**//sticky ads code//**

Als kleuter gebruikt een kind alle zintuigen om de wereld om hem heen te ontdekken. Een kind leert door te zien, ruiken, proeven en voelen oftewel door te ervaren. In groep 3 gaat een kind leren door te luisteren naar zijn docent.

Vanaf dit moment wordt er veel minder een beroep gedaan op andere zintuigen. Op traditionele scholen wordt de lesstof vooral talig aangeboden. Een beelddenker loopt nu vaak een achterstand op, op het gebied van lezen, spellen en automatiseren. Zij zien bijvoorbeeld geen losse letters, maar kunnen wel het hele woord b-oo-t lezen. Dit komt doordat ze het beeld boot kennen.  Woorden waar geen beeld aan te koppelen is zoals de, het, welke, deze, zijn op die reden moeilijk om te leren.

Beelddenkers draaien veel letters om, een b en d of een f en t, bijvoorbeeld. Ze zien het verband tussen het teken en de klank niet. Door plaatjes te koppelen aan de letters kun je beelddenkers hier mee helpen. Bijvoorbeeld een plaatje van een vogel voor de letter v. Woordjes leren gaat vaak moeizaam. Een kind weet wel welke letters er in moeten, maar onthoudt de volgorde niet. Als hij  een beeld van het woord in gedachten kan maken lukt het vaak wel. Het is dan vaak zelfs mogelijk het woord achterstevoren te spellen.

Bij het leren lezen moet een kind gaan begrijpen dat letters klanken vertegenwoordigen en woorden beelden. Dat kan door de zogenaamde levende letters (m = mmm/lekker). Het leesplankje van Hoogeveen was een synthesemethode die woorden met plaatjes verbond en daarna analyseerde om ze per stuk te bekijken en te benoemen. Deze methode is zeer geschikt voor beelddenkers omdat het eerst de plaatjes met de woorden verbindt.

Bij beelddenkers moet dus veel aandacht besteed  worden aan het koppelen van tekens en woorden aan concrete  beelden. Letters los van de context zien is vreemd voor een beelddenker. Letters en cijfers in een bepaalde vorm die soms weinig verschilt van een andere, en soms bijna naar een gelijke klank verwijst is voor de beelddenker verwarrend.