**//sticky ads code//**
Humor gebruiken

Humor gebruiken

Het is leuk om op pad te gaan met de kinderen, maar voor je weg bent… De jassen aan, schoenen aan, sjaals, mutsen, luiers, doekjes, noem maar op en ondertussen willen mijn kinderen totaal iets anders doen. Ik probeer ze mee te laten werken, terwijl ik aan het nadenken ben waar de huissleutel, de fietssleutel en mijn pinpas liggen.

Mijn dag

Vandaag hoefde ik alleen maar even naar de supermarkt. (“O ja! Het boodschappenlijstje en een extra tas mee!”). Ik had Mirre aangekleed en alvast buiten bij de fiets gezet. Ik hoopte dat ze zichzelf daar zou vermaken en voor mij was het prettig om me even alleen met Jip bezig te kunnen houden. Jip was verdiept in een boek en was gezellig aan zichzelf aan het voorlezen. Zijn schoenen had ik aangedaan, daar had hij zich niet aan gestoord, maar hij zag er nou niet uit alsof hij van de bank wilde komen. Als het even kan doet Jip zelf zijn jas aan. Met de ‘kinderopvangtruc’ is dat vrij eenvoudig. Voor de vaders en moeders die dat niet kennen: de jas ligt op de grond, het kind gaat met zijn voeten bij de kraag van de jas staan, buigt naar voren, steekt zijn armen in de mouwen en ‘hup’ slingert de jas over zijn hoofd. De jas glijdt keurig over de armen naar beneden en zit op zijn plek. Het moment is daar: bang voor een strijd leg ik de jas op de grond.

Het laatste wat ik verwacht is dat Jip enthousiast de bank af komt gehuppeld en zijn jas aan doet. Toch maar proberen: “Jip, doe jij je jas even aan.” Geen reactie. “Jip?” nog steeds geen reactie. Wat nu? De raderen in mijn hoofd draaien op volle toeren. Humor gebruiken! Dat was een van de tips in de opvoedcursus. Humor of iets onverwachts zou helpen om bij kinderen de weerstand te verminderen. Ik plaats mijn handen als een koker rond mijn mond en roep heel hard:

“Attentie! Attentie! Wil meneer Jip zich zo spoedig mogelijk naar zijn jas begeven en deze als de wiedeweerga aan trekken.”

Jip kijkt lachend op, maar blijft zitten.  En nu? Nog maar een keer proberen: “Ik herhaal! Wil meneer Jip zich zo spoedig mogelijk naar zijn jas begeven en deze als de wiedeweerga aantrekken?” Dan registreren mijn zintuigen het volgende: Jip springt van de bank, rent naar zijn jas en trekt hem aan. “Huh?” Terwijl ik zijn jas dichtrits, zit ik me nog te verbazen. Dit ging goed zeg. Zal het volgende keer weer lukken?

Een andere manier van opvoeden

Een andere manier van opvoeden

Maartje gelooft in opvoeden zonder straf. Een vraag die haar vaak gesteld wordt in dit kader is, “maar een kind heeft toch grenzen nodig? “Maartje legt uit dat niet straffen niet betekent dat je geen grenzen aangeeft. Maartje vertelt hoe je grenzen kunt aangeven zonder straf, positief opvoeden.

Straffen is voor veel ouders een natuurlijke manier om een kind te laten doen wat we graag willen. Misschien effectief, maar straffen heeft ook andere consequenties. Stel je voor dat een kind stennis maakt als hij naar bed moet. Dan kun je als ouder zeggen: “Als je nu niet luistert, dan lees ik niet voor.”
Dat is wat ik deed. Als Jip dan stampij bleef maken, was ik consequent en voerde de straf uit. Wat voelde ik me ellendig als ik hem vervolgens huilend naar bed bracht. De gevolgen van de straf die ik gaf: mijn intieme moment met Jip was weg, Jip was verdrietig, hij was boos op mij en hij was nog minder gemotiveerd om mee te werken. Andere gevolgen van straf geven kunnen zijn dat een kind zich rot voelt over zichzelf of dat ouder en kind in een machtstrijd terechtkomen.

Ten slotte leert een kind conflicten op te lossen door dreigen, dwingen en straffen. Dit in plaats van gezamenlijk zoeken naar een oplossing die beiden aanstaat.

