Nieuw bordspel: My Zoo

Nieuw bordspel: My Zoo

Just Games heeft weer een nieuw spel: My Zoo, voor iedereen die gek is op dierentuinen … en welk kind is dat nu niet! Of voor wie gewoon van gezelschapsspelletjes houd. Eerder verschenen van deze uitgever al de leukste spelletjes, De slimste mens van Nederland en ‘Wie is de mol?’, dus ze weten hoe je leuke spelletjes maakt.

Het nieuwe spel My Zoo is een combinatie van bord- en kaartspel. Bij de start van het spel kiest elke speller vijf verblijven. Als speler moet je er zo snel mogelijk je dierenverblijf vullen en tegelijkertijd kun je er met acties voor zorgen dat de verblijven van je tegenspelers weer leeglopen of zelfs moeten sluiten. Om aan de juiste dieren te komen ruil je dieren met de markt door middel van vraag en aanbod. Dieren uit de dientuinen komen tegenwoordig namelijk niet meer uit het wild maar dierentuinen ruilen onderling dieren met elkaar.  In een verblijf kunnen alleen dieren die daarbij horen. Savanna dieren kunnen alleen in het Savanna verblijf.  Wie als eerste een 5 sterren verblijf opent is de winnaar.

spelmateriaal

Het spel bestaat uit 4 speelborden, 120 dierenkaarten en 20 verblijfskaarten

Leerzaam

My Zoo is niet alleen vermakelijk maar ook een leerzaam spel, waarin je van alles te weten komt over dieren. Het hele gezin leert spelenderwijs over de 120 verschillende dieren in het spel. Welke dieren behoren tot de katachtigen en wie wonen op de Savanne of in de Tropen? Alle interessante weetjes komen voorbij terwijl je de dieren van jouw collectie in de juiste verblijven probeert te plaatsen. Op de markt ruil je dieren door middel van vraag en aanbod, net als een echte dierentuin.

Je speelt My Zoo met minimaal 2 en maximaal 4 spelers vanaf 6 jaar

Het spel is te koop in de meeste speelgoed winkels of bij bol com

Maartens beelddenk coaching

Maartens beelddenk coaching

De lunch doet Tijs goed. Hij krijgt weer kleur op zijn wangen en oogt niet meer zo lusteloos.

‘Kun je eens tien lepels pakken?’ vraagt Maarten. Tijs rent naar de keuken en komt terug met twee handen vol.
‘Dit is jouw energie als je ’s morgens uitgerust wakker wordt’, legt Maarten uit. ‘Je hebt dan tien lepels energie. Best veel he?’

Tijs knikt.
‘Hoeveel lepels heb je over om twaalf uur, wanneer jij je brood eet op school?’
Tijs haalt er zonder twijfelen zes weg.
‘En hoeveel heb je er over als je om half drie thuis komt uit school?’
Twee zielige lepels blijven liggen.
‘ Waar krijg je energie van?’ vraagt Maarten.
‘Even niets doen, hangen op de bank, voetballen buiten, FIFA spelen.’

En dat herken ik. Tijs komt regelmatig wit en doodop thuis. Ik laat hem dan ook met rust, want ik weet uit ervaring dat hij na een half uurtje is bijgetrokken.

Weinig energie

‘Voelt het prettig dat je ’s middags zo weinig energie hebt?’
Tijs schudt zijn hoofd en staart naar de twee overgebleven lepels.
‘Hoeveel lepels zou je uit school willen over hebben?’
Tijs denkt na: ‘Zes of zeven?’
‘Waarom niet tien?’

‘Dat lukt toch niet? Ik moet toch opletten en veel opdrachten vind ik moeilijk. Die begrijp ik niet en dan ben ik heel moe als ik klaar ben. Maar als ik thuis kom, heeft mama altijd iets lekkers voor me en dan heb ik na een tijdje weer negen lepels.’

