**//sticky ads code//**
Links- en rechtshandige kinderen!

Links- en rechtshandige kinderen!

Van mijn vier kinderen is er eentje linkshandig: Hugo. Het gekke is dat ik vanaf het moment dat hij geboren was “wist” dat hij links was. Ik zie hem nog zo liggen in de couveuse, terwijl ik tegen de verpleegster zei dat het me niet zou verbazen als hij linkshandig zou zijn.

Zij trok haar wenkbrauwen op, keek bedenkelijk en zei dat je dat helemaal niet kon zien bij zo’n jonge baby. Pas vanaf een jaar of zes wordt het duidelijk welke hand de voorkeur heeft en eerder niet! Ik geneerde me een tikje voor mijn zeer voorbarige uitspraak en gaf de schuld aan de hormonen. (alles is altijd de schuld van hormonen!)

Dit is nu bijna acht jaar geleden en ik had gelijk! Hugo is inderdaad een linkspootje! Laatst hadden de jongens en ik het over links- en rechtshandig zijn en Hugo vroeg zich af waarom hij als enige van ons gezin links is. Mijn verklaring was even simpel als vergezocht: mijn oma was links en daarom is Hugo ook links. Hij en zijn broers vroegen door waarom mijn vader, mijn zusje en ik dan rechts waren, maar dat antwoord wist ik niet. Ik was al blij dat ik een verklaring voor hem had bedacht en het ging me te ver om de jongens de basisprincipes van genetica uit te gaan leggen! (en daarbij komt dat ik eigenlijk niets begrijp van genetica, maar dat is slechts een detail.)

Steijn is flink blij dat hij rechts is. Volgens hem zijn “rechtsers” de beste. Ze kunnen mooier schrijven, beter veters strikken, makkelijker op hun fiets stappen en ze zijn over het algemeen gewoon beter in alles.

Mees was het hier uiteraard mee eens, maar Hugo kon wel huilen. En dat deed hij ook.

Het was helemaal niet zo dat “rechtsers” beter zijn! “Linksers” kunnen dingen ook heel goed! Steijn wilde weten waar linkshandigen dan zo goed in zijn, waarop Hugo nog harder ging huilen. Hij wist niets te verzinnen en vroeg het aan mij. Eerlijk? Ik stond met mijn mond vol tanden. Moest ik nou een verhaal beginnen over samenwerkende hersenhelften (waarvan ik ook het fijne niet weet), of moest ik gewoon maar iets verzinnen als “Linkshandigen zijn heel goed in muziek!”?

Ik zat maar te wikken en te wegen. Kijk, ik vind het hartstikke leuk dat Hugo links is, omdat mijn oma ook linkshandig was. Hee! Dat gaf te denken! In de tijd dat mijn oma opgroeide, ergens begin vorige eeuw, was het een schande om linkshandig te zijn en moesten alle linkspootjes verplicht rechts leren schrijven. Heel sneu en vooral heel onnodig. Ik besloot dus om dit verhaal over hun zielige oude oma te vertellen en dat bleek een forse vergissing te zijn. Hugo jammerde dat het heel rot was om links te zijn en dat hij heel lelijk met vulpen schrijft, omdat hij zijn schrift niet mag draaien. Zijn armpje veegt de natte inkt uit, waardoor zijn schriften vol vegen en vlekken zitten en de juf op hem moppert dat hij netter moet werken.

Hij vond dat ze een eeuw geleden groot gelijk hadden om linkshandigen rechts te leren schrijven, want met links kan je gewoon niet mooi schrijven!

Ik bazelde nog iets over mijn oma die het heel rot had gevonden dat ze door de meester geslagen werd als ze met links schreef, maar daar luisterde Huug niet meer naar. Links zijn is gewoon stom!

Mjjn hoofd tolde nog na van de emotionele uitbarsting van mijn kind toen Steijn vroeg hoe je eigenlijk aan iemand kan zien of hij links of rechts is. Kan je dat zien? Zoiets was me, op baby Hugo na, nog nooit opgevallen! Weer stof tot nadenken! Mees vond dit echter niet zo moeilijk: volgens hem is het verschil tussen “linksers” en “rechtsers” makkelijk te zien. Echt, het was zo makkelijk! Hij had daar een geheim trucje voor bedacht, maar dat mocht eigenlijk niemand weten. Mijn dolle tweeling en ik vonden dat nogal flauw en Mees gaf aan dat hij het best wilde vertellen, maar dan moesten we wel zweren dat we het niet door zouden vertellen. Goed!