Allemaal dingen die je waarschijnlijk niet wilt als ouder. Wat dan te doen, als je niet meer wilt straffen? Wat er nu gaat komen, is voor mij geen natuurlijk gedrag. Ik moet er heel hard voor werken, maar als het lukt, werpt het onmiddellijk zijn vruchten af. In eerste instantie ga je de gevoelens van je kind erkennen. Om vast te houden aan het voorbeeld: naar bed gaan is niet leuk. Je bent alleen, je ligt in het donker, het is doodsaai, misschien is het wel eng of koud, verzin maar… Je kunt dit allemaal aangeven aan je kind. Laat hem zien dat je begrijpt dat naar bed gaan geen pretje is.

Toen wij dat voor het eerst deden, merkten we dat Jip ontspande: hij hoefde geen moeite meer te doen om duidelijk te maken hoe verschrikkelijk naar bed gaan is. Vervolgens vertel je wat de regel is. “De kinderen in dit huis gaan om half acht naar bed. Dan is er genoeg tijd om te slapen en ben je morgen weer uitgerust om te spelen.” Wat helpt om een kind te stimuleren om mee te werken is fantasie te gebruiken. Daardoor gaat je kind zich beter voelen en zal hij makkelijker meebewegen.

Gebruik fantasie

Een kind beseft dat papa of mama hem echt wel blij wil maken, maar dat het nu eenmaal bedtijd is. Zo hebben wij een keer gefantaseerd dat Jip ons naar bed zou brengen. Hij vond het prachtig en schakelde daarna vrij gemakkelijk naar het bedritueel.
Wat ook helpt is humor gebruiken of een spelletje maken van de gebeurtenis. Gisteren hebben we nog met het hele gezin meegehuild: “We willen niet naar bed!!!” Er gebeurde iets onverwachts, Jip schoot in de lach en de rest ging vanzelf.
Door op deze manier met een grens om te gaan, leert je kind dat hij best ergens geen zin in mag hebben (zijn wil doet ertoe), maar dat er wel regels zijn. Papa en mama begrijpen hem niet alleen, ze willen het ook plezierig maken. Hij beseft dat naar bed gaan ook best leuk is: papa en mama zijn even alleen met hem bezig. Wij ouders willen heel graag dat onze kinderen het fijn hebben, maar gelukkig willen onze kinderen het ook graag ‘goed’ doen voor ons. Met dat laatste kunnen we ons voordeel doen.

Je kind meekrijgen van de oh zo leuke kinderopvang? Dat doe je zo!

Je kind meekrijgen van de oh zo leuke kinderopvang? Dat doe je zo!

Ik heb soms van die momenten waarop ik denk: “Oh, als dit maar goed gaat,” Sinds kort gaat mijn zoontje naar de peuterspeelzaal. Daar was weer zo’n moment. Wil hij mee naar huis, zonder een scene te maken?

Een klein groepje kinderen zat in het lokaaltje aan de zeshoekige tafel. Allemaal zaten ze heerlijk met hun handen in de blauwe klei. Wat goed! Dat ik daar zelf niet op ben gekomen, om maar één kleur in huis te halen! Er zaten twee ‘juffen’ bij die met de kinderen bezig waren. Het zag er reuzegezellig uit. Ik liep op de tafel af. Mijn kind was bezig met het draaien van een soort worst, die vervolgens in de lucht uit elkaar viel. Bij de tafel aangekomen, ging ik naast hem zitten. Mijn zoon liet mij trots de blauwe hoop zien die was ontstaan na het worsten draaien. “Bewust belonen!” schoot het door mij heen. “Zo Jip, ik zie een blauwe berg klei……..uh…..,” ik beet op mijn tong, “wat veel klei zeg!” vervolgde ik.
Mijn zoon knikte enthousiast. “Ja, ik had heel veel klei mama, en zo maak ik een grote berg!” Hij deed nog eens voor hoe hij een grote berg maakte, door zijn arm zo hoog mogelijk de lucht in te steken. “Ja, ik zie het. Leuk bedacht, joh!”

Het moment om te schakelen was nu echt wel gekomen.

