Mijn kind in beeld

Mijn kind in beeld

Een week voor dé grote dag ziet mijn PowerPoint er gelikt uit. Vooral op de grappige overgangen naar een nieuwe sheet ben ik erg trots.
Na een paar weken chaos in mijn hoofd en op papier heb ik nu de juiste volgorde en alle belangrijk informatie over beelddenken die ik graag wil delen. Mijn presentatie: Mijn kind in beeld

De presentatie is opgebouwd uit twee delen. In deel I leg ik uit wat beelddenken is door middel van een kort filmpje over visueel ingestelde kinderen op de basisschool. Ik laat op een duidelijk plaatje de kenmerken en karaktervergelijkingen zien van taal-versus beelddenkers. En voor elke groep heb ik minimaal twee praktijkvoorbeelden waar beelddenkers tijdens de les, het maken van opdrachten en tijdens het luisteren van de uitleg tegen aan kunnen lopen. Dus ook hoe een leerkracht een beelddenker zou kunnen herkennen. Met dank aan Tijs, die mij deze voorbeelden op een presenteerblaadje heeft aangereikt door de jaren heen.

Deel II is een iets aangepaste en verkorte versie van de Ik Leer Anders (ILA) presentatie. De basis wordt uitgelegd: Hoe het hoofd van een visueel ingesteld kind wordt ingericht in kamers of kasten, dat de lesstof visueel wordt opgeslagen (informatie krijgt zo een eigen plek in één van de kamers) en dat de lesstof vertaald wordt naar beelden. Ik leg de ILA methode uit aan de hand van het visualiseren van het alfabet, hoe een woord als een plaatje wordt opgeslagen in één van de kamers, zodat een beelddenker dat woord voor zich ziet en het van voor naar achter en van achter naar voor kan spellen. Daarna laat ik zien dat cijfers via het honderdveld geautomatiseerd kunnen worden en hoe een kind + en – sommen kan maken via het honderdveld. Tot slot leg ik uit hoe de tafelsommen opgeslagen kunnen worden en hoe je een beelddenker het beste de analoge klok kunt leren kijken.

Héél veel informatie

Informatie welke ik in ongeveer een uur wil vertellen.
Ik oefen de presentatie een paar keer voor mijn man. Hij heeft veel ervaring met spreken voor groepen. Hij geeft me nog een paar handige tips, maar is aangenaam verrast over mijn gelikte presentatie en dan vooral over hoe ik mijn verhaal overbreng.

Wat ben ik zenuwachtig op de dag zelf. Uiteraard slaat bij mij de onzekerheid weer genadeloos toe. Ik vraag me elk uur wel af waarom ik mezelf dit aandoe.

Wanneer ik eindelijk voor de bekende gezichten sta van de leerkrachten van OBS ‘De Bonte Tol’ valt in één keer de spanning weg. Vol enthousiasme vertel ik mijn verhaal geleidt door de plaatjes, beelden en voorbeelden. Vooral bij de praktijkvoorbeelden zie ik bij de leerkrachten herkenning en is er veel interactie. Ik merk dat ik de aandacht kan vasthouden en dit in combinatie met de interactie geeft mij een ontzettende kick.

Meer informatie

‘Dit is wat ik wil’, denk ik regelmatig tijdens de presentatie. Wat is dit leuk en wat krijg ik hier een energie van.
Weer thuis zit Tijs te wachten op mij: ‘Jeetje mam, het ging zeker niet goed?’
‘Hoezo?’ vraag ik verbaasd.
‘Het duurde zo lang. Ik was bang dat je het steeds opnieuw moest doen.’
‘Nee joh! Het ging heel goed. De juffen en meester hadden juist heel veel vragen.’
‘Gelukkig’, zucht mijn kind en verdiept zich weer in zijn minecraft wereld.

Ik zit in mijn eigen wereldje en ben alle leerkrachten, de directrice maar vooral juf uit groep 7 heel dankbaar dat ze de tijd hebben genomen, maar vooral omdat ze open stonden om het verhaal van een ‘anders’ lerend kind aan te horen. Ik besef dat mijn kind gehoord en gezien wordt op school. De keuze, jaren geleden, om ons kind op OBS ‘De Bonte Tol’ zijn bassischool periode te laten doorbrengen is door ons gevoelsmatig genomen. En wat ben ik blij dat we nooit getwijfeld hebben aan ons gevoel.