Ze geven elkaar een high-five. Het principe is snel tot mijn kind doorgedrongen. En ik besef dat de lepels energie ook op mij van toepassing is. Ik kan me ook vol storten op iets. Er keihard tegen aan gaan om na een tijdje te beseffen dat ik doodop ben. De energie niet goed over een dag verdelen. Ik neem me voor om hier aan te werken en ook regelmatig mijn rustmomenten te pakken. Ik hoef alleen maar aan de lepels op tafel te denken. Ik hoop dat Tijs dit beeld ook voor zich blijft zien, wanneer hij voelt dat het teveel wordt.

‘Als jij later groot bent en je hebt een tuin. Hoe zou die er en dan uitzien?’ schakelt Maarten moeiteloos over. Oké; van lepels naar tuinen….

Ik ben niet de enige die in de war is. Tijs snapt de vraag niet zo goed en blijft maar staren naar de lepels die nog op tafel liggen.

‘Leg ze maar weer terug’, zegt Maarten zacht.

Eigen tuin

Focussen is lastig voor mijn kind. Nu de lepels weg zijn kan hij zich richten op zijn allermooiste tuin: veel zonnebloemen, appelbomen, perenbomen en een moestuin zodat hij veel komkommers, tomaten en aardbeien kan eten.

‘Heeft jouw tuin ook een schutting of zo?’ vraagt Maarten.
‘Ja natuurlijk! En een deur uiteraard.’
‘Mag iedereen zomaar, zonder kloppen, in jouw tuin komen?’
‘Nee. Echt niet! Nou ja, papa en mama wel.’
‘En kun jij zomaar in de tuin van de buren komen?’
‘Wel als ik over de schutting klim.’

Ik zie het al helemaal voor me. Een volwassen Tijs, van bijna twee meter, die niet echt soepeltjes over de schutting klautert om in de tuin van de buren te komen.

Op dit moment staat Tijs ook werkelijk in zijn ideale tuin. Hij omschrijft tot in detail waar hij zijn groenten wil hebben.

‘Deze tuin ben jij, Tijs. Dit zijn jouw gevoelens en emoties. Die heb jij lekker afgeschermd met een grote, hoge schutting en een deur. Je verzorgt zelf de bloemen en planten door ze regelmatig water te geven. Jij kunt zelf aangeven wanneer je iemand wilt toelaten in je tuintje. Maar jij moet ook leren om niet zomaar in de tuintjes van anderen rond te lopen. Zorg er voor dat jij jouw tuintje netjes houdt. Alle andere mensen moeten voor hun eigen plantjes en bloemen zorgen. Je hoeft niet alle problemen van anderen op te lossen. Oke?’

Een diepe rimpel verschijnt op zijn voorhoofd.
‘Ik mag toch wel in het tuintje van mama komen?’
‘Je moeder kan heel goed zelf voor haar tuintje zorgen hoor. Als je in haar tuintje wilt, dan klop je eerst aan.’

Wie houdt Maarten nu eigenlijk een spiegel voor? Mijn kind? Mij? Of ons beiden? Dit is het moment dat bij mij alle puzzelstukjes razendsnel op zijn plek vallen. Ik besef dat ik ook hoog sensitief ben en een rasechte beelddenker. Ik voelde me altijd anders, voelde me regelmatig een buitenbeentje, voelde me vaak niet begrepen, terwijl het voor mij allemaal zo duidelijk was. Ik besef dat ik mijn intuïtieve kant veel te lang heb genegeerd, om maar zo gewoon mogelijk over te komen. Om maar niet constant de emoties van anderen te voelen. Om maar zo sterk mogelijk over te komen, want je bent al snel labiel als je emoties niet onder controle hebt.

Maarten voelt dat ik worstel en geeft Tijs de opdracht om in de achtertuin de voetbal tien keer hoog te houden.

‘Bijzonder he? Drie beelddenkers in één ruimte.’

