is op de foto te zien.

automatiseren tot tien

bron beeldenbrein.nl

Natuur doet je goed | Digitale excursietours door Nationaal Parken

Natuur doet je goed | Digitale excursietours door Nationaal Parken

Op zondag 24 mei vindt de 21ste editie van de Europese Dag van het Nationaal Park plaats. Deze dag staat dit jaar in het teken van Natuur en Gezondheid met als thema ‘natuur doet je goed’. Gezien de huidige omstandigheden kunnen er geen activiteiten in de buitenlucht plaatsvinden. Maar niet getreurd, digitaal is er van alles te beleven in de Nationale Parken!

Wat kun je allemaal beleven 

Zo kun je bijvoorbeeld op digitale excursie met een Nationale Parkgids of test je (natuur)kennis in de landelijke Nationale Parken quiz. Ook zijn er speciale quizzen voor kinderen. 

Om Nederland beter bekend te maken met de Nationale Parken en toch de bijzondere natuur tijdens de Dag van het Nationaal Park 2020 te laten beleven organiseren we in het weekend van 24 mei:

  • Een Digitale excursietour door elk Nationaal Park –  Ga digitaal op pad met één van onze Nationale Park gidsen of boswachters en geniet van het park en de natuur met een digitale natuurexcursie! Vanuit huis genieten mensen van elke Nationaal Park. Een voordeel aan online: binnen een paar seconden ben je van de Veluwe op de Waddeneilanden.

Ga digitaal op excursie door één van de Nationale Parken

  • De Nationale Parken Quiz – We laten Nederland kennismaken met de bijzondere en unieke natuur van de Nationale Parken. Onder het mom van “wat weet jij van een Nationale Park…” hebben we een speciale quiz gemaakt. Zo beleven mensen vanuit huis een Nationale Park en leren ze de leukste dingen over deze bijzondere natuurgebieden.

Doe de Nationale Parken Quiz!

Zo bieden we tijdens de Dag van het Nationaal Park iedereen de gelegenheid om de bijzondere natuur van de Nationale Parken te ontdekken onder het motto: ‘natuur doet je goed’. 

Natuur doet je goed

De Nationale Parken hebben een belangrijke missie om mensen met de natuur te verbinden. Parken beschermen niet alleen onze waardevolle natuur, ze leveren ook positieve gezondheidsresultaten op. Contact met de natuur is essentieel voor de gezondheid, en in een Europa dat steeds meer verstedelijkt moeten we meer kansen creëren voor burgers om het buitenleven te verkennen. Uit Brits onderzoek blijkt dat natuur gezond is en dat mensen die minimaal twee uur per week in de natuur doorbrengen, hun leven een hoger cijfer geven. Natuur geeft je een boost waardoor je je fitter en vrolijker voelt. Onderzoek bewijst dat het goed is voor je creativiteit, ontspanning, fysieke fitheid, concentratie en stemming. Zelfs het kijken naar natuurbeelden heeft een positief effect. Kortom: natuur doet je goed! 

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

Weet jij op welke vier manieren kinderen dingen leren?

We hebben ons geheugen nodig om te kunnen leren. Hierin slaan we informatie op en kunnen het weer oproepen. Zonder het geheugen kunnen we niet zien, luisteren of denken. Maar zonder het geheugen kunnen we ook geen dingen leren. We maken gebruik van het kortetermijngeheugen en het langetermijngeheugen.

Het kortetermijngeheugen

Het kortetermijngeheugen kan informatie kort vasthouden. Ongeveer 20 seconden kun je dingen onthouden. En gemiddeld kan het kortetermijngeheugen ongeveer 7 eenheden vasthouden. Wanneer je een telefoonnummer wilt onthouden wat je opzoekt, kun je kort 7 cijfers onthouden. Van nature cluster je de cijfers tot bijvoorbeeld vier eenheden. Het kort onthouden van een telefoonnummer wordt dan al makkelijker.

Voorbeeld:
Het telefoonnummer 06 72884314 bestaat uit 8 cijfers en 06 er voor. Dat zijn behoorlijk wat eenheden om kort te onthouden. In elke geval moet je de eenheden onthouden totdat je het nummer hebt ingetoetst. Gaan we het telefoonnummer clusteren in bijvoorbeeld 06  72  88  43  14, dan hebben we 4 eenheden plus 06. Dit is al veel makkelijker te onthouden.

Het langetermijngeheugen

In het langetermijngeheugen kun je informatie lang opslaan. Het is dus belangrijk om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen. Er zijn vier mogelijkheden om lesstof in het langetermijngeheugen te krijgen.

Hoe kun je dingen leren?

Informatie komt eerst binnen in het kortetermijngeheugen. Pas daarna kan de informatie doorschuiven naar het langetermijngeheugen.

