De leerkrachten gaan staken!

De leerkrachten gaan staken!

Boos zijn ze, de leerkrachten van het primair onderwijs, leerkrachten gaan staken.  Ze worden onderbetaald en ondergewaardeerd. Maar vooral ook zijn ze gekwetst. Gekwetst omdat het (belang van hun) werk waar zij dagelijks hun ziel en zaligheid in leggen, niet voldoende wordt gezien. Zij doen hun werk uit liefde voor het kind. Om elk kind zich maximaal te laten ontwikkelen. Zodat het kind trots is op zichzelf en zijn eigen presteren.

Noodkreet

Vanochtend las ik de volgende zin uit een brief van een leerkracht:
“Iedere werkdag begin ik met een kopje thee op mijn bureau. En iedere dag om 12 uur, zie ik datzelfde kopje thee nog op mijn bureau staan. Koud.
En als dat nu komt doordat ik mooie ontwikkelingen heb mogen zien in mijn klas, dan geeft dat niet. Maar ik heb die ochtend alleen het hoofd boven water kunnen houden.”

Een trieste noodkreet. En waar ligt de oorzaak van dit gevoel van onvermogen? Het zal een combinatie van factoren zijn:  (te) volle klassen, (te) veel kinderen die een aparte aanpak nodig hebben, permanente druk om als school nog ‘beter’ te presteren, tijdrovende administratieve taken, overleggen met allerlei instanties…. En ga zo maar door.

Iets gaat er helemaal fout

De angel zit hem mijns inziens vooral in het feit dat er van hogerhand niet serieus gekeken wordt naar het vak zelf. En dat de expertise op de werkvloer onvoldoende wordt gezien en benut. Natuurlijk, er zijn de afgelopen jaren allerlei initiatieven ontstaan: onderwijs 2032, slo informatiepunt voor onderwijs en talentontwikkeling, de nationale onderwijsweek etc.  

Maar blijkbaar lukt het niet om daar echt voortgang mee te boeken en veranderingen mee in gang te zetten.  Iets gaat er dus helemaal fout.

Een dieptepunt

De leerkrachten gaan staken. Ze zien geen andere mogelijkheid; de maat is vol, ze zitten er doorheen.

Want als gevolg van die toenemende druk op leerkrachten, gaan ook steeds meer kinderen met tegenzin naar school. Ze raken gedemotiveerd omdat ze niet de kans krijgen te laten zien wat ze kunnen. Ik spreek ze, de juffen en meesters . En ik zie ook de leerlingen: zij vragen mij om hulp in hun zoektocht naar hun eigen, unieke talenten.

Lichtpuntjes?!

En toch… misschien juist nu… wil ik op zoek gaan naar lichtpuntjes.

Want die zijn er. Leerkrachten die een werkvorm hebben ontwikkeld zodat ELK KIND zijn talenten kan benutten. Juffen of meesters die het lukt om van ELK KIND een uitblinker te maken. Ook, en misschien wel juist, die kinderen met een zogenaamd label als dyslexie, dyscalculie, hoogbegaafd, hooggevoelig.

Een podium

Hen wil ik graag een podium geven. Ik wil deze leerkrachten in de spotlights zetten. Hen eren als ware helden. Zodat zij voorbeeld en inspirator kunnen zijn voor al die andere betrokken en deskundige maar wanhopige leerkrachten.

Dus, wanneer je nu denkt ‘ik ken zo’n leerkracht met een mooie, succesvolle werkvorm’,  help dan mee hem of haar in de spotlights te zetten.

Op ons platform www.elkkindeenuitblinker.nl geven we heel graag het woord aan deze U!tblinkers!

Begrijpend leren?

Begrijpend leren?

 

Deze week kreeg ik Sanne, een nieuwe leerling,  bij mij in de praktijk. Mijn eerste vraag bij een nieuwe leerling is altijd: “wat zou je willen leren bij mij?”

Het antwoord dat ik kreeg was als volgt:
“Ik wil heel graag leren op een manier die ik begrijp.
Want de juf begrijpt mij niet en ik begrijp de juf niet”

Hetzelfde doel

Au, zowel voor het kind als voor de juf. Want beiden hebben hetzelfde doel.

Er is bij Sanne een test gedaan en Sanne blijkt dyslectisch en hoogbegaafd. En ze denken dat Sanne op een ruimtelijk-visuele manier denkt en leert. De juf weet niet zoveel af van deze manier van denken en leren, en daarom komt Sanne nu bij mij.

Maar zeggen we nu dat Sanne op een andere manier leert (dus anders dan “normaal”) of zeggen we dat er breinvriendelijk les gegeven moet worden? Let wel: dit is GEEN aanval op de juffen en meesters! Zeker niet! Maar zou het niet fijn zijn als ook de juffen en meesters meer kennis krijgen van breinvriendelijk leren?

Jelle Jolles, neuropsycholoog, is een bekend pleitbezorger voor meer kennis van het brein in het onderwijs.
“Heeft het onderwijs baat bij kennis over de hersenen? Nee, werd er gezegd in 1997. Ja, wordt er in 2016 gezegd door Jelle Jolles.