‘Ik moet nog even wennen hoor!’ zeg ik zacht en wrijf over mijn hoofd, dat op dit moment overvol zit. Een barstende hoofdpijn komt dan ook opzetten.

‘Je wist het al toen je erachter kwam dat Tijs wel eens beelddenker kon zijn. Jullie houden elkaar steeds spiegels voor. Tijs spiegelt zich heel erg aan jou, wil constant jouw goedkeuring en voelt jouw emoties haarscherp aan. Jij weet en voelt wat er in Tijs omgaat en jij wil hem, misschien te krampachtig, laten weten dat jij hem begrijpt en aanvoelt. Geef elkaar de ruimte en zorg allebei vanaf nu voor jullie eigen tuintjes, oké?

Op dit moment besef ik dat Tijs en ik door Maartens bezoek op een kruispunt staan. Gaan we lekker veilig rechtdoor en zien we deze sessie als leerzaam en leuk. Of slaan we af en gaan we echt iets doen met de handvatten die Maarten ons al heeft aangereikt en nog zal gaan aanreiken. Want dat het keihard werken wordt voor zowel Tijs als voor mij is wel duidelijk. De oefeningen, om de onderontwikkelde linkerhersenhelft te trainen,  die Maarten nog voor Tijs in petto heeft liegen er niet om. Verder zal ik heel veel tijd moeten stoppen om Tijs volgens de ‘Ik leer anders’ methode de lesstof (rekenen/spelling) aan te reiken. En dat terwijl ik dacht dat Maarten dit allemaal in een paar sessies voor elkaar zou krijgen.

Ik loop naar buiten en kijk naar mijn kind die de bal probeert hoog te houden.
‘Kijk mam, het lukt me al zeven keer.’ Zijn ogen glimmen.
‘Ik heb nog een paar leuke oefeningen voor je. En dan is het klaar voor vandaag.’ Zegt Maarten.
Tijs is er weer helemaal klaar voor. En ik? Ik zie op dit moment maar één lepel op tafel liggen.

 

 

Maartens Coaching | Beelddenken

Maartens Coaching | Beelddenken

Eindelijk gaat de voordeurbel. Wanneer ik de deur open, zie ik de man staan waar ik al bijna een jaar via facebook en mail contact mee heb. Het lijkt of ik hem jaren ken en moet me beheersen om hem niet als een oude vriend, die ik jaren niet gezien heb, te begroeten: met een stevige knuffel.

Zijn prettige donkere basstem is een aangename verassing. Tijs zit wat stijfjes en onwennig op de bank, maar voordat ik koffie heb neergezet zijn ze met zijn tweetjes lekker aan het keuvelen. Over koetjes en kalfjes, denk ik dan nog.

Ik zit wat achteraf aan de eettafel, op verzoek van Maarten. Vind het moeilijk om me er niet mee te bemoeien en Tijs niet te kunnen  aanvullen op de vragen die Maarten stelt. Dus ik observeer. En dan begrijp ik wat Maarten doet. Hij ‘test’ mijn kind door middel van vragen te stellen.

‘Wat heb je gisteravond gegeten? Welke kleren had je aan? Heb je een fiets? Hoe ziet ie er uit?’
‘De fiets staat in de schuur. Wil je hem zien?’
Maarten lacht en zegt: ‘Als we straks even een pauze nemen gaan we naar je fiets kijken. Maar vertel, hoe ziet je fiets er uit?’

En Tijs beschrijft tot in detail, zelfs de fietsbel ontbreekt niet, hoe zijn fiets er uit ziet. Ondertussen kijkt hij omhoog en wijst af en toe in de lucht aan waar de zwarte strepen op zijn fiets zitten en wat er zo bijzonder aan zijn bel is. Het lijkt of hij letterlijk de fiets voor zich ziet in de woonkamer op zo’n één meter van hem vandaan.

