Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Hoe leer je kinderen plannen en organiseren?

Als volwassenen willen we graag dingen gedaan krijgen. Werk, gezin, huishouden en tijd om te sporten, te ontspannen en ga zo maar door. Om dit allemaal gedaan te krijgen, maken we keuzes. Plannen en organiseren zijn denkprocessen die nodig zijn om dingen gedaan te krijgen. Je denkt na over wat je wilt doen en hoe je dat gaat doen. Dat kan iets zijn op korte termijn (spullen pakken om te gaan schoonmaken) of op langere termijn (een vakantie plannen).

Hoe zit dat nou met kinderen? Hoe ver is hun ontwikkeling hierin? Afgelopen week zag ik zowel thuis als in mijn klas voorbeelden waarvan ik dacht: “Oei, hierin valt nog winst te boeken!”.

Planning

Het maken en uitvoeren van een efficiënte planning is iets dat je moet leren. Door het vaak te doen, train je je brein en zal het in de loop van de tijd steeds makkelijker worden. Zo is het bij ons standaard dat we in de loop van de zondagmorgen met de huiswerkmappen en agenda’s aan tafel zitten. De planning tot dat moment wordt bekeken, bijgesteld en aangevuld. Het maakwerk wordt gemaakt. Ook al hoeft het huiswerk van onze jongste pas op donderdag ingeleverd te worden. Af is af en dat vindt ze zelf ook wel fijn na die ene keer dat ze vol stress op donderdagochtend om 7 uur aan haar breukenhuiswerk zat. Het was geen prettig ontbijt die ochtend zullen we maar zeggen… J

Organisatie

Sinds zijn vijfde zit onze zoon op voetbal. Een behoorlijk vast ritme: twee keer per week trainen en op zaterdag een wedstrijd. En wat zijn die wedstrijden toch altijd vroeg! Vaak is het om 7.45 uur verzamelen. Dus moet hij op vrijdagavond zijn voetbaltas al pakken van mij. Vindt hij natuurlijk onzin, want dat kan op zaterdagochtend ook wel! Helaas voor hem weet ik dat dit geen goed idee is. Het is altijd haasten om op tijd op het parkeerterrein te staan. Dus gaan we dan niet meer op zoek naar wedstrijdsokken of een handdoek. Elke vrijdagavond werkt hij zich door zijn lijstje heen en stopt hij alles in zijn tas. Ja, je leest het goed! Lijstje… ik heb alles uitgeschreven. Zo hoeft hij niet 10x aan mij te vragen wat hij allemaal nodig heeft en hopelijk heeft hij ooit dit lijstje in zijn hoofd gememoriseerd en hoef ik hem helemaal niet meer te helpen. Voor dit moment vind ik het zo ok.

Bermudadriehoek

In mijn klas zie ik grote verschillen. Ik zie meisjes die met behulp van bakjes van de Action hun laadjes organiseren, zodat ze alles kunnen organiseren tot jongens die complete werkboeken kwijtraken. Natuurlijk zijn er ook jongens in groep 8 die al goed kunnen organiseren en meisjes die enorm slordig met hun materialen omgaan. Afgelopen week kwam er een jongen naar mij toe: “juf mijn werkboek werkwoordspelling heb ik niet. Het ligt thuis!”. Een werkboek dat nooit mee naar huis gaat, altijd op school hoort te liggen omdat we er in de les uit werken, lag ineens thuis. Een verklaring kon deze leerling er niet voor geven, erg druk kon hij zich er ook niet over maken. Ik dan weer wel… helaas.

Structuur, orde en rust

Om plannen te kunnen maken en uitvoeren, moet je vooruitdenken en kunnen inspelen op wat er gaat gebeuren. Daarbij is het belangrijk je doel voor ogen te houden, ook als je wordt afgeleid. Plannen en organiseren is een beetje te vergelijken met deelnemen aan het verkeer: je moet voortdurend vooruitkijken en inspelen op veranderingen. Je kunt het beste overzicht houden als het een bekende route is, er niet te veel verkeer is en er een duidelijke structuur is (verkeersborden, belijning etc.). Onduidelijkheid in het verkeer kan leiden tot verwarring en ongelukken.

En zo is het ook met plannen en organiseren: onduidelijkheid vormt een belemmering voor het maken en uitvoeren van een plan. Een zekere mate van structuur, orde en rust is noodzakelijk om alledaagse taken en activiteiten succesvol te voltooien. Structuur, orde en rust in je omgeving en in je hoofd.