Geïnteresseerd in mijn presentatie ‘Mijn kind in beeld’? Ik kom graag langs op scholen om te vertellen over deze bijzondere en getalenteerde kinderen.

 

Ik leer anders methode

Ik leer anders methode

‘Because I’m happy. Clap along if you feel like a room without a roof. Because I’m happy. Clap along if you feel like hapiness is the truth.’
Op de uitgeprinte routeplanner zie ik dat ik bijna ben gearriveerd op de locatie waar de opleiding zal plaatsvinden van de ‘ Ik leer anders ’ methode.

‘Becaus I’m happy’, schal ik hard en vals mee met Pharell Williams. Maar dan rijd ik plotseling in het centrum van Monster. Huh? Ik had langs een molen moeten rijden en daar had ik direct moeten afslaan naar rechts. Opeens ben ik niet zo happy meer en het zweet breekt me uit. Hier was ik al zo bang voor. De weg niet kunnen vinden en hopeloos verdwalen. Gelukkig ben ik een half uur eerder vertrokken. Ik heb dus nog alle tijd om de locatie te vinden, praat ik mezelf moed in.

Ik stop naast een vrouw die haar hond uitlaat en vraag haar of ze mij de weg kan wijzen.
‘Tja’, zegt ze. ‘Het is hier allemaal eenrichting. Je moet in ieder geval die kant op’, wijst ze naar links. ‘Maar ja, daar mag je niet in.’

Ik bedank haar en rijd wat doelloos rond tot ik een oudere man met boodschappentas spot. Hij wijst mij echter de andere kant op, met dezelfde waarschuwing: ‘Het is lastig te vinden vanaf deze plek. Alles is eenrichting.’

Ik heb inmiddels nog maar een kwartier. Ik besluit mijn auto op een parkeerterrein te parkeren en dan proberen te voet de locatie te vinden. Onderweg maak ik foto’s van de straatnaambordjes. Het zal me niet gebeuren dat ik straks mijn auto niet meer kan terug vinden.

De andere cursisten

Precies op tijd arriveer ik op de plek van bestemming. Ik kan direct doorlopen naar één van de stoelen die nog vrij is. Ik tel 23 cursisten. We beginnen met een voorstel rondje. Daar was ik al bang voor. Weet iedereen direct dat ik geen leerkracht of kindercoach ben, maar ‘gewoon’ een werkende moeder met een beelddenkende zoon.

De meeste cursisten zijn kindercoach, die zich de ‘Ik leer anders’ methode eigen willen maken of leerkrachten die deze twee opleidingsdagen gebruiken voor hun studiedagen en studiepunten.

Als één van de laatsten ben ik aan de beurt. Ik haal diep adem en vertel:

‘Ik ben 16 jaar werkzaam bij TNO op de reisafdeling. Daarnaast ben ik moeder van een zoon die beelddenker is. Vier jaar geleden kwam ik daar per toeval achter. Ik ben me toen in het beelddenken gaan verdiepen en heb op school vele gesprekken gehad over het ‘anders’ lerende kind. Mijn doel met deze opleiding is om in eerste instantie mijn zoon te kunnen begeleiden op een manier waarop hij de lesstof wel snapt. Daarnaast ben ik een website begonnen met informatie over beelddenken en een twee wekelijkse blog over mijn beelddenkende zoon. Ik wil meer bekendheid geven aan het visueel ingesteld kind. Ik wil bruggen bouwen tussen het beelddenkende kind, de ouders en leerkrachten door presentaties te geven op scholen. Elke reactie die ik ontvang is een nieuwe steen om mijn brug te bouwen’, eindig ik mijn betoog.

Het is even stil. Dan reageert een cursiste. ‘Jeetje wat een verhaal. Top dat je er bent en met je gedrevenheid kom je er echt wel.’

Ik leer anders methode

Ik merk al gauw dat de lesstof voor mij gesneden koek is. Ook omdat ik op school met beelddenkjuf alle sessies bijgewoond heb en thuis ook met Tijs veel oefen met deze methode.

Tijdens de lunch deel ik een tafel met een aantal leuke dames. Eén van de dames zucht en zegt: ‘Dat honderdveld he? Ik begrijp er écht helemaal niets van.’ Verbaasd kijk ik haar aan.