Maarten vraagt aan Tijs of hij het leuk vindt om beelddenker te zijn. En mijn zoon schudt hard zijn hoofd. Hij wil het liefst normaal zijn en helemaal niet bijzonder. De kamers in zijn hoofd vindt ie ook maar onzin. Het werkt toch niet. Maarten luistert alleen maar, onderbreekt Tijs niet, reageert niet, kijkt alleen maar met een neutrale vriendelijke blik. Ik zie mijn zoon ontspannen. Hij wordt gehoord zonder goed bedoelde adviezen of reacties waar ik zo goed in ben.

Maarten vraagt of Tijs veel leest. Eigenlijk niet, maar nu heeft hij wel een super cool boek. Geronimo Stilton.

‘Gaaf’, zegt Maarten. ‘Zou je eens een stukje willen voorlezen?’

Mijn kind rent met twee treeën tegelijk de trap op en springt met boek en al op de bank. Hij begint te lezen: monotoon en slordig. Af en toe kijkt hij naar Maarten voor bevestiging, maar die kijkt met zijn neutrale, vriendelijke blik naar Tijs. Dan leest hij het woord ‘bed oog.’

‘Stop eens’, vraagt Maarten, ‘Weet jij eigenlijk wat een ‘bed oog’ is?’
Tijs kijkt hem aan: ‘Ik denk dat het een oog van een bed is. Dat oog ziet alles en volgt je overal.’
‘Kijk eens goed naar dat woord? Staat er werkelijk ‘bed’?
‘O nee. Er staat ‘bet’. Dan hebben ze het verkeerd geschreven.’
Maarten glimlacht en legt uit wat het woord ‘betoog’ betekent.
‘Kijk nog eens goed naar het woord en schrijf het over op dit lege witte blaadje. Je moet spieken hoor.’
Geconcentreerd schrijft mijn kind, zo netjes mogelijk, het woord ‘betoog’ over.
‘Kijk eens goed naar het woord en spel het woord eens. En nu andersom.’
Zonder aarzelen spelt Tijs het woord betoog achterstevoren.

‘Zo, dit woord vergeet je nooit meer! En weet je wat het voordeel is van ons, beelddenkers? We kunnen zo elk woord in ons hoofd opslaan, als spiekbriefjes. Jij hebt altijd spiekbriefjes bij je. Daarom zijn de kamers in je hoofd juist zo handig, joh! Kun je alles terug vinden.

‘Ben je ook beelddenker dan?’ vraagt Tijs. Al het andere wat Maarten gezegd heeft lijkt vergeten.
‘Cool hoor!’ zegt Tijs vol ontzag.

Ik merk ondertussen dat de energie van Tijs behoorlijk afgenomen is. Witjes zit hij inééngedoken op de bank. Hij wil alles perfect doen en kijkt heel vaak naar mij voor bevestiging. Maarten voelt het ook en zoals beloofd gaan ze bij de fiets kijken en de konijntjes bewonderen.

‘Zo. Nu gaan we lekker tekenen’, zegt hij als ze weer terug zijn. Tijs lacht en voelt zich helemaal op zijn gemak.

‘Ik kan niet tekenen’, verontschuldigt Tijs zich direct.
‘Tuurlijk wel. Alles wat je zelf maakt, creëert is goed, want dat komt van jou! En het is geen wedstrijdje.’
Maarten tekent op een A4 een hoofd: ‘Dit is jouw hoofd. Teken maar wat er in je opkomt.’
Als eerste tekent Tijs een dikke lijn van onder naar boven, precies in het midden van zijn hoofd.

Een linker- en een rechterkant. Aan de rechterkant tekent hij allemaal plaatjes: een klok, een groot raam, een bed, het fantasiaboek van Geronimo Stilton en zijn fiets. De linkerkant komt er bekaaid van af: een wirwar van zwarte lijnen (spinnenwebben) en een aantal rondjes (kijkgaatjes).

‘Kun je vertellen wat je hebt getekend?’ Tijs vindt het duidelijk moeilijk. Het is zoals het is en uitleggen is niet zijn sterkste kant.