Vijf tips voor meer structuur, orde en rust:

  1. Bouw routines in
  2. Creëer vaste plekken voor spullen en materialen
  3. Werk met een planner en/of agenda
  4. Maak wekelijks tijd vrij om agenda’s en planners bij te werken
  5. Plan vrije tijd
Wat is het positieve effect van bewegend leren?

Wat is het positieve effect van bewegend leren?

Beweging heeft tal van positieve effecten op het leerproces van kinderen. Na een bewegingstussendoortje in de klas hebben kinderen meer energie om aan de volgende les te beginnen en kunnen ze beter hun aandacht bij de les houden.

Stil zitten

Leerstof bewegend eigen maken zorgt ervoor dat het beter en langer beklijft. Dat klinkt ook best logisch, want kinderlichamen zijn niet gemaakt om de hele dag stil te zitten. De concentratie verslapt en afleiding vinden ze in de kleinste dingen. Vooral voor jongens is langdurig stilzitten extra moeilijk. Door een hoog gehalte testosteron hebben zij, nog meer dan meisjes, behoefte aan regelmatig bewegen. De vraag is dus, hoe je als ouder met deze kennis in je achterhoofd op een andere manier met je kind bezig kunt zijn als het tafels moet oefenen, moet oefenen met lezen of de provincies van Nederland moet leren.

Bewegen tijdens het leren

Er zijn veel onderzoeken gedaan en publicaties geschreven over de rol van beweging bij het leren. Bewegen tijdens het leren vergroot niet alleen het plezier in leren, maar uit onderzoek blijkt dat je makkelijker leert en beter. Ook is het zo dat je  door te bewegen het geleerde langer onthoudt. Beweging betrekken bij het leren kan zorgen voor een meer uitdagende leeromgeving en dit zorgt weer voor een hogere betrokkenheid en een optimaal leerresultaat. Daarnaast is het ook gewoon leuk om met papa of mama op deze manier het huiswerk thuis te oefenen en voorkom je zo dus het geruzie over huiswerk of de pogingen om het huiswerk te blijven uitstellen. Genoeg redenen om in beweging te komen!

Actief proces

Leren is een actief proces. Kinderen in de basisschoolleeftijd ontdekken de wereld het best door spelend te leren. En dat spelen doen ze niet door stil te zitten. Beweging is dus heel belangrijk en is uitermate geschikt om te leren, het stimuleert de hersenen. Wanneer je beweegt tijdens het leren gaat er meer bloed en zuurstof naar je hersenen. Leren is bovendien makkelijker. Informatie die je op doet, blijft beter en langer hangen. Bij het leren door beweging wordt er een verbinding gelegd tussen je linker- en je rechterhersenhelft.

Benodigdheden

Het mooie is ook dat je om bewegend leren toe te passen helemaal niet zo extra veel materialen nodig hebt. De meeste materialen heb je gewoon al in huis! Met stoepkrijt, papier, een vliegenmepper, een aantal bakjes, een bal en eventueel een aantal touwtjes van ongeveer een meter kom je al heel ver.

10 ideeën voor bewegend leren thuis

  • Tafels oefenen buiten: schrijf de antwoorden van de te oefenen tafel met stoepkrijt op de tegels. Noem een tafelsom en laat je kind naar het juiste antwoord rennen.
  • Tafels binnen oefenen: schrijf de antwoorden van de te oefenen tafel op losse briefjes. Plak die briefjes op de deur of op de muur en geef je kind een vliegenmepper. Noem een tafelsom en laat je kind met de vliegenmepper op het juiste antwoord slaan. Op deze manier kun je ook letters oefenen.
  • Tafels door elkaar oefenen: bedenk welke tafels je wilt oefenen en pak voor elke tafel een bakje. Plak op het bakje een briefje met de naam van de tafel die je wilt oefenen. Schrijf alle antwoorden op losse briefjes. Geef je kind een briefje met een antwoord. Je kind moet dan bedenken welke tafelsom hierbij hoort en dit aan jou vertellen. Is het goed, dan rent/loopt je kind naar het juiste bakje en legt daar het briefje in.
  • Engelse woordjes oefenen: hiervoor heb je een bal nodig. Noem het woord in het Engels en gooi de bal naar je kind. Je kind vertaalt het woord in het Nederlands en noemt dan weer een woord en gooit de bal naar jou. Jij vertaalt het woord enzovoort.
  • Verhouding breuken, procenten en kommagetallen: ook dit kun je oefenen door ondertussen met een bal over te gooien.
  • Spelling oefenen: noem het woord en je kind schrijft het antwoord op de stoep met stoepkrijt
  • Metriek stelsel: schrijf op losse kaartjes de maten uit het metriek stelsel op (kilometer, hectometer, decameter enz.) en plak die in goede volgorde op de trap. Laat je kind de trap op- en aflopen terwijl hij omrekent tussen verschillende maten.
  • Werkwoordspelling: maak twee cirkels d.m.v. hoepels of touwen die je in hoepelvorm neerlegt. Schrijf in de ene hoepel een t en in de andere hoepel een d. Geef je kind een werkwoord en laat het bedenken of dit werkwoord in de verleden tijd met een t of een d geschreven moet worden.
  • Leren schrijven: geef je kind een krijtje en laat het de woordjes van school oefenen door ze te schrijven op de stoep of op de tegels. Wel zo fijn voor je kind als de motoriek om in een klein schriftje te schrijven nog lastig is.
  • Rekenen: getallen op de getallenlijn plaatsen doe je lekker buiten. Teken een getallenlijn met een aantal steungetallen, bijvoorbeeld de tientallen. Geef je kind een getal (bijvoorbeeld 25) en laat het naar die plaats op de getallenlijn lopen.