‘Wat begrijp je dan niet?’ vraag ik.

‘Ik zié het gewoon niet’, zegt ze. En dat merkte ik al eerder tijdens de uitleg die ochtend. Meerdere cursisten zágen niet hoe de stof ‘anders’ uitgelegd kan worden. En dan besef ik dat de taaldenkers tussen de cursisten de lesstof niet goed in zich op kunnen nemen zoals beelddenkers de lesstof op de ‘normale’ manier niet goed begrijpen. Het is of taal-en beelddenkers af ten toe Chinees met elkaar praten.  Ik beloof de dame na de lunch het honderdveld nog een keer rustig aan haar uit te leggen.

Ik heb leuk contact met kindercoach Suzanne van Bloei!Kindercoaching uit Voorschoten en met onderwijsassistent Mariska van Bijles Westland. Gedreven vrouwen die op de één of andere manier ook emotioneel bij beelddenken betrokken zijn.

Ik voel me al lang niet meer de vreemde eend en de sfeer onderling is goed, omdat we allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben: het certificaat!

Na twee lange en intensieve trainingsdagen ben ik dan de trotse bezitter van het certificaat. Een goede opsteker voor dat meisje dat 7 jaar over de HAVO gedaan heeft.

Maar de molen, waar ik direct rechtsaf moest, heb ik óók op de tweede dag nooit gevonden.

Beelddenken en een ezelsbruggetje

Beelddenken en een ezelsbruggetje

Onder het eten nemen we de dag door. ‘En, hoe was jouw dag?’ vraagt mijn man aan mij.

‘Pfff. Ik ben zo druk geweest. Heb het huis schoongemaakt, de trap leeggehaald waardoor ik tien keer naar boven moest, heb boodschappen gedaan en ben naar het dorp geweest. Volgens mij heb ik kilometers gelopen vandaag.’

De vork van Tijs blijft steken boven een aardappel.
‘Ken je die oude oma die in een grote zwarte auto stapt?’ vraagt hij.
Mijn man en ik kijken elkaar verbaasd aan.
‘Nee’, zeggen we allebei verbaasd.
‘Woont ze hier in de wijk? Ken je haar van televisie? Komt ze voor in de vlog van Enzo Knol?’
En op elke vraag schudt Tijs zijn hoofd.
‘Nee! Van school!’

Ik zie een oude vrouw met grijs gepermanent haar in een bloemetjesjurk uit een zwarte limousine stappen.
‘Huh? Van school? Wanneer komt ze dan op school? Geeft ze les dan?’

Tijs raakt geïrriteerd omdat we hem niet meteen begrijpen. Hij heeft al geen zin meer om het verhaal uit te leggen. Hij voelt zich dan onbegrepen terwijl het voor hem zo duidelijk is wat hij vertelt. Wij kunnen alleen niet in zijn hoofd kijken en zien dus ook niet alle beelden die er doorheen razen.  Maar zo makkelijk komt hij er niet vanaf bij ons. In de regel zegt ons kind niet zomaar iets. We willen hem leren dat, als zijn verhaal niet meteen duidelijk is, hij het op een andere manier probeert duidelijk te maken.

‘Hoe ziet die oude mevrouw er dan uit?’ vraag ik.
‘Grijs haar en een hoedje op. Ze heeft een bloemetjesjurk aan en een vestje met gouden knopen. O ja, en ze heeft blauwe ogen, een brilletje en een wrat op haar neus.’

‘Wat doet ze dan op school?’

In die auto stappen natuurlijk. En, o ja, een meneer rijdt in die auto.’ Aan de toon hoor ik dat Tijs het nu echt zat is dat we hem niet begrijpen.

‘Heeft de meester weer een leuk boek voorgelezen dan?’ vraag ik, want de omschrijving van de oude vrouw doet me erg veel denken aan juffrouw Pots van Tosca Menten.

En dan herinnert Tijs het zich weer. Het is een ezelsbruggetje voor kilometers en zo. Nu zijn mijn man en ik helemaal de weg kwijt.
‘Als je aan dat oude vrouwtje denkt dat in die auto stapt, dan kun je beter onthouden hoe de volgorde is van kilometers en centimeters.’