‘De klok heeft hij getekend, omdat hij altijd wil weten hoe laat het is. Het fantasiaboek, het bed (van betoog) en de fiets daar moet hij nog steeds aan denken.  De wirwar aan lijnen aan de linkerkant begrijpt hij eigenlijk ook niet. En dan voel ik dat Maarten een klein stapje in het hoofd van Tijs zet. Hand in hand gaan ze de donkere, spookachtige linkerkant verkennen. Tijs is bang om daar heen te gaan, omdat dit niet vertrouwd voor hem is. Het is een ruimte die bijna niet gebruikt wordt daardoor alle spinrag. Af en toe kijkt hij door de kijkgaatjes naar binnen. Maarten spreekt met zijn donkere, rustige stem tegen Tijs en samen komen ze weer terug.

Tijs ziet wit en is net een uitgeknepen spons. Er is weer een pauze. Hij moet duidelijk bijkomen. En ik ook, want wat was dit intens. Maarten komt bij me zitten aan de eettafel met het getekende hoofd van Tijs. Hij legt uit dat de hersenen bestaan uit een linker- en een rechter gedeelte. Beelddenkers gebruiken voornamelijk hun rechterkant (ritme, ruimtelijk inzicht, verbeelding, beleving, dagdromen, creatief, muzikaal). De linkerkant (beredeneren, tijdsbesef, taal, rekenen, planning en organiseren) wordt vaak minder gebruikt, of zoals in het geval van Tijs bijna niet. Maarten stelt voor om zijn angst weg te nemen door bruggen te bouwen tussen de rechter- en linkerhersenhelft, zodat hij makkelijker via een brug naar zijn linker helft kan gaan. Dit kan door middel van oefeningen. Deze wil hij straks na de lunch uitleggen. Verder valt hem op dat Tijs zijn energie niet goed verdeelt en dat hij zich heel erg bewust is van want anderen denken en vinden en zoekt constant bevestiging. Hij wil dat mijn kind dichter bij zichzelf blijft en leert ‘aarden’. Even baal ik, want ik had gehoopt dat hij het reken probleem zou aanpakken, maar ik begrijp ook direct dat we het ‘probleem’ bij de wortels moeten aanpakken. Inmiddels ben ik ook redelijk leeg. Het is zo intensief, maar ook heel bijzonder.

Eerst broodjes en dan gaan we verder met de sessie. Ik ben benieuwd wat er nog gaat komen!

Kijken naar de positieve kanten

Kijken naar de positieve kanten

Een week voor de sessie vraagt Maarten Smit per email of ik een lijst kan sturen met de dingen waar Tijs goed in is. Dus zijn kwaliteiten breed uitgemeten en ik mag me helemaal laten gaan. En daarom hebben Maarten en ik een klik: kijken naar de positieve kanten, benadrukken waar iemand goed in is.

Dat is wat ik al jaren aan Tijs mee geef. Wanneer hij ergens hard voor werkt en het resultaat is magertjes dan zal ik hem altijd een compliment geven en kijken naar de opdrachten die hij wel goed beantwoord heeft.

Twee dagen later stuur ik hem de lijst waarom wij ons kind een sociaal, gezellig, zorgzaam, creatief en enthousiast kind vinden. Mijn man en ik hebben afzonderlijk van elkaar de kwaliteiten en eigenschappen van Tijs opgeschreven en wat ons niet verbaast komen onze punten heel erg overeen.

Tijs is sociaal. Hij is erg open naar anderen toe. Oprecht geïnteresseerd. Weet na een paar maanden nog steeds wanneer er iets gebeurde en komt daar dan vaak op terug.

Hij is een gezelligheidsdier. Tijs zou het liefst elke dag het huis vol visite willen hebben. Hij geniet er intens van wanneer vrienden of familie langskomen. Hij nodigt ze steevast uit om mee te blijven eten en ach als ze er dan toch zijn, kunnen ze net zo goed blijven slapen.