Ik begon het ook onbehaaglijk warm te krijgen met mijn winterjas in dat  warme hok. Ik voorzag dat hem meekrijgen niet gemakkelijk zou worden en ik voelde, terecht of onterecht, de aandacht van de mensen die ervoor hadden gestudeerd. “Hee Jip, het zou wel leuk zijn om hier een echte mega grote berg te maken hè?” Hij knikte breed lachend. “Zo groot dat de berg uiteindelijk niet meer op de tafel past en dat we er op moeten klimmen om hem hoger te maken.” Hij zag het overduidelijk zitten, “en dan nog hoger en groter, zodat hij tegen het plafond komt en de deur niet meer open kan.” “Haha,” Jip vond het erg grappig.
“En dan is de berg zo groot tot helemaal aan ons huis!” zegt hij. Hij zit nog op zijn  stoel, maar begint bijna te dansen van blijheid. “Hier ligt de opening!” denk ik bij mezelf. “Jaaaaaa!” roep ik, “dat is een goed idee! Laten we nu naar huis gaan en dan net doen of we heel hard van de berg af roetsjen, dan zijn we er zo!”
Heel even kijkt Jip bedenkelijk. Ik wacht in spanning af. “Even handen wassen,” zegt hij dan. Hij glijdt van het bankje.
Even later zitten we op de fiets. Ik heb nog nooit zo hard gereden. Fietsen van een berg na doen is echt topsport.

Zonder strijd en zonder speelgoed van huis!

We staan op het punt om te vertrek, als Jip mij mee deelt  dat hij Fabulous Hudson Hornet en Bliksem McQueen (twee auto’s uit de Disneyfilm Cars) in zijn zak heeft zitten. “Ik haal ze er niet uit op school, hoor,” verzekert hij me. Maar ik wil het gewoon niet hebben om de simpele grote mensen redenen dat
1) ze zoek kunnen raken en
2) ik de juffen niet wil belasten met meegenomen speelgoed waarover ruzie kan ontstaan of dat zoek kan raken. Toch benoem ik mijn ideeën erover aan Jip. Hij herhaalt nogmaals wat hij net heeft gezegd: hij gaat ze écht in zijn zak houden.
Tja, ik weet het even niet meer.

Hoe ga ik er nou voor zorgen dat die dingen nou zonder strijd thuis achter worden gelaten?

Een strijd die lichamelijk kan worden, vind ik de allervervelendste die er is: iets af moeten pakken of aan zijn kleren zitten terwijl hij niet wil. Zo’n inbreuk op zijn lichamelijke integriteit. Om dat te voorkomen doe ik altijd een stapje extra.
Zo ontstond er vandaag een ‘broekzakgesprek’ tussen je raadt het al: Fabulous Hudson Hornet en Bliksem McQueen.
Fabulous Hudson Hornet (met een zware stem): “Bliksem, Bliksem! Ben je daar? Ik zit hier in het donker. Ik zit vast en kan niks zien!”
Bliksem McQueen (met een iets minder zware stem): “Hudson, ben jij het? Ik zit ook vast. Het is hier pikdonker. Ik kan helemaal niks.”
Fabulous Hudson Hornet: “Het is echt akelig. Ik wil er dolgraag uit, maar ik weet niet hoe.”
Bliksem McQueen: “Ik ook Hudson. Ik wou dat ik je kon helpen, het is erg onaangenaam hier.”
Fabulous Hudson Hornet: “Hee, Bliksem! Denk je dat Jip ons kan helpen?”
Bliksem McQueen: “Hudson, wat een fantastisch idee. We vragen Jip! Maar moet hij niet naar school?”
Jip zijn hand beweegt al naar zijn broekzak en met veel moeite bevrijdt hij als eerste Fabulous Hudson Hornet. Ondertussen praat ik door hoe graag de autootjes op een veilige plek zouden willen wachten op de thuiskomst van ‘Jip de redder’! Nou, Jip de redder heeft een fantastische plek bedacht. Hij vraagt zijn moeder de auto’s op de kast te zetten en een hut voor ze te bouwen van een boek. Helemaal blij worden de auto’s vijf minuten later uitgezwaaid. Het kostte me best wat moeite vandaag, maar het was toch mooi weer gelukt om zonder strijd het huis te verlaten.

Drama bij verlaten speeltuin!