Samenzweerderig fluisterde Mees:
“Weet je hoe je kan zien of iemand een “linkser” of een “rechtser” is? Je moet gewoon kijken naar de hand waarmee diegene schrijft! Zo simpel is het!”

Ouders van tegenwoordig

Ouders van tegenwoordig

Enige tijd geleden bekeek ik weer eens de filmpjes van Koefnoen online. Hilarische filmpjes waarin ze de hedendaagse ouders op de hak nemen. Ouders van wie kinderen op minst hoogsensitief en buitenbuitenbegaafd  zijn of minimaal een glutenallergie of dyscalculie hebben. Herkenbaar.

Zelf heb ik een tijd lesgegeven in het voortgezet onderwijs en de meeste ouders stonden open voor de visie van de docent. (Ik dus!) Een enkeling daarentegen niet! Zo heb ik eens een boze pa op mijn dak gekregen die over de emmer was omdat ik zijn kind vmbo-advies had gegeven. Het arme kind kon er ook niets aan doen dat ze zo’n last had van haar dyscalculie! Jullie weten denk ik allemaal wel dat rekenen een essentieel onderdeel is van mijn vak -Nederlands- en dat begrijpend lezen ernstige hinder ondervindt van een gebrek aan cijfermatig inzicht. Het was dan wel heel toevallig dat Sophietje precies kon aangegeven wanneer ik een rekenfoutje had gemaakt, vooral als het in haar nadeel was!

Ook hebben ouders mij wel eens thuis opgebeld met de dringende mededeling dat ze het werk van Pietje toch echt een acht waard vonden en geen vijf, wat ik dus als cijfer had gegeven. Dat Pietje zich niet aan de opdracht had gehouden én dat zijn werk uit elkaar klapte van de spel- en stijlfouten was slechts een detail. De verklaring van paps en mams was dat de opdracht dan waarschijnlijk te simpel voor hem was geweest en dat ik rekening moest houden met zijn hongerige (ja, echt!) brein. Waarschijnlijk was dat dus de reden dat Pietje het niet zo lekker deed op het gymnasium: het was te simpel! Aha!

De meeste ouders vond ik echt heel prettig, maar de paar rotte appels maakten dat ik me als Zwangere stevig voonam om mijn kinderen niet tot Prinsjes (of Prinsesjes) op te willen voeden. Ha! Ik zou mijn kinderen zien zoals ze echt waren met al hun leuke dingen én hun manco’s! Ook nam ik me, misschien nog wel steviger, voor dat ik het niet beter ging weten dan de docenten en ze al helemaal niet direct de mond ging snoeren met geblaat over hoe fantastisch slim, creatief, muzikaal en hypersensitief mijn kinderen zijn.

Afijn, Steijn en Hugo gingen naar school en bij het kennismakingsgesprek had ik al knipogend duidelijk gemaakt dat ik ook uit het onderwijs kwam. Na een aantal maanden in groep 1 werd ik op het matje geroepen bij de juf. Aanvankelijk was ik opgetogen. Ze zou vast en zeker een ontzettend leuke anekdote over een van de twee, of misschien wel allebei, gaan vertellen! Vrij voorzichtig begon ze uit de doeken te doen dat Steijn stout was geweest en een lieveheersbeestje van de muur had gepist. Ik reageerde nogal primair: “Waaat? Mijn Steijn? MIJN STEIJNTJE doet zoiets niet!” Die arme juf keek me even verbluft aan en vertelde bijna schichtig dat ze hem straf had gegeven. Wat voor straf? Geen idee! Ik was gestopt met luisteren.

Eenmaal thuis zette ik een kop thee en ging aan tafel zitten met de kinderen. We knaagden een rol koekjes weg en keuvelden over de dag op school. Steijn vertelde me dat de juf boos op hem was geweest en dat hij straf had gehad. Ook vertelde hij lachend doch beschaamd wat hij had gedaan. Er begon me iets te dagen. Sterker nog: de realiteit kwam hard binnen! Ik was zo’n Moeder die haar kind tot Prinsje had verheven!