Onze zoon is erg zorgzaam. Hij is heel bang dat ons en mensen om wie hij geeft iets overkomt.

Tijs heeft aanleg voor ritme en muziek. Hij kan goed drummen. Voelt intuïtief de ritmes aan en kent veel liedjes uit zijn hoofd.

Voetballen is zijn grote hobby. Vooral op het middenveld komt hij goed tot zijn recht. Hij heeft overzicht en draagt het team.

Tijs is erg trouw naar zijn vrienden toe. Hij zal ze niet snel laten vallen en zal altijd voor ze opkomen.

In weer, wind, regen, hagel en sneeuw staat onze zoon ’s morgens als eerste buiten om zijn konijntjes te verzorgen. Hij heeft een groot plichtsbesef en is een gewoontedier. Alles op vaste tijden.

Wanneer iemand Tijs onrecht aandoet kan hij daar oprecht verontwaardigt en boos over zijn. Dit gevoel kan dagen aanhouden. Dit geldt trouwens ook wanneer hij vindt dat iemand anders onrecht aangedaan wordt.

Wanneer ik deze punten in een email zet naar Maarten toe komen er onbewust ook eigenschappen van Tijs naar boven waar ik me regelmatig aan stoor: heel snel afgeleid, niet goed luisteren, hij heeft hele lange tenen, snel opgeven als het niet gelijk lukt en dan zeggen: ‘Dat kan ik toch niet’.  En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar deze gedachten druk  ik snel weg. Niemand is perfect en zeker ons kind niet!

Een dag later krijg ik een email terug van Maarten. Hier kan hij iets mee…

Het plan ligt klaar, maar dat zegt niets. Maarten weet wat hij wil en waar hij met Tijs naar toe wil. Maar mijn kind bepaalt de route en Maarten volgt alleen. Hij is benieuwd welke weg Tijs uitstippelt en kijkt daar erg naar uit. En dat is weer een manier van denken dat mij aanspreekt. Mijn eerste blog was ‘briefje aan mijn zoon’.  Ik schrijf dan onder andere het volgende: ‘En wij… Wij volgen jou op je levensweg. Houden je in de gaten, houden soms je hand vast, rapen je op als je valt. Maar jij, lieverd, bepaalt de snelheid en de route van het af te leggen pad. En wij volgen je op de voet.’

En dan is het zover. Tijs speelt FIFA en is blij dat ie niet naar school hoeft. Constant kijkt hij op de klok en vraagt: ‘Hoe laat komt Maarten ook al weer?’

Ik ga nog even snel broodjes halen voor tussen de middag. Leg stroopwafels op een schaaltje en wacht op het zo bekende, en op dit moment verlossende, geluid van de deurbel.

Hulp!  bij beelddenken

Hulp!  bij beelddenken

Het is weer tijd om met beelddenkjuf, die op woensdag voor de klas staat, en met meester de vorderingen van Tijs door te nemen. Het voornemen om dit schooljaar niet meer aan de zijlijn te blijven staan geeft mij het gevoel dat ik de schoolprestaties van mijn kind iets meer onder controle heb. Rekenen blijft een probleem en ik heb het vermoeden dat Tijs blijft steken op het niveau waar hij nu in zit. Dat komt voornamelijk omdat hij nog steeds de tafelsommen niet beheerst. Ik denk er al een tijdje aan om een professionele beelddenkcoach in te schakelen om Tijs te begeleiden met de ‘Ik leer anders methode’.

Wanneer we bij elkaar zitten wil meester meer horen over beelddenken. Hij staat er open voor om Tijs eventueel op een andere manier de lesstof aan te reiken. Enthousiast vertel ik waar de knelpunten zitten, geef tips en vraag tenslotte nog een keer aan beelddenkjuf of zij mijn kind écht niet kan begeleiden op school. Maar helaas, door het invoeren van passend onderwijs en de vele uren die zij dit schooljaar voor de klas staat is dit geen optie.