Joanne is zelf leerkracht basisonderwijs en heeft haar eigen kindercoachpraktijk “de Zeeuwse Knoop”. Daarnaast blogt ze over het onderwijs op haar site Juf Joanne.

Help! Mijn kind heeft moeite met begrijpend lezen!

Help! Mijn kind heeft moeite met begrijpend lezen!

Vol trots kwam mijn kind naar buiten met zijn rapport. Thuis aangekomen gingen we samen het rapport bekijken. Het was inderdaad prachtig, maar wat mij wel opviel was dat begrijpend lezen toch wel erg achter bleef vergeleken met de rest. Hoe komt dat toch? Het technisch lezen is geen enkel probleem!

Ik besloot er niets over te zeggen tegen kindlief. Focus op al die mooie, andere resultaten! Toch bleef het begrijpend lezen cijfer in mijn hoofd zeuren. Na een gesprek op school kwam ik eigenlijk niets wijzer thuis. Bijna de hele klas vond het lastig, de kinderen kregen niet zoveel toetsen van dat vak en het zou allemaal wel goed komen!

Vaardigheid

Begrijpend lezen is een belangrijke vaardigheid, niet alleen op school tijdens het vak zelf, maar zeker ook bij andere schoolvakken en in de wereld om de leerling heen. Kijk maar eens goed om je heen om te zien hoe ‘talig’ onze wereld is vol met woorden en zinnen. Kinderen moeten dit allemaal leren doorgronden.

Leesplezier

Om een goede begrijpend lezer te worden, is het van groot belang dat je lezen leuk vindt. Laat je kind dus boeken lezen die aansluiten bij zijn leeftijd en belevingswereld. Dit kunnen naast leesboeken ook stripboeken, informatieve boeken of tijdschriften zijn. Wat bij ons thuis goed werkt: zien lezen doet lezen. Als je veel leest, vergroot je ook je woordenschat; een tweede pijler die belangrijk is voor begrijpend lezen. De derde pijler is begrijpend luisteren. Blijf je kind voorlezen, ook al is het al ouder en stel vragen over de tekst. Wat wordt daar nu mee bedoeld? Wie zegt dat? Waarom gebeurt dat? Naar welk ander stukje verwijst dit zinnetje?

Leesstrategieën

Begrijpend lezen wordt op school aangeleerd via verschillende strategieën. Sommige kinderen pakken de verschillende leesstrategieën bijna automatisch op, bij mijn kind en veel andere kinderen werkt dit helaas niet zo. Leesstrategieën die op school aan bod komen zijn: voorspellen, vragen stellen, visualiseren, verbinden, samenvatten en afleiden. Wat kun je als ouder doen aan het verbeteren van die begrijpend lees resultaten?

Tips:

  1. Zoals ik aan het begin al schreef: veel lezen! Lees samen en geef het goede voorbeeld door ook een krant of boek open te slaan.
  2. Spreek dagelijks een tijdstip af waarop uw kind leest. 20 à 30 minuten is echt meer dan genoeg.
  3. Pak vooral ook informatieve boeken en bekijk dit vooraf eerst aandachtig door. Lees de titel, bekijk de afbeeldingen en laat uw kind voorspellen waar het boek over gaat.
  4. Bespreek na het lezen waar het boek over ging en of de voorspelling klopte. Stel vragen over dat wat gelezen is en laat uw kind het letterlijk terugzoeken in de tekst. Laat uw kind de tekst visualiseren (uitbeelden, tekenen etc.) Welke zinnen zijn lastig? Is de betekenis van deze zinnen duidelijk?
  5. Stel vragen die beginnen met wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe.
  6. Vergroot de kennis van de wereld van uw kind. Uw kind kan een tekst beter begrijpend als het al wat weet van het onderwerp en het in de context kan plaatsen. Een informatief filmpje kan natuurlijk ook.
  7. Vergroot de woordenschat van uw kind. Vraag regelmatig naar de betekenis van een woord of laat uw kind een zin maken met een woord zodat de betekenis duidelijk wordt.
  8. Ga met “doeteksten” aan de slag. Dit kan variëren van het lezen van een recept en samen een maaltijd bereiden of het lezen van een tekst en samen iets in elkaar zetten.
  9. Laat uw kind kort vertellen (samenvatten) wat hij nu gelezen heeft en denkt dat het belangrijkste is in de tekst.
  10. Maak er thuis geen school van. Ook ik had die neiging om thuis schooltje te gaan spelen, maar dat kwam de sfeer niet ten goede. Doe alle vorige tips spelenderwijs, wissel af en vergeet vooral niet uw kind complimenten te geven voor zijn inzet.

Inmiddels zijn we een jaar verder en weer kwam ons kind thuis met een prachtig rapport ook voor begrijpend lezen! Niet alleen door de tips die ik heb toegepast, maar zeker ook door twee superjuffen die je elk kind gunt!

Joanne is zelf leerkracht basisonderwijs en heeft haar eigen kindercoachpraktijk “de Zeeuwse Knoop”. Daarnaast blogt ze over het onderwijs op haar site Juf Joanne.

Gamen is normaal! Of toch niet?

Gamen is normaal! Of toch niet?

Wanneer is mijn kind gameverslaafd?

In veel gezinnen is er spanning rondom gamen en dit begint vaak al jong. Gamen is normaal. Vroeger lazen wij misschien wel de halve nacht door in een spannend boek of waren we heel druk met andere dingen die pubers toen belangrijk vonden.

Gewoon tijdverdrijf

Vandaag de dag is gamen een gewoon tijdverdrijf wat ook erg leuk is en waar je veel van kan leren. Probeer maar eens een spel mee te doen met een groepje kinderen of pubers. Zo word ik thuis nog steeds uitgelachen om mijn ene potje Fortnite waar ik elke keer doodging, omdat ik in de storm terecht kwam en niet meer wist hoe ik eruit moest komen. Ik vermoed zomaar dat alle ouders ergens mijlenver onderaan eindigen na een potje gamen met hun kind.

Luister eens mee als je kind weer een potje Fortnite gaat spelen om te horen hoeveel lol ze kunnen hebben met elkaar en hoe ze moeten samenwerken om een doel te halen. Dat zijn mooie effecten van gamen evenals snel reactievermogen ontwikkelen, veel oogbewegingen maken en overzicht leren hebben en snel besluiten kunnen nemen.

Alert zijn als ouder

Nou klink ik wel heel positief over gamen hè?! Ondanks dat ik de positieve kanten in zie van gamen, vind ik wel dat we als ouders alert moeten zijn op gamen. De ontwikkeling van een kind tot 12 jaar is er niet op gericht om stil te zitten en natuurlijk mogen ze gamen, maar niet eerder dan wanneer er echt gespeeld is en het liefst buiten. Beweging is belangrijk op die leeftijd, omdat anders het lijf te weinig ervaring krijgt om zijn taken te doen.

Pubers mogen en kunnen meer tijd achter een scherm zitten, maar ook hier moet je als ouder sommige kinderen begrenzen. Observeer de feiten en het evenwicht voor een gevarieerd puberleven. Wist je dat ongeveer 1 op de 10 jongens kans heeft op een gameverslaving?

Risicofactoren voor een gameverslaving zijn:

  • Moeite hebben met concentreren
  • Moeilijk vrienden kunnen maken
  • Niet kunnen stoppen met gamen en andere taken verwaarlozen

Gamen is een tijdverdrijf en zolang je puber zijn huiswerk doet, goede cijfers haalt, gaat sporten, een bijbaantje heeft en gezonde dingen doet die pubers nu eenmaal doen, hoeft gamen geen probleem te zijn.

Voorbereiden op stoppen

Of je nu een kind of een puber hebt die van gamen houdt, belangrijk is om ze voor te bereiden op stoppen. Geef aan hoeveel speeltijd er nog is, voordat jullie aan tafel gaan. Als ik zonder waarschuwing aangeef dat mijn zoon moet stoppen met gamen, gegarandeerd dat er een woordenwisseling volgt. Ik probeer altijd 10 minuten voor het einde te zeggen dat er afgerond moet worden. Door mijn zoon zo te waarschuwen dat de tijd er bijna op zit, kan het beter omgaan met de overgang.