Jolles geeft aan:
“Het is van groot belang om kinderen in de breedte te stimuleren. Waarom? Om banen in je brein te ontwikkelen die je straks nodig hebt voor rekenen en taal. Waardoor je dus beter rekenen en taal kunt leren.

Stimuleren

Stimuleren in de breedte betekent: Niet alleen luisteren naar de juf en daarna werkbladen maken. Nee, handelen, doen, bewegen, muziek maken, strategiespel, knutsels maken en daarna aan de andere kinderen uitleggen wat ze gemaakt hebben… Spellen puzzels, scrabble met niet bestaande woorden, bouwen, kleien, boeken en toneelspel…”

Lesvormen die heus wel gebruikt worden op school, maar die niet als kernactiviteit gezien worden.
En laat dit nu juist de lesvormen zijn die ik gebruik in mijn praktijk. En laat het nu zo zijn dat de kinderen die bij mij komen zeggen:” Ah, ik begrijp het nu!

Dus dan toch niet “anders leren”, maar “breinvriendelijk leren”? En dat voor ALLE kinderen?

Als jij als ouder denkt:”dit vind ik ook belangrijk, voor mijzelf of voor de juffen of meesters bij mijn kind op school”, dan kun je dit aangeven via mijn site www.brightbrain.nl. Bellen kan ook altijd. Ik denk graag met je mee wat de mogelijkheden zijn.

Want onze kinderen zijn de toekomst!

Een verhaal over zelfkennis van een 12 jarige jongen!

Een verhaal over zelfkennis van een 12 jarige jongen!

“Wanneer ga je me leren plannen? ¨Want dat kan ik echt niet”

Een vraag van Coen, een jongen van 12 die al een tijdje bij me zit. Voor dyslexie wel te verstaan, en niet voor een cursus plannen.

Maar hoe komt Coen bij de vraag of ik hem plannen wil leren?

Met 10 jaar komt Coen bij me in de praktijk. Hij heeft een zware vorm van dyslexie en alle extra hulp op school heeft niet geholpen. School heeft het opgegeven en ook Coen lijkt alle vertrouwen in zichzelf verloren te hebben. Gelukkig is zijn moeder ervan overtuigd dat Coen over veel kwaliteiten beschikt en dat hij met die kwaliteiten echt wel verder kan komen dan waar hij nu is.

Dus wij gaan aan de slag met de Davis Methode. Focuspunt aanleggen, alfabetten kleien, grammaticaregels kleien, lezen… Maar ook uitkleien wat Coen nodig heeft om verder te komen op school. Wat kan hij zelf inzetten aan kwaliteiten en wat heeft hij nodig?

Eerlijk is eerlijk, makkelijk was het niet. Maar Coen kent nu zijn kwaliteiten: doorzettingsvermogen, een groot ruimtelijk inzicht, een enorm goede bouwer, en nog een aantal mooie kwaliteiten. Coen weet ook dat hij nooit een excellent schrijver zal worden, of dat hij op de universiteit talen zal gaan studeren.

Maar Coen weet wel dat hij ondernemer wil worden. Hij wil zijn eigen bedrijf in boten hebben en zelf boten maken. En hij weet ook wat hij daarvoor nodig heeft: eerst zijn middelbare schooldiploma halen en daarna een beroepsopleiding. En om deze diploma’s te halen weet hij 1 ding zeker. Hij zal zijn huiswerk moeten leren plannen. En wel op een manier die bij hem past. En dat is plannen op een visuele manier.

Coen weet toevallig dat ik cursussen geef om huiswerk te leren plannen. Dus of ik hem dat dan maar wil leren.

Met heel veel plezier Coen.

Ps. Coen gaat het nog ver brengen.

Concentratieproblemen? Concentreren kun je leren!

Concentratieproblemen? Concentreren kun je leren!

Concentratieproblemen? Met een leuk spel een kind helpen om zijn concentratie te verbeteren.

“Concentratieproblemen? Ik snap het niet, mijn kind kan urenlang zitten gamen!”

Komt deze kreet jou bekend voor?
En ja het klopt, want je hebt concentratie en concentratie. Beter gezegd: vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie.

Vrijwillig en gedwongen concentratie

En hierin zit een groot verschil: als het gaat om vrijwillige concentratie -gamen, skaten, vissen- dan kan een kind het vaak urenlang volhouden. Gaat het om gedwongen concentratie -huiswerk maken, opletten in de klas- dan is de hoeveelheid tijd waarin een kind geconcentreerd kan werken beperkt en erg afhankelijk van de leeftijd.

Als richtlijn geldt het volgende:
6 jaar: 10 minuten
10 jaar: 20 minuten
13 jaar en ouder: 30 minuten

Goed nieuws en slecht nieuws
Eerst maar het slechte nieuws: ongeacht de leeftijd is het voor het ene kind makkelijker om langere tijd zijn aandacht op één ding te richten dan voor het andere kind. De oorzaak hiervoor is erfelijk bepaald.