Mijn man pakt direct zijn tablet en googelt op ‘oude vrouw’ en ‘auto’. Uiteraard krijgen we geen hit. Wel krijgen we na lang zoeken de zin: Kan Het Dametje Met De Centimeter Meten?

Het ezelsbruggetje

‘Maar zo’n soort zin is het wel’, roept Tijs enthousiast, blij dat we iets dichter bij de kern van het verhaal beland zijn.

‘Zoek eens op ‘dametje’ en ‘auto’? Weer niets. ‘En op ‘dametje’ en ‘chauffeur?’ roep ik in een opwelling.

En dan komt de volgende zin tevoorschijn: Kan Het Dametje Met De Chauffeur Mee?
‘Ja’, roept Tijs blij. ‘Die zin bedoel ik.’

Mijn man en ik kijken elkaar aan en barsten in lachen uit. Wat een bak. Net zoals ik binnen een paar seconden allemaal beelden voor me zag van een omaatje met grijs haar die in een chique zwarte auto stapt, zo zag Tijs ook zo’n soort beeld voor zich: Een ezelsbruggetje dat een eigen leven is gaan leiden en niets meer te maken heeft met de volgorde van Kilometers, Hectometers, Decameters etc.

Wanneer we uitleggen dat elke eerste letter de volgorde is van de lengtemaat, begint het te dagen bij ons beelddenkertje.

‘Ik snapte al niet waar het op sloeg. Maar nu wel.’ Zegt ie opgelucht.
Ik geef mijn zoon een dikke klapzoen. Wat houd ik toch van dat kind met zijn razendsnelle gedachten.
‘Maar, hoe kwam je nou eigenlijk op dat vrouwtje in die auto?’ vraag ik toch wel nieuwsgierig.
En dan weet Tijs het weer.
‘Komt door jou, mama.’ Tuurlijk, het ligt altijd aan mij.
‘Jij begon over al die kilometers die je vandaag gelopen hebt.’

 

Surprise stress

Surprise stress

‘Joepie, we gaan vandaag lootjes trekken’, is het eerste wat uit de slaperige mond komt van Tijs als ik hem wakker maak. Zijn ogen glinsteren. Al dagen is dit het onderwerp waar hij niet over uitgesproken raakt. Hij is zo benieuwd welk lootje hij in zijn handen krijgt en wat hij gaat maken. Voor elk kindje uit zijn klas weet hij precies wat de hobby’s zijn, wat hun favoriete eten is en welk vak op school ze leuk vinden. In gedachten heeft Tijs in vier dagen tijd 23 surprises gemaakt. De één nog mooier en grootser dan de ander. Zijn hoofd is er vol van!

Teleurgesteld

Zo opgewonden en blij als mijn kind naar school gaat, zo teleurgesteld staat hij ’s middags voor de deur.
‘Ik heb de juf getrokken’, zegt hij direct. En daar had hij vier dagen lang geen rekening mee gehouden.
‘Ik weet echt niet wat ik voor de juf moet maken hoor. En weet je wat ze graag wil hebben: PENNEN! Leuk hoor!’

Ik heb best een beetje medelijden met mijn beelddenkertje. Het is namelijk niet de eerste keer dat iets tegen valt omdat alle beelden en plaatjes in zijn hoofd zo mooi en schitterend zijn dat de werkelijkheid tegenvalt. Een kuil waar hij best eens in valt.

‘Voor de juf bedenken we écht wel iets leuks. Laat het lijstje eens zien?’
De juf houdt van reizen, koken en aardrijkskunde.
‘We kunnen een wereldbol maken of een kookpan.’
Tijs kijkt me aan of ik gek ben en staat duidelijk nog niet open voor deze onverwachte wending.

Hij heeft lang nodig om de knop om te zetten en de dag dat de surprises op school  moeten liggen komt steeds dichterbij. Voorlopig ligt er nog steeds geen plan van aanpak op tafel. Laat staan in zijn hoofd!

Acceptatie

Ik kom regelmatig met ideeën aanzetten die meteen afgekeurd worden door meneertje. Dan ben ik het zat. De tijd begint te dringen en daar word ik zenuwachtig van. Ik spreek Tijs streng toe.  Leg hem uit dat het is zoals het is en dat hij moet accepteren dat het leven niet altijd hetzelfde is als hoe hij het in zijn hoofd bedacht heeft. In een opwelling, zeg ik dat hij alle surprises die in zijn hoofd zitten moet uit gummen zodat er plek is voor de nieuwe, gave surprise voor de juf.