Ik vraag haar voorzichtig hoe school er tegenover staat als ik voor mijn kind professionele hulp ga zoeken bij een gespecialiseerde beelddenkcoach omdat ik er alles aan wil doen om zijn rekenniveau en spelling op te schroeven.  Ik voel en zie dat er veel meer in mijn kind zit dan er op dit moment uitkomt. Ik wil dit in samenspraak met school doen. Wil niet beelddenkjuf en de intern begeleider die zoveel tijd met Tijs doorbrengen passeren. Ze vindt het geen probleem.

Dan zegt ze: ‘Waarom ga jíj die opleiding niet volgen tot gecertificeerde coach van de ‘Ik leer anders’ methode?’

‘Ik?’ Haar vraag overvalt me. Ik heb hier nooit eerder over nagedacht.
‘Je bent zo gedreven als je over beelddenken praat. Je weet er inmiddels zo veel van af. Je bent deskundig genoeg.’
Ik haal mijn schouders op. Dit is nooit mijn ambitie geweest. Beelddenken kwam op mijn pad. Maar verder? Toch merk ik dat juf een snaar geraakt heeft. Er is weer een zaadje geplant in mijn hoofd.

Thuis ga ik direct aan de slag om een goede coach te vinden. De meeste coaches zijn gespecialiseerd in dyslexie, kinderen met ADHD, rouwverwerking en faalangst die het begeleiden van beelddenkers er bij doen. En dat wil ik niet.

Terwijl ik aan het zoeken ben, komt één persoon, als een duveltje uit een doosje, constant in mijn hoofd te voorschijn. Hij is eigenlijk de enige die met Tijs aan de slag mag gaan. Drie jaar geleden kwam hij even op mijn pad, toen een collega mij attendeerde op hem. Zij was deze man bij een barbecue van CWT tegengekomen en hij had vol passie over beelddenken en het coachen verteld. Omdat ik toen nog niets van beelddenken af wist vond ik zijn website maar vaag en meer voor de gevorderden. Mensen die zich al hadden ingelezen en al veel verder waren in hun zoektocht naar beelddenken. Toch besefte ik toen dat we elkaar ooit zouden tegenkomen. Op het moment dat ik mijn blog begon werd hij één van mijn trouwste volgers en ik volg zijn blogs.

Maar, ik durf hem niet om hulp te vragen. Ben bang dat hij nee zegt. Hij woont in Ede en zal een heel eind moeten reizen. Dan, op een avond, wanneer ik een wijntje op heb, heb ik de moed om deze bijzondere man, Maarten Smit, een ‘help’ email te sturen.  Twee uur later krijg ik antwoord terug: ‘He, He. Eindelijk vraag je mijn hulp. En natuurlijk wil ik Tijs helpen.’ Het blijkt dat Maarten een paar keer op het punt gestaan heeft om, na het lezen van bepaalde blogs, zijn hulp aan te bieden. Ik ben opgelucht. Voel me kilo’s lichter omdat ik er niet meer alleen voor sta. Tijs krijgt hulp van een coach die zelf beelddenker is en kinderen die visueel zijn ingesteld feilloos aanvoelt. Hij luistert naar het kind en past zijn coaching aan waar het kind op dat moment behoefte aan heeft. Het duiveltje in mij dat zich regelmatig afvraagt of mijn zoon wel beelddenker is hoop ik met de sessies van Maarten definitief de mond te kunnen snoeren.

Ik kijk uit naar de dag dat Maarten bij ons thuis zal komen voor de intensieve sessie. Een paar uur zal hij met mijn kind bezig zijn om te achterhalen waar de knelpunten zitten en wat er allemaal in dat koppie van hem omgaat. En Tijs? Hij is alleen maar blij dat hij op deze dag, uiteraard in overleg met school, niet naar school hoeft.