Bang voor Sinterklaas

Bang voor Sinterklaas

Ieder kind heeft zo zijn angsten. De een is bang voor honden, de ander voor insecten en de volgende voor harde geluiden. Zelf was ik als peutertje bang voor Sinterklaas, Zwarte Piet en clowns. Vooral clowns vond ik helemaal niets! Sinterklaas ging nog wel, maar ik was bang voor de zak en Zwarte Piet vond ik gewoon eng.

Een van mijn vroegste jeugdherinneringen is de Sinterklaasviering op mijn peuterspeelzaaltje. Alle kindjes waren door het dolle heen toen Sinterklaas en de Pieten binnenkwamen, maar ik was alles behalve blij. Ik barstte uit in een hysterische jankbui en verstoorde zo alle feestelijkheden. Blijkbaar kregen ze me niet stil en hebben ze naar alle pedagogische inzichten uit de jaren 70 van de vorige eeuw ingegrepen. Nu zouden kinderen getroost en geknuffeld worden, maar mij brachten ze mopperend en al naar de wc en trokken de deur achter zich dicht. Wel drukten ze me nog een “Nijntje in de sneeuw” in mijn knuistjes, maar daar zat ik: bang, moederziel alleen en wat voelde ik me rot. Snikkend heb ik op mijn moeder gewacht en wat was ik blij dat ze me kwam halen!

De angst voor de Sint met zijn gezellige helpers verdween toen ik wat ouder werd (zeg een jaar of vier), maar clowns vind ik tot op de dag van vandaag vreselijk. Ze zien er angstaanjagend uit met die witte gezichten waar zo’n buitensporig grote rode mond in een eeuwige grijns op prijkt. Brrr. De rillingen lopen me over de rug als ik zo’n clownskop zie! Verder vind ik de grapjes die ze uithalen niet leuk. Er is werkelijk niets grappigs aan om iemands gezicht nat te spuiten met een plastic nepbloem of om op een veel te klein viooltje spelen, terwijl ze struikelen over hun veel te grote clownsvoeten. (elke keer hoop ik weer dat er eentje zich een bloedneus valt als hij struikelt over zijn maat-kano-schoenen. Dat zou pas grappig zijn!)

Maar goed, genoeg over clowns. Ik ben dus al jaren niet meer bang voor Sinterklaas en de Pieten. Sterker nog: ik vind het een fantastisch feest! Elk jaar kijk ik op 6 december al uit naar het komende Sinterklaasjournaal (elf maanden wachten is lang!), de aankomst van de pakjesboot en natuurlijk 5 december zelf. Ook dit jaar was ik weer van de partij toen het eerste Sinterklaasjournaal op de buis kwam. Gezellig zat ik met mijn jongens om me heen op de bank genesteld en we werkten wat kruidnootjes naar binnen. En toen…toen schrok ik me een hoedje!

Gekleurde pieten? Prima! (al ziet een Kaaspiet er terminaal uit door die gele kleur). Veegpieten? Ook prima! Clownspieten? Onprima! Ik snap de zet van het Sinterklaasjournaal echt niet. Pieten, behalve de gele, zijn slim, grappig, aandoenlijk en likeable in tegenstelling tot clowns. Wat hebben clowns nou gemeen met Piet of Klaas? Niets! Die stomme clownspieten verpesten de hele Sint-sfeer!
Dit jaar kwam Sinterklaas aan in Gouda. Doorgaans is zijn aankomst een van de hoogtepunten van mijn jaar, maar dit jaar niet. Ik vond er geen zak aan door die clowns. (ze mogen de naam Piet niet eens hebben!) Ik wilde mijn afkeer van het woord-dat-ik-niet-meer-noem niet aan mijn kinderen laten blijken en het feest niet verstoren door een opkomende jankbui.

Werd ik als peuter tijdens de komst van Sinterklaas op de wc gezet door mijn peuterjuffen, dit jaar heb ik mezelf op de pot gezet. Helemaal alleen was ik. Dit keer zonder Nijntje, maar met de Linda.