Het blijkt te werken.

‘Zullen we dan maar een dagboek maken voor de juf, mam?’ vraagt Tijs nadat hij een half uur lang op de bank gehangen heeft. Eén van mijn afgekeurde ideeën was om uit een oud boek de middelste bladzijden weg te snijden en daar de pennen in te stoppen. De pagina’s die over bleven zouden we vol kunnen plakken met foto’s van exotische bestemmingen en lekkere recepten uit de Allerhande. Niet echt een wereld idee, maar knutselen is niet mijn ding.

Aan de slag

De volgende dag gaan we aan de slag en Tijs stelt zijn beelden bij. Hij komt met goede initiatieven en al plakkend, knippend en snijdend begint de surprise vorm te krijgen. We halen nog wat stickers en dik papier om de voorkant van het dagboek op te leuken. Als laatste knippen we letters uit fel geel papier die de woorden vormen: dagboek voor juf Joyce.  Wanneer het helemaal af is merk ik gelukkig dat Tijs best trots is op het eindresultaat. We maken nog een mooi gedicht en mijn kind is helemaal klaar voor de grote dag. Op de dag dat de surprises mee genomen moeten worden maakt Tijs zich toch wel weer zenuwachtig. Is zijn surprise wel mooi genoeg? Hoe zullen de kinderen op zijn knutselwerk reageren?

Ik besluit om mee te gaan naar school om hem wat mentale steun te geven. Wanneer we in de klas zijn valt mijn mond letterlijk open van verbazing. De ene surprise is nog mooier, groter en spectaculairder dan de andere. Er zitten ware kunstwerken bij. Tijs staat wat lullig met het dagboekje in zijn handen. Hij is net als ik overdonderd door al het knutselgeweld. Wanneer hij zijn werk  op de grote tafel legt bij de andere surprises roept een klasgenootje: ‘Ooooohhh, je mocht geen naam op de surprise zetten. Dat moest een verassing blijven. Nu weet iedereen wie je hebt!’

Meer surprise stress

Ik gris het dagboek weer van tafel en zeg met een dreigende blik in mijn ogen tegen het meisje dat ze NIET gezien heeft welke naam er op stond. Gedwee en geschrokken knikt ze. Tijs heeft het ondertussen helemaal gehad en barst bijna in tranen uit. Ik neem hem mee de gang op en zeg geïrriteerd: ‘Hoe moesten wij dit nou weten? Dat had de juf ook wel duidelijk mogen zeggen hoor, dat de namen niet zichtbaar mochten zijn.’

Met een trillip zegt Tijs: ‘Ik wist dat er nog iets in mijn hoofd zat wat ik moest vertellen, maar ik wist niet meer wat. De surprise kwam steeds te voorschijn.’

Met wit papier en plakband van de juf bedek ik haar naam. Tijs is nog steeds van slag en zit witjes en stilletjes aan zijn tafeltje.
Wanneer ik thuis ben plof ik op de bank neer. Ik ben kapot, terwijl het nog geen kwart voor negen is!
En ik vraag me af welke mafketel ooit het fenomeen surprise bedacht heeft.

Waarom versturen we kerstkaarten

Beelddenken en zinsontleding

Beelddenken en zinsontleding

Meester wil me deze week na school even spreken. Hij weet niet hoe hij Tijs kan bereiken met zinsontleding,  het ontleden van zinnen. Wat ze nu behandelen is de persoonsvorm en het onderwerp. De meester kan maar niet tot mijn kind doordringen wat het verschil tussen beide vormen is.

Boven mijn hoofd hangt één groot vraagteken. ‘Persoonsvorm? Onderwerp? Wat houdt dat ook al weer in? Help me eens op weg?’

Meester kijkt me verbaasd aan. Ik zie hem denken: ‘Ja, ja, een verhalenschrijfster die niets van ontleden af weet.’