Het regende vanmorgen behoorlijk. Ik keek daarom een beetje op tegen deze dag: “Hoe zou ik de kinderen weer een hele regenachtige dag kunnen vermaken?” En bij voorkeur op een manier waarop ze worden gestimuleerd, graag zonder al te veel ruzie en dat ik ook nog zelf een moment heb, waarop ik op mijn gemak een kop koffie kan drinken. Veeleisend? Misschien wel.

Ik besloot om naar een overdekte speeltuin te gaan. Het was ruim een jaar geleden dat ik daar met een vriendin en onze kinderen was heengegaan, dus het mocht wel weer eens. Ik was er van overtuigd dat ze zich zouden vermaken.

We vermaken ons uitstekend!

blokken indoorspeeltuinZo gezegd, zo gedaan. De kinderen hadden geen idee wat ze te wachten stond (denk ik), maar bij binnenkomst werden ze meteen enthousiast. Er was een gedeelte voor de allerkleinsten en daar begon ons speelfestijn. We hebben huizen gebouwd met zachte blokken, een brug van kussens, gezwommen in de ballenbak, kleine glijbanen verkend en klimwanden bestegen. Dolle pret was het.

Ik vermaakte me ook uitstekend, met mijn eigen kinderen en ook met de kinderen van anderen. Mijn kopje koffie zou er bij inschieten, maar dat was ik al vergeten. Zo leuk was het. Toen Jip uitgekeken was op dit gedeelte van de speeltuin, zijn we gezamenlijk het overige deel gaan bekijken.

Tijd op te gaan

indoorspeeltuinNa een half uur was ik zelf wel uitgekeken op de speeltoestellen en de gillende kinderen. Tijd om te gaan. Althans, dat vond ik. Jip wilde nog even springen op de trampolines. Ik zei: “Dat is goed Jip. Je mag nog vijf minuten springen. Mama zet de wekker op de telefoon.” “Oké,” zei Jip en hij rende weg. Ik ging met Mirre nog even naar het toilet. Vervolgens gaf ik Jip aan dat hij nog een minuutje te springen had. De wekker ging. Ik liet het Jip horen en hij liep mee. Gelukkig maar, toch altijd een spannend moment, dat weggaan bij een dergelijke gelegenheid. Hij liep met Mirre en mij mee naar de plek waar de jassen en schoenen lagen. Helaas, toen ik zijn schoenen aan wilde doen, keerde het tij.
“Neeeeeeeeeeeeeeeee!!! Ik wil niet naar huis!” schreeuwde Jip. “Oké,” dacht ik “de emotie erkennen. Begrip tonen.” “Jip, ik zie dat je dolgraag hier wil blijven en dat je het liefst nog heel lang door wil spelen, misschien wel tot het donker is,” de raderen in mijn hoofd draaiden op volle toeren.
Hoe zou ik de zin vervolgen? “Maar ja, er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan.” Oh, ik hoorde mezelf de zin uitspreken en wist dat deze totaal niet aan zou komen. Inmiddels probeerde ik uit alle macht een kind vast te houden, dat alleen maar bezig was om weg te rennen. “Jip, ik wil dat je nu luistert.” “Jip, we hebben heel leuk gespeeld, maar nu is het klaar.
Jip……….Jip…………hallo Jip…………Mama vindt dit niet leuk.”
Oh, dit ging helemaal mis. Ik had een worstelend en krijsend kind in mijn handen. Ik had het gevoel dat alle aanwezige moeders en vaders naar me keken. Ik zette Jip neer op de bank, maar hij gooide zich achterover en begon op me in te trappen. “Weet je wat, blijf maar lekker hier,” zei ik, “ik ga wel alleen met Mirre naar huis.” Ik pakte mijn spullen en vertrok.

Ondertussen bedacht ik wat ik anders had moeten doen, en ik kreeg het niet bedacht. Nadat ik Mirre in de auto had gezet, liep ik terug die verschrikkelijke speeltuin binnen. Jip stond bij de uitgang te huilen, bijgestaan door een moeder die wel lief was. Zucht….“Dank je wel,” zei ik tegen haar. Ik tilde mijn zoontje op en nam hem mee naar buiten. “Laten we straks even praten hoe we dit de volgende keer anders kunnen doen,” zei ik tegen hem. Jip knikte en veegde de laatste tranen van zijn wangen.

beeld: kidzoo