Dat gebeurt op vier manieren:

  • Leren door herhaling
    Onderzoek heeft uitgewezen dat we de lesstof  minimaal 200 keer moeten herhalen om de lesstof te kennen. Kinderen vinden dit over het algemeen minder leuk! Toch wordt deze manier nog veel toegepast in het onderwijs. Rijtjes opdreunen, tafels opdreunen, opschrijven en veel herhalen. Een kind raakt niet echt gemotiveerd door het (200 x) opdreunen van een tafel.
  • Leren door het bijzonder maken
    Als we iets bijzonders aan de lesstof koppelen, maken we het geheugen wakker. Door informatie bijzonder te maken, krijgt het aandacht. Aandacht dwingt de betrokken neuronen in het brein om vaker af te gaan. Hoe vaker neuronen afgaan, hoe sterker de verbindingen met de andere neuronen worden. We kunnen informatie beter onthouden en oproepen. Je maakt leerstof bijvoorbeeld bijzonder als je er een rijmpje aan koppelt.
    Bijvoorbeeld: Delen door nul is flauwekul!
    Of je koppelt aan een woord een associatiebeeld, daardoor wordt gewone informatie opeens opvallend en betekenisvol. Het koppelen van een associatiebeeld aan leerstof sluit prima aan bij de talenten en manier van informatieverwerking van een beelddenker.
  • Leren door koppeling emotie
    Emotionele ervaringen worden makkelijker in het geheugen opgeslagen. Dit wordt veroorzaakt doordat emotie de aandacht versterkt. Emoties als verdriet, angst, boos of blij zorgen ervoor dat de opgedane prikkels direct doorschieten naar het langetermijngeheugen. Denk maar eens aan een klein kind dat niet aan de kachel mag komen van zijn moeder. Het kind voelt toch aan de kachel. Au! Zijn moeder heeft gelijk, hij vergeet het nooit meer.
    Probeer emotie te koppelen in lessituaties, onder andere door beeld. Pak natuurlijk wel positieve emoties. Want trauma’s ontstaan ook vanuit negatieve emoties.
  •  Gebruik zoveel mogelijk leeringangen, minimaal drie.
    Bied leerstof visueel (ogen) èn auditief (oren) èn kinesthetisch (doen) aan.
    Op deze manier legt een kind een stevige verbindingen aan in het brein. Ook sluit je aan met lesgeven bij de beelddenker, de taaldenker en het kind dat leert door te doen.
    De beelddenker zal door het aanbieden van drie leeringangen zijn sterke leeringang, het visuele, kunnen benutten en zijn zwakke leeringang, het auditieve, leren ontwikkelen en versterken.

Het kortetermijngeheugen versterken

Voor veel mensen een bekende oefening: Ik ga op reis en neem mee.

Hoe ging dit ook al weer?
We doen deze oefening met een aantal kinderen. De eerste zegt: `Ik ga op reis en neem mee….koffer…
Het volgende kind zegt Ik ga op reis en neem mee…zwembroek…koffer…
Derde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…snorkel…koffer…zwembroek…
Vierde kind zegt: Ik ga op reis en neem mee…zonnebril…koffer…zwembroek…snorkel…
Enz.

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

“Uitgaan van verschillen” versus “omgaan met verschillen”

Wanneer we omgaan met verschillen impliceert dit, dat er sprake is van bepaalde normen waarvan wordt afgeweken. Hierdoor ontstaan begrippen als zorgkind of kinderen met een `achterstand´, want we willen dat kinderen aan de norm of het gemiddelde voldoen.
Wanneer we uitgaan van verschillen betekent dit dat we kinderen zien als unieke personen in ontwikkeling. Elk kind is ergens goed in!

Ieder kind is uniek

Ieder kind heeft zijn eigen karakter en mogelijkheden. Een kind wil zich graag ontwikkelen en doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Hierin onderscheiden kinderen zich van elkaar. Ieder kind is anders en valt niet te vergelijken met een ander kind. Maar voor ieder kind is het belangrijk, gelukkig te zijn en om gewaardeerd te worden om wie hij is. Op deze manier kan een kind het beste tot ontwikkeling komen. Kinderen moeten kunnen zijn wie ze zijn.

Hoe ga je er mee om?

Het gaat om een andere benadering. We kunnen kinderen helpen beter te worden door hun innerlijke kracht te ontwikkelen.

Helaas ontdekken veel mensen pas na hun schooljaren wat hun talenten zijn. Sommige mensen leiden hun leven zelfs zonder zich ooit bewust te zijn van hun eigen innerlijke kracht. Het is goed om jonge mensen dit te laten ontdekken. Wanneer kinderen leren waar ze goed in zijn, zijn ze later in staat om het verschil te maken.

Beter worden in wat je minder goed kan!

Het is merkwaardig dat we veel tijd en energie steken in datgene waar kinderen niet goed in zijn. Dit komt omdat we denken vanuit een referentiekader waar kinderen aan moeten voldoen. Heeft het zin om veel aandacht te besteden aan de ‘zwakke’ kanten van een kind. We doen ons best om het verschil te verkleinen en de ervaring leert dat dat weinig energie, voldoening of effect oplevert.

Worden we gelukkig van hoge cijfers en goede rapporten of worden we gelukkig als we in harmonie kunnen leven met wie we werkelijk zijn, met benutting van onze talenten en met kennis van onze tekortkomingen. We worden gelukkig als we onze sterke punten kunnen ervaren.

Waarom vooral energie stoppen in van ‘vijfjes’ ‘zesjes’  maken. Hoe gelukkig wordt je ervan om van ‘zevens’ ‘achten’ te maken!

Help kinderen om hun talenten te ontdekken en daar gebruik van te maken.