‘Persoonsvorm: ik, hij, tante, moeder, hond etc.? Onderwerp is een voorwerp? Zoals bal, tafel, stoel?’ gok ik.
Meester begint te lachen: ‘En dat is nou precies wat Tijs ook denkt en wat hij consequent fout doet.’
‘Huh? De naam PERSOONsvorm zegt het toch eigenlijk al? Dat zijn toch alle woorden die op personen en dieren slaan?’

Meester knikt opgelucht en bedankt me voor het inzicht dat ik hem zo snel heb kunnen geven. Wanneer hij uitlegt dat in de zin ‘Jantje fietst naar school’, het persoonsvorm ‘fietst’ is en het onderwerp ‘Jantje’ reageer ik verbolgen.
‘Wat is dat nou voor een belachelijke regel. Welke mafketel heeft dit verzonnen? Het is toch logisch dat persoonsvorm met iemand of iets te maken heeft? Ik begrijp helemaal dat Tijs hiervan in de war raakt.’

Meester knikt en begrijpt nu waar het probleem zit.

‘Jij hebt zinsontleding vroeger toch ook moeten leren op school? Heb jij een ezelsbruggetje voor hem? Een plaatje of een beeld, wat hij kan visualiseren in zijn hoofd?’

Ik begin wat schaapachtig te lachen Kom er nu op een ‘harde’ manier achter dat ik niets (meer) weet van ontleden van zinnen. Dus mijn eventuele ezelsbruggetjes ben ik al jaren kwijt, als ik ze al ooit gehad heb. Ik schrijf op gevoel en dat gaat me goed af. Al die stomme regels. Ik word daar écht zo dwars van.

Ik waardeer de inzet van meester wel heel erg. Hij wil er alles aan doen om op een ‘andere’ manier het verschil tussen persoonsvorm en onderwerp aan mijn kind duidelijk te maken.
Onder het eten vertel ik mijn twee mannen over het gesprek met meester. Tijs knikt hard met zijn hoofd, wanneer ik vertel over mijn verwarring tussen persoonsvorm en onderwerp.
‘Dat heb ik precies hetzelfde, mama’, roept hij opgelucht.

Mijn man lacht en zegt: ‘de beelddenkertjes hebben elkaar weer gevonden.’
Tijs en ik geven elkaar een high five en zeuren nog even door over die stomme regels die één of andere malloot ooit bedacht heeft.

Een oplossing

Dan komt mijn man tussen beide: ‘Tja, het is nu eenmaal zo. Accepteer dat nou maar. We kunnen beter op zoek gaan naar een oplossing.’
Mijn kind en ik kijken elkaar aan en schieten in de lach.
Dat is mijn man. Niet zeuren en blijven hangen in iets waar je niets aan kan veranderen. Nee.. dan gaat hij het probleem pragmatisch oplossen, zodat het geen probleem meer is.

Na het eten gaan we met zijn drieën achter de laptop en googelen of er ezelsbruggetjes zijn om onderwerp en persoonsvorm uit elkaar te kunnen halen. En dan komt mijn man met een hele goede:

Persoonsvorm: maak de zin vragend en bijna altijd is het eerste woord de persoonsvorm en het tweede woord het onderwerp.

‘Ja, bijna altijd’, reageer ik met mijn kont tegen de kribbe. ‘En de andere keren dan?’
‘Die paar keer dat het anders is zal Tijs het fout hebben. Jammer dan.’

We nemen de proef op de som:
Jantje fietst naar school. Fietst Jantje naar school?
Fietst is persoonsvorm/Jantje is onderwerp.
Miep houdt van ijs. Houdt Miep van ijs?
Houdt is persoonsvorm/Miep is onderwerp.
We krijgen er lol in en binnen korte tijd hebben Tijs en ik het principe door.

Meester is blij met deze oplossing en zal deze ‘regel’ consequent herhalen tijdens de klassikale lessen en tegen Tijs zelf als het nodig is.

Ik ben benieuwd welke vormen in het zinsontleding we nog allemaal gaan tegenkomen. Opricht vraag ik me af of al die regeltjes zin hebben. Ik gebruik ze in ieder geval niet. Wist niet eens wat persoonsvorm en onderwerp in hield. Maar toch schrijf ik. Ik schrijf volzinnen, maak niet al te veel spelfouten. Schrijf op gevoel. En dat voelt goed. En ach, als ik mijn eigen zinnen niet kan ontleden?  Jammer dan. Die uitdaging laat ik graag aan anderen over.