**//sticky ads code//**

Apepakkies

Ik hou niet van kinderboeken met illustraties van dieren met kleren aan. Zo, dat kan er maar uit zijn. Beren met politie pakken en apen met gekke petjes. Fout. Een aap draagt geen gek petje en als ie dat wel doet is ie over het algemeen slecht af.

Ik herinner me dat ik met m’n, toen waarschijnlijk ongeveer een jaar oude, zoontje door het Vondelpark fietste. Hij brabbelde z’n eerste woordjes. Op een gegeven moment kwam er een goed uitgedoste rastaman vlak langs onze fiets lopen. “AAP”, riep m’n zoontje, terwijl hij naar hem wees. Ik heb sorry geroepen enzo, maar het was niet de schuld van de kleine man. Het was de schuld van de illustratoren van de kinderboeken die hij op de crèche voorgeschoteld kreeg. Dat krijg je ervan. Dat je dieren laat praten, oké. Anders wordt het wel heel lastig om een verhaal te maken maar laat ze verder in hun waarde a.u.b.
Ik had vroeger een mooi boek met dieren. Heel mooi. Een levensgevaarlijke tijger. Een ruwharige geit. Goed getekend. Het is natuurlijk veel makkelijker, om ze lekker gek af te beelden. Met brilletje enzo. Donald en Willy Wortel (een kip!) heb ik me inmiddels bij neergelegd, maar niet ieder dier hoeft menselijke trekjes te krijgen.
Wat vinden de kinderen leuk? Altijd moeilijk. Wat vinden (allochtone) jongeren leuk? Wat vinden vrouwen leuk? Hoewel ik de antwoorden ook niet weet, is er één basisregel waar je je het best maar altijd aan kunt houden: ga niet doen of je één van hen bent (tegen kinderen in oepie-doepie-taal praten of tegen jongeren vet cool zeggen enzovoort). Neem kinderen serieus. Zij snappen niks van onze bezigheden, wij niet van de hunne. Houden zo.
Is het iets van de laatste jaren? De boeken die mijn ouders me voorlazen hadden volgens mij hele stoere tekeningen. Kapitein Rob, de Kameleon, Winnetoo en Old Shatterhand. Ik kan me van de laatste twee niet herinneren dat ze op bisons met een jasje aan joegen, maar ik kan me vergissen. ‘Schattig’, ergens leeft het idee dat kinderen en jongeren dat leuk vinden. Degenen die ik ken (meest jongens) zijn van snel en sterk enzo. Zéker niet van raar of schattig. Ik ben de laatste die voor ‘doe maar gewoon…’ wil pleiten. Maar wel voor ‘goed’. Goed mooi, goed lullig, goed gek. Goed getekend. In het geval van krokodillen, het liefst goed gevaarlijk, spinnen het liefst goed eng, katten goed eigenwijs  en honden het liefst goed irritant. Gewoon zoals het is, zeg maar.

Humor

M’n 2 jongens spaarden de voetbalplaatjes van Albert Heijn. We praten een paar jaar geleden, inmiddels hebben zowel de jongens als de grootgrutter er genoeg van, geloof ik. Dat sparen vind ik prima maar dan wel op mijn voorwaarden en niet die van Albert. Zo stonden er in de supermarkt dranghekken waar de kinderen achter moesten staan omdat ze anders de andere klanten lastig zouden vallen. Dat vind ik dus niks. De kinderen gebruiken om de ouders meer te laten kopen om ze vervolgens als kleine hooligans weg te zetten. Dus: plaatjes sparen prima maar dan niet achter zo’n hek en zoveel mogelijk filiaalmanagers en kassières lastigvallen.
Stukje pedagogiek aan gekoppelt zelfs; als je naar een oudere dame loopt, zeg dan eerst dat ze een leuke jas/schoenen/tas heeft en vraag dan naar haar plaatjes! Het werkt.
Sta ik een keer te koken, komen de jongens binnenrennen, pakken hun albums en rennen weer naar buiten “Waar gaan jullie heen?!” riep ik ze achterna.
“Naar Guus.”
“?”
Toen ze een half uurtje later terugkwamen vroeg ik ze welke Hans en wat ze nou precies gedaan hadden.
“Guus van drie huizen verder. De vader van Mats en Wiebe, maar die waren bij hun moeder. We hebben plaatjes geruild.”
“Met Guus?!”
“Ja, hij spaart ze ook. Hij heeft twee albums. Een met de voorkanten en een met de achterkanten.
“!!??”
“Die zijn allemaal verschillend.”voetbal_plaatjesIk vroeg of hij (jaar of zeven toen) het niet een beetje vreemd vond dat Guus dat spaarde.
“Waarom dan?”
Ik zei dat hij het toch ook wel raar zou vinden als ik de voor en achterkanten van de voetbalplaatjes zou gaan sparen.
“Ja, maar Jij bent heel anders dan Guus.”
“Ah, oke, maar hoezo anders dan?”
Toen sprak de kleine man de historistische woorden waar ik ‘s nachts nog wel eens lachend van wakker schiet.
“Nou, Guus heeft heel veel humor bijvoorbeeld.”
Ik dacht aan guus en vroeg, m’n lachen inhoudend:
“Tuurlijk, en ik niet!?”
“Ja, jij ook wel maar dat is anders. Jij maakt van die zelf bedachte grapjes, maar Guus kent heel veel echte.“Zoals ,,,?”
“Nou, toen we laatst een keer met hem mee naar de voetbal reden, zei hij bijvoorbeeld: “Als je links kijkt, zie
je rechts niks.”
I rest my case!