Anders kijken naar gedrag

Anders kijken naar gedrag

Kinderen, vooral hele jonge kinderen, zijn van zichzelf nog heel puur. Zij voelen goed aan hoe wij ons voelen, ook al vertellen we het hen niet met woorden. Ze voelen dan ook wanneer datgene wat jij zegt, niet helemaal klopt. Dat maakt hen weleens in de war.

Een leuk voorbeeld is een vader die tegen zijn zoon die heel hard naar de speeltuin rent zegt: ‘he, kom nou terug. Je mag wel lopen naar de speeltuin, maar niet rennen’. Maar hoe vader ook roept of streng doet, zijn zoon blijft rennen. Stiekem vind vader het ook wel leuk dat zijn zoon zo enthousiast is, maar omdat hij hem wil leren over je rustig gedragen verbied hij hem te rennen. Zoon luistert echter naar de onderliggende boodschap, in plaats van naar de gesproken taal van papa.

Als kinderen zelf bijvoorbeeld angstig zijn om nieuwe dingen te ondernemen, kun je hen hierin ondersteunen door zelf op een rustige manier toch nieuwe dingen aan te gaan, en hen te laten ervaren hoe leuk het kan zijn om toch iets nieuws te proberen. Dit kun je het beste op een ontspannen manier doen. Ben je als ouder echter zelf ook een beetje bang, bijvoorbeeld voor het gedrag dat je kind misschien zal vertonen, dan slaat dit onmiddellijk over op je kind.

Bijvoorbeeld: een moeder gaat met haar kind naar de winkel. Daar aangekomen wil het kind niet naar de winkel. Ze wil eerst de auto niet uit. Moeder is eerst rustig, maar wordt dan een tikkeltje ongeduldig. Na een tijdje gaat dochter de auto uit, en besluit naar de winkel te gaan. Echter moeder is al iets ongeduldig en bedenkt: ‘als ze maar wel mee komt’ en zo gaan er meer gedachten door haar hoofd. Waarop de dochter weigert mee naar binnen te gaan, en tenslotte wegrent. Vervolgens wordt ze onrustiger en angstiger, en raakt in paniek. Dat is te zien aan haar lichaam dat ‘bevriest’ na het wegrennen. Moeder gelooft vervolgens dat winkelen vast teveel is voor haar dochter, en neemt haar een volgende keer niet meer mee.

Eigen emoties overbrengen op jouw kind

Wat je in dit voorbeeld ziet is dat je als ouder heel makkelijk gedachten en emoties van jezelf onbedoeld overbrengt op jouw kind. Daardoor versterkt een bepaald gedrag bij je kind. Kijk een volgende keer dat je iets opmerkt bij je kind in zijn of haar gedrag dan ook eens naar jezelf en vraag je bijvoorbeeld af of het gedrag past bij het karakter van jouw kind, of misschien ook wel iets van jou meeneemt in zijn of haar gedrag. Zeker als bepaald gedrag van het kind ook heel erg bij jouw eigen karakter past, is het leuk hier eens naar te kijken.

Hoe kun je gedragingen bij jouw kind veranderen of verzachten?

Het leuke is dat je veel gedragingen die je liever niet ziet ook eens vanuit een ander oogpunt kunt bekijken. Wat wil mijn kind mij hierover leren? Wat wil het kind eigenlijk vertellen? Heeft het gedrag misschien een bepaalde functie?

Of kijk er eens naar met waardering en zonder oordeel, ook al is het iets wat je bv. lastig vindt. Op het moment dat je een gedrag waardeert en vanuit een andere hoek bekijkt, kun je er veel creatiever mee omgaan.

Verder helpt het om vanuit ontspannenheid en speelsheid dingen te veranderen. Zonder druk en vooral niet te serieus. Vaak kun je al spelend met je kind en al genietend dingen leren. Kijk eens waar je kind graag mee speelt en over speelt, en ga erin mee. Kijk wat er gebeurd. Geef eventueel zelf wat andere richtingen aan om te kijken of je kind erin mee kan gaan, en daag je kind op die manier uit om ook eens wat anders te proberen.