Het goede en meest recente nieuws is dat concentratie verbeterd kan worden. Je kunt jouw kind dus helpen zijn concentratie te verbeteren.

“We ontmoeten kinderen in het autistisch spectrum of met leerproblemen als ADHD. Met hen worden specifieke oefeningen gedaan waarmee het brein gestimuleerd en veranderd wordt. Hiermee is enorme winst te behalen.” (The brain’s way of healing, Norman Doidge)

Tot slot een leuk en simpel spel waarmee je de concentratie van een kind kunt verbeteren:

The Coin Game helpt bij concentratieproblemen

Ouders vinden dit spel leuk omdat het het geheugen- en volgordespel is, en kinderen genieten ervan omdat het snel is en omdat het gewoon een leuk spel is. Je hebt nodig: een stapeltje verschillende munten (bijv. 1 euromunten, 2 euromunten, 20 eurocent munten etc.), een kartonnetje, en een stopwatch. Kies vijf munten van de stapel (zeg 2 munten van 1 euro en 3 munten van 20 eurocent) en leg ze op een rij in een bepaalde volgorde. Zeg dan tegen je kind:”kijk goed naar de munten die op tafel liggen.” Bedek dan de munten met het kartonnetje. Start de stopwatch en vraag het kind om met de munten uit de stapel dezelfde rij met dezelfde volgorde te maken.Als ze klaar zijn, schrijf je de tijd op en kijken jullie of het goed was. Als het niet goed was, ga je door doordat ze het wel goed hebben. Natuurlijk kun je het spel altijd moeilijker maken door er meer (verschillende) munten aan toe te voegen. Als je het spel vaker speelt, zul je merken dat de concentratie van jouw kind verbetert, wat een mooie stimulans is voor zowel jouw kind als jijzelf.

Wil je meer tips en spellen?
Kijk even op The Bright Brain – -voor het anders lerende kind-

Wat als een concentratie probleem eigenlijk een motivatie probleem is?

Waarom anders leren kan leiden tot dyslexie

Waarom anders leren kan leiden tot dyslexie

Het kwam deze week  weer in het nieuws: in elke klas zitten er twee kinderen met dyslexie. Dat is veel. Zo veel dat je je kunt afvragen of dyslexie een leerstoornis genoemd kan worden.

In het reguliere wetenschappelijke onderzoek  wordt er bij dyslexie gesproken van een stoornis die zich afspeelt in de hersenen, waarbij het hersengebiedje waar klanken aan schrifttekens worden gekoppeld, te zwak is aangelegd of moeilijk bereikbaar is. Dit geeft aan dat er verschillen zijn in hersenstructuren tussen dyslectische en niet-dyslectische kinderen.

Het is belangrijk en goed dat de wetenschap deze onderzoeken doet, want dit is meetbaar bewijs.  Maar er zijn ook andere invalshoeken om dyslexie te verklaren.

Hieronder vind je een ander inzicht:

Iedere persoon heeft zijn eigen unieke manier van leren: iedere persoon heeft zijn eigen unieke kwaliteiten. Geen enkele kwaliteit is hier beter of slechter. Geen enkele persoon is hiermee dommer of slimmer.  Maar… deze kwaliteiten moeten dan wel benut worden bij het leerproces.

En dan kom ik tot de kernvraag: wordt er op school voldoende gekeken naar de unieke kwaliteiten van elk kind? Naar die kwaliteiten waarmee een kind het beste de leerstof tot zich kan nemen?

Ik denk het niet. Ik denk dat scholen in Nederland nog een grote inhaalslag kunnen maken als het gaat om innovatieve leermethoden. Nog maar al te vaak zijn de lesmethoden gebaseerd op het auditieve leren, dus leren door te luisteren.

Hoe zou het zijn als scholen wel zouden inspelen op de verschillende leerstijlen?

Al in 1970 zijn professoren Ken en Rita Dunn (St. John’s University, New York) gestart met het ontwikkelen van een model dat gebaseerd is op verschillende leerstijlen, te weten:

  • Tactiel/kinesthetisch leren (leren door te voelen en te doen)
  • Auditief leren (leren door te luisteren)
  • Visueel leren (leren door te zien)

De meeste kinderen en volwassenen hebben een combinatie van deze leerstijlen, maar hebben vaak wel een voorkeur voor 1 bepaalde leerstijl in het bijzonder. Het is bewezen dat  kinderen het meest succesvol zijn als leertaken benaderd worden via hun voorkeurleerstijl .

En als je mag leren door middel van je eigen leerstijl, dan ben ik ervan overtuigd dat er minder dyslectische kinderen zullen zijn.

Wil je meer weten wat voor soort leerstijl jouw kind heeft? Kijk eens op www.brightbrain.nl

Weetje uit Amerika: een gemiddelde klas heeft 30% visuele leerlingen, 25% auditieve leerlingen en 15% kinesthetisch/tactiele leerlingen, en de overige 30% heeft een mix van de 3 leerstijlen. (Uit:casacanada.com)