Troost en ondersteun je kind als iets spannend is voor hem of haar, en leer je kind rustig te ademen. Door zelf met beide benen op de grond te staan,  en onszelf te leren hoe we om kunnen gaan met bv. angst of verlegenheid, kunnen we het gevoel overwinnen dat we slachtoffer zijn. Als we ons vervolgens wat meer bewust zijn van onze omgeving, wat meer inlevingsvermogen hebben naar onszelf en onze kinderen en geduld kunnen opbrengen, help je daarmee zowel jezelf als je kind.

We praten soms langs elkaar heen!

We praten soms langs elkaar heen!

Het lijkt soms of kinderen niet luisteren. Dat kan erg lastig zijn bij tijden, omdat het dan lijkt alsof je de ander niet raakt of dat het niet overkomt, wat je zegt. Dat kan ook gebeuren, wanneer kinderen echt niet doen wat je vraagt. Jij denkt, dat je al gezegd hebt, dat een kind iets wel of niet moet doen, maar je kind reageert niet of nauwelijks. Het lijkt alsof het hem niks kan schelen wat je zegt.

Hoe je ook je best doet, met verwoorden, het komt gewoon niet over.

Je voelt je radeloos. Misschien wel boos, of teleurgesteld. Je probeert het nog maar eens vriendelijk te zeggen. Maar nee, weer geen resultaat.

Je kind doet het niet. En je bedoelde het zo goed. Je zei het zo duidelijk.

Wat nu?

Soms is het nodig, om met elkaar te kijken naar HOE je met elkaar praat. Welke boodschap breng je over, met je woorden en met je houding. En hoe kom jij als zender, over op het kind (de ontvanger). Heeft het kind in de gaten, wat jij eigenlijk wilt zeggen?

Als je dat niet doet, en weer gaat zenden, is de kans groot, dat jij weer uitleg geeft, vertelt wat je al dan niet wilt en je kind het weer niet doet. Je baalt. Je wordt boos. Je raakt gefrustreerd. En je kind doet het nog niet.

en dan?

Terug:

  • HOE vertelde jij wat je wilde?
  • was jij echt zo duidelijk, als jij dacht dat jij was?
  • en in die woorden, was jij daarin congruent met je gevoelens over het kind en zijn actie? (zodat er geen ruis ontstaat)
  • hoe is het resultaat? (m.a.w. kan het kind weten wat je bedoeld, en er daarom op reageren?)

Een klein voorbeeld van wanneer je denkt dat je duidelijk was, en een kind dat anders lijkt te beleven.

Op school, maken de kinderen mooie mutsen voor zichzelf. De juf geeft aan wat er moet gebeuren, kijk: lijmen, ja zo. Nu nog de vorm knippen. Pak maar een paar blaadjes die je leuk vindt. Het kind pakt helemaal niks. Maar??

Het kind wist niet waar de blaadjes lagen, dus in zijn hoofd werd de opdracht wel verwerkt, maar hij kon duidelijker. Daarom lukte het op dat moment niet. De blaadjes lagen namelijk niet op tafel, maar in de knutselkast wat verderop, en die was niet duidelijk voor het kind.

Toen ik dit benoemde, richting juf met een ‘’maar waar dan, juf?’’ kon juf wat preciezer zijn in wat ze hem had opgedragen en kon hij de opdracht uitvoeren.

Vanochtend toen ik mijn dochter naar het kinderdagverblijf bracht, gebeurde iets soortgelijks, maar dan net andersom. Ik vroeg haar haar jas op te hangen aan haar kapstok, en schoenen uit te doen. Ze deed dit keurig. Ze zocht een plekje tussen de schoentjes, die er al stonden. Ik zag aan haar de moeite die ze deed, om heel precies, zonder die schoenen te verplaatsen, haar schoenen ertussen te zetten. Dit lukte niet. Ze werd onrustig. Ik benoemde: wat probeer je dat goed, met je schoenen. He, er is net geen plekje onder jouw kapstok, he? Wat nu? Ik zag haar even staren, en vervolgens zette ze ze naast de schoentjes die er al stonden, net naast haar kapstok. Ze keek ernaar, keek naar mij en lachte. In dit geval hielp ondertitelen, voor haar, om rustig te blijven en zelf een oplossing te verzinnen.